21.3.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/29


BESLUIT (GBVB) 2023/654 VAN DE RAAD

van 20 maart 2023

ter ondersteuning van de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 31, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 12 december 2003 heeft de Europese Raad de strategie van de EU ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens vastgesteld, waarvan hoofdstuk III een lijst bevat met maatregelen die in de Unie en in derde landen moeten worden genomen om een dergelijke verspreiding te bestrijden.

(2)

Op 28 april 2004 heeft de Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Vereinigde Naties (“VN-Veiligheidsraad”) (“UNSCR 1540 (2004)”) aangenomen; dit is het eerste internationale instrument dat op geïntegreerde en alomvattende wijze massavernietigingswapens, de overbrengingsmiddelen daarvoor en gerelateerde materialen behandelt. In UNSCR 1540 (2004) werden voor alle landen dwingende verplichtingen vastgelegd die erop gericht waren niet-statelijke actoren te verhinderen en af te schrikken om dergelijke wapens en daarmee verband houdend materiaal te bemachtigen. In UNSCR 1540 (2004) werden de landen ook verzocht om bij het door deze resolutie ingestelde comité van de Veiligheidsraad (het “Comité 1540”) een verslag in te dienen over de stappen die zij hebben ondernomen of van plan zijn te ondernemen om UNSCR 1540 (2004) uit te voeren.

(3)

Op 27 april 2006 heeft de VN-Veiligheidsraad Resolutie 1673 (2006) aangenomen en besloot hij dat het Comité 1540 zijn inspanningen ter bevordering van de volledige uitvoering van UNSCR 1540 (2004) moest opvoeren door middel van werkprogramma’s, outreachactiviteiten, bijstand, dialoog en samenwerking. Hij verzocht het Comité 1540 tevens om met de landen en internationale, regionale en subregionale organisaties na te gaan of ervaringen en bevindingen konden worden uitgewisseld en er programma’s beschikbaar waren die de uitvoering van UNSCR 1540 (2004) konden vergemakkelijken.

(4)

Op 20 april 2011 heeft de VN-Veiligheidsraad Resolutie 1977 (2011) aangenomen en besloot hij het mandaat van het Comité 1540 voor een periode van tien jaar, tot en met 25 april 2021, te verlengen. Hij besloot tevens dat het Comité 1540 zijn inspanningen ter bevordering van de volledige uitvoering van UNSCR 1540 (2004) door alle landen verder moest opvoeren, zich actief moest inzetten om het aanbod van en de verzoeken om bijstand op elkaar af stemmen, bijvoorbeeld door bezoeken op uitnodiging van het betrokken land, bijstandsmodellen, actieplannen en andere aan het Comité 1540 voorgelegde informatie, en vóór december 2016 een alomvattende toetsing moest verrichten van de stand van de uitvoering van Resolutie 1540 (2004).

(5)

Op 15 december 2016 heeft de VN-Veiligheidsraad unaniem Resolutie 2325 (2016) aangenomen en hechtte aldus zijn goedkeuring aan de resultaten van de in de loop van 2016 verrichte alomvattende toetsing van UNSCR 1540 (2004). De Veiligheidsraad riep alle landen op de nationale maatregelen ter uitvoering van UNSCR 1540 (2004) te versterken, en drong in dat opzicht aan op meer bijstand voor capaciteitsopbouw bij de overheid, onder meer via vrijwillige bijdragen, en op een betere samenwerking tussen belanghebbenden, het maatschappelijk middenveld en de academische wereld.

(6)

Op 30 november 2022 heeft de VN-Veiligheidsraad Resolutie 2663 (2022) aangenomen en besloot hij het mandaat van het Comité 1540 voor een periode van tien jaar, tot en met 30 november 2032, te verlengen.

