Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad inzake een herzien communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren /* COM/96/0603 DEF - SYN 96/0312 */
Publicatieblad Nr. C 114 van 12/04/1997 blz. 0009
Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad inzake een herzien communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren (97/C 114/09) (Voor de EER relevante tekst) COM(96) 603 def. - 96/0312(SYN) (Door de Commissie ingediend op 19 maart 1997) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 S, lid 1, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité, Volgens de procedure van artikel 189 C van het Verdrag in samenwerking met het Europees Parlement, 1. Overwegende dat met Verordening (EEG) nr. 880/92 van de Raad van 23 maart 1992 inzake een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren (1) werd beoogd een vrijwillig communautair systeem van milieukeuren in te stellen met het doel producten te bevorderen die gedurende de volledige levenscyclus ervan een verminderd milieu-effect hebben, en de consumenten juiste, niet-misleidende en wetenschappelijk geschraagde informatie over het milieu-effect van producten te verschaffen; 2. Overwegende dat in artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 880/92 is bepaald dat de Commissie binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van die verordening het systeem in het licht van de daarmee opgedane ervaring beoordeelt en indien nodig voorstellen doet tot wijziging van die verordening; 3. Overwegende dat de bij de toepassing van die verordening opgedane ervaring heeft aangetoond dat het systeem aanpassing behoeft om de doeltreffendheid ervan te vergroten en de toepassing ervan te stroomlijnen; 4. Overwegende dat de basisdoelstellingen voor een vrijwillig en selectief communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren hun geldigheid nog hebben behouden; dat een dergelijk systeem met name de consument advies dient te bieden omtrent producten die gerekend over de gehele levenscyclus ervan het vermogen in zich hebben bepaalde milieu-effecten geringer te doen zijn, en omtrent de milieu-eigenschappen van producten met een milieukeur dient te informeren; 5. Overwegende dat dient te worden verduidelijkt dat de milieukeur de consument opmerkzaam maakt op producten die vergeleken met andere producten in dezelfde productengroep het vermogen in zich hebben bepaalde milieu-effecten geringer te doen zijn zonder aan de op communautair of op nationaal niveau voor producten geldende regelgeving afbreuk te doen; 6. Overwegende dat het systeem producten en milieu-aspecten dient te omvatten die uit het oogpunt van zowel de interne markt als het milieu van prioritair belang voor de Gemeenschap zijn; 7. Overwegende dat de procedures en methodes die voor de vaststelling van criteria voor de toekenning van milieukeuren worden toegepast, in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang en van de op dit gebied opgedane ervaring dienen te worden bijgesteld, mede om overeenstemming met de relevante internationaal erkende normen die op dit gebied worden ontwikkeld, te waarborgen; 8. Overwegende dat de beginselen die voor het bepalen van de mate van selectiviteit van de milieukeur worden gehanteerd, verduidelijking behoeven om een consequente en doeltreffende toepassing van het systeem te verkrijgen; 9. Overwegende dat de milieukeur eenvoudige, juiste, niet-misleidende en wetenschappelijk geschraagde informatie dient te verschaffen over de essentiële milieu-aspecten die voor de toekenning van de milieukeur in aanmerking zijn genomen, om de consument in staat te stellen met kennis van zaken zijn keuze te maken; 10. Overwegende dat om verdere milieutechnische verbeteringen ten opzichte van de oorspronkelijke eisen voor toekenning van de keur te stimuleren en te belonen, een rangorde in de milieukeuren dient te worden aangebracht; 11. Overwegende dat teneinde een doeltreffende en onpartijdige toepassing van het systeem te waarborgen, de taak criteria voor de toekenning van de milieukeur en eisen inzake beoordeling en verificatie vast te stellen aan een onafhankelijk