Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de regels inzake de deelneming van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten en de regels inzake de verspreiding van de onderzoeksresultaten ter uitvoering van het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap (1998-2002) /* COM/97/0587 def. - SYN 97/0309 */
Publicatieblad Nr. C 040 van 07/02/1998 blz. 0014
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de regels inzake de deelneming van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten en de regels inzake de verspreiding van de onderzoeksresultaten ter uitvoering van het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap (1998-2002) (98/C 40/08) (Voor de EER relevante tekst) COM(97) 587 def./2 - 97/0309(SYN) (Door de Commissie ingediend op 16 december 1997) (Annuleert en vervangt de tekst gepubliceerd in PB C 3 van 7 januari 1998) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 J en artikel 130 O, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité, Overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 189 C van het Verdrag in samenwerking met het Europees Parlement, Overwegende dat het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1998-2002) (hierna "vijfde kaderprogramma" genoemd) is vastgesteld bij Besluit nr. . ./. . ./EG van het Europees Parlement en de Raad; dat de voorwaarden voor deelneming van de Gemeenschap in bijlage IV bij genoemd besluit moeten worden aangevuld met andere overeenkomstig de artikelen 130 J en artikel 130 O, van het Verdrag vast te stellen bepalingen; Overwegende dat de nieuwe bepalingen moeten passen in een volledig, samenhangend en doorzichtig kader, opdat de specifieke programma's waarmee het vijfde kaderprogramma ten uitvoer wordt gelegd, op geharmoniseerde wijze kunnen worden uitgevoerd; Overwegende dat de regels voor de deelneming van ondernemingen, onderzoekcentra en universiteiten rekening moeten houden met de aard van de indirecte werkzaamheden voor onderzoek en technologische ontwikkeling, met inbegrip van demonstratie (hierna "OTO-werkzaamheden" genoemd); dat deze regels variëren naargelang de deelnemer onder een lidstaat, een geassocieerde staat of een derde land valt, en naar gelang van zijn rechtsvorm; Overwegende dat overeenkomstig het vijfde kaderprogramma de deelneming van juridische entiteiten uit derde landen moet worden overwogen met name op basis van internationale overeenkomsten; dat evenwel de inzonderheid op basis van artikel 130 M van het Verdrag met de Gemeenschap gesloten overeenkomsten met inachtneming van wederkerigheid en de intellectuele en industriële eigendom moeten worden uitgevoerd; dat derhalve de juridische entiteiten uit de Gemeenschap werkelijk toegang tot de onderzoekprogramma's van het betrokken derde land moeten hebben; Overwegende dat met name ten aanzien van kleine en middelgrote ondernemingen speciaal de klemtoon moet worden gelegd op indirecte OTO-werkzaamheden, die erop gericht zijn de deelneming van deze ondernemingen te stimuleren voorzover zij in staat zijn aanzienlijk tot het scheppen en in stand houden van werkgelegenheid alsmede tot innovatie bij te dragen; dat in het geval van onderzoek en in continuïteit met het vierde kaderprogramma, niet alleen ondernemingen die vallen onder de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen als opgenomen in Aanbeveling 96/280/EG van de Commissie van 3 april 1996 (1) betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen, in aanmerking moeten worden genomen maar ook ondernemingen met tussen de 250 en 499 werknemers, wegens het werkgelegenheidspotentieel ervan; Overwegende dat het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (hierna "GCO" genoemd) op dezelfde basis als in een lidstaat of een geassocieerde staat gevestigde juridische entiteiten aan de indirecte OTO-werkzaamheden deelneemt; Overwegende dat de financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de deelnemers moet worden betaald na verantwoording van de in aanmerking komende kosten van de indirecte OTO-werkzaamheden, hetgeen niet uitsluit dat andere, passender methoden worden gebruikt; Overwegende dat de