Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1998-2002) /* COM/97/0142 def - COD 97/0119 */
Publicatieblad Nr. C 173 van 07/06/1997 blz. 0010
Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1998-2002) (97/C 173/11) (Voor de EER relevante tekst) COM(97) 142 def. - 97/0119(COD) (Door de Commissie ingediend op 30 april 1997) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 I, lid 1, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité, Gezien het advies van het Comité van de Regio's, Volgens de procedure van artikel 189 B van het Verdrag, Overwegende dat een meerjaren-kaderprogramma dient te worden vastgesteld, waarin alle activiteiten van de Gemeenschap op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling, met inbegrip van demonstratie, zijn opgenomen; Overwegende dat de Commissie, overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Besluit nr. 1110/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 april 1994 betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998) (1), gewijzigd bij Besluit nr. 616/96/EG (2), door onafhankelijke bevoegde deskundigen een externe evaluatie moet laten uitvoeren van het beheer en van de resultaten van de activiteiten van de Gemeenschap in de loop van de vijf aan deze evaluatie voorgaande jaren, alvorens haar voorstel voor een vijfde kaderprogramma in te dienen; dat deze evaluatie en de conclusies ervan, alsmede van de opmerkingen van de Commissie, zijn medegedeeld aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's; Overwegende dat de Commissie op 10 juli 1996 (3) een mededeling heeft vastgesteld over de eerste oriëntaties voor het vijfde kaderprogramma, waarin op de noodzaak werd gewezen dat dit programma in de eerste plaats in economische en maatschappelijke behoeften voorziet; dat deze mededeling op 20 november 1996 werd gevolgd door een eerste werkdocument (4), waarin de beoogde doelstellingen en de instrumenten voor de tenuitvoerlegging werden toegelicht, en daarna op 12 februari 1997 door een tweede werkdocument (5), waarin de mogelijke inhoud van het vijfde kaderprogramma uitvoerig werd uiteengezet; Overwegende dat de doelstellingen van het beleid van de Gemeenschap op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling passen in de huidige context van de uitdagingen waaraan de Gemeenschap het hoofd moet bieden en van de kansen die zij wil grijpen, en die in de eerste plaats betrekking hebben op de maatschappelijke problemen, het concurrentievermogen van de industrie, het scheppen van arbeidsplaatsen, het leefklimaat, de mondialisering van kennis, de bijdrage tot de ontwikkeling en de uitvoering van het beleid van de Gemeenschap overeenkomstig artikel 130 F, lid 1, van het Verdrag, en de plaats van de Gemeenschap als centrum van wetenschappelijke en technologische kwaliteit in de wereld; Overwegende dat het vijfde kaderprogramma zich bijgevolg, uit hoofde van de eerste activiteit in artikel 130 G van het Verdrag omschreven activiteit, moet concentreren op een beperkt aantal thema's die betrekking hebben op werkzaamheden voor onderzoek en ontwikkeling van algemeen inzetbare technologie, op activiteiten waarin dit soort werkzaamheden zijn bijeengebracht in een samenhangend geheel dat strategisch op eenzelfde veelbelovend onderwerp (hierna "kernactiviteiten" genoemd) is gericht, en op steun voor onderzoekinfrastructuur; Overwegende anderzijds dat het vijfde kaderprogramma, uit hoofde van de tweede, de derde en de vierde activiteit als omschreven in artikel 130 G van het Verdrag, thema's moet bevatten met betrekking tot aspecten die daarvoor specifiek zijn en andere aspecten, gericht op horizontale coördinatie, ter ondersteuning van en in wisselwerking met soortgelijke werkzaamheden als die welke uit hoofde van de eerste activiteit worden verricht; Overwegende dat om deze benadering te kunnen toepassen het in de Gemeenschap bestaande potentieel aan wetenschappelijke, technische en technologische topkwaliteit moet worden gehandhaafd en zelfs versterkt, rekening houdend met de door de belangrijkste internationale partners ondernomen activiteiten; dat dit potentieel zowel betrekking heeft op materiële en immateriële infrastructuur als op menselijke hulpbronnen; Overwegende dat in ditzelfde verband ook de bijzondere klemtoon moet worden gelegd op kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) als schepsters van arbeidsplaatsen, op de verspreiding en de overdracht van resultaten, op innovatie en op de opleiding en de mobiliteit van onderzoekers; Overwegende dat bij de formulering en de uitvoering van het beleid en de activiteiten van de Gemeenschap rekening moet worden gehouden met de doelstelling versterking van de economische en sociale samenhang; dat het kaderprogramma overeenkomstig dit beginsel een bijdrage moet leveren aan de harmonieuze ontwikkeling van de Gemeenschap, met behoud van het wetenschappelijke topniveau als wezenlijk criterium; dat daarom de synergie tussen de activiteiten inzake onderzoek en technologische ontwikkeling en de door de structuurfondsen gefinancierde initiatieven van de Gemeenschap dient te worden versterkt; Overwegende dat overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel zoals neergelegd in artikel 3 B van het Verdrag, de doelstellingen van het communautaire beleid op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling zoals die in het vijfde kaderprogramma zijn geconcretiseerd, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, omdat daarvoor een kritieke massa in menselijk en financieel opzicht aanwezig moet zijn en bevoegdheden moeten worden gebundeld die de mogelijkheden van één lidstaat te boven gaan; dat deze doelstellingen derhalve, gezien het multiplicatoreffect dat zij hebben, beter op communautair niveau kunnen worden verwezenlijkt; dat dit besluit is tot het vereiste minimum om deze doelstellingen te verwezenlijken en niet verder gaat behelst dan wat hiertoe nodig is; Overwegende dat de financiële deelneming van de Gemeenschap in de activiteiten van het kaderprogramma op het niveau van de specifieke programma's kan worden gedifferentieerd naar gelang van de aard van de activiteiten en de nabijheid van de markt, in naar behoren gemotiveerde specifieke gevallen en met inachtneming van de internationale voorschriften en de bepalingen van de communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling (6), met name de punten 5.12 en 5.13; Overwegende dat de criteria voor de keuze van de thema's waaruit het vijfde kaderprogramma is samengesteld en van de daarmee samenhangende wetenschappelijke en technologische doelstellingen, bovengenoemde beginselen in acht nemen; dat diezelfde criteria moeten worden toegepast bij de tenuitvoerlegging van het vijfde kaderprogramma teneinde de samenhang ervan te waarborgen; Overwegende dat bij de tenuitvoerlegging van het vijfde kaderprogramma een billijk evenwicht moet worden gehandhaafd, binnen de thema's en met name tussen de activiteiten voor onderzoek en ontwikkeling van generische inzetbare technologie en de "kernactiviteiten", tussen de verschillende thema's van het vijfde kaderprogramma alsook en tussen het vijfde kaderprogramma en ieder ander instrument dat een directe of indirecte band met dit laatste heeft; Overwegende dat het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek bijdraagt tot de tenuitvoerlegging van het kaderprogramma met betrekking tot activiteitengebieden waarop het kan zorgen voor een neutrale en onafhankelijke deskundigheid alsmede voor de noodzakelijke wetenschappelijke en technische ondersteuning bij de uitvoering van de verschillende beleidslijnen van de Unie; dat het bovendien in het kader van consortia deelneemt aan de uitvoering van onderzoekactiviteiten die plaatshebben uit hoofde van indirecte werkzaamheden; Overwegende dat de ethische aspecten van de vooruitgang van kennis en technologie en de toepassing ervan in aanmerking moeten worden genomen en dat de onderzoekactiviteiten moeten worden verricht met inachtneming van de fundamentele ethische beginselen en met respect voor de particuliere levenssfeer; Overwegende dat behalve het jaarverslag dat krachtens artikel 130 P van het Verdrag aan het Europees Parlement en de Raad moet worden voorgelegd, overeenkomstig de aanbevelingen die met het oog op de doorzichtigheid en een gezond en doelmatig beheer ten uitvoer moeten worden gelegd, bepalingen moeten worden vastgesteld waardoor de stand van zaken bij de tenuitvoerlegging en de evaluatie van het vijfde kaderprogramma systematisch kunnen worden onderzocht; Overwegende dat teneinde de samenhang te waarborgen tussen de onderzoekactiviteiten die krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap worden ondernomen en de werkzaamheden die krachtens het Euratom-Verdrag worden uitgevoerd, het besluit betreffende het kaderprogramma voor activiteiten inzake onderzoek en onderwijs op het gebied van kernenergie tegelijkertijd en voor dezelfde periode als het onderhavige kaderprogramma moet worden vastgesteld; Overwegende dat het Comité voor wetenschappelijk en technisch onderzoek (Crest) is geraadpleegd, BESLUITEN: Artikel 1 1. Voor de periode van 1994 tot en met 1998 wordt een meerjaren-kaderprogramma voor alle activiteiten van de Gemeenschap, inclusief demonstratie-activiteiten, op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling, hierna "vijfde kaderprogramma" genoemd, vastgesteld. 