Resolutie over de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over "De automobielindustrie - huidige situatie, uitdagingen, toekomststrategie en voorstellen voor maatregelen"
Publicatieblad Nr. C 269 van 16/10/1995 blz. 0149
A4-0188/95 Resolutie over de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over «De automobielindustrie - huidige situatie, uitdagingen, toekomststrategie en voorstellen voor maatregelen» Het Europees Parlement, - gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de auto-industrie van de Europese Unie (COM(94)0049 - C3-0158/94), - gezien de eerdere mededeling van de Commissie over de auto-industrie, - gezien zijn resolutie van 17 november 1993 over de mededeling van de Commissie «De Europese motorvoertuigenindustrie : situatie, belangen en voorgestelde acties» ((PB C 329 van 6.12.1993, blz. 213.)), - gezien de bijdragen van de betrokken partijen, - gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en industriebeleid en de adviezen van de Commissie onderzoek, technologische ontwikkeling en energie, de Commissie externe economische betrekkingen, de Commissie sociale zaken en werkgelegenheid, de Commissie regionaal beleid, de Commissie vervoer en toerisme en de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbescherming (A4-0188/95), A. overwegende dat een dynamische en succesvolle auto-industrie - met een aandeel van bijna 2% in het totale BBP in de EU en 1,8 miljoen arbeidsplaatsen - van essentieel belang is voor de welvaart van Europa, B. overwegende dat een fundamentele verandering is opgetreden in de eisen die worden gesteld aan de auto-industrie op het gebied van technologie, eerbied voor het milieu, produktiemethoden, internationale concurrentie en de vraag van de consumenten naar auto's die veiliger, schoner, betrouwbaarder en kwalitatief beter zijn, C. overwegende dat het krachtige herstel van de groei van de verkopen met bijna 6% in 1994 gevolgd werd door een opmerkelijke vertraging tot slechts 0,2% in de eerste vier maanden van dit jaar, D. overwegende dat volgens een onderzoek van de Commissie de dalende verkoop op de auto-markt de werkgelegenheid zeer ongunstig beïnvloedt, en dat alleen al in de toeleveringsindustrie een verlies van 400.000 arbeidsplaatsen wordt vastgesteld, E. overwegende dat de auto-industrie in Europa zich gesteld ziet voor de taak om de auto van de toekomst te ontwikkelen en wat dat betreft moet concurreren met soortgelijke projecten van de grote producenten in Japan en de VS, F. overwegende dat de auto-industrie en de industrie van auto-onderdelen in samenwerking met de Commissie en de lid-staten het niveau van de investeringen in onderzoek, eerbied voor het milieu en technologische ontwikkeling en in onderwijs en opleiding moet blijven verhogen ter bevordering van produktiviteit en concurrentievermogen, F. zijn steun betuigend aan het streven om voor het jaar 2000 en erna overeenkomstig het «lean production»-concept milieuvriendelijke, intelligente, kwalitatief hoogstaande, en veilige voertuigen te ontwikkelen, G. bezorgd over de tekortkomingen van de strategie van de Commissie voor de autosector die onderhevig blijft aan de beperkingen van haar multisectoriële benadering alsmede de beperkingen met betrekking tot haar steun voor «near-market»-investeringen in onderzoek en technologische ontwikkeling, H. van oordeel dat er sprake zou moeten zijn van een specifieke strategie voor de Europese auto-industrie teneinde te waarborgen dat het een concurrerende industrie van wereldniveau blijft die de auto van de toekomst gaat produceren, I. in de overtuiging dat deze strategie geïnspireerd dient te zijn door de meer algemene behoeften van vervoer en mobiliteit in Europa; het feit toejuichend dat EG-commissaris Kinnock onlangs een speciale eenheid «Vervoersintermodaliteit» in het leven heeft geroepen, die een rol van betekenis kan spelen bij de ontwikkeling van een geïntegreerd vervoersbeleid voor de Europese Unie, J. opgelucht dat door het onlangs bereikte akkoord tussen de VS en Japan een complete handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en Japan is voorkomen en het niet tot een ondermijning van het multilaterale systeem en de regels van de Wereldhandelsorganisatie is gekomen, K. bevreesd dat de overeenkomst die de VS en Japan op 29 juni 1995 bereikten schadelijk kan zijn voor de Europese autofabrikanten en toeleveranciers, L. zijn voldoening uitsprekend over de recente aankondiging van de Commissie dat de generieke vrijstelling voor