|
19.1.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 18/66 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/112 VAN DE COMMISSIE
van 18 januari 2023
tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (de “basisverordening”), en met name artikel 11, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Voorafgaande onderzoeken en geldende maatregelen
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 964/2010 (2) heeft de Raad antidumpingrechten ingesteld op bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC” of “het betrokken land”) (“de oorspronkelijke maatregelen”). Het onderzoek dat leidde tot de instelling van de oorspronkelijke maatregelen wordt hierna “het oorspronkelijke onderzoek” genoemd. |
|
(2) |
Na een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) de oorspronkelijke maatregelen per 25 januari 2017 met nog eens vijf jaar verlengd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/109 (3) (“het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen”). |
|
(3) |
De van kracht zijnde maatregelen bestaan uit een ad-valoremrecht van 22,3 % op de invoer uit de VRC. |
1.2. Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen
|
(4) |
Na de bekendmaking van een bericht dat de maatregelen op korte termijn zouden vervallen (4), heeft de Commissie een verzoek om een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening ontvangen. |
|
(5) |
Het verzoek werd op 21 oktober 2021 ingediend door de Association of European Wheels Manufacturers (EUWA) (“de indiener van het verzoek”) namens de bedrijfstak van de Unie voor bepaalde aluminium wielen in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening. Het verzoek om een nieuw onderzoek is ingediend op grond dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot herhaling van dumping en tot voortzetting of herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
|
(6) |
De klagers hebben gevraagd hun namen geheim te houden uit vrees voor vergeldingsacties van afnemers. De Commissie oordeelde dat vergeldingsacties inderdaad een ernstig risico vormden en ging er derhalve mee akkoord de namen van de klagers geheim te houden. Met het oog op een daadwerkelijke anonimiteit zijn de namen van de andere producenten in de Unie eveneens geheimgehouden, om te voorkomen dat de namen van de klagers door deductie kunnen worden achterhaald. |
1.3. Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen
|
(7) |
Daar de Commissie, na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité, tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijs was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 20 januari 2022, door de bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (5) (“het bericht van opening”), op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geopend met betrekking tot de invoer van bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de VRC. |
1.4. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
|
(8) |
Het onderzoek naar de voortzetting van dumping had betrekking op de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021 (het “tijdvak van het nieuwe onderzoek”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2018 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”). |
1.5. Belanghebbenden en verzoek om anonimiteit
|
(9) |
In het bericht van opening is de belanghebbenden verzocht contact met de Commissie op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie de indieners van het verzoek, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten in de VRC en de autoriteiten van de VRC alsook de haar bekende betrokken importeurs, gebruikers, handelaren en verenigingen specifiek op de hoogte gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en hen uitgenodigd daaraan mee te werken. |
|
(10) |
De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures aan te vragen. Er werden geen opmerkingen gemaakt en er werden geen verzoeken om een hoorzitting ontvangen. |
Steekproef
|
(11) |
In het bericht van opening deelde de Commissie mee dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen in overeenstemming met artikel 17 van de basisverordening. |
Steekproef van producenten in de Unie
|
(12) |
In het bericht van opening kondigde de Commissie aan dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. Overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening was het criterium dat werd gebruikt om de steekproef samen te stellen de grootste representatieve productiehoeveelheid van het soortgelijke product in de Unie tijdens het onderzoektijdvak, d.w.z. 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021. Deze voorlopige steekproef bestond uit drie producenten in de Unie, die in drie verschillende lidstaten waren gevestigd. De steekproef vertegenwoordigde bijna 20 % van de totale productiehoeveelheid van de haar bekende producenten in de Unie van het soortgelijke product en verzekert een goede geografische spreiding. De Commissie heeft belanghebbenden om opmerkingen over de voorlopige steekproef verzocht, maar heeft er geen ontvangen. De Commissie bevestigde derhalve de voorlopige steekproef als de definitieve steekproef. |
Steekproef van niet-verbonden importeurs
|
(13) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Er hebben zich evenwel geen niet-verbonden importeurs gemeld. |
Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC
|
(14) |
Om vast te stellen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie alle bekende producenten-exporteurs in de VRC gevraagd om de in het bericht van inleiding vermelde informatie te verstrekken. Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie gevraagd eventuele andere producenten-exporteurs die in deelname aan het onderzoek geïnteresseerd konden zijn, aan te wijzen en/of contact met hen op te nemen. |
|
(15) |
Een producent-exporteur uit het betrokken land heeft de verlangde informatie verstrekt en ermee ingestemd in de steekproef te worden opgenomen. Gezien het lage aantal heeft de Commissie besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was. |
1.6. Antwoorden op de vragenlijst en controlebezoeken
|
(16) |
De Commissie heeft de overheid van de VRC (“Chinese overheid”) een vragenlijst toegezonden betreffende het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC. |
|
(17) |
De Commissie heeft vragenlijsten verzonden naar drie producenten in de Unie, de klager en één producent-exporteur. Op de dag van de opening van het onderzoek werden de vragenlijsten ook online beschikbaar gesteld op de website van DG Handel (6). |
|
(18) |
Antwoorden op de vragenlijst zijn ontvangen van de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. De producent-exporteur die zich tijdens de steekproef heeft gemeld, heeft de vragenlijst niet beantwoord. Van geen van de niet-verbonden importeurs is een antwoord ontvangen. Geen van de gebruikers heeft de vragenlijst beantwoord of zich tijdens het onderzoek gemeld. De Chinese overheid heeft de vragenlijst evenmin beantwoord. |
|
(19) |
Aangezien de Chinese producenten-exporteurs en de Chinese overheid geen medewerking verleenden, werden de bevindingen met betrekking tot dumping en schade overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens. De vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie werd dienovereenkomstig in kennis gesteld. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
|
(20) |
De Commissie heeft alle informatie ingewonnen die zij voor het nieuwe onderzoek nodig achtte. Overeenkomstig de mededeling over de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 voor antidumping- en antisubsidieonderzoeken (7) werd één in de steekproef opgenomen producent in de Unie door middel van kruislingse controles op afstand gecontroleerd. |
|
(21) |
De Commissie heeft op grond van artikel 16 van de basisverordening controles ter plaatse verricht bij twee in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. |
1.7. Vervolg van de procedure
|
(22) |
Op 18 november 2022 heeft de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld op basis waarvan zij voornemens was de van kracht zijnde antidumpingrechten te handhaven. Alle partijen konden binnen een bepaalde termijn opmerkingen indienen ten aanzien van de mededeling van feiten en overwegingen. |
|
(23) |
De Commissie heeft de opmerkingen van belanghebbenden overwogen en, voor zover van toepassing, in aanmerking genomen. De partijen die hierom verzochten, werden gehoord. |
2. ONDERZOCHT PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
2.1. Onderzocht product
|
(24) |
Het nieuwe onderzoek heeft betrekking op aluminium wielen voor motorvoertuigen bedoeld bij de GN-posten 8701 tot en met 8705, al dan niet met toebehoren en al dan niet met banden, van oorsprong uit de VRC (“het betrokken product” of “aluminium wielen”), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8708 70 10 en ex 8708 70 50 (Taric-codes 8708701015, 8708701050, 8708705015 en 8708705050). |
|
(25) |
Het betrokken product wordt in de Unie via twee distributiekanalen verkocht: aan het segment fabrikanten van originele uitrusting (“OEM”, original equipment manufacturers) en aan het segment onderdelenmarkt (“AM”, aftermarket). In het OEM-segment organiseren autofabrikanten aanbestedingsprocedures voor aluminium wielen en zijn zij vaak betrokken bij de ontwikkeling van een nieuw wiel dat met hun merk wordt geassocieerd. De producenten in de Unie en de Chinese exporteurs kunnen inschrijven dezelfde aanbestedingen. In de AM-sector worden de aluminium wielen gewoonlijk ontworpen, ontwikkeld en van een merk voorzien door producenten van aluminium wielen en vervolgens verkocht aan groothandelaars, detailhandelaars, tuningbedrijven, reparatiewerkplaatsen enz. |
|
(26) |
Net als in het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld dat aluminium wielen in het OEM- en in het AM-segment weliswaar verschillende distributiekanalen hebben, maar dat zij dezelfde fysische en technische kenmerken hebben en onderling uitwisselbaar zijn. Zij worden daarom als een enkel product aangemerkt. |
2.2. Soortgelijk product
|
(27) |
In het vorige en het huidige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is vastgesteld dat de volgende producten dezelfde fysische, chemische en technische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:
|
|
(28) |
Deze producten worden derhalve beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
2.3. Argumenten betreffende de productomschrijving
|
(29) |
De Commissie heeft geen argumenten betreffende de productomschrijving ontvangen. |
3. DUMPING
|
(30) |
Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of voortzetting of herhaling van dumping bij uitvoer uit de VRC waarschijnlijk is indien de geldende maatregel zou komen te vervallen. |
3.1. Opmerkingen vooraf
|
(31) |
Zoals vermeld in overweging 19, heeft geen enkele producent-exporteur in de VRC aan het onderzoek meegewerkt. Derhalve heeft de Commissie de autoriteiten van de VRC meegedeeld dat zij wegens gebrek aan medewerking mogelijk artikel 18 van de basisverordening zou toepassen voor de vaststellingen met betrekking tot de VRC. Aangezien zij geen antwoord had ontvangen, besloot de Commissie artikel 18 toe te passen. |
|
(32) |
Daarom werden in overeenstemming met artikel 18 van de basisverordening de bevindingen met betrekking tot de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name de in het verzoek om een nieuw onderzoek verstrekte informatie en de van de medewerkende partijen (d.w.z. de indiener van het verzoek en de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie) tijdens het nieuwe onderzoek verkregen informatie. |
|
(33) |
In het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd de invoer van bepaalde aluminium wielen uit de VRC voortgezet, zij het op een lager niveau dan tijdens het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek. Volgens Eurostat vertegenwoordigde de invoer van bepaalde aluminium wielen uit de VRC ongeveer 3,4 % van de markt van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, tegenover een marktaandeel van 12,4 % tijdens het oorspronkelijke onderzoek en 3,2 % tijdens het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. |
3.2. Procedure voor de vaststelling van de normale waarde op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening voor de invoer van het onderzochte product van oorsprong uit de VRC
|
(34) |
