Advies van het Comité van de Regio's over het "Voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad betreffende de gecoördineerde invoering van mobiele en draadloze communicatie (UMTS) in de Gemeenschap" CdR 159/98 fin
Publicatieblad Nr. C 373 van 02/12/1998 blz. 0023
Advies van het Comité van de Regio's over het "Voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad betreffende de gecoördineerde invoering van mobiele en draadloze communicatie (UMTS) in de Gemeenschap" (98/C 373/04) HET COMITÉ VAN DE REGIO'S, gezien "Voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad betreffende de gecoördineerde invoering van mobiele en draadloze communicatie (UMTS) in de Gemeenschap" (COM(98) 58 def. - 98/0051 COD) (); gezien het besluit van de Raad d.d. 24 maart 1998, overeenkomstig artikel 198 C, eerste alinea, van het EG-Verdrag hem over dit onderwerp te raadplegen; gezien het besluit van zijn Bureau d.d. 15 juli 10 juni 1998, commissie 3 "Trans-Europese netwerken, vervoer, informatiemaatschappij" te belasten met de voorbereiding van dit advies; gezien het door commissie 3 op 7 juli 1998 goedgekeurde ontwerpadvies (CDR 159/98 rev.) (rapporteur: de heer Nordström), heeft tijdens zijn 25e zitting d.d. 16 en 17 september 1998 (vergadering van 17 september) het volgende advies met algemene stemmen goedgekeurd. 1. Inleiding 1.1. Dit voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en van de Raad bevat een aantal voorschriften voor de gecoördineerde invoering door de lid-staten van de derde generatie mobiele en draadloze communicatiesystemen in de Europese Unie op basis van het huidige regelgevingskader van de Europese Unie. UMTS zal de gebruikers naast mobiele telefonie en berichtendiensten, die ook nu al beschikbaar zijn, tevens draadloze toegang tot het Internet en andere multimediadiensten bieden. 1.2. De Commissie heeft op 15 oktober 1997 een mededeling over strategische en beleidsoriëntaties met betrekking tot de verdere ontwikkeling van mobiele en draadloze communicatie (UMTS) gepresenteerd. In deze mededeling werd verslag gedaan van de besprekingen met de lid-staten en de marktdeelnemers op basis van een voorgaande mededeling van 29 mei 1997 en werd een actieplan geschetst voor het creëren van een gunstig klimaat voor de ontwikkeling van UMTS. 1.3. De voorgestelde beschikking is een antwoord op het verzoek van de Raad aan de Commissie om "begin 1998 een voorstel in te dienen voor een beschikking van het Europees Parlement en van de Raad waarmee richtsnoeren met betrekking tot de grond van de zaak kunnen worden vastgesteld en waardoor binnen het bestaande communautaire rechtskader de vroegtijdige verlening van vergunningen voor UMTS-diensten wordt vergemakkelijkt, alsmede, voorzover van toepassing en op basis van de bestaande bevoegdheidsverdeling, met betrekking tot de gecoördineerde toewijzing van frequenties in de Gemeenschap en pan-Europese roaming". 2. Achtergrond 2.1. In het Groenboek van 1994 over mobiele en persoonlijke communicatie is al de nadruk gelegd op het belang van de toekomstige ontwikkeling van mobiele en persoonlijke communicatie in de Gemeenschap en wereldwijd. De Commissie heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de tweede generatie mobiele communicatiesystemen zoals GSM en aanverwante digitale communicatiediensten. Deze vormen nu, met ruim 70 miljoen gebruikers in meer dan 110 landen, een groot marktsucces. Momenteel doen ook mobiele communicatiesystemen voor de koppeling van computers en de toegang tot het Internet, evenals persoonlijke communicatiesystemen met behulp van satellieten hun intrede op de markt. De ontwikkeling hiervan vindt plaats tegen de achtergrond van de volledige liberalisering van de telecommunicatiemarkten die in de meeste lid-staten op 1 januari 1998 voltooid werd. 2.2. Voortbouwend op deze ontwikkelingen werkt de communicatie-industrie aan een strategische visie op de volgende generatie mobiele systemen die in Europa met de term Universeel Mobiel TelecommunicatieSysteem (UMTS) wordt aangeduid. Daartoe moet worden gekeken naar en de bijzonderheden van de toekomstige dienstenconcepten en gebruikerseisen zodat de behoeften ten aanzien van regelgeving, frequentietoewijzing en normalisatie op communautair en nationaal niveau kunnen worden vastgesteld. 