Resolutie over het vandalisme en het vrije verkeer van voetbalsupporters
Publicatieblad Nr. C 166 van 10/06/1996 blz. 0040
A4-0124/96 Resolutie over het vandalisme en het vrije verkeer van voetbalsupporters Het Europees Parlement, - onder verwijzing naar zijn ontwerp-resoluties ingediend door: a) de heer David over het vrije verkeer van voetbalsupporters (B4-0184/94), b) de heer De Coene over een gecooerdineerde strategie voor de bestrijding van het vandalisme met inachtneming van de openbare vrijheden (B4-0218/94), c) de leden Ligabue en Mezzaroma over geweld in de stadions (B4-0503/95), - gelet op de richtlijn van de Raad van 25 februari 1964 voor de cooerdinatie van de voor vreemdelingen geldende bijzondere maatregelen ten aanzien van verplaatsing en verblijf, die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid (64/221/EEG) ((PB 56 van 4.4.1964, blz. 850.)), - gelet op de Europese Conventie inzake de bescherming van de mensenrechten, en met name Protocol nr. 4 inzake het recht op de vrijheid van verkeer en het recht om een land te verlaten en in zijn eigen land binnen te komen, - gelet op de Europese Conventie van 19 augustus 1985 inzake gewelddadigheden door en wangedrag van toeschouwers rond sportmanifestaties en in het bijzonder rond voetbalwedstrijden, - onder verwijzing naar zijn resolutie van 11 juli 1985 over de vereiste maatregelen ter bestrijding van vandalisme en geweld bij sportevenementen ((PB C 229 van 9.9.1985, blz. 99.)), - onder verwijzing naar zijn resolutie van 22 januari 1988 over vandalisme en geweld in de sport ((PB C 49 van 22.2.1988, blz. 168.)), - onder verwijzing naar zijn resolutie van 10 oktober 1990 over het verslag van de Onderzoekscommissie racisme en vreemdelingenhaat ((PB C 284 van 12.11.1990, blz. 57.)), - gezien de mededeling van de Commissie aan het Parlement en de Raad van 31 juli 1991 over "de Europese Gemeenschap en de sport" (SEC(91)1438), - onder verwijzing naar zijn resolutie van 6 mei 1994 over de Europese Gemeenschap en de sport ((PB C 205 van 25.7.1994, blz. 486.)), - gezien de resolutie (76) 41 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa getiteld "A European Sport for All Charter", - onder verwijzing naar de op 30 november 1994 door de Raad goedgekeurde aanbeveling om bij belangrijke gebeurtenissen informatie uit te wisselen, en de op 19 maart 1996 door de Raad goedgekeurde aanbeveling inzake voetbalgeweld, - gelet op artikel 148 van zijn Reglement, - gezien het verslag van de Commissie openbare vrijheden en binnenlandse zaken en het advies van de Commissie cultuur, jeugd, onderwijs en media (A4- 0124/96), A. de nadruk leggend op de bijdrage die de sport levert aan het wederzijds respect en begrip tussen personen en volkeren, B. bezorgd over de uitbarstingen van geweld die zich kunnen voordoen bij sportevenementen en met name op en buiten het terrein bij voetbalwedstrijden, C. ervan overtuigd dat het geweld dat bij sportontmoetingen en voetbalwedstrijden tot uiting komt vaak een symptoom is van een veel diepere crisis van de samenleving, waarnaar zorgvuldig onderzoek moet worden verricht, D. geschokt door de racistische uitingen en aanvallen tegen zwarte en joodse spelers of spelers van een andere nationaliteit of volksgroep, E. verontrust over de wijze waarop extremistische organisaties het met sport verband houdende geweld opzettelijk voor hun eigen doeleinden misbruiken, onder andere door groepen relschoppers te manipuleren en te infiltreren, F. gezien het belang van de massa-media om het geweld in de sport tegen te gaan en het sportideaal, "fair-play" en het wederzijds respect te bevorderen, G. pleitend voor een grotere samenwerking binnen de Europese Unie teneinde grensoverschrijdende incidenten van voetbalgeweld en -racisme te helpen inperken, H. overwegende dat de voornoemde richtlijn van 25 februari 1964 bepaalt (artikel 3) "De maatregelen van openbare orde of van openbare veiligheid moeten uitsluitend berusten op het persoonlijke gedrag van de betrokkenen. Het bestaan van strafrechtelijke veroordelingen vormt op zich zelf geen motivering van deze maatregelen", I. overwegende dat het vandalisme slachtoffers maakt onder de buurtbewoners van de stadions, de inwoners van de gastlanden waar de