2. Het vijfde kaderprogramma omvat overeenkomstig artikel 130 G van het Verdrag vier communautaire activiteiten. De eerste communautaire activiteit heeft betrekking op de volgende drie thema's: a) ontsluiting van biologische en ecologische hulpbronnen, b) totstandbrenging van een gebruikersvriendelijke informatiemaatschappij, c) bevordering van een concurrerende en duurzame groei; de tweede, de derde en de vierde communautaire activiteit hebben respectievelijk betrekking op de volgende thema's: a) bevestiging van de internationale rol van het communautaire onderzoek, b) innovatie en deelneming van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's), c) verhoging van het menselijk potentieel. Deze laatste drie thema's worden ook uit hoofde van de eerste communautaire activiteit in aanmerking genomen. 3. De criteria die tot de keuze van de in lid 2 bedoelde thema's en de daarmee samenhangende doelstellingen hebben geleid, zijn in bijlage I opgenomen. Zij worden bij de tenuitvoerlegging van het vijfde kaderprogramma toegepast. 4. De grote lijnen van de communautaire activiteiten, de wetenschappelijke en technologische doelstellingen ervan en de daarmee samenhangende prioriteiten zijn in bijlage II opgenomen. Artikel 2 1. Het totale maximumbedrag voor de financiële deelneming van de Gemeenschap aan het vijfde kaderprogramma bedraagt [. . .] miljoen ecu. 2. De onderscheiden deelbedragen voor elk van de in artikel 1 bedoelde communautaire activiteiten alsmede de verdeling van de middelen over de in artikel 1, lid 2, omschreven thema's van de eerste activiteit, zijn in bijlage III vastgesteld. Artikel 3 1. Het vijfde kaderprogramma wordt ten uitvoer gelegd door middel van zeven specifieke programma's, waarvan drie overeenstemmen met de drie thema's van de eerste communautaire activiteit, drie verband houden met respectievelijk de tweede, de derde en de vierde communautaire activiteit en één een specifiek programma voor het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek is. In ieder specifiek programma worden nadere bepalingen voor de uitvoering ervan, de looptijd en de noodzakelijk geachte middelen vastgesteld. 2. Voor de tenuitvoerlegging van het vijfde kaderprogramma kan zo nodig worden besloten tot aanvullende programma's in de zin van artikel 130 K, tot deelneming door de Gemeenschap aan door verscheidende lidstaten opgezette OTO-programma's in de zin van artikel 130 L, of ook tot het in het leven roepen van gemeenschappelijke ondernemingen of andere structuren in de zin van artikel 130 N. Tevens kunnen hiervoor samenwerkingsovereenkomsten in de zin van artikel 130 M, worden gesloten met derde landen of internationale organisaties. Artikel 4 De nadere voorwaarden voor de financiële deelneming van de Gemeenschap aan het vijfde kaderprogramma zijn gebaseerd op de specifieke bepalingen met betrekking tot kredieten voor onderzoek en technologische ontwikkeling van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, als aangevuld in bijlage IV bij dit besluit. Artikel 5 1. Bijgestaan door onafhankelijke externe deskundigen met passende kwalificaties, onderzoekt de Commissie jaarlijks de stand van zaken bij de tenuitvoerlegging van het vijfde kaderprogramma en de daarmee samenhangende specifieke programma's, in het bijzonder aan de hand van de in bijlage I vermelde criteria. Zij beoordeelt met name of de doelstellingen, de prioriteiten en de financiële middelen nog steeds beantwoorden aan de situatie, zoals die zich heeft ontwikkeld. Zij dient in voorkomend geval voorstellen in teneinde het kaderprogramma en/of de specifieke programma's aan te passen of aan te vullen. 2. Alvorens haar voorstel voor een zesde kaderprogramma in te dienen, laat de Commissie door vooraanstaande onafhankelijke deskundigen een externe evaluatie uitvoeren van de resultaten van de communautaire activiteiten in de loop van de vijf aan deze evaluatie voorafgaande jaren. Zij stelt het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's in kennis van de conclusies daarvan, vergezeld van haar opmerkingen. 3. De keuze van de onafhankelijke deskundigen als bedoeld in de vorige leden 1 en 2 wordt gemaakt door de Commissie, die op evenwichtige wijze rekening houdt met de verschillende bij het onderzoek betrokken partijen. Artikel 6 Alle onderzoekactiviteiten die uit hoofde van het vijfde kaderprogramma worden verricht, moeten met inachtneming van de fundamentele ethische beginselen worden uitgevoerd. (1) PB nr. L 186 van 18. 5. 1994, blz. 1. (2) PB nr. L 86 van 4. 4. 1996, blz. 69. (3) COM(96) 332 def. (4) COM(96) 595 def. (5) COM(97) 47 def. (6) PB nr. C 45 van 17. 2. 1996, blz. 5. BIJLAGE I SELECTIECRITERIA VOOR DE THEMA'S EN DOELSTELLINGEN VAN DE COMMUNAUTAIRE ACTIVITEITEN Het beleid op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling van de Europese Gemeenschap is, wat de tenuitvoerlegging betreft, gebaseerd op het tweeledige beginsel van wetenschappelijke en technologische topkwaliteit en relevantie van de onderzoekactiviteiten ten aanzien van het Verdrag betreffende de Europese Gemeenschap. Met het oog op de kosten en baten die een optimale toewijzing van de Europese middelen noodzakelijk maken, zijn de thema's van het vijfde kaderprogramma en de daarmee samenhangende doelstellingen gekozen aan de hand van een reeks gemeenschappelijke criteria, ingedeeld in drie categorieën. Criteria in verband met maatschappelijke behoeften - verbetering van de werkgelegenheid, - ontwikkeling van het leefklimaat en de gezondheid, - behoud van het milieu, teneinde de grote maatschappelijke doelstellingen van de Gemeenschap, overeenkomstig de verwachtingen en behoeften van de burgers, te verwezenlijken. Criteria in verband met economische ontwikkeling en technologische en wetenschappelijke vooruitzichten - gebieden die bijzonder veelbelovend zijn inzake groei en duurzame expansie, - gebieden waarop de communautaire ondernemingen hun concurrentievermogen kunnen en moeten versterken, - gebieden waarop er vooruitzichten zijn voor belangrijke technologische doorbraken. Criteria in verband met "toegevoegde waarde" voor Europa en het subsidiariteitsbeginsel - noodzaak van een "kritieke massa" in menselijk en financieel opzicht en een bundeling van de in de verschillende lidstaten aanwezige complementaire capaciteiten, - aanzienlijke bijdrage tot de tenuitvoerlegging van een of meer beleidslijnen van de Gemeenschap, - aanpak van problemen die zich op communautair niveau voordoen of vraagstukken die verband houden met normalisatie-aspecten of met de ontwikkeling van de Europese ruimte, teneinde alleen doelstellingen te selecteren die niet alleen door particuliere onderzoekinspanningen kunnen worden verwezenlijkt en efficiënter op communautair niveau kunnen worden nagestreefd door middel van op deze schaal verrichte onderzoekactiviteiten. Deze criteria worden ook toegepast en indien nodig aangevuld bij de tenuitvoerlegging van het vijfde kaderprogramma, de opstelling van de specifieke programma's en de selectie van de activiteiten voor onderzoek en technologische ontwikkeling, met inbegrip van demonstratie-activiteiten. BIJLAGE II GROTE LIJNEN VAN DE COMMUNAUTAIRE ACTIVITEITEN WETENSCHAPPELIJKE EN TECHNOLOGISCHE DOELSTELLINGEN I. THEMA'S EN ORGANISATIE VAN HET VIJFDE KADERPROGRAMMA Overeenkomstig artikel 130 G van het EG-Verdrag, bevat het vijfde kaderprogramma vier activiteiten: - de eerste activiteit heeft betrekking op de programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, - de tweede activiteit beoogt bevordering van de samenwerking inzake onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie met derde landen en internationale organisaties, - de derde activiteit betreft de verspreiding en exploitatie van de resultaten van de activiteiten inzake onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, - de vierde activiteit is gericht op de stimulering van de opleiding en mobiliteit van onderzoekers. 