51998PC0528

Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van de overeenkomst inzake de Internationale commissie ter bescherming van de Oder /* COM/98/0528 def. - CNS 98/0278 */

Publicatieblad Nr. C 316 van 14/10/1998 blz. 0005


Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van de Overeenkomst inzake de Internationale commissie ter bescherming van de Oder (98/C 316/05) COM(1998) 528 def. - 98/0278(CNS)

(Door de Commissie ingediend op 17 september 1998)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 R, lid 4, in combinatie met artikel 228, lid 2, eerste zin, en lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende dat de Commissie namens de Gemeenschap heeft deelgenomen aan de onderhandelingen ter voorbereiding van een overeenkomst inzake de Internationale commissie ter bescherming van de Oder;

Overwegende dat deze overeenkomst namens de Gemeenschap op 11 april 1996 te Breslau (Polen) is ondertekend;

Overwegende dat deze overeenkomst versterking van de multilaterale samenwerking beoogt, teneinde de verontreiniging van de Oder te voorkomen en te bestrijden, het milieu te beschermen en een duurzaam gebruik van de waterhulpbronnen te waarborgen;

Overwegende dat het milieubeleid van de Commissie in het algemeen een hoog beschermingsniveau beoogt en gebaseerd is op de beginselen van voorzorg en preventie, op het beginsel van bestrijding aan de bron van milieuaantastingen en op het beginsel van de vervuiler betaalt;

Overwegende dat de Gemeenschap en de lidstaten binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden samenwerken met de derde landen en de bevoegde internationale organisaties;

Overwegende dat de sluiting van de overeenkomst door de Gemeenschap bijdraagt tot verwezenlijking van de doelstelling van artikel 130 R van het Verdrag,

BESLUIT ALS VOLGT:

Artikel 1

De Overeenkomst inzake de Internationale commissie ter bescherming van de Oder wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is vervat in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (of personen) aan te duiden die gemachtigd zijn tot neerlegging van de ratificatieakte bij het secretariaat-generaal van de Raad overeenkomstig artikel 18, lid 2, van de overeenkomst.

BIJLAGE

OVEREENKOMST INZAKE DE INTERNATIONALE COMMISSIE TER BESCHERMING VAN DE ODER TEGEN VERONTREINIGING

DE REGERINGEN VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK POLEN

en

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK

alsmede

DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

die voortaan als de overeenkomstsluitende partijen worden aangeduid,

Overtuigd van de noodzaak de ecologische toestand van de Oder en het Stettiner Haff met inbegrip van hun stroomgebieden te verbeteren,

Met de bedoeling verdere verontreiniging van deze wateren te voorkomen,

Ernaar strevend de belasting van de Oostzee blijvend te verminderen,

Overtuigd van de urgentie van deze taken,

Met de bedoeling de op dit gebied reeds bestaande samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen te versterken,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

1. De overeenkomstsluitende partijen werken op het gebied van de bescherming tegen verontreiniging van het watermilieu van de Oder en het Stettiner Haff met inbegrip van hun stroomgebieden, hierna de Oder te noemen samen in het kader van de Internationale commissie ter bescherming van de Oder tegen verontreiniging, hierna commissie te noemen.

2. Zij streven hierbij in het bijzonder het volgende na:

a) de belasting van de Oder en de Oostzee met schadelijke stoffen te voorkomen en blijvend te verminderen,

b) zo natuurlijk mogelijke aquatische en daarmee samenhangende terrestrische ecosystemen met bijbehorende soortendiversiteit te realiseren,

c) exploitatie van de Oder, met name drinkwaterwinning uit oeverfiltraat en gebruik van water en sedimenten voor landbouwdoeleinden mogelijk te maken.

3. Teneinde deze doelstellingen te verwezenlijken stellen de overeenkomstsluitende partijen in het kader van de commissie gemeenschappelijke actieprogramma's op met tijdschema's voor de realisering ervan. De actieprogramma's kunnen indien nodig stapsgewijs worden aangevuld.

4. Ter verwezenlijking van deze doelstellingen bevorderen de overeenkomstsluitende partijen de uitwisseling van moderne technologieën ter voorkoming en vermindering van waterverontreiniging op basis van privaatrechtelijke overeenkomsten.

Artikel 2

1. De commissie zal met name

a) overzichten opstellen van belangrijke puntbronnen van verontreinigingen, ramingen maken van de belasting van het oppervlaktewater uit diffuse bronnen en beide gegevensverzamelingen, ingedeeld naar sectoren en de belangrijkste soorten van verontreiniging, aanvullen en bijhouden,

b) grenswaarden voorstellen voor de lozingen van afvalwater,

c) kwaliteitsdoelstellingen voor wateren voorstellen, rekening houdende met de eisen inzake watergebruik, de bijzondere bepalingen ter bescherming van de Oostzee en de aquatische en daarmee samenhangende terrestrische ecosystemen,

