Resolutie over de rechten van gehandicapte personen
Publicatieblad Nr. C 020 van 20/01/1997 blz. 0389
A4-0391/96 Resolutie over de rechten van gehandicapte personen Het Europees Parlement, - zie petities nrs. 63/93, 648/94. 31/95, 143/95, 174/95, 488/95, 929/95, 1252/95, 35/96, 1036/95, 96/91, 661/90, 957/93, 246/94, 295/94, 488/94, 602/94, 916/94, 1107/94, 24/95, 128/95, 331/95, 431/95, 535/95, 608/95 en 984/95, - gelet op de mededeling van de Commissie van 30 juli 1996 betreffende gelijke kansen voor gehandicapte personen en de ontwerp-resolutie van de Raad (COM(96)0406 - C4-0582/96), - gelet op de Standard Rules van de Verenigde Naties voor het bieden van gelijke kansen aan gehandicapte personen van 20 december 1993, - gelet op zijn resolutie van 26 mei 1989 ((PB C 158 van 26.6.1989, blz. 383.)) over gehandicapte vrouwen, - gelet op zijn resolutie van 17 juni 1988 ((PB C 187 van 18.7.1988, blz. 236.)) over gebarentaal voor doven, - gelet op zijn verklaring over de rechten van autistische mensen van 9 mei 1996 ((PB C 152 van 27.5.1996, blz. 87.)), - gelet op zijn resolutie van 16 september 1992 over de rechten van geestelijk gehandicapten ((PB C 284 van 2.11.1992, blz. 49.)), - gelet op het besluit van de Raad (93/136/EEG) van 25 februari 1993 tot vaststelling van een derde communautair actieprogramma (Helios II) ten behoeve van gehandicapte personen, - gelet op artikel 157, lid 1, van zijn Reglement, - gelet op het verslag van de Commissie verzoekschriften en de adviezen van de Commissie juridische zaken en rechten van de burger en de Commissie sociale zaken en werkgelegenheid (A4-0391/96), A. overwegende dat, volgens officiële schattingen, 37 miljoen gehandicapte mensen als burgers van de Europese Unie niet in het volledige genot zijn van hun burger- en mensenrechten, B. overwegende dat gehandicapte personen, hun gezinnen en hun partners directe en indirecte discriminatie ondervinden waardoor zij niet kunnen deelnemen aan het normale maatschappelijke leven, geen gelijke kansen krijgen en zich noch economisch noch maatschappelijk volledig kunnen ontwikkelen, C. overwegende dat gehandicapte personen het recht hebben om zelfstandig in de maatschappij te leven, het recht om niet te worden opgenomen in een inrichting, alsmede het recht om als volwaardige burgers deel te nemen aan alle discussies die betrekking hebben op hen, D. overwegende dat gehandicapte personen recht hebben op bescherming tegen geweld en misbruik, E. overwegende dat de Europese Unie en de lid-staten achterliggen bij andere ontwikkelde economieën omdat zij geen wetgeving inzake non-discriminatie hebben, 1. verzoekt de lid-staten een clausule betreffende non-discriminatie op grond van een handicap in het herziene Verdrag betreffende de Europese Unie op te nemen, om een nieuwe rechtsgrond voor sociale programma's te creëren en om op het niveau van de lid-staten non-discriminatiemaatregelen door te voeren en de rechten van gehandicapten te behandelen als een kwestie van burgerrechten; 2. verzoekt de lid-staten erop toe te zien dat de bestaande nationale wetgeving inzake non-discriminatie van gehandicapte personen strikt nageleefd wordt; 3. dringt er, naar aanleiding van het evaluatieverslag van het Helios II- programma, bij de Commissie op aan een nieuw actieprogramma in te dienen ter bevordering van de gelijke kansen voor gehandicapte personen in het kader van de VN-Standard Rules voor het bieden van gelijke kansen aan gehandicapte personen van 20 december 1993 en om op deze rechten gebaseerde interim- activiteiten te financieren, waaronder een Europees Gehandicaptenforum en de erkenning, op Europees niveau, van de jaarlijkse internationale Gehandicaptendag; 4. is van mening dat het, ter verbetering van de beschikbare statistieken over gehandicapte personen, de respectieve oorzaken en de mate van hun handicap, noodzakelijk is studies en onderzoek te verrichten in alle lid-staten met medewerking van de representatieve NGO's van gehandicapte personen; is van mening dat de Commissie hiertoe gepaste maatregelen zou moeten voorstellen; 5. dringt er bij de Commissie op aan ruimere bekendheid te geven aan de resultaten die verwezenlijkt zijn binnen de projecten in uitvoering van de Europese programma's voor gehandicapte personen, vooral ten behoeve van de kleinere