Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3759/92 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten en produkten van de aquacultuur /* COM/94/403DEF - CNS 94/0212 */
Publicatieblad Nr. C 298 van 26/10/1994 blz. 0010
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3759/92 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten en produkten van de aquacultuur (94/C 298/07) COM(94) 403 def. - 94/0212 (CNS) (Door de Commissie ingediend op 5 oktober 1994) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 42 en 43, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement, Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité, Overwegende dat het in verband met de toetreding van enkele nieuwe leden tot de Unie noodzakelijk is enerzijds de voorschriften inzake de erkenning van de producentenorganisaties aan te passen, en anderzijds de lijst van de onder de interventieregeling van de gemeenschappelijke marktordening vallende soorten te wijzigen; Overwegende dat de producentenorganisaties de spil van de gemeenschappelijke marktordening zijn; dat zij in de context van een ongunstige marktsituatie een grotere rol moeten krijgen om met name sneller uitvoering te kunnen geven aan de maatregelen voor de regulering van het aanbod en de regularisatie van de prijzen; dat daartoe de controle op de deugdelijkheid van de eventuele besluiten van de Lid-Staten om de door deze organisaties vastgestelde regels verbindend te verklaren voor niet-aangeslotenen achteraf moet worden verricht; Overwegende dat in het geval van een ernstige verstoring van de markt het optreden van de producentenorganisaties moet worden ondersteund om er daardoor voor te zorgen dat de door hen getroffen maatregelen een zo groot mogelijk effect sorteren; dat daartoe de niet-aangeslotenen die binnen het werkgebied van een representatieve producentenorganisatie bepaalde produkten verhandelen, moeten worden verplicht de door de organisatie vastgestelde regels ter beperking van het aanbod na te leven indien voor die produkten maatregelen zijn genomen op grond van artikel 22, 23 of 24 van Verordening (EEG) nr. 3759/92 (1); dat de Lid-Staten in een dergelijk geval op bepaalde voorwaarden een vergoeding aan de niet-aangeslotenen moeten toekennen; Overwegende dat door tal van oorzaken de gemiddelde prijzen van de belangrijkste produkten op de communautaire markt aanzienlijk en voor lange tijd zijn gedaald; dat het inkomen van de producenten door deze ontwikkeling in belangrijke mate wordt aangetast; dat het derhalve aanbeveling verdient om, met inachtneming van de internationale verplichtingen van de Gemeenschap, maatregelen voor een betere afstemming van het aanbod op de markteisen te nemen teneinde de producenten zoveel mogelijk een redelijk inkomen te waarborgen; dat door de producentenorganisaties ertoe aan te zetten de kwaliteit van hun produkten te verbeteren, tot het bereiken van dit doel wordt bijgedragen; dat, om initiatieven in deze richting van de producentenorganisaties te ondersteunen, dient te worden voorzien in een specifieke erkenning die op bepaalde voorwaarden recht geeft op financiële steun; Overwegende dat de producentenorganisaties bij de toepassing van de communautaire ophoud- of verkoopprijzen voor de in bijlage I genoemde produkten gebruik kunnen maken van een tolerantie van 10 % onder tot 10 % boven deze prijzen; dat, wanneer deze produkten worden ingevoerd, bij de vergelijking van de prijs franco grens met de referentieprijs rekening moet worden gehouden met het eventuele gebruik door een producentenorganisatie van de tolerantiemarge van 10 % onder de communautaire prijzen; dat het gebruik van deze negatieve tolerantiemarge niet kan worden toegestaan, indien bij de invoer van de betrokken produkten de referentieprijs in acht moet worden genomen of een compenserende heffing wordt geïnd; Overwegende dat de producentenorganisaties op een verstoorde markt vaak belangrijke hoeveelheden van sommige produkten uit de markt moeten nemen, wat het evenwicht tussen hun inkomsten en uitgaven in gevaar kan brengen en zo afbreuk kan doen aan hun vermogen om andere marktondersteunende maatregelen ten uitvoer te leggen; dat het daarom dienstig is te bepalen dat, zodra de uit de markt genomen hoeveelheden een belangrijk niveau bereiken, er gedurende een beperkte periode en op bepaalde voorwaarden een speciale financiële