d) gemeenschappelijke meet- en onderzoekprogramma's voorstellen om de kwantiteit en kwaliteit van het water en de kwaliteit van de sedimenten te bepalen, om de toestand van de aquatische en de daarmee verbonden terrestrische levensgemeenschappen te beoordelen, om indien nodig de gevolgen van de belasting van het water in te schatten en om de resultaten daarvan toe te lichten en te evalueren,

e) uniforme methoden opstellen voor classificering van de kwaliteit van het water,

f) verzamelde gegevens en informatie, die voor de bescherming van de Oder noodzakelijk zijn analyseren, met name ook ten aanzien van kwesties betreffende de hydrologie en een evenwichtige waterhuishouding,

g) actieprogramma's voorstellen ter vermindering van de verontreiniging van het water door schadelijke stoffen, zowel uit gemeentelijke en industriële puntbronnen als uit diffuse bronnen alsmede verdere maatregelen met tijdschema's, kostenraming en financieringsmogelijkheden,

h) maatregelen ter voorkoming en bestrijding van uitzonderlijke belasting van het water voorstellen alsmede een uniform alarm- en waarschuwingssysteem uitwerken en dit aan de hand van de opgedane ervaringen aanpassen,

i) de betekenis van de diverse biotoopelementen voor het aquatisch milieu met inbegrip van de ecomorfologie aangeven en voorstellen uitwerken voor instandhouding en herstel en voor bescherming van de aquatische en daarmee samenhangende terrestrische ecosystemen,

j) advies verstrekken over geplande en bestaande vormen van watergebruik die belangrijke grensoverschrijdende effecten zouden kunnen hebben,

k) de samenwerking in het kader van wetenschappelijke of onderzoeksprojecten en op het gebied van informatie-uitwisseling bevorderen, met name waar het gaat om de stand van de techniek en moderne technieken ter voorkoming en vermindering van waterverontreiniging.

2. De commissie houdt zich ook bezig met bescherming van het water tegen verontreiniging voorzover deze wordt veroorzaakt door de visserij, de scheepvaart of andere manieren van watergebruik.

3. De commissie kan met goedvinden van de verdragsluitende partijen met nog meer taken belast worden.

Artikel 3

De overeenkomst geldt voor het grondgebied van de Republiek Polen en de Tsjechische Republiek alsmede voor de gebieden waar het verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van toepassing is.

Artikel 4

1. De commissie verricht haar werkzaamheden overeenkomstig de wetten van de overeenkomstsluitende partijen.

2. Ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst legt de commissie aan de overeenkomstsluitende partijen voorstellen en aanbevelingen voor.

3. De overeenkomstsluitende partijen informeren de commissie binnen bepaalde termijnen over de voorwaarden en middelen die ter verwezenlijking van de doelstellingen vereist zijn, alsmede over passende maatregelen en de resultaten daarvan.

Artikel 5

1. De commissie bestaat uit delegaties van de overeenkomstsluitende partijen. Iedere partij benoemt ten hoogste vijf afgevaardigden, waaronder een delegatieleider en diens plaatsvervanger alsmede maximaal vijf plaatsvervangende afgevaardigden.

2. Iedere delegatie kan voor de behandeling van bepaalde vraagstukken een beroep doen op door haar aan te wijzen deskundigen.

3. De commissie stelt haar huishoudelijk reglement vast.

Artikel 6

1. Het voorzitterschap van de commissie wordt afwisselend door de delegaties van de overeenkomstsluitende partijen uitgeoefend. De modaliteiten van de uitoefening van het voorzitterschap en de daaraan verbonden werkzaamheden worden in het huishoudelijk reglement van de commissie geregeld. De delegatie die het voorzitterschap uitoefent wijst een van haar leden aan als voorzitter van de commissie. Deze delegatie kan voor de duur van het voorzitterschap een bijkomende afgevaardigde aanwijzen.

2. In de regel treedt de voorzitter tijdens de zittingen van de commissie niet op als woordvoerder van zijn delegatie.

Artikel 7

1. De commissie komt ten minste éénmaal per jaar op uitnodiging van de voorzitter op een door hem vast te stellen plaats in gewone zitting bijeen.

2. Wanneer minstens één delegatie hierom vraagt moet de voorzitter een buitengewone vergadering bijeenroepen.

3. Tussen de vergaderingen van de commissie door kunnen er beraadslagingen van de delegatieleiders plaatsvinden.

4. De voorzitter stelt de agenda voor. Iedere delegatie heeft het recht onderwerpen op de agenda te doen plaatsen die zij behandeld wenst te zien.

Artikel 8

1. Iedere delegatie heeft één stem.

2. Bij de besprekingen en besluiten in het kader van deze overeenkomst alsmede bij de uitvoering daarvan handelen de Europese Economische Gemeenschap en de Bondsrepubliek Duitsland binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden. De Europese Gemeenschap oefent haar stemrecht niet uit in gevallen waarin de Bondsrepubliek Duitsland bevoegd is; hetzelfde geldt in het omgekeerde geval.

3. De besluiten, voorstellen en aanbevelingen van de commissie komen met eenparigheid van stemmen tot stand; er kan een schriftelijke procedure worden gevolgd onder de in het huishoudelijke reglement vast te leggen voorwaarden.