Aangezien er ten tijde van de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat met betrekking tot de VRC wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, heeft de Commissie het onderzoek geopend op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(35) |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in het bericht van opening alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van het bericht van opening in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken met betrekking tot de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. De Chinese overheid reageerde niet binnen de daarvoor gestelde termijn op de vragenlijst, en diende evenmin opmerkingen in over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(36) |
In het bericht van opening heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijs, wellicht op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening een geschikt representatief land moest selecteren om op basis van niet-verstoorde prijzen of benchmarks de normale waarde vast te stellen. De Commissie heeft verder opgemerkt dat zij andere mogelijk geschikte landen zou onderzoeken overeenkomstig de criteria als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening. |
|
(37) |
Op 12 mei 2022 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen, met Brazilië als het representatieve land. Voorts heeft zij de belanghebbenden ervan op de hoogte gesteld dat zij de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA-kosten”) en de winst zou vaststellen op basis van de beschikbare informatie over de ondernemingen Iochpe Maxion SA en Neo Rodas SA, producenten in het representatieve land. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
3.3. Normale waarde
|
(38) |
Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald”. |
|
(39) |
Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt evenwel: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en “[deze] omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst” (voor “administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten” wordt hierna de afkorting “VAA-kosten” gebruikt). |
|
(40) |
Zoals hieronder verder wordt toegelicht, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijs en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de producenten-exporteurs juist was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen. |
3.3.1. Bestaan van verstoringen van betekenis
|
(41) |
In recente onderzoeken betreffende de aluminiumsector in de VRC (8) heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. |
|
(42) |
In die onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen in de VRC, waardoor de effectieve toewijzing van middelen overeenkomstig marktbeginselen wordt verstoord (9). De Commissie heeft met name geconcludeerd dat de Chinese overheid niet alleen nog steeds een aanzienlijk deel van de aluminiumsector in handen heeft in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening (10), maar ook in de positie verkeert om zich te mengen in de prijzen en kosten via overheidsaanwezigheid in bedrijven in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening (11). De Commissie heeft verder vastgesteld dat de aanwezigheid van de staat op de financiële markten en het ingrijpen door de staat op die markten, alsmede bij de verstrekking van grondstoffen en basisproducten, een aanvullend verstorend effect hebben op de markt. Het planningssysteem van de VRC leidt er over de gehele linie immers toe dat er middelen worden geconcentreerd in sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat allocatie overeenkomstig marktwerking plaatsvindt (12). Bovendien heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en dus verstoringen veroorzaakt, met name wanneer in de VRC insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen (13). In dezelfde geest heeft de Commissie vastgesteld dat er in de aluminiumsector sprake was van verstoringen van loonkosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening (14) alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat betreft de toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC (15). |
|
(43) |
Net als in de vorige onderzoeken betreffende de aluminiumsector in de VRC heeft de Commissie in het kader van dit onderzoek onderzocht of het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening al dan niet passend was om gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. De Commissie heeft dit gedaan op basis van het bewijsmateriaal in het dossier, met inbegrip van het bewijsmateriaal in het verzoek, alsook in het werkdocument van de diensten van de Commissie over verstoringen van betekenis in de economie van de Volksrepubliek China ten behoeve van handelsbeschermingsonderzoeken (16) (“het rapport”), dat is gebaseerd op openbaar beschikbare bronnen. Bij deze analyse is niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de betrokken sector, met inbegrip van het onderzochte product. De Commissie heeft deze bewijselementen verder aangevuld met haar eigen onderzoek naar de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC te bevestigen, zoals die ook in het kader van haar eerdere onderzoeken in dit verband zijn vastgesteld. |
|
(44) |
In het verzoek in deze zaak werd verwezen naar het rapport, met name naar de delen over de aluminiumsector en staatsondernemingen, een btw-beleid en een uitvoerheffing die van invloed waren op de uitvoer, alsook naar eerdere onderzoeken van de Commissie naar aluminium en downstreamproducten (17). Bovendien werd in het verzoek verwezen naar onafhankelijke studies waarin wordt geconcludeerd dat de Chinese aluminiummarkt verstoord is, zoals het rapport over overcapaciteit in de VRC van de Kamer van Koophandel van de Europese Unie in Beijing, en de OESO-studie uit 2019 “Measuring distortions in international markets: the aluminium value chain” (18). Deze studies zijn in de fase van de opening van het onderzoek in het onderzoeksdossier opgenomen. Geen enkele belanghebbende heeft opmerkingen over de studies ingediend. |
|
(45) |
De Chinese overheid heeft nog steeds een aanzienlijk deel van de aluminiumsector in handen of heeft hier zeggenschap over in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening. Veel van de grootste producenten zijn in handen van de staat. Aangezien de Chinese exporteurs van het onderzochte product geen medewerking verleenden, kon de exacte verhouding tussen de producenten in particuliere en in overheidseigendom niet worden vastgesteld. Het onderzoek bevestigde evenwel dat in de sector aluminium wielen een aantal grote producenten staatsondernemingen zijn, waaronder CITIC Dicastal Wheel Manufacturing (‘s werelds grootste fabrikant van aluminium wielen volgens de website van de onderneming (19)) en Dongfeng Motors Group (waaronder twee dochterondernemingen die aluminium wielen produceren: Dongfeng Automotive Wheel Suizhou en Dongfeng Maxion Wheels Suizhou). |
|
(46) |
Met betrekking tot het feit dat de Chinese overheid zich via overheidsaanwezigheid in bedrijven in de prijzen en kosten kan mengen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening, zijn zowel publieke als particuliere ondernemingen in de aluminiumsector onderworpen aan beleidstoezicht. Tijdens het onderzoek heeft de Commissie vastgesteld dat er persoonlijke banden bestaan tussen producenten van het onderzochte product en de CCP. Zo bevinden zich CCP-leden onder de leden van het hoger management of de raad van bestuur van een aantal ondernemingen die het onderzochte product vervaardigen. De voorzitter van de raad van bestuur van CITIC Dicastal Wheel Manufacturing is bijvoorbeeld tegelijkertijd secretaris van het partijcomité, en de vicevoorzitter van de raad van bestuur en de voorzitter van de raad van toezicht zijn tevens adjunct-secretarissen van dat comité. Ook particuliere ondernemingen in de sector aluminium wielen hebben te maken met partij-inmenging. Zo is de voorzitter van de raad van toezicht van Zhejian Wanfeng Aowei Auto Wheel ook adjunct-secretaris van het partijcomité en is ten minste een lid van de raad van bestuur ook lid van de partijorganisatie. |
|
(47) |
Zowel staats- als particuliere ondernemingen in de sector aluminium wielen zijn onderworpen aan beleidstoezicht en sturing. Veel producenten van het onderzochte product leggen op hun websites expliciet de nadruk op partijopbouwende activiteiten, hebben partijleden in het management van de onderneming en benadrukken hun banden met de CCP. Het onderzoek bracht partijopbouwactiviteiten aan het licht bij een aantal producenten van aluminium wielen, zowel bij staatsondernemingen als bij particuliere ondernemingen. Zo heeft de CITIC-groep bijvoorbeeld een actief partijcomité dat regelmatig evenementen organiseert. Op de website van de onderneming staat onder meer het volgende: “Alle werknemers dienen [de oude partijleden] als voorbeeld te volgen en hun integriteit en loyaliteit aan de partij altijd in ere te houden”; “De partijorganisaties op alle niveaus moeten het algemene leiderschap van de partij handhaven en versterken, de rol van de partijafdelingen als strijdlustige bolwerken ten volle benutten, […]”, “de afgelopen 40 jaar was […] CITIC actief betrokken bij het testen van hervormingen en zette zij zich op positieve wijze in voor de besluitvorming van de centrale regering en de uitvoering van die besluiten”, “het vaandel van de partij geeft de ontwikkelingsrichting aan, en wij moeten die richting altijd volgen; de partij stippelt de strategische koers uit en wij moeten de nationale strategie onverkort uitvoeren.” |
|
(48) |
Een ander voorbeeld van de aanwezigheid van partijcomités in een onderneming en dus van beleidstoezicht en -advies is Zhongnan Wheel, een particuliere onderneming, die op haar website meedeelt dat zij in 2020 een partijcomité heeft opgericht (20). In het artikel wordt de rol van het partijcomité als volgt beschreven: “De partijafdeling moet ervoor zorgen dat de ontwikkeling [van de onderneming] wordt bepaald door partijopbouwactiviteiten; […] Als particuliere onderneming houdt Zhongnan (Foshan) zich altijd aan het beginsel dat de partij steeds de richting bepaalt wat betreft de ontwikkeling van haar bedrijfsactiviteiten.” |
|
(49) |
Zhejiang Wanfeng Aowei Auto Wheel is een andere particuliere producent van aluminium wielen die beschikt over een partijcomité. Volgens haar website is de partijafdeling opgezet in 1994, het oprichtingsjaar van de onderneming, en heeft de afdeling meer dan 470 leden (21). |
|
(50) |
Naast de aanwezigheid van de partij op ondernemingsniveau is de CCP ook aanwezig op het niveau van brancheorganisaties. De China Association of Automobile Manufacturers heeft een wielcomité opgericht met het volgende reglement: “Artikel 3: Het doel van dit comité is: zich te houden aan de wet- en regelgeving van de staat, actief bekendheid en uitvoering te geven aan de richtsnoeren, beleidslijnen en besluiten die door de partij en op nationaal niveau zijn vastgesteld met betrekking tot de ontwikkeling van de automobielindustrie, de algemene belangen van de industrie en de legitieme rechten en belangen van haar leden te beschermen, en overheidsdiensten en de China Association of Automobile Manufacturers bij te staan bij het waarborgen van een goed beheer van de industrie”, en in artikel 4, lid 2: “Actief deelnemen aan of overheidsdiensten bijstand verlenen bij het onderzoek, de demonstratie, evaluatie, formulering en bekendmaking van relevante normen en voorschriften betreffende de wielindustrie, en de kwaliteit van de industrie naar behoren beheren en monitoren.” (22) Dit is in overeenstemming met de statuten van de China Association of Automobile Manufacturers, die als volgt bepalen in artikel 2: “De vereniging heeft tot doel: de nationale richtsnoeren en beleidslijnen uit te voeren; […] overheidsdiensten ten dienste te zijn”, en in artikel 3: “De vereniging onderschrijft het algemene leiderschap van de Communistische Partij van China, richt een organisatie van de Communistische Partij van China op, ontwikkelt partijactiviteiten en creëert de voorwaarden die nodig zijn voor de activiteiten van de partijorganisatie in overeenstemming met de bepalingen van de statuten van de Communistische Partij van China (23).” |
|
(51) |
Voorts wordt in de aluminiumsector een beleid gehanteerd dat discrimineert ten gunste van binnenlandse producenten of dat anderszins de markt beïnvloedt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), derde streepje, van de basisverordening. |
