51996AR0156

Advies van het Comité van de Regio's over het "Voorstel voor een besluit van de Raad tot aanwijzing van het jaar 1997 als het 'Europees jaar tegen racisme'" CdR 156/96 fin

Publicatieblad Nr. C 337 van 11/11/1996 blz. 0063


Advies van het Comité van de Regio's over het "Voorstel voor een besluit van de Raad tot aanwijzing van het jaar 1997 als het 'Europees jaar tegen racisme'"

(96/C 337/12)

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S,

Gezien het voorstel voor een besluit van de Raad tot aanwijzing van het jaar 1997 als het "Europees jaar tegen racisme" (COM(95) 653 def. - 95/0355 CNS) ();

Gezien het besluit van de Raad van 4 maart 1996 om het Comité van de Regio's overeenkomstig artikel 198 C, eerste alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap te raadplegen;

Gezien het besluit van het Comité van de Regio's van 8 maart 1996 om commissie 8 "Economische en sociale samenhang - Sociaal beleid, Volksgezondheid" met de voorbereiding van dit advies te belasten;

Gezien het door commissie 8 op 13 mei 1996 goedgekeurde advies (CDR 156/96; rapporteur: de heer Wyn);

heeft tijdens zijn 13e Zitting van 12 en 13 juni 1996 (vergadering van 13 juni 1996) het volgende advies met algemene stemmen goedgekeurd.

1. Algemene opmerkingen

Het Comité van de Regio's (CvdR) maakt gaarne gebruik van de gelegenheid om commentaar te geven op de Commissievoorstellen ter bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme. Zijn opmerkingen zijn bedoeld als aanvulling op het eerder uitgebrachte advies van het CvdR over het Witboek van de Commissie over Europees sociaal beleid (1995).

Enkele specifieke opmerkingen ter zake buiten beschouwing gelaten, onderschrijft het CvdR volledig de doelstellingen en algemene strekking van de voorstellen. Deze zijn erop gericht de betrekkingen tussen rassen en gemeenschappen te verbeteren, de uitsluiting van minderheidsgroepen tegen te gaan, gelijke kansen te bevorderen en een meer harmonische samenleving tot stand te brengen.

2. Inleiding

Racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme vormen reële problemen waarmee de samenleving niet alleen in alle lid-staten, maar ook daarbuiten te kampen heeft. Anti-sociaal gedrag is een uiting daarvan, waarmee zowel stedelijke als plattelandsgebieden te maken krijgen. Alom wordt vastgesteld dat anti-sociaal gedrag toeneemt tegenover minderheidsgroepen die vaak ook worden uitgesloten, het financieel moeilijk hebben of op een andere manier benadeeld worden. Het is dan ook inderdaad zaak dat hulp wordt geboden, met name door in de praktijk dit verwerpelijke gedrag tegen te gaan en goede betrekkingen tussen rassen en gemeenschappen, alsmede wederzijds respect voor mensen van verschillende volkeren of rassen te bevorderen.

3. Achtergrond

3.1. Oorzaken van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme

Volgens het CvdR zijn er velerlei oorzaken van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme. Hoewel het CvdR hier niet dieper op wil ingaan, wijst het er toch op dat een verband kan worden gelegd tussen uitingen van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme enerzijds en economische en sociale omstandigheden anderzijds.

Er zijn duidelijk bepaalde factoren die individuen tot ongewenst anti-sociaal gedrag aanzetten, zoals met name ernstige werkloosheid, huisvestingsproblemen, culturele verschillen, onwetendheid, financiële moeilijkheden en verschillende leefgewoonten.

Hoewel oplossing van sommige van deze praktische problemen niet zonder meer een eind zou maken aan anti-sociaal gedrag, kan dit er toch toe bijdragen dat het minder vaak voorkomt.

3.2. Specifieke oplossingen voor specifieke omstandigheden

Het CvdR is zich bewust van de vele vormen van discriminatie en anti-sociaal gedrag die in de lid-staten voorkomen. De uitingen, en de manier waarop daartegen moet worden opgetreden, kunnen van land tot land en van stad tot stad verschillen. Hoewel het deels om een gemeenschappelijk probleem gaat, vragen specifieke omstandigheden toch om specifieke oplossingen.

