8.11.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 287/50


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2022/2118 VAN DE COMMISSIE

van 13 juli 2022

tot aanvulling van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor het individuele portefeuillebeheer van leningen door crowdfundingdienstverleners en tot nadere bepaling van de elementen voor de beoordeling van het kredietrisico, de informatie betreffende elke individuele portefeuille die aan beleggers bekend moet worden gemaakt en de in verband met noodfondsen vereiste beleidsregels en procedures

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937 (1), en met name artikel 6, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij belegging in een portefeuille van leningen die door een crowdfundingdienstverlener wordt aangeboden, kiezen de beleggers niet zozeer de projecten waarin zij hun gelden zullen beleggen, maar eerder een aantal parameters en risico-indicatoren en laten zij het toewijzen van de gelden over aan de crowdfundingdienstverlener. Daarom moet de crowdfundingdienstverlener aan beleggers en aspirant-beleggers voldoende mate informatie bekendmaken, zodat die beleggers voldoende kennis kunnen hebben over de rendementen en de risico’s van de projecten en weloverwogen beslissingen kunnen nemen.

(2)

Om de informatieasymmetrie tussen crowdfundingdienstverleners en beleggers te verminderen, moeten beleggers alle relevante informatie over de samenstelling van de portefeuille ontvangen, met inbegrip van de projecten waarin hun gelden worden belegd, en de kwaliteit van de leningen waarmee deze projecten worden gefinancierd. Daardoor moeten de beleggers de prestaties en de risico’s van verschillende portefeuilles die op hetzelfde of op een ander platform worden aangeboden beter kunnen begrijpen en vergelijken.

(3)

Beleggers zijn niet alleen blootgesteld aan risico’s in verband met de projecten of de leningen waarin hun gelden zijn belegd, maar ook aan de manier waarop de crowdfundingdienstverlener de risico’s van die leningen en projecten beoordeelt en de selectie van leningen voor de portefeuille beheert. In dat verband kan het toepassen van stresstests op de portefeuille en een gevoeligheidsanalyse op de afzonderlijke lening en de afzonderlijke projecteigenaar bijzonder doeltreffend zijn om een grondige en volledige beoordeling van de beleggingen te verstrekken. Wanneer de crowdfundingdienstverlener dergelijke stresstests uitvoert, is het dan ook aan te raden om de resultaten van die analyses aan de beleggers bekend te maken.

(4)

Met het oog op effectieve transparantie moet de informatie over de gegevens die de crowdfundingdienstverlener moet opnemen in de methode voor de beoordeling van het kredietrisico op passende wijze worden bekendgemaakt. Zo zullen beleggers kunnen begrijpen of de crowdfundingdienstverlener een passende en prudente benadering heeft gevolgd bij het beoordelen van de duurzaamheid van de gefinancierde projecten, de betaalbaarheid van de leningen voor de projecteigenaren, en de samenstelling van de afzonderlijke leningen in een gestructureerde portefeuille.

(5)

Een crowdfundingdienstverlener kan een beroep doen op een speciaal noodfonds om beleggers te compenseren voor de verliezen die zij kunnen lijden wanneer de projecteigenaren hun leningen niet terugbetalen. Beleggers moet erop gewezen worden dat het bestaan van een dergelijk noodfonds op zich geen garantie biedt dat de belegging als risicoloos mag worden beschouwd en zij zullen worden vergoed bij wanbetaling van de lening die zij hebben gefinancierd, aangezien de crowdfundingdienstverlener volledige beoordelingsvrijheid heeft om over betalingen te beslissen. Met het oog op een adequate bescherming van beleggers is het van belang dat crowdfundingdienstverleners over passende beleidsregels en governanceregelingen beschikken wanneer zij rechtstreeks of via een derde-dienstverlener noodfondsen beheren.

(6)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de EBA in nauwe samenwerking met de ESMA heeft opgesteld en bij de Commissie heeft ingediend.

(7)

De EBA heeft openbare raadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd, en heeft de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (2) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen om advies verzocht.

