Wetgevingsresolutie houdende advies van het Europees Parlement inzake de Ontwerp-akte van de Raad tot vaststelling van het protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen en het ontwerp-protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (ambtenaren en leden) (C4-0607/95 - 12549/95 - 96/0902(CNS)) (Raadplegingsprocedure)
Publicatieblad Nr. C 166 van 10/06/1996 blz. 0092
A4-0130/96 Ontwerp-akte van de Raad tot vaststelling van het protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen en ontwerp-protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (ambtenaren en leden) (C4-0607/95 - 12549/95 - 96/0902(CNS)) Dit ontwerp wordt goedgekeurd met de volgende wijzigingen: (Amendement 1) Titel >Oorspronkelijke tekst> Ontwerp-akte van de Raad tot vaststelling van het protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen >Tekst na stemming van het EP> Ontwerp-akte van de Raad tot vaststelling van de overeenkomst inzake omkoping ten nadele van de Europese Gemeenschappen (Deze wijziging is op beide teksten van toepassing) (Amendement 2) Derde overweging >Oorspronkelijke tekst> overwegende dat het noodzakelijk is ten vervolge op die Overeenkomst een aanvullend protocol vast te stellen, met name ter bestrijding van corruptie waarbij zowel nationale als Europese ambtenaren betrokken kunnen zijn en waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden of kunnen worden geschaad, >Tekst na stemming van het EP> overwegende dat het noodzakelijk is ten vervolge op de Overeenkomst van 26 juli 1995 een aanvullende overeenkomst vast te stellen, met name ter bestrijding van corruptie waarbij zowel nationale als Europese ambtenaren betrokken kunnen zijn en waardoor de belangen van de Europese Gemeenschappen worden of kunnen worden geschaad, (Amendement 3) Derde overweging bis (nieuw) >Tekst na stemming van het EP> overwegende dat er ook maatregelen moeten worden getroffen tegen daden van omkoping door of ten aanzien van andere personen die aangesteld zijn door of werkzaam zijn voor de Europese Gemeenschappen, (Amendement 4) Titel >Oorspronkelijke tekst> Ontwerp-protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen >Tekst na stemming van het EP> Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzake omkoping ten nadele van de Europese Gemeenschappen (Amendement 5) Artikel 1, lid 1, alinea bis (nieuw) en lid 2 >Tekst na stemming van het EP> worden met Europese ambtenaren gelijkgesteld de personen die voor de EIB, het ESCB en het EMI werken of daar een leidinggevende functie vervullen. >Oorspronkelijke tekst> 2. wordt onder «overeenkomst» verstaan: de overeenkomst die op 26 juli 1995 te Brussel is vastgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, ... 1995). >Tekst na stemming van het EP> 2. wordt onder «overeenkomst van 26 juli 1995" verstaan: de overeenkomst die op 26 juli 1995 te Brussel is vastgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen C 316 van 27.11.1995, blz. 48). (Amendement 6) Artikel 2 >Oorspronkelijke tekst> 1. Voor de toepassing van dit protocol bestaat passieve omkoping in het feit dat een ambtenaar opzettelijk, onmiddellijk of middellijk giften, beloften of voordelen, ongeacht de aard daarvan, voor zichzelf of voor anderen vraagt, duldt of aanneemt om in strijd met zijn ambtsplicht een ambtshandeling of een handeling in de uitoefening van zijn ambt te verrichten of na te laten, waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden of kunnen worden geschaad. >Tekst na stemming van het EP> Passieve omkoping De lid-staten nemen in hun wetgeving als passieve omkoping ten nadele van de Europese Gemeenschappen op het feit dat een ambtenaar onmiddellijk of middellijk een derde partij giften, beloften of voordelen, ongeacht de aard daarvan, voor zichzelf of voor anderen vraagt, duldt of aanneemt om a) in strijd met zijn ambtsplicht een ambtshandeling of een handeling in de uitoefening van zijn ambt te verrichten, b) om een ambtshandeling of een handeling in de uitoefening