lichaam dient te worden opgedragen; 12. Overwegende dat een dergelijk lichaam dient te zijn samengesteld uit de reeds door de lidstaten overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 880/92 aangewezen bevoegde instanties, zodat van de ervaring, structuren en hulpmiddelen van deze instanties volledig gebruik kan worden gemaakt en overlappingen en verspilling van middelen kunnen worden voorkomen; 13. Overwegende dat de oprichting van een dergelijk lichaam in de vorm van een vereniging van de bevoegde instanties enige tijd zal vergen en dat de volledige toepassing van deze verordening afhankelijk is van het operationeel zijn van dat lichaam; 14. Overwegende dat dient te worden gewaarborgd dat het communautaire milieukeursysteem verenigbaar is en gecoördineerd wordt met andere communautaire etiketterings- of kwaliteitsborgingssystemen zoals die waarin is voorzien bij Richtlijn 92/75/EEG van de Raad van 22 september 1992 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaard-productinformatie van huishoudelijke apparaten (2) en Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen (3); 15. Overwegende dat bepalingen dienen te worden vastgesteld die erop gericht zijn de nodige samenhang en complementariteit tussen de communautaire milieukeur en andere milieukeursystemen in de Gemeenschap te waarborgen, om verwarring bij de consument en eventuele markt- en handelsverstoringen te voorkomen en de milieukeur voor potentiële aanvragers aantrekkelijker te maken; 16. Overwegende dat transparantie bij de toepassing van het systeem dient te worden gewaarborgd en dat voor overeenstemming met de desbetreffende internationale normen dient te worden zorg gedragen, teneinde voor fabrikanten en exporteurs uit derde landen de toegang tot en deelneming aan het systeem te vergemakkelijken; 17. Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 880/92 door de onderhavige verordening dient te worden vervangen om zo doeltreffend mogelijk de om bovengenoemde redenen noodzakelijke herziene bepalingen in te voeren, en dat ook in overgangsbepalingen dient te worden voorzien om een naadloze en soepele overgang tussen beide verordeningen te verkrijgen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Doelstellingen en beginselen 1. Het communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren, hierna "het Communautair systeem" genoemd, heeft als doelstelling de consument advies en juiste, niet-misleidende en wetenschappelijk geschraagde informatie te verstrekken over producten die het vermogen in zich hebben een bijdrage te leveren tot de vermindering van bepaalde specifieke milieu-effecten, vergeleken met die van andere producten uit dezelfde productengroep, en die aldus tot een efficiënter gebruik van hulpbronnen en een betere bescherming van het milieu bijdragen. 2. De milieu-effecten worden bepaald op basis van bestudering, gedurende de volledige levenscyclus van een product, van de interacties met het milieu, met inbegrip van het gebruik van energie en van natuurlijke hulpbronnen. 3. Bij deelname aan het Communautair systeem blijven de op de verschillende levensfasen van een product van toepassing zijnde communautaire en nationale milieuvoorschriften en andere regelgeving van communautair of nationaal recht onverkort gelden. 4. De toepassing van het Communautair systeem moet verenigbaar zijn en gecoördineerd worden met andere relevante communautaire etiketterings- of kwaliteitsborgingssystemen zoals, met name, het Communautair energie-etiketteringssysteem en de Regeling biologische landbouw. Artikel 2 Milieu-eisen 1. Het milieukeur kan worden toegekend aan een product dat over kenmerken beschikt waardoor het een significante bijdrage kan leveren tot verbeteringen ten aanzien van essentiële milieu-aspecten die aan de hand van de indicatieve beoordelingstabel in bijlage I zijn vastgesteld. Het voorproductiestadium van de levenscyclus omvat winning of productie en verwerking van grondstoffen alsmede energieproductie. Met deze aspecten wordt zoveel als technisch haalbaar is, rekening gehouden overeenkomstig de methodologische vereisten in bijlage II. 2. Bij de beoordeling van de relatieve verbeteringen wordt de netto-milieubalans in aanmerking genomen, welke balans de resultante is van de voor- en nadelen voor het milieu die aan de aanpassingen in de diverse levensfasen van de desbetreffende producten verbonden zijn. Bij de beoordeling wordt ook rekening gehouden met de eventueel aan het gebruik van het desbetreffende product verbonden voordelen voor het milieu. 