(8)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (3) en heeft op 1 juni 2022 advies uitgebracht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van informatie die aan beleggers wordt verstrekt

1.   De crowdfundingdienstverleners zorgen ervoor dat de overeenkomstig artikel 6, leden 2 en 4, van Verordening (EU) 2020/1503 aan beleggers verstrekte informatie nauwkeurig en betrouwbaar is, en regelmatig wordt bijgewerkt.

2.   Voor de toepassing van lid 1 zorgen crowdfundingdienstverleners ervoor dat:

a)

de gegevens die worden gebruikt voor de beoordeling van de kredietwaardigheid als bedoeld in hoofdstuk II van deze verordening consistent, volledig en passend zijn;

b)

de toegepaste meettechnieken geschikt zijn voor de complexiteit en het risiconiveau van het crowdfundingproject en/of de portefeuilles, op robuuste gegeven zijn gebaseerd en periodiek worden gevalideerd, en

c)

de procedures met betrekking tot gegevensbeheer goed gedocumenteerd en betrouwbaar zijn en regelmatig worden geactualiseerd.

Artikel 2

Format van de te verstrekken informatie

1.   Voor de toepassing van hoofdstuk II is de aan beleggers verstrekte informatie eenvoudig beschikbaar in een speciale afdeling van de website van de crowdfundingdienstverlener die duidelijk kan worden onderscheiden van publicitaire mededelingen.

2.   Voor de toepassing van hoofdstuk III wordt de aan individuele beleggers verstrekte informatie over hun leningenportefeuille beschikbaar gemaakt op een beveiligde pagina van de website van de crowdfundingdienstverlener die duidelijk kan worden onderscheiden van publicitaire mededelingen.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie wordt gepresenteerd op een manier die gemakkelijk leesbaar is en wordt uitgedrukt op een wijze die en met een taalgebruik dat het begrip vergemakkelijkt. Indien gewone woorden kunnen worden gebruikt, worden technische termen vermeden en wanneer ze toch gebruikt worden, worden zij toegelicht.

HOOFDSTUK II

In de beschrijving van de methode voor het beoordelen van het kredietrisico op te nemen gegevens en de vorm daarvan

Artikel 3

Kredietrisico van individuele crowdfundingprojecten

De aan beleggers te verstrekken beschrijving van de methode voor de beoordeling van het kredietrisico van individuele crowdfundingprojecten binnen een portefeuille als bedoeld in artikel 6, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2020/1503 bevat alle volgende gegevens:

a)

de criteria en de essentiële financiële indicatoren die zijn gebruikt om de haalbaarheid en de houdbaarheid van de bedrijfsplannen van de individuele crowdfundingprojecten te bepalen;

b)

een analyse van de verwachte kasstromen van het crowdfundingproject en een beoordeling hoe zeker die verwachte kasstromen zijn op verschillende termijnen;

c)

een analyse van de kenmerken, met inbegrip van de mate van concurrentie, van de bedrijfssector waarin de projecteigenaren actief zijn;

d)

een beoordeling van de kennis, de ervaring en het vermogen van de projecteigenaar om bedrijfsactiviteiten te leiden in de specifieke sector van het project;

e)

de procedures voor het aanvaarden en erkennen van zekerheden of garanties en maatregelen ter beperking van het kredietrisico, indien van toepassing;

f)

het soort schema voor de terugbetaling van de lening en de frequentie van de aflossingstermijnen;

g)

de procedures voor de toewijzing van elke met een project geassocieerde lening aan een passende risicocategorie, als bepaald in het kader voor risicobeheer;

h)

de bron van de gegevens en het soort gegevens die zijn gebruikt voor de toepassing van de punten a) tot en met g).