1. Inhoud en organisatie van de eerste activiteit De programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie omvatten: - "kernactiviteiten", - activiteiten voor onderzoek en ontwikkeling van algemeen inzetbare technologie, - activiteiten ter ondersteuning van onderzoekinfrastructuur. Voorts worden in het kader van deze programma's, op de respectieve toepassingsgebieden daarvan en binnen een samenhangende en met de tweede, derde en vierde activiteit gecoördineerde aanpak, werkzaamheden ondernomen die bijdragen tot de doelstellingen van die activiteiten. a) "Kernactiviteiten" Doel van de kernactiviteiten is in het kader van een algemene benadering gebruik te maken van verschillende disciplines, technologieën en know-how en van deskundigheid ter zake van verschillende herkomst. Zij situeren zich volledig in een Europese context waarbij zoveel mogelijk openbare en particuliere inspanningen moeten convergeren op het behandelde thema. De kernactiviteiten vloeien voort uit een strategische keuze die gemaakt is op grond van problemen die om een oplossing vragen en expliciet geformuleerde economische en sociale oogmerken. De onderzoekactiviteiten die in dit verband worden ondernomen, bestrijken de volledige scala van activiteiten die nodig zijn om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken, van fundamenteel onderzoek via ontwikkeling tot demonstratie. b) Activiteiten voor onderzoek en ontwikkeling van algemeen inzetbare technologie Deze activiteiten worden uitgevoerd op een beperkt aantal gebieden, die gekozen zijn op basis van de in bijlage I uiteengezette criteria. Zij zijn complementair met de kernactiviteiten. Het voornaamste doel ervan is te helpen bij de instandhouding en de ontwikkeling op het niveau van de Europese Gemeenschap van de ideeën- en kennisstroom en van de technologische capaciteit op gebieden van activerend(e) onderzoek en technologie met tal van mogelijke toepassingen die niet in de kernactiviteiten worden behandeld. c) Steun voor onderzoekinfrastructuur Doel is een optimaal gebruik en exploitatie van de onderzoekinfrastructuur van de Europese Gemeenschap te bevorderen en de samenhang van de Europese onderzoekstructuur te versterken. 2. Inhoud en organisatie van de tweede, derde en vierde activiteit De horizontale programma's liggen op het raakvlak tussen het onderzoekbeleid van de Gemeenschap en respectievelijk het buitenlands beleid, het innovatiebeleid, het onderwijs- en opleidingsbeleid, het beleid ter bevordering van de mobiliteit van personen en het sociaal en werkgelegenheidsbeleid. Elk programma bevat de volgende activiteiten: - specifieke activiteiten die verband houden met de algemene doelstellingen van het beleid van de Gemeenschap op het gebied van buitenlandse betrekkingen, innovatie en menselijk potentieel die geen plaats vinden in de thema's van de eerste activiteit; - activiteiten die voornamelijk die vorm aannemen van coördinatie-, ondersteunende en begeleidende activiteiten en moeten zorgen voor samenhang met soortgelijke activiteiten die uit hoofde van de thema's van de eerste activiteit worden uitgevoerd. 3. Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek is de wetenschappelijke en technische instantie die de Commissie nodig heeft om haar taken te kunnen uitoefenen. De wetenschappelijke en technologische doelstellingen van zijn activiteiten liggen meer bepaald op gebieden waarop een neutrale en onafhankelijke deskundigheid op Europees niveau noodzakelijk is, alsmede op gebieden die overeenstemmen met de grote beleidslijnen van de Unie. Deze activiteiten beantwoorden aan de hieronder omschreven wetenschappelijke en technologische doelstellingen van het vijfde kaderprogramma maar moeten ook voldoen aan de eisen en ontwikkelingen van de verschillende communautaire beleidslijnen wanneer deze worden omgezet in specifieke taken voor onderzoek en ontwikkeling, met name wanneer de neutraliteit van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek een noodzakelijke vereiste is. II. WETENSCHAPPELIJKE EN TECHNOLOGISCHE DOELSTELLINGEN EERSTE ACTIVITEIT 1. Ontsluiting van biologische en ecologische hulpbronnen Het leefklimaat en de gezondheid verbeteren en milieuproblemen beter beheersen zijn belangrijke uitdagingen die de Gemeenschap wil aangaan door te helpen kennis te verdiepen en technologie te ontwikkelen op het gebied van biowetenschappen en milieu. Tegelijk draagt de vooruitgang die op dit gebied wordt geboekt ook bij tot de verhoging van het concurrentievermogen van de communautaire bedrijven. Daarmee worden nieuwe perspectieven geopend op gebieden waar de Gemeenschap reeds over troeven beschikt zoals biotechnologie, agro-industrie, gezondheids- en milieu-industrie. a) Kernactiviteiten i) Biologische hulpbronnen en ecologische aspecten (I): gezondheid en voeding Doel van deze activiteit is kennis te verwerven en technologieën en methoden te ontwikkelen, onder andere op het gebied van de biotechnologie, die de productie van een veilige, gezonde, evenwichtige en gevarieerde voeding voor de consumenten mogelijk maken. Dit vereist in de eerste plaats: - de ontwikkeling van nieuwe omzettingsprocédés om de kwaliteit van levensmiddelen te verbeteren, - de ontwikkeling van tests voor de opsporing en procédés voor de bestrijding van infectiekiemen en toxinen, - bestudering van de rol van de voeding in het bewaren van de gezondheid, met name uit het oogpunt van voedingswetenschap, epidemiologie en volksgezondheid. ii) Biologische hulpbronnen en ecologische aspecten (II): beheersing van virus- en infectieziekten Prioritaire doelstellingen van deze activiteit zijn aidsbestrijding en beheersing van "nieuwe plagen" (zoals het weer opduiken van tuberculose en het verschijnen van met nieuwe of muterende bacterie- of virusstammen verband houdende ziekten). Bijzondere aandacht moet worden besteed aan: - de ontwikkeling van vaccins, met name tegen virusziekten, - strategieën voor behandeling en preventie, - met volksgezondheid en gezondheidszorg verband houdende aspecten. iii) Biologische hulpbronnen en ecologische aspecten (III): "de cel als fabriek" Deze kernactiviteit heeft tot doel de communautaire bedrijven te helpen de vorderingen van de biowetenschap en -technologie te exploiteren, onder andere op het gebied van gezondheid en milieu. Hiermee wordt beoogd multidisciplinaire technologieën te ontwikkelen die gebaseerd zijn op de benutting van de eigenschappen van micro-organismen, dieren en planten op cellulair en subcellulair niveau. Doel is de ontwikkeling van nieuwe biomolecules met grote toegevoegde waarde die kunnen bijdragen tot een beter leefklimaat en een betere gezondheid, onder meer: - nieuwe gezondheidsproducten (bijvoorbeeld antibiotica en middelen tegen kanker), - procédés voor biologische behandeling van afval, - nieuwe biologische procédés voor de agro-voedingsindustrie. iv) Biologische hulpbronnen en ecologische aspecten (IV): waterbeheer en waterkwaliteit Deze kernactiviteit heeft tot doel de benodigde kennis en technologie te ontwikkelen voor een rationele waterhuishouding, met het oog op een goede voorziening van de huishoudens, de industrie en de landbouw. Activiteiten in dit verband zijn in de eerste plaats: - technologieën voor het behandelen en saneren van water, - technologieën voor controle van de kwaliteit en het peil van grondwaterlagen en oppervlaktewater, - bewakings-, alarmerings- en meldingssystemen, - technologieën voor regulering van de voorraden en technologieën voor toepassing in aride en semi-aride gebieden. v) Biologische hulpbronnen en ecologische aspecten (V): interacties tussen milieu en gezondheid Met deze kernactiviteit wordt beoogd het nadelig effect van de aantasting van het milieu op de gezondheid te helpen verminderen. Onderwerpen die daarbij aan bod komen zijn onder andere preventie en gezondheidseffecten van luchtverontreiniging, zware metalen, giftige stoffen, lawaai, klimaatveranderingen en elektromagnetische straling, en het effect van hinder op de werkplek. Prioritair zijn: - werkzaamheden op epidemiologisch gebied, - de ontwikkeling van nieuwe methoden voor diagnose, risico-evaluatie en preventie, - de ontwikkeling van procédés voor het bestrijden van de oorzaken en het verminderen van schadelijke gevolgen voor de gezondheid. vi) Biologische hulpbronnen en ecologische aspecten (VI): geïntegreerde ontwikkeling van plattelands- en kustgebieden Doel is de nodige kennis en technologie in te zetten voor de invoering van innovatieve productie- en exploitatiemodellen die afgestemd zijn op de nieuwe hoofdlijnen van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid en tevens een wetenschappelijke onderbouwing verschaffen voor de communautaire regelgeving. Prioritair zijn daarbij de volgende terreinen betrokken: - nieuwe productie- en exploitatiesystemen voor de landbouw, de bosbouw, de visserij en de aquacultuur waarbij rekening wordt gehouden met rentabiliteit, duurzaam beheer van hulpbronnen, kwaliteit van de producten en werkgelegenheid, - gebruik voor andere doeleinden dan voeding, - controlemethodes, - opstelling van modellen voor duurzame ontwikkeling van plattelands- en kustgebieden, gebaseerd op de benutting van het specifieke potentieel van elk gebied, diversifiëring van activiteiten en ruimtegebruik, alsook participatie van de betrokken bevolkingsgroepen. b) Activiteiten voor onderzoek en ontwikkeling van algemeen inzetbare technologie De werkzaamheden worden toegespitst op de volgende prioritaire onderzoekactiviteiten ter ondersteuning van: - de bestrijding van onderdomsziekten en met de ouderdom verband houdende gezondheidsproblemen (b.v. Alzheimer); degeneratieve ziekten (met name kanker en diabetes), hart- en vaatziekten, genetisch bepaalde ziekten en zeldzame ziekten; genoomonderzoek en neurowetenschappelijk onderzoek, - een verbetering van gezondheidszorgsystemen, verbetering van de gezondheid en de veiligheid op het werk en bestrijding van met drugsgebruik verband houdende gezondheidsproblemen, - de bestrijding van belangrijke natuurlijke en technologische risico's door de ontwikkeling van technieken voor prognose, preventie, effectbeoordeling en afzwakking van de gevolgen, - het begrip van processen en interacties met betrekking tot "global change" op het land, in de zee en in de lucht, alsmede van de effecten daarvan op de ecosystemen, - het gebruik van algemeen inzetbare technologieën voor aardobservatie, met name via satelliet (1), ten behoeve van de bewaking van het milieu en het beheer van hulpbronnen en ecosystemen, - onderzoek naar problemen op het gebied van biomedische en bio-ethiek, met respect voor fundamentele menselijke waarden (2), - onderzoek naar de sociaal-economische aspecten van de ontwikkeling van de biowetenschappen en -technologie en naar milieuverandering uit een oogpunt van duurzame ontwikkeling (effecten op de samenleving, de economie en de werkgelegenheid). c) Steun voor onderzoekinfrastructuur Prioritair is een optimaal gebruik op communautaire schaal van databanken en collecties van biologisch materiaal; centra voor klinische proeven; voorzieningen voor marien onderzoek en rekencentra voor de bestudering van het klimaat. 