|
(52) |
De aluminiumsector is onderworpen aan talrijke plannen, richtsnoeren, richtlijnen en andere beleidsdocumenten op nationaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Aangezien het tijdvak van het nieuwe onderzoek valt in een overgangsperiode tussen de looptijd van de 13e en de 14e vijfjarenplannen, zijn beide reeksen documenten van belang voor dit nieuwe onderzoek. De 13e vijfjarenplannen waren officieel van kracht tussen 2016 en 2020, maar een groot aantal van de 14e vijfjarenplannen werd pas in de tweede helft van 2021 en in de loop van 2022 bekendgemaakt, zodat de 13e vijfjarenplannen relevant blijven voor het onderhavige nieuwe onderzoek. |
|
(53) |
Voorbeelden van beleidsdocumenten die als leidraad dienen voor de ontwikkeling van de Chinese aluminiumsector zijn het 13e vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling (24) en het Ontwikkelingsplan voor de non-ferrometaalsector (2016-2020), alsook andere beleidsdocumenten op nationaal niveau. Ook een aantal regionale plannen, zoals de mededeling van de regering van de provincie Shandong over het uitvoeringsplan om de hoogwaardige ontwikkeling van de zeven energie-intensieve sectoren te versnellen, is uitvoerig gedocumenteerd in vorige onderzoeken van de Commissie naar de sector (25). Ook heeft de Commissie uitvoerig gedocumenteerd dat de aluminiumsector baat heeft bij richtsnoeren van en ingrijpen door de overheid met betrekking tot de belangrijkste grondstoffen en productiemiddelen, met name energie (26). Hetzelfde geldt voor andere overheidsmaatregelen in de sector die de marktwerking verstoren, zoals onder meer beleid in verband met de uitvoer, het aanleggen van voorraden of de uitbreiding van productiecapaciteit, of de levering van basisproducten onder de marktprijzen. |
|
(54) |
Momenteel zijn in de VRC een aantal recentere beleidsdocumenten betreffende de aluminiumsector van kracht, waaronder het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie (27) en het 14e vijfjarenplan voor de groene ontwikkeling van de industrie (28) op nationaal niveau, en provinciale plannen zoals het 14e vijfjarenplan van de provincie Shandong over de ontwikkeling van de aluminiumsector (29) en de uitvoeringsmaatregelen van de provincie Henan voor capaciteitsvervanging in de staal-, elektrolytische aluminium-, cement- en glasindustrie 2021, op lokaal niveau. |
|
(55) |
Het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie omvat bepalingen om de beschikbaarheid van aluminium als grondstof te waarborgen: “Acties uitvoeren om tekorten aan essentiële materialen weg te werken; […] Acties uitvoeren om de beschikbaarheid van basismaterialen in bulkformaat te consolideren en te verbeteren en ondernemingen te begeleiden bij het gebruik van de nieuwe generatie IT-instrumenten op basis van geoptimaliseerde productieprocessen, teneinde het algemene concurrentievermogen van […] zeer sterke aluminiumlegeringen te verbeteren […]”. In het plan wordt voorts opgeroepen tot capaciteitscontrole in de aluminiumsector: “Streng toezicht houden op de onlangs verhoogde productiecapaciteit. Het beleid inzake vervanging van de productiecapaciteit voor […] de sector elektrolytisch aluminium verbeteren en strikt uitvoeren, en de onregelmatige ontwikkeling van […] en aluminiumoxide voorkomen”. In het hoofdstuk “Richtsnoeren verzorgen voor een redelijke spreiding” gaat het plan ook in op de geografische spreiding van verschillende bedrijfstakken in de VRC. In dat hoofdstuk staat het volgende: “De spreiding van nieuwe productiecapaciteit zal worden verbeterd. […] Uitvoering geven aan nationale en regionale sleutelstrategieën, regionale strategieën om te komen tot coördinatie en strategieën voor belangrijke functionele gebieden, en de grondstoffenindustrie aansporen haar ruimtelijke spreiding te optimaliseren en aan te passen. […] Zorgen voor een ordelijke spreiding van projecten over kustgebieden waarbij gebruik wordt gemaakt van overzeese hulpbronnen zoals aluminiumoxide”. In het plan wordt verder gesproken over de oprichting van industriële clusters: “Gestandaardiseerde industrieclusters bevorderen. […] de verschuiving in de opzet van de bedrijfstak voor elektrolytisch aluminium bevorderen van “steenkool — elektriciteit — aluminium” naar “schone energie, zoals waterkracht, windenergie — aluminium””. Ten slotte voorziet het plan in de bevordering van geavanceerde technologieën in de aluminiumsector en van de transformatie van de sector. Het bovenstaande maakt duidelijk dat de aluminiumsector nauwlettend wordt gevolgd en aangestuurd door de centrale overheid en dat de koers ervan grotendeels wordt bepaald door overheidsingrijpen en niet door vrije marktwerking. |
|
(56) |
Het 14e vijfjarenplan voor de groene ontwikkeling van de industrie bevat ook een aantal richtsnoeren voor de aluminiumsector. In het plan wordt het belang van capaciteitscontrole onderstreept: “Het capaciteitsvervangingsbeleid voor sectoren als staal, cement, vlakglas en elektrolytisch aluminium strikt uitvoeren”. Voorts voorziet het plan in hervormingen op het gebied van uitrusting en technologie om de uitstoot van rood slib te verminderen, alsook in de bevordering van de efficiënte koolstofarme elektrolyse van aluminium. De verwachting is dat de ondernemingen, net als bij de andere in de plannen opgenomen doelstellingen inzake industriële ontwikkeling, financiering tegemoet kunnen zien om de doelstellingen van het plan uit te voeren (30). |
|
(57) |
Hoewel de centrale 14e vijfjarenplannen vrij algemene richtsnoeren bieden voor de ontwikkeling van de aluminiumsector, zijn de lokale plannen veel gedetailleerder en specifieker en bevatten zij zeer gedetailleerde doelstellingen en streefcijfers die ieder aspect van de ontwikkeling van de sector bestrijken. De omvang van de inmenging van de VRC in de aluminiumsector op lokaal niveau blijkt duidelijk uit de lokale richtsnoeren. Een voorbeeld hiervan is het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de aluminiumsector van de provincie Shandong. Het plan begint met een overzicht van de verwezenlijkingen die in de loop van het 13e vijfjarenplan zijn gerealiseerd bij de ontwikkeling van de aluminiumsector, waaronder de opbouw van toonaangevende aluminiumbedrijven: “Er is een conglomeraat van aluminiumverwerkende ondernemingen gevormd die de ruggengraat vormen van de sector, bestaande uit Shandong Weiqiao Pioneering Group Co. Ltd (“Weiqiao”), Shandong Xin Fa Group Co. Ltd (“Xinfa”), Shandong Nanshan Aluminium Co. Ltd (“Nanshan”), Shandong Innovation Metal Co. Ltd (“Chuangxin”), Longkou Conglin Aluminium Material Co. Ltd (“Conglin”), Huajian Aluminium Industry (“Huajian”) en Shandong Sanxing Group (“Sanxing”).” Verder bevat het plan algemene doelstellingen voor de ontwikkeling van de lokale aluminiumsector, waaronder: “[…] de schaalvoordelen van de aluminiumsector in de provincie optimaal benutten en nadruk leggen op de samenhang van de sector complexe verwerking van aluminium, de innovatiecapaciteit van de sector effectief vergroten, de uitbreiding van de industriële ketens sterk bevorderen, streven naar een redelijke structuur voor de aluminiumsector, de spreiding optimaliseren en de kwaliteit en efficiëntie verbeteren, en Shandong sneller ontwikkelen tot thuisbasis van een hoogwaardige aluminiumsector van wereldklasse.” |
|
(58) |
Het plan van de provincie Shandong omvat voorts verder enkele zeer specifieke doelstellingen, zoals: “Tegen 2025 zal de aluminiumsector een waarde van 800 miljard CNY vertegenwoordigen, zal de markt voor eindproducten blijven groeien, zullen producten met een hoge toegevoegde waarde meer dan 60 % van de markt uitmaken en zal de verhouding tussen het productievolume van aluminiummaterialen en dat van elektrolytisch aluminium hoger zijn dan het nationale gemiddelde en uitkomen op 2,5 op 1. De provincie zal zich ontwikkelen tot een belangrijke industriële aluminiumcluster met aanzienlijke invloed in het binnenland en overzee.” En verder: “Tegen 2025 zal de productiecapaciteit voor elektrolytisch aluminium en aluminiumoxide onder controle zijn gebracht, zullen de elektrolyse-installaties een hoge productiecapaciteit van 400 kA en hoger bereiken, en zal het energieverbruik (gelijkstroom) per ton aluminium voor elektrolytisch aluminium worden teruggebracht tot ongeveer 12 500 kWh.” |
|
(59) |
Het plan van Shandong bevat ook enkele zeer specifieke geografische voorschriften met betrekking tot de locatie van de aluminiumfabrieken. Het plan is gericht op de versterking van specifieke gebieden: “de drie kerngebieden: Binzhou, Liaocheng en Yantai, en de twee functionele gebieden: Weifang en Linyi.” Voor elk van deze gebieden gaat het plan zeer specifiek in op de productiefaciliteiten en op de materialen die op elke locatie moeten worden vervaardigd. Als voorbeeld van de mate van gedetailleerdheid van het plan volgen hier de doelstellingen voor de locatie Binzhou: “Het kerngebied van Binzhou bouwen, waarbinnen de gehele industrieketen vertegenwoordigd is, en de indeling van de industriegebieden van de stad vormgeven met de zones voor economische en technologische ontwikkeling van Zouping en Binzhou rond de zone voor economische ontwikkeling van Beihai; toonaangevende en strategische ondernemingen betrekken om de voordelen van de productieschaal en de alomvattende industriële keten verder te vergroten, en de nadruk leggen op de ontwikkeling van vijf belangrijke gebieden, waaronder zeer sterke lichtgewicht aluminiumlegeringen, aluminiumplaten en -folies, 3C-elektronica, lichtgewicht aluminium voor de automobielindustrie en aluminium woninginrichting; zorgen voor doorbraken bij de ontwikkeling van producten in het midden- en het hoge segment, zoals zuigers, autowielen en naven, autoplaten en hoogwaardige smeedstukken van aluminiumlegeringen voor voertuigchassis; en staal, hout, kunststof en andere eindproducten vervangen door aluminium. Met de steun van platforms voor wetenschappelijk en technologisch onderzoek en ontwikkeling, zoals het wetenschaps- en technologiepark van Weiqiao Guoke Binzhou, zullen doorbraken worden gerealiseerd op het gebied van aluminium met een hoge zuiverheidsgraad, composietmaterialen op basis van aluminium, technologieën voor de vervaardiging van composietmaterialen in speciale formaten en technologieën voor het lassen van aluminiumlegeringen; de bouw van het platform voor openbare dienstverlening van de Shandong Aluminium Valley versnellen en de gunstige wisselwerking tussen openbare diensten, grondstoffenhandel, financiën, logistiek en technologische innovatie benutten om een “Chinese aluminiumvallei” tot stand te brengen.” (Nadruk toegevoegd.) |
|
(60) |
Daarnaast worden in het plan van Shandong vier gebieden in de aluminiumsector aangewezen die moeten worden ontwikkeld/versterkt: smelten van aluminium, aluminiumlegeringen, composieten op basis van aluminium, en verwerking en complexe verwerking van aluminium. Voor elk van deze soorten aluminiumverwerking bevat het plan concrete streefdoelen en doelstellingen die binnen vijf jaar moeten worden verwezenlijkt. Voorts voorziet het plan van Shandong in de opstelling van vijfjarenplannen op lokaal niveau door gemeenten om de ontwikkeling van de sector op alle niveaus te coördineren: “Gemeenten moeten op dit plan voortbouwen bij de ontwikkeling van regionale sectorplannen voor aluminium en de totstandbrenging van een synergetische ontwikkeling van de sector.” |
|
(61) |
Tot slot bevat het plan van Shandong (financiële) steunmaatregelen voor lokale aluminiumondernemingen: “Meer beleids- en regelgevingsondersteuning. Actieve uitvoering van diverse ondersteunende beleidsmaatregelen op nationaal en provinciaal niveau, versterking van gekwalificeerde industriële clusters, sleutelproducten en -technologieën, en ondersteuning van bedrijven bij de uitvoering van grote nationale en provinciale projecten. Flexibel gebruik van nieuwe en oude energiebronnen om grote engineeringpakketten te transformeren en de ontwikkeling van “pioniersondernemingen” te ondersteunen, onder meer via fiscale prikkels, de toewijzing van grond, de levering van groene energie, belastingverlagingen en technologische innovaties, en de vaststelling van fiscale prikkels voor de recycling van aluminium. Aanmoedigen van beleggingsfondsen op provinciaal niveau om onderzoek en ontwikkeling en de industrialisering van nieuwe, prioritaire producten te bevorderen en meer investeringen in sociaal kapitaal aan te trekken.” |
