I.Besluit tot verlening van kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 1994 Afdeling I - Europees Parlement
Publicatieblad Nr. C 166 van 10/06/1996 blz. 0189
A4-0132/96 Besluit tot verlening van kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 1994 AFDELING I - EUROPEES PARLEMENT Het Europees Parlement, - gelet op zijn Reglement en met name artikel 166, lid 3, ervan, - gelet op artikel 77 van het Financieel Reglement en artikel 13 van de interne voorschriften voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement, - gezien de jaarrekening en de financiële balans betreffende het begrotingsjaar 1994 (SEC(95)0254), - gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over het begrotingsjaar 1994 ((PB C 303 van 14.11.1995.)), - gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A4-0132/96), 1. stelt de volgende bedragen vast ter afsluiting van de rekeningen van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 1994: >TABLE> >TABLE> 2. betreurt dat het speciaal verslag nr. 5/95 van de Rekenkamer betreffende het kadercontract voor de bouw van de grote vergaderzaal voor het Parlement in Straatsburg slechts formalistische aspecten van het dossier behandelt; 3. is het er evenwel met de Rekenkamer over eens dat het Financieel Reglement niet in een "de facto" visumverlening of -weigering voorziet; 4. betreurt dat het besluit tot ondertekening van het contract voor Straatsburg, ondanks het grote financiële gewicht van het dossier, is genomen zonder acht te slaan op het plafond van rubriek 5 (administratieve uitgaven) van de financiële vooruitzichten; acht het onder deze omstandigheden onontbeerlijk zorg te dragen voor coherentie en doeltreffendheid van de beraadslagingen van de bevoegde organen van de Instelling, in haar hoedanigheid van tak van de begrotingsautoriteit; 5. geeft de secretaris-generaal opdracht aan de bevoegde organen van de Instelling alternatieve oplossingen voor te stellen voor de financiering van de grote bouwprojecten, voor het geval rubriek 5 van de financiële vooruitzichten niet of op inadequate wijze wordt herzien, opdat het Parlement zijn contractuele verplichtingen ter zake kan nakomen; 6. betreurt dat het contract niet vooraf door de financieel controleur is geviseerd, maar niettemin is ondertekend; 7. neemt kennis van het verslag over het beheer en de doeltreffendheid van de informaticaprojecten en -systemen van het Parlement, dat is opgesteld naar aanleiding van een externe audit; wacht op de voltooiing van de audit betreffende het gebruik van informatica bij de verschillende Instellingen die wordt uitgevoerd door de Rekenkamer, voordat het conclusies ter zake trekt; 8. betreurt de aanzienlijke vertraging waarmee het volledig verslag van de handelingen als bijlage bij het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen wordt gepubliceerd; geeft de bevoegde administratieve autoriteiten opdracht de nodige maatregelen te nemen om te bewerkstelligen dat de publikatie op zo kort mogelijke termijn plaatsvindt; 9. dringt erop aan dat voor zover een beroep op hulpfunctionarissen noodzakelijk is, deze uit zo breed mogelijke kring worden aangetrokken; geeft de secretaris-generaal opdracht aan de Commissie begrotingscontrole tijdig voor de eerste lezing van de begroting 1997 een verslag voor te leggen over het beleid van de Instelling inzake de aanwerving van hulpfunctionarissen, en met name over de wijze waarop de regels inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen zijn toegepast; 10. wijst erop dat het verschil ten bedrage van BEF 4.136.125 tussen de kaspositie en de rekeningen, een bedrag dat buiten het bestek van de voor het begrotingsjaar 1982 gegeven kwijting viel, moet worden geregulariseerd zodrag de Luxemburgse handelsrechtbank uitspraak heeft gedaan in de zaak die het Europees Parlement op 22 maart 1995 heeft aangespannen tegen La Royale Belge N.V., waarbij het Parlement op 30 juni 1976 een verzekeringsovereenkomst heeft afgesloten in de zin van artikel 75 van het Financieel Reglement; 11. uit zijn bezorgdheid over het huidige en toekomstige functioneren van de organisatiestructuur en de administratie van het Parlement, in het licht van de toepassing van het Verdrag van Maastricht in 1994, het groeiende aantal leden en de gestaag toenemende werkbelasting; geeft de secretaris- generaal opdracht binnen 18 maanden, op basis van een onafhankelijk extern onderzoek, verslag uit te brengen over de vraag hoe het Parlement bestuurlijk en structureel beter kan worden ingericht zodat het is voorbereid op de toekomstige uitbreiding en in staat is te anticiperen op de resultaten van de IGC; 12. verleent zijn secretaris-generaal kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 1994; 13. geeft toestemming voor de verlening van kwijting aan de rekenplichtige voor het begrotingsjaar 1994.