|
18.1.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/24 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/121 VAN DE COMMISSIE
van 17 januari 2023
tot wijziging en rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 betreffende de toelating van bepaalde producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie en de opstelling van de lijsten van die producten en stoffen
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (1), en met name artikel 24, lid 9,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig de procedure van artikel 24, lid 7, van Verordening (EU) 2018/848 hebben de lidstaten aan de andere lidstaten en aan de Commissie dossiers over bepaalde stoffen toegezonden met het oog op de toelating ervan en op de opneming ervan in de bijlagen I, II, III en V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 van de Commissie (2). Die dossiers zijn onderzocht door de deskundigengroep voor technisch advies inzake de biologische productie (Egtop) en door de Commissie. |
|
(2) |
In zijn aanbevelingen met betrekking tot werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen (3) heeft de Egtop aanbevolen de stof talk E553b toe te voegen aan de basisstoffen die in de biologische productie zijn toegestaan. De Egtop heeft ook aanbevolen de volgende stoffen toe te voegen aan de werkzame stoffen met een laag risico die worden gebruikt in de biologische landbouw: i) ABE-IT 56, op voorwaarde dat het niet is verkregen uit ggo-stammen, noch met behulp van groeimedia van ggo-oorsprong; ii) “ijzerpyrofosfaat” en iii) “waterig extract van de gekiemde zaden van zoete Lupinus albus”. Daarom moet het gebruik van die stoffen worden toegestaan. |
|
(3) |
De Egtop heeft voorts aanbevolen om het gebruik van deltamethrin in vallen met specifieke lokstoffen ter bestrijding van Rhagoletis completa toe te staan. Daarom moet dit gebruik van deltamethrin worden toegestaan onder specifieke voorwaarden en beperkingen. |
|
(4) |
Op basis van aanbevelingen van de Egtop met betrekking tot meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten(3) moet het gebruik van de volgende stoffen worden toegestaan: i) teruggewonnen struviet en neergeslagen fosfaatzouten, op voorwaarde dat die voldoen aan de voorschriften van Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees Parlement en de Raad (4) en dat dierlijke mest als uitgangsmateriaal niet afkomstig is van de intensieve veehouderij; ii) kaliumchloride van natuurlijke oorsprong; en iii) natriumnitraat, gebruikt voor de algenproductie in gesloten systemen aan land. |
|
(5) |
Op basis van aanbevelingen van de Egtop met betrekking tot diervoeders (5) moet het gebruik van de volgende stoffen worden toegestaan: i) monodicalciumfosfaat, gebruikt als voedermiddel van minerale oorsprong; ii) naast die welke zijn verkregen uit Saccharomyces cerevisiae of Saccharomyces carlsbergensis, alle toegelaten gisten en gistproducten, gebruikt als voedermiddelen; iii) xanthaangom, gebruikt als technologisch toevoegingsmiddel voor diervoeding, in de functionele groep “emulgatoren, stabilisatoren, verdikkingsmiddelen en geleermiddelen”; iv) illiet-montmorilloniet-kaoliet en sepiolietklei, gebruikt als technologische toevoegingsmiddelen voor diervoeding, in de functionele groep “bindmiddelen en antiklontermiddelen”; en v) bentoniet, gebruikt als technologisch toevoegingsmiddel voor diervoeding, in een nieuwe functionele groep “stoffen ter vermindering van de verontreiniging van diervoeders met mycotoxinen”. |
|
(6) |
Verder is watervrije betaïne op basis van een aanbeveling van de Egtop met betrekking tot diervoeders (6) in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 momenteel alleen toegestaan voor niet-herkauwers. De aanbeveling van de Egtop was echter gebaseerd op een dossier voor watervrije betaïne gebruikt als nutritioneel toevoegingsmiddel voor pluimvee, varkens en vis. Daarom moet de toelating voor watervrije betaïne ook gelden voor het voederen van vis. |
|
(7) |
Op basis van aanbevelingen van de Egtop met betrekking tot voeder voor gezelschapsdieren(5) moet het gebruik van de volgende stoffen worden toegestaan: i) pentanatriumtrifosfaat (STPP) en dinatriumdiwaterstofdifosfaat (SAPP), gebruikt als voedermiddel van minerale oorsprong; ii) carrageen; iii) johannesbroodpitmeel (carobe), op voorwaarde dat het johannesbroodpitmeel wordt verkregen door roosteren; iv) Arabische gom, gebruikt als geleermiddel en/of emulgator; v) taurine, gebruikt als nutritioneel toevoegingsmiddel voor katten en honden; en vi) ammoniumchloride, gebruikt als zoötechnisch toevoegingsmiddel voor katten. |
|
(8) |
Op basis van aanbevelingen van de Egtop met betrekking tot levensmiddelen(5) moet het gebruik van de volgende stoffen worden toegestaan: i) siliciumdioxide, gebruikt als antiklontermiddel voor cacaopoeder in drankautomaten; en ii) pijnharsextract en hopextract als antimicrobiële stoffen bij de productie van plantaardige levensmiddelen. |
|
(9) |
Volgens Verordening (EU) 2021/1165 is met ingang van 1 januari 2023 uitsluitend gellangom van biologische productie toegestaan. Er is echter niet voldoende gellangom van biologische productie beschikbaar. Om de exploitanten in staat te stellen de productie van levensmiddelen voort te zetten, moet de toepassing van dat voorschrift worden uitgesteld. |