van zijn ambt na te laten wanneer hij deze uit hoofde van zijn ambtsplicht moet verrichten, c) om een voordien begane vergissing of fout niet te herstellen of niet aan zijn hiërarchische superieuren te melden. >Oorspronkelijke tekst> 2. Elke lid-staat treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 1 bedoelde gedragen strafbaar worden gesteld. >Tekst na stemming van het EP> Schrappen (Amendement 7) Artikel 3 >Tekst na stemming van het EP> Actieve omkoping >Oorspronkelijke tekst> 1. Voor de toepassing van dit protocol bestaat actieve omkoping in het feit dat iemand opzettelijk een ambtenaar onmiddellijk of middellijk een voordeel, ongeacht de aard daarvan, voor hemzelf of voor anderen belooft of verstrekt, om in strijd met zijn ambtsplicht een ambtshandeling of een handeling in de uitoefening van zijn ambt te verrichten of na te laten, waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden of kunnen worden geschaad. >Tekst na stemming van het EP> De lid-staten nemen in hun wetgeving als actieve omkoping op het feit dat iemand een ambtenaar onmiddellijk of middels een derde partij giften, beloften of een voordeel, ongeacht de aard daarvan, voor hemzelf of voor anderen in het vooruitzicht stelt of verstrekt, a) om in strijd met zijn ambtsplicht een ambtshandeling of een handeling in de uitoefening van zijn ambt te verrichten, b) om een ambtshandeling of een handeling in de uitoefening van zijn ambt na te laten wanneer hij deze uit hoofde van zijn ambtsplicht moet verrichten, c) om een voordien begane vergissing of fout niet te herstellen of niet aan zijn hiërarchische superieuren te melden. >Oorspronkelijke tekst> 2. Elke lid-staat treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 1 bedoelde gedragingen strafbaar worden gesteld. >Tekst na stemming van het EP> Schrappen (Amendement 8) Artikel 3 bis (nieuw) >Tekst na stemming van het EP> Artikel 3 bis Gekwalificeerd delict >Tekst na stemming van het EP> De in de artikelen 2 en 3 bedoelde omkoping wordt als een gekwalificeerd delict beschouwd wanneer zij door een georganiseerde groep en/of binnen een vaste structuur wordt gepleegd. (Amendement 9) Artikel 3 ter (nieuw) >Tekst na stemming van het EP> Artikel 3 ter Pogingen tot of samenwerking aan omkoping >Tekst na stemming van het EP> Worden ook als delicten beschouwd de pogingen tot, de medeplichtigheid aan, de uitlokking van of iedere andere vorm van samenwerking aan de in de artikelen 3 en 3bis bedoelde gedragingen, (Amendement 10) Artikel 4, leden 1, 2 en 3 >Oorspronkelijke tekst> 1. Elke lid-staat treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in zijn strafrecht de omschrijving van de overtredingen die een van de in artikel 1 van de overeenkomst bedoelde gedragingen uitmaken en die worden begaan door zijn nationale ambtenaren in de uitoefening van hun ambt, ook van toepassing is in gevallen waarin de feiten worden begaan door Europese ambtenaren in de uitoefening van hun ambt. >Tekst na stemming van het EP> 1. Elke lid-staat treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in zijn strafrecht de omschrijving van de overtredingen die een van de in artikel 1 van de overeenkomst van 26 juli 1995 bedoelde gedragingen uitmaken en die worden begaan door zijn nationale ambtenaren in de uitoefening van hun ambt, ook van toepassing is in gevallen waarin de feiten worden begaan door Europese ambtenaren en ambtenaren van andere lid-staten in de uitoefening van hun ambt. >Oorspronkelijke tekst> 2. Elke lid-staat treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in zijn strafrecht de in lid 1 en de artikelen 2 en 3 bedoelde feiten die door of tegen ministers van zijn Regering, verkozen leden van zijn Parlement, leden van zijn hoogste rechterlijke instanties of van de Rekenkamer in de uitoefening van hun ambt worden gepleegd, ook van toepassing zijn in gevallen waarin de feiten worden gepleegd door of tegen leden van respectievelijk de Commissie, het Europees Parlement, het Hof van Justitie en