51997AC1246

Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2201/96 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit"

Publicatieblad Nr. C 019 van 21/01/1998 blz. 0126


Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2201/96 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit"

(98/C 19/33)

De Raad heeft op 15 september 1997 besloten, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 43 en 198 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Economisch en Sociaal Comité te raadplegen over het voornoemde voorstel.

Het Economisch en Sociaal Comité heeft de heer Sabin als algemeen rapporteur voor dit onderwerp aangewezen.

Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn op 29 en 30 oktober 1997 gehouden 349e Zitting (vergadering van 29 oktober) het volgende advies uitgebracht, dat met 82 stemmen voor en 2 stemmen tegen is goedgekeurd.

1. Het Comité constateert dat dit voorstel tot wijziging van de GMO in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, die in 1996 nog werd herzien, alleen betrekking heeft op de verdeling van het Franse quotum voor de voor verwerking bestemde tomaten over de verschillende productgroepen, en geen invloed heeft op de quota van andere lid-staten.

1.1. Bij de hervorming van de GMO in 1996 werd het totale Franse quotum verlaagd met 24 000 ton. Deze verlaging gold voor zowel tomatenconcentraat als "andere producten".

1.2. Ook werd bij de hervorming van 1996 een eind gemaakt aan de mogelijkheid om hoeveelheden van de ene productgroep naar de andere over te hevelen zodra het quotum van één ervan is overschreden.

1.3. Dit betekende dat het aan Frankrijk toegewezen quotum voor tomaten die bestemd zijn voor "andere producten" niet strookte met de nationale productie en er een verschil bestond van ongeveer 15 000 ton tussen de werkelijke productie en het quotum.

1.4. In juni 1997 besloot de Raad van ministers van landbouw de Commissie te verzoeken de verdeling van het Franse quotum over de verschillende productgroepen voor de verkoopseizoenen 1997/1998 en 1998/1999 aan te passen: het quotum voor gepelde tomaten zou met 15 000 ton moeten worden verlaagd en het quotum voor "andere producten" met dezelfde hoeveelheid verhoogd.

2. Met het voorstel van de Commissie wordt gevolg gegeven aan het besluit van de Raad van juni 1997. Het voorgestelde quotum sluit beter aan bij de werkelijke productie van voor verwerking bestemde tomaten in Frankrijk, zonder dat het totale Franse quotum wordt verhoogd. Bovendien heeft een verhoging van 15 000 ton van het Franse quotum voor "andere producten" geen negatieve gevolgen voor de andere lid-staten. Frankrijk voorziet immers slechts voor 35-40 % zélf in de benodigde hoeveelheid tomaten voor de verwerkende industrie. Volgens de laatste gegevens zullen de communautaire quota voor het verkoopseizoen 1997 overigens niet eens worden gehaald. Ten slotte brengt dit voorstel geen kosten met zich mee en levert het zelfs een kleine besparing op omdat er voor gepelde tomaten een hogere premie wordt toegekend dan voor tomaten die voor "andere producten" zijn bestemd.

2.1. Het Comité hecht dan ook zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie.

Brussel, 29 oktober 1997.

De voorzitter van het Economisch en Sociaal Comité

T. JENKINS