51995AP0152

Wetgevingsresolutie houdende advies van het Europees Parlement inzake het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lid-staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor (COM(94)0573 - C4-0131/95 - 94/0284(SYN)) (Samenwerkingsprocedure: eerste lezing)

Publicatieblad Nr. C 249 van 25/09/1995 blz. 0137


A4-0152/95

Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lid-staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor (COM(94)0573 - C4-0131/95 - 94/0284(SYN)

Dit voorstel werd goedgekeurd met de volgende wijzigingen:

(Amendement 1)

Artikel 3, lid 2 bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

2 bis. Instellingen die de verantwoordelijkheid dragen voor het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor moeten plaatselijke autoriteiten en belanghebbende hulpdiensten in het gebied waardoor het vervoer plaatsvindt, ruim van tevoren op de hoogte stellen van het transport van gevaarlijke goederen.

(Amendement 2)

Artikel 3, lid 2 ter (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

2 ter. Treinen die gevaarlijke goederen vervoeren, mogen geen personen vervoeren die niet wegens hun functie bij dat transport zijn betrokken.

(Amendement 3)

Artikel 5, lid 1

>Oorspronkelijke tekst>

1. Onverminderd andere communautaire wetgeving behoudt iedere lid-staat het recht om, uitsluitend om andere redenen dan de veiligheid tijdens het vervoer, met name om redenen van nationale veiligheid, het vervoer van bepaalde gevaarlijke goederen op zijn grondgebied te reguleren of te verbieden.

>Tekst na stemming van het EP>

1. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan het recht van de lid-staten om, met inachtneming van het EG-recht, bijzondere bepalingen vast te stellen of afwijkingen toe te staan voor vervoer van plaatselijk belang, bijvoorbeeld het vervoer van cyaanwaterstof in speciale tankwagons of voor het vervoer van gevaarlijke goederen per smalspoor, havenspoor of bergspoor.

(Amendement 4)

Artikel 5, lid 2

>Oorspronkelijke tekst>

2. De lid-staten kunnen ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor op hun grondgebied stringentere bepalingen blijven toepassen dan die waarin de bijlage bij deze richtlijn voorziet, met uitzondering van voorschriften inzake de constructie.

>Tekst na stemming van het EP>

2. De lid-staten kunnen ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor op hun grondgebied stringentere bepalingen blijven toepassen dan die waarin de bijlage bij deze richtlijn voorziet.

(Amendement 5)

Artikel 7

>Oorspronkelijke tekst>

Behoudens nationale of communautaire bepalingen inzake de toegang tot de markt, moet het vervoer van gevaarlijke goederen tussen het grondgebied van de Gemeenschap en derde landen in overeenstemming zijn met de voorschriften van het RID.

>Tekst na stemming van het EP>

1. Behoudens nationale of communautaire bepalingen inzake de toegang tot de markt, moet het vervoer van gevaarlijke goederen tussen het grondgebied van de Gemeenschap en derde landen in overeenstemming zijn met de voorschriften van het RID.

>Tekst na stemming van het EP>

2. Deze richtlijn laat onverlet het recht van alle lid-staten het vervoer per spoor van gevaarlijke goederen te regelen dat plaatsvindt op hun grondgebied uit en naar staten die deel hebben uitgemaakt van de Sovjetunie en geen partij zijn bij het COTIF. Een dergelijke regelgeving is slechts van toepassing op vervoer van gevaarlijke stoffen als expeditiegoederen, als bulkgoed of in tanks, in spoorwagons die zijn toegelaten voor het vervoer per spoor in een land dat geen partij bij het COTIF is.

Duitsland, Finland en Oostenrijk stellen passende maatregelen en voorschriften vast ter handhaving van een veiligheidsniveau dat gelijk is aan dat wat geboden wordt door het RID. In Duitsland en Oostenrijk gelden de bepalingen van dit lid slechts voor tankwagons.

Wetgevingsresolutie houdende advies van het Europees Parlement inzake het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lid-staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor (COM(94)0573 - C4-0131/95 - 94/0284(SYN))

(Samenwerkingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

- gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(94)0573 - 94/0284(SYN)) (( PB C 389 van 31.12.1994, blz. 15.)),

- geraadpleegd door de Raad overeenkomstig de artikelen 75 en 189 C van het EG- Verdrag (C4-0131/95),

- gelet op artikel 58 van zijn Reglement,

- gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbescherming (A4-0152/95),

1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie zoals gewijzigd door het Parlement;

2. verzoekt de Commissie haar voorstel overeenkomstig artikel 189 A, lid 2, van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3. verzoekt de Raad de door het Parlement aangenomen wijzigingen op te nemen in zijn krachtens artikel 189 C, sub a) van het EG-Verdrag vast te stellen gemeenschappelijk standpunt;

4. verzoekt zijn Voorzitter dit advies te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.