|
(10) |
Guargom E 412 is in deel B van bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 opgenomen als bindmiddel en antiklontermiddel in technologische toevoegingsmiddelen. In het EU-repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding is het echter opgenomen onder emulgatoren, stabilisatoren, verdikkingsmiddelen en geleermiddelen. Die fout moet worden gecorrigeerd. |
|
(11) |
Talk E 553b was bij Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie (7) toegelaten als levensmiddelenadditief in plantaardige levensmiddelen. Dat gebruik werd niet opgenomen in bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165. Die fout moet worden gecorrigeerd. |
|
(12) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd en gerectificeerd. |
|
(13) |
Bij de opneming van talk E 553b als levensmiddelenadditief werd het gebruik ten onrechte beperkt en sommige biologische exploitanten zijn de stof mogelijk als levensmiddelenadditief blijven gebruiken in plantaardige levensmiddelen. Die fout moet daarom met terugwerkende kracht worden gecorrigeerd vanaf de datum van inwerkingtreding van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165. |
|
(14) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de biologische productie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening. |
|
2) |
Bijlage II wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening. |
|
3) |
Bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening. |
|
4) |
Bijlage V wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage IV bij deze verordening. |
Artikel 2
Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 wordt als volgt gerectificeerd:
|
1) |
Deel B, punt 1) (Technologische toevoegingsmiddelen), van bijlage III wordt als volgt gerectificeerd:
|
|
2) |
In deel A, deel A1 (Levensmiddelenadditieven, inclusief dragers), van bijlage V wordt de vermelding voor “E 553b Talk” vervangen door:
|
Artikel 3
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 2, lid 2, is van toepassing met ingang van 5 augustus 2021.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 januari 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 van de Commissie van 15 juli 2021 betreffende de toelating van bepaalde producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie en de opstelling van de lijsten van die producten en stoffen (PB L 253 van 16.7.2021, blz. 13).
(3) Eindverslag van de Egtop inzake meststoffen IV en gewasbeschermingsmiddelen VI en eindverslag van de Egtop inzake gewasbeschermingsmiddelen VII en meststoffen V: https://agriculture.ec.europa.eu/farming/organic-farming/co-operation-and-expert-advice/egtop-reports_en.
(4) Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2003/2003 (PB L 170 van 25.6.2019, blz. 1).
(5) Eindverslag van de Egtop over levensmiddelen VII — Diervoeders V en eindverslag van de Egtop over diervoeders VI en voeder voor gezelschapsdieren I: https://agriculture.ec.europa.eu/farming/organic-farming/co-operation-and-expert-advice/egtop-reports_en.
(6) Eindverslag van de Egtop over diervoeders III — Levensmiddelen V: https://agriculture.ec.europa.eu/farming/organic-farming/co-operation-and-expert-advice/egtop-reports_en.
(7) Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PB L 250 van 18.9.2008, blz. 1).
BIJLAGE I
Bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In punt 1 (Basisstoffen) wordt na de vermelding “18C mosterdzaadpoeder*” de volgende vermelding ingevoegd:
|
|
2) |
In punt 2 (Werkzame stoffen met een laag risico) worden de volgende vermeldingen toegevoegd:
|
|
3) |
In punt 4 (Werkzame stoffen die niet onder een van de bovenstaande categorieën vallen) wordt de vermelding voor “40A Deltamethrin” vervangen door:
|
(*1) Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie van 9 maart 2012 tot vaststelling van de specificaties van de in de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad opgenomen levensmiddelenadditieven (PB L 83 van 22.3.2012, blz. 1).”.
BIJLAGE II
Aan de tabel in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 worden de volgende vermeldingen toegevoegd:
|
“Teruggewonnen struviet en neergeslagen fosfaatzouten |
De producten moeten voldoen aan de voorschriften van Verordening (EU) 2019/1009 Dierlijke mest als uitgangsmateriaal mag niet afkomstig zijn van de intensieve veehouderij |
|
Natriumnitraat |
Alleen voor algenproductie in gesloten systemen aan land |
|
Kaliumchloride |
Uitsluitend van natuurlijke oorsprong” |
BIJLAGE III
Bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Deel A wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Deel B wordt als volgt gewijzigd:
|
BIJLAGE IV
Deel A van bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Deel A1 (Levensmiddelenadditieven, inclusief dragers) wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
In deel A2 (Technische hulpstoffen en andere producten die mogen worden gebruikt voor de verwerking van biologisch geproduceerde ingrediënten van agrarische oorsprong) worden de vermeldingen voor hopextract en pijnharsextract vervangen door:
|