4. Voorstellen van de Commissie

Het CvdR plaatst de volgende kanttekeningen bij een aantal specifieke punten:

4.1. Noodzaak van een concrete oplossing

Evenals de Commissie acht het CvdR het dringend noodzakelijk dat maatregelen worden genomen om vreemdelingenhaat en antisemitisme tegen te gaan. Tal van al dan niet gouvernementele organisaties hebben al vele jaren op deze verschijnselen gewezen, en er moeten nu realistische en doeltreffende maatregelen worden genomen om ze te bestrijden. Er zijn dringend maatregelen nodig, temeer daar discriminatie, waarbij ook geweld wordt gebruikt en doden vallen, de laatste tijd in heel Europa relatief sterk is toegenomen. Hierbij moet ook worden gedacht aan de propaganda en dreigingen van vertegenwoordigers van extreem rechtse partijen en activisten en van andere ondemocratische groeperingen.

Om de uitvoering van de door de Commissie voorgestelde concrete maatregelen te ondersteunen, moet de uitwisseling van ervaring tussen de lid-staten, met name op lokaal en regionaal vlak, worden bevorderd. Dit zal de ontwikkeling van goede praktijken ten goede komen en verhinderen dat antisociaal gedrag telkens opnieuw met ongeschikte of ondoeltreffende maatregelen bestreden wordt. Het CvdR hoopt dan ook dat de steun wordt voortgezet aan transeuropese netwerken als ELAINE (Europees interactief netwerk Noodzaak van doeltreffend van plaatselijke overheden voor het beleid ten behoeve van etnische minderheden), dat gericht is op bestrijding van racisme en bevordering van verdraagzaamheid tussen de verschillende etnische, culturele en religieuze gemeenschappen in Europa.

4.2. Subsidiariteit

Het CvdR schaart zich volledig achter de plaatselijke acties ter bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme en is derhalve ingenomen met het voornemen van de Commissie om in dit verband het subsidiariteitsbeginsel in acht te nemen.

Hoewel een gecoördineerd optreden op internationaal, nationaal en regionaal niveau inderdaad noodzakelijk is, moet toch vooral op het lokale vlak actie worden ondernomen om misstanden te verhelpen.

De lokale overheid is in de regel, net als de plaatselijke gemeenschappen en minderheidsgroepen, op de hoogte van lokale conflicten of spanningen tussen rassen en kent normaliter de aanleiding daarvan. Het door de Commissie voorgestelde gezamenlijke optreden is dan ook een goede zaak. In dit verband zijn maatregelen nodig om de publieke opinie te vormen. Een dergelijke aanpak getuigt ervan dat anti-sociaal gedrag door alle partijen wordt afgekeurd en vormt een blijk van steun voor de personen of groepen tegen wie dit gedrag is gericht.

Daarmee wordt duidelijk te kennen gegeven dat racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme onaanvaardbaar zijn, en dat de slachtoffers ervan zullen worden geholpen terwijl tegelijk de opbouw van een meer harmonische samenleving wordt bevorderd. Met het zoeken naar een oplossing voor lokale problemen op het lokale vlak, staat het CvdR een op wederzijdse ondersteuning gebaseerd partnerschap tussen overheid en niet-gouvernementele organisaties voor ogen.

4.3. Samenwerking en gezamenlijke actie

Het CvdR beseft, evenals de Commissie, heel goed dat het nodig is samen te werken en gezamenlijk op te treden om racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme te bestrijden.

Daartoe moeten bevoegde overheidsdiensten en niet-gouvernementele organisaties op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau ook samenwerken met vertegenwoordigers van de getroffen minderheden of religieuze groepen. Op transeuropees niveau kan b.v. ook aan het Migrantenforum en soortgelijke lichamen, zoals de Internationale Raad van zigeuners worden gedacht.

Soortgelijke organisaties op nationaal niveau (b.v. de Joint Council for the Welfare of Immigrants in het Verenigd Koninkrijk) kunnen ook hun steentje bijdragen. Op het plaatselijke vlak, waar ook het meest doeltreffend kan worden opgetreden, kan worden gedacht aan forums van buurtgemeenschappen of wijkcomités waarin de plaatselijke bevolking vertegenwoordigd is. Niet alleen tussen overheid en niet-gouvernementele organisaties, maar ook binnen de afzonderlijke sectoren moet naar partnerschap worden gestreefd om de bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme zoveel mogelijk kans van slagen te geven. Belangrijke doelgroepen zijn vakverenigingen en de werkomgeving waarmee moet worden samengewerkt om migranten in de samenleving en het beroepsleven te integreren. Lokale en regionale instanties moeten de nodige bevoegdheden krijgen om ter ondersteuning van de Commissievoorstellen acties te ondernemen.

4.4. Noodzaak van doeltreffend toezicht

Het CvdR is ermee ingenomen dat de Commissie de noodzaak van toezicht op uitingen van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme erkent. Hoewel verschillende officiële overheids- en niet-gouvernementele organisaties het erover eens zijn dat dit soort anti-sociaal gedrag nog steeds toeneemt, moet deze stelling toch met feiten worden gestaafd en is meer informatie over dit verschijnsel hard nodig.