gehandicaptenorganisaties die uit de informatie veel kunnen leren; 6. dringt er bij de instellingen van de Gemeenschap en bij de lid-staten op aan hun beleid inzake toegankelijkheid en werkgelegenheid te herzien door het nemen van specifieke maatregelen om deze toegankelijkheid te waarborgen, en dringt er bij de Commissie op aan een gedragscode te publiceren inzake het indienstnemen van gehandicapte personen, alsmede ervoor te zorgen dat er bij de herziening van de richtlijn inzake overheidsaanbestedingen op wordt toegezien dat de sociale criteria in de aanbestedingscontracten op passende wijze worden nageleefd; 7. is verheugd over de mededeling van de Commissie en de ontwerp-resolutie van de Raad betreffende gelijke kansen voor gehandicapte personen, in het bijzonder over de omschakeling naar een op rechten gebaseerd beleidskader, zowel op communautair als op nationaal niveau; 8. verzoekt de Commissie om in nauwe samenwerking met de lid-staten, de reikwijdte en de concrete resultaten van de verschillende beleidsmaatregelen ter vergroting van de toegankelijkheid van de werkgelegenheid voor gehandicapte personen te evalueren; 9. verzoekt de Commissie actieve maatregelen te treffen om gehandicapte personen in staat te stellen deel te nemen aan alle relevante Gemeenschapsprogramma's en verzoekt haar het Parlement verslag uit te brengen over deze maatregelen; 10. erkent dat in eerste instantie de lid-staten verantwoordelijk blijven voor gehandicaptenzaken en dat het huidige rechtskader van de Gemeenschap alleen op een beperkt aantal relevante gebieden tot handelen verplicht, maar is van mening dat dit des te meer een reden is om van de ter beschikking staande middelen gebruik te maken om gehandicapte personen betere kansen te bieden; 11. is verheugd er in het kader van de richtlijn inzake de onderlinge aanpassing van de wetgeving betreffende liften in geslaagd te zijn een amendement goedgekeurd te krijgen waarmee de toegankelijkheid van liftcabines voor gehandicapten wordt gewaarborgd, een feit dat onderstreept dient te worden daar er tot dusver geen enkele norm van dit type voor gehandicapten is opgenomen in de wetgeving voor een industrieprodukt; 12. verzoekt de Commissie alle ontwerp-wetgeving, programma's, initiatieven en beleidsmaatregelen in overeenstemming te brengen met de VN-Standard Rules voor het bieden van gelijke kansen aan gehandicapte personen; 13. verzoekt de Commissie en de lid-staten te erkennen dat gehandicapte personen het recht hebben om invloed uit te oefenen op het beleid en de programma's die hen betreffen en zorg te dragen voor voldoende middelen voor representatieve Europese en nationale NGO's van gehandicapte personen en de ouders van gehandicapte personen die niet het woord kunnen voeren namens zichzelf, alsmede een adequate structuur voor overleg met deze NGO's te creëren; 14. verzoekt de Commissie en de lid-staten een wettelijk kader op te stellen voor een toegankelijke vormgeving van produkten en diensten en een verwijzing naar non-discriminatie op grond van een handicap op te nemen in artikel 100 A van het EG-Verdrag; 15. verzoekt de Commissie de haalbaarheid te onderzoeken van een verplicht wettelijk kader voor universele toegankelijkheid en voor toegankelijke technologie bij de opstelling van het regelgevingskader voor de informatiemaatschappij; 16. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat het liberaliseringsproces op Europees niveau bestaande produkten en diensten voor gehandicapte personen niet ondermijnt en dat het normaliseringsproces ook normen betreft die hanteerbaar zijn voor gehandicapte personen; 17. verzoekt de Commissie en de lid-staten erop toe te zien dat gehandicapte personen betrokken worden bij het normaliseringsproces om de toegankelijkheid van alle relevante diensten en produkten te garanderen; 18. verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk alle belemmeringen voor het vrije verkeer van gehandicapte personen als migrerende werknemers en burgers weg te nemen en, zo nodig, wijzigende maatregelen voor te stellen; 19. roept de Commissie en de lid-staten ertoe op maatregelen te treffen waardoor het vrije verkeer voor blinden en slechtzienden niet wordt beperkt en hun geleidehonden de toegang niet wordt ontzegd (met name door quarantainebepalingen bij aankomst in een