de Rekenkamer in de uitoefening van hun ambt. >Tekst na stemming van het EP> 2. Elke lid-staat treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in zijn strafrecht de in lid 1 en de artikelen 2, 3, 3bis en 3ter bedoelde feiten die door of tegen ministers van zijn Regering, verkozen leden van zijn Parlement, de ombudsman, leden van zijn hoogste rechterlijke instanties of van de Rekenkamer in de uitoefening van hun ambt worden gepleegd, ook van toepassing zijn in gevallen waarin de feiten worden gepleegd door of tegen leden van respectievelijk de Commissie, de leden van de Raad en het Europees Parlement, de ombudsman, de leden van het Hof van Justitie en de Rekenkamer in de uitoefening van hun ambt. >Oorspronkelijke tekst> 3. Wanneer in een lid-staat speciale wetgeving is uitgevaardigd met betrekking tot handelingen of nalatigheden waarvoor ministers van hun regering verantwoordelijk zijn op grond van hun bijzondere politieke positie in die lid-staat, is het bepaalde in lid 2, niet noodzakelijk van toepassing op die wetgeving, op voorwaarde dat de lid-staat ervoor zorgt dat leden van de Commissie vallen onder de strafwetgeving ter uitvoering van de artikelen 2, 3 en 4, lid 1. >Tekst na stemming van het EP> 3. Wanneer in een lid-staat speciale wetgeving is uitgevaardigd met betrekking tot handelingen of nalatigheden waarvoor ministers van hun regering verantwoordelijk zijn op grond van hun bijzondere politieke positie in die lid-staat, is het bepaalde in lid 2 niet noodzakelijk van toepassing op die wetgeving, op voorwaarde dat de lid-staat ervoor zorgt dat de leden van de Raad en de leden van de Commissie vallen onder de strafwetgeving ter uitvoering van de artikelen 2, 3, 3 bis, 3 ter en 4, lid 1. (Amendement 11) Artikel 5 >Tekst na stemming van het EP> Sancties >Oorspronkelijke tekst> 1. Elke lid-staat treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in de artikelen 2 en 3 bedoelde gedragingen alsmede medeplichtigheid aan en uitlokking van die gedragingen, worden gestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, waaronder ten minste in ernstige gevallen, vrijheidsstraffen die aanleiding kunnen geven tot uitlevering. >Tekst na stemming van het EP> 1. Elke lid-staat treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in de artikelen 2, 3, 3 bis, 3 ter en 4 bedoelde gedragingen, worden gestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, waaronder vrijheidsstraffen van ten minste 3 jaar die aanleiding kunnen geven tot uitlevering. >Oorspronkelijke tekst> 2. (geschrapt) >Tekst na stemming van het EP> 2. (geschrapt) >Oorspronkelijke tekst> 3. Lid 1 geldt onverminderd de uitoefening van disciplinaire bevoegdheden tegen nationale of Europese ambtenaren door de bevoegde instanties. De nationale rechterlijke instanties kunnen bij de straftoemeting op grond van de beginselen van hun eigen wetgeving rekening houden met eventuele disciplinaire straffen die dezelfde persoon voor dezelfde gedragingen reeds zijn opgelegd. >Tekst na stemming van het EP> 3. De nationale rechterlijke instanties kunnen bij de straftoemeting op grond van de beginselen van hun eigen wetgeving onder meer rekening houden met eventuele disciplinaire straffen die dezelfde persoon voor dezelfde gedragingen reeds zijn opgelegd, alsook met iedere andere belangrijke omstandigheid zoals het belang van de giften, beloften of andere voordelen en de gevolgen van de handeling voor de belangen van de Europese Gemeenschappen. (Amendement 12) Artikel 6, lid 1 >Oorspronkelijke tekst> 1. Elke lid-staat zorgt ervoor dat hij voor de overeenkomstig de artikelen 2, 3 en 4 strafbaar gestelde feiten bevoegd is in de volgende gevallen: a) het strafbare feit wordt geheel of gedeeltelijk op zijn grondgebied gepleegd, >Tekst na stemming van het EP> Bevoegdheden 1. Elke lid-staat zorgt ervoor dat hij voor de overeenkomstig de artikelen 2, 3, 3 bis, 3 ter en 4 strafbaar gestelde feiten bevoegd is in de volgende gevallen: a) het strafbare feit wordt geheel