23.12.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 330/139


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/2567 VAN DE COMMISSIE

van 13 oktober 2022

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274 wat betreft het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 70,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274 van de Commissie (2) bevat bepalingen ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 1308/2013 die met name betrekking hebben op het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken, op certificering, op het in- en uitslagregister, op verplichte opgaven en op meldingen.

(2)

Het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken waarin Verordening (EU) nr. 1308/2013 voorziet, is gewijzigd bij Verordening (EU) 2021/2117 van het Europees Parlement en de Raad (3) en die wijzigingen moeten worden verwerkt in de desbetreffende bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274.

(3)

De lidstaten mogen thans de oppervlakte die jaarlijks beschikbaar is voor vergunningen voor nieuwe aanplant, berekenen op basis van de totale met wijnstokken beplante oppervlakte zoals gemeten op 31 juli van het voorgaande jaar, dan wel op historische basis door uit te gaan van de totale op 31 juli 2015 werkelijk met wijnstokken beplante oppervlakte, vermeerderd met een oppervlakte die overeenstemt met de oppervlakte waarvoor aan producenten aanplantrechten waren verleend die op 1 januari 2016 beschikbaar waren voor omzetting in vergunningen. De lidstaten maken bekend welke van de twee opties voor een bepaald jaar is gekozen.

(4)

Wanneer een lidstaat besluit om op nationaal niveau een lager percentage dan het maximum van 1 % toe te passen en/of de afgifte van vergunningen op regionaal niveau te beperken, moet hij rekening houden met de aanbevelingen van erkende beroepsorganisaties die in de wijnsector actief zijn, van belanghebbende producentengroeperingen of van andere op grond van zijn wetgeving erkende beroepsorganisaties. Om de bevoegde autoriteiten de nodige tijd te geven om deze aanbevelingen mee te wegen voordat zij een definitief besluit nemen, moet het de lidstaten worden toegestaan een termijn voor de indiening van aanbevelingen vast te stellen. Omwille van de transparantie moeten de ingediende aanbevelingen openbaar worden gemaakt.

(5)

De lidstaten kunnen de in artikel 4 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274 genoemde subsidiabiliteits- en prioriteitscriteria niet alleen op nationaal, maar ook op regionaal niveau vaststellen.

(6)

Het in artikel 64, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 genoemde prioriteitscriterium omvat nu ook de instandhouding van de genetische hulpbronnen van wijnstokken. De lidstaten die het criterium van de instandhouding van genetische hulpbronnen wensen toe te passen, moeten ruim vóór de aanvraagprocedure een lijst van subsidiabele rassen opstellen en bekendmaken.

(7)

De verschuiving die in het in artikel 64, lid 2, punt f), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 genoemde prioriteitscriterium heeft plaatsgevonden van een nadruk op een mogelijke toekomstige verbetering van het concurrentievermogen van een bedrijf naar een aantoonbaar beter presteren op het gebied van kostenefficiëntie of concurrentievermogen of aanwezigheid op de markten, moet ook tot uiting komen in de desbetreffende bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274.

(8)

Het in artikel 64, lid 2, punt h), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 genoemde prioriteitscriterium is bijgewerkt in die zin dat verduidelijkt wordt dat bij gemengde bedrijven alleen de oppervlakte van de wijnbouwpercelen meetelt om te bepalen of het bedrijf beneden de drempel voor kleine en middelgrote bedrijven ligt.

(9)

Artikel 68, lid 2 bis, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 biedt de lidstaten de mogelijkheid aanplantvergunningen te verlenen voor de oppervlakte met aanplantrechten die in aanmerking kwamen voor omzetting in aanplantvergunningen, maar op 31 december 2022 nog niet zijn omgezet in vergunningen. De betrokken oppervlakten moeten aan de Commissie worden meegedeeld en het moet de lidstaten worden toegestaan deze in de jaren 2023, 2024 en 2025 geheel of gedeeltelijk toe te voegen aan de vergunningen voor nieuwe aanplant. Door de verlening van deze vergunningen over een periode van drie jaar te spreiden, kunnen de lidstaten rekening houden met de marktsituatie en kunnen zij de toename van het areaal over meerdere jaren spreiden. Daardoor kan een plotselinge piek in nieuwe aanplantingen worden vermeden; zo’n piek kan leiden tot marktfricties vanwege de inputs die nodig zijn voor de aanleg van nieuwe wijngaarden, en vanwege de ingebruikname van de nieuwe wijnstokken.

