21.3.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/42


BESLUIT (EU) 2023/656 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 28 februari 2023

betreffende het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2022 (ECB/2023/2)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1), en met name artikel 30,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1163/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/41) (2) dient de Europese Centrale Bank (ECB) jaarlijks binnen zes maanden na het begin van de volgende vergoedingsperiode aan elke schuldenaar van de vergoeding een vergoedingskennisgeving uit te reiken.

(2)

Krachtens artikel 5, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) worden de aan de onder toezicht staande entiteiten aan te rekenen jaarlijkse vergoedingen voor toezicht berekend op basis van de jaarlijkse kosten van de ECB. Het bedrag van de jaarlijkse kosten wordt bepaald op basis van het bedrag van de jaarlijkse uitgaven, waartoe de uitgaven behoren die de ECB in de desbetreffende vergoedingsperiode heeft gedaan, die direct of indirect verband houden met haar toezichthoudende taken.

(3)

In overeenstemming met artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41), moeten voor de berekening van de door belangrijke onder toezicht staande entiteiten en belangrijke onder toezicht staande groepen en door minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten en minder belangrijke onder toezicht staande groepen verschuldigde jaarlijkse vergoeding voor toezicht de totale kosten worden uitgesplitst op basis van de uitgaven die zijn toegerekend aan de betreffende functies die het directe toezicht uitoefenen op belangrijke onder toezicht staande entiteiten en belangrijke onder toezicht staande groepen, en die het indirecte toezicht uitoefenen op minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten en minder belangrijke onder toezicht staande groepen.

(4)

Overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) moet bij de vaststelling van de jaarlijkse kosten eveneens rekening worden gehouden met vorige vergoedingsperiodes verband houdende niet-inbare vergoedingsbedragen, met overeenkomstig artikel 14 ontvangen rentebetalingen en met overeenkomstig artikel 7, lid 3, van die verordening ontvangen of terugbetaalde bedragen, naargelang van het geval.

(5)

Overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) wordt binnen vier maanden na afloop van iedere vergoedingsperiode het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor elke categorie van onder toezicht staande groepen voor die vergoedingsperiode op de website van de ECB bekendgemaakt,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van dit besluit gelden de in Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/17) (3) en Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) neergelegde definities.

Artikel 2

Totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2022

1.   Het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2022 bedraagt 593 709 671 EUR, berekend zoals aangegeven in de bijlage.

2.   Elke categorie van onder toezicht staande entiteiten en onder toezicht staande groepen betaalt het volgende totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht:

a)

belangrijke onder toezicht staande entiteiten en belangrijke onder toezicht staande groepen: 566 725 313 EUR;

b)

minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten en minder belangrijke onder toezicht staande groepen: 26 984 358 EUR.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de vijfde dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 28 februari 2023.

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)   PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.

(2)  Verordening (EU) nr. 1163/2014 van de Europese Centrale Bank van 22 oktober 2014 betreffende een vergoeding voor toezicht (ECB/2014/41) (PB L 311 van 31.10.2014, blz. 23).

(3)  Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank van 16 april 2014 tot vaststelling van een kader voor samenwerking binnen het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme tussen de Europese Centrale Bank en nationale bevoegde autoriteiten en met nationale aangewezen autoriteiten (GTM-kaderverordening) (ECB/2014/17) (PB L 141 van 14.5.2014, blz. 1).


BIJLAGE

Berekening van het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2022

(in EUR)

 

Belangrijke onder toezicht staande entiteiten en belangrijke onder toezicht staande groepen

Minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten en minder belangrijke onder toezicht staande groepen

Totaal

Werkelijke jaarlijkse kosten voor 2022

566 839 250

26 966 687

593 805 937

Bedragen waarmee overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) rekening moet worden gehouden

 

 

 

Met vorige vergoedingsperiodes verband houdende niet-inbare vergoedingsbedragen

 

 

 

Overeenkomstig artikel 14 van de bovengenoemde verordening ontvangen rentebetalingen

– 113 936

–20 019

– 133 955

Overeenkomstig artikel 7, lid 3, van de van de bovengenoemde verordening ontvangen of terugbetaalde bedragen

 

37 690

37 690

TOTAAL

566 725 313

26 984 358

593 709 671

Totalen kunnen door afronding enigszins afwijken.