afzetovereenkomsten voor auto's met zeven jaar wordt verlengd, M. zich verheugend over het tweede gemeenschappelijke forum van Europese Commissie en Parlement over de auto-industrie dat binnenkort (5-6 oktober 1995) in Stuttgart zal worden gehouden en dat een belangrijke gelegenheid biedt voor een gedachtenwisseling over de mededeling van de Commissie en zijn bovengenoemde resolutie over de automobielindustrie, 1. verzoekt de Commissie een specifieke strategie voor de Europese auto- industrie te ontwikkelen die in omvang vergelijkbaar is met de gelijksoortige inspanningen die in Japan en de VS reeds worden verricht, met name door: a) de reikwijdte en het werkprogramma van de onlangs gevormde Joint Task Force van de Commissie voor de auto van de toekomst uit te breiden, b) het beleid van de Commissie en de omvang van de kredieten voor O en TO in de autosector te herbeoordelen, met name teneinde te zorgen voor een grotere veiligheid, vooral van voetgangers, en minder vervuiling ten gevolge van individuele mobiliteit, c) een werkgroep op hoog niveau samen te stellen bestaande uit vooraanstaande vertegenwoordigers van de industrie, de sociale partners, automobielorganisaties/gebruikersgroeperingen, het Parlement en de Commissie, die drie keer per jaar bijeen zou moeten komen om het effect van het hele scala van EU-beleidsmaatregelen op de automobielindustrie te evalueren, met inbegrip van een evaluatie van de tenuitvoerlegging en de doelmatigheid van de nieuwe generieke vrijstelling voor afzet- en klantenserviceovereenkomsten inzake auto's; d) de Europese OTO-programma's op autogebied te coördineren met de nationale onderzoeksactiviteiten; er moet op transparante wijze een begin worden gemaakt met onderzoek en ontwikkeling van motorvoertuigen in het kader van de O& O-programma's van de Gemeenschap door de «gemengde groep» van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de diensten van de Commissie, zoals voorgesteld in de mededeling van de Commissie getiteld «Onderzoek en technologische ontwikkeling - coördinatie door samenwerking»; een adequate inbreng van het Europees Parlement is daarbij onontbeerlijk, e) de succesvolle onderzoeksactiviteiten op telematicagebied te intensiveren; daarbij dient men zich te richten op de mobiliteit en niet alleen op het produkt «auto» en dient te worden gestreefd naar een verdere ontwikkeling in de richting van complete vervoersbeheersystemen; er dient een aanzet te worden gegeven tot een snelle toepassing van de resultaten; daarbij moet rekening worden gehouden met de vereisten van gegevensbescherming, f) bij de ontwikkeling van de auto van de toekomst ook sterker rekening te houden met de sociaal-economische aspecten, bijvoorbeeld de gevolgen voor infrastructuur, milieu, werkgelegenheid, rol van het midden- en kleinbedrijf, stedelijke ontwikkeling en externe kosten, g) de inspanningen te steunen voor het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en voor het garanderen van de verwachte bezoldigingsniveaus in de sector; 2. benadrukt het belang van de opleving van de vraag om de groei van de Europese auto-industrie te stimuleren, en verzoekt de Commissie voorstellen in te dienen die daartoe kunnen leiden; 3. benadrukt het belang van steeds beter opgeleide arbeidskrachten met een intensieve kennisbasis waardoor het mogelijk wordt nieuwe arbeidsplaatsen te scheppen op basis van criteria van creativiteit, innovatie en kwaliteit, en er een eigen dynamiek bij de overgang naar de informatiemaatschappij tot stand komt, evenals betere aanpassingsmogelijkheden van de werknemers aan de structurele veranderingen in de industrie, wat op termijn zal bijdragen tot het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen en een stabiele werkgelegenheid; 4. verzoekt de Commissie de lid-staten ertoe aan te moedigen fiscale stimuleringsmaatregelen te nemen voor de vervanging van oude auto's door nieuwe, en een evaluatie uit te voeren betreffende de mogelijke voordelen van een Europees stimuleringsprogramma dat zou bijdragen tot vergroting van de bedrijvigheid in de industrie en de modernisering van het autobestand en daardoor de emissies van voertuigen zou terugdringen; 5. verzoekt de Commissie de interne markt zo snel mogelijk te voltooien en met name te komen met de nog niet ingediende voorstellen voor richtlijnen in het kader van het Europees systeem voor typegoedkeuring en de voorstellen betreffende de harmonisatie van de belastingen in verband met de aankoop, registratie en het gebruik van auto's en