wedstrijden worden gespeeld, maar ook onder de supporters zelf, J. overwegende dat de slachtoffers van vandalistisch en gewelddadig gedrag van supporters vaak ernstige materiële schade en/of lichamelijk letsel oplopen met ernstige gevolgen, ook op psychologisch vlak; K. overwegende dat de overheidsinstanties, de sportorganisaties, nationale verenigingen, clubs en spelers verschillende maar elkaar aanvullende verantwoordelijkheden hebben aangaande de bestrijding van geweld en het wangedrag van de toeschouwers en dat zij hun krachten derhalve op de verschillende niveaus moeten bundelen, L. vaststellend dat bepaalde clubs slechts toegangsbewijzen verkopen aan fans die zich ertoe verbinden uitsluitend te reizen met door de club aangeduide reisorganisatoren, M. overwegende dat de overgrote meerderheid van de voetbalsupporters vredelievende mensen zijn en dat zowel hun recht op vrij verkeer als hun aangepaste bescherming tegen de geweldplegingen moeten worden gegarandeerd, N. gezien de noodzaak onderscheid te maken tussen vredelievende supporters, naar geweld neigende supporters en gewelddadige toeschouwers (relschoppers), en overwegende dat binnen deze laatste categorie personen met een racistisch, antisemitisch of vreemdelingen vijandig gezind optreden apart moeten worden beschouwd, O. overwegende dat een doeltreffende bestrijding van het geweld niet voorbij kan gaan aan de diepere oorzaken van dit geweld en zich niet tot de bestrijding van de symptomen kan beperken, P. zijn steun betuigend aan initiatieven zoals: - Professional Footballers Association/Equal Opportunities Commission "Kick Racism Out of Football" (Beroepsvoetballersvereniging/Commissie Gelijke Kansen "Trap racisme uit het voetbal"), Q. overwegende dat de uitvoering van bepaalde op gemeenschappelijke normen gebaseerde praktische maatregelen ertoe zou moeten bijdragen het verschijnsel in bedwang te houden, R. overwegende dat het Eurathlon-programma een rol speelt bij het totstandkomen van een betere verstandhouding en een groter solidariteitsgevoel tussen de inwoners van de Unie, doordat ze deelnemen aan sportmanifestaties, S. overwegende dat de organisatie van Euro '96 in Groot-Brittannië, de Wereldbeker voetbal in 1998 in Frankrijk, en Euro 2000 in België en Nederland de invoering van maatregelen ter voorkoming en bestrijding van het vandalisme noodzakelijk maken, ALGEMENE ASPECTEN 1. stelt vast dat betrokkenheid bij sport, hetzij als deelnemer of als toeschouwer, een belangrijke sociale en culturele activiteit is; dat sportmanifestaties bijgevolg culturele gebeurtenissen zijn en dat de toegang daartoe voor alle geledingen van de maatschappij moet worden vergemakkelijkt; 2. stelt vast dat sport voor miljoenen mensen in de Europese Unie van groot belang is, en dat daaraan derhalve in het beleid op Europees en nationaal niveau passende aandacht moet worden geschonken; 3. stelt vast dat er een wijdverbreid probleem bestaat van voetbalvandalisme en geweld op en rond voetbalwedstrijden, met name internationale wedstrijden, en is van mening dat dit een grensoverschrijdend probleem is dat op communautair niveau moet worden aangepakt; 4. stelt vast dat de huidige internationale preventiemaatregelen worden genomen op basis van samenwerkingsovereenkomsten tussen lid-staten in afwezigheid van enig internationaal juridisch kader, wat al leidde tot klachten van burgers van de Unie over de beperkingen van het vrije verkeer van personen en het gebrek van verweer daartegen; 5. verwacht dat het met een zowel preventief als repressief beleid ten aanzien van vandalisme het mogelijk moet zijn het verschijnsel in bedwang te houden en tot een beheersbare vorm terug te brengen; 6. wenst de Raad van Europa geluk met de verrichte werkzaamheden op dit gebied en wijst met name op de buitengewoon belangrijke werkzaamheden van de vaste commissie van de Europese Conventie inzake geweld en wangedrag van toeschouwers bij sportevenementen, met name tijdens voetbalwedstrijden; 7. stelt vast dat de overeenkomst van de Raad van Europa inzake de bestrijding van geweld bij voetbalwedstrijden zeer actueel is; verzoekt derhalve de lid- staten die zulks nog niet gedaan hebben deze overeenkomst te ratificeren en de erin vastgestelde maatregelen