51998PC0644

Voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Beschikking van 19 december 1996 houdende goedkeuring van een actieprogramma voor de douane in de Gemeenschap ("Douane 2000") /* COM/98/0644 def. - COD 98/0314 */

Publicatieblad Nr. C 396 van 19/12/1998 blz. 0013


Voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de beschikking van 19 december 1996 houdende goedkeuring van een actieprogramma voor de douane in de Gemeenschap ("Douane 2000") (98/C 396/07) COM(1998) 644 def. - 98/0314(COD)

(Door de Commissie ingediend op 12 november 1998)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100 A,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

(1) Overwegende dat Beschikking nr. 210/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 houdende goedkeuring van een actieprogramma voor de douane in de Gemeenschap ("Douane 2000") (1) een gemeenschappelijk kader heeft ingesteld voor de doelstellingen waarop het optreden van de Gemeenschap op douanegebied is gebaseerd met het oog op verbetering von de doeltreffendheid en de homogeniteit van het douaneoptreden in het kader van de interne markt;

(2) Overwegende dat de werking van de systemen voor informatie-uitwisseling op communautair niveau op douanegebied het nut van automatisering heeft aangetoond voor een correcte toepassing van de douaneprocedures op alle plaatsen binnen het douanegebied van de Gemeenschap en voor de bescherming van de eigen middelen van de Gemeenschap, waarbij de administratieve belasting tot een minimum beperkt blijft; dat deze systemen essentiële instrumenten zijn gebleken voor de samenwerking tussen de douanediensten van de Europese Unie;

(3) Overwegende dat er systemen voor communicatie en informatie-uitwisseling moeten worden gecreëerd die zich ontwikkelen aan de hand van de behoeften van de douanesystemen met het oog op voortzetting van de samenwerking;

(4) Overwegende dat een hoog opleidingsniveau van gelijke kwaliteit in de gehele Gemeenschap een garantie is voor de tenuitvoerlegging van de doelstellingen van het huidige programma; dat voor een grotere coherentie van de communautaire inspanning met het oog op een grotere doeltreffendheid en homogeniteit van het douane-optreden in de Gemeenschap, binnen het programma Douane 2000 een beroepsopleiding voor de ambtenaren van de douanediensten van de lidstaten moet worden ontwikkeld, naar het voorbeeld van de opleiding die werd ingesteld in het kader van het Matthaeus-programma, dat werd ingesteld bij Beschikking 91/341/EEG van de Raad (2);

(5) Overwegende dat voor een coherent optreden van de Gemeenschap gericht op hulp aan de nationale diensten bij het verbeteren van de doeltreffendheid en homogeniteit van het douane-optreden in het kader van de interne markt, het noodzakelijk is te zorgen voor een eensgezind optreden;

(6) Overwegende dat de beste manier om deze eensgezindheid te bewerkstelligen bestaat uit het onderbrengen van alle activiteiten met betrekking tot werkmethoden, automatisering en opleiding van douane-ambtenaren bij één enkel juridisch instrument, dat wordt gefinancierd uit één enkele begrotingslijn;

(7) Overwegende dat het programma moet worden opengesteld voor de kandidaatlidstaten van Midden- en Oost-Europa, en voor Cyprus en Malta;

(8) Overwegende dat de Europese Unie heeft voorgesteld dat Turkije aan bepaalde, van geval tot geval te beoordelen, communautaire programma's kan deelnemen onder dezelfde voorwaarden als de landen van Midden- en Oost-Europa;

(9) Overwegende dat, om de huidige wijziging volledig tot zijn recht te laten komen, de periode voor uitvoering van het programma verlengd moet worden tot 31 december 2002;

(10) Overwegende dat, om de Commissie bij te staan bij het beheer van het programma en bij het vaststellen van de toepassingsvoorwaarden, een comité moet worden ingesteld, parallel aan de partnerschapsinstanties die zijn ingesteld bij Beschikking nr. 210/97/EG,

HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Beschikking nr. 210/97/EG wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 1, lid 2, wordt gewijzigd: "31 december 2000" vervangen door "31 december 2002".

2. Nieuw artikel 14 wordt toegevoegd:

"Artikel 14

Systemen voor communicatie en informatie-uitwisseling, handboeken en gidsen

1. De Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat de door hen noodzakelijk geachte systemen voor communicatie en informatie-uitwisseling, handboeken en gidsen, operationeel zijn. Zij zorgen ervoor dat nieuwe systemen voor communicatie en informatie-uitwisseling, handboeken en gidsen operationeel kunnen worden en blijven.

2. De communautaire elementen van de systemen voor communicatie en informatie-uitwisseling zijn: de uitrusting, de programmatuur en de netwerkverbindingen waarover de lidstaten gemeenschappelijk moeten beschikken, met het oog op de interconnectie en de interoperabiliteit van de systemen, zowel de binnen de Commissie (of bij een aangewezen onderaannemer) geïnstalleerde elementen, als de in de lidstaten (of bij een aangewezen onderaannemer) geïnstalleerde elementen.