3. De essentiële aspecten worden bepaald door identificatie van de categorieën effecten waarin het onderzochte product bezien in het licht van de levenscyclus, de significantste bijdrage levert, en door daaruit die aspecten te kiezen waarvoor een significant potentieel voor verbetering bestaat. De methodologische vereisten in bijlage II zijn van toepassing. Artikel 3 Criteria voor de milieukeur en eisen inzake beoordeling en verificatie 1. Per productengroep worden specifieke criteria voor de milieukeur vastgesteld. In deze criteria worden voor elk van de in artikel 2 genoemde essentiële milieu-aspecten de eisen vermeld waaraan een product moet voldoen om voor de toekenning van een milieukeur in aanmerking te komen. 2. Met de criteria wordt ernaar gestreefd aan de hand van de volgende beginselen tot selectie te komen: a) de vooruitzichten voor de marktpenetratie van het product in de Gemeenschap moeten gedurende de geldigheidsduur van de criteria voldoende gunstig zijn om door de keuze van de consument verbeteringen op milieugebied te bewerkstelligen; b) bij de selectiviteit van een criterium dient rekening te worden gehouden met de technische en economische haalbaarheid van de aanpassingen die nodig zijn om daaraan binnen een redelijke termijn te voldoen; c) de selectiviteit van de criteria dient te worden bepaald in het licht van de doelstelling dat het optimale potentieel voor een algehele verbetering op milieugebied wordt bereikt. Deze beginselen mogen geen beletsel vormen voor de bevordering van innovatieve producten door passende milieukeurcriteria wanneer die producten significante vooruitzichten op marktpenetratie bieden. 3. De criteria en het selectiviteitsniveau daarvan worden vastgesteld in overeenstemming met de in bijlage III beschreven milieukeurrangorden of -score. 4. De eisen inzake de beoordeling van de overeenstemming van specifieke producten met de milieukeurcriteria en inzake het toezicht op de naleving van de in artikel 8, lid 1, bedoelde voorwaarden voor het gebruik van de milieukeur, worden per productgroep samen met de milieukeurcriteria vastgesteld. 5. De geldigheidsduur van de criteria en van de eisen inzake beoordeling en toezicht wordt voor elk pakket milieukeurcriteria per productengroep vastgesteld. Artikel 4 Toepassingsgebied 1. De communautaire milieukeur kan worden toegekend aan in de Gemeenschap vervaardigde of ingevoerde producten die met de in artikel 2 bedoelde essentiële milieu-eisen en met de milieukeurcriteria in overeenstemming zijn. De milieukeurcriteria worden per productengroep vastgesteld. 2. Om in dit systeem te kunnen worden opgenomen, moet een productengroep aan de volgende voorwaarden voldoen: a) de omzet van en de handel in deze producten moeten een voor de interne markt significante totale omvang hebben; b) tijdens een of meer van de levensfasen van het product moeten daarmee significante milieu-effecten van mondiaal of van regionaal belang en/of van algemene aard gemoeid zijn; c) een productgroep moet een significant potentieel bieden om door de keuze van de consument tot verbeteringen op milieugebied te komen en moet een stimulans voor de fabrikanten betekenen om door hun aanbod van producten die voor de milieukeur in aanmerking komen naar een betere concurrentiepositie te streven. d) een aanzienlijk deel van de omzet moet uit rechtstreekse verkoop aan de eindverbruiker bestaan. Op basis van de wetenschappelijke en praktische haalbaarheid van duidelijke en controleerbare milieukeurcriteria wordt voorrang aan productengroepen gegeven. 