(7)

De steun van de Unie voor de uitvoering van UNSCR 1540 (2004), die sinds 2006 wordt verleend via de uitvoering van Gemeenschappelijk Optredens 2006/419/CFSP (1) en 2008/368/CFSP (2) van de Raad en Besluiten 2013/391/GBVB (3) en (GBVB) 2017/809 (4) van de Raad, heeft bijgedragen tot een aanzienlijke daling van het aantal niet-rapporterende landen en van het aantal landen die hebben nagelaten de aanvullende informatie te verstrekken waar het Comité 1540 naar aanleiding van het indienen van onvolledige verslagen om had gevraagd.

(8)

Er is behoefte aan blijvende steun van de Unie voor de uitvoering van UNSCR 1540 (2004).

(9)

De Unie moet derhalve dit besluit vaststellen om de nodige steun te verlenen.

(10)

Het VN-Bureau voor ontwapeningszaken (Unoda), dat inhoudelijke en logistieke ondersteuning moet geven aan het Comité 1540 en zijn groep deskundigen, moet worden belast met de technische uitvoering van de op grond van dit besluit uit te voeren activiteiten.

(11)

Dit besluit is gebaseerd op het beginsel dat optimaal gebruik moet worden gemaakt van de ervaring die is opgedaan bij eerdere gemeenschappelijke optredens en besluiten van de Raad ter ondersteuning van de uitvoering van UNSCR 1540 (2004). Het houdt rekening met de specifieke behoeften van de landen en op maat gesneden benaderingen voor het ondersteunen van die behoeften en moedigt tevens de nationale en regionale betrokkenheid bij de activiteiten aan teneinde de duurzaamheid ervan op lange termijn te waarborgen. Dit besluit is gebaseerd op het beginsel dat in het kader van UNSCR 1540 (2004) partnerschappen tussen de Unie en derde partijen tot stand worden gebracht om synergieën en complementariteit te waarborgen en spitst zich toe op activiteiten die concrete resultaten hebben opgeleverd wat betreft het versterken van de uitvoering op nationaal niveau en het verbeteren van de bijstand, bewustmaking en betrokkenheid bij UNSCR 1540 (2004).

(12)

Het besluit moet worden uitgevoerd overeenkomstig de Financiële en Administratieve Kaderovereenkomst tussen de Commissie en de VN betreffende het beheer van financiële bijdragen van de Unie aan programma’s en projecten die onder toezicht van de VN staan,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Unie ondersteunt de volgende activiteiten die bij de maatregelen van de EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens aansluiten:

a)

thematische workshops voor vermogensopbouw en opleidingen voor maximaal vijf bijstandsverzoeken van landen;

b)

opleidingen voor regionale contactpunten;

c)

ondersteuning van de ontwikkeling van nationale actieplannen en op maat gesneden steunverlening;

d)

een virtuele conferentie inzake regionale bijstand met betrekking tot de uitvoering van UNSCR 1540 (2004);

e)

regionale outreachconferenties;

f)

kennisopbouw en -verspreiding.

Een gedetailleerde beschrijving van die activiteiten is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

1.   De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) is belast met de uitvoering van dit besluit.

2.   De technische uitvoering van de in artikel 1 bedoelde activiteiten wordt toevertrouwd aan het Unoda. Het Unoda voert die taak uit onder de verantwoordelijkheid van de hoge vertegenwoordiger. Daartoe treft de hoge vertegenwoordiger de nodige regelingen met het Unoda.

Artikel 3

1.   Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van de in artikel 1 bedoelde activiteiten bedraagt 2 368 769,46 EUR.

2.   Voor het beheer van de uitgaven die uit het in lid 1 bepaalde bedrag worden gefinancierd, gelden de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.

3.   De Commissie ziet erop toe dat de in lid 1 bedoelde uitgaven correct worden beheerd. Daartoe sluit zij de nodige overeenkomst met het Unoda. In die overeenkomst wordt bepaald dat Unoda er zorg voor moet dragen dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is in verhouding tot de omvang ervan.

4.   De Commissie streeft ernaar om de in lid 3 bedoelde overeenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden die zich daarbij voordoen en van de datum van sluiting van die overeenkomst.