2.3. De Europese markt voor cellulaire mobiele diensten zoals UMTS zal in het jaar 2005 met ongeveer 200 miljoen abonnees naar verwachting een jaaromzet van 100 miljard ecu bereiken. Wereldwijd zal de groei vermoedelijk nog sneller gaan, vooral in Azië. UMTS moet in de Gemeenschap tienduizenden nieuwe arbeidsplaatsen opleveren in een zeer geavanceerde en strategische sector van de economie. 2.4. De eerste fase van de ontwikkeling van UMTS moet nog voor eind 2002 tot de invoering van UMTS-diensten leiden. 2.5. Dit is doorslaggevend voor de strategie voor de invoering van UMTS in de Europese Unie rekening houdende met de noodzaak om de UMTS-norm te promoten als onmisbaar element van de aanbeveling voor de volgende generatie van systemen voor mobiele communicatie (IMT 2000 genaamd), die momenteel door de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU) wordt ontwikkeld en in 2000 moet worden geïmplementeerd; het akkoord dat op 29 januari 1998 in ETSI-verband is bereikt over de radiointerfacetechnologie maakt UMTS tot een sterke kandidaat om als wereldwijde standaard te worden geaccepteerd. 3. Samenvatting van de voorgestelde beschikking 3.1. Algemene en concrete doelstellingen van de voorgestelde beschikking 3.1.1. Het doel van de beschikking is om op zo kort mogelijke termijn op het niveau van de Gemeenschap geschikte maatregelen te treffen met betrekking tot een geharmoniseerde invoering van UMTS in de Europese Unie waarvoor de vergunningenrichtlijn of individueel optreden van de lid-staten niet volstaat. 3.1.2. Een beschikking van de Europese Unie wordt gezien als het meest doeltreffende instrument om te zorgen voor een geharmoniseerde en snelle invoering van compatibele UMTS-diensten waarbij in geheel Europa roaming mogelijk is voor de toekomstige UMTS-diensten. Daartoe moeten op korte termijn in geheel Europa frequenties voor UMTS worden gereserveerd, alsmede open en internationaal concurrerende normen worden vastgesteld, zodat de ontwikkeling van diensten die de gehele Gemeenschap en geheel Europa bestrijken, gegarandeerd is. 3.1.3. Deze beschikking verruimt het harmonisatieproces van de vergunningenrichtlijn, waarbij de CEPT en het Vergunningencomité zijn betrokken. Dit geldt zowel voor algemene machtigingen als voor individuele vergunningen. De beschikking eist ook dat de vergunningen worden gebaseerd op door het ETSI ontwikkelde Europese normen, waar beschikbaar. 3.2. Samenvatting en inhoud van de voorgestelde beschikking 3.2.1. Artikel 1 definieert de basisdoelstelling van de beschikking. 3.2.2. Artikel 2 geeft een definitie van UMTS. De Raad heeft om richtsnoeren voor de essentie van het concept gevraagd. UMTS is een nieuwe generatie van diensten die moet worden gedefinieerd rekening houdende met de technische vooruitgang en het werk in ITU-verband en in de industrie. Een duidelijke definitie van UMTS is bevorderlijk voor de harmonisatie van UMTS binnen de Europese Unie. 3.2.3. In artikel 3 staan de belangrijkste uitgangspunten voor het stelsel van gecoördineerde vergunningen van de lid-staten. 3.2.4. Lid 1 bepaalt dat de lid-staten alle nodige maatregelen moeten treffen om vóór 1 januari 2002 op hun grondgebied het geharmoniseerde aanbod van UMTS-diensten uiterlijk op 1 januari 2000 het mogelijk te maken; met name moeten zij vergunningenstelsel daarvoor hebben opgezet. 3.2.5. Lid 2 voorziet in harmonisatie van de frequentiebanden door de CEPT met inachtneming van de door het ETSI ontwikkelde Europese normen, in het bijzonder een internationaal concurrerende radiointerface. Deze vergunningen moeten roaming door de gehele Gemeenschap mogelijk maken. 