of gedeeltelijk op zijn grondgebied gepleegd, >Oorspronkelijke tekst> b) de dader van het strafbare feit is een onderdaan of een ambtenaar van de betrokken lid-staat, c) het strafbare feit is gepleegd tegen een van de in artikel 1 genoemde personen, of tegen de leden van de in artikel 4, lid 2, bedoelde instellingen, en die tevens onderdaan is (zijn) van de betrokken lid-staat, >Tekst na stemming van het EP> b) het strafbare feit is gepleegd door of tegen een Europees ambtenaar in dienst van een instelling van de Gemeenschappen die haar zetel in de betrokken lid-staat heeft, c) de dader van het strafbare feit is een onderdaan van de lid-staat of een in artikel 1, leden 1 en 2 bedoelde ambtenaar van de betrokken lid-staat, >Oorspronkelijke tekst> d) de dader van het strafbare feit is Europees ambtenaar in dienst van een Instelling van de Gemeenschappen of van een op grond van de Verdragen tot oprichting van de Gemeenschappen ingesteld orgaan dat zijn zetel in de betrokken lid-staat heeft. >Tekst na stemming van het EP> d) het strafbare feit is gepleegd tegen een van de in artikel 1, lid 1 genoemde personen en die tevens onderdaan is (zijn) van de betrokken lid-staat, (Amendement 13) Artikel 6, lid 2 >Oorspronkelijke tekst> 2. Elke lid-staat kan bij de in artikel 9, lid 2, bedoelde kennisgeving verklaren dat hij een of meer van de in lid 1, onder b), c), en d), genoemde regels niet of alleen in bepaalde gevallen of onder bepaalde voorwaarden toepast. >Tekst na stemming van het EP> Schrappen (Amendement 14) Artikel 6 bis (nieuw) >Tekst na stemming van het EP> Artikel 6 bis Competentierangorde >Tekst na stemming van het EP> 1. De met het onderzoek belaste en tot vervolging besluitende autoriteiten houden zich, bij ontstentenis van een vergelijk, aan de rangorde van de in het voorgaande artikel bedoelde bevoegdheden. >Tekst na stemming van het EP> 2. Indien evenwel besloten wordt om in de lid-staat welke voorrang heeft, geen vervolging in te stellen, krijgen de andere lid-staten de bevoegdheid tot vervolging en dit, bij ontstentenis van een vergelijk, volgens de rangorde van de in het voorgaande artikel bedoelde bevoegdheden. (Amendement 15) Artikel 6 ter (nieuw) >Tekst na stemming van het EP> Artikel 6 ter Procedure >Tekst na stemming van het EP> 1. De lid-staten stellen de betrokken communautaire instellingen op de hoogte van ieder, zelfs vermoedelijk, feit dat verband houdt met omkoping ten nadele van de Europese Gemeenschappen, en van de in de artikelen 3, 3 bis, 3 ter, 4, 5, 6 en 6 bis bedoelde procedures die hun ter kennis zijn gekomen. >Tekst na stemming van het EP> 2. De communautaire instellingen brengen de betrokken lid-staten op de hoogte van ieder, zelfs vermoedelijk, feit dat verband houdt met omkoping ten nadele van de Europese Gemeenschappen en van de in de artikelen 3, 3 bis, 3 ter, 4, 5, 6 en 6 bis bedoelde procedures, die hun ter kennis zijn gekomen. >Tekst na stemming van het EP> 3. Ingeval een communautaire instelling het initiatief neemt om feiten mee te delen, is de lid-staat verplicht een aanvullend onderzoek in te stellen en de actor of actoren te vervolgen indien er voldoende bewijzen zijn verzameld. >Tekst na stemming van het EP> 4. Ingeval een lid-staat het initiatief neemt feiten mee te delen, stellen de betrokken lid-staten de betrokken communautaire instellingen in kennis van de keuze van de lid-staat die de actor of de actoren van het delict zal vervolgen. In dat geval stelt de instelling een intern onderzoek in en deelt de feiten aan die lid-staat mede. (Amendement 16) Artikel 6 quater (nieuw) >Tekst na stemming van het EP> Artikel 6 quater Wederzijdse rechtshulp >Tekst na stemming van het EP> 1. De bevoegde autoriteiten van iedere lid-staat moeten, op verzoek van de bevoegde autoriteiten van een andere lid-staat of van de Commissie, zo breed mogelijke rechtshulp verlenen voor alle procedures die verband houden met de beteugeling van de in de artikelen 2, 3, 3 bis, 3 ter en 4 bedoelde