Artikel 4

De hoge vertegenwoordiger brengt aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit besluit, op basis van de geregelde verslagen die worden opgesteld door Unoda. Deze verslagen vormen de basis voor de evaluatie door de Raad. De Commissie verstrekt informatie over de financiële aspecten van de in artikel 1 bedoelde activiteiten.

Artikel 5

1.   Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

2.   Dit besluit verstrijkt 36 maanden na de in artikel 3, lid 3, bedoelde datum van sluiting van de overeenkomst of op 21 september 2023, indien deze overeenkomst niet binnen die datum is gesloten.

Gedaan te Brussel, 20 maart 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

J. BORRELL FONTELLES


(1)  Gemeenschappelijk Optreden 2006/419/GBVB van de Raad van 12 juni 2006 ter ondersteuning van de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en in het kader van de uitvoering van de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 165 van 17.6.2006, blz. 30).

(2)  Gemeenschappelijk Optreden 2008/368/GBVB van de Raad van 14 mei 2008 ter ondersteuning van de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en in het kader van de uitvoering van de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 127 van 15.5.2008, blz. 78).

(3)  Besluit 2013/391/GBVB van de Raad van 22 juli 2013 ter ondersteuning van de praktische uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor (PB L 198 van 23.7.2013, blz. 40).

(4)  Besluit (GBVB) 2017/809 van de Raad van 11 mei 2017 ter ondersteuning van de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor (PB L 121 van 12.5.2017, blz. 39).


BIJLAGE

PROJECTDOCUMENT

BESLUIT VAN DE RAAD TER ONDERSTEUNING VAN DE UITVOERING VAN RESOLUTIE 1540 (2004) VAN DE VEILIGHEIDSRAAD VAN DE VERENIGDE NATIES INZAKE DE NON-PROLIFERATIE VAN MASSAVERNIETIGINGSWAPENS EN DE OVERBRENGINGSMIDDELEN DAARVOOR

HR(2023) 37

1.    ACHTERGROND

Conform de strategie van de Europese Unie van 12 december 2003 tegen de verspreiding van massavernietigingswapens, die ten doel heeft de rol van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties te bevorderen en zijn deskundigheid bij het aangaan van de uitdagingen inzake proliferatie te vergroten, heeft de Unie verder steun verleend voor de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad (“UNSCR 1540 (2004)”) en de daaropvolgende resoluties.

Het gemeenschappelijk optreden van de Raad ter ondersteuning van de uitvoering van UNSCR 1540 (2004) is uitgevoerd door het Bureau van de Verenigde Naties voor ontwapeningszaken (Unoda), dat verantwoordelijk was voor de technische uitvoering van eerdere projecten, aangezien het Bureau als opdracht had om het Comité 1540 en zijn deskundigen inhoudelijke en logistieke steun te verlenen.

2.    ALGEMEEN KADER

Dit besluit van de Raad moet dienen ter versterking van de uitvoering van UNSCR1540 (2004) en de daaropvolgende resoluties. Het Raadsbesluit zal voortbouwen op de resultaten van Besluit (GBVB) 2017/809 van de Raad en eerdere gemeenschappelijke optredens en Raadsbesluiten (1) ter ondersteuning van de uitvoering van UNSCR 1540 (2004) door Unoda in nauwe samenwerking met de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

Bij de uitvoering van het EU-Raadsbesluit zullen de volgende beginselen in acht worden genomen:

a)

optimaal gebruikmaken van de ervaring die is opgedaan via eerdere gemeenschappelijke optredens en Raadsbesluiten ter ondersteuning van de uitvoering van UNSCR 1540 (2004);

b)

rekening houden met door staten kenbaar gemaakte specifieke behoeften en ondersteuningsbenaderingen op maat;

c)

aanmoedigen van nationale en regionale ownership van de projecten om de uitvoerbaarheid ervan op lange termijn te waarborgen;

d)

opbouwen van partnerschappen tussen de Unie en derde partijen in het kader van UNSCR 1540 (2004) ten behoeve van synergie en complementariteit, en

e)

de nadruk leggen op de activiteiten waarvan is gebleken dat zij concrete resultaten opleveren wat betreft versterking van de uitvoering op nationaal niveau, verbeterde bijstand, bewustmaking van en betrokkenheid bij UNSCR 1540 (2004).

