Resolutie over Cuba
Publicatieblad Nr. C 096 van 01/04/1996 blz. 0294
B4-0331, 0341, 0357, 0378, 0393, 0397 en 0410/96 Resolutie over Cuba Het Europees Parlement, - gelet op zijn eerdere resoluties over de situatie op Cuba en in het bijzonder op die van 18 januari 1996 over de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de betrekkingen tussen de Europese Unie en Cuba (COM(95)0306 - C4-0298/95) ((Deel II, punt 5 van de notulen van die datum.)), A. onder verwijzing naar het internationaal overeengekomen verbod op het gebruik van geweld tegen burgervliegtuigen, B. zijn veroordeling uitsprekend over het neerschieten van twee burgervliegtuigen door Cubaanse militairen op 24 februari 1996, C. verontrust over het feit dat de autoriteiten van de Verenigde Staten en Cuba hebben nagelaten maatregelen ter voorkoming van dergelijke tragische gebeurtenissen te nemen, D. nogmaals aandringend op de volledige inachtneming, instandhouding en bevordering van de mensenrechten en de democratische vrijheden op Cuba, E. zijn veroordeling uitsprekend over de recente arrestatie van dissidenten op Cuba en met name van leden van de "Concilio Cubano", F. onder verwijzing naar de talrijke resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de overeenkomst die werd bereikt tijdens de Latijnsamerikaanse topbijeenkomst in Bariloche in 1995 en de resoluties van het Europees Parlement waarin het VS-embargo tegen Cuba wordt veroordeeld, 1. veroordeelt krachtig het neerhalen van twee burgertoestellen door de Cubaanse luchtmacht en betreurt dat de vier mensen aan boord daarbij om het leven zijn gekomen; 2. is verheugd dat de Verenigde Staten en de Republiek Cuba bereid zijn mee te werken bij de spoedige instelling van een onderzoek naar dit incident door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO); 3. herhaalt dat de Cubanen hun problemen alleen kunnen oplossen via een dialoog en in een klimaat van verzoening; 4. verwerpt in overeenstemming met zijn eerdere resoluties het embargo, omdat niet de regering maar de armste lagen van de bevolking de ergste gevolgen hiervan ondervinden, en betreurt dat het Amerikaanse Congres de Helms- Burton-wet heeft goedgekeurd en dat president Clinton hiermee heeft ingestemd; 5. verzoekt de Europese Commissie in samenwerking met de autoriteiten van de zwaar getroffen landen te onderzoeken wat de gevolgen van de extraterritoriale bepalingen van deze wet zijn voor Europese ondernemingen en ernstig in overweging te nemen deze aan te vechten als een ernstige inbreuk op de GATT, de bepalingen van de Wereldhandelsorganisatie en het internationaal recht; 6. herhaalt dat de Europese ondernemers het recht hebben om met Cuba wettige handelsbetrekkingen te ontwikkelen, op Cuba en met Cubaanse partners handel te drijven en kansen op handelsgebied te benutten telkens als ze zich voordoen, zonder dat derden zich hiermee bemoeien; 7. dringt er bij de Commissie op aan haar inspanningen gericht op de ontwikkeling van een dialoog met Cuba op basis van de reeds eerder overeengekomen doelstellingen voort te zetten, maar daarbij te benadrukken dat de Cubaanse autoriteiten ten volle rekening moeten houden met de richtsnoeren die zijn vastgesteld in de mededeling van de Commissie en de desbetreffende door het Parlement aangenomen resolutie, als essentiƫle voorwaarden voor de ontwikkeling van betrekkingen; beseft dat dit soort acties de op de Europese Raad van Madrid op gang gebrachte normalisering van de betrekkingen tussen de Europese Unie en Cuba kan vertragen; 8. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de regeringen van de lid-staten, de Nationale Vergadering van de Volksrepubliek Cuba, de voorzitter van de Cubaanse Staatsraad, de voorzitter van het Latijnsamerikaanse parlement, de president van de VS en de voorzitter van de Senaat en de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden van het Amerikaanse Congres.