vergoeding wordt toegekend; Overwegende dat, wat de markt voor tonijn betreft, het met het oog op de voorziening van de communautaire industrie en ter wille van de noodzakelijke bescherming van de producenteninkomens verantwoord is zowel de tariefstatus van de betrokken produkten als de geldende beginselen voor de toekenning van de compenserende vergoeding te behouden; dat het evenwel, om te voorkomen dat de produktie zich op abnormale wijze ontwikkelt en de kosten daardoor uit de hand lopen, dienstig is de betrokken interventiedrempel te herzien; dat het voorts, gelet op de ervaring, aanbeveling verdient de toepassing van de compenserende vergoeding te vereenvoudigen, met name om de tijd die voor de betaling aan de rechthebbende producentenorganisaties nodig is te bekorten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 3759/92 wordt als volgt gewijzigd: 1. Na artikel 4 wordt het volgende artikel ingevoegd: "Artikel 4 bis Een producentenorganisatie kan door de Lid-Staten als enige voor een bepaald werkgebied worden erkend, indien is voldaan aan de in artikel 5, lid 1, bedoelde voorwaarden inzake representativiteit.". 2. In artikel 5 wordt lid 2 vervangen door: "2. De Lid-Staten die hebben besloten regels krachtens lid 1 verbindend te verklaren, delen deze regels aan de Commissie mede voordat hun besluit in werking is getreden. De Commissie kan binnen een maand vanaf de datum waarop zij deze mededeling heeft ontvangen, de betrokken Lid-Staat vragen de toepassing van zijn besluit volledig of gedeeltelijk te schorsen, indien zij van mening is dat de deugdelijkheid van dit besluit niet als vaststaand kan worden beschouwd. In een dergelijk geval handelt de Commissie binnen twee maanden vanaf dezelfde datum als volgt: - zij bevestigt dat de medegedeelde regels verbindend kunnen worden verklaard, of - zij verklaart de algemeenverbindendverklaring van de regels waartoe de Lid-Staat heeft besloten, bij een met redenen omkleed besluit nietig, indien zij constateert dat deze regels onverenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht. In dit geval is het besluit van de Commissie van toepassing met ingang van de datum waarop het schorsingsverzoek aan de Lid-Staat is gericht.". 3. Na artikel 5 wordt het volgende artikel ingevoegd: "Artikel 5 bis 1. Niet bij een producentenorganisatie aangesloten producenten die binnen het gebied waar een producentenorganisatie representatief is, een of meer produkten verhandelen waarvoor maatregelen zijn vastgesteld krachtens artikel 22, 23 of 24 van deze verordening, moeten de eventueel door deze producentenorganisatie voor dergelijke produkten toegepaste regels als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a) en b), tijdens de gehele geldigheidsduur van die maatregelen in acht nemen. In dergelijke gevallen passen de Lid-Staten het bepaalde in artikel 5, leden 4 en 5, toe en kennen zij de niet-aangeslotenen een vergoeding toe op de in artikel 6 vermelde voorwaarden. 2. Aan het begin van elk visseizoen zorgen de Lid-Staten voor vaststelling van de bijgewerkte lijst van de producentenorganisaties die aan de voorwaarden inzake representativiteit voldoen en de gebieden waar deze organisaties representatief zijn en delen zij deze gegevens aan de Commissie mede. Deze lijst wordt bekendgemaakt als bijlage bij de maatregelen die de Commissie krachtens artikel 22, 23 of 24 vaststeld.". 4. Aan titel II wordt het volgende hoofdstuk toegevoegd: "Hoofdstuk 3 Specifieke maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van de produkten Artikel 7 bis 1. De Lid-Staten verlenen een specifieke erkenning aan de in artikel 4, lid 1, bedoelde producentenorganisaties die in bijlage I en bijlage VI genoemde produkten verhandelen en een door de bevoegde nationale autoriteiten goedgekeurd plan ter verbetering van kwaliteit van deze produkten hebben ingediend. 2. Het in lid 1 bedoelde plan is in de eerste plaats op verbetering van de kwaliteit van de produktie en, eventueel ook, van de afzet gericht en omvat met name maatregelen voor: - een aanmerkelijke verbetering van de kwaliteit van de produkten aan boord van de vaartuigen, - een optimaal behoud van de kwaliteit bij het lossen en de verkoop, - de toepassing van een passend systeem voor kwaliteitsbewaking. 