3.    DOELSTELLINGEN

Op basis van de vooruitgang die is geboekt via de eerdere Raadsbesluiten en de uitgebreide evaluatie van de stand van uitvoering van UNSCR 1540 (2004) voor 2022, tracht Unoda te blijven ijveren voor de uitvoering van UNSCR 1540 (2004) en de daaropvolgende resoluties via specifieke maatregelen die het volgende beogen: versterking van de relevante nationale en regionale inspanningen en vermogens, in de eerste plaats via capaciteitsopbouw, versterking van de capaciteit en de samenwerking tussen de contactpunten, het faciliteren van technische thematische bijstand met steun via internationale samenwerking, en bewustmaking van de bevolking.

Algemene doelstelling (verwacht effect)

De algemene doelstelling van het project is bijdragen aan de internationale vrede en veiligheid en aan de uitvoering van de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens door bij te dragen aan een betere uitvoering van UNSCR 1540 (2004) door de staten.

Specifieke doelstellingen

De specifieke doelstellingen zijn:

versterking van de relevante nationale en regionale inspanningen en vermogens ter uitvoering van UNSCR 1540, in de eerste plaats door middel van opleiding, capaciteitsopbouw en bijstandsfacilitering;

versterking van de capaciteit van de contactpunten, van de samenwerking en interactie tussen staten en het Comité van UNSCR 1540 en tussen de contactpunten onderling, om te helpen bij de uitvoering van de resolutie;

verbetering van de uitvoering van vrijwillige nationale actieplannen voor de uitvoering van UNSCR 1540 (2004) door ondersteuning van de ontwikkeling daarvan op verzoek van de staten, en vervolgens door het bieden van toegang tot ondersteuning om in hun behoeften te voorzien;

versterking van de subregionale, regionale en internationale samenwerking, om meer synergie bij de uitvoering van UNSCR 1540 (2004) te helpen creëren;

de relevante belanghebbenden, mede uit het maatschappelijk middenveld, beter bekend te maken met de uitvoering van UNSCR 1540 (2004);

de relevante belanghebbenden meer betrekken bij de internationale, regionale en nationale inspanningen ter uitvoering van UNSCR 1540 (2004);

versterking van de praktische uitvoering van de specifieke aanbevelingen naar aanleiding van de uitgebreide evaluaties van de stand van uitvoering van UNSCR 1540 (2004) in 2009, 2016 en 2022.

Verwachte resultaten

Met dit project moeten de volgende resultaten worden bereikt:

1.

versterking van de capaciteit van overheidsfunctionarissen, met inbegrip van de contactpunten, ter nakoming van de verplichtingen van UNSCR 1540 (2004);

2.

ontwikkeling van doeltreffende en realistische nationale actie- of stappenplannen ter uitvoering van de belangrijkste vereisten van Resolutie 1540 (2004) en het delen van hoe de werkelijke praktijk eruit ziet en van de geleerde lessen;

3.

verhoging van het besef van overheden en het maatschappelijk middenveld van het belang van volledige uitvoering van UNSCR 1540 (2004).

4.    ACTIVITEITEN

Activiteit 1A: Themaworkshops en -opleidingen inzake capaciteitsopbouw

Beschrijving: Er zullen themaworkshops en -opleidingen inzake capaciteitsopbouw worden georganiseerd voor maximaal vijf bijstandsverzoeken van staten, met voorrang voor staten in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, Afrika en Azië. Deze bijstand is bedoeld als aanvulling op de matchmakingfunctie van het Comité 1540 en zal zo worden opgezet dat staten extra stappen van praktische aard kunnen zetten om de verplichtingen van UNCSR 1540 (2004) op nationaal niveau na te komen.

De activiteit zal de capaciteit van overheidsfunctionarissen vergroten en de samenwerking tussen instanties versterken, hetgeen bevorderlijk zal zijn voor een betere uitvoering van UNSCR 1540 (2004) door de staten. Ook zullen internationale organisaties en partners worden uitgenodigd om opleidingen te verzorgen en bestaande wetgevingsinstrumenten en daarmee verband houdende bijstand te presenteren.