|
(62) |
De bovenstaande voorbeelden maken duidelijk dat de betrokkenheid van de overheid veel verder gaat dan algemene ondersteuning van de industrie van een land. De overheid controleert en beheert elk afzonderlijk aspect van de sector nauwgezet en op alle niveaus — nationaal, provinciaal en gemeentelijk. Daarnaast ontvangen de producenten van aluminium wielen ook overheidssubsidies, wat duidelijk wijst op het belang van deze sector voor de staat. Tijdens het onderzoek heeft de Commissie vastgesteld dat een aantal producenten van aluminium wielen rechtstreekse overheidssubsidies heeft ontvangen, waaronder Zhejiang Wanfeng Aowei Auto Wheel (31) en Dongfeng Motors (32). |
|
(63) |
Samengevat heeft de Chinese overheid maatregelen getroffen om marktdeelnemers ertoe te bewegen zich aan de doelstellingen van het overheidsbeleid te houden, namelijk om aangemoedigde bedrijfstakken te ondersteunen, waaronder de productie van de belangrijkste basisproducten voor de vervaardiging van het onderzochte product. Dergelijke maatregelen belemmeren de vrije marktwerking. |
|
(64) |
Uit dit onderzoek is niet gebleken dat de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van faillissements- en eigendomswetten overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening in de aluminiumsector als bedoeld in overweging 42 geen gevolgen zou hebben voor de fabrikanten van het onderzochte product. |
|
(65) |
De aluminiumsector wordt ook beïnvloed door verstoringen van de loonkosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening, zoals ook vermeld in overweging 42. Deze sector staat derhalve zowel direct (bij het vervaardigen van het onderzochte product of de belangrijkste basisproducten) als indirect (bij het krijgen van toegang tot kapitaal of basisproducten van ondernemingen die in de VRC aan hetzelfde arbeidsrechtstelsel onderworpen zijn) bloot aan verstoringen. |
|
(66) |
Bovendien is in het onderhavige onderzoek geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de aluminiumsector niet wordt beïnvloed door overheidsingrijpen in het financiële stelsel in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, zoals ook vermeld in overweging 42. Daarom leidt het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel ertoe dat de marktomstandigheden op alle niveaus sterk worden beïnvloed. |
|
(67) |
Tot slot herinnert de Commissie eraan dat voor de productie van het onderzochte product een aantal basisproducten nodig is. Wanneer de producenten van het onderzochte product deze basisproducten inkopen of daarvoor een contract sluiten, zijn de prijzen die worden betaald (en die als hun kosten worden geregistreerd) blootgesteld aan dezelfde systemische verstoringen als hierboven genoemd. Zo maken leveranciers van basisproducten gebruik van arbeid die aan de verstoringen onderhevig is, mogelijk lenen zij geld dat onderhevig is aan de verstoringen in de financiële sector/bij de kapitaaltoewijzing, en zijn zij onderworpen aan het planningssysteem dat op alle niveaus van de overheid en op alle sectoren van toepassing is. |
|
(68) |
Dientengevolge zijn niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van het onderzochte product ongeschikt om te worden gebruikt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, maar geldt dat ook voor alle kosten voor basisproducten (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.), omdat de prijsvorming ervan wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zoals beschreven in de delen I en II van het rapport. Het overheidsingrijpen dat met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen is beschreven, vindt namelijk plaats in de gehele VRC. Dit betekent bijvoorbeeld dat een basisproduct dat zelf in de VRC is geproduceerd door de combinatie van een reeks productiefactoren aan verstoringen van betekenis onderhevig is. Hetzelfde geldt voor het basisproduct van het basisproduct enz. |
|
(69) |
Geen van de belanghebbenden heeft tegenbewijzen of argumenten van het tegendeel aangedragen. |
|
(70) |
Samengevat is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde relevante factoren. Op grond daarvan en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het in dit geval niet passend is om voor de vaststelling van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening en zoals wordt besproken in het volgende punt. |
3.3.2. Representatief land
3.3.2.1. Algemene opmerkingen
|
(71) |
Het representatieve land moet worden gekozen op basis van de volgende criteria uit hoofde van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening:
|
|
(72) |
Zoals toegelicht in overweging 37 heeft de Commissie op 12 mei 2022 een mededeling aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde bekendgemaakt. In die mededeling heeft de Commissie de feiten en het bewijsmateriaal beschreven die ten grondslag liggen aan de relevante criteria en de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om Brazilië in dit geval als een passend representatief land aan te merken indien het bestaan van verstoringen van betekenis in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening zou worden bevestigd. |
|
(73) |
Overeenkomstig de criteria van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening heeft de Commissie Brazilië aangemerkt als een land met een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling als de VRC. Brazilië wordt door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen ingedeeld als “hogermiddeninkomensland”. Bovendien werd Brazilië geïdentificeerd als een land waar het onderzochte product wordt geproduceerd en waar onmiddellijk relevante gegevens beschikbaar zijn. |
|
(74) |
Tot slot hoefde er — gelet op het gebrek aan medewerking en aangezien was vastgesteld dat Brazilië op grond van alle voornoemde factoren een geschikt representatief land was — geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden conform artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening. |
3.3.2.2. Conclusie
|
(75) |
Bij gebrek aan medewerking, zoals aangevoerd in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, en aangezien Brazilië voldeed aan de criteria van artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening, heeft de Commissie Brazilië gekozen als geschikt representatief land. |
3.3.3. Bronnen voor de vaststelling van niet-verstoorde kosten
|
(76) |
In de mededeling over de beoogde relevante bronnen voor de vaststelling van de normale waarde heeft de Commissie de productiefactoren vermeld, zoals materialen, energie en arbeid, die de producenten-exporteurs gebruiken bij de productie van het onderzochte product. Ook heeft de Commissie verklaard dat zij voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening gebruik zou maken van gegevens uit de Global Trade Atlas (“GTA”) om de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren, met name de grondstoffen, vast te stellen. Voorts merkte de Commissie op dat zij gebruik zou maken van informatie van: het Braziliaanse bureau voor de statistiek voor de vaststelling van niet-verstoorde loonkosten, openbare tarieven van elektriciteitsleveranciers in Brazilië en de beschikbare databank voor aardgas. |
|
(77) |
Tot slot verklaarde de Commissie dat zij voor het vaststellen van de VAA-kosten en winst gebruik zou maken van de financiële gegevens van de twee Braziliaanse producenten van het onderzochte product, zoals uiteengezet in overweging 37. |
|
(78) |
De Commissie heeft een waarde voor de overhead-productiekosten opgenomen om de kosten te bestrijken die niet in de bovengenoemde productiefactoren zijn opgenomen. De Commissie heeft de verhouding tussen de overhead-productiekosten en de directe productiekosten vastgesteld op basis van de gegevens van de producenten in de Unie, waarover de indiener van het verzoek specifieke informatie heeft verstrekt. |
3.4. Niet-verstoorde kosten en benchmarks
3.4.1. Productiefactoren
|
(79) |
Rekening houdend met alle op het verzoek gebaseerde informatie en later tijdens de procedure verzamelde informatie werden de volgende productiefactoren en de bronnen ervan geïdentificeerd met het oog op de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening: Tabel 1 Productiefactoren voor bepaalde aluminium wielen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
3.4.1.1. Grondstoffen
|
(80) |
Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis de gewogen gemiddelde invoerprijs voor het representatieve land gebruikt, zoals vermeld in de GTA, waarbij invoerrechten werden opgeteld. Er werd een invoerprijs in het representatieve land vastgesteld als gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC en de in bijlage I bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (35) genoemde landen die geen lid zijn van de WTO. |
|
(81) |
De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in punt 3.3.1 tot de conclusie is gekomen dat het niet passend is om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor de uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. Na de invoer uit de VRC in het representatieve land te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer uit andere derde landen representatief. |
|
(82) |
Voor een aantal productiefactoren vertegenwoordigden de werkelijk gemaakte kosten door de medewerkende producenten-exporteurs een verwaarloosbaar percentage van de totale grondstofkosten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Aangezien de voor deze factoren gebruikte waarde geen merkbare invloed had op de berekeningen van de dumpingmarge, ongeacht de gebruikte bron, besloot de Commissie deze kosten bij alle andere grondstoffen op te nemen. Om een niet-verstoorde waarde voor alle andere grondstoffen vast te stellen, heeft de Commissie — bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs — overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. Daarom heeft de Commissie het aandeel van alle andere grondstoffen in de totale grondstoffenkosten op basis van de door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens vastgesteld op 4,48 %. Vervolgens is dit percentage toegepast op de niet-verstoorde waarde van de grondstoffen om de niet-verstoorde waarde van de andere grondstoffen te verkrijgen. |
|
(83) |
Normaliter moeten bij deze invoerprijzen ook de prijzen voor binnenlands vervoer worden opgeteld. Gezien het gebrek aan medewerking en de aard van dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, dat bedoeld is om vast te stellen of de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet of zich opnieuw zou kunnen voordoen en niet om de exacte omvang daarvan te bepalen, heeft de Commissie echter besloten dat een correctie voor binnenlands vervoer niet nodig is. Dergelijke correcties zouden slechts leiden tot een verhoging van de normale waarde en derhalve van de dumpingmarge. |
3.4.1.2. Arbeid
|
(84) |
Bij de vaststelling van de benchmark voor loonkosten in het representatieve land heeft de Commissie gebruikgemaakt van beschikbare, door het Braziliaanse overheidsagentschap “Instituto Brasileiro de Geografia e Estatística” (IBGE) gepubliceerde gegevens. IBGE (36) publiceert uitvoerige informatie over lonen in verschillende economische sectoren in Brazilië. De Commissie heeft de beschikbare statistieken voor 2020 gebruikt voor de gemiddelde loonkosten in de metaal-, staal- en verwerkende industrie (categorie 25 overeenkomstig NACE 2.0). |
3.4.1.3. Elektriciteit
|
(85) |
Bij de vaststelling van de benchmark voor elektriciteit in het representatieve land heeft de Commissie gebruikgemaakt van de meest recente beschikbare gegevens over de industriële elektriciteitsprijzen die in rekening worden gebracht door een van de grootste elektriciteitsleveranciers in Brazilië, de onderneming EDP Brazilië. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens over de elektriciteitsprijzen voor de industrie (37) in de overeenkomstige verbruikscategorie, uitgedrukt in Braziliaanse real per kWh in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
3.4.1.4. Aardgas
|
(86) |
De prijs van aardgas voor ondernemingen (industriële gebruikers) in Brazilië wordt in de databank Global Petrol Prices verzameld en op de bijbehorende website gepubliceerd (38). De Commissie heeft de overeenkomstige prijzen uit de publicatie over het tijdvak van het nieuwe onderzoek gebruikt. |
3.4.1.5. Water
|
(87) |