3. De Lid-Staten delen de plannen die de producentenorganisaties hun voorleggen, aan de Commissie mede. Deze plannen kunnen pas door de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat worden goedgekeurd na mededeling ervan aan de Commissie en na afloop van een termijn van 60 dagen waarin deze laatste om wijziging van de plannen kan verzoeken of ze kan afwijzen. 4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 32. Artikel 7 ter 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 7 kennen de Lid-Staten aan de producentenorganisaties die de in artikel 7 bis, lid 1, bedoelde specifieke erkenning hebben gekregen, steun toe om de uitvoering van hun plan ter verbetering van kwaliteit en afzet te vergemakkelijken. Het recht op de steun geldt voor de drie jaren na de datum van de specifieke erkenning. 2. Het bedrag van de steun mag voor het eerste, het tweede en het derde jaar niet meer bedragen dan, respectievelijk, 3 %, 2 % en 1 % van de waarde van de produktie van de via de producentenorganisatie verhandelde produkten waarop het plan betrekking heeft. Deze steun mag bovendien tijdens het eerste jaar niet meer dan 60 %, tijdens het tweede jaar niet meer dan 50 % en tijdens het derde jaar niet meer dan 40 % van de door de organisatie voor de uitvoering van het plan gemaakte studie- en beheerskosten bedragen. Het steunbedrag wordt uitgekeerd in het jaar na het jaar waarvoor de steun is toegekend. De toegekende steun wordt voor 50 % vergoed door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Oriëntatie. 3. De Lid-Staten verrichten de controle op de uitvoering van de door hen goedgekeurde plannen ter verbetering van kwaliteit en afzet. Elk jaar zenden zij de Commissie als bijlage bij hun aanvraag om betaling van het communautaire deel van de steun een verslag waarin voor elke producentenorganisatie die in het bezit is van de in artikel 7 bis bedoelde specifieke erkenning, wordt beschreven welke resultaten met het plan ter verbetering van de kwaliteit zijn behaald. 4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 32.". 5. De volgende alinea wordt toegevoegd aan artikel 12, lid 1, onder a), en aan artikel 14, lid 1: "De tolerantiemarge van 10 % onder de communautaire prijs mag niet worden toegepast voor de produkten waarvan de invoer afhankelijk is gesteld van inachtneming van de in artikel 22, lid 4, onder b) en c), bepaalde voorwaarden;". 6. Na artikel 12 wordt het volgende artikel ingevoegd: "Artikel 12 bis 1. Indien in een kalendermaand de door een producentenorganisatie uit de markt genomen hoeveelheden van een in bijlage I, punten A en D, genoemd produkt 10 % bereiken van de hoeveelheden van dit produkt die in dezelfde maand met inachtneming van de overeenkomstig artikel 4, lid 1, door de producentenorganisatie vastgestelde regels te koop zijn aangeboden, kent de Lid-Staat aan de betrokken producentenorganisatie voor de uit de markt genomen hoeveelheden van het betrokken produkt tot 14 % van de in de betrokken maand te koop aangeboden hoeveelheden, een speciale financiële vergoeding toe die gelijk is aan 95 % van de door deze organisatie toegepaste ophoudprijs. Toekenning van de speciale financiële vergoeding is afhankelijk van de inachtneming van de in artikel 12, leden 1, 2, 4 en 5, vervatte voorwaarden en voorschriften met uitzondering van de in artikel 12, lid 1, onder c), vermelde verhoging, die wordt beperkt tot 5. De speciale financiële vergoeding kan niet voor meer dan twee opeenvolgende kalendermaanden en in een heel visseizoen niet voor meer dan vier kalendermaanden worden toegekend. De hoeveelheden waarvoor de speciale financiële vergoeding wordt toegekend, komen niet in aanmerking voor de in artikel 12 bedoelde financiële vergoeding en de in artikel 14 bedoelde steun voor verkoopuitstel. 2. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 32.". 7. In de titel van hoofdstuk 3 van titel III wordt het woord "conservenindustrie" vervangen door "be- en verwerkende industrie". 8. Artikel 17 wordt vervangen door: "Artikel 17 1. Voor elk van de in bijlage III genoemde produkten stelt de Raad vóór het begin van het visseizoen op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een communautaire produktieprijs vast. Deze prijs wordt bepaald overeenkomstig artikel 9, lid 2, eerste en tweede streepje. Bij deze vaststelling wordt ook rekening gehouden met de noodzaak: - de omstandigheden voor de voorziening van de communautaire be- en verwerkende industrie in aanmerking te nemen; - bij te dragen tot de ondersteuning van het inkomen van de producenten; - overschotvorming in de Gemeenschap te voorkomen. Deze prijzen gelden voor de gehele Gemeenschap en worden voor elk visseizoen vastgesteld. 