OTO-activiteiten moeten worden verricht met inachtneming van de grondbeginselen van onze samenleving en met name van ethische beginselen die tot de selectiecriteria voor voorstellen voor indirecte werkzaamheden op het gebied van OTO moeten behoren; Overwegende dat de regels inzake de verspreiding van de onderzoeksresultaten de bescherming van de met de verkrijging en de benutting van de onderzoeksresultaten verband houdende rechten moeten garanderen; Overwegende dat de regels rekening houden met de belangen van de Gemeenschap en met de legitieme belangen van de na selectie van het voorstel voor indirecte OTO-werkzaamheden in aanmerking genomen contractanten; Overwegende dat de regels ten aanzien van indirecte OTO-werkzaamheden in de regel worden gedifferentieerd naar gelang van de hoogte van de financiële bijdrage van de Gemeenschap of de afstand van de activiteit voor onderzoek en technologische ontwikkeling, met inbegrip van demonstratie, tot de markt; Overwegende dat de eigendom van de uit indirecte OTO-werkzaamheden voortvloeiende kennis in de regel wordt bepaald op grond van de hoogte van de financiële bijdrage van de Gemeenschap; Overwegende dat de in het kader van indirecte OTO-werkzaamheden opgedane kennis moet worden benut of anders verspreid; Overwegende dat exclusiviteitsovereenkomsten nodig kunnen zijn om de exploitatie van deze kennis te vergemakkelijken; dat deze overeenkomsten de toepasselijke mededingingsregels in acht moeten nemen; Overwegende dat ten aanzien van bepaalde indirecte OTO-werkzaamheden door de contractanten een plan voor de toepassing van de technologie moet worden overgelegd, opdat de Commissie de benutting en de verspreiding van de kennis kan volgen; Overwegende dat de uitvoering van de activiteiten voor onderzoek en technologische ontwikkeling, met inbegrip van demonstratie, moet overeenstemmen met de beginselen van goed financieel beheer; Overwegende dat de specifieke programma's, voor zover noodzakelijk voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, de regels voor de deelneming van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten en de regels voor de verspreiding van de onderzoeksresultaten kunnen preciseren of aanvullen; Overwegende dat voor de samenhang tussen de activiteiten uitgevoerd uit hoofde van het vijfde kaderprogramma en die uitgevoerd uit hoofde van Besluit . ./. . ./Euratom van de Raad betreffende het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) voor activiteiten op het gebied van onderzoek en onderwijs (1998-2002), dit besluit en Besluit . ./. . ./Euratom van de Raad betreffende de regels inzake de deelneming van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten ter uitvoering van het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (1998-2002) gelijktijdig en voor dezelfde periode moeten worden vastgesteld, BESLUIT: HOOFDSTUK I: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Definities In dit besluit wordt verstaan onder: a) "OTO-activiteiten": de activiteiten voor onderzoek en technologische ontwikkeling, met inbegrip van demonstratie, als omschreven in bijlage II bij het vijfde kaderprogramma. b) "indirecte OTO-werkzaamheden": één van de twee wijzen van tenuitvoerlegging van OTO-activiteiten, als gepreciseerd in bijlage IV bij het vijfde kaderprogramma. Zij worden door derden onder contract uitgevoerd in het kader van met de Gemeenschap gesloten contracten; het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (hierna "het GCO" genoemd) kan daaraan deelnemen onder de voorwaarden van artikel 7. c) "directe OTO-werkzaamheden": één van de twee wijzen van tenuitvoerlegging van OTO-activiteiten, als gepreciseerd in bijlage IV bij het vijfde kaderprogramma. Zij worden door het GCO uitgevoerd. d) "geassocieerde staat": een staat die partij is bij een internationale overeenkomst welke inzonderheid op basis van artikel 130 M van het Verdrag met de Gemeenschap is gesloten, uit hoofde waarvan deze staat financieel bijdraagt aan het vijfde kaderprogramma. De genoemde overeenkomst heeft betrekking op samenwerking inzake onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie. e) "derde