Advies van het Economisch en Sociaal Comité over: het "Voorstel voor een verordening (EG) van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3528/86 betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging", en het "Voorstel voor een verordening (EG) van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2158/92 betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen brand"
Publicatieblad Nr. C 051 van 23/02/2000 blz. 0024 - 0026
Advies van het Economisch en Sociaal Comité over: - het "Voorstel voor een verordening (EG) van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3528/86 betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging", en - het "Voorstel voor een verordening (EG) van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2158/92 betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen brand" (2000/C 51/05) Op 5 oktober 1999 heeft de Raad overeenkomstig artikel 175 van het EG-Verdrag besloten het Economisch en Sociaal Comité te raadplegen over de voornoemde voorstellen. De Afdeling "Landbouw, plattelandsontwikkeling, milieu", die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 16 november 1999 goedgekeurd (rapporteur: de heer Ribbe). Tijdens zijn 368e zitting van 8 en 9 december 1999 (vergadering van 8 december 1999) heeft het Comité het volgende advies uitgebracht, dat met 102 stemmen vóór en 1 stem tegen, bij 2 onthoudingen werd goedgekeurd. 1. Inleiding 1.1. Voor Verordening (EG) nr. 307/97 van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3528/86 betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging en Verordening (EG) nr. 308/97 van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2158/92(1) betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen brand, is artikel 43 ("landbouw", nu artikel 37) van het Verdrag als juridische grondslag gebruikt. In verband met dit laatste heeft het Europees Parlement op 30 april 1997 bij het Hof van Justitie een verzoekschrift ingediend. Op 25 februari 1999 heeft het Hof in de betrokken gevoegde zaken C-164/97 en C-165/97 arrest gewezen. Dit arrest bepaalt dat de twee verordeningen nietig worden verklaard en dat de Raad zich alleen had moeten baseren op artikel 130 S van het Verdrag (nu artikel 175). Het Hof heeft echter de gevolgen van de nietigverklaring opgeschort totdat de Raad, binnen een redelijke termijn, nieuwe verordeningen met hetzelfde doel vaststelt. 1.2. Naar aanleiding van dit arrest heeft de Commissie twee nieuwe voorstellen voor een verordening gepubliceerd. Inhoudelijk zijn ze (bijna) identiek aan de nietig verklaarde verordeningen, maar de rechtsgrondslag is nu artikel 175 van het Verdrag. Het budget voor de twee verordeningen (respectievelijk 34 miljoen en 50 miljoen euro voor de periode 1997-2001) is echter aangepast aan de bedragen die voor de jaren 1997-1999 daadwerkelijk zijn uitgetrokken op de begroting en aan de bedragen die zijn opgevoerd in het voorontwerp van begroting van 2000. Voor de nietig verklaarde verordeningen was voor dezelfde periode een budget van respectievelijk 40 miljoen en 70 miljoen euro vastgesteld. 1.3. Het bij Verordening 3528/86 (EEG) vastgestelde communautaire instrument ter bescherming van bossen tegen luchtverontreiniging, waarvan de looptijd bij de in par. 1.1 genoemde Verordening van 1997 tot eind 2001 is verlengd, is bedoeld om meer over de gezondheid van bossen te weten te komen. Samen met het internationale samenwerkingsprogramma ter bewaking van de luchtverontreiniging van bossen ("ICP Forests")(2) maakt dit instrument deel uit van een pan-Europees programma voor een intensieve bewaking van bossen. Tot 1990 hielden ICP Forests en de Unie apart toezicht op de gezondheidstoestand van bossen. In 1991 werden zij het eens over een gemeenschappelijk bewakingssysteem. Momenteel nemen hieraan 34 Europese landen deel, waaronder de 15 lidstaten. 1.4. Het bij Verordening 2158/92/EEG vastgestelde en bij de Verordening van 1997 gewijzigde communautaire instrument ter bescherming van bossen tegen brand is bedoeld om het aantal branden te verminderen en de omvang van het verbrande areaal te beperken. Hiertoe treedt de Gemeenschap op als medefinancier van maatregelen om de oorzaken van bosbranden op te sporen en na te gaan hoe deze bestreden kunnen worden, om preventiesystemen (bijvoorbeeld beschermende infrastructuur) op te zetten en te verbeteren, en om bewakingssytemen in te voeren. In de Verordening van 1997, waarbij de looptijd van het plan met vijf jaar (tot eind 2001) werd verlengd, werd in het bijzonder benadrukt dat een verdere uitbouw van het communautaire informatiesysteem (gegevensbank) over bosbranden geboden is. 1.5. In haar Mededeling over een bosbouwstrategie voor de Europese Unie(3) (1998) kondigde de Commissie voor 2001 een radicalere herziening van het bewakingsplan aan. Zij is van plan om onder meer op basis van een workshop met deskundigen en andere betrokken partijen eind 2000 met een voorstel tot wijziging van de huidige Verordening te komen. Met dit voorstel zou zij met name beogen om naast luchtverontreiniging ook andere factoren die ecosystemen in bossen aantasten - zoals droogte, klimaatverandering, ziekten - in het bewakingsplan op te nemen(4). De Commissie kondigde verder aan het instrument ter bescherming van bossen tegen brand tot na 2001 te verlengen en bovendien uit te breiden(5). 