Afhankelijk van de nationale verzoeken en de verschillende contexten zullen de workshops tot doel hebben:

de deelnemers beter bekend te maken met UNSCR 1540;

een overzicht van het nationale wetgevingskader en de nationale handhavingsmaatregelen te geven om de resterende lacunes in kaart te brengen en te bevorderen dat prioriteit zal worden gegeven aan maatregelen ter verbetering van het (de) nationale wetgevingskader(s) ter nakoming van de verplichtingen van UNSCR 1540 (2004);

de geconstateerde lacunes aan te pakken en te bepalen welke de betrokken nationale entiteiten zijn en wat elk ervan moet doen, en

bijstand te verlenen die is toegesneden op de behoeften van de staten wat betreft het opbouwen van hun nationale capaciteit.

Activiteit 1B: Regionale opleiding voor contactpunten

Beschrijving: Contactpunten fungeren als schakel tussen het Comité en de regeringsfunctionarissen van de betrokken staat. Sommige contactpunten vervullen daarnaast de rol van nationale coördinator voor kwesties die verband houden met de resolutie. Uitvoering van opleidingsprogramma’s voor contactpunten in het kader van UNSCR 1540 is van cruciaal belang voor een beter begrip van de resolutie, de uitdagingen bij de uitvoering ervan, en de opbouw van de vereiste capaciteiten. Daarom zal steun worden verleend voor twee regionale/subregionale opleidingen voor door de staten aangewezen nationale contactpunten.

De contactpunten zal een grondige kennis van de resolutie worden bijgebracht, hetgeen zal leiden tot nauwere samenwerking en meer communicatie tussen staten en het Comité en tussen de contactpunten onderling. De opleidingen zullen de staten in de respectieve regio’s de gelegenheid bieden om ervaringen en benaderingen uit te wisselen.

Doel van de opleiding is:

overbrengen van gedetailleerde kennis over:

de risico’s in verband met de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor door niet-statelijke actoren;

de manier waarop UNSCR 1540 zich verhoudt tot internationale en regionale juridisch bindende instrumenten inzake ontwapening en non-proliferatie van massavernietigingswapens en andere daarmee verband houdende regelingen en organisaties;

UNSCR 1540 en de bijbehorende vervolgresoluties en de rol van de nationale contactpunten;

de werking van het Comité 1540, met inbegrip van het bijstandsmechanisme daarbij, en het belang en de methodiek van verslaglegging;

bevordering en versterking van de samenwerking tussen de contactpunten op regionaal niveau.

Activiteit 2A: Ondersteuning van de ontwikkeling van nationale actieplannen en steunverlening op maat

Beschrijving: Actieplannen gelden als belangrijk instrument in de toolkit ter ondersteuning van de uitvoering van UNSCR 1540. Zij kunnen de lidstaten helpen lacunes te evalueren, uitvoeringsmaatregelen te prioriteren, nationale belanghebbenden in kaart te brengen en de benodigde middelen alsmede de bijstandsbehoeften te beoordelen. Met behulp van actieplannen kunnen de staten aldus een gefaseerde aanpak op maat volgen voor de volledige en doeltreffende uitvoering van de resolutie.

Ten minste twee staten zullen worden ondersteund bij de ontwikkeling van vrijwillige nationale actie- of stappenplannen, met inbegrip van het vaststellen en in kaart brengen van de bijstandsbehoeften. Dergelijke thematische steun zal ten goede komen aan de capaciteit voor de uitvoering, het evalueren van de lacunes, het prioriteren van uitvoeringsmaatregelen en het beoordelen van de bijstandsbehoeften. Ook zal in dat verband steun op maat worden verleend voor het opstellen van bijstandsverzoeken of het analyseren van het bestaande nationale rechtskader, naargelang het geval, ter nakoming van de verplichtingen krachtens UNSCR 1540 (2004).