Lokale besturen en vrijwilligersorganisaties hebben de laatste jaren gedetailleerde statistieken over het voorkomen en de aard van dergelijk anti-sociaal gedrag verzameld. Van deze zeer volledige informatie moet gebruik worden gemaakt om ons inzicht te verbeteren en de door de Commissie voorgestelde acties toe te spitsen op gebieden of activiteiten die het dringendste steun behoeven en waar deze steun het meest doeltreffend is. Bestaande projecten ter bestrijding van racisme en aanverwante verschijnselen op alle niveaus moeten opnieuw worden bekeken om tot een krachtiger en doeltreffender aanpak van deze problemen te komen. Het CvdR dringt dan ook eens te meer aan op informatie over goede praktijken op het lokale en regionale vlak.

4.5. Onderwijs en bewustmaking

Het CvdR is samen met de Commissie van mening dat onderwijs en publieke bewustwording van wezenlijk belang zijn om uitingen van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme tegen te gaan of te voorkomen.

Binnen de onderwijssystemen van lid-staten en regionale/lokale gemeenschappen kan nuttig werk worden verricht om o.m. interculturele bewustwording te bevorderen en zo anti-sociaal gedrag te bestrijden. Initiatieven als het Socrates-programma worden door het CvdR erg waardevol geacht, daar zij volwassenen erop voorbereiden om op een constructieve manier deel te nemen aan een multiraciale en multiculturele samenleving waarin steeds meer Europese burgers thans leven.

Het CvdR onderschrijft dan ook de voorstellen van de Commissie voor de opzet van netwerken voor de uitwisseling van onderwijsmateriaal, de opleiding van leraren in dienstverband, het helpen van leerlingen uit probleemgroepen om toegang te krijgen tot het beroep van onderwijzer/leraar, ondersteuning van het onderricht van EU-talen en het ontwikkelen van onderwijsmateriaal ter bestrijding van racisme binnen het algemene leerplan. Meer informatie over verschillende rassen, culturen en leefgewoonten zou ook bevorderlijk zijn voor de totstandkoming van de door de Commissie beoogde harmonischere samenleving met gelijke kansen voor iedereen, daarin geholpen door een Europees of mondiaal burgerschap.

Intracommunautaire uitwisseling van werknemers in de onderwijssector en daarbuiten kan daartoe van nut zijn. Aldus kan immers praktische ervaring met andere culturen worden opgedaan en de persoonlijke ontwikkeling van individuen worden bevorderd.

Zoals in de Mededeling van de Commissie is aangegeven, is het voorkomen van antisociaal gedrag volgens het CvdR van wezenlijk belang voor een lange-termijnstrategie ter bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en anti-semitisme. Het CvdR geeft dan ook zijn steun aan en wil bijdragen tot de preventieve actie die de Commissie onderneemt via het programma "Jeugd voor Europa III", samen met het Actieprogramma voor voorlichting van de jeugd en het Cities' Anti-Racism Project.

Het CvdR is ook te vinden voor opleidingsprogramma's die er in het bijzonder op gericht zijn jongeren uit probleemgroepen en sociaal uitgesloten jongeren toegang tot werkgelegenheid te geven. Hoewel hier geen voorkeursbehandeling wordt beoogd, is het toch zonder meer duidelijk dat jongeren moeten worden gesteund en aangemoedigd om zowel algemene als beroepsopleiding te gaan c.q. blijven volgen, vooral wanneer zij tot minderheidsgroepen behoren. Een dergelijk initiatief kan een einde maken aan sociale achterstelling en draagt bij tot de totstandkoming van een volledig geïntegreerde samenleving.

Het CvdR vindt dat het nodig is dat het publiek meer bewust wordt gemaakt van de problemen i.v.m. racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme, en steunt dan ook de geplande publiciteitscampagnes tijdens het Europees Jaar tegen racisme 1997.

4.6. Rol van de media

Het CvdR schaart zich volledig achter het standpunt van de Commissie dat de media een cruciale rol spelen in het voorkomen en bestrijden van racisme en vooroordelen. Het staat dan ook volledig achter de voorstellen om een groter verantwoordelijkheidsgevoel te cultiveren bij de media die uit zichzelf een anti-racistisch standpunt zouden moeten innemen en een multiraciale en multiculturele samenleving zouden moeten steunen. Volgens het CvdR zou het een goede zaak zijn als meer steun zou worden gevonden om de verschillende religieuze overtuigingen en culturele achtergronden van vele Europese burgers in de media aan bod te laten komen. Het is inderdaad zaak dat de normen op dit gebied verhoogd worden en negatieve stereotypen worden uitgebannen.

