Conclusies van de Raad en de ministers van Onderwijs, in het kader van de Raad bijeen van 14 mei 1987 betreffende een Europees samenwerkingsprogramma inzake de integratie van gehandicapte kinderen in het gewone onderwijs
Publicatieblad Nr. C 211 van 08/08/1987 blz. 0001 - 0004
CONCLUSIES VAN DE RAAD EN DE MINISTERS VAN ONDERWIJS, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN van 14 mei 1987 betreffende een Europees samenwerkingsprogramma inzake de integratie van gehandicapte kinderen in het gewone onderwijs (87/C 211/01) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN EN DE MINISTERS VAN ONDERWIJS, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN, nemen, aan de hand van een verslag van het Onderwijscomité, nota van de vooruitgang die met betrekking tot de integratie van gehandicapte kinderen in het gewone onderwijs is geboekt sinds de aanneming van hun conclusies dienaangaande op 4 juni 1984; bevestigen eens te meer het belang van een zo volledig mogelijke integratie van gehandicapte kinderen in het gewone onderwijs, evenals de voornaamste in die conclusies vermelde maatregelen met betrekking tot het uit de weg ruimen van materiële obstakels, de opleiding van onderwijsgevenden, de ontwikkeling van onderwijsprogramma's en het kweken van begrip tussen gezinnen en de plaatselijke gemeenschap; onderstrepen de noodzaak de werkzaamheden met betrekking tot de conclusies in de context van de communautaire acties voor algemene sociale integratie van gehandicapten (1) voort te zetten; zijn het erover eens dat bij toekomstige besprekingen op het niveau van de Lid-Staten en de Europese Gemeenschappen tevens rekening dient te worden gehouden met de overwegingen uiteengezet in bijlage I bij de onderhavige conclusies; hechten in beginsel hun goedkeuring aan het vierjarenprogramma voor Europese samenwerking en uitwisseling, uiteengezet in bijlage II bij de conclusies. Bijlage III bevat een lijst van onderwerpen voor onderzoek. Dit programma zal door de Commissie worden uitgevoerd binnen de grenzen van de haar ter beschikking staande financiële middelen, en met alle nodige steun van de Lid-Staten; stemmen in met het voorstel van de Commissie om het mandaat van de werkgroep inzake de integratie van gehandicapte kinderen in het gewone onderwijs te verlengen, zodat deze groep de laatste hand kan leggen aan bovengenoemd programma en op de tenuitvoerlegging ervan kan toezien; nodigen de Commissie uit om bij de tenuitvoerlegging van het programma te zorgen voor: - nauwe coördinatie met het actieprogramma met het oog op de sociale en economische integratie en het zelfstandig wonen van gehandicapten; - bijzondere aandacht voor de problemen in verband met de overgang van school naar volwassenheid en beroepsleven bij alle hoofdpunten van het programma; nodigen de Commissie uit om aan het einde van de betrokken periode verslag uit te brengen over de vorderingen in de Lid-Staten en het programma voor samenwerking en uitwisseling op communautair niveau. (1) PB nr. C 347 van 31.12.1981. Bijlage I Overwegingen betreffende toekomstige werkzaamheden inzake de integratie van gehandicapte kinderen in het gewone onderwijs a) Integratie van gehandicapte kinderen in het gewone onderwijs moet gezien worden als een belangrijk onderdeel van het streven naar sociale integratie van gehandicapten, dat voor gehandicapte kinderen kan uitmonden in een meer bevredigend leven als volwassene en in het beroep. Ook de normale kinderen hebben baat bij het samen opgroeien met gehandicapte kinderen en integratie kan leiden tot algemeen wenselijke onderwijshervormingen. De educatieve doelstellingen van het onderwijs, waaronder de noodzaak de kinderen vaardigheden voor hun leven als volwassene en hun beroepsleven bij te brengen, zouden alle kinderen in staat moeten stellen hun mogelijkheden te verwezenlijken. De nadruk moet eerder liggen op hun begaafdheden en verworven vaardigheden dan op hun onvermogen, en de systemen en leermethoden dienen soepel genoeg te zijn om aan individuele behoeften te beantwoorden, de behoeften van gehandicapte kinderen en van kinderen met ongeacht welke leerproblemen inbegrepen. b) Het integratiebeleid zorgt voor veranderingen in de verschillende soorten onderwijs en deze moeten verder worden ontwikkeld om alle kinderen de gelegenheid te bieden hun individuele mogelijkheden te verwezenlijken. Integratie is een evolutief proces, waarbij de verschillen in stijl en tempo van ieder onderwijstype worden gerespecteerd. Zij geeft doelstellingen aan voor individuele kinderen, en in deze context zouden institutionele beperkingen van de integratie op grond van de aard en de mate van een handicap uit den boze zijn. c) Geïntegreerde situaties en gespecialiseerde instellingen moeten op de lange duur als complementair worden beschouwd. Integratie in het gewone onderwijs moet zover mogelijk worden doorgevoerd, en gespecialiseerde instellingen moeten waar nodig worden ingeschakeld. Tussen beide systemen moet actief worden samengewerkt - door het gezamenlijk organiseren van educatieve en gespecialiseerde diensten en anderszins - op basis van coherente en duidelijk geformuleerde richtsnoeren, zowel op nationaal als op plaatselijk niveau. d) Binnen de context van de algemene acties voor de sociale integratie van gehandicapten moet samenwerking tot stand komen