3. Een productengroep omvat alle producten die voor hetzelfde doel worden gebruikt en die, wat gebruik betreft, in de ogen van de consument als gelijkwaardig worden beschouwd. Een productengroep mag in subgroepen worden onderverdeeld, waarbij de milieukeurcriteria dienovereenkomstig worden aangepast wanneer de kenmerken van de producten dat vereisen en ter waarborging van het optimale potentieel van de milieukeur om verbeteringen op milieugebied te bewerkstelligen. In de omschrijving van producten- en van subgroepen wordt ook rekening gehouden met geschiktheid voor het gebruik. De met de verschillende subgroepen van een zelfde productengroep samenhangende milieukeurcriteria worden gelijktijdig van toepassing. 4. De milieukeur mag niet worden verleend aan producten die stoffen of preparaten zijn die overeenkomstig de Richtlijnen 67/548/EEG (4) en 88/379/EEG (5) van de Raad als zeer vergiftig, gevaarlijk voor het milieu, kankerverwekkend, toxisch voor de voortplanting of mutageen zijn ingedeeld. 5. Deze verordening geldt niet voor levensmiddelen en dranken, noch voor farmaceutische producten. Artikel 5 Procedures voor de vaststelling van de milieukeurcriteria en van eisen inzake beoordeling en toezicht 1. De Commissie bevordert de oprichting van een vereniging met rechtspersoonlijkheid van de in artikel 9 bedoelde bevoegde instanties onder de naam "Europese milieukeurorganisatie", hierna "de EMO" genoemd. 2. De Commissie geeft volgens de procedure van artikel 13 de EMO opdrachten voor de formulering en periodieke herziening, met tussenpozen van ten hoogste drie jaar, van milieukeurcriteria en van de eisen inzake beoordeling en toezicht op de naleving van die criteria voor de binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallende productengroepen. De Commissie handelt op eigen initiatief of op verzoek van de EMO. Belanghebbende partijen kunnen de Commissie of de EMO voorstellen doen om productengroepen in beschouwing te nemen. Alvorens een productengroep te kiezen en de desbetreffende opdracht aan de EMO te geven, houdt de Commissie met alle betrokken partijen een inspraakronde overeenkomstig de in bijlage IV, punten a) en b) vermelde beginselen. In de opdracht wordt overeenkomstig de in bijlage IV vermelde beginselen een procedure voor de opstelling van milieukeurcriteria gespecificeerd. Deze procedure waarborgt met name doorzichtigheid en inspraakmogelijkheden voor alle betrokken partijen als bedoeld in bijlage IV. 3. De Commissie publiceert de referenties van de criteria en de eisen en van de bijgewerkte versies daarvan in de C-reeks van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, wanneer zij ervan overtuigd is dat aan de voorwaarden van de desbetreffende opdracht is voldaan. Artikel 6 Toekenning van de milieukeur 1. Aanvragen voor de milieukeur kunnen door fabrikanten, importeurs en detailhandelaren worden ingediend. Laatstgenoemden mogen slechts voor producten die onder hun eigen merknaam in de handel worden gebracht, aanvragen indienen. 2. De aanvraag mag betrekking hebben op een product dat onder een of meer merknamen op de markt wordt gebracht. Bij wijzigingen in de kenmerken van de producten die voor de naleving van de criteria geen gevolgen hebben, is geen nieuwe aanvraag nodig. 3. De aanvraag wordt ingediend bij de bevoegde instantie van de lidstaat waar het product wordt vervaardigd of wordt ingevoerd. In derde landen gevestigde fabrikanten alsook importeurs mogen hun aanvraag indienen bij een bevoegde instantie in een van de lidstaten waar zij het product op de markt hebben gebracht of voornemens zijn dit te doen. Wanneer het gaat om producten die in verschillende lidstaten worden vervaardigd, wordt de aanvraag ingediend bij een bevoegde instantie in een van de lidstaten waar het product wordt vervaardigd. 4. De milieukeur kan worden toegekend aan producten die aan de door de EMO vastgestelde milieukeurcriteria voldoen en waarvan de referenties overeenkomstig artikel 5, lid 3, zijn gepubliceerd. De beslissing om de milieukeur toe te kennen wordt genomen door de bevoegde instantie die de aanvraag heeft ontvangen, nadat deze de aanvraag overeenkomstig de door de EMO vastgestelde eisen inzake beoordeling en toezicht op de naleving heeft onderzocht. Daartoe erkennen de bevoegde instanties tests en verificaties die zijn uitgevoerd door krachtens de normen van de EN 45000-reeks of gelijkwaardige internationale normen erkende instanties. 