De activiteit zal de staten helpen om vrijwillige nationale actie- of stappenplannen te hanteren met duidelijke streefdoelen, tijdschema’s en taakverdelingen, waarbij ook capaciteitslacunes in kaart worden gebracht met het oog op het opstellen van bijstandsverzoeken en het opzetten van doeltreffende partnerschappen tussen staten en bijstandsverleners. Er zal bijstand op maat worden verleend voor aspecten in verband met UNSCR 1540 waaronder handhaving, nationale coördinatie en analyse van het bestaande nationale rechtskader om mogelijke lacunes in kaart te brengen die kunnen worden aangepakt door het opstellen van nieuwe of aanvullende wet- en/of regelgeving ter nakoming van de verplichtingen krachtens UNSCR 1540 (2004).

Activiteit 2B: Virtuele conferentie over regionale bijstand bij de uitvoering van UNSCR 1540 (2004)

Beschrijving: Er zal een virtuele conferentie met staten en relevante internationale, regionale en subregionale organisaties worden gehouden om het delen van ervaringen met het ontwikkelen van nationale actieplannen te bevorderen, en om kansen, geleerde lessen en doeltreffende praktijken op de door UNSCR 1540 (2004) bestreken gebieden in kaart te brengen, met inbegrip van bewustmaking van niet-rapporterende staten en opleiding over de opstelling van verslagen.

De activiteit dient ter ondersteuning van de betrokkenheid van de staten bij het ontwikkelen van nationale actieplannen, het inventariseren van de voortgang bij de uitvoering van actieplannen en UNSCR 1540, het delen van resultaten en aanbevelingen, het in kaart brengen van doeltreffende praktijken en geleerde lessen als input voor nieuwe cycli van actieplannen, en dialogen die zijn opgestart met het oog op de indiening van verslagen, voor zover van toepassing. De conferentie zal zo worden opgezet dat de deelnemers de in alle stadia geleerde lessen kunnen analyseren en in kaart kunnen brengen, met inbegrip van de formulering, uitvoering en evaluatie van actieplannen en verslagen, voor zover van toepassing. Het is de bedoeling dat in de conferentie aspecten worden behandeld met betrekking tot de reikwijdte en de structuur van de plannen, prioritering en fasering, betrokkenheid van en draagvlak bij belanghebbenden, coördinatie tussen instanties, actieplannen voor het beschikbaar stellen van middelen, en internationale bijstand.

Activiteit 3A: Regionale outreachconferenties

Beschrijving: Outreach en bewustmaking blijven van essentieel belang voor het vergroten van de kennis over en de betrokkenheid bij de uitvoering van UNSCR 1540. Er zullen twee regionale outreachconferenties worden georganiseerd om beleidsmakers en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld meer bewust te maken van het belang van de uitvoering van UNSCR 1540 (2004), mede door ondersteuning van een systematischere en nauwere betrokkenheid van vrouwen daarbij en waarborging van hun zinvolle deelname daaraan.

De activiteit zal beleidsmakers bewuster maken, de rol van het maatschappelijk middenveld versterken en bijdragen tot het aanpakken van belangrijke kwesties, het bieden van uiteenlopende perspectieven, het praktisch realiseren van de zinvolle deelname van vrouwen aan de uitvoering van UNSCR 1540 (2004) en nauwere subregionale en regionale samenwerking bij de uitvoering van de resolutie.

Activiteit 3B: Kennisopbouw en -verspreiding

Beschrijving: Er zullen twee outputproducten, met inbegrip van publicaties en thematische webinars over UNSCR 1540, worden ontwikkeld die kennis moeten genereren. Het is belangrijk ervaringen en doeltreffende praktijken te verzamelen en het is de bedoeling op de hoogte te blijven van relevante vorderingen en een beter inzicht te verschaffen in de wisselwerking tussen UNSCR 1540 (2004) en gebieden die wellicht verder onderzoek en meer dialoog en beleid vereisen.