land": een staat die noch een lidstaat noch een geassocieerde staat is. f) "juridische entiteit": - elke natuurlijke persoon of - elke rechtspersoon, voor zover deze opgericht is overeenkomstig het gemeenschapsrecht of het toepasselijke nationale recht en rechtspersoonlijkheid bezit of bevoegd is in eigen naam rechten en verplichtingen te hebben, contracten te sluiten en in rechte op te treden, g) "internationale organisatie": elke vereniging van staten, met uitzondering van de Gemeenschap, die is opgericht op basis van een verdrag of een rechtsinstrument van gelijke strekking, over gemeenschappelijke organen beschikt en los van de rechtspersoonlijkheid van de staten die er deel van uitmaken, rechtspersoonlijkheid bezit. h) "potentieel gebruiker van OTO-resultaten": elke juridische entiteit, elke internationale organisatie of het GCO die wegens hun behoeften en capaciteiten - ongeacht of deze van wetenschappelijke, technologische, economische of maatschappelijke aard zijn - door hun specifieke inbreng in staat zijn ertoe bij te dragen de kennis die uit de indirecte OTO-werkzaamheden voortvloeit te benutten of te laten benutten. i) "kleine en middelgrote ondernemingen" (hierna "KMO" genoemd): - elke onderneming die voldoet aan de criteria van Aanbeveling 96/280/EG van de Commissie betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen, namelijk: i) minder dan 250 personen tewerkstellen, ii) een jaaromzet hebben die niet meer bedraagt dan 40 miljoen ecu of een jaarbalans die niet meer bedraagt dan in totaal 27 miljoen ecu, iii) aan het zelfstandigencriterium in de zin van de aanbeveling voldoet, - elke onderneming met tussen de 1 en 499 werknemers die overigens voldoet aan de andere criteria van de in het vorige streepje genoemde aanbeveling, met name ten aanzien van projecten voor onderzoek in samenwerkingsverband en premies voor de verkennende fase in de zin van bijlage IV bij het vijfde kaderprogramma. j) "kennis": de resultaten van de OTO-activiteiten van het vijfde kaderprogramma. k) "verspreiding": de openbaarmaking van kennis, langs elke geschikte weg met uitzondering van publicatie voortvloeiend uit de formaliteiten ter bescherming van kennis, om de wetenschappelijke en technische vooruitgang te bevorderen. l) "benutting": het directe of indirecte gebruik van kennis in onderzoeksactiviteiten of voor exploitatiedoeleinden. m) "exploitatie": het gebruik van kennis voor de vervaardiging en de verhandeling van een product, of het creëren en verrichten van een dienst. n) "bestaande kennis": de kennis waarover de indieners van een voorstel voor de sluiting van de contracten als bedoeld in artikel 12 van dit besluit beschikken, en die noodzakelijk is voor de goede uitvoering van indirecte OTO-werkzaamheden alsmede de desbetreffende rechten. Artikel 2 Belangen van de Gemeenschap De in de artikelen 6, 16 tot 18 en 20 bedoelde belangen van de Gemeenschap worden met name beoordeeld in het licht van: a) het streven naar verbetering van het internationale concurrentievermogen van de industrie van de Gemeenschap, b) de eisen van ander communautair beleid ter ondersteuning waarvan de OTO-werkzaamheden worden verricht, c) het bestaan van overeenkomsten voor wetenschappelijke en technische samenwerking tussen de Gemeenschap en derde landen of internationale organisaties, d) het streven om adequaat voorrang te geven aan het behoud en het scheppen van werkgelegenheid in de Gemeenschap. HOOFDSTUK II: REGELS INZAKE DE DEELNEMING VAN ONDERNEMINGEN, ONDERZOEKSCENTRA EN UNIVERSITEITEN Artikel 3 Werkingssfeer De in dit hoofdstuk vastgestelde regels zijn van toepassing op de deelneming van juridische entiteiten en internationale organisaties en van het GCO aan indirecte OTO-werkzaamheden. AFDELING 1: DEELNEMINGSVOORWAARDEN Artikel 4 Aantal deelnemers aan indirecte OTO-werkzaamheden 1. Indirecte OTO-werkzaamheden moeten worden verricht door: a) ten minste twee van elkaar onafhankelijke juridische entiteiten die in twee verschillende lidstaten of in één lidstaat en één geassocieerde staat zijn gevestigd of, b) ten minste één juridische entiteit die in een lidstaat of in een geassocieerde staat is gevestigd en het GCO of, c) een of meer in een derde land gevestigde juridische entiteiten of internationale organisaties in samenwerking met het minimale aantal in een lidstaat of in een geassocieerde staat gevestigde juridische entiteiten en het GCO, zoals vereist onder a) of b). 