51997IP1066

Resolutie over de mensenrechtensituatie in Djibouti

Publicatieblad Nr. C 014 van 19/01/1998 blz. 0207


B4-1066 en 1087/97

Resolutie over de mensenrechtensituatie in Djibouti

Het Europees Parlement,

A. ernstig verontrust over de mensenrechtensituatie in Djibouti en in het bijzonder ongerust over het geweld jegens leden van de oppositie bij de nadering van de parlementsverkiezingenop 19 december 1997,

B. eraan herinnerend dat op 26 september 1997 de belangrijkste leiders van de Afar-oppositie, waaronder de heer Mohamed Kadamy, vertegenwoordiger van het FRUD (Front voor het herstel van de eenheid in Djibouti) in Europa, en een aantal van zijn medewerkers alsmede leden van hun gezinnen in Ethiopië werden gearresteerd en werden uitgewezen naar Djibouti, alwaar ze nu in gevangenschap verblijven,

C. met name wijzend op de situatie van mevrouw Aïcha Dabalé, echtgenote van de heer Mohamed Kadamy, lid van een humanitaire organisatie, die op het moment van haar arrestatie zwanger was,

D. eraan herinnerend dat de parlementaire immuniteit van drie parlementsleden van de regerende partij in 1996 werd opgeheven omdat zij in het openbaar kritiek hadden uitgeoefend op de politiek van de heer Hassan Gouled Aptidon, president van Djibouti; betreurend dat zij na een onregelmatig proces werden veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf en dat zij voor vijf jaar van hun burgerrechten zijn ontheven,

E. wijzend op de omvang van de stroom vluchtelingen en ontheemden die nog altijd niet naar hun streek van herkomst kunnen terugkeren,

F. erop wijzend dat Djibouti zijn handtekening heeft gezet onder de Overeenkomst van Lomé, waarin in artikel 5 wordt bepaald dat de verstrekking van ontwikkelingshulp afhankelijk is van de eerbiediging en de uitoefening van de rechten en fundamentele vrijheden van de mens,

Het Europees Parlement,

1. verzoekt de autoriteiten van Djibouti de mensenrechten en de fundamentele vrijheden volledig te eerbiedigen, met name de vrijheid van meningsuiting en het recht op een eerlijk proces waarin de rechten van de verdediging worden geëerbiedigd;

2. veroordeelt de arrestatie van leden van het FRUD en hun gezinnen en verlangt hun onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating;

3. verzoekt de autoriteiten van Djibouti te zorgen voor vrije en democratische parlementsverkiezingen op 19 december 1997;

4. verzoekt de regering van Djibouti en de regeringen van de landen in de regio alles in het werk te stellen om de terugkeer van de ontheemden of vluchtelingen in de buurlanden te vergemakkelijken en met name hun woningen, die dikwijls worden bezet door regeringsstrijdkrachten, te herstellen en vrij te geven,

5. verzoekt de Commissie en de Raad toe te zien op de eerbiediging van artikel 5 van de Overeenkomst van Lomé en de situatie van de mensenrechten in Djibouti nauwlettend te volgen;

6. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad en de co-voorzitters van de Paritaire Vergadering ACS-EU, alsmede aan de regering van Djibouti en de regeringen van Ethiopië en Eritrea.