De activiteit zal de belanghebbenden meer inzicht geven in de beste manieren waarop de verplichtingen krachtens UNSCR 1540 (2004) kunnen worden nagekomen en relevante potentiële en opkomende dreigingen kunnen worden aangepakt, naast het delen van doeltreffende praktijken ten behoeve van de werkzaamheden van het Comité.

Voor de keuze van de thema’s van de kennisproducten zal worden uitgegaan van waargenomen trends, lacunes en behoeften bij de uitvoering, waaronder die welke al waren meegenomen in de uitgebreide evaluatie voor 2022. Te denken valt bijvoorbeeld aan immateriële technologieoverdrachten, verslaglegging en wetgevingsbenaderingen.

5.    COÖRDINATIEMECHANISME EN TAAKVERDELING

Unoda zal fungeren als de uitvoerende organisatie die het project moet koppelen aan het Comité 1540 en de daaronder ressorterende deskundigengroep, en zal het initiatief nemen om activiteiten te organiseren, met gebruikmaking van het vermogen van de VN om mensen samen te brengen. Als de uitvoerende organisatie zal Unoda de communicatie met de donor stroomlijnen, coördinatievergaderingen organiseren, periodieke donorverslagen opstellen en politieke en organisatorische steun verlenen aan de uitvoeringspartners. De projectmiddelen zullen worden uitbetaald en beheerd volgens de regels en voorschriften van de Verenigde Naties.

Unoda zal samenwerken met de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) aan projecten die worden uitgevoerd in de eraan deelnemende staten, en is daarbij uit op maximale synergie vanuit de sterke aanwezigheid van de deelnemende organisaties en hun nauwe betrekkingen met de deelnemende staten, de technische deskundigheid aangaande en ervaring met het verlenen van bijstand in de regio.

De operationele vermogens van Unoda en de OVSE vullen elkaar aan. De periodieke verslaglegging zal worden gecoördineerd door Unoda: er komen jaarverslagen over de financiële en de inhoudelijke voortgang van het project. De verslagen zullen worden aangevuld met informele updates via e-mail, videoconferenties en extra ad-hocvergaderingen wanneer dat nodig is.

Unoda zal contacten onderhouden met de uitvoerende entiteiten van andere door de Europese Unie op dit gebied gefinancierde programma’s en projecten, alsook zorgen voor de coördinatie daarmee, meer bepaald wat betreft het initiatief van de EU betreffende de CBRN-kenniscentra en het P2P-programma van de Europese Commissie voor uitvoercontrole van goederen voor tweeërlei gebruik, alsmede projecten in het kader van onderstaande Raadsbesluiten:

Besluit (GBVB) 2019/97 van de Raad van 21 januari 2019 betreffende de ondersteuning van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens;

Besluit (GBVB) 2019/1296 van de Raad van 31 juli 2019 ter ondersteuning van de aanscherping van de biologische veiligheid en beveiliging in Oekraïne in overeenstemming met de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor;

Besluit (GBVB) 2019/2108 van de Raad van 9 december 2019 ter ondersteuning van de aanscherping van de biologische veiligheid en beveiliging in Latijns-Amerika in overeenstemming met de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor;

Besluit (GBVB) 2020/732 van de Raad van 2 juni 2020 ter ondersteuning van het mechanisme van de secretaris-generaal van de VN voor het onderzoeken van beweerd gebruik van chemische en biologische of toxinewapens;

Besluit (GBVB) 2021/2072 van de Raad van 25 november 2021 tot ondersteuning van de opbouw van weerbaarheid op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging door middel van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens.

Met Resolutie 1977 (2011) heeft de VN-Veiligheidsraad er bij het Comité 1540 op aangedrongen actief met staten en relevante internationale, regionale en subregionale organisaties te blijven samenwerken om het delen van ervaringen, geleerde lessen en doeltreffende praktijken op de door UNSCR 1540 (2004) bestreken gebieden te bevorderen. In dit verband heeft Unoda nauwe betrekkingen met zijn regionale centra en andere internationale en regionale organisaties onderhouden om erop toe te zien dat de lidstaten adequate steun krijgen bij hun inspanningen om de verplichtingen krachtens de resolutie volledig na te komen.