2. Totstandbrenging van een gebruikersvriendelijke informatiemaatschappij De totstandbrenging van een gebruikersvriendelijke informatiemaatschappij opent tal van mogelijkheden voor nieuwe activiteiten van burgers en bedrijven in de Gemeenschap op het gebied van handel, werk, vervoer, milieu, onderwijs en opleiding, gezondheidszorg en cultuur. Voortdurende inspanningen op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en technologie-invoering zijn nodig om de mogelijkheden van de informatiemaatschappij volledig uit te buiten. De brede scala van de bij de kernactiviteiten aan bod komende technologieën maakt het mogelijk de voorgenomen werkzaamheden op flexibele wijze te focussen en met het nodige dynamisme uit te voeren, afhankelijk van de economische en sociale prioriteiten. Deze inspanningen moeten bij alle activiteiten gericht zijn op algemene onderwerpen zoals toegang, gebruiksgemak, kosten/baten-verhouding en interoperabiliteit, alsmede sociaal-economisch effect. a) Kernactiviteiten i) Informatiemaatschappij (I): systemen en diensten voor de burger Met deze kernactiviteit wordt beoogd de gebruikers tegen zo laag mogelijke kosten gemakkelijker toegang te verschaffen tot hoogwaardige diensten van algemeen belang en de industrie die de basis verschaft voor deze diensten te stimuleren. In dit verband heeft zij prioritair betrekking: - voor de gezondheids- en bejaardenzorg: op systemen voor medische informatica, veilige netwerken voor de gezondheidszorg met hoge capaciteit en telegeneeskunde, geavanceerde interfaces en telesystemen voor de integratie van ouderen en gehandicapten in het maatschappelijke leven, - voor overheidsdiensten: op systemen waarbij gebruik wordt gemaakt van multimediatoepassingen en telesystemen, - voor het milieu: op intelligente systemen voor analyse, bewaking, beheer en alarmering, - voor het vervoer: op geavanceerde intelligente systemen die nodig zijn voor het beheer en voor de daarmee samenhangende telediensten. ii) Informatiemaatschappij (II): nieuwe werkmethoden en elektronische handel Deze kernactiviteit heeft tot doel het bedrijfsleven efficiënter te laten functioneren en een efficiëntere handel in goederen en diensten te stimuleren. Als prioritaire thema's gelden: - methoden voor flexibel, mobiel en op afstand werken voor zowel individuen als werken in samenwerkingsverband en groepsverband, en werkmethoden die steunen op simulatie en virtuele realiteit, - beheerssystemen voor leveranciers en consumenten, onder meer ook interoperabele betalingssystemen, - beveiliging van informatie en netwerken; onder meer technieken voor authentisatie, bescherming van de integriteit en van de intellectuele-eigendomsrechten, alsook technologieën voor een betere bescherming van de particuliere levenssfeer. iii) Informatiemaatschappij (III): multimedia-inhoud Deze kernactiviteit heeft tot doel onderwijs en opleiding in alle levensfasen te vergemakkelijken, de creativiteit te stimuleren, taalkundige en culturele verscheidenheid te bevorderen en de functionaliteiten en gebruikersvriendelijkheid van toekomstige informatieproducten en -diensten te verbeteren. Zij legt het accent op de ontwikkeling van intelligente systemen voor onderwijs en opleiding en van innoverende vormen van multimedia-inhoud, inclusief audiovisuele inhoud, en van hulpmiddelen voor de structurering en de behandeling daarvan. De nadruk ligt op vier hoofdlijnen: - interactieve elektronische uitgave, met nieuwe methoden voor het creëren en structureren van publicaties en de persoonsgerichte verspreiding van informatie, alsmede de toegang tot de culturele inhoud via virtuele bibliotheken en musea, - onderwijs en opleiding: systemen, diensten en programmatuur voor de ontwikkeling en demonstratie van nieuwe methoden waarbij gebruik wordt gemaakt van multimediatoepassingen, breedbandcommunicatie, simulatie en virtuele realiteit, - nieuwe taaltechnologie die helpt informatie- en communicatiesystemen gebruikersvriendelijker te maken, - geavanceerde technologie voor de toegang tot en het filteren en analyseren van informatie, die de informatie-explosie helpt beheersen en het gebruik van de multimedia-inhoud vergemakkelijkt, met name op het gebied van geografische informatiesystemen. iv) Informatiemaatschappij (IV): essentiële technologie en infrastructuur Met deze kernactiviteit wordt beoogd topkwaliteit te stimuleren op het gebied van de technologie die de kern van de informatiemaatschappij vormt, de invoering van deze technologie te versnellen en het toepassingsgebied ervan uit te breiden. Deze activiteit heeft prioritair betrekking op: - computer-, communicatie- en netwerktechnologie, alsook de invoering en toepassing daarvan, - technologie en engineering voor programmatuur en systemen, ook op het gebied van hoogwaardige statistiek, - mobiele en persoonlijke communicatie en systemen, met name satellietdiensten, - interfaces op basis van het gebruik van verschillende zintuigen, - randapparatuur, subsystemen en microsystemen, - micro-elektronica (technologie, know-how, apparatuur en materialen die nodig zijn voor het ontwerp en de fabricage van schakelingen en de ontwikkeling van toepassingen). b) Algemene activiteiten voor onderzoek en ontwikkeling van algemeen inzetbare technologie Algemene onderwerpen zoals toegang, gebruiksgemak, kosten/baten-verhouding en interoperabiliteit, alsmede sociaal-economisch effect, worden in alle kernactiviteiten integraal behandeld. Vanuit een "visionair" perspectief dat gericht is op toekomstige of reeds ontluikende technologieën en toepassingen zal prioritair onderzoek worden verricht met betrekking tot: - technologie voor het representeren, creëren en manipuleren van kennis, - simulatie- en visualisatietechnologie in real-time en op grote schaal en technologie voor virtuele realiteit, - kwantum-, foton- en bio-elektronicatechnologie en technologie voor integratie op zeer grote schaal; ultrasnelle computers en superintelligente netwerken. c) Steun voor onderzoekinfrastructuur Prioriteit wordt gegeven aan steun voor geavanceerde elektronische netwerken met een hoge capaciteit ten behoeve van onderzoek op alle gebieden van wetenschap en technologie, bijvoorbeeld het geavanceerde INTERNET-2. 3. Bevordering van een concurrerende en duurzame groei Ontwikkeling en verspreiding van de kennis en de technologie voor het ontwerp en de ontwikkeling van "schone" procédés en de fabricage van "schone" producten van hoge kwaliteit die kunnen concurreren op de markt van morgen is nodig om de groei en het scheppen van nieuwe banen in de Gemeenschap te stimuleren en de bedrijven de kans te geven de nodige aanpassingen in hun activiteiten aan te brengen. Dit streven gaat hand in hand met de ontwikkeling van krachtige energiesystemen en -diensten, alsmede van economische, veilige, milieuvriendelijke en een goed leefklimaat bevorderende vervoersystemen. a) Kernactiviteiten i) Concurrerende en duurzame groei (I): producten, procédés, organisatie Doel van deze kernactiviteit is de ontwikkeling te vergemakkelijken van hoogwaardige, innovatieve producten en diensten die voorzien in de behoeften van de burgers en de markt en van nieuwe, economische en milieuvriendelijke productie- en fabricagemethoden, ongeacht de productiewijze. De inspanningen hebben prioritair betrekking op: - de bepaling, de ontwikkeling en de integratie van nieuwe technologieën inzake ontwerp, fabricage, controle en productie, waarbij met name gebruik wordt gemaakt van micro-engineering, - de technologieën van de informatiemaatschappij voor "intelligente" fabricage (waaronder flexible werkplaatssystemen en systemen voor flexibel beheer van toeleverings- en distributieketens, ingebouwde systemen en telediensten voor exploitatie en onderhoud en technologieën voor simulatie en werken in samenwerkingsverband), - technologieën ter beperking van het gebruik van hulpbronnen en ter