51995PC0690

Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de controles en verificaties ter plaatse van de Commissie met het oog op vaststelling van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen rakende fraudes en onregelmatigheden /* COM/95/0690 DEF - CNS 95/0358 */

Publicatieblad Nr. C 084 van 21/03/1996 blz. 0010


Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de controles en verificaties ter plaatse van de Commissie met het oog op vaststelling van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen rakende fraudes en onregelmatigheden

(96/C 84/06)

COM(95) 690 def. - 95/0358(CNS)

(Door de Commissie ingediend op 19 januari 1996)

DE RAAD VAN EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, inzonderheid op artikel 203,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende dat het Gemeenschapsrecht voor de Commissie en voor de Lid-Staten de verplichting inhoudt maatregelen te nemen ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen tegen fraude;

Overwegende dat voor het controlestelsel gedetailleerde specifieke bepalingen gelden die op het Gemeenschapsbeleid op de verschillende betrokken gebieden zijn afgestemd, en dat Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (1) voor alle gebieden van het Gemeenschapsbeleid een gemeenschappelijk juridisch kader heeft geschapen;

Overwegende dat genoemde verordening niet voor de controles en verificaties ter plaatse geldt en dat in artikel 10 ervan is bepaald dat bij een afzonderlijke verordening aanvullende algemene bepalingen worden getroffen;

Overwegende dat voor de controles van het beheer en betreffende de regelmatigheid van de rekeningen in het algemeen bepalingen bestaan ten aanzien van de specifieke verificaties ter plaatse voor de verschillende gebieden van de begroting van de Gemeenschap, die overigens van de desbetreffende communautaire verworvenheden ("het acquis communautaire") deel uitmaken;

Overwegende dat de onderhavige verordening geen afbreuk doet aan de bepalingen van sectoriële communautaire regelingen, die, hoewel zij onder de werkingssfeer ervan vallen, verder reiken dan de in de onderhavige verordening vervatte minimumvoorschriften;

Overwegende dat evenwel, om in het bijzonder de georganiseerde fraude krachtiger te bestrijden, voor opzettelijk of uit ernstige nalatigheid begane onregelmatigheden die voor de Gemeenschapsbegroting gevolgen hebben, ten aanzien van de controles en verificaties ter plaatse die door de functionarissen van de Commissie worden uitgevoerd, aanvullende gemeenschappelijke bepalingen dienen te worden getroffen;

Overwegende dat artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 een omschrijving van het begrip "onregelmatigheid" behelst;

Overwegende dat in artikel 8 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 is bepaald dat controlemaatregelen aan het specifieke karakter van elke sector moeten worden aangepast en dat de wijze van uitvoering ervan voor zover nodig in sectoriële regelgeving wordt vastgelegd; dat bijgevolg in dat kader later nieuwe bepalingen zullen worden uitgewerkt om overal in de Gemeenschap voor een gelijkwaardige controle te zorgen;

Overwegende dat aanvullende algemene bepalingen betreffende de door de functionarissen van de Lid-Staten uitgevoerde controles en verificaties ter plaatse volgens de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen kunnen worden vastgesteld;

Overwegende dat voor een doeltreffende bestrijding van fraude en onregelmatigheden de controles van de Commissie bij overheidsdiensten moeten kunnen worden uitgevoerd en indien nodig eveneens bij marktdeelnemers die in de bewuste fraude verwikkeld zouden kunnen zijn, zulks in overeenstemming met de grondrechten van de betrokkenen;

Overwegende dat de Lid-Staten bij de controles van de functionarissen van de Commissie aanzienlijke bijstand kunnen verschaffen; dat bijgevolg nationale functionarissen moeten worden uitgenodigd om aan deze controles deel te nemen; dat de Commissie in haar in artikel 209 A, tweede alinea, van het Verdrag bedoelde cooerdinerende hoedanigheid functionarissen van andere Lid-Staten kan uitnodigen om aan de controles deel te nemen, dat de betrokken Lid-Staten hiervan in kennis dienen te worden gesteld;