te zorgen dat de markt van merkonderdelen voor auto's, waarvoor nu dezelfde ontheffing van de mededingingsregels geldt, tegelijk met de markt voor auto's zelf wordt geliberaliseerd; 6. verzoekt de Commissie een voorstel voor een financiële bijdrage ter ondersteuning van de werkzaamheden van de Task Force voor de auto van de toekomst in het kader van de aanvullende financiering van het vierde kaderonderzoeksprogramma wanneer hiervoor de nodige middelen beschikbaar zijn, voor te leggen; over dit voorstel wordt in 1996 bij de herziening van het vierde kaderonderzoeksprogramma beslist; hiervoor moet een actieplan met duidelijke prioriteiten worden ingediend; die dienen met name technologieën inzake emissiearme of emissievrije auto's (brandstofcellen, hybridemotoren, gebruik van alternatieve brandstoffen, b.v. hernieuwbare grondstoffen, verbetering van de bestaande systemen voor diesel- en benzinemotoren en elektrische aandrijvingssystemen), telematicagestuurde, geïntegreerde mobiliteitssystemen en begeleidend sociaal-economisch onderzoek te omvatten. Tegelijk met de werkzaamheden van de Task Force moeten de Commissie en de lid-staten doorzetten dat emmissiearme of emissievrije voertuigen en telematicagestuurde mobiliteitssystemen, met name in dichtbevolkte gebieden, o.a. door fiscale maatregelen en regelgeving, op de markt worden gebracht; 7. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de onderdelenindustrie zoveel mogelijk profiteert van steun van de Commissie voor O& TO, gezien de sleutelrol die deze sector speelt met betrekking tot de kracht van de auto- industrie als geheel; de toeleveringsindustrie moet sterker worden betrokken bij maatregelen ter bevordering van de technologie-overdracht en de oprichting van samenwerkingsverbanden; 8. verzoekt de Commissie steun te blijven verlenen aan investeringen in onderwijs en opleiding in de auto-industrie en in hogere mate gebruik te maken van de financiële middelen van de Gemeenschap uit hoofde van de programma's Leonardo da Vinci en Socrates, en maatregelen ter bevordering van de aanpassing van werknemers aan industriële veranderingsprocessen en veranderingen in de produktiesystemen te blijven steunen; wenst dat de mogelijkheid wordt onderzocht een paneuropees audit-systeem voor praktijktraining en industriële aanpassing in te voeren; 9. verzoekt de Commissie er met name voor te zorgen dat volledig rekening wordt gehouden met de speciale behoeften en bijdragen aan de auto-industrie van kleine en middelgrote bedrijven, dat programma's als ADAPT voortdurend worden onderzocht op hun «gebruikersvriendelijkheid» voor KMO's en dat KMO'S als volwaardige partners bij het zoeken naar oplossingen voor problemen in de auto-industrie worden beschouwd; 10. verzoekt de Commissie de hoogst bereikbare, op de ontwikkeling van wetenschap en techniek aansluitende normen op het gebied van de veiligheid en de eerbied voor het milieu van voertuigen te ontwikkelen en met name in het kader van het Europees systeem voor typegoedkeuring ter ondersteuning van: a) de invoering van een testnorm voor de frontale botsingsweerstand op basis van een excentrisch geplaatst vervormbaar blok en een test voor de zijdelingse botsingsweerstand op basis van een blok met een afstand van 300 mm tot de grond, met korte, maar realistische aanlooptijden; b) de invoering en het zo spoedig mogelijk verplicht stellen van een systeem voor kinderveiligheidszitjes gebaseerd op het voor de Internationale Normenorganisatie ontwikkelde ISOFIX-systeem;, c) een verbod op stootstangen en de bevordering van meer voetgangersvriendelijke voertuigontwerpen, d) de invoering van de verplichting om veiligheidsgordels aan te brengen in bussen en touringcars en maatregelen te nemen ter bevordering van hun technische kwaliteit; 11. verzoekt de Commissie steun te verlenen aan de ontwikkeling van een paneuropees nieuw evaluatieprogramma voor het testen van nieuwe modellen op botsbestendigheid met gebruikmaking van de meest realistische procedures voor het testen van de gevolgen van frontale of zijdelingse aanrijdingen, om aldus het bewustzijn van de consument te stimuleren en een markt voor veiligheidsvoorzieningen te bevorderen; 12. verzoekt de Commissie de ontwikkeling te bevorderen van milieuvriendelijke auto's en met name een emissiearme auto voor alledaags gebruik te ontwikkelen met een brandstofverbruik van 3 liter/100 km alsmede een breed scala van maatregelen te ontwikkelen ter beperking van de vervuiling door auto's, en wel als volgt: a) maatregelen tegen slecht onderhouden voertuigen (de zogenaamde «grote vervuilers») door bevordering van het gebruik van teledetectie-apparatuur en de invoering van een Europese norm voor de technische controle van voertuigen in het kader waarvan ook emissieproeven worden gedaan, b) het verplicht aanbrengen van diagnosesystemen («On-Board Diagnostic Systems») in auto's (de zogenaamde «green box»-systemen) in het kader van een Europees systeem voor typegoedkeuring, en de vaststelling van gemeenschappelijke informatienormen voor de gehele EU (met inbegrip van diagnosetekens, codes voor het signaleren van mankementen, uitwisseling van digitale informatie, testmateriaal en diagnose-instrumenten en -connectoren) teneinde diagnose en reparatie te vergemakkelijken, c) initiatieven voor een wettelijk kader in de Europese Unie voor geïntegreerde concepten op het gebied van recycling van auto's en afvalpreventie in de autosector; in OTO-programma's voor voertuigontwikkeling moet aan de recycleerbaarheid een hoge prioriteit worden toegekend, d) verder onderzoek naar nieuwe brandstoffen, aandrijvings- en motortechnologieën zoals uitgevoerd in het kader van het gemeenschappelijke project Auto-Oil, e) maatregelen ter vermindering van het geluidsniveau van auto's, met name door toepassing van nieuwe methoden voor het ontwerp van bandprofiel en wegoppervlak; f) terstond het voorstel inzake emissiegrenswaarden en vermindering van het verbruik in het jaar 2000 in te dienen. Daarbij moet ernaar worden gestreefd dat er voor personenauto's en lichte vrachtwagens een gemeenschappelijk voorstel komt; 13. verzoekt de Commissie ook in de toekomst nauwgezet controles te verrichten betreffende alle tarifaire en niet-tarifaire handelsbelemmeringen die de toegang van Europese auto's tot markten van derde landen bemoeilijken; en met name Zuid-Korea aan te sporen alle resterende handelsbeperkingen - met name de non-tarifaire - voor de toegang van Europese auto's en onderdelen tot hun markt op te heffen; en tevens controle uit te oefenen op de naleving van de overeenkomst EU/Japan van 1991 op basis van de schriftelijke interpretatie van de Commissie betreffende de elementen waarover consensus bestaat - en een open internationaal handelssysteem op basis van regels te verdedigen; 14. verzoekt de Commissie de dialoog over arbeidstijdmodellen die de werkgelegenheid veiligstellen, te stimuleren en te ondersteunen alsmede een matigende invloed uit te oefenen op de dialoog over de noodzakelijke structurele aanpassing, zodat passende maatregelen kunnen worden genomen om de vernieuwing van de produktiestructuren te begeleiden; daarbij dient de aandacht in het bijzonder uit te gaan naar het behoud van de werkgelegenheid; 15. verzoekt de Commissie maatregelen ter bevordering van modelprojecten te nemen om zo de ontwikkeling van geïntegreerde vervoersconcepten, waarin diverse middelen van vervoer onderling gekoppeld zijn, te versnellen; de overgang van de auto-industrie naar mobiliteitsondernemingen moet worden ondersteund; 16. verzoekt de Commissie voor een betere coördinatie te zorgen tussen de verschillende activiteiten van regionaal belang ten behoeve van de auto- industrie (onderzoeksprogramma's, CI's, ESF, enz.), dit op basis van samenwerking tussen de lid-staten en met medewerking van de regionale actoren, zoals de sociale partners, de plaatselijke en regionale overheden en de beroepsorganisaties; 17. verzoekt de Commissie een systeem uit te werken voor controle op de delocalisaties van automobielbedrijven en maatregelen te treffen tegen de praktijk van de grote bedrijven om subsidies te vergaren («subsidy shopping»); verzoekt de Commissie het Parlement regelmatig verslag uit te brengen over de delocalisaties en de openbare subsidies voor de automobielindustrie in Europa; 18. verzoekt de Commissie te streven naar internationale samenwerking inzake minimumnormen voor arbeidstijden, sociale voorwaarden en milieu, teneinde gemeenschappelijk te reageren op mondiale milieuproblemen en oneerlijke concurrentievoordelen weg te werken; 19. verzoekt de Commissie na te gaan wat precies de uitwerking is van het op 29 juni 1995 bereikte akkoord tussen de VS en Japen voor de Europese autofabrikanten en toeleveringsbedrijven en te participeren in de controle op het akkoord teneinde te waarborgen dat alle bedrijven kunnen profiteren van de extra opening van de Japanse markt; 20. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad en de regeringen en parlementen van de lid-staten.