ten uitvoer te leggen; 8. verzoekt derhalve de overheidsinstanties, de sportorganisaties en de clubs om de in die Conventie voorziene en verdergaande maatregelen ten uitvoer te leggen en met name te zorgen voor: - een planning van de sportstadions die de veiligheid van de toeschouwers waarborgt, met vele en gescheiden uitgangen en die de tussenkomst van de orde- en hulpdiensten mogelijk maakt, - de scheiding van rivaliserende supportersgroepen, - controle op de verkoop van toegangsbewijzen, - het aanbrengen in de stadions van luidsprekers die het mogelijk maken met het publiek te communiceren, - een verbod om in de stadions alcoholhoudende dranken of gevaarlijke voorwerpen of voorwerpen die eventueel kunnen worden gebruikt voor gewelddadige handelingen, binnen te brengen, - een verbod om in de stadions symbolen (spandoeken, vaandels) met een racistische of tegen vreemdelingen gerichte strekking, zoals hakenkruisen en dergelijke, binnen te brengen, - de installatie van scanners bij de ingang van de stadions; 9. is van mening dat het uitsluitend uitgeven van zitplaatsen overbodig is en dat de installatie van "kooien" gevaarlijk is, mensonwaardig en tot geweld kan aanzetten; is van mening daarentegen dat de deelname van vrouwen en kinderen aan sportevenementen moet worden bevorderd door de installatie van gezinstribunes; 10. stelt vast dat het huidige fichesysteem en de uitwisseling van gegevens al leidde tot het opsluiten of uitwijzen van onschuldigen; SOCIAAL EN PREVENTIEBELEID 11. acht de opkomst van "supportersprojecten" ("fan projects") een uitstekend middel tot bestrijding van het geweld tijdens sportevenementen; moedigt de ontwikkeling van dergelijke initiatieven aan; 12. betuigt zijn steun aan initiatieven zoals bijvoorbeeld, in de context van Euro '96, de organisatie van een Europees Parlement van fans door "Philosophy Football"; 13. verzoekt de clubs, de nationale organisaties, de UEFA en de FIFA om ieder op zijn eigen niveau de supportersprojecten financieel te steunen; verzoekt de Commissie om van haar kant met spoed de mogelijkheid te onderzoeken om een beperkt aantal supportersprojecten in het kader van Euro '96 en de Wereldbeker van 1998 te financieren; 14. verzoekt alle clubs om volledige transparantie te betrachten bij hun financiële transacties en een deel van hun inkomsten te besteden aan de integratie van de supporters in het clubleven, met name door ze te betrekken bij belangrijke beslissingen; 15. dringt er bij de Commissie op aan om maatregelen te treffen tegen voetbalclubs die de verkoop van toegangsbewijzen afhankelijk maken van een verplicht reisprogramma; 16. is van mening dat de spelers zich op verantwoorde manier moeten gedragen en dat het wenselijk is dat zij nauwe banden met de supportersclub en met de supporters hebben; is van mening dat de houding van de spelers tijdens de wedstrijden doorslaggevend kan zijn en verzoekt de spelers daarom met aandrang om zich te onthouden van elk gewelddadig en agressief gedrag en zich openlijk uit te spreken tegen geweld, racisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat en eventueel te weigeren te spelen wanneer er uitingen zijn van geweld, racisme, vreemdelingenhaat of antisemitisme; 17. verzoekt de Commissie om in nauwe samenwerking met de Raad van Europa met ingang van 1997 - het Europees jaar voor de bestrijding van het racisme - een Europese dag tegen het racisme en voor "fair play" in de sport uit te roepen, die in de gehele Unie gekenmerkt zou moeten worden door campagnes in de media en waaraan bij het Europese publiek bekende sportlieden zouden moeten deelnemen; 18. stelt alle supportersclubs voor in hun midden functionarissen (stewards) te benoemen om het toezicht op de toeschouwers en de begeleiding van supportersgroepen tijdens de uitwedstrijden te vergemakkelijken; 19. wenst dat bij de organisatie van internationale wedstrijden culturele programma's en programma's voor de opvang van de supporters worden georganiseerd teneinde hen in staat te stellen van hun bezoek aan het gastland gebruik te maken door het te leren kennen; 20. betuigt zijn steun aan de organisaties die geweld en racisme in de stadions bestrijden; 21. herhaalt zijn voorstel om elk jaar drie prijzen toe