5. De bevoegde instanties werken samen om een effectieve en consequente invoering van de beoordelings- en controleprocedures te waarborgen. Artikel 7 De milieukeur De milieukeur bestaat uit het logo en de informatie die in bijlage III zijn beschreven. Specificaties voor de informatie die moet worden vermeld en de wijze waarop deze moet worden weergegeven, worden opgenomen in de criteria die door de EMO worden vastgesteld. De Commissie raadpleegt binnen vijf jaar na de in artikel 16, lid 2, tweede alinea van de onderhavige verordening bedoelde datum de nationale consumentenorganisaties die in het bij Besluit 95/260/EG van de Commissie (6) opgerichte Consumentencomité zijn vertegenwoordigd, teneinde na te gaan in hoeverre de milieukeurrangorde of -score in de informatiebehoefte van de consument voorziet. Op basis van de resultaten van deze beoordeling brengt de Commissie volgens de procedure van artikel 13 passende wijzigingen aan met betrekking tot de in de milieukeur op te nemen informatie. Artikel 8 Gebruik van de milieukeur, kosten en vergoedingen 1. De bevoegde instantie sluit een contract met de aanvrager waarin de voorwaarden voor het gebruik van de keur worden geregeld. In de gebruiksvoorwaarden worden ook bepalingen opgenomen voor de intrekking van de vergunning om de keur te gebruiken. Na een herziening van de milieukeurcriteria voor het desbetreffende product wordt de vergunning opnieuw bezien en wordt het contract aangepast of, in voorkomend geval, opgezegd. 2. De milieukeur mag niet worden gebruikt en in reclame mag niet naar de milieukeur worden verwezen alvorens de keur is toegekend; daarna mag dit uitsluitend gebeuren voor het specifieke product waarvoor de milieukeur is toegekend. Bedrieglijke of misleidende reclame en het gebruik van een etiket of logo dat tot verwarring kan leiden met de communautaire milieukeur zoals deze bij de onderhavige verordening is ingevoerd, zijn verboden. 3. Voor elke aanvraag voor de toekenning van een keur worden de kosten van de behandeling van de aanvraag in rekening gebracht. Het gebruik van de keur leidt tot betaling van een vergoeding daarvoor door de aanvrager. Het niveau van de tarieven daarvoor is vastgesteld in bijlage V. Artikel 9 Bevoegde instanties 1. Elke lidstaat draagt ervoor zorg dat de instantie(s) die voor de uitvoering van de in deze verordening vermelde taken verantwoordelijk is (zijn), hierna de "bevoegde instantie(s)" genoemd, wordt (worden) aangewezen en operationeel is (zijn). Wanneer meer dan één bevoegde instantie wordt aangewezen, bepaalt de lidstaat wat hun respectieve bevoegdheden zijn en welke eisen aan de coördinatie voor deze instanties moeten worden gesteld. 2. De lidstaten zien erop toe dat: a) de samenstelling van de bevoegde instanties zodanig is dat hun onafhankelijkheid en neutraliteit wordt gewaarborgd, b) de procedureregels van de bevoegde instanties zodanig zijn dat op nationaal niveau wordt zorg gedragen voor participatie van alle betrokken partijen en voor een passende mate van doorzichtigheid, c) de bevoegde instanties de bepalingen van deze verordening op een juiste wijze toepassen. Artikel 10 Bevordering van de milieukeur De lidstaten en de EMO begeleiden de ontwikkeling van het systeem door specifiek op bevordering van het gebruik van de communautaire milieukeur gerichte bewustmakings- en voorlichtingscampagnes voor consumenten, producenten, detailhandelaren en voor het algemene publiek te bevorderen. Artikel 11 Andere milieukeursystemen in de lidstaten 1. Binnen vijf jaar na de in artikel 16, lid 2, tweede alinea, bedoelde datum worden bestaande en nieuwe openbare en particuliere milieukeursystemen in de lidstaten zodanig opgezet dat zij kunnen worden toegepast op productengroepen waarvoor geen specifieke communautaire milieukeurcriteria zijn vastgesteld. 