Overwegende dat de organisatie van de controles en verificaties ter plaatse in een geest van samenwerking tussen de Commissie en de Lid-Staten impliceert dat de controleurs van de Commissie toegang dienen te hebben tot dezelfde lokalen en tot alle met de betrokken verrichtingen verband houdende gegevens als de functionarissen van de Lid-Staat; dat de verslagen van de controleurs van de Commissie als bewijs zouden moeten dienen; dat deze verslagen in dit verband op dezelfde wijze toelaatbaar zijn als die welke door de nationale functionarissen worden opgesteld;

Overwegende dat de Verdragen ten aanzien van de goedkeuring van de onderhavige verordening in geen andere bevoegdheden voorzien dan die welke zijn vervat in artikel 235 van het EG-Verdrag en in artikel 203 van het EGA-Verdrag,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onverminderd de andere, uit hoofde van de sectoriële regelgevingen getroffen bepalingen zijn de in de onderhavige verordening vervatte bepalingen van toepassing op de controles en verificaties ter plaatse van de Commissie welke in het kader van de fraudebestrijding met het oog op het opsporen van een onregelmatigheid zoals omschreven in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95, worden verricht.

Artikel 2

1. De controles en verificaties ter plaatse van de Commissie kunnen worden uitgevoerd bij centrale, regionale en plaatselijke overheden, evenals bij lichamen en diensten die onder die autoriteiten ressorteren die aan deze autoriteiten verbonden zijn of waaraan die autoriteiten specifieke bevoegdheden hebben gedelegeerd.

2. De uitoefening van de controles en verificaties ter plaatse waarbij met name de toegang tot lokalen, terreinen, vervoermiddelen of andere, in dat verband te bezoeken plaatsen moet worden vergemakkelijkt, moet eveneens worden toegestaan door de marktdeelnemers,

- die rechtstreeks of onrechtstreeks een financieel voordeel genieten en/of

- op wie uit hoofde van de communautaire regelgeving verplichtingen ter zake rusten en/of

- die rechtstreeks of onrechtstreeks in ongeacht welke hoedanigheid aan de in de toepasselijke regelgeving beoogde verrichtingen deelnemen.

Artikel 3

1. Alvorens de controles en verificaties ter plaatse worden uitgevoerd, stelt de Commissie tijdig de betrokken Lid-Staat, respectievelijk Lid-Staten in kennis teneinde alle nodige hulp te verkrijgen.

In geval van dringende noodzaak kan deze kennisgeving echter, om het goede verloop van de controle te waarborgen, onmiddellijk vóór het begin van de controles en verificaties ter plaatse worden gedaan.

2. De functionarissen van de betrokken Lid-Staat kunnen aan deze controles deelnemen.

Artikel 4

1. De controles en verificaties ter plaatse worden onder verantwoordelijkheid van de Commissie door haar ambtenaren of haar functionarissen evenals door de personen die door de Lid-Staten aan de Commissie ter beschikking zijn gesteld, uitgevoerd, welke ambtenaren, functionarissen en bedoelde personen door de Commissie naar behoren zijn gemachtigd, hierna "controleurs van de Commissie" genoemd.

In verband met de opstelling van de in artikel 6, lid 3, bedoelde verslagen worden de controleurs van de Commissie gelijkgesteld met de functionarissen van de Lid-Staat waaraan de nationale wetgeving bijzondere bevoegdheden inzake controle en verificatie toekent.

De controleurs van de Commissie leggen hun schriftelijke bevoegdheidsverklaring voor, waarin hun identiteit en hoedanigheid zijn vermeld. Zij nemen bij de controles en verificaties ter plaatse een houding aan die met de voor de functionarissen van de Lid-Staten geldende regels en gebruiken verenigbaar is.

2. De Commissie kan verzoeken om deelneming, onder haar verantwoordelijkheid, van functionarissen van andere Lid-Staten dan van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de controles en verificaties geschieden.

3. Indien de Commissie externe lichamen inschakelt om de functionarissen van de Commissie in technisch opzicht bij de controles bij te staan, vallen de verrichtingen ervan onder de verantwoordelijkheid van de Commissie. De Commissie ziet erop toe dat deze lichamen alle garanties inzake technische bekwaamheid en onafhankelijkheid en tevens in verband met de inachtneming van het beroepsgeheim bieden.

