51998IP0391

Resolutie over de bosbranden in Noord-Brazilië en Zuidoost- Azië

Publicatieblad Nr. C 138 van 04/05/1998 blz. 0173


B4-0391, 0396, 0404, 0405, 0410, 0415, 0418 en 0421/98

Resolutie over de bosbranden in Noord-Brazilië en Zuidoost-Azië

Het Europees Parlement,

- onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de bescherming van de tropische bossen en met name die van 23 oktober 1997 over de bosbranden en luchtverontreiniging in Zuidoost-Azië ((PB C 339 van 10.11.1997, blz. 159.)) en over de bosbranden in het Braziliaanse Amazonegebied ((PB C 339 van 10.11.1997, blz. 163.)),

- onder verwijzing naar verordening (EG) nr. 3062/95 van de Raad van 20 december 1995 betreffende maatregelen op het gebied van tropische bossen ((PB L 327 van 30.12.1995, blz. 9.)),

- gelet op de bepalingen van het Verdrag inzake biologische diversiteit en gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende de strategie van de Europese Gemeenschap inzake biodiversiteit (COM(98)0042 - C4-0140/98);

A. overwegende dat de deelstaat Roraima (in Noord-Brazilië bij de grens met Venezuela) door enorme branden geteisterd wordt en dat daarbij volgens het Braziliaanse Milieubureau (IBAMA) sedert december 1997 reeds honderdduizenden hectaren savanne en tropisch bos in vlammen zijn opgegaan en een gebied van 5 miljoen hectaren bedreigd wordt,

B. met grote bezorgdheid kennis nemend van de nog altijd voortwoedende branden die grote delen van de tropische bossen op het Indonesische eiland Kalimantan hebben verwoest,

C. overwegende dat de ernstige situatie nog veel erger is geworden door de grootste droogte in de regio sinds vele jaren, die gepaard ging met ongewoon harde winden en dat beide verschijnselen, naar men aanneemt, verband houden met de gevolgen van het fenomeen "El Niño",

D. onderstrepend dat miljoenen mensen met name de inheemse volkeren die in de regenbossen wonen zoals de Yanomami, Macuxi en Wapixana en de bevolking van Kalimantan, wier bestaan ernstig wordt bedreigd door het om zich heen grijpende vuur ook rechtstreeks te lijden hebben onder de negatieve gevolgen van deze bosbranden, zoals gebrek aan voedsel, economische ontwrichting en gezondheidsproblemen,

E. overwegende dat de Braziliaanse autoriteiten heel weinig middelen ter bestrijding van de branden beschikbaar stellen hoewel de gouverneur van de deelstaat Roraima de noodtoestand heeft uitgeroepen, en overwegende dat er kostbare tijd verloren is gegaan omdat het IBAMA om onbegrijpelijke redenen weigerachtig staat tegenover hulpverlening door gespecialiseerde teams van de Verenigde Naties,

F. vaststellend dat nationale regeringen in Zuidoost-Azië tot dusverre veelal onvoldoende maatregelen hebben genomen om de uitbarsting van deze branden te voorkomen en in enkele gevallen zelfs het uitbreken van onbeheersbare branden in de hand hebben gewerkt, bijvoorbeeld door het mega-rijst-project op Kalimantan,

G. overwegende dat 1,5 miljoen hectare van het megarijstproject door zijn natuurlijke karakteristieken ongeschikt is voor zo'n grootschalige rijstbebouwing en dat de Indonesische regering ondanks de tegengestelde aanbevelingen in een milieueffectstudie, vasthoudt aan dit project zonder concrete maatregelen te nemen om totale leegkap en verwoesting van het milieu door de machtige en politiek goed ingevoerde houtmaatschappijen te voorkomen,

H. overwegende dat het tropische bos ecologisch, economisch en uit een oogpunt van wetenschappelijk onderzoek van groot belang is voor de regio en voor de gehele wereld en wel als factor die het evenwicht van het klimaat bepaalt en als reservoir voor de biodiversiteit,

I. overwegende dat sommige NGO's ten aanzien van het behoud en het duurzaam beheer van het tropische bos een belangrijke rol spelen, met name door de bevoorrechte relatie welke zij vaak met de plaatselijke bevolkingsgroepen weten op te bouwen alsook door hun gedecentraliseerde structuur,

J. overwegende dat het de bescherming van het tropische bos tot een budgettaire prioriteit heeft verheven en overwegende dat begrotingslijn B7-6201 niet optimaal uitgevoerd wordt,

1. verzoekt de Braziliaanse autoriteiten alles in het werk te stellen opdat sneller ter plaatse hulp kan worden geboden en met name onverwijld ingegaan wordt op het aanbod van de Verenigde Naties (UNEP/OCHA) een gespecialiseerd brandbestrijdingsteam ter beschikking te stellen;

