|
9.2.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 39/36 |
BESLUIT (EU) 2023/270 VAN DE RAAD
van 30 januari 2023
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeeenkomst (Cedefop)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 166, lid 4, en artikel 165, lid 4, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (“de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Op grond van artikel 98 van de EER-overeenkomst kan onder meer Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (“Protocol 31”) dat is gehecht aan de EER-overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER, worden gewijzigd. |
|
(3) |
Het is wenselijk de samenwerking van de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden door opname van Verordening (EU) 2019/128 van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(4) |
Protocol 31 moet derhalve worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2023 mogelijk te maken. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 30 januari 2023.
Voor de Raad
De voorzitter
P. KULLGREN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) 2019/128 van het Europees Parlement en de Raad van 16 januari 2019 tot oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad (PB L 30 van 31.1.2019, blz. 90).
ONTWERP
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
van …
tot wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (“de EER-overeenkomst”), en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 4, lid 6, van Protocol 31 bevorderen de overeenkomstsluitende partijen passende samenwerking tussen de bevoegde organisaties, instellingen en andere organen op hun respectieve grondgebied wanneer dit kan bijdragen tot de versterking en verbreding van de samenwerking. Dit geldt met name voor terreinen waarop het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) werkzaam is. |
|
(2) |
Het is passend de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) 2019/128 van het Europees Parlement en de Raad van 16 januari 2019 tot oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad (1). |
|
(3) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2023 mogelijk te maken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De tekst van artikel 4, lid 6, van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt vervangen door:
|
“a) |
De EVA-staten nemen met ingang van 1 januari 2023 deel aan de werkzaamheden die kunnen voortvloeien uit de volgende handeling van de Unie:
|
|
b) |
De EVA-staten dragen financieel aan de onder a) bedoelde werkzaamheden bij overeenkomstig artikel 82, lid 1, punt a), van en Protocol 32 bij de EER-overeenkomst. |
|
c) |
De EVA-staten nemen volwaardig, doch zonder stemrecht, deel aan de raad van bestuur van Cedefop. |
|
d) |
In afwijking van artikel 12, lid 2, punt a), en artikel 82, lid 3, punt a), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, kunnen onderdanen van de EVA-staten die over hun volledige burgerrechten beschikken, door de uitvoerend directeur van Cedefop in dienst worden genomen. |
|
e) |
In afwijking van artikel 12, lid 2, punt e), artikel 82, lid 3, punt e), en artikel 85, lid 3, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, worden de in artikel 129, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde talen door Cedefop ten aanzien van zijn personeel beschouwd als in artikel 55, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde talen van de Unie. |
|
f) |
Cedefop bezit rechtspersoonlijkheid. Het geniet in alle lidstaten de ruimste handelingsbevoegdheid die door de nationale wetgevingen aan rechtspersonen wordt toegekend. |
|
g) |
De EVA-staten kennen Cedefop en zijn personeelsleden gelijkwaardige voorrechten en immuniteiten toe als zijn vervat in het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie. |
|
h) |
Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is, voor de toepassing van Verordening (EU) 2021/696, eveneens van toepassing voor alle documenten van Cedefop betreffende de EVA-staten.”. |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*).
Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2023.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
(1) PB L 30 van 31.1.2019, blz. 90.
(*) [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]
Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen bij Besluit nr. …/… waarbij Verordening (EU) 2019/128 van het Europees Parlement en de Raad in de EER-overeenkomst wordt opgenomen
De partijen erkennen dat de opname van deze handeling geen afbreuk doet aan de directe toepassing van Protocol 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie op de onderdanen van de EVA-staten op het grondgebied van elk der lidstaten van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 11 van dat protocol.