overtredingen. >Tekst na stemming van het EP> 2. Wederzijdse rechtshulp mag alleen geweigerd worden indien de aangezochte lid- staat van oordeel is dat de inwilliging van het verzoek een inbreuk kan vormen op zijn openbare orde. >Tekst na stemming van het EP> 3. Iedere weigering tot het verlenen van wederzijdse rechtshulp dient met redenen te worden omkleed en ter kennis van de voorzitter van de Commissie te worden gebracht. (Amendement 17) Artikel 7, lid 1 >Oorspronkelijke tekst> 1. Artikel 3, artikel 5, leden 1, 2, en 4, en artikel 6 van de Overeenkomst zijn van toepassing op de in de artikelen 2, 3 en 4 van dit protocol bedoelde gedragingen. >Tekst na stemming van het EP> 1. Artikel 3, artikel 5, leden 1, 2, en 4, en artikel 6 van de Overeenkomst van 26 juli 1995 zijn van toepassing op de in de artikelen 2, 3, 3bis, 3ter en 4 van deze overeenkomst bedoelde gedragingen. (Amendement 18) Artikel 7 bis (nieuw) >Tekst na stemming van het EP> Artikel 7 bis In de lid-staat die in toepassing van de voorgaande artikelen een vervolging instelt, zijn het strafrecht en het strafprocesrecht van die lid-staat van toepassing. (Amendement 19) Artikel 8 >Oorspronkelijke tekst> Hof van Justitie 1. Geschillen tussen de lid-staten over de uitlegging of de toepassing van dit protocol worden, met het oog op een oplossing, in een eerste fase in de Raad besproken volgens de procedure van titel Vl van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Indien binnen zes maanden geen oplossing is gevonden, kan de zaak door een bij het geschil betrokken partij aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen worden voorgelegd. >Tekst na stemming van het EP> Hof van Justitie 1. Geschillen tussen de lid-staten over de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst worden, met het oog op een oplossing, in een eerste fase in de Raad besproken volgens de procedure van titel Vl van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Indien binnen zes maanden geen oplossing is gevonden, wordt de zaak door een bij het geschil betrokken partij aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voorgelegd. >Oorspronkelijke tekst> 2. Ieder geschil tussen een of meer lid-staten en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende artikel 1, met uitzondering van lid 1, tweede streepje, en betreffende de artikelen 2, 3 en 4 en artikel 7, lid 2, derde streepje, van dit protocol, dat niet door onderhandelingen kon worden opgelost, kan aan het Hof van Justitie worden voorgelegd. >Tekst na stemming van het EP> 2. Ieder geschil tussen een of meer lid-staten en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende artikel 1, met uitzondering van lid 1, tweede streepje, en betreffende de artikelen 2, 3 en 4 en artikel 7, lid 2, derde streepje, van deze overeenkomst dat niet door onderhandelingen kon worden opgelost, wordt aan het Hof van Justitie voorgelegd. >Tekst na stemming van het EP> 2 bis. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is bevoegd prejudicieel uitspraak te doen over de interpretatie van deze overeenkomst wanneer een dergelijke kwestie voor een rechtscollege van een van de lid-staten aan de orde wordt gesteld. Het betrokken rechtscollege kan, indien het een uitspraak over dat punt noodzakelijk acht om een vonnis te kunnen vellen, het Hof van Justitie vragen daarover uitspraak te doen. >Tekst na stemming van het EP> 2 ter. Het arrest van het Hof van Justitie is in de in de leden 1, 2 en 2 bis bedoelde gevallen voor alle partijen bij deze overeenkomst bindend. (Amendement 20) Artikel 9 >Oorspronkelijke tekst> Inwerkingtreding >Tekst na stemming van het EP> Inwerkingtreding >Oorspronkelijke tekst> 1. Dit protocol wordt de lid-staten ter aanneming volgens hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen voorgelegd. >Tekst na stemming van het EP> 1. Deze overeenkomst wordt de lid-staten ter aanneming volgens hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen voorgelegd. >Oorspronkelijke tekst> 2. De lid-staten