4. Stemonthouding staat eenstemmigheid niet in de weg wanneer alle delegaties aanwezig zijn.

Artikel 9

1. De commissie stelt voor de uitvoering van bepaalde taken werkgroepen in.

2. De werkgroepen bestaan uit door iedere delegatie aangewezen deskundigen.

3. De commissie bepaalt de taken en het aantal leden van iedere werkgroep en stelt vast wie het voorzitterschap bekleedt.

Artikel 10

De commissie bezit rechtspersoonlijkheid. Haar rechts- en handelingsbevoegdheid zijn onderworpen aan het recht van de staat waarin haar secretariaat is gevestigd. De commissie wordt vertegenwoordigd door haar voorzitter. De voorzitter kan met inachtneming van het huishoudelijk reglement zijn vertegenwoordiging regelen.

Artikel 11

Ter voorbereiding en uitvoering van haar werkzaamheden richt de commissie een secretariaat op. De werkzaamheden van het secretariaat worden door de commissie in het huishoudelijk reglement geregeld. Vestigingsplaats van het secretariaat is Breslau.

Artikel 12

De commissie kan voor onderzoek naar specifieke vraagstukken binnen haar begroting gebruik maken van de diensten van deskundigen of gespecialiseerde instellingen.

Artikel 13

1. De commissie beslist overeenkomstig de doelstellingen van deze overeenkomst over de samenwerking met internationale en nationale organisaties wier activiteiten met waterbescherming verband houden.

2. De commissie maakt de resultaten van haar werkzaamheden, programma's en maatregelen openbaar.

Artikel 14

De commissie brengt ten minste om de twee jaar aan de overeenkomstsluitende partijen verslag uit van haar werkzaamheden, en stelt indien nodig ook aanvullende verslagen op, met name over uitgevoerde maatregelen alsmede de resultaten van onderzoek en de evaluatie daarvan.

Artikel 15

1. Iedere overeenkomstsluitende partij draagt de kosten van haar vertegenwoordiging in de commissie en in de werkgroepen.

2. De overige kosten van de werkzaamheden van de commissie, met inbegrip van de kosten van het secretariaat, komen ten laste van de begroting van de commissie. De bijdragen van de overeenkomstsluitende partijen in de begroting van de commissie zijn als volgt vastgesteld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. De commissie stelt haar begroting vast en bevestigt de nakoming van de begrotingsverplichtingen. De details worden geregeld in het huishoudelijk reglement.

4. De begroting van de commissie wordt behalve door de bijdragen van de overeenkomstsluitende partijen ook gefinancierd met giften, subsidies, interesten en middelen uit andere bronnen.

Artikel 16

1. De onderhavige overeenkomst laat de rechten en plichten van de overeenkomstsluitende partijen die uit die en multilaterale overeenkomsten voortvloeien onverlet.

2. De commissie onderzoekt met de toestemming van de overeenkomstsluitende partijen, in hoeverre het mogelijk en doelmatig is om, onder meer ter voorkoming van dubbel werk, de uit de bestaande overeenkomsten voortvloeiende rechten en plichten van de overeenkomstsluitende partijen onderling aan te passen en doet indien nodig passende aanbevelingen.

Artikel 17

De werktalen van de commissie zijn het Duits, het Pools en het Tsjechisch.

Artikel 18

1. Deze overeenkomst moet conform het geldende recht van de overeenkomstsluitende partijen worden geratificeerd of bekrachtigd.

2. De ratificatie- of bekrachtigingsakten worden gedeponeerd bij het algemeen secretariaat van de Raad van de Europese Unie dat als depositaris optreedt. De depositaris zal de overige overeenkomstsluitende partijen van de bewaargeving van iedere ratificatie- of bekrachtigingsakte in kennis stellen.

3. Deze overeenkomst treedt in werking dertig dagen na de dag waarop de laatste ratificatieakte of de bekrachtigingsoorkonde bij de depositaris is neergelegd. De depositaris deelt de datum van de inwerkingtreding van de overeenkomst mede aan de overeenkomstsluitende partijen.

Artikel 19

1. De overeenkomst wordt gesloten voor onbepaalde tijd.

2. Vijf jaar na de inwerkingtreding kan deze overeenkomst door iedere verdragsluitende partij te allen tijde middels kennisgeving aan de depositaris worden opgezegd. De overeenkomst treedt voor de opzeggende partij een jaar na ontvangst van de desbetreffende nota door de depositaris buiten werking.

Artikel 20

Deze overeenkomst, opgesteld in een exemplaar in de Duitse, de Poolse en de Tsjechische taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek, wordt neergelegd bij het archief van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie. De depositaris doet iedere overeenkomstsluitende partij een gewaarmerkt afschrift daarvan toekomen.

Gedaan te Breslau, op 11 april 1996.

Voor de regering van de Bondsrepubliek Duitsland

Voor de regering van de Republiek Polen

Voor de regering van de Tsjechische Republiek

Voor de Europese Gemeenschap