51997IP0262

Resolutie over de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité: "Een nieuwe dynamiek in de betrekkingen tussen de Europese Unie en de ASEAN" (COM(96)0314 C4-0467/96)

Publicatieblad Nr. C 325 van 27/10/1997 blz. 0016


A4-0262/97

Resolutie over de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité: "Een nieuwe dynamiek in de betrekkingen tussen de Europese Unie en de ASEAN" (COM(96)0314 - C4-0467/96)

Het Europees Parlement,

- gezien de mededeling van de Commissie (COM(96)0314 - C4-0467/96),

- gezien het verslag van de Commissie externe economische betrekkingen en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, veiligheids- en defensiebeleid en de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A4-0262/97),

A. onder verwijzing naar de ervaring die de Europese Unie heeft opgedaan met het tot stand brengen van een interne markt op basis van harmonisatie van handelswetgeving en handelsnormen, wat heeft geresulteerd in economische groei,

B. onder verwijzing naar het strategisch belang van de tussen Zuid-Azië en Oost-Azië gelegen ASEAN-landen,

C. onder verwijzing naar de toenemende betekenis van de ASEAN-landen in de wereldeconomie en overwegende dat Europa de op een na grootste investeerder in deze regio is,

D. onder verwijzing naar de inspanningen van de ASEAN om een gemeenschap van uiteindelijk tien naties tot stand te brengen en om deel te nemen in de APEC (Forum voor economische samenwerking in de Aziatisch-Pacifische regio),

1. benadrukt de noodzaak van een passend kader voor een permanente politieke dialoog tussen de ASEAN en de EU, die ook de parlementaire samenwerking moet omvatten;

2. respecteert ten volle de soevereine rechten van de ASEAN bij uitbreiding, maar wil graag uitvoerig van gedachten wisselen over de consequenties van de uitbreiding van de ASEAN voor de betrekkingen tussen de EU en de ASEAN;

3. erkent, zoals de Commissie in haar document zegt, de noodzaak van bevordering van de samenwerking tussen de ASEAN en de EU, maar is niettemin van mening dat zijn eigen medebeslissingsrechten niet door dergelijke innovaties mogen worden ondermijnd;

4. wijst erop dat zijn medebeslissingsrecht wordt ondermijnd door de keuze ten gunste van optie 2 van de mededeling in de Gezamenlijke Verklaring van de 12de ASEAN-EU ministerconferentie van 13/14 februari 1997 en de conclusies van de Raad van 24 maart 1997 inzake de mededeling, waarbij een pakket van maatregelen voor economische en sociale samenwerking werd goedgekeurd, als alternatief voor een nieuwe overeenkomst van de derde generatie met ASEAN;

5. wijst er tevens op dat in de conclusies van de Raad van 24 maart 1997 inzake de mededeling wordt gesteld dat voor alle nieuwe verplichtingen die buiten de overeenkomst van 1980 vallen de Commissie onderhandelingen mag voeren over sectorale protocollen bij de Overeenkomst EG-ASEAN in geval van sectorale verplichtingen of over een algemeen protocol, waarbij de raadplegingsprocedure moet worden toegepast;

6. herinnert eraan dat de ASEAN zich tot doel heeft gesteld de economische samenwerking tussen de ASEAN-landen te stimuleren, de vrede, stabiliteit en wederzijdse welvaart te bevorderen en de coördinatie van het beleid te intensiveren;

7. merkt op dat uitbreiding van de samenwerking tussen de ASEAN en de EU alle aspecten van economische bedrijvigheid zou kunnen omvatten: verkeer van goederen en diensten, investeringen en intellectuele eigendom, industriële samenwerking, dienstverlening en technologie en menselijk potentieel;

8. benadrukt dat het bevorderen van de handel en het uitwisselen van informatie tot wederzijds voordeel kunnen leiden;

9. vestigt de aandacht op het belang van het aanmoedigen van investeringen, waaronder liberalisering van de investeringsregels en volledige toegang tot de markt;

10. stemt in met de conclusies van de twaalfde, op 13 en 14 februari 1997 in Singapore gehouden ministeriële bijeenkomst ASEAN-EU, waarin de beginselen worden beschreven van een nieuwe dynamiek in de betrekkingen tussen de EU en de ASEAN en waarin nieuwe terreinen van samenwerking worden voorgesteld;