stellen de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie in kennis van de voltooiing van de overeenkomstig hun grondwettelijke bepalingen voor de aanneming van dit protocol vereiste procedures. >Tekst na stemming van het EP> 2. De lid-staten stellen de voorzitter van de Commissie in kennis van de voltooiing van de overeenkomstig hun grondwettelijke bepalingen voor de aanneming van deze overeenkomst vereiste procedures. >Oorspronkelijke tekst> 3. Dit protocol treedt in werking negentig dagen na de in lid 2 bedoelde kennisgeving door de lid-staat van de Europese Unie die als laatste deze handeling verricht. Indien de overeenkomst evenwel op die datum nog niet in werking is getreden, treedt het protocol in werking op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst. >Tekst na stemming van het EP> 3. Deze overeenkomst treedt in werking negentig dagen na de in lid 2 bedoelde kennisgeving door de lid-staat van de Europese Unie die als laatste deze handeling verricht. (Amendement 21) Artikel 11 >Oorspronkelijke tekst> 1. Behoudens in het in artikel 6, lid 2, genoemde geval, kunnen er geen voorbehouden worden gemaakt. >Tekst na stemming van het EP> Er kunnen geen voorbehouden worden gemaakt. >Oorspronkelijke tekst> 2. Lid-staten die een voorbehoud hebben gemaakt, kunnen dat te allen tijde geheel of gedeeltelijk intrekken door middel van een kennisgeving aan de depositaris. De intrekking wordt van kracht op de datum waarop de depositaris de kennisgeving ontvangt. (Amendement 22) Artikel 11 bis (nieuw) >Tekst na stemming van het EP> Artikel 11 bis De bepalingen van deze overeenkomst zijn slechts van toepassing voor zover zij verenigbaar zijn met communautaire richtlijnen en verordeningen inzake de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen. (Amendement 23) Artikel 12 >Oorspronkelijke tekst> Depositaris >Tekst na stemming van het EP> Depositaris >Oorspronkelijke tekst> 1. De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie is depositaris van dit protocol. >Tekst na stemming van het EP> 1. De voorzitter van de Commissie is depositaris van deze overeenkomst. >Oorspronkelijke tekst> 2. De depositaris maakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen de stand van de aannemingen en toetredingen, alsmede de verklaringen, voorbehouden en andere kennisgevingen met betrekking tot dit protocol bekend. >Tekst na stemming van het EP> 2. De depositaris maakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen de stand van de aannemingen en toetredingen en andere kennisgevingen met betrekking tot deze overeenkomst bekend. (Amendement 24) Artikel 12 bis (nieuw) >Tekst na stemming van het EP> Artikel 12 bis De Commissie dient zo spoedig mogelijk een voorstel voor een richtlijn in betreffende de strafrechtelijke verantwoordelijkheid en bescherming van de ambtenaren en andere personeelsleden dat ten minste de volgende bepalingen behelst: >Tekst na stemming van het EP> «Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van... >Tekst na stemming van het EP> betreffende de strafrechtelijke verantwoordelijkheid en bescherming van de ambtenaren en andere personeelsleden. >Tekst na stemming van het EP> Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, >Tekst na stemming van het EP> - gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 100A en 209A daarvan, >Tekst na stemming van het EP> - gezien het voorstel van de Commissie, >Tekst na stemming van het EP> - gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité, >Tekst na stemming van het EP> overwegende dat de Gemeenschap de bevoegdheid heeft te voorzien in de strafrechtelijke bescherming van haar financiële belangen, niet alleen tegen onregelmatigheden van economische subjecten, maar ook tegen door haar ambtenaren gepleegde of tegen hen gerichte ongeoorloofde gedragingen welke de communautaire begroting kunnen schaden, >Tekst na stemming van het EP> overwegende dat de toepasselijke regeling een homogeen karakter moet hebben, ongeacht de betrokken