2. indirecte OTO-werkzaamheden die wegens de aard van de te verrichten OTO-activiteit of de aard van de indirecte OTO-werkzaamheden door één enkele deelnemer moeten worden uitgevoerd, moeten worden verricht door: a) een juridische entiteit die in een lidstaat, in een geassocieerde staat of in een derde land gevestigd is, b) een internationale organisatie, c) het GCO. Artikel 5 Voorwaarden voor deelneming van juridische entiteiten uit lidstaten en geassocieerde staten 1. Elke in een lidstaat of een geassocieerde staat gevestigde juridische entiteit kan aan indirecte OTO-werkzaamheden deelnemen en komt voor financiering uit het vijfde kaderprogramma in aanmerking, op voorwaarde dat: a) in het geval van andere dan de onder b) tot e) bedoelde indirecte OTO-werkzaamheden: - de entiteit een activiteit voor onderzoek, technologische ontwikkeling of demonstratie uitoefent of op het punt staat uit te oefenen, of - de entiteit bijdraagt tot de verspreiding en benutting van de resultaten in de zin van het specifieke programma "Innovatie en deelneming van het MKB", of - de entiteit een potentiële gebruikster van OTO-resultaten is; b) in het geval van thematische netten en gecoördineerde werkzaamheden: - de entiteit aan ten minste één van de voorwaarden onder a) voldoet, of - de entiteit door de kennis die zij op het betrokken onderzoeksgebied bezit, in staat is aan de kwaliteit van de te verrichten werkzaamheden een wezenlijke meerwaarde te geven; c) in het geval van premies voor de verkennende fase: de entiteit een KMO is, of zelfs bij wijze van uitzondering, een potentieel gebruikster van OTO-resultaten is. In dit laatste geval komt zij, normaal niet voor financiering uit het vijfde kaderprogramma in aanmerking; d) in het geval van projecten inzake onderzoek in samenwerkingsverband: de entiteit een KMO is die een potentieel gebruikster van OTO-resultaten is; e) en het geval van begeleidende maatregelen: de entiteit over de noodzakelijke technische bekwaamheid beschikt om de betrokken indirecte OTO-werkzaamheden uit te voeren; 2. Wanneer het voorwerp van de indirecte OTO-werkzaamheden dit toelaat moet elke in lid 1 bedoelde juridische entiteit de werkzaamheden hoofdzakelijk op het grondgebied van de lidstaten of de geassocieerde staten verrichten. Artikel 6 Voorwaarden voor de deelneming van juridische entiteiten uit derde landen en van internationale organisaties 1. Onverminderd de in lid 2 vermelde voorwaarden kan elke in een derde land gevestigde juridische entiteit of elke internationale organisatie aan indirecte OTO-werkzaamheden deelnemen, zonder voor financiering uit hoofde van het vijfde kaderprogramma in aanmerking te komen, mits: a) haar deelneming in overeenstemming is met de belangen van de Gemeenschap, b) het aantal deelnemers aan het voorstel voor indirecte OTO-werkzaamheden in overeenstemming is met artikel 4, en c) zij aan de in artikel 5, lid 1, voor juridische entiteiten van lidstaten en geassocieerde staten gestelde voorwaarden voldoet. 2. Elke in een derde land gevestigde juridische entiteit kan deelnemen: a) zonder voor financiering uit het vijfde kaderprogramma in aanmerking te komen: - aan de specifieke programma's die open staan voor het derde land waarin zij is gevestigd, op basis van een met de Gemeenschap, inzonderheid op basis van artikel 130 M van het Verdrag, gesloten internationale overeenkomst, met inachtneming van de in die genoemde overeenkomst vastgelegde beginselen, voorwaarden en grenzen, - aan de specifieke programma's die open staan voor het derde land waarin zij is gevestigd, zonder dat er een internationale overeenkomst gesloten is, overeenkomstig het vijfde kaderprogramma, - in andere gevallen dan in het eerste en het tweede streepje vermeld, aan elk specifieke programma, mits haar deelneming gerechtvaardigd is, dit wil zeggen essentieel voor de tenuitvoerlegging van het gehele of een deel van het specifieke programma overeenkomstig de doelstellingen van dat programma; b) terwijl zij bij wijze van uitzondering voor financiering uit het vijfde kaderprogramma in aanmerking komt, wanneer de juridische entiteit onder één van de onder a) bedoelde gevallen valt en deze financiering gerechtvaardigd is, dit wil zeggen essentieel om de doelstellingen van de betrokken indirecte OTO-werkzaamheden te verwezenlijken. Het in dit punt bepaalde geldt niet voor opleidingsbeurzen, als omschreven in bijlage IV van bij het vijfde kaderprogramma. 