11. beklemtoont het belang van de particuliere sector en in het bijzonder van het midden- en kleinbedrijf;

12. verwelkomt het in november 1996 gelanceerde programma voor de uitwisseling van jonge managers tussen de EU en de ASEAN;

13. stemt in met het beleid inzake de ontwikkeling van het toerisme en bijgevolg met de noodzaak van het behoud van het cultureel erfgoed en het milieu; onderstreept dat de maatregelen van de ASEAN en de Europese Unie ter bestrijding van de seksuele uitbuiting van kinderen moeten worden gecoördineerd;

14. benadrukt de noodzaak van de bestrijding van het drugsprobleem door middel van bilaterale overeenkomsten tussen de EU en individuele ASEAN- landen betreffende de controle op uitgangsstoffen voor drugs;

15. benadrukt het belang van het stimuleren van de samenwerking op het gebied van de media ter bevordering van het wederzijdse begrip voor elkaars belangen en gevoeligheden;

16. benadrukt het belang van eerbiediging van de rechten van de mens en in het bijzonder de inachtneming van de mensenrechtenclausule in de bilaterale betrekkingen tussen de EU en bepaalde lidstaten van de ASEAN, nu en in de toekomst; wenst verder de mensenrechtenclausule uit te breiden tot alle overeenkomsten tussen de ASEAN en de EU en wel via onderhandelingen in het kader waarvan naar behoren rekening wordt gehouden met de verschillende waardesystemen en tradities;

17. verzoekt Portugal zijn bezwaar in te trekken tegen het verlenen van een mandaat aan de Commissie voor onderhandelingen over een samenwerkingsovereenkomst van de derde generatie met de ASEAN waarin de mensenrechtenclausule vervolgens als rechtsgrondslag zou kunnen dienen om de mensenrechten in Oost-Timor en elders in de ASEAN te beschermen; dringt er tegelijkertijd bij de ASEAN-landen op aan te besluiten tot naleving van de overeenkomsten, verdragen en resoluties van de Verenigde Naties inzake de beginselen van zelfbeschikking, vrijheid en mensenrechten;

18. verzoekt het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hun pogingen op te geven om naast de EU als aparte gesprekspartners in het regionaal forum van de ASEAN te worden opgenomen;

19. verzoekt de Commissie en de Raad de ASEAN-landen die dit nog niet gedaan hebben, over te halen om toe te treden tot de twee internationale verdragen inzake de mensenrechten en tot het Verdrag tegen foltering als teken dat zij het universele karakter van de mensenrechten dat zij zeggen te zijn toegedaan en te steunen, ook werkelijk te onderschrijven;

20. merkt met bezorgdheid op dat alle ASEAN-landen nog altijd de doodstraf kennen voor allerlei verschillende misdaden en verzoekt hen tot afschaffing ervan over te gaan en onmiddellijke maatregelen te nemen om de toepassing ervan te beperken;

21. verzoekt de lidstaten om de gemeenschappelijke criteria van 1991 inzake wapenexport naar Zuidoost-Azië nauwlettend na te leven, het wapenembargo van 1991 tegen Myanmar streng toe te passen en gehoor te geven aan de oproep van het Parlement om alle verkoop van wapens aan Indonesië te staken;

22. verzoekt alle lidstaten om het Verdrag van de ASEAN inzake een Zuidoost- Aziatische kernwapenvrije zone te ondertekenen.

23. beklemtoont dat de sociale rechten van de werknemers, en met name het recht om vakbonden op te richten, dienen te worden geëerbiedigd en bevorderd;

24. wenst dat er met betrekking tot de uitbreiding van de ASEAN aparte onderhandelingsmandaten komen voor Laos, Cambodja en Myanmar inzake de toetreding van deze landen tot de overeenkomst tussen de ASEAN en de EU;

25. verlangt dat er een intensiever programma komt ter verbreding van de culturele uitwisselingen om zo het wederzijds begrip tussen Europa en Zuidoost-Azië te verbeteren;

26. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten en de regeringen van de ASEAN-landen.