beperking van afvallozingen, inzake recycling van afvalstoffen en voor de ontwikkeling van schone producten en procédés, een en ander op basis van het concept van de levenscyclusanalyse, - nieuwe methoden voor productie- en arbeidsorganisatie en voor de benutting van vakbekwaamheden (inclusief sociaal-economische analyses). ii) Concurrerende en duurzame groei (II): duurzame mobiliteit en intermodaliteit Doel is op een efficiënte wijze en zonder nadelige effecten voor het milieu te zorgen voor mobiliteit van personen en goederen. Deze kernactiviteit draagt daartoe bij door mede de totstandbrenging mogelijk te maken van een op Europees niveau grotendeels intermodaal opererend systeem van veilig, intelligent en interoperabel personen- en goederenvervoer per spoor en over de weg, door de lucht en over zee, dat voorziet in de mobiliteitsbehoeften van het bedrijfsleven en de burgers. Dit veronderstelt prioritair: - de ontwikkeling, validering en demonstratie van systemen voor een rationeel beheer van zowel modaal als intermodaal vervoer, met inbegrip van systemen voor satellietnavigatie en -plaatsbepaling van de tweede generatie, - onderzoek naar infrastructuur en de raakvlakken daarvan met vervoermiddelen en -systemen, waarbij rekening wordt gehouden met verminderde milieu-effecten en met toegankelijkheid en integratie van het beleid inzake ruimtelijke ordening en het vervoerbeleid, - opstelling van sociaal-economische scenario's voor de mobiliteit van zowel goederen als personen. iii) Concurrerende en duurzame groei (III): nieuwe perspectieven voor de luchtvaart Deze kernactiviteit moet de Europese Gemeenschap mede in staat stellen haar positie op dit gebied te versterken door gebruik te maken, met inachtneming van milieueisen, van haar beheersing van de meest geavanceerde luchtvaarttechnologie. Zij heeft prioritair betrekking op: - de ontwikkeling en demonstratie van geavanceerde ontwerp- en geïntegreerde fabricagetechnologieën en beperking van energieverbruik, emissies en geluidshinder voor verschillende vliegtuigconcepten, - de technologische en economische uitvoerbaarheid van en de kritieke technologieën voor ontwerpen voor vliegtuigen van de nieuwe generatie, - de ontwikkeling van technologieën ter verbetering van de veiligheid van het vliegverkeer. iv) Concurrerende en duurzame groei (IV): technologieën van de zee Doel is met inachtneming van de milieu-eisen de ontwikkeling en de integratie van de specifieke kennis en technologie met betrekking tot het mariene milieu te stimuleren waarmee de Gemeenschap haar potentieel ten volle kan benutten en het concurrentievermogen van haar industrie kan verbeteren, ter ondersteuning van een echt "Europees zeebeleid". De werkzaamheden worden toegespitst op de vereiste technologieën voor: - de ontwikkeling van veilige en efficiënte geavanceerde schepen, - het gebruik van de zee als medium voor economisch verantwoord personen- en goederenvervoer (geavanceerde haveninfrastructuren; regionale systemen voor zeevervoer), in samenhang met de kernactiviteit "duurzame mobiliteit en intermodaliteit", - een rationele en duurzame exploitatie van de zee als energie- en delfstoffenbron (offshore- en onderzeese technologieën). v) Concurrerende en duurzame groei (V): geavanceerde energiesystemen en -diensten (3) Deze kernactiviteit, die in ruime mate rekening houdt met de behoeften van de markt, heeft tot doel een bijdrage te leveren om met zo weinig mogelijk gevaar voor het milieu te voorzien in de energiebehoeften van de Gemeenschap. Zij draagt bij tot de bevordering van de totstandbrenging en ontwikkeling van zowel qua productie als qua verbruik efficiënte en geavanceerde energiesystemen en -diensten die een aanzienlijke vermindering van de emissies van CO2 en andere broeikasgassen mogelijk maken en de concurrentiepositie van de Gemeenschap helpen versterken. De werkzaamheden hebben prioritair betrekking op: - de belangrijkste nieuwe en hernieuwbare energiebronnen en de integratie daarvan, met name in gedecentraliseerde systemen, - technologieën voor de opslag en het transport van energie, - technologieën voor schone productie en gebruik van fossiele energiebronnen en voor een rationeel energiegebruik, - de opstelling van scenario's voor wisselwerkingen tussen economie, milieu en energie. vi) Concurrerende een duurzame groei (VI): de stad van morgen Deze activiteit is gericht op een harmonieuze ontwikkeling van de stedelijke leefomgeving van de burgers volgens een globale en innovatieve, zuiniger en milieuvriendelijke aanpak, die op geavanceerde organisatiemodellen is gebaseerd, en waarbij met name verbetering van de kwaliteit van het leven, herstel van het sociale evenwicht en bescherming en valorisatie van het culturele erfgoed met elkaar worden verzoend. De werkzaamheden hebben prioritair betrekking op: - nieuwe modellen voor een duurzame ontwikkeling van Europese steden, de opstelling van sociaal-economische scenario's op middellange en lange termijn en activiteiten voor onderzoek en demonstratie, met name toegespitst op problemen op het gebied van stedenbouw en architectuur, sociale integratie en veiligheid, energie-efficiëntie en -zuinigheid (met name in gebouwen en bij het geïntegreerde vervoerbeheer), alsook op de ontwikkeling van democratische informatienetwerken (het concept van de "digitale stad"), - ontwikkeling en demonstratie van technologieën voor economisch verantwoorde, schone, efficiënte en duurzame terugwinning, renovatie en nieuwbouw, met name ten behoeve van grote gebouwencomplexen en ter bescherming van het cultureel erfgoed, - ontwikkeling en demonstratie in een stedelijke omgeving van technologieën voor zuinige, schone, veilige en intelligente voertuigen (bijvoorbeeld auto's met nulemissie), in samenhang met duurzame mobiliteit (zie de kernactiviteit "duurzame mobiliteit en intermodaliteit"). b) Algemene activiteiten voor onderzoek en ontwikkeling van algemeen inzetbare technologie De werkzaamheden worden toegespitst op de volgende prioritaire onderzoekactiviteiten (4): - ter ondersteuning van de ontwikkeling van nieuwe materialen voor de industrie en de fabricageprocédés daarvoor: hitte- en drukbestendige materialen (bijvoorbeeld voor energieproductie en motoren); lichte materialen (voor het vervoer en de bouw); met het oog op gemakkelijke recycling ontworpen en ontwikkelde functiematerialen (opto-elektronische en biomaterialen, sensoren), - voor de ontwikkeling van nieuwe materialen en productietechnologieën op het gebied van kolen en staal (5), - voor metingen en proeven: ter ondersteuning van normalisatie en fraudebestrijding alsook van de kwaliteit van producten en diensten (met inbegrip van de ontwikkeling van precisiemeetinstrumenten en de ontwikkeling van referentiemetingen en gecertificeerde referentiematerialen). c) Steun voor onderzoekinfrastructuur Prioritair zijn het in netwerken met elkaar verbinden en de optimale benutting op Gemeenschapsschaal van rekencentra voor industrieel onderzoek, windtunnels, gespecialiseerde databases, meet- en testlaboratoria. TWEEDE ACTIVITEIT 1. Bevestiging van de internationale rol van het communautaire onderzoek Enerzijds een aanzienlijke bijdrage leveren aan de vormgeving van het externe beleid van de Unie, met name ten aanzien van de landen van Midden- en Oost-Europa die kandidaat zijn voor toetreding en anderzijds de Unie helpen om industriële samenwerkingsverbanden tot stand te brengen en nieuwe markten te openen dat zijn de voornaamste doelstellingen van de activiteit "internationale samenwerking". In het kader van de vormgeving van het externe beleid van de Unie en van de verwachte toetreding van nieuwe lidstaten, zijn de algemene doelstellingen van het programma "internationale samenwerking" als volgt: - wetenschappelijke en technologische samenwerkingsverbanden bevorderen tussen instanties en onderzoekers uit derde landen en de Gemeenschap die de partijen aanzienlijke en evenredig verdeelde voordelen opleveren (samenwerking op basis van het principe van wederzijds voordeel), - de toegang vergemakkelijken van laboratoria en bedrijven in de Gemeenschap tot buiten de Gemeenschap beschikbare wetenschappelijke kennis die de belangen van de Gemeenschap kan dienen, - de plaats en de rol van het communautaire onderzoek op de internationale wetenschappelijke en technologische scène versterken, - de toetreding van de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa (LMOE) voorbereiden, het Euro-mediterrane partnerschap ondersteunen, het menselijk potentieel in de LMOE en de nieuwe onafhankelijke staten van de voormalige Sovjet-Unie (NOS) stabiliseren en het ontwikkelingsbeleid steunen, - de Europese onderzoeksector helpen informatie te verkrijgen over onderzoekcapaciteiten, -activiteiten en -prioriteiten buiten de Gemeenschap (industrielanden, landen met een "economie in opkomst") om het concurrentievermogen van de industrie van de Gemeenschap en haar aanwezigheid op de nieuwe markten te versterken. De activiteiten op het gebied van internationale wetenschappelijke en technologische samenwerking worden uitgevoerd, afhankelijk