2. De Commissie moedigt samenwerking tussen het Communautair systeem en de systemen in de lidstaten aan om de nodige coördinatie te waarborgen. Artikel 12 Aanpassing aan de vooruitgang van de techniek De bijlagen van deze verordening kunnen volgens de procedure van artikel 13 worden aangepast aan de vooruitgang van de techniek, waaronder begrepen de bij de relevante internationale normalisatie-activiteiten gemaakte vorderingen. Artikel 13 Comité De Commissie wordt bijgestaan door een comité van raadgevende aard, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie advies uit over dit ontwerp, zo nodig door middel van een stemming. Het advies wordt in de notulen opgenomen; voorts heeft iedere lidstaat het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen. De Commissie houdt zoveel mogelijk rekening met het door het comité uitgebrachte advies. Zij brengt het comité op de hoogte van de wijze waarop zij rekening heeft gehouden met zijn advies. Artikel 14 Overgangsbepalingen Verordening (EEG) nr. 880/92 wordt ingetrokken. De bepalingen van Verordening (EEG) nr. 880/92 blijven op reeds krachtens artikel 12, lid 1, van die verordening gesloten contracten van toepassing. Artikel 15 Herziening 1. Binnen vijf jaar na de in artikel 16, lid 2, tweede alinea, bedoelde datum beoordeelt de Commissie het systeem in het licht van de in de praktijk opgedane ervaring. 2. De Commissie doet indien nodig voorstellen tot wijziging van deze verordening. Artikel 16 Slotbepalingen 1. Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. 2. Behoudens artikel 5, lid 1, zijn de bepalingen van deze verordening van toepassing vanaf de dag volgende op die waarop de Commissie besluit dat de EMO in een positie verkeert dat zij haar taken kan vervullen. Deze datum wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. (1) PB nr. L 99 van 11. 4. 1992, blz. 1. (2) PB nr. L 297 van 13. 10. 1992, blz. 16. (3) PB nr. L 198 van 22. 7. 1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 418/96 (PB nr. L 59 van 8. 3. 1996, blz. 10). (4) PB nr. L 196 van 16. 8. 1967, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/56/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB nr. L 236 van 18. 9. 1996, blz. 35). (5) PB nr. L 187 van 16. 7. 1988, blz. 14. Richtlijn 96/65/EG van de Commissie (PB nr. L 265 van 18. 10. 1996, blz. 15). (6) PB nr. L 162 van 13. 7. 1995, blz. 37. BIJLAGE I INDICATIEVE BEOORDELINGSTABEL >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE II METHODOLOGISCHE VEREISTEN VOOR DE KEUZE VAN DE ESSENTIËLE MILIEU-ASPECTEN Inleiding De specificatie en keuze van de essentiële milieu-aspecten is een proces dat uit de volgende stappen bestaat: - een marktonderzoek; - een levenscyclusanalyse; - een analyse van de technische, economische en marktgebonden aspecten van de verbetering van de milieuzorg die bij de verschillende opties mogelijk is. Het marktonderzoek Bij het marktonderzoek wordt geïnventariseerd welke soorten producten uit de onderzochte productengroep in de Gemeenschap in de handel zijn, welke hoeveelheden worden geproduceerd, ingevoerd en verkocht en wat de marktstructuur in de lidstaten is. Ook wordt aandacht besteed aan de handel binnen de Gemeenschap en aan de externe handel. Er zal een evaluatie worden gemaakt van het beeld bij de consument, de functionele verschillen tussen verschillende soorten producten en de vraag of een indeling in subgroepen noodzakelijk is. Uit het marktonderzoek zal een pakket met referentieproducten naar voren komen dat, wat de communautaire markt betreft, representatief is voor de producentengroep. De levenscyclusanalyse (LCA) De LCA wordt overeenkomstig internationaal erkende methoden en normen uitgevoerd. De LCA bestaat uit de volgende stappen: a) Specificatie van doel en toepassingsgebied. Daarbij worden vastgesteld: i) de functionele eenheid; ii) de begrenzing van het productsysteem; iii) de gedetailleerdheid van de LCA voor de formulering van de criteria voor de milieukeur; iv) de procedure die moet worden gevolgd om de kwaliteit van het onderzoek te waarborgen. b) Inventarisanalyse: specificatie en waar mogelijk kwantificering van de in- en de outputs tussen het onderzochte productsysteem en het milieu. Dit resulteert in een inventaristabel. c) Effectevaluatie: signalering, karakterisering en evaluatie van de effecten op het milieu van de