51995AC0049

ADVIES VAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ over het "Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot instelling van een regeling ter compensatie van de door de ultraperifere ligging veroorzaakte extra kosten voor de afzet van bepaalde visserijprodukten van de Azoren, Madeira, de Canarische eilanden en het Franse departement Guyana"

Publicatieblad Nr. C 102 van 24/04/1995 blz. 0013


Advies over het voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot instelling van een regeling ter compensatie van de door de ultraperifere ligging veroorzaakte extra kosten voor de afzet van bepaalde visserijprodukten van de Azoren, Madeira, de Canarische eilanden en het Franse departement Guyana

(95/C 102/06)

De Raad heeft op 28 november 1994 besloten, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 43 en 198 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Economisch en Sociaal Comité te raadplegen over het voornoemde voorstel.

De Afdeling voor landbouw en visserij, die met de voorbereiding van de desbetreffende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 10 januari 1995 goedgekeurd. Rapporteur was de heer Bento Gonçalves.

Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 322e Zitting van 26 en 27 januari 1995 (vergadering van 25 januari 1995) het volgende advies uitgebracht, dat met algemene stemmen is goedgekeurd.

1. Inleiding

1.1. De ultraperifere gebieden van de Europese Unie vertonen een structurele achterstand die maatregelen van de communautaire instellingen rechtvaardigt. Deze maatregelen hebben als doel de sociaal-economische ontwikkeling van deze gebieden te stimuleren en zo te garanderen dat hun inwoners ook ongestoord de vruchten kunnen plukken van de dynamische werking die van de interne markt uitgaat.

1.2. Ook moet aandacht worden besteed aan handicaps als de afgelegen en insulaire ligging van deze gebieden, die speciale maatregelen op het gebied van de afzet van produkten rechtvaardigen. Aldus kan specifieke steun worden verleend aan producenten met als doel deze handicaps, die het gevolg zijn van de aan de geografische ligging verbonden permanente nadelen, waarmee geen rekening wordt gehouden in de door het FIOV gefinancierde structuurmaatregelen (visserij), te helpen overwinnen.

1.2.1. Het Comité steunt het voorstel van de Raad om de in deze verordening vervatte hulp te financieren uit de afdeling Garantie van het EOGFL, daar het hier om steun voor de afzet van produkten gaat.

1.3.

Rechtsgrondslag

1.3.1. De rechtsgrondslag van het voorstel is artikel 43 van het Verdrag, aangevuld door Verklaring nr. 26, die aan het Verdrag betreffende de Europese Unie is gehecht. In deze Verklaring betreffende de ultraperifere gebieden van de Gemeenschap erkent de conferentie dat specifieke maatregelen ten behoeve van de werkgelegenheid en de sociale en economische samenhang in deze gebieden geboden zijn.

VERKLARING (Nr. 26)

betreffende de ultraperifere gebieden

van de Gemeenschap

"De conferentie erkent dat de ultraperifere gebieden van de Gemeenschap (Franse overzeese departementen, de Azoren en Madeira en de Canarische eilanden) een grote structurele achterstand hebben die wordt verergerd door verscheidene factoren (grote afstand, insulair karakter, kleine oppervlakte, moeilijk reliëf en klimaat, economische afhankelijkheid van enkele produkten) welke door hun blijvende en cumulatieve karakter de economische en sociale ontwikkeling van deze gebieden ernstig schaden.

Zij is van oordeel dat de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en van het afgeleide recht van rechtswege van toepassing zijn op de ultraperifere gebieden, maar dat het niettemin mogelijk blijft specifieke maatregelen te hunnen gunste te nemen voor zover en zolang er objectief behoefte bestaat aan dergelijke maatregelen met het oog op de economische en sociale ontwikkeling van deze gebieden. Deze maatregelen moeten zowel gericht zijn op voltooiing van de interne markt als op erkenning van de feitelijke situatie in de regio's, ten einde de ultraperifere gebieden in staat te stellen het gemiddelde economische en sociale niveau van de Gemeenschap te bereiken."