rechtsorde, >Tekst na stemming van het EP> overwegende dat deze regeling tegelijk rekening moet houden met de grondbeginselen van het grondwettelijk bestel van de lid-staten en met de toepasselijke besluiten van het afgeleide Gemeenschapsrecht, zoals het Statuut van de Europese ambtenaren, >Tekst na stemming van het EP> overwegende dat de regeling betreffende de strafrechtelijke verantwoordelijkheid en bescherming van de Europese ambtenaren moet worden aangevuld met regels betreffende de administratieve verantwoordelijkheid van laatstgenoemden jegens de Gemeenschap, >Tekst na stemming van het EP> hebben de volgende richtlijn vastgesteld >Tekst na stemming van het EP> Artikel 1 >Tekst na stemming van het EP> 1. De onderhavige richtlijn betreft de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap (uitgaven en ontvangsten) door de autoriteiten en de rechtscolleges welke bevoegd zijn tot toepassing van de nationale rechtsbepalingen in het geval van handelingen waardoor de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen in het geding komt, of die hun strafrechtelijke bescherming noodzakelijk maken. >Tekst na stemming van het EP> 2. Voor de onderhavige richtlijn, >Tekst na stemming van het EP> - wordt onder «ambtenaar» verstaan zowel een «Europees» als een «nationaal» ambtenaar, met inbegrip van elke nationale ambtenaar van een andere lid- staat; >Tekst na stemming van het EP> - wordt onder «Europees ambtenaar» verstaan: >Tekst na stemming van het EP> . eenieder die bij arbeidsovereenkomst is aangesteld in de hoedanigheid van ambtenaar of ander personeelslid in de zin van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van het Europese Gemeenschappen; . eenieder die door de lid-staten of door een overheids- of particuliere instelling ter beschikking van de Europese Gemeenschappen is gesteld om daar functies uit te oefenen die overeenstemmen met de functies die worden uitgeoefend door ambtenaren of andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, in de zin van het Statuut van laatstgenoemden; . het personeel van de EIB, het ESCB en het EMI. >Tekst na stemming van het EP> Artikel 2 >Tekst na stemming van het EP> 1. Voor de onderhavige richtlijn: >Tekst na stemming van het EP> - bestaat passieve omkoping in het feit dat een ambtenaar onmiddellijk of middellijk giften, beloften of voordelen, ongeacht de aard daarvan, voor zichzelf of voor anderen vraagt, duldt of aanneemt om een ambtshandeling of een handeling in de uitoefening van zijn ambt te verrichten of na te laten; >Tekst na stemming van het EP> - bestaat actieve omkoping in het feit dat iemand een ambtenaar onmiddellijk of middellijk een voordeel, ongeacht de aard daarvan, voor hemzelf of voor anderen belooft of verstrekt om een ambtshandeling of een handeling in de uitoefening van zijn ambt te verrichten of na te laten; >Tekst na stemming van het EP> - bestaat valsheid in geschrift in het feit dat een ambtenaar een geheel of gedeeltelijk vals stuk opstelt of een echt stuk vervalst; >Tekst na stemming van het EP> - bestaat de gebruikmaking van valse stukken in het feit dat een ambtenaar opzettelijk gebruik maakt van een vals stuk; >Tekst na stemming van het EP> - bestaat verduistering van gelden in het feit dat een ambtenaar zich, voor zichzelf of voor een derde, aan zijn administratie toebehorende gelden of waardepapieren toeëigent of deze verduistert. >Tekst na stemming van het EP> 2. Elke lid-staat treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 1 bedoelde gedragingen, alsook pogingen daartoe, als strafrechtelijke overtredingen gelden wanneer deze de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen schaden. >Tekst na stemming van het EP> 3. Elke lid-staat treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in de leden 1 en 2 bedoelde gedragingen, alsook de medeplichtigheid aan en het uitlokken van de genoemde gedragingen, bestraft worden met doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties, inclusief vrijheidsstraffen