van het bestaan en de inhoud van samenwerkingsovereenkomsten, door middel van de specifieke activiteit "internationale samenwerking" alsmede door verdiscontering van de internationale dimensie van het onderzoek in de andere activiteiten van het kaderprogramma. a) Specifieke activiteiten van de activiteit "internationale samenwerking" Op basis van het samenwerkingsbeleid dat wordt bepaald met het oog op de betrekkingen met de verschillende potentiële partners van de Gemeenschap, worden drie categorieën activiteiten ten uitvoer gelegd, die verband houden met specifieke problemen waarmee deze landen worden geconfronteerd en niet zijn opgenomen in de andere activiteiten van het kaderprogramma. Deze activiteiten worden gefinancierd door de specifieke activiteit "internationale samenwerking": - Samenwerkingsactiviteiten met bepaalde categorieën landen: LMOE: bevordering van topcentra. Mediterrane derde landen: met name regionale aspecten van het beheer over de Middellandse Zee, steun voor sociaal-economische ontwikkeling, met inbegrip van de informatiemaatschappij, bescherming van het cultureel erfgoed. NOS: steun aan het potentieel voor onderzoek en technologische ontwikkeling, gerichte specifieke activiteiten (satelliettoepassingen, regionale problemen in verband met milieu en gezondheid). Ontwikkelingslanden (inclusief mediterrane landen en landen met een economie in opkomst): studie van de mechanismen en de sociaal-economische voorwaarden voor duurzame ontwikkeling (b.v. agro-industrieel onderzoek, energiesystemen); steun voor de integratie van productiviteits- en milieu-eisen in de ecosystemen van deze landen (b.v. waterbeheer); preventie en bestrijding van ziekten die op grote schaal in deze landen voorkomen en bevordering van een doeltreffende gezondheidszorg. - Opleiding van onderzoekers: Er wordt een beurzenstelsel opgezet om jonge onderzoekers uit ontwikkelingslanden met inbegrip van mediterrane landen en landen met economie in opkomst de gelegenheid te bieden gedurende een bepaalde periode in laboratoria in de Gemeenschap mee te werken aan projecten die binnen het kaderprogramma worden uitgevoerd. Een ander beurzenstelsel dient om het verblijf van jonge onderzoekers uit de Gemeenschap in industriële laboratoria in Japan en Zuid-Korea te financieren. - Coördinatie met COST en het Eureka-initiatief, alsook met internationale organisaties die zich met onderzoekactiviteiten bezig houden; voorts ook coördinatie van de activiteiten die in het kader van andere programma's van het kaderprogramma worden uitgevoerd, met akties meer in het kader van andere samenwerkingsactiviteiten van de Gemeenschap en met samenwerkingsactiviteiten van de lidstaten. b) Activiteiten op het gebied van internationale samenwerking in het kader van andere activiteiten van het kaderprogramma Er zijn vier formules voor deelneming binnen de specifieke programma's: - volledige associatie met het kaderprogramma: deelneming en financiering door de Gemeenschap van partners in derde landen onder vergelijkbare voorwaarden als voor partners in de lidstaten (EER, bepaalde LMOE, Israël, Zwitserland), - deelname aan voor derde landen openstaande programma's op basis van bilaterale of multilaterale akkoorden: deelname zonder financiering door de Gemeenschap voor partners uit derde landen, op projectbasis (bepaalde geïndustrialiseerde derde landen of landen met een "economie in opkomst"). Er zullen maatregelen worden getroffen om de toegang van landen met een "economie in opkomst" tot het kaderprogramma te intensiveren, - deelname aan voor derde landen openstaande programma's zonder specifiek samenwerkingsakkoord: deelname in principe zonder financiering door de Gemeenschap voor partners uit derde landen, op projectbasis (niet met de specifieke programma's geassocieerde LMOE, Europese NOS, mediterrane partners), - deelname aan projecten waarbij het in het belang van de Gemeenschap is deelnemers uit derde landen aan te trekken: deelname in principe gefinancierd door de betrokken derde landen en, in bepaalde gevallen als omschreven in de regels voor deelneming zoals vastgesteld krachtens artikel 130 J van het Verdrag, door de Gemeenschap via het betrokken specifiek programma. DERDE ACTIVITEIT 1. Innovatie en deelneming van het MKB Innovatie is de sleutelfactor van het concurrentievermogen van de industrie en voor het scheppen van werkgelegenheid. Doel is innovatie te bevorderen, de exploitatie van de resultaten van het wetenschappelijk werk te vergemakkelijken en de oprichting van innoverende ondernemingen te stimuleren. Het midden- en kleinbedrijf is een belangrijke initiator en drager van innovatie. Het moet gemakkelijk toegang kunnen krijgen tot de geavanceerde technologie die het nodig heeft en tot de mogelijkheden die geboden worden door de onderzoekprogramma's van de Gemeenschap. De algemene doelstellingen van de activiteiten van de Unie op dit gebied zijn: - het sociaal en economisch effect van de onderzoekactiviteiten van haar programma's verbeteren door meer nadruk te leggen op maatregelen waarmee kan worden gezorgd voor een betere exploitatie van de resultaten ervan en de overdracht en verspreiding van de ontwikkelde technologie; - de toegang vergemakkelijken van aan de programma's deelnemende organisaties, in het bijzonder het MKB, tot financieringsinstrumenten voor innovatie en ondersteuning van de oprichting van innoverende ondernemingen (financiële technieken, risicokapitaal); - de deelneming van het MKB aan de onderzoekprogramma's stimuleren, zowel van bedrijven die actief zijn op het gebied van onderzoek en geavanceerde technologie als van bedrijven die over slechts weinig of geen onderzoekcapaciteit beschikken maar wel grote technologische behoeften hebben; het MKB, met name in minder welvarende regio's, helpen zijn technologische capaciteiten te vergroten. - bijdragen tot de vormgeving van het innovatiebeleid van de Gemeenschap, met name door een Europese dimensie toe te voegen aan de nationale innovatiesystemen. De activiteiten van de Europese Gemeenschap inzake bevordering van innovatie en ondersteuning van de deelneming van het MKB aan de onderzoekprogramma's moeten worden uitgevoerd in het tweeledige kader van de verschillende communautaire activiteiten en de specifieke activiteit die gewijd is aan innovatie en het MKB. De doelstellingen en uitvoeringswijze van de desbetreffende activiteiten zijn met name de volgende: a) Specifieke werkzaamheden voor de activiteit "Innovatie en deelneming van het MKB": i) Voor innovatie - rationalisatie en coördinatie op Gemeenschapsniveau van de informatie- en hulpnetten met betrekking tot de werkzaamheden van de Gemeenschap op het gebied van onderzoek en innovatie, beheer - in overleg met de programma's - van het hulpnet voor innovatie en overdracht van technologie en consolidering van de mechanismen voor het verzamelen en verspreiden van informatie zoals het informatiesysteem Cordis (gemeenschappelijke activiteit innovatie/MKB); - oprichting en ontwikkeling van een hulpdienst inzake intellectuele eigendomsrechten en toegang tot particuliere financiering, met name tot fondsen voor risicokapitaal (gemeenschappelijke activiteit innovatie/MKB); - omschrijving - in overleg met de programma's - van mechanismen waarmee tijdens de levenscyclus van projecten exploitatie van resultaten, particuliere financiering en overdracht van ontwikkelde technologie kunnen worden vergemakkelijkt, met waarborgen voor de bescherming van verworven kennis (waarde-analyses, marktonderzoek, opleiding); - ontwikkeling van het concept "innovatiecellen" binnen de programma's, coördinatie van de activiteiten ervan en hulp bij de oprichting van beginnende innoverende bedrijven (start-ups), in het bijzonder via Europese instanties en fondsen (Europees Investeringsfonds, Europese Investeringsbank, de actie Eurotech Capital); - ontwerp en omschrijving van nieuwe methodologieën voor activiteiten op het gebied van technologie-overdracht waarbij de technologische, economische en sociale aspecten van innovatie worden geïntegreerd; - omschrijving en verspreiding van optimale praktijken inzake technologieoverdracht (gemeenschappelijke activiteit innovatie/MKB) en coördinatie van studies en analyses, vooral met betrekking tot het innovatiebeleid. ii) Voor het MKB Beheer van een centraal aanspreekpunt voor alle onderzoekprogramma's binnen de diensten van de Europese Commissie (voor voorstellen voor projecten die specifiek door het MKB worden uitgevoerd); omschrijving en beheer van gemeenschappelijke hulpmiddelen die de deelneming van het MKB aan de programma's vergemakkelijken (waarbij zoveel mogelijk een beroep wordt gedaan op elektronische middelen voor informatiepakketten, het indienen van voorstellen, "help line", enz.). b) Aansluiting bij werkzaamheden in het kader van andere activiteiten van het kaderprogramma i) Voor innovatie Zorgen voor samenhang van de uitvoering en het beheer van werkzaamheden in het kader van de thematische programma's op dit gebied met de specifieke werkzaamheden voor de activiteit "Innovatie en deelneming van het