4.7. Financiering

Volgens het CvdR is de financiering van cruciaal belang voor de voorstellen van de Commissie. Vastgesteld is dat in een actieve economie met ruime werkgelegenheid minder gevallen van anti-sociaal gedrag voorkomen; financiële steun voor het scheppen van werkgelegenheid en opleidingsinitiatieven is dus onontbeerlijk voor de bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme. Daarom wordt voorgesteld de structuurfondsen in te schakelen ter ondersteuning van deze activiteiten.

4.8. Wetgeving op Europees niveau

Het CvdR is, evenals het Europees Parlement, ingenomen met de voorstellen van de Commissie om in communautaire rechtsinstrumenten een non-discriminatieclausule op te nemen. Het staat ook achter het voornemen van de Commissie om de bepalingen van het Verdrag ter bestrijding van rassendiscriminatie in de toekomst te verscherpen.

Het CvdR hoopt t.z.t. ook over de kwestie van de Europese wetgeving, na de bespreking daarvan tijdens de Intergouvernementele Conferentie, te worden geraadpleegd.

4.9. Antisemitisme

Het CvdR uit zijn bezorgdheid over het feit dat specifieke voorstellen ter bestrijding van antisemitisme ontbreken.

4.10. Minderheidsgroepen en hun talen

Het CvdR wijst erop dat het streven naar zelfstandigheid van minderheidsgroepen ook betrekking heeft op het recht om hun eigen taal te gebruiken. Om bij minderheden en meerderheid wederzijds respect voor elkaars culturen en talen af te dwingen, is het van belang dat geen enkele cultuur een andere cultuur uitsluit of zelf racistisch gedrag vertoont.

4.11. Politie

Zoals de Commissie terecht opmerkt, speelt de politie een zeer belangrijke rol bij de bestrijding van racisme en vooroordelen in de lid-staten. De Commissievoorstellen om een Europese politie-strategie te ontwikkelen, moeten dan ook worden gesteund. Het is voor het CvdR daarbij bijzonder belangrijk dat politiekorpsen in de lid-staten zó zijn samengesteld dat zij representatief voor de bevolking zijn en dat ervoor wordt gezorgd dat gelijke kansen inzake toegang tot en promotie binnen de eigen organisaties zijn verzekerd. Een specifieke opleiding kan er ook wezenlijk toe bijdragen dat politieagenten begrip hebben voor de behoeften van minderheids- en religieuze groepen.

4.12. 1997 - Europees Jaar tegen racisme

Het Europees Jaar tegen racisme - 1997 moet volgens het CvdR worden aangegrepen als een ideale gelegenheid om een pleidooi te houden voor goede praktijken, wederzijds respect en de bevordering van heilzame betrekkingen tussen rassen en gemeenschappen. Het CvdR onderschrijft dan ook alle Commissievoorstellen ter zake.

5. Conclusies

5.1. Het CvdR stemt in met het voorstel om 1997 uit te roepen tot Europees Jaar tegen racisme.

5.2. Als aanvulling op onderhavig advies zal het CvdR nog een verslag uitbrengen, waarin onder meer zal worden ingegaan op de activiteiten in 1997 waarbij regionale en lokale overheden een sleutelrol zullen spelen.

5.3. Het CvdR zal ook de opvattingen van de Commissie ten aanzien van deze belangrijke kwestie nader bekijken.

5.4. Het CvdR is ingenomen met en steunt ten volle het voornemen van de Commissie om racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme te bestrijden.

Het erkent het nut van trans-Europees optreden om deze verschijnselen en daarmee samenhangend anti-sociaal gedrag te bestrijden. De door de Commissie voorgestelde specifieke acties worden over het algemeen onderschreven, mits ook met de in dit advies geformuleerde opmerkingen rekening wordt gehouden.

Met behulp van de voorgenomen maatregelen, samenwerking en wederzijds respect voor de verschillende rassen, godsdiensten en etnische groepen in Europa, kan een serieuze poging worden ondernomen om ongewenste anti-sociale activiteiten te bestrijden. Als dit streven succes heeft, kan het resultaat daarvan een harmonischer multiraciaal en multicultureel Europa zijn.

Brussel, 13 juni 1996.

De voorzitter van het Comité van de Regio's

Pasqual MARAGALL i MIRA

() PB nr. C 89 van 26. 3. 1996, blz. 7.