land); 20. doet een beroep op de Commissie eindelijk serieus de totstandbrenging van het vrije verkeer van gehandicapte personen aan te pakken, en acht daartoe de volgende maatregelen noodzakelijk: - opstelling, door de Commissie, van een overzicht van prestaties waarop gehandicapte personen bij verhuizing naar een andere lid-staat op grond van het vigerende recht aanspraak kunnen blijven maken (artikelen 48 t/m 51 van het EG-Verdrag; verordening 1408/71); - bewerkstelligen dat de resultaten van deze analyse door de lid-staten in acht worden genomen, eventueel door aanmaning en het op gang brengen van een inbreukprocedure (artikel 169 van het EG-Verdrag); - indien voornoemde maatregelen niet toereikend zijn, voorstel tot uitbreiding van de materiële en persoonlijke werkingssfeer van de sociaalrechtelijke cooerdinatieverordeningen 1408/71 en 574/72; - goedkeuring van het voorstel volgens ofwel de procedure van artikel 51 van het EG-Verdrag ofwel volgens de procedure van artikel 2, lid 3 van de Overeenkomst betreffende de sociale politiek (Protocol 14, gehecht aan het EG-Verdrag); 21. verzoekt de lid-staten en de instellingen van de Gemeenschap erop toe te zien dat alle relevante informatie beschikbaar is op informatiedragers die toegankelijk zijn voor gehandicapte personen, onder wie visueel gehandicapte personen, personen met leermoeilijkheden en doven; 22. is voornemens stappen te ondernemen om ervoor te zorgen dat gehandicapte personen kunnen deelnemen aan de verkiezing van het Europees Parlement, toegang hebben tot de werkzaamheden en de gebouwen, en dringt er bij de lid- staten op aan vergelijkbare maatregelen te treffen; 23. verzoekt de Commissie proefprojecten te financieren en informatie uit te wisselen over de preventie van geweld tegen en misbruik van gehandicapte personen; 24. verzoekt de Commissie onderzoek te doen naar de economische voordelen van non-discriminatiemaatregelen op het niveau van de Europese Unie en onderzoeksresultaten met betrekking tot het leef- en werkklimaat van gehandicapte personen te publiceren, met aandacht voor nieuwe werkpatronen en bijkomende sociale voordelen; 25. verzoekt de lid-staten maatregelen te nemen om zorg te dragen voor adequate ondersteuning van gezinnen van gehandicapte personen; dringt er bij de lid- staten op aan de uitsluiting van gehandicapte personen te voorkomen door middel van economische steunverlening; verzoekt de lid-staten maatregelen te nemen om zorg te dragen voor adequate ondersteuning van gezinnen van gehandicapte personen, ook om te voorkomen dat zij moeten worden opgenomen in inrichtingen die niet in alle gevallen in de plaats kunnen komen voor de huiselijke situatie; 26. verzoekt de Commissie en de lid-staten specifieke maatregelen te treffen om tegemoet te komen aan de behoeften van gemarginaliseerde groepen van gehandicapte personen; 27. verzoekt de Commissie en de lid-staten met behulp van projecten en beleidsmaatregelen de dubbele discriminatie van gehandicapte vrouwen tegen te gaan en afzonderlijke statistieken van gehandicapte mannen en vrouwen te publiceren; 28. verzoekt de lid-staten het onmenselijk en vernederend behandelen van gehandicapte personen te verbieden, erop toe te zien dat gehandicapte personen nooit tegen hun wil in inrichtingen worden opgenomen en dat van hen die dat wel verkiezen de waardigheid wordt geëerbiedigd; 29. verzoekt de Commissie en de lid-staten maatregelen te treffen om de indienstneming van gehandicapte personen te bevorderen, o.a. door middel van non-discriminatiemaatregelen, bevordering van alternatieve werkvormen, door NGO's van gehandicapte personen te betrekken bij het beheer van HORIZON en door een groter belang te hechten aan werkgelegenheid voor gehandicapte personen in de werkgelegenheidsstrategie van de Commissie; 30. verzoekt de Commissie na te gaan wat op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding gedaan moet worden om de gelijke behandeling van gehandicapte personen te bevorderen, en daartoe de nodige maatregelen te nemen; 31. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en het verslag van zijn commissie te doen toekomen aan de communautaire instellingen en organen en de regeringen en de parlementen van de lid-staten, alsmede aan de staten die verzocht hebben om toetreding tot de Europese Unie.