MKB", impulsen geven om reeds in de onderzoekfase de exploitatie en verspreiding van de resultaten voor te bereiden. ii) Voor het MKB Steun voor de deelname van het MKB aan activiteiten op het gebied van "onderzoek in samenwerkingsverband" en andere activiteiten voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie in het kader van de programma's. - activiteiten op het gebied van "onderzoek in samenwerkingsverband" waarbij ten minste drie onderling onafhankelijke MKB-bedrijven uit ten minste twee verschillende lidstaten de mogelijkheid krijgen gemeenschappelijke technologische problemen te laten oplossen door derde organisaties; - activiteiten ter ondersteuning en stimulering van de deelname van het MKB aan projecten voor gezamenlijk onderzoek in samenwerkingsverband (bijvoorbeeld via "premies voor verkennende werkzaamheden"). VIERDE ACTIVITEIT 1. Verhoging van het menselijk potentieel De wereld steunt reeds meer op kennis. De Gemeenschap beschikt op dit gebied over een grote troef: de kwaliteit van zijn onderzoekers, ingenieurs en technici. Doel is dit kennispotentieel te bewaren en te helpen ontwikkelen door meer steun te geven voor de opleiding en mobiliteit van onderzoekers, ook naar de bedrijven toe, alsook door het verlenen van steun voor een beter gebruik van de onderzoekinfrastructuur. Voorts kent de Gemeenschap een grote traditie op het gebied van onderzoek in sociale en economische wetenschappen, dat moet worden ingezet om huidige en toekomstige economische en sociale trends en behoeften aan te geven. De algemene doelstellingen van de activiteit, die moeten worden verwezenlijkt in samenwerking met soortgelijke activiteiten elders in het kaderprogramma, zijn: - het menselijk potentieel van de Gemeenschap ontwikkelen, met name door opleiding en mobiliteit van onderzoekers (ook naar de industrie en met name het MKB toe), alsmede door innovatie van methoden en technologie op het gebied van onderwijs en opleiding, met het oog op het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen; - de Gemeenschap helpen om een aantrekkelijke plaats te worden voor onderzoekers en investeringen in onderzoek en het Europese onderzoek op het internationale toneel bevorderen; - een beter gebruik van de onderzoekinfrastructuur bevorderen; - de nodige sociaal-economische kennis ontwikkelen om een beter inzicht te krijgen in belangrijke sociale en economische aspecten in verband met de doelstellingen van het kaderprogramma en vorm te geven aan het wetenschaps- en technologiebeleid en andere beleidslijnen van de Gemeenschap. a) Specifieke werkzaamheden voor de activiteit "Verhoging van het menselijk potentieel": Deze activiteit is gestructureerd langs 5 krachtlijnen: i) Versterking van het menselijk onderzoekpotentieel in de Gemeenschap Het doel hiervan is: - netwerken voor opleiding door onderzoek op te richten op geavanceerde en opkomende onderzoekgebieden en voor thema's die door de onderzoekers vrij worden gekozen. De nadruk moet hierbij worden gelegd op de opleiding van jonge onderzoekers op doctoraal en postuniversitair niveau; - een samenhangend stelsel op te zetten van "Marie Curie"-beurzen voor hooggekwalificeerde jonge onderzoekers met een degelijke onderzoekervaring, toegekend voor thema's die door de onderzoekers zelf worden gekozen; opleidingsbeurzen in de industrie, toegekend aan ondernemingen (inclusief MKB-bedrijven) voor de opleiding van jonge onderzoekers; en ontwikkelingsbeurzen voor de ontwikkeling van een hoogwaardige onderzoekcapaciteit in de minder welvarende regio's van de Gemeenschap. Aanvullende maatregelen betreffende beurzen zijn onder meer de bevordering van de mobiliteit van onderzoekers van de industrie naar het academisch milieu en omgekeerd, alsook beurzen voor promovendi voor een verblijf in topcentra. ii) Verbetering van het gebruik van grootschalige onderzoekinfrastructuur Doel hiervan is een optimale exploitatie van de onderzoekinfrastructuur (grote installaties, gedistribueerde netwerken van installaties, kenniscentra) te bevorderen op gebieden (onder meer ook de economische, rechts- en sociale wetenschappen) die niet onder de andere acties van het kaderprogramma vallen of voor categorieën infrastructuur van installaties die niet door deze activiteiten in aanmerking komen. Daartoe wordt gedacht aan hulp bij de toegang van buitenlandse onderzoekers en het opzetten van netwerken voor de exploitanten van installaties, alsmede steun voor onderzoekprojecten waardoor de toegang tot de infrastructuur wordt verbeterd. iii) Bevordering van wetenschappelijke en technologische topkwaliteit Doel van deze categorie activiteiten is door middel van uitwisseling wetenschappelijke en technologische topkwaliteit te stimuleren en de resultaten van het onderzoek bekendheid te geven. In dit verband wordt gedacht aan het steunen van wetenschappelijke conferenties van hoog niveau; het opzetten van een netwerk voor Europese onderzoekers die buiten de Gemeenschap actief zijn; onderscheidingen voor vooraanstaand onderzoek; alsmede voorlichtingsacties voor het publiek en informatieverstrekking over onderzoekactiviteiten op communautair niveau via elektronische netwerken. iv) Sociaal-economisch onderzoek ten behoeve van de samenleving Deze activiteiten hebben betrekking op een beperkt aantal onderwerpen in verband met de algemene doelstellingen van het kaderprogramma en beogen de grondslag te leggen voor een werkgelegenheid scheppende economische en sociale ontwikkeling en de opbouw van de Europese kennismaatschappij. De inspanningen worden in de eerste plaats geconcentreerd op het analyseren van de wisselwerking tussen technologische vooruitgang, werkgelegenheid, innovaties m.b.t. opleiding en training, juridisch kader en economisch concurrentievermogen; bestudering van het sociaal-economisch effect van de ontwikkeling van diensten en de "immateriële" economie, de opstelling en validatie van nieuwe ontwikkelingsmodellen ten gunste van groei, werkgelegenheid en leefklimaat. v) Ondersteuning van de ontwikkeling van het wetenschaps- en technologiebeleid in Europa Hiervoor wordt gezorgd door middel van de oprichting van een uitwisselingsforum in de vorm van het ETAN-netwerk ("European Technology Assessment Network") waaraan wordt deelgenomen door politieke besluitvormers en onderzoekers die gespecialiseerd zijn in de studie van het wetenschaps- en technologiebeleid; activiteiten op het gebied van evaluatie, technologiebewaking en -prospectie; evaluatie van de wetenschappelijke en technologische opties; en ontwikkeling van een systeem van wetenschappelijke, technologische en innovatie-statistieken en -indicatoren. b) Aansluiting bij werkzaamheden in het kader van andere activiteiten van het kaderprogramma De activiteit behelst tevens de vereiste coördinatie, ondersteuning en begeleiding om te zorgen voor samenhang met soortgelijke activiteiten elders in het kaderprogramma met betrekking tot de onder 1a) hierboven genoemde aspecten. (1) De activiteiten in verband met ruimtetechnologietoepassingen die binnen elk van de drie thematische programma's worden uitgevoerd zijn het onderwerp van specifieke coördinatie. (2) Binnen dit kaderprogramma zal geen enkele onderzoekactiviteit worden ondernomen waarbij het genetisch materiaal van mensen wordt gewijzigd of gepoogd wordt dit te wijzigen door modificatie van kiemcellen of waarbij in enig ander stadium van de embryonale ontwikkeling wordt ingegrepen zodat deze modificatie erfelijk wordt. Evenmin zal onderzoek (bekend als "klonering") worden verricht waarbij wordt gepoogd de kern van een kiemcel of embryonale cel te vervangen door een celkern afkomstig van een willekeurig persoon, van een embryo of van een later ontwikkelingsstadium dan het menselijke embryonale stadium. Zoveel mogelijk moeten dierproeven worden vervangen door in vitro-proeven of andere alternatieve methodes. Modificatie van het genetisch materiaal van dieren en het klonen van dieren zullen binnen dit kaderprogramma alleen worden overwogen indien daarmee ethisch verantwoorde doeleinden worden nagestreefd en zij worden uitgevoerd met de nodige aandacht voor het welzijn van de proefdieren en met inachtneming van het principe van genetische diversiteit bij dieren. (3) De onderzoekaktiviteiten met betrekking tot beheerste kernfusie worden in detail beschreven in het voorstel betreffende het vijfde kaderprogramma van Euratom voor activiteiten op het gebied van onderzoek en onderwijs. (4) Het onderzoek ten behoeve van veiligheid en beveiliging van kernenergie in het kader van het programma "Bevordering van een concurrerende en duurzame groei" is opgenomen in het voorstel betreffende het vijfde kaderprogramma van Euratom. (5) In het vooruitzicht van het feit dat het kaderprogramma in toenemende mate activiteiten zal overnemen die thans worden uitgevoerd op grond van het EGKS-Verdrag, dat in 2002 afloopt. BIJLAGE III VIJFDE KADERPROGRAMMA (1998-2002) BEDRAGEN EN VERDELING >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE IV VOORWAARDEN VOOR DE FINANCIËLE DEELNEMING VAN DE GEMEENSCHAP De Europese Gemeenschap neemt financieel deel aan de activiteiten voor onderzoek en technologische ontwikkeling, met inbegrip van demonstratie, hierna "OTO-werkzaamheden onder contract" genoemd, die worden uitgevoerd uit hoofde van de programma's waarmee het kaderprogramma ten uitvoer wordt gelegd. Daarnaast verricht zij ook eigen activiteiten voor onderzoek en ontwikkeling, hierna "eigen OTO-werkzaamheden" genoemd. De kernactiviteiten, de activiteiten voor onderzoek en ontwikkeling van algemeen inzetbare technologie, de steun voor onderzoekinfrastructuur en de werkzaamheden die worden verricht uit hoofde van de activiteiten 2, 3 en 4, als beschreven in bijlage II, worden ten uitvoer gelegd door middel van OTO-werkzaamheden onder contract en eigen OTO-werkzaamheden. 