tussen alle instanties die belast zijn met de zorg voor gehandicapte kinderen, in het onderwijs, het beroepsonderwijs, de begeleiding bij de overgang van school naar volwassenheid en beroepsleven, de gezondheidszorg (met inbegrip van psychologische en paramedische zorg) en het maatschappelijk werk. De overkoepelende verantwoordelijkheid voor het onderwijs aan gehandicapte kinderen dient waar mogelijk bij de voor onderwijs in het algemeen verantwoordelijke autoriteiten te berusten. e) De educatieve mogelijkheden op dit gebied van de nieuwe informatietechnologieën moeten uitvoerig worden bestudeerd. f) Op nationaal niveau moeten middelen worden ontwikkeld voor de verzameling van gegevens over de vorderingen met de integratie in het onderwijs en voor de publikatie van deze gegevens. BIJLAGE II Vierjarenprogramma voor Europese samenwerking en uitwisseling, door de Commissie uit te voeren ter ondersteuning van de maatregelen van de Lid-Staten A. Bestudering van de onderstaande thema's die betrekking hebben op alle onderwijsniveaus en op alle soorten handicaps: 1. speciale systemen en geïntegreerde situaties; 2. leerkrachten en ouders; 3. de klas; 4. een volwaardig schoolleven. In bijlage III worden deze vier thema's nader uitgewerkt. B. Selectie door de Commissie, op basis van voorstellen van de Lid-Staten, van twintig bestaande plaatselijke experimenten/situaties die een hoog integratieniveau laten zien en aspecten bezitten die voor een of meer van de vier thema's speciaal van belang zijn. Die thema's kunnen dan in het licht van de verzamelde gegevens realistischer worden geanalyseerd ; aldus zullen oplossingen kunnen worden geïdentificeerd die op ruime schaal kunnen worden toegepast. Aan de deelnemende scholen worden de volgende netwerkfaciliteiten geboden: - programma van studiebezoeken (circa 80 van de 100 extra plaatsen die in de begroting van 1988 voor het bijzonder onderwijs zijn voorzien); - jaarlijkse studiebijeenkomst voor projectleiders; - deelneming van twee of meer teamleden van een project aan een jaarlijkse conferentie over een speciaal thema; - documentatie, informatie en advies van adviseurs van de Commissie, alsmede regelmatige toezending van een nieuwsbrief. C. Adequaat gebruik van EURYDICE en de reeds bestaande HANDYNET-databank voor gehandicapten op specifieke punten van het onderwijs aan gehandicapte kinderen. D. Voortgezet streven naar optimalisering van de bijdrage die de nieuwe technologieën kunnen leveren bij het onderwijs aan gehandicapte kinderen, vooral in de context van de integratie. BIJLAGE III Onderwerpen voor onderzoek 1. Speciale systemen en geïntegreerde situaties a) Analyse van systemen om de besluitvorming en de ontwikkelingen binnen het integratiebeleid te coördineren. b) Analyse van de beschikbare gegevens over rentabiliteit in verband met verschillende soorten voorzieningen. c) Case-studies over positieve wijzigingen in de rol die gespecialiseerde leerkrachten/instellingen vervullen bij het integreren van situaties. d) Praktijkmodellen van positieve samenwerking tussen onderwijsinstanties en andere plaatselijke diensten (gezondheidszorg, sociale diensten enz.) ter ondersteuning van integratieactiviteiten. 2. Leerkrachten en ouders a) Vergelijking van praktijkmodellen en van de eventueel beschikbare beoordelingsgegevens betreffende: i) de uitbreiding van de basisopleiding met een cursusonderdeel dat ten doel heeft de "gewone" leerkrachten voor te bereiden op geïntegreerde situaties; ii) de praktische scholing van gewone leerkrachten om hen in staat te stellen een basisfunctie te vervullen in geïntegreerde situaties; iii) de praktische scholing van gewone of gespecialiseerde leerkrachten om hen in staat te stellen een leidende functie te vervullen in geïntegreerde situaties. b) Case-studies over positieve ervaring bij pogingen om ouders van gehandicapte en niet-gehandicapte kinderen (en andere gezinsleden) actief bij het integratieproces te betrekken via voorlichting, opleiding, gesprekken met professionele helpers of inschakeling bij de besluitvorming. 3. De klas Case-studies over gevallen van doeltreffend aangepaste leerprogramma's, vooral rekening houdend met de behoeften van kinderen met uiteenlopende handicaps, op (een van) de onderstaande punten: a) wijziging van leerdoelstellingen en -inhoud; b) wijziging van de onderwijsmethode en -organisatie, met name als dat is gebeurd om het individu te stimuleren; c) benutting van de nieuwe technologieën als hulpmiddel voor communicatie en kennisoverdracht. 4. Een volwaardig schoolleven a) Materiële aspecten: i) bestudering, mede uit financieel oogpunt, van gevallen waarin schoolgebouwen met succes zodanig zijn opgezet, aangepast of uitgerust dat de schoolvoorzieningen voor lichamelijk of zintuiglijk gehandicapte kinderen volledig toegankelijk zijn; ii) idem voor instellingen voor hoger onderwijs; iii) soortgelijke studies met betrekking tot aangepast vervoer tussen school en huis, betreffende alle onderwijsniveaus en alle verschillende leefsituaties (stad/platteland). b) Sociale aspecten: Analyse van studies (en zo nodig voorbereiding van nieuwe studies) betreffende de sociale ervaringen van gehandicapte kinderen in algemeen voorkomende situaties daarbij in ruime mate uitgaande van de getuigenissen van zulke kinderen zelf en van hun medeleerlingen.