interacties die bij de inventarisanalyse zijn gespecificeerd. Dit proces omvat met name de volgende stappen: i) classificatie van de effecten; ii) karakterisering van de effecten; iii) taxatie van de effecten; iv) evaluatie van verbeteringen; v) valideringsprocedure. Classificatie en karakterisering van de effecten gebeuren aan de hand van de categorieën effecten die in de praktijkcode van de Society of Environmental Toxicology and Chemistry (SETAC) (1993) zijn vermeld. Voor deze verordening wordt een aanpak gevolgd die resulteert in een specificatie van de categorieën effecten waarin de onderzochte producten gerekend over de levenscyclus de meest significante bijdrage kunnen leveren, en gekwantificeerde informatie over de omvang van deze effecten bij de verschillende soorten producten in de desbetreffende productengroep. De LCA wordt toegepast op het representatieve pakket dat het marktonderzoek heeft opgeleverd. Analyse van de verbeteringen Bij de analyse van de verbeteringen wordt met name rekening gehouden met de volgende aspecten: - de theoretische mogelijkheden voor verbetering van de milieuzorg in samenhang met mogelijke veranderingen in de marktstructuur, een en ander op basis van de in het kader van de LCA uitgevoerde evaluatie van de verbeteringen; - de technische, industriële en economische haalbaarheid van wijzigingen in productie en markt bij de verschillende hypotheses; - de houding, de inzichten en de voorkeuren van de consument die de effectiviteit van de milieukeur kunnen beïnvloeden. BIJLAGE III BESCHRIJVING VAN DE MILIEUKEUR Vorm van de milieukeur De milieukeur wordt toegekend aan producten die ten aanzien van alle geselecteerde essentiële milieu-aspecten ten minste aan het minimumniveau van de criteria voldoen. De informatie voor de consument wordt als volgt vermeld: >BEGIN VAN DE GRAFIEK> Deze keur garandeert een geringer milieu-effect DE MILIEUKEUR VAN DE EUROPESE UNIE Essentiële milieu-aspecten Milieuscore (¹) X Y Z (¹) Dit is een voorbeeld. Voor elk essentieel milieu-aspect kunnen één, twee of drie "bloemen" worden toegekend.>EIND VAN DE GRAFIEK> Inhoud In de milieukeur worden de milieu-aspecten opgenomen waarvoor gekwantificeerde criteria gelden. Deze aspecten worden beschreven in termen die voor leken begrijpelijk en ondubbelzinnig zijn. De keur omvat ook algemene informatie over kwalitatieve criteria. BIJLAGE IV PROCEDURELE BEGINSELEN VOOR DE VASTSTELLING VAN CRITERIA VOOR DE MILIEUKEUR Bij de ontwikkeling van criteria voor de milieukeur gelden de volgende procedurele vereisten: Participatie van de betrokkenen a) Er moet actief worden gestreefd naar participatie van de direct of indirect bij de opdracht betrokken partijen en een evenwichtige inbreng van alle belangengroeperingen (bedrijfsleven, inclusief kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) en ambachtelijke ondernemingen via de branche-organisaties, vakbonden, detailhandelaars, importeurs, milieu-organisaties, consumentenorganisaties, enz.). b) Alle betrokkenen, binnen of buiten de Gemeenschap, worden op gelijke voet behandeld. c) Voor elke productengroep wordt een specifieke ad hoc-werkgroep voor de ontwikkeling van criteria voor de milieukeur ingesteld waarin de betrokkenen vertegenwoordigd zijn. d) Er wordt een specifiek werkprogramma met een bijbehorend tijdschema opgesteld waarin met name de volgende fasen worden opgenomen: i) marktonderzoek; ii) levenscyclusanalyse (met de volgende stappen: specificatie van doel en toepassingsgebied, inventarisanalyse en effectevaluatie) en beoordeling van de verbeteringen; iii) voorstellen voor de criteria. Elke fase of stap wordt afgesloten met ten minste een vergadering van de ad hoc-werkgroep om de resultaten te bespreken en de verdere koers uit te zetten. Tijdens het gehele proces wordt alles gedaan wat redelijkerwijs mogelijk is om een consensus tot stand te brengen, met dien verstande dat steeds wordt gestreefd naar een hoog niveau van milieubescherming. De EMO past echter besluitvormingsprocedures toe die met de werkwijze van de Europese normalisatie-instanties in overeenstemming zijn. Voor elke fase of stap wordt een werkdocument