(10)

Het Verenigd Koninkrijk is geen lidstaat meer van de Unie en kan daarom niet meer worden verplicht tot de indiening van monsters voor de analytische databank van isotopische gegevens als bedoeld in artikel 39 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273 van de Commissie (4), en moet daarom worden geschrapt uit de lijst van lidstaten in deel II van bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274.

(11)

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

De maatregelen van deze verordening zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3 wordt vervangen door:

“Artikel 3

Voorafgaande besluiten inzake oppervlakten die beschikbaar worden gesteld voor nieuwe aanplant

1.   Een lidstaat die besluit de totale middels vergunningen toe te wijzen oppervlakte die beschikbaar is voor nieuwe aanplant, overeenkomstig artikel 63, leden 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 te beperken, maakt dat besluit, alsook de onderliggende redenen, uiterlijk op 1 maart van het betrokken jaar openbaar; in zijn besluit wordt ook vermeld of hij de totale voor nieuwe aanplant beschikbare oppervlakte berekent overeenkomstig artikel 63, lid 1, punt a), of artikel 63, lid 1, punt b), van die verordening.

2.   Een lidstaat kan een termijn vaststellen voor de indiening van aanbevelingen van beroepsorganisaties of belanghebbende producentengroeperingen als bedoeld in artikel 65 van Verordening (EU) nr. 1308/2013, om ervoor te zorgen dat die aanbevelingen tijdig worden gepresenteerd om te kunnen worden onderzocht voordat de betrokken lidstaat het in lid 1 bedoelde besluit neemt om de totale voor nieuwe aanplant beschikbare oppervlakte te beperken. Die aanbevelingen worden eveneens openbaar gemaakt.”.

2)

Lid 3 van artikel 4 wordt vervangen door:

“3.   Een lidstaat die de in lid 2, punt b), ii), genoemde prioriteitscriteria wil toepassen, geeft aan welke van deze criteria zullen worden toegepast en of ze op nationaal of regionaal niveau zullen worden toegepast. Een lidstaat mag ook besluiten een verschillend gewicht toe te kennen aan elk van de gekozen prioriteitscriteria. Dergelijke besluiten stellen een lidstaat in staat om voor de verlening van het aantal hectaren overeenkomstig lid 2, punt b), ii), de afzonderlijke aanvragen op nationaal of regionaal niveau te rangschikken, op basis van de mate waarin die aanvragen voldoen aan de gekozen prioriteitscriteria.”.

3)

In artikel 6, lid 3, wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:

a)

het volgende punt a bis) wordt ingevoegd:

“a bis)

prioriteitscriterium in artikel 64, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013: in voorkomend geval wordt in de aanvraag het wijnstokras vermeld dat de aanvrager op de nieuw beplante oppervlakte(n) wil telen en dat moet voorkomen op een door de bevoegde autoriteit van de lidstaat in kwestie opgestelde en openbaar gemaakte lijst van rassen die in aanmerking komen voor de instandhouding van de genetische hulpbronnen van wijnstokken en die zijn ingedeeld overeenkomstig artikel 81, lid 2, van die verordening;”;

b)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

prioriteitscriterium in artikel 64, lid 2, punt f), van Verordening (EU) nr. 1308/2013: de aanvragen bevatten informatie van economische aard waarmee het beter presteren op het gebied van kostenefficiëntie of concurrentievermogen of aanwezigheid op de markten van het bedrijf wordt aangetoond op basis van de elementen van deel F van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273;”;

c)

punt e) wordt vervangen door:

“e)

prioriteitscriterium in artikel 64, lid 2, punt h), van Verordening (EU) nr. 1308/2013: de aanvragen bevatten informatie waaruit blijkt dat de oppervlakte van de wijnbouwpercelen van het bedrijf van de aanvrager waarvoor de vrijstellingen van artikel 62, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 niet gelden, op het moment van de aanvraag voldoet aan de drempels die de lidstaten bepalen op basis van deel H van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273;”.

4)

Aan artikel 10 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

“3.   Indien een lidstaat besluit om overeenkomstig artikel 68, lid 2 bis, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 vergunningen beschikbaar te stellen boven op de in artikel 63, lid 1, van die verordening bedoelde 1 % van de totale met wijnstokken beplante oppervlakte, stelt hij de Commissie uiterlijk op 1 maart van de jaren 2023, 2024 en 2025 in kennis van de oppervlakte waarvoor die aanvullende vergunningen zijn verleend.”.