3.2.6. Lid 3 bepaalt dat de in bijlage I opgenomen basiskenmerken van UMTS door de lid-staten moeten worden geïmplementeerd bij de afgifte van de vergunningen. 3.2.7. Lid 4 bevat een vrijwaringsclausule voor het geval dat systemen niet compatibel zijn of er onvoldoende frequenties beschikbaar zijn om ruimte te bieden aan alle systemen. De lid-staten moeten hun vergunningsprocedures op elkaar afstemmen zodat in de Gemeenschap alleen vergunningen worden afgegeven voor compatibele UMTS-diensten. 3.2.8. Artikel 4 heeft betrekking op de rechten en plichten inzake roaming. 3.2.9. Lid 1 verplicht de lid-staten ertoe ervoor te zorgen dat organisaties die UMTS-netwerkfaciliteiten aanbieden, het recht en de plicht hebben om roaming-overeenkomsten te sluiten met andere soortgelijke organisaties teneinde voor een naadloze Europese dekking te zorgen. 3.2.10. Lid 2 staat de lid-staten toe maatregelen te treffen zoals het bevorderen van overeenkomsten tussen exploitanten binnen de grenzen van het Gemeenschapsrecht om de dekking van minder bevolkte gebieden te garanderen. 3.2.11. Artikel 5 regelt de samenwerking met de CEPT. De CEPT/ECTRA en de CEPT/ERC krijgen opdrachten om het frequentiegebruik en de vergunningsvoorwaarden voor UMTS-netwerken en -diensten te harmoniseren. In bijlage II is een tijdschema opgenomen. Na voltooiing van zo'n opdracht zal volgens comitéprocedure IIb worden besloten of de resultaten van de werkzaamheden die in het kader van de opdracht zijn verricht, in de Gemeenschap zullen worden toegepast. Lid 3 van dit artikel geeft aan wat kan worden gedaan ingeval dit proces vertraging ondervindt. 3.2.12. Artikel 6 voorziet in samenwerking met het ETSI wanneer dit nodig is voor het promoten van een gemeenschappelijke en open norm voor de levering van compatibele UMTS-diensten, rekening houdende met de omstandigheden wereldwijd, onder de partners binnen de Internationale Telecommunicatie-unie. 3.2.13. In artikel 7 is de comitéprocedure vastgelegd. Het comité is het Vergunningencomité dat bij Richtlijn 97/13/EG (de vergunningenrichtlijn) is ingesteld. 3.2.14. Artikel 8 bepaalt dat de Commissie het comité regelmatig op de hoogte brengt van de resultaten van zijn besprekingen en dat het comité de informatie-uitwisseling tussen de Commissie en de lid-staten over UMTS bevordert. 3.2.15. Artikel 9 betreft de internationale aspecten. De Commissie dient de nodige maatregelen te treffen om de invoering van UMTS-diensten in derde landen en het vrij verkeer van UMTS-apparatuur te bevorderen. Zij moet voorts ernaar streven dat bestaande internationale afspraken worden nagekomen en zij kan vragen om een specifiek mandaat voor de sluiting van nieuwe overeenkomsten. 3.2.16. Artikel 10 eist van de lid-staten dat zij de Commissie op haar verzoek alle informatie verschaffen die nodig is voor de tenuitvoerlegging van de beschikking. 3.2.17. Artikel 11 bevat standaardbepalingen ten aanzien van de vertrouwelijkheid. 3.2.18. Artikel 12 stelt de geldigheidsduur van de beschikking op vier jaar. 3.2.19. Artikel 13 bepaalt dat de Commissie na twee jaar verslag moet uitbrengen aan de Raad en het Parlement. 3.2.20. Artikel 14 bevat de standaardbepaling ten aanzien van de tenuitvoerlegging door de lid-staten. 3.2.21. Artikel 15 bepaalt dat de beschikking tot de lid-staten is gericht. 4. Stellingname van het Comité van de Regio's 4.1. Het stemt het Comité van de Regio's zeer tot voldoening dat de Commissie een voorstel heeft ingediend waardoor binnen de Unie op efficiënte en vooruitziende wijze gebruik kan worden gemaakt van UMTS. Gezien het snelle tempo waarin de huidige technische ontwikkeling op dit gebied zich voltrekt, is het bijzonder toe te juichen dat dit voorstel zó flexibel van opzet is dat het de mogelijkheid biedt om steeds in te spelen op de gewijzigde omstandigheden. 