te kennen, respectievelijk aan een ploeg, een individuele atleet en een club die zich door fair play hebben onderscheiden; 22. stelt voor initiatieven te ontwikkelen (uitwisselingen, ontmoetingen...) ter bevordering van de goede verstandhouding tussen de supporters van tegen elkaar uitkomende teams en dat die teams zelf strategieën voorstellen voor de uitroeiing van het geweld; 23. verheugt zich erover dat de Commissie in samenwerking met de Raad van Europa een campagne begonnen is voor het bevorderen van fair play; verlangt dat spelers en supporterclubs nauw bij die campagne betrokken worden; 24. verzoekt de media deel te nemen aan de bevordering van respect en fair-play in de sport, mee te werken aan het uitdragen van positieve waarden van de sport, agressief en chauvinistisch gedrag te bestrijden en elke vorm van sensatiezucht in de verwerking van de informatie over het geweld bij sportevenementen te vermijden; 25. erkent de belangrijke rol die het onderwijs aan en het werken met jongeren dient te spelen bij de voorkoming van geweld, met name racistisch geweld, en bij de bevordering van tolerantie en verzoekt de betrokkenen formeel of informeel overeenkomstig deze verantwoordelijkheid te handelen; VRIJ PERSONENVERKEER 26. is van mening dat de maatregel ter beperking van het vrije verkeer van personen uitsluitend betrekking mag hebben op individuen van wie het voorgaande gedrag, met inbegrip van vroegere veroordelingen, laat vermoeden dat zij een echte en ernstige bedreiging voor de openbare veiligheid vormen; 27. is van mening dat de nationaliteit van een supporter geen criterium mag vormen om hem de toegang tot sportevenementen te ontzeggen; 28. is van mening dat de organisatie van een wedstrijd onder bepaalde voorwaarden controles aan de binnengrenzen kan rechtvaardigen, op voorwaarde dat die niet verder gaan dan wat absoluut noodzakelijk is om een antwoord te bieden op een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid en om de rechten en vrijheden van anderen te beschermen; 29. is van mening dat de ontwikkeling van beleidsmaatregelen op dit gebied in het teken moet staan van de behoefte aan een juist evenwicht tussen de verschillende rechten: de rechten van alle mensen, met inbegrip van voetbalsupporters, op vrij verkeer binnen de Europese Unie, de rechten van diegenen die voetbalwedstrijden willen bijwonen in een veilige en zekere omgeving; en de rechten van diegenen die bij de stadions wonen; 30. is van mening dat het beperken van de toegang tot de stadions teneinde het geweld terug te dringen, moet gebeuren volgens gemeenschappelijke normen; 31. betreurt dat fundamentele juridische verschillen tussen de lid-staten een veralgemeende toepassing bemoeilijken van beperkingen op het bijwonen van wedstrijden in andere lid-staten door personen die zijn veroordeeld voor overtredingen in verband met het voetbal; 32. wijst erop dat een supporter pas dan kan worden verhinderd wedstrijden in binnen- of buitenland bij te wonen, indien hij ofwel voor een gewelddadige overtreding ofwel voor een overtreding in verband met het voetbal veroordeeld is; POLITIE- EN GERECHTELIJKE MAATREGELEN 33. verzoekt de lid-staten om de wetgeving toe te passen, of zo nodig aan te nemen, die voorziet in aangepaste straffen voor personen die schuldig zijn bevonden aan delicten, en die maatregelen omvat zoals de ontzegging van de toegang tot stadions voor een bepaalde periode; 34. verzoekt de lid-staten ervoor zorg te dragen dat de toeschouwers die gewelddaden plegen of ander strafbare handelingen verrichten, worden geïdentificeerd en veroordeeld overeenkomstig de wetgeving, in het land waar het delict is gepleegd, en dat de grondrechten van de beschuldigden worden geëerbiedigd, zoals het recht op een rechtvaardige verdediging en de inschakeling van tolken wanneer de beschuldigden de taal niet kennen, enz.; 35. is van mening dat de politieassistentie moet worden verleend door plaatselijke politieagenten, die tijdens internationale wedstrijden en, na de noodzakelijke raadpleging van en met instemming van de bevoegde autoriteiten, worden begeleid door politieagenten uit de plaats van herkomst van het uitspelende team of de uitspelende teams; 36. is voorstander van een grotere