Om deze inspanningen extra kracht bij te zetten heeft Unoda regionale coördinatoren inzake UNSCR 1540 aangesteld in Addis Abeba en Bangkok. De regionale coördinatoren leggen zich toe op het opvoeren van de inspanningen van Unoda om bijstand aan staten te verlenen en te faciliteren, en nauwere samenwerking met regionale organisaties in de respectieve regio’s te bevorderen. Daarnaast zal nauwe coördinatie tussen Unoda, zijn regionale centra en partnerorganisaties ervoor zorgen dat overlappingen bij gezamenlijke inspanningen worden voorkomen, en dat kansen op synergieën ten volle worden benut.

6.    PERSONEEL

De uitvoering van dit Raadsbesluit vereist de aanwezigheid van personeel om een gecoördineerde en gestroomlijnde uitvoering van alle activiteiten te garanderen. Daarom worden de volgende functies voorgesteld:

één functionaris politieke zaken, gevestigd in New York: de Unoda-ondersteuningseenheid voor UNSCR 1540, binnen de Afdeling massavernietigingswapens, zal het voortouw nemen bij de uitvoering van het project. De functionaris politieke zaken van de eenheid zal verantwoordelijk zijn voor het programmatoezicht, de uitvoering van het project, met inbegrip van coördinatie met de OVSE, projectmonitoring en -evaluatie, verslaglegging en coördinatie van de communicatie met de donor;

één regionale coördinator, gevestigd in Addis Abeba (Ethiopië): de functionaris (een personeelslid van Unoda) zal verantwoordelijk zijn voor het verder vergroten van de bekendheid van Afrikaanse staten met de vereisten van UNSCR 1540 (2004) en met de middelen om gezamenlijke inspanningen van instanties te organiseren om hieraan op nationaal niveau te voldoen, en van het inzicht van staten in de bestaande uitvoeringscapaciteit en de bekendheid met UNSCR 1540 (2004) wat betreft de wijze waarop lacunes in de uitvoering op nationaal niveau kunnen worden aangepakt. Om dubbel werk te voorkomen, zal de regionale coördinator nauw samenwerken met, met name, de eveneens in Addis Abeba gevestigde BTWC-coördinator voor Afrika;

UNODA zal bij de aanwerving gendergelijkheid nastreven, teneinde de begunstigde landen van het project terzijde te staan, en zal deze landen aanmoedigen om vrouwen op zinvolle wijze bij alle fasen van het project te betrekken. Er wordt altijd een bijzondere inspanning geleverd om een genderperspectief te integreren en vrouwen centraal te stellen in de onderwerpen van bespreking.

7.    DUUR

De totale duur van de uitvoering van de projecten wordt op 36 maanden geraamd.

8.    ZICHTBAARHEID VAN DE EU

Unoda zal al het nodige doen om onder de aandacht te brengen dat de georganiseerde activiteiten door de Unie worden gefinancierd. Dit gebeurt conform de door de Europese Commissie opgestelde en gepubliceerde Handleiding communicatie en zichtbaarheid voor het externe optreden van de EU. Unoda zal aldus via de nodige profilering en publiciteit de bijdrage van de Unie zichtbaar maken en zodoende de rol van de Unie benadrukken, het EU-optreden transparant maken en bekendheid geven aan de redenen die aan dit besluit ten grondslag liggen, aan de steun van de Unie voor dit besluit en aan de resultaten van die steun. Materiaal dat wordt geproduceerd in het kader van de uitvoering van activiteiten die onder dit besluit vallen, zal duidelijk de vlag van de Unie dragen overeenkomstig de richtsnoeren van de Unie voor het juiste gebruik en de juiste weergave van de vlag.

9.    BEGUNSTIGDEN

De begunstigden van het project zijn VN-lidstaten.


(1)  Gemeenschappelijke Optredens 2006/419/GBVB en 2008/368/GBVB en Besluiten 2013/391/GBVB en (GBVB) 2017/809 van de Raad.