3. Wat OTO-activiteiten betreft die passen in het specifieke programma "Bevestiging van de internationale rol van het Europees onderzoek", kan elke in een derde land gevestigde juridische entiteit deelnemen en uit het vijfde kaderprogramma worden gefinancierd, mits het genoemde derde land in het vijfde kaderprogramma wordt bedoeld en de entiteit voldoet aan de in lid 1 gestelde voorwaarden. 4. Elke internationale organisatie kan bij wijze van uitzondering uit het vijfde kaderprogramma worden gefinancierd mits: a) in het geval van andere indirecte OTO-werkzaamheden dan begeleidingsmaatregelen, - deze financiering gerechtvaardigd is, dat wil zeggen essentieel om de doelstellingen van de betrokken indirecte OTO-werkzaamheden te verwezenlijken en - de organisatie voor de geplande werkzaamheden over een basisstructuur beschikt of weldra zal beschikken: i) die zich in een lidstaat of in een geassocieerde staat bevindt of ii) die zich in een derde land bevindt, mits de genoemde structuur onontbeerlijk is voor het verrichten van de geplande werkzaamheden. b) in het geval van begeleidingsmaatregelen, de organisatie over de noodzakelijke technische bekwaamheid beschikt die in de lidstaten of de geassocieerde staten moeilijk toegankelijk is of niet beschikbaar is. Artikel 7 Deelnemingsvoorwaarden voor het GCO Onder voorbehoud van de begrotings- en administratieve maatregelen die noodzakelijk zijn om het GCO in staat te stellen aan indirecte OTO-werkzaamheden deel te nemen, is het GCO onderworpen aan dezelfde voorwaarden en heeft het dezelfde rechten en verplichtingen als in een lidstaat of een geassocieerde staat gevestigde juridische entiteiten die aan indirecte OTO-werkzaamheden deelnemen. Artikel 8 Voorwaarden betreffende de middelen 1. Elke juridische entiteit, internationale organisatie en het GCO moeten: - bij indiening van een voorstel voor indirecte OTO-werkzaamheden ten minste potentieel over de voor uitvoering van werkzaamheden noodzakelijke middelen beschikken, - bij sluiting van het contract in wezen over de voor uitvoering van de werkzaamheden noodzakelijke middelen beschikken. 2. Onder middelen die voor deelneming aan de uitvoering van de indirecte OTO-werkzaamheden noodzakelijk zijn, worden verstaan menselijk potentieel, infrastructuur, financiële middelen en, in voorkomend geval, immateriële middelen. AFDELING 2: PROCEDURES Artikel 9 Toepasselijke procedures 1. Voor indirecte OTO-werkzaamheden, met uitzondering van de begeleidende maatregelen, worden uitnodigingen tot het indienen van voorstellen in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt. Zij kunnen worden voorafgegaan door een informatieve uitnodiging om van belangstelling blijk te geven. 2. De begeleidende maatregelen kunnen, naar gelang van het geval, het voorwerp zijn van: - uitnodigingen tot indienen van voorstellen, onder identieke voorwaarden als gesteld in het lid 1, - openbare aanbestedingsprocedures volgens de op dit gebied toepasselijke bepalingen, wanneer de indirecte OTO-werkzaamheid uit een aankoop of een dienst bestaat, - spontane subsidieaanvragen die een juridische entiteit of een internationale organisatie bij de Commissie indient, - uitnodigingen tot aanmelding, wanneer de maatregel vereist dat door de Commissie op evenwichtige wijze met de verschillende onderzoeksectoren rekening wordt gehouden, onverminderd andere regels met dezelfde doeleinden betreffende vooraanstaande deskundigen als bedoeld in artikel 5, lid 2, van het vijfde kaderprogramma. 