5)

Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt b) van lid 1 wordt vervangen door:

“b)

de meldingen als bedoeld in artikel 63, lid 4, en artikel 64, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en in artikel 10, lid 3, van de onderhavige verordening. Voor deze meldingen wordt gebruikgemaakt van het formulier in deel II van bijlage IV bij deze verordening;”;

b)

aan lid 2 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

“In afwijking van de eerste alinea, punt c), stellen de lidstaten de Commissie uiterlijk op 1 maart 2023 in kennis van de vergunningen die tussen 1 augustus en 31 december 2022 zijn verleend op basis van de omzetting van geldige aanplantrechten als bedoeld in artikel 10, lid 3, van deze verordening.”.

6)

Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

7)

Bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

8)

Bijlage IV wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 oktober 2022.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274 van de Commissie van 11 december 2017 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken, certificering, het in- en uitslagregister, verplichte opgaven en meldingen, en voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepasselijke controles, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/561 van de Commissie (PB L 58 van 28.2.2018, blz. 60).

(3)  Verordening (EU) 2021/2117 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten, (EU) nr. 1151/2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen, (EU) nr. 251/2014 inzake de definitie, de aanduiding, de aanbiedingsvorm, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gearomatiseerde wijnbouwproducten en (EU) nr. 228/2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 262).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273 van de Commissie van 11 december 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken, het wijnbouwkadaster, begeleidende documenten en certificering, het in- en uitslagregister, de verplichte opgaven, meldingen en de bekendmaking van meegedeelde informatie, tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepasselijke controles en sancties, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 555/2008, (EG) nr. 606/2009 en (EG) nr. 607/2009 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 436/2009 van de Commissie en Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/560 van de Commissie (PB L 58 van 28.2.2018, blz. 1).


BIJLAGE I

Deel B van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274 wordt vervangen door:

“B.   TOEWIJZING OVEREENKOMSTIG DE PRIORITEITSCRITERIA

Het gedeelte van het totale aantal voor nieuwe aanplant beschikbare hectaren dat een lidstaat besluit op nationaal of regionaal niveau toe te wijzen op basis van de gekozen prioriteitscriteria, als genoemd in artikel 4, lid 2, punt b), ii), wordt op de volgende wijze verdeeld over de afzonderlijke subsidiabele aanvragen:

a)

De lidstaten kiezen de prioriteitscriteria op nationaal of regionaal niveau; zij kunnen aan de verschillende criteria hetzelfde dan wel een verschillend gewicht toekennen. De lidstaten kunnen het aan de criteria toegekende gewicht eenvormig op nationaal niveau toepassen of afhankelijk maken van de ligging binnen het grondgebied van de lidstaat.

Wanneer de lidstaten aan alle op nationaal of regionaal niveau gekozen criteria hetzelfde gewicht toekennen, krijgt elk van die criteria de waarde één (1).

Wanneer de lidstaten aan de op nationaal of regionaal niveau gekozen criteria een verschillend gewicht toekennen, krijgt elk van die criteria een waarde tussen nul (0) en één (1), waarbij de som van alle afzonderlijke waarden steeds gelijk moet zijn aan één (1).

Indien het aan die criteria toegekende gewicht afhankelijk is van de regio op het grondgebied van de lidstaat, krijgt elk criterium per betrokken regio een individuele waarde tussen nul (0) en één (1). In dat geval moet voor elke regio de som van alle afzonderlijke gewichten die aan de gekozen criteria zijn toegekend, steeds gelijk zijn aan één (1).

b)

De lidstaten beoordelen elke afzonderlijke subsidiabele aanvraag op basis van de mate waarin de gekozen prioriteitscriteria worden nageleefd. Om te beoordelen in hoeverre elk prioriteitscriterium wordt nageleefd, stellen de lidstaten één enkele schaal op nationaal of regionaal niveau op die wordt gebruikt om voor elk criterium aan de aanvragen een bepaald aantal punten toe te kennen.

c)

De schaal omvat het voorafbepaalde aantal punten dat moet worden toegekend naargelang van de mate waarin aan elk van de criteria wordt voldaan, alsook het aantal punten dat moet worden toegekend voor elk van de verschillende onderdelen van elk specifiek criterium.

d)

De lidstaten stellen op nationaal of regionaal niveau een rangschikking op van de afzonderlijke aanvragen aan de hand van het totale aantal punten dat aan de afzonderlijke aanvragen is toegekend op basis van de naleving of de mate van naleving als bedoeld in punt b), en, in voorkomend geval, het gewicht dat aan de criteria is toegekend als bedoeld in punt a). Daartoe gebruiken zij de volgende formule:

Pt = W 1 × Pt 1 + W 2 × Pt 2 + … + W n × Pt n

Pt

=

totaal aantal punten van een specifieke afzonderlijke aanvraag

W 1, W 2 … W n

=

gewicht van criterium 1, 2, …, n

Pt 1, Pt 2…, Pt n

=

mate waarin de aanvraag voldoet aan criterium 1, 2, …, n

In gebieden waar het toegekende gewicht voor elk prioriteitscriterium nul is, krijgen alle subsidiabele aanvragen de maximumwaarde van de schaal voor wat de mate van naleving betreft.

e)

De lidstaten verlenen vergunningen aan de afzonderlijke aanvragers in de volgorde die op basis van de punt d) bedoelde rangschikking is vastgesteld, totdat de hectaren die op basis van de prioriteitscriteria moeten worden toegewezen, zijn uitgeput. Er wordt een vergunning afgegeven voor het volledige aantal door een aanvrager gevraagde hectaren vóór er een vergunning wordt verleend aan de volgende aanvrager in de rangschikking.

Indien op een bepaalde positie in de rangschikking verschillende aanvragen evenveel punten hebben zonder dat er voldoende hectaren beschikbaar zijn, worden de overgebleven hectaren verhoudingsgewijs aan die aanvragen toegewezen.

f)

Wanneer vergunningen worden verleend volgens het bepaalde in deel A en de punten a) tot en met e) van het onderhavige punt, en de limiet voor een bepaalde regio, voor een gebied dat in aanmerking komt voor een BOB of BGA, of voor een gebied zonder geografische aanduiding, is bereikt, worden geen verdere aanvragen voor die regio of dat gebied ingewilligd.”.


BIJLAGE II

Deel II van bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274 wordt vervangen door:

“DEEL II

Aantal monsters dat de lidstaten elk jaar voor de analytische databank moeten nemen overeenkomstig artikel 27, lid 3

30 in Bulgarije,

20 in Tsjechië,

200 in Duitsland,

50 in Griekenland,

200 in Spanje,

400 in Frankrijk,

30 in Kroatië,

400 in Italië,

10 in Cyprus,

4 in Luxemburg,

50 in Hongarije,

4 in Malta,

50 in Oostenrijk,

50 in Portugal,

70 in Roemenië,

20 in Slovenië,

15 in Slowakije.”.


BIJLAGE III

Bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel II wordt tabel A vervangen door:

“Tabel A

Vergunningen voor nieuwe aanplant — percentage

Lidstaat:

 

Datum van de mededeling:

 

Jaar:

 

Wijze van berekening overeenkomstig artikel 63, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013:

Op nationaal niveau toe te passen percentage:

 

Motivering voor de beperking van het percentage op nationaal niveau (indien minder dan 1 %):

 

Oppervlakte A: Totale daadwerkelijk beplante oppervlakte (ha) overeenkomstig artikel 63, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 (op 31 juli laatstleden):

 

B1: Totale daadwerkelijk beplante oppervlakte (ha) op 31 juli 2015:

 

B2: Oppervlakte (ha) met aanplantrechten die op 1 januari 2016 beschikbaar waren voor omzetting in vergunningen

 

Oppervlakte B (B1+B2) Oppervlakte overeenkomstig artikel 63, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013:

 

(Oppervlakte A of oppervlakte B vermenigvuldigd met het op nationaal niveau toegepaste percentage) = Totale oppervlakte (ha) voor nieuwe aanplant op nationaal niveau, op basis van het percentage en de referentie waartoe is besloten:

 

Totale oppervlakte (ha) die overeenkomstig artikel 7, lid 3, van deze verordening uit het voorgaande jaar is overgedragen:

 

Oppervlakte (ha) overeenkomstig artikel 68, lid 2 bis, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 (alleen voor de jaren 2023, 2024 en 2025):

 

Totale oppervlakte (ha) van de vergunningen voor de aanplant van nieuwe wijnstokken op nationaal niveau:

 

Uiterste datum voor de melding: 1 maart.”.

2)

In deel VI worden de opmerkingen onder de tabel vervangen door:

“Uiterste datum voor de melding: 1 november.

NB:Deze tabel moeten worden verstrekt voor elk wijnoogstjaar (vanaf 1 augustus van het jaar n-1 tot en met 31 juli van het jaar van de mededeling) tot en met 1 november van het jaar volgend op het einde van de in artikel 68, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde termijn of het einde van de door de lidstaat overeenkomstig artikel 10, lid 1, van de onderhavige verordening bepaalde termijn.

De mededeling voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 wordt echter uiterlijk op 1 maart 2023 gedaan.”.