2. verzoekt de internationale gemeenschap en met name de EU onverwijld financiële steun en technische expertise ter beschikking te stellen opdat de brandbestrijdingsteams de bosbranden meester kunnen worden, en met spoed humanitaire hulp te verlenen aan de slachtoffers van de bosbranden;

3. onderstreept dat de indiaanse bevolkingsgroepen medische voorzieningen behoeven omdat zij blootgesteld zijn aan ziekten als malaria en aandoeningen van de luchtwegen;

4. dringt er bij de Indonesische regering op aan de activiteiten in het kader van het mega-rijst-project op Kalimantan te staken en verzoekt de Commissie en de Raad de Indonesische regering de nodige steun te geven voor de ontwikkeling van alternatieve projecten voor het mega-rijst-project met het oog op het herstel van de verwoeste gebieden, en een geïntegreerde aanpak te volgen voor het behoud van de tropische veenmoerasbossen in de regio en voor invoering van een "ecologische planningunit" in midden-Kalimantan; verzoekt hen een conferentie over het mega-rijst-project te organiseren;

5. verzoekt de regeringen in de regio's om doeltreffende wetgeving vast te stellen ter bestrijding van kap- en afbrandmethodes om bouwland te verkrijgen, landhervormingen in te voeren die bedoeld zijn om boeren zonder land een alternatief te geven voor het bezetten van stukken regenbos en fondsen beschikbaar te stellen voor onderzoek en maatregelen die bedoeld zijn ter waarborging van een betere bescherming van de regenwouden;

6. verzoekt de Commissie en de Raad de betrokken nationale autoriteiten de nodige steun te geven om duurzame alternatieven te ontwikkelen ter vervanging van de huidige activiteiten die voor een groot deel bijdragen aan de vernietiging van de tropische regenwouden;

7. verzoekt de G8 die in mei 1998 in Birmingham bijeen komt maatregelen voor te stellen met het oog op een gemeenschappelijk optreden in VN-verband dat gericht is op:

- doelmatiger bestrijding van illegale overexploitatie van het Amazonewoud,

- het creëren van een structuur welke het mogelijk maakt snel te reageren, op korte termijn wederzijds hulp te verlenen en het optreden van gespecialiseerde natuurrampbestrijdingsteams te coördineren;

8. wijst erop dat de ITTO (International Tropical Timber Organization) op duurzame bosbouw gerichte criteria moet hanteren;

9. stelt vast dat er nog altijd illegaal hout wordt uitgevoerd, ondanks het Cambodjaanse uitvoerverbod dat door Thailand en Vietnam wordt gesteund; verzoekt de Commissie en de lidstaten derhalve deze kwestie aan de orde te stellen op de ASEM-conferentie en dringt erop aan dat een eind wordt gemaakt aan dergelijke illegale praktijken;

10. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan initiatieven te ontplooien in het kader van het IMF, de Wereldbank en de ITTO (Internationale Organisatie voor de Houthandel) om onderhandelingen aan te gaan met de regeringen van Indonesië en Brazilië om een duurzaam bosbeheer te stimuleren en de eerbiediging van het milieu en de rechten van de inheemse bevolking in stand te houden, met name bij door de regering gesteunde en gesubsidieerde ontwikkelingsprojecten;

11. verzoekt de Commissie om in het kader van haar programma inzake onderzoek en technologische ontwikkeling ten behoeve van de ontwikkelingslanden bijzondere aandacht te besteden aan de vraagstukken in verband met de duurzame exploitatie van tropische bossen;

12. is van mening dat een civiele aansprakelijkheidsregeling voor milieuschade een afdoend middel kan zijn tegen in dat opzicht onverantwoordelijk gedrag en stelt voor zich daar in het kader van een internationaal verdrag over de bossen over te buigen en daarbij uit te gaan van de op de Wereldconferentie over milieu en ontwikkeling in 1992 in Rio gedane toezeggingen;

13. verzoekt de Commissie haar interne procedures zoveel mogelijk te bespoedigen opdat de op post B7-6201"Tropische bossen" uit voorgaande begrotingsjaren beschikbare kredieten op zo kort mogelijke termijn aangewend worden om doelmatig bij te dragen aan de activiteiten van de bij ontwikkelingsprojecten in het veld betrokken partners;

14. betreurt dat het door de Europese Unie gesteunde ontwerp voor een internationaal verdrag inzake bescherming van de bossen op de Topconferentie over milieu en ontwikkeling in juni 1997 in New York verworpen is en verzoekt de Commissie haar voorstel opnieuw in te dienen;

15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de leden van de G8, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de regeringen van de betrokken landen in Latijns-Amerika en Zuidoost-Azië, de Wereldbank, de Internationale organisatie voor tropisch hout en de ASEM.