3. Voor indirecte OTO-werkzaamheden die in de vorm van proefactiviteiten worden uitgevoerd, gelden procedures die aan deze activiteiten zijn aangepast Artikel 10 Selectiecriteria en voorwaarden naar gelang van het type van procedure 1. Voorstellen voor indirecte OTO-werkzaamheden die voortvloeien uit uitnodigingen tot het indienen van voorstellen en proefactiviteiten worden geselecteerd op basis van de in de artikelen 4 tot 8 vermelde deelnemingsvoorwaarden en de in de onder a), b) en c) hierna vermelde criteria, waarmee naar gelang van de categorie indirecte OTO-werkzaamheden en de aard van de OTO-activiteit rekening wordt gehouden: a) de in bijlage I bij het vijfde kaderprogramma opgenomen criteria, b) de in het betrokken specifiek programma opgenomen aanvullende criteria, c) de volgende criteria: - het innoverende karakter van het voorstel voor indirecte OTO-werkzaamheden, - de vooruitzichten voor verspreiding/exploitatie van de resultaten, als beschreven in het bij het voorstel voor indirecte OTO-werkzaamheden gevoegde verspreidings- en benuttingsplan, - de inachtneming van fundamentele ethische beginselen. 2. Voorstellen voor begeleidende maatregelen waarvoor een aanbestedingsprocedure is ingesteld, worden beoordeeld volgens de selectie- en gunningscriteria die overeenkomstig de op dit gebied van toepassing zijnde bepalingen zijn vastgesteld. 3. Subsidieaanvragen worden geselecteerd op grond van: - de in de artikelen 4 tot 6 en 8 vermelde toepasselijke deelnemingsvoorwaarden, en - de adequaatheid en het nut ervan ten aanzien van de doelstellingen en de wetenschappelijke en technologische inhoud van het vijfde kaderprogramma en/of het betrokken specifieke programma. 4. De indieners van een voorstel worden na een uitnodiging tot aanmelding geselecteerd op basis van de criteria in het desbetreffende besluit van de Commissie en de toepasselijke deelnemingsvoorwaarden van de artikelen 4 tot 6. AFDELING 3: CONTRACTEN Artikel 11 Financiële bijdrage van de Gemeenschap en in aanmerking komende kosten 1. De financiële bijdrage van de Gemeenschap bestaat uit een gedeeltelijke of gehele terugbetaling van de in aanmerking komende kosten van de indirecte OTO-werkzaamheden, met inachtneming van de bepalingen van bijlage IV van het vijfde kaderprogramma. 2. Kosten betreffende indirecte OTO-werkzaamheden komen in aanmerking wanneer zij noodzakelijk zijn voor de betrokken activiteit en het contract erin voorziet. Zij geven aanleiding tot terugbetaling wanneer de uitgaven zijn gedaan en opgevoerd in de boekhouding of in fiscale bescheiden. 3. Bij contracten die ten gevolge van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen worden gesloten, bestaat de gebruikelijke methode erin de betalingen te verrichten na verantwoording van de in aanmerking komende kosten van de indirecte OTO-werkzaamheden. Algemene kosten kunnen worden berekend op forfaitaire basis of op reële basis voorzover in dit laatste geval de bescheiden waarin de kosten worden toegelicht en verantwoord, bevredigend zijn. Op verzoek van de deelnemers aan een voorstel voor indirecte OTO-werkzaamheden en in overleg met de Commissie kan voor een andere methode worden gekozen: a) bij kleinschalige projecten: vaste bedragen die worden vastgesteld op basis van een beoordeling van de geraamde kosten van de werkzaamheden, b) in de andere gevallen: vaste bedragen die verband houden met de verwezenlijking van contractuele overeengekomen doelstellingen. 4. Het begrip in aanmerking komende extra kosten in bijdrage IV bij het vijfde kaderprogramma omvat de volgende elementen: - extra kosten die enkel door de deelneming aan de indirecte OTO-werkzaamheden worden veroorzaakt, - een forfaitaire bijdrage in de algemene kosten. Bij projecten voor onderzoek en technologische ontwikkeling, demonstratieprojecten en geïntegreerde projecten die opgenomen zijn in bijlage IV bij het vijfde kaderprogramma worden extra kosten terugbetaald, wanneer volgens de Commissie een deelnemer aan indirecte OTO-werkzaamheden wegens het gebruikte boekhoudingssysteem het totale bedrag van de werkelijke kosten van de indirecte OTO-werkzaamheden niet voldoende nauwkeurig kan vaststellen. Artikel 12 Contracten Voor indirecte