Bij de vaststelling van de benchmark voor de waterprijs in het representatieve land heeft de Commissie gebruikgemaakt van de prijzen die de onderneming Sabesp (39) — die verantwoordelijk is voor de watervoorziening en voor de opvang en zuivering van afvalwater in de staat São Paulo — in rekening brengt in Brazilië. |
3.4.1.6. Overhead-productiekosten, VAA-kosten, winst en afschrijving
|
(88) |
Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening luidt: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst.” Bovendien moet een waarde voor de overhead-productiekosten worden vastgesteld om de kosten te dekken die niet waren opgenomen in de bovengenoemde productiefactoren. |
|
(89) |
Om een niet-verstoorde waarde voor de overhead-productiekosten vast te stellen, heeft de Commissie — bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs — overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. Daarom heeft de Commissie het aandeel van de overhead-productiekosten in de totale productie- en loonkosten vastgesteld op basis van de door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens. Vervolgens is dit percentage toegepast op de niet-verstoorde waarde van de productiekosten om de niet-verstoorde waarde van de overhead-productiekosten te verkrijgen, afhankelijk van het geproduceerde model. |
|
(90) |
Bij de vaststelling van een niet-verstoord en redelijk bedrag voor VAA-kosten en winst is de Commissie uitgegaan van de meest recente beschikbare financiële gegevens over ondernemingen in Brazilië die in de mededeling over productiefactoren waren aangemerkt als actieve en winstgevende producenten van bepaalde aluminium wielen. Zij gebruikte financiële gegevens over de volgende ondernemingen, die zij ontleende aan de databank van Orbis Bureau van Dijk:
|
3.4.2. Berekening van de normale waarde
|
(91) |
Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde per productsoort in het stadium af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
|
(92) |
Eerst heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. Wegens het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs heeft de Commissie zich gebaseerd op de informatie die de indiener in het verzoek om een nieuw onderzoek heeft verstrekt over het verbruik van elke productiefactor (materialen en arbeid) voor de productie van het onderzochte product. |
|
(93) |
Toen de niet-verstoorde productiekosten waren vastgesteld, heeft de Commissie de overhead-productiekosten, de VAA-kosten en de winst erbij opgeteld, zoals vermeld in de overwegingen 88, 89 en 90. De overhead-productiekosten werden vastgesteld op basis van door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens. De VAA-kosten en de winst werden bepaald op basis van het gemiddelde van de waarden in de jaarrekening van de twee ondernemingen in het representatieve land. De Commissie heeft aan de niet-verstoorde productiekosten de volgende elementen toegevoegd:
|
|
(94) |
Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde per productsoort af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
3.5. Uitvoerprijs
|
(95) |
Bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs uit de VRC werd de uitvoerprijs vastgesteld op basis van de cif-prijzen die werden ontleend aan gegevens van Eurostat, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek. De cif-prijs werd bijgevolg verlaagd met de zeevervoer- en verzekeringskosten en de binnenlandse vervoerskosten. De binnenlandse Chinese en internationale vervoerskosten waren gebaseerd op informatie die de indieners van het verzoek in het verzoek om een nieuw onderzoek hadden verstrekt. |
3.6. Vergelijking
|
(96) |
De Commissie heeft de overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening vastgestelde normale waarde vergeleken met de uitvoerprijs af fabriek zoals hierboven vastgesteld. |
3.7. Dumpingmarge
|
(97) |
Op basis hiervan bleken de dumpingmarges aanzienlijk te zijn (meer dan 10 %). Derhalve werd geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet. |
4. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DUMPING
|
(98) |
Na te hebben vastgesteld dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, is de Commissie, in overeenstemming met artikel 11, lid 2, van de basisverordening, nagegaan of voortzetting van dumping waarschijnlijk zou zijn indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. De volgende aanvullende elementen zijn onderzocht: de productie- en de reservecapaciteit in de VRC, de relatie tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijspeil in de Unie, en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie. Er wordt op gewezen dat de analyse vanwege de niet-medewerking van zowel de Chinese producenten-exporteurs als de Chinese overheid overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening werd gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name het verzoek om een nieuw onderzoek, GTA-statistieken en beschikbare informatie. |
4.1. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC
|
(99) |
Wegens de niet-medewerking van de Chinese overheid en de Chinese producenten-exporteurs heeft de Commissie zich voor de analyse van de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in de VRC gebaseerd op de informatie die de indiener van het verzoek in zijn verzoek om een nieuw onderzoek heeft verstrekt zoals uiteengezet in de onderstaande overwegingen. |
|
(100) |
Uit het onderzoek is gebleken dat er in de VRC een algemene overcapaciteit bestaat bij de productie van bepaalde aluminium wielen. De productiecapaciteit (40) in de VRC in 2020 werd geraamd op 189,8 miljoen wielen. Volgens het marktonderzoek van de indiener van het verzoek waren er 153 miljoen Chinese wielen verkocht, waarvan er 108 miljoen in het binnenland werden gebruikt en ongeveer 45 miljoen stuks werden uitgevoerd. Daarom wordt de reservecapaciteit geschat op meer dan 36 miljoen wielen (oftewel meer dan de helft van het verbruik in de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek), die naar de Unie zou kunnen worden verlegd indien de huidige maatregelen zouden komen te vervallen. |
|
(101) |
Op grond van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese producenten-exporteurs beschikken over een aanzienlijke reservecapaciteit, die zij zouden kunnen gebruiken voor uitvoer naar de markt van de Unie indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
4.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(102) |
De markt van de Unie voor bepaalde aluminium wielen behoort tot de grootste ter wereld, gelet op de omvangrijke productie van de automobielindustrie in de Unie, die reeds grote hoeveelheden uit de VRC invoert. Bovendien hebben andere belangrijke markten, zoals de VS en India, handelsmaatregelen ingesteld op de invoer van aluminium wielen uit de VRC. Daarom wordt aangenomen dat de instelling van handelsmaatregelen op andere belangrijke markten waarschijnlijk zou leiden tot een verdere toename van de invoer uit de VRC in de Unie indien de huidige maatregelen zouden worden opgeheven. |
|
(103) |
Zelfs met de geldende maatregelen hield de Chinese uitvoer naar de Unie aan, waaruit bleek dat de markt van de Unie ook met maatregelen aantrekkelijk blijft voor Chinese producenten-exporteurs. De Commissie heeft het prijspeil van de Chinese uitvoer naar andere derde markten geanalyseerd aan de hand van GTA-gegevens. De gewogen gemiddelde Chinese prijs bij uitvoer naar derde landen, die 43,94 EUR bedroeg, was aanzienlijk (ongeveer 13 %) lager dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. Het is bijgevolg waarschijnlijk dat de markt van de Unie bij vervallen van de maatregelen nog aantrekkelijker zou worden voor Chinese exporteurs en dat zij bij ontbreken van rechten hun uitvoer naar de Unie zouden kunnen verhogen. |
|
(104) |
De markt van de Unie is ook aantrekkelijk omdat bepaalde wielen die in de Unie worden gebruikt, ook in de VRC worden geproduceerd met exact hetzelfde ontwerp. |
|
(105) |
Daarom heeft de Commissie op basis van de aanzienlijke overcapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie geconcludeerd dat de Chinese producenten-exporteurs de uitvoer waarschijnlijk zullen verleggen naar de Unie, tegen dumpingprijzen, indien de huidige maatregelen zouden komen te vervallen. |
4.3. Conclusie inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping
|
(106) |
Op basis van haar bevindingen met betrekking tot de voortzetting van dumping tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek en tot de waarschijnlijke ontwikkeling van de uitvoer indien de maatregelen zouden vervallen, heeft de Commissie geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat het vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer uit de VRC tot voortzetting van de dumping zal leiden. |
5. SCHADE
5.1. Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en productie in de Unie
|
(107) |
Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd het soortgelijke product door ongeveer dertig producenten in de Unie vervaardigd. Zij vormen de “bedrijfstak van de Unie” in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. |
|
(108) |
De totale productie in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd op 64,3 miljoen stuks geraamd. De Commissie heeft het cijfer vastgesteld op basis van alle beschikbare informatie met betrekking tot de bedrijfstak van de Unie, zoals het antwoord op de macro-economische vragenlijst die door de klager werd ingediend. Zoals aangegeven in overweging 12, vertegenwoordigden de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie bijna 20 % van de totale productie van het soortgelijke product door de haar bekende producenten in de Unie. |
5.2. Verbruik in de Unie
|
(109) |
De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld aan de hand van de totale verkoop door de bedrijfstak van de Unie in de Unie, plus de totale invoer in de Unie uit derde landen. De gegevens over de verkoop van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie zijn verkregen uit de klacht en gecorrigeerd aan de hand van de gegevens in de antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Voor de invoer heeft de Commissie zich gebaseerd op de Comext-databank van Eurostat. Aangezien de Comext-databank van Eurostat echter alleen het gewicht van de invoer vermeldt en niet het aantal ingevoerde stuks van aluminium wielen, moest het gewicht in aantal stuks worden omgerekend. In de klacht paste de klager de omrekeningsfactor toe die in het laatste onderzoek voor hetzelfde product werd gehanteerd (41) (d.w.z. 10,9 kg per stuk). De geldigheid van deze omrekeningsfactor werd gecontroleerd aan de hand van de antwoorden op de vragenlijsten van de Marokkaanse en de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, zoals vermeld in overweging 78 van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1221 van de Commissie (42) tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit Marokko (“het onderzoek naar de invoer van aluminium wielen uit Marokko”). Uit het onderzoek is gebleken dat het gewogen gemiddelde gewicht per stuk momenteel 11,3 kg bedraagt, aangezien de markt evolueert in de richting van grotere wieldiameters, wat tot een hoger gewicht per wiel leidt. Daarom werd deze factor gebruikt bij de vaststelling van het verbruik in de Unie per stuk. |
|
(110) |
Het aldus vastgestelde verbruik in de Unie ontwikkelde zich als volgt: Tabel 2 Verbruik in de Unie (stuks)
|
||||||||||||||||||||||
|
(111) |
Het verbruik in de Unie is in de periode 2018-2019 met 5 % en in de periode 2019-2020 met 19 % gedaald. In 2020 daalde de productie van de auto-industrie met ongeveer 4,2 miljoen voertuigen door de COVID-19-pandemie, wat een rechtstreeks effect had op de toeleveranciers, aangezien de verkoop van aluminium wielen in 2020 met 14 miljoen stuks daalde ten opzichte van 2019. De afname van de productie was bijzonder groot in het tweede kwartaal van 2020, maar in de maanden daarna herstelde de markt zich weer. Op de markt werden weer vijf miljoen wielen meer verkocht: van 59 miljoen in 2020 naar 64 miljoen tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Het verbruik bereikte echter niet het niveau van 2019, door het tekort aan de halfgeleiders die door autofabrikanten worden gebruikt. |
5.3. Invoer uit de VRC
5.3.1. Omvang en marktaandeel van de invoer uit de VRC
|
(112) |