4.2. UMTS zal een belangrijke rol vervullen ten behoeve van bevolking en bedrijfsleven, en niet in de laatste plaats ten behoeve van overheidsinstanties die diensten produceren voor de bevolking van groot belang zijn. 4.3. Doordat dank zij UMTS informatie kan worden verspreid en kan worden gecommuniceerd zonder aangewezen te zijn op vaste lijnvoorzieningen, zullen in de toekomst groepen kunnen worden bereikt alsook afgelegen regio's die ten tijde van de conventionele techniek slechts tegen hoge kosten konden worden bediend. Het Comité van de Regio's acht het bijzonder van belang te benadrukken dat de UMTS-dienst één van legio instrumenten is om de dienstverlening en ontwikkeling van alle regio's en gemeenten binnen de Unie te vergemakkelijken. 4.4. In het bijzonder wil het Comité van de Regio's de betekenis onderstrepen van datgene waarop de Commissie in punt 33 van haar voorstel de nadruk legt, nl. dat bij de implementatie van UMTS-systemen en -diensten in het bijzonder "rekening dient te worden gehouden met de behoeften van potentiële gebruikersgroepen in diensten van algemeen belang (gezondheid, onderwijs, vervoer, milieu, enz.)". Dit geldt in aanzienlijke mate voor activiteiten die door diensten op plaatselijk en regionaal niveau worden beheerd en geëxploiteerd. 4.5. Het is de bedoeling dat de afgifte van vergunningen voor UMTS-diensten door de overheid van het desbetreffende land of door de desbetreffende regionale overheid geschiedt, afhankelijk van de regeling van de competentie in de lid-staat, geschiedt, waarbij de mogelijkheid moet bestaan ervoor te zorgen dat exploitanten de bediening in dunbevolkte regio's garanderen tegen aanvaardbare prijzen. Dit recht is in de ogen van het Comité van de Regio's van bijzonder belang, en de toepassing daarvan dient constant te worden gevolgd om naderhand te kunnen beschikken over ervaringen waaruit blijkt of deze mogelijkheden daadwerkelijk zijn benut. 4.6. De vergunningverlenende autoriteit dient er op toe te zien dat op de markt waarop diensten op het gebied van multimedia en Internet dienen te worden verleend, van een daadwerkelijke concurrentie sprake is. Deze concurrentie dient niet alleen plaats te vinden tussen exploitanten, maar ook tussen de technologieën om een zo groot mogelijk gedeelte van de bevolking dergelijke diensten te verlenen tegen transparante tarieven. 4.7. Tevens wil het Comité van de Regio's erop wijzen dat - ingeval afzonderlijke landen goedkeuring verlenen voor UMTS-diensten - in het bijzonder gehoor dient te kunnen worden gegeven aan wensen betreffende vergunningen van de kant van bedrijven en organisaties die tot taak hebben te voorzien in de behoeften van plaatselijke en regionale instanties om met de bevolking te kunnen communiceren. Zo niet is het gevaar aanwezig dat het aanbod aan informatie en communicatiemogelijkheden uitsluitend gericht zal zijn op centrale en grootschalige bedrijven en organisaties. 4.8. Voorts vestigt het Comité van de Regio's er de aandacht op dat plaatselijke en regionale instanties mogelijke grote gebruikers van UMTS-diensten zijn. Wil men kunnen komen tot uit kostenoogpunt verantwoorde oplossingen die deze instanties ten goede komen, dan is het zaak dat er in de diverse regio's en plaatselijke entiteiten binnen de EU sprake is van voldoende concurrentie en dat er noch plaatselijk, noch regionaal monopolies ontstaan. Het Comité van de Regio's bepleit dat bij de toewijzing van vergunningen een systeem wordt gehanteerd waardoor de prijs van de vergunning niet onnodig hoog uitvalt. 4.9. Tot slot wil het Comité van de Regio's benadrukken dat als gevolg van de zich in een snel tempo voltrekkende technische ontwikkeling steeds nieuwe technieken op de markt komen en in dit opzicht steeds de behoefte aan normalisatie zich permanent doet gevoelen. In verband hiermee is het zaak dat het Comité van de Regio's als vertegenwoordiger van de bevolking en de politieke organen op plaatselijk en regionaal niveau hierbij ook in de toekomst tijdig wordt betrokken. Brussel, 17 september 1998. De voorzitter van het Comité van de Regio's Manfred DAMMEYER () PB C 131 van 29.4.1998, blz. 9.