3. De niet-communautaire elementen van de systemen voor communicatie en informatie-uitwisseling zijn: de nationale databanken die deel uitmaken van deze systemen, de netwerkverbindingen tussen de communautaire en nietcommunautaire elementen, de programmatuur en de uitrusting die de lidstaten nuttig achten voor een optimaal gebruik van deze systemen in de gehele administratie."

3. Artikel 14 wordt artikel 15 en wordt als volgt gewijzigd:

- lid 1: de woorden "met Beschikking 91/341/EEG en" worden geschrapt,

- lid 5 wordt geschrapt.

4. Een nieuw artikel 16 wordt toegevoegd:

"Artikel 16

Uitwisseling van ambtenaren, seminars

1. De Commissie en de lidstaten organiseren uitwisselingen van ambtenaren. Elke uitwisseling is gewijd aan een specifieke beroepsactiviteit, wordt voldoende voorbereid, en wordt achteraf geëvalueerd door de ambtenaren en de betrokken diensten.

De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat de ambtenaren doelmatig deelnemen aan de activiteiten van de ontvangende dienst; hiertoe worden zij gemachtigd de taken te vervullen die betrekking hebben op de hun door de ontvangende dienst worden toevertrouwd overeenkomstig het op deze laatste toepasselijke recht.

Tijdens de uitwisseling wordt de burgerlijke aansprakelijkheid van de ambtenaar in de uitoefening van zijn functie gelijkgesteld aan die van de nationale ambtenaren van de ontvangende dienst. Voor ambtenaren die deelnemen aan de uitwisseling gelden dezelfde regels op het gebied van beroepsgeheim als voor de nationale ambtenaren.

2. De Commissie en de lidstaten organiseren seminars waaraan ambtenaren van de diensten van de lidstaten en van de Commissie deelnemen, en, zonodig, vertegenwoordigers van het economische en universitaire milieu."

5. De artikelen 15 en 16 worden respectievelijk de artikelen 17 en 18.

6. Een nieuw artikel 19 wordt toegevoegd:

"Artikel 19

Deelname van de kandidaat-lidstaten

Het programma wordt opengesteld voor de kandidaat-lidstaten van Midden- en Oost-Europa, overeenkomstig de bepalingen van de Europa-overeenkomsten omtrent de modaliteiten van en de voorwaarden voor deze deelname, en voor zover de communautaire wetgeving op douanegebied dit toelaat. Het programma staat tevens open voor deelname van Cyprus, en voor deelname van Turkije krachtens de Douaneunie, voor zover de wetgeving op douanegebied van de Gemeenschap en die van Malta dit toelaten."

7. Een nieuw artikel 20 wordt toegevoegt:

"Artikel 20

Comité

De Commissie wordt bijgestaan door een raadgevend comité bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten, dat wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het comité brengt binnen een door de voorzitter naar gelang van de urgentie van de materie vast te stellen termijn advies uit over het ontwerp, zo nodig door middel van een stemming.

Het advies wordt in de notulen opgetekend; bovendien heeft iedere lidstaat het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen.

De Commissie houdt zoveel mogelijk rekening met het door het comité uitgebrachte advies. Zij informeert het comité over de wijze waarop zij met dit advies rekening heeft gehouden."

8. Artikel 17 wordt artikel 21 en wordt als volgt gewijzigd:

1. (onveranderd)

"2. De lidstaten doen de Commissie:

- uiterlijk op 31 december 1999 een tussentijds rapport en

- uiterlijk op 30 december 2002 een eindrapport

over de uitvoering van het onderhavige programma toekomen.

3. De Commissie zal het Europees Parlement en de Raad:

- uiterlijk op 30 juni 2000 een tussentijds verslag betreffende de uitvoering van dit programma doen toekomen,

- uiterlijk op 30 juni 2001 een mededeling betreffende de wenselijkheid van voortzetting van dit programma doen toekomen, in voorkomend geval vergezeld van een passend voorstel,

- uiterlijk 30 juni 2003 een eindrapport over de uitvoering van dit programma doen toekomen.

Deze verslagen zullen eveneens ter informatie aan het Economisch en sociaal Comité worden voorgelegd."

9. Artikel 18 wordt artikel 22 en lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

"1. Onverminderd de acties die in het kader van andere communautaire programma's worden gefinancierd, worden de financiële middelen voor de uitvoering van dit programma voor het tijdvak van 1 januari 1996 tot en met 31 december 2002, vastgesteld op 136 miljoen ECU.

De jaarlijkse kredieten worden toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten."

10. De bijlage wordt geschrapt.

Artikel 2

Beschikking 91/341/EEG van de Raad van 20 juni 1991 tot vaststelling van een communautair actieprogramma voor de beroepsopleiding van douane-ambtenaren (Matthaeusprogramma) wordt opgeschort met ingang van de datum van publicatie van onderhavige beschikking.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

(1) PB L 33 van 4.2.1997, blz. 24.

(2) PB L 187 van 13.7.1991, blz. 41.