De Commissie heeft de invoerhoeveelheid vastgesteld op basis van de Comext-databank van Eurostat. Het marktaandeel van de invoer is vastgesteld op basis van het aandeel van deze invoer in het totale verbruik in de Unie zoals uiteengezet in overweging 109. |
|
(113) |
De invoer in de Unie uit de VRC heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 3 Invoerhoeveelheid (stuks) en marktaandeel
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(114) |
De invoer van het onderzochte product uit de VRC is in de beoordelingsperiode gedaald. Het marktaandeel van de invoer uit de VRC bleef stabiel van 2018 op 2019 en daalde met 29 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Deze ontwikkeling moet evenwel worden gezien als een gevolg van de vestiging van een van de belangrijkste Chinese producenten in Marokko. |
5.3.2. Prijzen van de invoer uit de VRC
|
(115) |
De gewogen gemiddelde prijs van de invoer in de Unie uit de VRC heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 4 Gemiddelde prijs bij invoer uit de VRC
|
||||||||||||||||||||||
|
(116) |
De gemiddelde prijs bij invoer uit de VRC steeg tussen 2018 en het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek met ongeveer 4 EUR per stuk. Een deel van de verkoopprijs is echter geïndexeerd aan de hand van de aluminiumprijs op de London Metal Exchange. Aangezien de Chinese producenten-exporteurs niet meewerkten, heeft de Commissie de gewogen gemiddelde verkoopprijs die de producenten in de Unie in rekening brengen bij niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek, vergeleken met de gewogen gemiddelde prijs bij invoer van het onderzochte product uit de VRC zoals ontleend aan Eurostat, op cif-basis. |
|
(117) |
Uit de vergelijking bleek dat de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie lager was dan de aldus vastgestelde prijs bij invoer uit de VRC. |
5.3.3. Invoer uit andere derde landen dan de VRC
|
(118) |
De invoer uit andere derde landen heeft zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 5 Invoer uit andere derde landen dan de VRC
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(119) |
De invoerhoeveelheden uit andere derde landen hadden een marktaandeel van 21,4 % in 2018 en 26,0 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De omvang van deze invoer daalde in 2019 en 2020, maar herstelde zich in het tijdvak van het nieuwe onderzoek tot het niveau van 2018, waardoor het marktaandeel ervan tussen 2018 en het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek met 21 % toenam. De gemiddelde prijs van deze invoer daalde met 4 % en was hoger dan de gemiddelde prijs van de bedrijfstak van de Unie (+ 8,9 %) en hoger dan de gemiddelde prijs bij invoer uit het betrokken land (+ 2,2 %). Twee landen hebben hun marktaandeel in de beoordelingsperiode vergroot: Turkije en Marokko. De gemiddelde Turkse prijzen waren iets hoger (1,0 %) dan die van de bedrijfstak van de Unie en veel hoger (14 %) dan de gemiddelde prijs van de invoer uit Marokko. |
5.4. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
5.4.1. Algemene opmerkingen
|
(120) |
De beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie omvatte een evaluatie van alle economische indicatoren die in de beoordelingsperiode op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren. |
|
(121) |
Zoals vermeld in overweging 12, is voor de beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie gebruikgemaakt van een steekproef. |
|
(122) |
Voor de schadevaststelling maakte de Commissie onderscheid tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van aan de gegevens in het verzoek om een nieuw onderzoek getoetste gegevens in de antwoorden op de antidumpingvragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten, alsook de macro-economische gegevens die zijn verstrekt door de niet in de steekproef opgenomen producenten en de vereniging van producenten in de Unie. De gegevens hadden betrekking op alle producenten in de Unie. De Commissie heeft de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in de antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt. De gegevens hadden betrekking op de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Beide gegevensreeksen werden representatief bevonden voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(123) |
De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping. |
|
(124) |
De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde prijzen per stuk, kosten per stuk, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken. |
5.4.2. Macro-economische indicatoren
5.4.2.1. Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
(125) |
De totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 6 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(126) |
Over de gehele beoordelingsperiode bezien is de productiehoeveelheid van de bedrijfstak van de Unie met 18 % afgenomen. In de periode 2018-2019 daalde zij licht met 4 %. Door de COVID-19-pandemie nam de productiehoeveelheid in 2020 met 12,3 miljoen stuks af, waarna de productie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek weer met 4 miljoen stuks toenam. |
|
(127) |
Terwijl de productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie met 2 % daalde, maakte de bezettingsgraad tijdens de beoordelingsperiode dezelfde negatieve ontwikkeling door als de productie, met een daling van 15 %. |
5.4.2.2. Verkoophoeveelheden en marktaandeel
|
(128) |
De verkoophoeveelheden en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 7 Verkoophoeveelheden en marktaandeel
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(129) |
De verkoophoeveelheden van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie daalden in de beoordelingsperiode met 21 %. De hoeveelheden namen in de periode 2018-2019 met 3 % af en daalden vervolgens in 2020 met 12,4 miljoen stuks. Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek herstelde de verkoop zichzelf met een toename van 2,2 miljoen stuks. |
|
(130) |
Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie nam van 2018 op 2019 licht toe en daalde in 2020 en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
5.4.2.3. Werkgelegenheid en productiviteit
|
(131) |
De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 8 Werkgelegenheid en productiviteit
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(132) |
Terwijl het aantal werknemers tussen tijdens de beoordelingsperiode met 6 % afnam, daalde de productiviteit met 13 %. De daling van de productiviteit was voornamelijk toe te schrijven aan de daling van de productiehoeveelheid in de beoordelingsperiode en leidde tot hogere loonkosten per geproduceerd aluminium wiel. |
5.4.2.4. Groei
|
(133) |
Zoals toegelicht in de punten 5.4.2.1 tot en met 5.4.2.3, daalden de productiehoeveelheden en de bezettingsgraad van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode met respectievelijk 18 % en 16 %, wat leidde tot hogere vaste kosten per geproduceerd stuk en een lagere productiviteit. De totale kosten van de bedrijfstak stegen in de beoordelingsperiode met 1,7 EUR/stuk (+ 3,4 %). De gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie daalde evenwel met 3,3 EUR/stuk (–6,1 %). |
|
(134) |
Bovendien daalde de omzet op de markt van de Unie met 21 % en nam ook het marktaandeel met 5 % af tussen 2018 en het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De financiële prestaties van de bedrijfstak van de Unie zijn dus verslechterd. Zoals toegelicht in punt 4.4.3.1, kreeg de bedrijfstak te maken met hogere productiekosten en was hij niet in staat zijn verkoopprijzen dienovereenkomstig aan te passen. |
|
(135) |
De groeiperspectieven van de bedrijfstak van de Unie zijn daardoor in gevaar gekomen. |
5.4.2.5. Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping
|
(136) |
In het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd de dumping voortgezet en lag deze aanzienlijk boven de de-minimisdrempel. De gevolgen van de hoogte van de werkelijke dumpingmarges voor de bedrijfstak van de Unie waren aanzienlijk, gezien de omvang en de prijzen van de invoer uit het betrokken land. |
|
(137) |
Tijdens het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen concludeerde de Commissie dat de bedrijfstak van de Unie niet langer aanmerkelijke schade leed en zich derhalve had hersteld van de dumping uit het verleden. Bovendien heeft de Commissie in het lopende onderzoek naar de invoer uit Marokko (43) voorlopig geconcludeerd dat de invoer uit Marokko de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft berokkend tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek, en dat de invoer uit de VRC daaraan niet heeft bijgedragen. |
|
(138) |
Daarop bevestigde de Commissie dat de bedrijfstak van de Unie zich had hersteld van de eerdere invoer met dumping uit de VRC voordat de invoer met dumping uit Marokko vanaf 2019 in toenemende mate de markt van de Unie bereikte. |
5.4.3. Micro-economische indicatoren
5.4.3.1. Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden
|
(139) |
De gewogen gemiddelde verkoopprijzen per stuk van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 9 Verkoopprijzen in de Unie
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(140) |
De gemiddelde verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie daalden in de beoordelingsperiode met 6 %, hoewel de gemiddelde productiekosten tussen 2018 en het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek met 4 % stegen. De bedrijfstak van de Unie was niet in staat de verkoopprijzen te verhogen om de gestegen productiekosten te dekken. |
5.4.3.2. Loonkosten
|
(141) |
De gemiddelde loonkosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 10 Gemiddelde loonkosten per werknemer
|
||||||||||||||||||||||
|
(142) |
De gemiddelde loonkosten per werknemer van de bedrijfstak van de Unie namen in de beoordelingsperiode licht toe, met 2 %, met een lichte stijging in 2019 en een daling met 6 % in 2020, voornamelijk doordat de productie verschillende malen werd stilgelegd vanwege de COVID-19-pandemie. |
5.4.3.3. Voorraden
|
(143) |
De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 11 Voorraden
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(144) |
De voorraden namen in de beoordelingsperiode met 40 % toe. Zij daalden met 21 % in 2019 en met 12 % in 2020 en stegen in het tijdvak van het nieuwe onderzoek met 57 %. De sector aluminium wielen in de Unie werkt met meerjarige kadercontracten tussen producenten en afnemers waarin de hoeveelheden en de prijzen worden vastgesteld. Deze kadercontracten worden uitgevoerd middels aankooporders naargelang van de behoeften van de afnemer. Hierdoor kan de bedrijfstak van de Unie zijn productie en voorraden plannen. Voorraden zijn derhalve geen belangrijke indicator bij de beoordeling van de prestaties van de bedrijfstak van de Unie. |
5.4.3.4. Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken
|
(145) |
De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 12 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(146) |
De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de aldus gerealiseerde omzet. |
|
(147) |
De winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie nam van 2018 op 2019 toe van 7,5 % tot 8,2 %, maar viel vervolgens sterk terug tussen 2019 en het einde van het onderzoektijdvak, toen een verlies werd genoteerd (–1,6 %). De bedrijfstak van de Unie was niet in staat de verkoopprijzen te verhogen om de gestegen productiekosten te dekken en werd dus verliesgevend. |
|
(148) |
De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. De nettokasstroom vertoonde een dalende trend en nam tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk af met 72 %. Daarom was het voor de bedrijfstak van de Unie moeilijk om zijn activiteiten zelf te financieren, wat een verdere aanwijzing is voor zijn verslechterde financiële situatie. |
|
(149) |
Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Het ontwikkelde zich negatief, vergelijkbaar met de winstgevendheid en de nettokasstroom. Het rendement van investeringen daalde aanzienlijk tussen 2018 en het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek en werd negatief in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Daarom was de bedrijfstak van de Unie niet in staat voldoende winst te maken om zijn investeringen te dekken. De bedrijfstak van de Unie heeft zijn investeringen tijdens de beoordelingsperiode gehandhaafd, voornamelijk om aan de wettelijke voorschriften en de behoeften van de markt te voldoen, en slaagde er niet in een positief rendement op die investeringen te behalen. De negatieve ontwikkeling van het rendement van investeringen tijdens de beoordelingsperiode was nog een aanwijzing dat de algemene financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk verslechterde. |