Artikel 5

1. Onverminderd de nationale strafprocesrechtelijke bepalingen hebben de controleurs van de Commissie toegang tot alle gegevens en tot alle bescheiden in verband met de betrokken verrichtingen die voor het goede verloop van de controles en verificaties noodzakelijk zijn, met inbegrip van die welke door de nationale controleurs zijn verkregen en/of die welke bij gerechtelijke onderzoeken zijn verkregen en die voor de goede uitvoering van de controle-verrichtingen nuttig kunnen zijn, waarbij zij over de mogelijkheid beschikken om de in aanmerking komende documenten te kopiëren. De controleurs van de Commissie mogen dezelfde materiële middelen voor onderzoek bezigen als de nationale controleurs.

De controles en verificatie ter plaatse kunnen betrekking hebben op:

- de boeken en bescheiden betreffende beroep of bedrijf, zoals facturen, bestekken, loonstrookjes, staten van dagelijkse werkzaamheden en uitgaven, bankrekeningen;

- de computergegevens;

- de produktie-, verpakkings- en verzendingssystemen en -methoden;

- de fysieke controle van de aard en de omvang van de goederen of van de verrichte activiteiten;

- het nemen van monsters en de verificatie daarvan;

- de stand van uitvoering van gefinancierde werkzaamheden en investeringen, en het gebruik en de bestemming van de uitgevoerde investeringen;

- de budgettaire en boekhoudkundige bescheiden;

- de financiële en technische uitvoering van gesubsidieerde projecten;

- alle overige bescheiden, ongeacht aard of herkomst ervan, die in rechtstreeks of onrechtstreeks verband staan met hetzij het voorwerp van de controle, hetzij de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen.

2. Op verzoek van de Commissie nemen de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat de passende conservatoire maatregelen.

Artikel 6

1. Alle in verband met de controles en verificaties ter plaatse ingewonnen gegevens vallen onder de geheimhoudingsplicht en onder de communautaire bepalingen inzake gegevensbescherming. Zij mogen niet worden medegedeeld aan andere personen dan die welke daarvan binnen de Gemeenschapsinstellingen of in de Lid-Staten ambtshalve kennis moeten nemen, en mogen niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarborging van een eenvormige en doeltreffende toepassing van de betrokken regelgeving, voorkoming en opsporing van onregelmatigheden, vergewissing van de in-, respectievelijk terugvordering van de betrokken bedragen en van de toepassing van strafmaatregelen.

2. De Commissie deelt de bevoegde autoriteit van de Staat op het grondgebied waarvan de controle of de verificatie is uitgevoerd, ieder feit mede betreffende een onregelmatigheid waarvan zij in het raam van het onderzoek kennis heeft gekregen. Zij is bevoegd deze onregelmatigheid tevens aan de bevoegde autoriteiten van elke, bij de desbetreffende bevindingen betrokken Lid-Staat mede te delen.

3. De door de controleurs van de Commissie opgestelde, gedateerde en ondertekende controle- en verificatieverslagen vormen evenzeer toelaatbare bewijzen als die welke worden opgesteld door een functionaris van de Lid-Staat waar de gegevens worden gebruikt, met name met het oog op het daaraan, op administratief of gerechtelijk niveau te geven gevolg.

4. Indien buiten de Gemeenschap controles en verificaties ter plaatse worden verricht, worden de door de Commissie opgestelde controle- en verificatieverslagen op dezelfde wijze in aanmerking genomen als die welke in lid 3 zijn bedoeld.

Artikel 7

Wanneer de in artikel 2 bedoelde personen zich tegen een controle of een verificatie ter plaatse verzetten, verleent de betrokken Lid-Staat de controleurs van de Commissie de nodige bijstand om hen overeenkomstig de nationale procedurele regels in staat te stellen de geeigende maatregelen te nemen voor de uitvoering van hun opdracht tot controle en tot verificatie ter plaatse.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

(1) PB nr. L 312 van 23. 12. 1995, blz. 1.