2. De Lid-Staten doen de Commissie mededeling van de gemiddelde maandelijkse prijzen die voor de in lid 1 bedoelde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, waarvan de handelskenmerken zijn omschreven, op de representatieve groothandelsmarkten of in de representatieve havens zijn geconstateerd. 3. Als representatief in de zin van lid 2 worden beschouwd de markten en de havens van de Lid-Staten waar een belangrijk gedeelte van de communautaire produktie van tonijn wordt verhandeld. 4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, met name betreffende de aanpassingscoëfficiënten voor de verschillende soorten, grootten en aanbiedingsvormen van tonijn, alsmede de lijst van de in lid 2 bedoelde representatieve markten en havens, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 32.". 9. Artikel 18 wordt vervangen door: "Artikel 18 1. Aan de producentenorganisaties kan een vergoeding worden toegekend voor de door hun leden gevangen hoeveelheden in bijlage III genoemde produkten die worden verkocht en geleverd aan de in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde be- en verwerkende industrie en bestemd zijn voor de industriële vervaardiging van produkten van GN-code 1604. Deze vergoeding wordt toegekend wanneer voor een kalenderkwartaal wordt geconstateerd dat tegelijkertijd: - de op de markt van de Gemeenschap geconstateerde gemiddelde verkoopprijs, en - de in artikel 22 bedoelde prijs franco grens, in voorkomend geval vermeerderd met de compenserende heffing die erop is toegepast, lager zijn dan hun interventiedrempel die gelijk is aan 85 % van de communautaire produktieprijs voor het betrokken produkt. Vóór het begin van elk visseizoen wordt de lijst van de bedrijven die tot de in dit lid bedoelde be- en verwerkende industrie behoren, door de Lid-Staten opgesteld of bijgewerkt en aan de Commissie medegedeeld. 2. Het bedrag van de vergoeding mag in geen geval groter zijn dan: - noch het verschil tussen de interventiedrempel en de gemiddelde verkoopprijs van het betrokken produkt op de markt van de Gemeenschap, - noch een forfaitair bedrag gelijk aan 12 % van deze drempel. 3. De hoeveelheid van elk produkt die voor de vergoeding in aanmerking kan komen, is ten hoogste gelijk aan het gemiddelde van de hoeveelheden die onder de in lid 1 bedoelde voorwaarden zijn verkocht en geleverd tijdens hetzelfde kwartaal van de drie visseizoenen voorafgaand aan het seizoen waarvoor de vergoeding wordt uitgekeerd. 4. Het bedrag van de aan elke producentenorganisatie toegekende vergoeding is gelijk aan: - het in lid 2 omschreven maximum voor de overeenkomstig lid 1 afgezette hoeveelheden van het betrokken produkt die niet groter zijn dan het gemiddelde van de hoeveelheden die onder dezelfde voorwaarden door haar leden zijn verkocht en geleverd tijdens hetzelfde kwartaal van de drie visseizoenen voorafgaand aan het seizoen waarvoor de vergoeding wordt uitgekeerd; - 50 % van het in lid 2 omschreven maximum voor de hoeveelheden van het betrokken produkt die groter zijn dan de in het eerste streepje omschreven hoeveelheden en die gelijk zijn aan de hoeveelheden die resteren nadat de uit hoofde van lid 3 in aanmerking komende hoeveelheden over de producentenorganisaties zijn verdeeld. De verdeling over de betrokken producentenorganisaties geschiedt naar verhouding van het gemiddelde van hun respectieve produktie tijdens hetzelfde kwartaal van de drie visseizoenen voorafgaand aan het seizoen waarvoor de vergoeding wordt uitgekeerd. 5. De producentenorganisaties verdelen de toegekende vergoeding onder hun leden naar rata van de door hen geproduceerde hoeveelheden die onder de in lid 1 bedoelde voorwaarden zijn verkocht en geleverd. 6. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, en met name het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de vergoeding, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 32.". 10. De bijlagen I en VI worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1995. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. (1) PB nr. L 388 van 31. 12. 1992, blz. 1. BIJLAGE "BIJLAGE I >RUIMTE VOOR DE TABEL> " "BIJLAGE VI >RUIMTE VOOR DE TABEL> "