|
(150) |
De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie waren door hun verslechterde financiële situatie minder goed in staat om kapitaal aan te trekken. De aanzienlijke daling van de winstgevendheid en van de nettokasstroom gaf aanleiding tot ernstige bezorgdheid over de liquiditeitspositie van de bedrijfstak van de Unie en zijn vermogen om kapitaal aan te trekken voor de financiering van zijn bedrijfsactiviteiten en van de nodige investeringen. |
5.4.4. Conclusie over schade
|
(151) |
Uit de ontwikkeling van de micro- en macro-economische indicatoren tijdens de beoordelingsperiode is gebleken dat de financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie verslechterde. Over het geheel genomen lieten de belangrijkste economische indicatoren in de beoordelingsperiode een neerwaartse trend zien. |
|
(152) |
Terwijl de productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie stabiel bleef, daalde de bezettingsgraad tussen 2018 en het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek met 16 %, met hogere vaste kosten per ton aluminium wielen als gevolg. De verkoophoeveelheden en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie volgden dezelfde trend en namen in de beoordelingsperiode af. |
|
(153) |
De financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie verslechterde, voornamelijk als gevolg van de gestegen productiekosten, die niet konden worden gedekt door een overeenkomstige stijging van de verkoopprijzen. |
|
(154) |
De gemiddelde verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie namen tijdens de beoordelingsperiode met 6 % af, hoewel de gemiddelde productiekosten in dezelfde periode met 9 % stegen. De bedrijfstak van de Unie leed vanaf 2020 verliezen, die in het tijdvak van het nieuwe onderzoek verder toenamen. Terwijl de netto-investeringen met 42 % daalden, werd het rendement van investeringen in de beoordelingsperiode negatief. Ook de kasstroom vertoonde een negatieve trend, wat van invloed was op het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om zijn activiteiten zelf te financieren. Het aantal werknemers daalde in dezelfde periode met 6 %; de productiviteit daalde evenwel met 13 %, wat leidde tot hogere loonkosten per geproduceerd aluminium wiel. |
|
(155) |
Zoals hierboven uiteengezet, zijn economische indicatoren zoals winstgevendheid, kasstroom en rendement van investeringen tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk verslechterd. De winstgevendheid werd negatief in 2020 en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Dit heeft negatieve gevolgen gehad voor het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om zijn activiteiten zelf te financieren, de nodige investeringen te doen en kapitaal aan te trekken, waardoor de groei van de bedrijfstak werd belemmerd en zelfs het voortbestaan ervan in gevaar kwam. Daarentegen slaagde de bedrijfstak van de Unie er ondanks de dalende trends nog steeds in een groot verkoopvolume en een aanzienlijk marktaandeel te handhaven. |
|
(156) |
De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening. |
|
(157) |
De Commissie heeft onderzocht of er een oorzakelijk verband bestond tussen de invoer uit de VRC en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade. |
|
(158) |
Zoals uiteengezet in overweging 114 daalde het volume van de uitvoer uit de VRC in de beoordelingsperiode met 29 % en had het in het tijdvak van het nieuwe onderzoek een marktaandeel van 3,4 %. De Commissie heeft in overweging 117 ook vastgesteld dat de gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC hoger was dan de gemiddelde prijs die de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek in rekening bracht. Bijgevolg heeft de Commissie geconcludeerd dat de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade niet werd veroorzaakt door de invoer uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(159) |
Tegelijkertijd heeft de Commissie in het afzonderlijke lopende onderzoek naar de invoer van aluminium wielen uit Marokko voorlopig vastgesteld dat de door de bedrijfstak van de Unie geleden aanmerkelijke schade werd veroorzaakt door laaggeprijsde invoer uit Marokko, die niet alleen de prijzen van de bedrijfstak van de Unie onderbood, maar ook de prijzen van die bedrijfstak onder druk zette en een aanzienlijke omvang had. |
|
(160) |
Derhalve heeft de Commissie verder onderzocht of herhaling van schade waarschijnlijk is indien de maatregelen komen te vervallen. |
6. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN SCHADE
|
(161) |
In overweging 156 heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek geen aanmerkelijke schade heeft geleden als gevolg van de invoer uit de VRC. Daarom heeft de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening beoordeeld of herhaling van de oorspronkelijk door de invoer met dumping uit de VRC veroorzaakte schade waarschijnlijk is, mochten de maatregelen komen te vervallen. |
|
(162) |
Om vast te stellen of herhaling van schade als oorspronkelijk veroorzaakt door de invoer met dumping uit het betrokken land waarschijnlijk is, heeft de Commissie de volgende elementen onderzocht: i) het productievolume en de reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie; ii) de waarschijnlijke prijzen bij invoer uit de VRC en het effect daarvan op de situatie van de bedrijfstak van de Unie, mochten de maatregelen komen te vervallen, en iii) het bestaan van ontwijkingspraktijken. |
6.1. Productievolume en reservecapaciteit in de VRC — aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(163) |
Zoals uiteengezet in overweging 101, is de productiecapaciteit in de VRC aanzienlijk groter dan de productievolumes en de binnenlandse vraag op de Chinese markt. Gezien de conclusies over de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, zoals beschreven in de overwegingen 104 en 105, zal die reservecapaciteit bovendien zeer waarschijnlijk grotendeels worden gebruikt voor uitvoer naar de markt van de Unie, mochten de maatregelen komen te vervallen. |
6.2. Waarschijnlijke prijzen bij invoer uit de VRC en het effect daarvan op de situatie van de bedrijfstak van de Unie mochten de maatregelen komen te vervallen
|
(164) |
Om het effect van toekomstige invoer op de situatie van de bedrijfstak van de Unie te beoordelen, overwoog de Commissie dat het prijsniveau van de Chinese uitvoer naar andere derde markten een redelijke indicator zou zijn voor de toekomstige prijzen bij uitvoer naar de markt van de Unie. |
|
(165) |
Zoals uiteengezet in de overwegingen 102 tot en met 105, heeft de Commissie de prijzen van de Chinese uitvoer naar andere derde markten geanalyseerd en vastgesteld dat die aanzienlijk (13 %) lager waren dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. Daarom blijft de markt van de Unie in termen van prijzen zeer aantrekkelijk voor Chinese producenten. |
|
(166) |
Gezien het bovenstaande zouden de producenten in de Unie, indien zij te maken krijgen met een toename van laaggeprijsde invoer uit de VRC, gedwongen zijn hun prijzen te verlagen in een poging het verkoopvolume en het marktaandeel op peil te houden. Dit zou gevolgen hebben voor de algemene winstgevendheid van de bedrijfstak, die nog verder zou verslechteren terwijl hij in het tijdvak van het nieuwe onderzoek reeds verliesgevend was (1,6 %). |
|
(167) |
Indien de bedrijfstak van de Unie daarentegen zijn huidige prijsniveau zou handhaven, zou dat vrijwel onmiddellijk negatieve gevolgen hebben voor zijn verkoop- en productievolume en zijn marktaandeel. Bovendien zou een daling van het productievolume, als gevolg van de verminderde schaalvoordelen, leiden tot een stijging van de productiekosten per stuk. Hierdoor zou de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie verder verslechteren en zouden al op korte termijn verdere verliezen ontstaan. |
|
(168) |
Met een verlies aan winstgevendheid zou de bedrijfstak van de Unie niet in staat zijn de nodige investeringen te doen. Uiteindelijk zou dit ook leiden tot een verlies van werkgelegenheid en tot een risico op sluiting van productielijnen. |
6.3. Conclusie
|
(169) |
Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat het vervallen van de maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zou leiden tot een aanzienlijke toename van de invoer met dumping uit de VRC tegen lagere prijzen dan die van de bedrijfstak van de Unie, waardoor de toch al negatieve economische situatie van de bedrijfstak van de Unie nog verder zou verslechteren. Het is zeer waarschijnlijk dat dit tot een herhaling van aanmerkelijke schade zou leiden en dat de levensvatbaarheid van de bedrijfstak van de Unie bijgevolg ernstig in gevaar zou komen. |
7. BELANG VAN DE UNIE
7.1. Belang van de bedrijfstak van de Unie
|
(170) |
Indien de invoer van aluminium wielen van oorsprong uit Marokko aan antidumpingmaatregelen wordt onderworpen, zou de invoer uit de VRC de enige resterende oorzaak van aanmerkelijke schade zijn. Indien de maatregelen ten aanzien van de VRC zouden komen te vervallen, zou de door de invoer uit dat land veroorzaakte aanmerkelijke schade derhalve weer optreden. |
|
(171) |
De antidumpingmaatregelen zullen een positief effect hebben op de producenten in de Unie, aangezien de maatregelen de bedrijfstak van de Unie zullen helpen de verkoopprijzen aan te passen om de gestegen productiekosten te dekken. Daarom zouden maatregelen de bedrijfstak van de Unie helpen om terug te keren naar een houdbare situatie waarin hij toekomstgerichte investeringen kan doen, met name om te voldoen aan de sociale en milieuvereisten. |
|
(172) |
Indien de maatregelen komen te vervallen, wordt de bedrijfstak van de Unie niet langer beschermd tegen de waarschijnlijke toename van de goedkope invoer uit de VRC, die aanmerkelijke schade zal veroorzaken. Daardoor zou zijn financiële situatie, met name wat de winstgevendheid, het rendement van investeringen en de kasstroom betreft, naar verwachting verder verslechteren. |
7.2. Belang van niet-verbonden importeurs, handelaren en gebruikers
|
(173) |
De Commissie heeft contact opgenomen met alle haar bekende niet-verbonden importeurs, handelaren en gebruikers. Geen van hen beantwoordde de vragenlijst van de Commissie. |
|
(174) |
De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen waaruit blijkt dat handhaving van de maatregelen voor de importeurs en gebruikers aanzienlijke negatieve gevolgen zou hebben die zwaarder wegen dan de positieve gevolgen van de maatregelen voor de bedrijfstak van de Unie. |
7.3. Conclusie inzake belang van de Unie
|
(175) |
Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er geen dwingende redenen zijn om aan te nemen dat handhaving van de bestaande maatregelen ten aanzien van de invoer van het betrokken product van oorsprong uit de VRC niet in het belang van de Unie zou zijn. |
8. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(176) |
Op basis van de conclusies van de Commissie betreffende de voortzetting van dumping bij uitvoer uit de VRC, de herhaling van de schade die werd veroorzaakt door de invoer met dumping uit de VRC, en het belang van de Unie, heeft de Commissie vastgesteld dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de VRC moeten worden gehandhaafd. |
|
(177) |
Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan het voornemen bestond om handhaving van de bestaande maatregelen aan te bevelen. Ook konden zij hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
|
(178) |
Indien een bedrag moet worden terugbetaald naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (44) als rentevoet de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand. |
|
(179) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op aluminium wielen voor motorvoertuigen bedoeld bij de GN-posten 8701 tot en met 8705, al dan niet met toebehoren en al dan niet met banden, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8708 70 10 en ex 8708 70 50 (Taric-codes 8708701015, 8708701050, 8708705015 en 8708705050) en van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
2. Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 genoemde product bedraagt 22,3 %.
3. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Wanneer een aangifte voor het in het vrije verkeer brengen wordt aangeboden met betrekking tot de invoer van aluminium wielen voor voertuigen bedoeld bij GN-post 8716, al dan niet met toebehoren en al dan niet met banden, en momenteel ingedeeld onder GN-code ex 8716 90 90, wordt in het desbetreffende vak van die aangifte Taric-code 8716909015 of 8716909050 ingevuld. De lidstaten stellen de Commissie maandelijks in kennis van het aantal stuks dat onder deze code is ingevoerd, en van de oorsprong ervan.
Artikel 3
Wanneer een aangifte voor het in het vrije verkeer brengen wordt aangeboden voor de in de artikelen 1 en 2 vermelde producten, wordt in het desbetreffende vak van die aangifte het aantal stuks van de ingevoerde producten vermeld.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 18 januari 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 964/2010 van de Raad van 25 oktober 2010 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 282 van 28.10.2010, blz. 1).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/109 van de Commissie van 23 januari 2017 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 18 van 24.1.2017, blz. 1).
(4) Bericht van het naderend vervallen van bepaalde antidumpingmaatregelen (PB C 47 van 10.2.2015, blz. 4).
(5) Bericht van het naderend vervallen van bepaalde antidumpingmaatregelen (PB C 29 van 20.1.2022, blz. 34).
(6) https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2575
(7) PB C 86 van 16.3.2020, blz. 6.
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/402 van de Commissie van 9 maart 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaald bladaluminium van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 83 van 10.3.2022, blz. 7); Uitvoeringsverordening (EU) 2021/546 van de Commissie van 29 maart 2021 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op aluminium extrusies van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 109 van 30.3.2021, blz. 1); Uitvoeringsverordening (EU) 2021/582 van de Commissie van 9 april 2021 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op gewalste platte aluminiumproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 124 van 12.4.2021, blz. 40); Uitvoeringsverordening (EU) 2021/983 van de Commissie van 17 juni 2021 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op aluminium converter foil van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 216 van 18.6.2021, blz. 142).
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/402, overwegingen 50, 51 en 52; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/582, overwegingen 125-131 en 185-188; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/983, overwegingen 80-86 en 140-143.
(10) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/402, overweging 39; Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1428 van de Commissie van 12 oktober 2020 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op aluminium extrusies van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 336 van 13.10.2020, blz. 8), overwegingen 98-104; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/582, overwegingen 132-137; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/983, overwegingen 87-92.
(11) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/402, overwegingen 40, 41 en 42; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/582, overwegingen 138-143; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/983, overwegingen 93-98. Het recht van overheidsinstanties om belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen te benoemen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als afspiegeling van de corresponderende eigendomsrechten, maar daarnaast vormen de cellen van de Chinese Communistische Partij (“CCP”) in ondernemingen — niet alleen in staatsondernemingen maar ook in particuliere ondernemingen — een ander kanaal door middel waarvan de staat zich in de besluitvorming van bedrijven kan mengen. Volgens het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke onderneming een CCP-organisatie in het leven worden geroepen (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP) en moet de onderneming de nodige voorwaarden scheppen voor de activiteiten van de partijorganisatie. Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. De CCP heeft haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in staatsondernemingen in elk geval sinds 2016 echter nadrukkelijk als politiek beginsel doen gelden. Ook zijn er berichten dat de CCP druk uitoefent op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid” voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen. In 2017 werd bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen particuliere ondernemingen partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben bij de zakelijke besluitvorming in de betrokken ondernemingen. Deze regels zijn van algemene toepassing in de hele Chinese economie, in alle sectoren, ook op fabrikanten van aluminium wielen en de leveranciers van de basisproducten daarvoor.
(12) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/402, overwegingen 43, 44 en 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/582, overwegingen 144-166; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/983, overwegingen 99-120.
(13) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/402, overweging 46; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/582, overwegingen 167-171; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/983, overwegingen 121-125.
(14) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/402, overweging 47; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/582, overwegingen 172 en 173; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/983, overwegingen 126 en 127.
(15) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/402, overweging 48; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/582, overwegingen 174-184; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/983, overwegingen 128-139.
(16) Werkdocument van de diensten van de Commissie, Significant distortions in the economy of the People’s Republic of China (SWD(2017) 483 final/2 van 20.12.2017), beschikbaar op: https://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2017/december/tradoc_156474.pdf
(17) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/915 van de Commissie van 4 juni 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde aluminiumfolie op rollen van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 146 van 5.6.2019, blz. 63); Uitvoeringsverordening (EU) 2021/546; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/582.
(18) OECD Trade Policy Papers, nr. 218, OECD Publishing, Parijs, beschikbaar op: http://dx.doi.org/10.1787/c82911ab-en
(19) https://www.citic.com/ar2020/en/manufacturing/auto-components/
(20) http://www.znlwheel.com/news/detail.aspx?AID=100000131158951&NodeCode=101030001
(21) http://www.zjzzgz.gov.cn/art/2018/11/8/art_1513449_29551627.html
(22) http://www.caam.org.cn/chn/42/cate_478/con_5084242.html
(23) CAAM-statuten: http://www.caam.org.cn/chn/2/cate_8/con_5223238.html
(24) Dertiende vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling van de Volksrepubliek China (2016-2020), beschikbaar op: https://en.ndrc.gov.cn/newsrelease_8232/201612/P020191101481868235378.pdf (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021).
(25) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/582, overwegingen 147-155; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/983, overwegingen 102-109.
(26) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/582, overwegingen 156, 157 en 158; Uitvoeringsverordening (EU) 2021/983, overweging 111.
(27) De volledige tekst van het plan is beschikbaar op: https://www.miit.gov.cn/zwgk/zcwj/wjfb/tz/art/2021/art_2960538d19e34c66a5eb8d01b74cbb20.html
(28) https://www.miit.gov.cn/zwgk/zcwj/wjfb/tz/art/2021/art_4ac49eddca6f43d68ed17465109b6001.html
(29) http://gxt.shandong.gov.cn/art/2021/11/18/art_15681_10296248.html https://h5.drcnet.com.cn/docview.aspx?version=integrated
(30) Zie hoofdstuk 6 van het rapport.
(31) Zie het jaarverslag 2021 van Zhejiang Wanfeng Aowei Auto Wheel, blz. 192; http://www.wfaw.com.cn/gongsigonggao/download-265.html
(32) Zie het jaarverslag 2021 van Dongfeng Motors, blz. 153: http://file.finance.sina.com.cn/211.154.219.97:9494/MRGG/CNSESH_STOCK/2022/2022-3/2022-03-31/7941734.PDF
(33) World Bank Open Data — Upper Middle Income, https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income
(34) Als het onderzochte product in geen enkel land met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau wordt geproduceerd, kan de productie van een product in dezelfde algemene categorie en/of sector als die van het onderzochte product in aanmerking worden genomen.
(35) Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33). Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde; hoe dan ook waren de betrokken invoergegevens verwaarloosbaar.
(36) https://www.ibge.gov.br/en/statistics/economic/industry-and-construction/16906-pia-enterprise-pia1.html?=&t=o-que-e
(37) http://www.edp.com.br/distribuicao-es/saiba-mais/informativos/tarifas-aplicadas-a-clientes-atendidos-em-alta-e-media-tensao-(grupo-a)
(38) https://www.globalpetrolprices.com/Brazil/
(39) http://site.sabesp.com.br/site/interna/Default.aspx?secaoId=183
(40) Bijlage D.1 bij het verzoek om een nieuw onderzoek.
(41) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/109.
(42) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1221 van de Commissie van 14 juli 2022 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit Marokko (PB L 188 van 15.7.2022, blz. 114).
(43) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1221, overweging 154.
(44) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).