OTO-werkzaamheden die ten gevolge van één van de procedures van artikel 9 zijn geselecteerd, wordt een contract gesloten. HOOFDSTUK III: REGELS VOOR DE VERSPREIDING EN DE BENUTTING VAN ONDERZOEKSRESULTATEN Artikel 13 Werkingssfeer Ter uitvoering van de specifieke programma's van het vijfde kaderprogramma zijn de volgende regels voor de verspreiding en de benutting van toepassing met inachtneming van: - de inzonderheid op basis van artikel 130 M van het Verdrag met de Gemeenschap gesloten internationale overeenkomsten, - de bestaande kennis, onverminderd de inhoud van de uitvoeringsbepalingen als bedoeld in artikel 22 en die van de contracten als bedoeld in artikel 12. Artikel 14 Differentiëring van de regels voor de verspreiding en de benutting van onderzoeksresultaten De regels voor de verspreiding en de benutting van onderzoeksresultaten betreffende de uit indirecte OTO-werkzaamheden voortvloeiende kennis hangen in de regel af van de hoogte van de communautaire financiering. Artikel 15 Eigendom van kennis 1. Kennis die voortvloeit uit indirecte OTO-werkzaamheden is in de regel eigendom van de Gemeenschap. 2. Kennis die voortvloeit uit indirecte OTO-werkzaamheden waarvan de Gemeenschap integraal de kosten draagt, is in de regel eigendom van de Gemeenschap. Kennis die voortvloeit uit indirecte OTO-werkzaamheden waarvan de Gemeenschap de kosten niet geheel draagt, is in de regel eigendom van de contractanten die de werkzaamheden hebben verricht, waaronder, in voorkomend geval, de Gemeenschap met toepassing van artikel 7. Artikel 16 Bescherming van kennis Kennis die geschikt is voor industriële of commerciële toepassing wordt op passende wijze beschermd, gelet met name op de belangen van de Gemeenschap en die van de contractanten, en overeenkomstig elke toepasselijke regeling en overeenkomsten. Artikel 17 Benutting van kennis 1. De Gemeenschap en de contractanten moeten daarvoor in aanmerking komende kennis overeenkomstig de belangen van de Gemeenschap benutten of laten benutten. 2. De Commissie ziet erop toe, dat voor benutting in aanmerking komende kennis die voortvloeit uit indirecte OTO-werkzaamheden door de contractanten wordt benut. Anders wordt deze kennis door de contractanten of, in voorkomend geval, door de Commissie zelf verspreid. Artikel 18 Terbeschikkingstelling van kennis met het oog op de benutting ervan 1. In de regel kan uit directe OTO-werkzaamheden voortvloeiende kennis en de informatie die noodzakelijk is voor het gebruik ervan ter beschikking worden gesteld van elke geïnteresseerde in een lidstaat of in een geassocieerde staat gevestigde juridisch entiteit, mits deze zich ertoe verbindt de kennis en de informatie te benutten of te laten benutten overeenkomstig de belangen van de Gemeenschap. Ten aanzien van deze terbeschikkingstelling kunnen de nodige voorwaarden, met name inzake vergoeding, worden gesteld. De beschikkingstelling van kennis kan aanleiding geven tot specifieke overeenkomsten, met name inzake exclusiviteit, met inachtneming van de toepasselijke mededingingsregels. De Gemeenschap beoordeelt dan de verplichtingen en risico's die voor de licentiehouder aan de noodzakelijke investeringen voor de exploitatie van de kennis zijn verbonden. 2. Uit indirecte OTO-werkzaamheden voortvloeiende kennis die aan de contracten toebehoort en de voor het gebruik ervan noodzakelijke informatie worden ter beschikking gesteld van: - de overige medecontractanten, voor zover de legitieme, met name commerciële, belangen van de contractanten worden beschermd en - de Gemeenschap, ten behoeve van de directe OTO-werkzaamheden of OTO-activiteiten die door de gemeenschappelijke ondernemingen of andere structuren worden uitgevoerd die op basis van artikel 130 M van het Verdrag voor niet-concurrerende onderzoeksdoeleinden zijn opgericht. Ten aanzien van deze terbeschikkingstelling kunnen de nodige voorwaarden worden gesteld. De terbeschikkingstelling kan aanleiding geven tot specifieke overeenkomsten, met name inzake exclusiviteit, met inachtneming van de toepasselijke mededingingsregels. De licentiegever beoordeelt dan de verplichtingen en risico's die voor de licentiehouder aan de noodzakelijke investeringen voor de exploitatie van de kennis zijn verbonden. De nadere regels voor de terbeschikkingstelling van kennis aan derden met het oog op de benutting ervan worden bepaald rekening houdend met name de belangen van de Gemeenschap en, in beginsel, met het niveau van de financiële bijdrage van de Gemeenschap. Artikel 19 Verspreiding van kennis 1. De Commissie verspreidt daarvoor in aanmerking komende kennis die voortvloeit uit direkte OTO-werkzaamheden. Er wordt rekening gehouden met het feit dat de intellectuele- en industriële-eigendomsrechten moeten worden beschermd. 