1. OTO-werkzaamheden onder contract De OTO-werkzaamheden onder contract bestaan uit vijf categorieën: werkzaamheden voor gezamenlijke rekening, opleidingsbeurzen, steun voor netwerken, gecoördineerde werkzaamheden en begeleidende maatregelen. De programma's worden vooral ten uitvoer gelegd door middel van werkzaamheden voor gezamenlijke rekening. De financiële deelneming van de Gemeenschap aan deze werkzaamheden is als volgt: a) Werkzaamheden voor gezamenlijke rekening - Projecten voor onderzoek en technologische ontwikkeling, demonstratieprojecten en geïntegreerde projecten Onder projecten voor onderzoek en technologische ontwikkeling wordt verstaan projecten waarmee nieuwe kennis kan worden verworven die nuttig kan zijn om bestaande producten, procédés of diensten te ontwikkelen of aanzienlijk te verbeteren, of om te voorzien in maatschappelijke behoeften. Zij worden in principe ten belope van 50 % van de in aanmerking komende kosten gefinancierd. In het bijzondere geval van rechtspersonen die geen analytische boekhouding voeren, worden de in aanmerking komende extra kosten die door het onderzoek worden veroorzaakt, voor 100 % gefinancierd. Onder demonstratieprojecten wordt verstaan projecten waarmee wordt beoogd de technische levensvatbaarheid van een technologie te bewijzen en die niet als zodanig commercieel kunnen worden geëxploiteerd. Zij worden in principe ten belope van 35 % van de in aanmerking komende kosten gefinancierd. Onder geïntegreerde projecten wordt verstaan projecten met een component onderzoek en technologische ontwikkeling en een component demonstratie. Zij worden gefinancierd ten belope van het gewogen gemiddelde van de financieringsniveaus voor beide componenten. - Steun voor toegang tot onderzoekinfrastructuur Er wordt steun toegekend aan bestaande onderzoekinfrastructuur om toegang te verlenen aan teams van onderzoekers uit de Gemeenschap zodat deze hun onderzoekwerkzaamheden optimaal kunnen verrichten. De financiering van de Gemeenschap die als bijdrage tot het optimale gebruik van de infrastructuur wordt toegekend, is vastgesteld op 100 % van de in aanmerking komende extra kosten in verband met de ontvangst van de teams van onderzoekers uit de Gemeenschap en het ter beschikking stellen van de installatie. - Projecten voor technologiestimulering om de deelneming van het MKB aan OTO-activiteiten te stimuleren en te vergemakkelijken Activiteiten op het gebied van "onderzoek in samenwerkingsverband" worden tot 50 % van de in aanmerking komende kosten van het project gefinancierd. Activiteiten op het gebied van "gezamenlijk onderzoek" worden gefinancierd in de vorm van een premie die tot 75 % van de in aanmerking komende kosten van de verkennende fase van een OTO-activiteit dekt, inclusief de validatie en het opzetten van het project, een haalbaarheidsstudie en het zoeken van partners, gedurende een periode van maximaal twaalf maanden. b) Opleidingsbeurzen Uit hoofde van de vierde activiteit omvat het communautaire beurzenstelsel "Marie Curie" verschillende categorieën beurzen: beurzen voor jonge onderzoekers met een degelijke ervaring, beurzen voor het geven van een opleiding aan jonge onderzoekers in bedrijven en ontwikkelingsbeurzen. Uit hoofde van de beurzen voor jonge onderzoekers met een degelijke ervaring ontvangen de bursalen een toelage die uitsluitend bestemd is om te voorzien in hun kosten van levensonderhoud en de kosten van een passende sociale bescherming. Daarnaast ontvangen zij nog een bijdrage ter dekking van de kosten in verband met mobiliteit. Uit hoofde van de tweede activiteit krijgen dank zij het beurzenstelsel enerzijds jonge onderzoekers uit ontwikkelingslanden de mogelijkheid om in communautaire laboratoria te verblijven en anderzijds jonge onderzoekers uit de Gemeenschap de kans om enige tijd in Japan en in Zuid-Korea door te brengen. De communautaire financiering dekt tot 100 % van de in aanmerking komende kosten van de beurs en een bijdrage in de in aanmerking komende kosten van de gastinstelling, wanneer deze in de Gemeenschap is gevestigd. c) Steun voor netwerken In thematische netwerken worden in het kader van een gemeenschappelijke wetenschappelijke en technologische doelstelling fabrikanten, gebruikers, universiteiten, onderzoekcentra en instanties voor de verspreiding of overdracht van innovatie bijeengebracht met het oog op het vergemakkelijken van de integratie en de overdracht van kennis, samenwerking tussen de betrokkenen en zelfs de gebruikers van het onderzoek, een betere verdiscontering van de behoeften van de markt en stimulering van wetenschappelijke en technologische topkwaliteit. De communautaire financiering kan gaan tot 100 % van de in aanmerking komende extra kosten voor de coördinatie en de totstandbrenging van de thematische netwerken. Netwerken voor opleiding door onderzoek worden gecreëerd op geavanceerde of opkomende onderzoekgebieden voor thema's die door de onderzoekers vrij worden gekozen. Zij beogen hoofdzakelijk de opleiding van jonge onderzoekers op doctoraal en postuniversitair niveau. De communautaire financiering bedraagt tot 100 % van de in aanmerking komende extra kosten in verband met de oprichting en de instandhouding van het netwerk. Het gemiddelde maximumbedrag per partner en per jaar wordt bepaald in het specifiek programma dat uit hoofde van de vierde activiteit moet worden vastgesteld. d) Gecoördineerde werkzaamheden Gecoördineerde werkzaamheden hebben tot doel reeds gefinancierde nationale OTO-projecten te coördineren om de opgedane ervaringen uit te wisselen, de onderzoekinspanning van de verschillende betrokkenen op te voeren zodat de vereiste kritieke massa kan worden bereikt, de resultaten te verspreiden en de gebruikers voor te lichten. De communautaire financiering dekt tot 100 % van de in aanmerking komende extra kosten voor de coördinatie. e) Begeleidende maatregelen Begeleidende maatregelen dragen bij tot de tenuitvoerlegging van de specifieke programma's of de voorbereiding van toekomstige activiteiten zodat deze hun strategische doelstellingen kunnen verwezenlijken of bepalen. Zij hebben voorts tot doel de andere OTO-werkzaamheden onder contract voor te bereiden of te ondersteunen. Maatregelen voor het in de handel brengen van producten, procédés en diensten, voor marketingactiviteiten of voor verkoopbevordering zijn hiervan uitgesloten. De communautaire financiering kan tot 100 % van de in aanmerking komende kosten van de maatregelen bedragen. In de beschikkingen tot vaststelling van de specifieke programma's waarmee het vijfde kaderprogramma ten uitvoer wordt gelegd, kan niet worden afgeweken van de hierboven aangegeven niveaus van financiële deelneming, behalve voor uit hoofde van de betrokken activiteit naar behoren gemotiveerde gevallen. In dezelfde beschikkingen kunnen bovengenoemde OTO-werkzaamheden onder contract nader worden gepreciseerd, aangevuld of aan aanvullende voorwaarden of beperkingen worden onderworpen. Nadere bepalingen betreffende de financiële deelneming van bedrijven, onderzoekcentra en universiteiten aan OTO-werkzaamheden onder contract en aan de verspreiding van de resultaten worden gegeven in besluiten van de Raad die krachtens artikel 130 J van het Verdrag worden vastgesteld. 2. Eigen OTO-werkzaamheden Tot de eigen OTO-werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO) behoren institutionele onderzoekactiviteiten en institutionele activiteiten voor wetenschappelijke en technische ondersteuning. Institutionele onderzoekactiviteiten zijn werkzaamheden waarvoor het GCO over bijzondere, soms zelfs unieke bevoegdheden en installaties in de Gemeenschap beschikt en die bijdragen tot de vormgeving van het OTO-beleid van de Gemeenschap. Institutionele activiteiten voor wetenschappelijke en technische ondersteuning zijn werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de opstelling en de tenuitvoerlegging van het communautaire beleid en de taken die krachtens het verdrag aan de Commissie en waarvoor de neutraliteit van het GCO vereist is. De communautaire financiering bedraagt in de regel 100 % van de kosten van de eigen OTO-werkzaamheden. 3. In de eventuele besluiten van de Raad krachtens artikel 130 O worden, als aangegeven in artikel 3, alinea 2, van dit besluit, indien nodig, de nadere voorwaarden voor de financiële deelneming van de Gemeenschap vastgesteld.