Artikel 4

Kredietrisico op het niveau van de portefeuille van de belegger

1.   In de aan beleggers verstrekte beschrijving van de methode voor de beoordeling van het kredietrisico op het niveau van de portefeuille van de belegger als bedoeld in artikel 6, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2020/1503 wordt toegelicht hoe bij het samenstellen van de portefeuille rekening is gehouden met de volgende gegevens:

a)

de spreiding van leningen volgens looptijd binnen dezelfde portefeuille;

b)

de rentevoet voor elke lening van dezelfde portefeuille;

c)

het deel van de leningen in één portefeuille dat aan dezelfde projecteigenaar of aan een groep van onderling verbonden projecteigenaren wordt verstrekt;

d)

het deel van de leningen in één portefeuille dat wordt toegekend aan projecteigenaren die gevestigd of actief zijn in hetzelfde rechtsgebied of hetzelfde geografische gebied;

e)

het deel van de leningen in één portefeuille dat wordt toegekend aan projecteigenaren die in dezelfde bedrijfssector actief zijn;

f)

het deel van de leningen dat aan dezelfde risicocategorie is toegewezen;

g)

de gebruikte methode om binnen dezelfde portefeuille de correlatie van risico’s te evalueren.

2.   Voor de toepassing van lid 1, punt c), wordt onder “een groep van onderling verbonden projecteigenaren” het volgende verstaan:

a)

twee of meer natuurlijke of rechtspersonen die één risico vormen omdat een van hen direct of indirect zeggenschap heeft over een of meer andere;

b)

twee of meer natuurlijke of rechtspersonen moeten als één enkel risico worden beschouwd omdat zij zo nauw met elkaar verbonden zijn dat, indien een van hen financiële problemen zou ondervinden, de andere of alle andere ook financierings- of terugbetalingsmoeilijkheden zouden kunnen hebben.

3.   Een aanbieder van crowdfundingdiensten die reclame maakt met een specifiek percentage voor het nagestreefde rendement op belegging voor een portefeuille, maakt de procedure bekend die is gevolgd om de individuele leningen te selecteren die in de portefeuille worden opgenomen.

Artikel 5

Kredietrisico van projecteigenaren

De aan beleggers te verstrekken beschrijving van de methode voor de beoordeling van het kredietrisico van projecteigenaren als bedoeld in artikel 6, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2020/1503 bevat alle volgende gegevens:

a)

de procedures voor de kredietgoedkeurings- en monitoringprocessen;

b)

de procedures voor het bepalen van de kredietscore van de projecteigenaar, indien van toepassing;

c)

de procedures voor het gebruik van externe ratings voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van een projecteigenaar;

d)

de procedures voor het aanvaarden en erkennen van zekerheden of garanties en maatregelen ter beperking van het kredietrisico, indien van toepassing;

e)

de procedures en gegevens die worden gebruikt om de financiële geschiedenis van de projecteigenaar te beoordelen en de procedures die moeten worden gevolgd wanneer de projecteigenaar nalaat of weigert de vereiste informatie te verstrekken.

Artikel 6

Gebruik van modellen

1.   Voor de toepassing van artikel 6, lid 2, derde alinea, van Verordening (EU) 2020/1503 verstrekken crowdfundingdienstverleners adequate informatie over de modellen die zijn opgenomen in de methode die wordt gebruikt voor de kredietrisicobeoordeling van crowdfundingprojecten, voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van projecteigenaren, voor de kredietgoedkeurings- en monitoringprocessen en voor de samenstelling van portefeuilles, met inbegrip van alle volgende elementen:

a)

de bron van de gegevens die als input voor de modellen zijn gebruikt;

b)

het kader dat wordt gebruikt om de kwaliteit van de inputgegevens te waarborgen;

c)

het bestaan van passende governanceregelingen voor het opstellen en het gebruik van dergelijke modellen;

d)

het kader dat ervoor zorgt dat de kwaliteit van de modeloutput regelmatig wordt beoordeeld en gevalideerd en indien nodig wordt herzien.