2. De Commissie ziet erop toe, dat daarvoor geschikte kennis die voortvloeit uit indirecte OTO-werkzaamheden door de contractanten of, in voorkomend geval, door haarzelf, wordt verspreid. In dat verband wordt met name rekening gehouden met: - het feit dat de intellectuele- en industriële-eigendomsrechten moeten worden beschermd, - vertrouwelijkheid, - de legitieme, met name, commerciële, belangen van de contractanten, - in beginsel het niveau van de financiële bijdrage van de Gemeenschap. Artikel 20 Plan voor de toepassing van de technologie 1. Contractanten die aan indirecte OTO-werkzaamheden deelnemen, leggen afhankelijk van de aard van de OTO-activiteit, een plan voor de toepassing van de technologie over waarin een overzicht wordt gegeven van de voorwaarden voor de verspreiding en de benutting van de verworven kennis. Het plan moet door de Commissie worden goedgekeurd. 2. Het plan voor de toepassing van de technologie moet in grote lijnen het plan voor verspreiding en benutting volgen dat beoordeeld is samen met het oorspronkelijke voorstel dat met het oog op deelneming aan indirecte OTO-werkzaamheden bij de Commissie is ingediend. De inhoud ervan wordt beoordeeld in het licht van de belangen van de Gemeenschap en die van de contractanten. 3. De contractanten stellen de Commissie in kennis van het aan dit plan voor de toepassing van de technologie gegeven gevolg. Zij verantwoorden er elke latere wijziging van. HOOFDSTUK IV: SLOTBEPALINGEN Artikel 21 Eventuele bepalingen in specifieke programma's In de beschikkingen van de Raad tot vaststelling van de specifieke programma's waarmee het vijfde kaderprogramma ten uitvoer wordt gelegd, kunnen de regels voor de deelneming van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten en de regels voor de verspreiding en de benutting van de onderzoeksresultaten worden gepreciseerd of aangevuld. De eerste alinea geldt niet voor de definities van artikel 1, de opleidingsbeurzen als bedoeld in artikel 6, lid 2, onder b), tweede volzin, en de lijst van landen in artikel 24. Artikel 22 Uitvoeringsbepalingen De bepalingen ter uitvoering van de artikelen 4, 8, 11 en 14 tot 20 worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 23. Artikel 23 Procedure betreffende de uitvoeringsbepalingen 1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie. 2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het Comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel. De Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien deze maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies dat het comité heeft uitgebracht, worden zij onverwijld door de Commissie ter kennis van de Raad gebracht. In dat geval kan de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten ten hoogste een maand na deze kennisgeving uitstellen. De Raad kan binnen de in de voorgaande alinea genoemde termijn met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen. Artikel 24 Bekendmaking van de lijst van derde landen De lijst van derde landen als bedoeld in artikel 6, lid 2, onder a), wordt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt. Artikel 25 Verslagen Het jaarverslag dat de Commissie overeenkomstig artikel 130 P van het Verdrag aan het Europees Parlement en de Raad voorlegt, bevat gegevens betreffende de tenuitvoerlegging van dit besluit. Artikel 26 Duur Dit besluit is van toepassing op de directe OTO-werkzaamheden en de indirecte OTO-werkzaamheden waarmee het vijfde kaderprogramma ten uitvoer wordt gelegd. (1) PB L 107 van 30.4.1996, blz. 4.