die niet lager zijn dan: >Tekst na stemming van het EP> - drie jaar voor omkoping en verduistering van gelden; - een jaar voor valsheid in geschrift en gebruikmaking van valse stukken. >Tekst na stemming van het EP> Artikel 3 >Tekst na stemming van het EP> Elke lid-staat treft de nodige maatregelen opdat in zijn strafrecht de in artikel 2 bedoelde overtredingen welke bij de uitoefening van hun ambt gepleegd worden door of tegen respectievelijk de leden van de Commissie, het Europees Parlement, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, de ombudsman, degenen die een leidinggevende functie vervullen bij het ESCB en het EMI en de gouverneurs van de EIB, bestraft worden met dezelfde sancties als bedoeld in artikel 2. >Tekst na stemming van het EP> Artikel 4 >Tekst na stemming van het EP> 1. De voorgaande artikelen laten de bepalingen betreffende de strafrechtelijke procedure en de vaststelling van de bevoegde rechtscolleges onverlet. >Tekst na stemming van het EP> 2. De onderhavige richtlijn wordt toegepast met volledige eerbiediging van de relevante bepalingen van de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen, het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, de Statuten van het Hof van Justitie, alsook van de ter uitvoering daarvan vastgestelde teksten, voor wat de opheffing van de immuniteit betreft. >Tekst na stemming van het EP> 3. Deze richtlijn wordt ook toegepast met volledige eerbiediging van de bepalingen van het Statuut van de Europese ambtenaren, alsook van de teksten ter uitvoering daarvan, met name voor wat de regeling betreft inzake de tuchtrechtelijke gevolgen en de vergoeding van de schade (artikel 88 en 22 van het Statuut). >Tekst na stemming van het EP> Artikel 5 >Tekst na stemming van het EP> 1. De lid-staten stellen de nodige legislatieve en bestuursrechtelijke bepalingen vast om zich vóór 31 december 1999 aan onderhavige richtlijn te conformeren. >Tekst na stemming van het EP> 2. Dergelijke bepalingen dienen een verwijzing naar de onderhavige richtlijn te behelzen. >Tekst na stemming van het EP> 3. De lid-staten doen aan de Commissie de tekst toekomen van de reeds bestaande of nieuwe interne rechtsbepalingen die de omzetting van de onderhavige richtlijn in het nationale recht verzekeren. >Tekst na stemming van het EP> 4. De lid-staten stellen de Commissie ieder jaar, vóór 31 maart, in kennis van het aantal strafvervolgingen dat wegens de in artikelen 2 en 3 bedoelde gedragingen is ingesteld. >Tekst na stemming van het EP> Artikel 6 >Tekst na stemming van het EP> De onderhavige richtlijn is gericht tot de lid-staten." - --------Ontwerp-verklaring-------- --Door het Parlement aangebrachte wijzigingen-- (Amendement 25) BIJLAGE II >Tekst na stemming van het EP> (Bijlage II «Ontwerp-verklaring voor de notulen van de Raadszitting waarin de Akte tot vaststelling van het protocol zal worden aangenomen» wordt geschrapt.) Wetgevingsresolutie houdende advies van het Europees Parlement inzake de Ontwerp-akte van de Raad tot vaststelling van het protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen en het ontwerp-protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (ambtenaren en leden) (C4-0607/95 - 12549/95 - 96/0902(CNS)) (Raadplegingsprocedure) Het Europees Parlement, - gezien het voorstel van de Raad (12549/95 - 96/0902(CNS)), - geraadpleegd door de Raad overeenkomstig artikel K.6, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (C4-0607/95), - gezien het verslag van de Commissie openbare vrijheden en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie juridische zaken en rechten van de burger en van de Commissie begrotingscontrole (A4-0130/96), 1. hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van de Raad zoals gewijzigd door het Parlement; 2. wenst ervan in kennis te worden gesteld wanneer de Raad voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst; 3. verzoekt zijn Voorzitter dit advies te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.