2. Algemene opmerkingen 2.1. In overeenstemming met zijn advies(6) over de Verordeningen van 1997 acht het Comité het een goede zaak dat beide instrumenten tot na 2001 verlengd worden. Het stemt eveneens in met de voorgestelde wijziging van de rechtsgrondslag, die nu - conform het arrest van het Hof van Justitie - beter beantwoordt aan de milieudimensie van deze instrumenten. 2.2. De budgettaire aspecten van de voorstellen baren het Comité echter grote zorgen. De bepleite budgetten zijn namelijk veel lager dan de in de Verordeningen van 1997 genoemde bedragen. Dit doet geen recht aan beide instrumenten, waarmee een groot aantal nuttige projecten gecofinancierd zou kunnen worden. Het Comité dringt er dan ook bij de begrotingsautoriteiten op aan om na te gaan of het mogelijk is de voorgestelde budgetten te verhogen. 2.3. De geplande verslagen over de toepassing van beide verordeningen zouden als uitgangspunt moeten dienen voor de discussie over de in par. 1.5 genoemde herziening en daarnaast een beoordeling van het effect en de kosteneffectiviteit van de uitgevoerde maatregelen moeten bevatten. Het zou daarom een goede zaak zijn als deze verslagen één jaar vóór het verstrijken van de looptijd van beide instrumenten, d.w.z. eind 2000, gepubliceerd worden. Bovendien zou in de nieuwe verordeningen gewag moeten worden gemaakt van het voornemen om beide instrumenten tot na 2001 te verlengen. Zie par. 3 voor de wijzigingsvoorstellen die hierop betrekking hebben. 2.4. In afwachting van de voor eind 2000 geplande voorstellen tot herziening onthoudt het Comité zich van verdere inhoudelijke opmerkingen over de voorgestelde instrumenten. Het wil nu slechts enkele opmerkingen maken waar de Commissie bij de voorbereiding van de herziening rekening mee zou moeten houden: - bij de herziening dienen alle relevante partijen, inclusief milieu-NGO's, te worden betrokken; - de coördinatie met andere bewakingssystemen (zoals het bij Richtlijn 96/62 over luchtkwaliteit ingevoerde systeem) moet verbeterd worden; - de mogelijkheden om de LMOE overeenkomstig de associatie-overeenkomsten (meer) bij een en ander te betrekken, zouden onderzocht moeten worden. 2.5. Mede met het oog op het in 1999 gepubliceerde rapport over de gezondheidstoestand van de Europese bossen(7), waaruit onder meer blijkt dat de kronen van de belangrijkste boomsoorten steeds meer worden aangetast, zouden beleidsmakers de met behulp van de betrokken instrumenten vergaarde informatie moeten gebruiken om maatregelen te nemen: zij dienen initiatieven te ontplooien om de negatieve ontwikkelingen een halt toe te roepen. Zo moeten de concentraties van ozon in de troposfeer verder omlaag worden gebracht, aangezien de bewijzen zich opstapelen dat ozon kan leiden tot zichtbare schade aan bossen, vooral in het Middellandse-Zeegebied. 3. Bijzondere opmerkingen In het licht van de hierboven gemaakte algemene opmerkingen stelt het Comité de volgende wijzigingen voor: 3.1. Artikel 1 van de voorgestelde wijziging van Verordening 3528/86 Artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 3528/86 wordt vervangen door: "Artikel 11 (1 en 2 ongewijzigd) 3. Eén jaar vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde periode brengt de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's verslag uit over de toepassing van deze verordening. Dit verslag omvat een beoordeling van het effect en de kosteneffectiviteit van de uitgevoerde maatregelen en aanbevelingen voor de toekomstige ontwikkeling van het instrument. 4. Vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde periode zal deze verordening op basis van een voorstel van de Commissie en van het in lid 3 bedoelde verslag door de Raad en het Europees Parlement worden herzien." 3.2. Artikel 1 van de voorgestelde wijziging van Verordening 2158/92 Artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 2158/92 wordt vervangen door: "Artikel 10 (1 en 2 ongewijzigd) 3. Eén jaar vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde periode brengt de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's verslag uit over de toepassing van deze verordening. Dit verslag omvat een beoordeling van het effect en de kosteneffectiviteit van de uitgevoerde maatregelen en aanbevelingen voor de toekomstige ontwikkeling van het instrument. 4. Vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde periode zal deze verordening op basis van een voorstel van de Commissie en van het in lid 3 bedoelde verslag door de Raad en het Europees Parlement worden herzien." Brussel, 8 december 1999. De voorzitter van het Economisch en Sociaal Comité B. RANGONI MACHIAVELLI (1) In de Engelse versie van het Commissievoorstel wordt hier en daar abusievelijk verwezen naar Verordening 2158/86/EEG in plaats van 2158/92/EEG. (2) Dit programma werd vastgesteld in het kader van het VN-ECE-Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand. (3) COM(1998) 649 van 3 november 1998. (4) Zie par. 5 van de Verordening van de Raad van 15 december 1998, waarin de Commissie wordt verzocht om "de doelmatigheid van het Europese systeem ter bewaking van de gezondheidstoestand van bossen te evalueren en voortdurend te verbeteren, rekening houdend met alle potentiële effecten op de bosecosystemen". (5) Zie eveneens de Verordening van de Raad van 15 december 1998, par. 6, waarin wordt gepleit voor "verlenging (...) en eventuele verbetering van het gemeenschapsinstrument ter bescherming van de bossen tegen brand (...) aangezien het een positief effect heeft gehad (...)". (6) PB C 66 van 3.3.1997. (7) Een gezamenlijke publicatie van de VN-ECE en de Commissie.