internationale samenwerking tussen de politiediensten teneinde het geweld in de stadions meer efficiënt te bestrijden; is van mening dat de uitwisseling van inlichtingen in verband met supporters die schuldig zijn bevonden aan vandalisme moet kunnen plaatsvinden, met eerbiediging van de door de Raad van Europa opgestelde criteria voor de bescherming van de persoonsgegevens; 37. verzoekt de bevoegde overheden te zorgen voor een adequate opleiding van de politiediensten, die zich toespitst op een degelijke begeleiding van de toeschouwers en die erop gericht is het hoofd te kunnen bieden aan mogelijke explosies van geweld; 38. is van mening dat het politie-escorte dat normaal de supporters begeleidt, een houding moet aannemen die geen uitingen van geweld uitlokt; 39. verzoekt de betrokken clubs maatregelen te treffen om te beletten dat groepen fans de spelers en de supporters intimideren; 40. vestigt de aandacht van alle betrokkenen en verantwoordelijken op het racistisch, antisemitisch, xenofoob en anti-maatschappelijk karakter dat uitingen van fysiek of verbaal geweld vaak aannemen; doet een beroep op het verantwoordelijkheidsbesef en het engagement van alle betrokken partijen om de oorzaken van dit geweld aan te pakken; 41. spreekt zich uit voor de invoering van sancties jegens clubs die openlijk uitingen van geweld en rassenhaat tolereren; 42. acht het onaanvaardbaar dat tijdens internationale wedstrijden supporters die geen misdrijf hebben gepleegd, uitsluitend op grond van hun nationaliteit of een andere niet-gerechtvaardigde reden worden gearresteerd, in verzekerde bewaring worden gesteld of het land worden uitgezet; 43. is van mening dat bij de ingang en in de directe omgeving van de stadions strenge veiligheidscontroles moeten worden uitgevoerd teneinde te voorkomen dat zich personen naar binnen dringen met gevaarlijke voorwerpen of met extremistisch, racistisch en vreemdelingen vijandig gezind propagandamateriaal zoals pamfletten, spandoeken...; 44. spreekt de wens uit dat bij de herziening van het Verdrag betreffende de Europese Unie in het Verdrag een artikel wordt opgenomen over de bestrijding van racisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat; 45. verzoekt de Commissie de in de lid-staten reeds bestaande gegevens over het probleem van het hooliganisme als multidimensionaal maatschappelijk fenomeen te verzamelen en te actualiseren; 46. verzoekt de Commissie elk jaar bij het Parlement verslag uit te brengen over het effect van de vastgestelde maatregelen en over de evolutie van de toestand op het gebied van het geweld in de sport en de mogelijke banden tussen de voetbalverenigingen en bepaalde racistische en extremistische organisaties; 47. verlangt dat uitgebreid onderzoek wordt gedaan naar de oorsprong van het hooliganisme, de rol van extremistische organisaties bij de supporters en de wijze waarop de media positieve invloed kunnen hebben om met hooliganisme verband houdend geweld in de sport te helpen voorkomen; 48. juicht de activiteiten die de sportunit van DG X van de Commissie tot dusverre heeft ontplooid toe en erkent dat het belangrijk is dat de speciale begrotingslijn voor de sport blijft bestaan; 49. wil door de Raad en de groep K4 voorgelicht worden over de maatregelen die lid-staten zullen nemen ter preventie van het voetbalgeweld naar aanleiding van Euro 96; 50. wenst dat de Raad in het kader van de derde pijler werk maakt van een conventie over de aanpak van voetbalgeweld, waarbij onder meer het begrip risicosupporter wordt gedefinieerd, waarbij duidelijke regels worden opgesteld voor het aanleggen, vergaren, behandelen en uitwisselen tussen lid-staten van informatie over burgers van de Unie en waarbij voorzien wordt in rechten inzake informatie, verstrekking en verweer voor wie voorwerp is van gegevensuitwisseling; 51. is van mening dat de bestrijding van het geweld in de sport dient te geschieden met inachtneming van de fundamentele vrijheden en dat de eerste prioriteit moet zijn te waarborgen dat alles in het werk wordt gezet om bij de voetbalsupporters een cultuur van geen geweld te bevorderen; 52. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen van de lid-staten, het Internationaal Olympisch Comité, de UEFA en de FIFA.