1.3.2. Dit is de rechtsgrondslag voor steunverlening aan de eerder genoemde ultraperifere gebieden van de Europese Unie. Deze steun wordt aan de hand van diverse communautaire instrumenten verwezenlijkt :

- Besluit 89/687/EEG van de Raad van 22 december 1989 tot instelling van een programma van speciaal op de Franse overzeese departementen afgestemde maatregelen (POSEIDOM) ();

- Besluit 91/314/EEG van de Raad van 26 juni 1991 tot instelling van een programma van speciaal op de Canarische eilanden afgestemde maatregelen (POSEICAN) ();

- Besluit 91/315/EEG van de Raad van 26 juni 1991 tot instelling van een programma van speciaal op de Azoren en Madeira afgestemde maatregelen (POSEIMA) ();

- Beschikking van de Commissie van 30 juli 1992 inzake bijstand van de Gemeenschap voor specifieke maatregelen in het kader van de bovenvermelde programma's ();

- Verordening (EG) nr. 1503/94 van de Raad van 27 juni 1994 tot instelling van een compensatieregeling voor de ultraperifere gebieden van de EU, met als doel de specifieke maatregelen in dezen vast te stellen ();

- Verordening (EG) nr. 2954/94 van de Commissie van 5 december 1994 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1503/94, waarbij in overleg met de lid-staten wordt vastgesteld hoe de financiële middelen van de EU zullen worden besteed en de bestedingen zullen worden gecontroleerd ().

2. Algemene opmerkingen

2.1. Het Comité steunt het voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot instelling van een regeling ter compensatie van de door de ultraperifere ligging veroorzaakte extra kosten voor de afzet van bepaalde visserijprodukten van de Azoren, Madeira, de Canarische eilanden en het Franse departement Guyana.

2.2. Het onderhavige voorstel voor een verordening van de Raad brengt tijdelijk enige stabiliteit in de steunverlening, waardoor de economische subjecten hun initiatieven beter kunnen plannen en de resultaten terdege kunnen worden gecontroleerd, met het oog op het bepaalde in artikel 5.

2.2.1. Deze tijdelijke stabiliteit in de steunverlening zal een uitermate belangrijke bijdrage leveren aan het behoud van de plaatselijke werkgelegenheid en de gewenste verbeteringen op sociaal vlak tot stand helpen brengen.

2.3. Het Comité verzoekt de Raad en de Commissie :

a)

in het kader van het regionaal beleid zorgvuldig na te gaan of er maatregelen kunnen worden genomen om de produktiestructuur van deze gebieden te diversifiëren. Deze maatregelen kunnen worden aangevuld met de steun ten behoeve van de ultraperifere gebieden uit het onderhavige voorstel;

b)

erop te letten dat ook de ambachtelijke visserij van de steun profiteert, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2954/94 van de Commissie van 5 december 1994 ();

c)

deze verordening ook te doen gelden voor andere visserijprodukten.

3. Bijzondere opmerkingen

3.1.

Artikel 5

- Het Comité betreurt dat het niet tot de instellingen of organen behoort waaraan de Commissie verslag uitbrengt over de bij deze verordening vastgestelde maatregelen.

- Het Comité is een communautair orgaan waarin vertegenwoordigers van alle betrokken sociale partners zetelen, wier mening over deze kwesties in aanmerking moet worden genomen.

Brussel, 25 januari 1995.

De Voorzitter

van het Economisch en Sociaal Comité

Carlos FERRER

() PB nr. L 399 van 30. 12. 1989, blz. 39.

() PB nr. L 171 van 29. 6. 1991, blz. 5.

() PB nr. L 171 van 29. 6. 1991, blz. 10.

() PB nr. L 248 van 28. 8. 1992, blz. 73.

() PB nr. L 162 van 30. 6. 1994, blz. 8.

() PB nr. L 312 van 6. 12. 1994, blz. 3.