met een overzicht van de belangrijkste resultaten samengesteld en tijdig voor de vergaderingen van de ad hoc-werkgroep aan de deelnemers toegezonden. Inspraakprocedure en doorzichtigheid e) Er wordt een eindverslag met de belangrijkste resultaten opgesteld en gepubliceerd. Belangstellenden kunnen de beschikking krijgen over tussentijdse documenten met de resultaten van de verschillende fasen van de werkzaamheden en met opmerkingen daarover dient rekening te worden gehouden. f) Een ontwerpversie van het verslag, waarin ook de ontwerp-milieukeurcriteria zijn opgenomen, wordt gepubliceerd. Gedurende een periode van ten minste zestig dagen is er gelegenheid op de ontwerpcriteria voordat deze worden vastgesteld, commentaar te geven. Over de inhoud van dit ontwerpverslag wordt een inspraakprocedure gevolgd. Met alle opmerkingen dient rekening te worden gehouden. Op verzoek wordt informatie over de behandeling van opmerkingen verstrekt. g) In het verslag worden een samenvatting en bijlagen met een gedetailleerde berekening van de goederenstromen opgenomen. Vertrouwelijkheid h) De bescherming van vertrouwelijke informatie die door personen, overheidsorganisaties, particuliere ondernemingen, belangengroeperingen, betrokkenen of andere bronnen wordt verstrekt, wordt gewaarborgd. Planning i) In de opdracht wordt een uiterste termijn voor de voltooiing van de werkzaamheden vastgelegd. De EMO publiceert om de zes maanden een indicatieve planning van de werkzaamheden en de bijwerkingen daarvan. BIJLAGE V TARIEVEN 1. Bij een aanvraag voor de toekenning van een milieukeur worden de kosten voor de behandeling van de aanvraag in rekening gebracht. Deze vergoeding bedraagt in het algemeen 500 ecu en 250 ecu voor KMO's (1) en fabrikanten in ontwikkelingslanden. 2. Elke aanvrager aan wie een milieukeur is toegekend, dient aan de bevoegde instantie die de keur heeft toegekend een jaarlijkse vergoeding voor het gebruik van de keur te betalen. 3. De jaarlijkse vergoeding heeft betrekking op een periode van twaalf maanden die ingaat op de datum waarop de milieukeur aan de aanvrager wordt toegekend. 4. De jaarlijkse vergoeding wordt berekend als percentage van de jaarlijkse omzet binnen de Gemeenschap van het product waaraan de milieukeur is toegekend. 5. Het percentage van de jaarlijkse omzet wordt vastgesteld op 0,15 % met een maximum van 40 000 ecu. 6. De minimale jaarlijkse vergoeding wordt op 500 ecu gesteld. 7. Voor KMO's en voor fabrikanten in ontwikkelingslanden wordt het percentage van de jaarlijkse omzet vastgesteld op 0,10 %. 8. De EMO ontvangt op verzoek 50 % van de geïnde jaarlijkse vergoedingen voor de financiering van haar activiteiten in verband met het communautaire systeem voor de toekenning van milieukeuren, inclusief voorlichtingscampagnes. AANVULLENDE BEPALINGEN i) De bedragen voor de jaarlijkse omzet van de producten dienen te worden gebaseerd op de prijzen af fabriek. ii) Noch in de vergoeding voor de aanvraag, noch in de jaarlijkse vergoeding mogen kosten worden opgenomen voor proeven en verificaties die eventueel nodig kunnen zijn voor producten waarvoor aanvragen worden ingediend. De aanvragers nemen de kosten van dergelijke proeven en verificaties voor eigen rekening. Voor de beproeving worden voorschriften vastgesteld, mede rekening houdend met de noodzaak de kosten daarvan tot een minimum te beperken, met name om deelname van KMO's en fabrikanten in ontwikkelingslanden aan het systeem te vergemakkelijken. iii) Bij een herziening van de tarieven voor het systeem voor de toekenning van milieukeuren door de Gemeenschap kunnen de bedragen eventueel worden aangepast. Voor de vergoedingen die moeten worden betaald in verband met aanvragen die vóór de datum van de beslissing van de Gemeenschap om de tarieven te herzien tot de toekenning van een milieukeur hebben geleid, worden deze nieuwe tarieven eerst na afloop van de geldigheidsduur van de criteria voor de desbetreffende keur van toepassing. (1) Kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) als omschreven in Aanbeveling 96/280/EG van de Commissie van 3 april 1996 (PB nr. L 107 van 30. 4. 1996, blz. 4).