2.   Indien bij de beoordeling van de kredietwaardigheid van projecteigenaren, bij de kredietgoedkeurings- en monitoringprocessen of bij de samenstelling van portefeuilles geautomatiseerde modellen worden gebruikt als onderdeel van de methode voor de kredietrisicobeoordeling van crowdfundingprojecten, verstrekken crowdfundingdienstverleners alle volgende elementen:

a)

de wijze waarop het gebruik van geautomatiseerde modellen is afgestemd op de omvang, aard en complexiteit van de soorten crowdfundingprojecten die voor de portefeuille van de belegger zijn geselecteerd;

b)

de voorwaarden voor de toepassing van geautomatiseerde besluitvorming in de processen voor de kredietgoedkeurings- en monitoringprocessen, met inbegrip van het identificeren van leningen, segmenten en limieten waarvoor geautomatiseerde besluitvorming is toegestaan.

Artikel 7

Informatie over stresstests en gevoeligheidsanalyse

Crowdfundingdienstverleners die stresstests en gevoeligheidsanalyses uitvoeren, verstrekken beleggers informatie over al het volgende:

a)

op het niveau van de afzonderlijke lening en de individuele projecteigenaar: alle gevoeligheidsanalyses die zijn uitgevoerd om rekening te houden met potentieel negatieve toekomstige markt- en idiosyncratische gebeurtenissen die relevant zijn voor het type en het doel van de lening;

b)

op het niveau van de portefeuille: de procedures en informatiesystemen voor stresstests die worden uitgevoerd om de veerkracht van de portefeuille in de economische cyclus en in verschillende scenario’s te beoordelen.

HOOFDSTUK III

Per afzonderlijke portefeuille te verstrekken informatie

Artikel 8

Berekening van de gewogen gemiddelde jaarlijkse rentevoet

1.   Voor de berekening van de gewogen gemiddelde jaarlijkse rentevoet voor leningen in een portefeuille als bedoeld in artikel 6, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2020/1503 berekenen crowdfundingdienstverleners het gemiddelde, gewogen naar het uitstaande bedrag van leningen in een portefeuille, van de jaarlijkse rentevoet van elke lening waaruit de portefeuille samengesteld.

2.   Bij de berekening van de in lid 1 bedoelde gewogen gemiddelde jaarlijkse rentevoet zorgen crowdfundingdienstverleners voor al het onderstaande:

a)

dat de noemer bestaat uit de som van het notionele bedrag van elke lening die in de portefeuille is opgenomen;

b)

dat de teller bestaat uit de som van de producten van:

i)

het notionele bedrag van elke lening;

ii)

de jaarlijkse rentevoet van elke lening in de portefeuille.

3.   Voor de toepassing van lid 2, punt b), ii), komt de jaarlijkse rentevoet overeen met een van onderstaande waarden:

a)

bij een vaste rentevoet, de jaarlijkse rentevoet zoals bepaald in de leningsovereenkomst;

b)

bij een variabele rentevoet, de rentevoet die geldt op het tijdstip van de bekendmaking van de gewogen gemiddelde jaarlijkse rentevoet, rekening houdend met een eventueel in de leningsovereenkomst vastgesteld maximum;

c)

in gevallen waarin de lening wordt opgesplitst in tranches met verschillende rentevoeten, het gewogen gemiddelde van de rentetarieven zoals vastgesteld in de leningsovereenkomst.

Artikel 9

Spreiding van leningen per risicocategorie

1.   Voor de berekening van de spreiding van leningen per risicocategorie, in absolute cijfers en als percentage, als bedoeld in artikel 6, lid 4, punt c), van Verordening (EU) 2020/1503 moeten crowdfundingdienstverleners ervoor zorgen dat elke individuele lening wordt toegewezen aan de relevante risicocategorie van het kader voor risicobeheer op basis van goed gedefinieerde criteria, als bedoeld in artikel 4, lid 4, punt f), van Verordening (EU) 2020/1503, en zoals nader bepaald overeenkomstig artikel 19, lid 7, punt d), van die verordening.

2.   Voor de toepassing van lid 1 zijn voor elke risicocategorie de volgende definities van toepassing:

a)

de spreiding van leningen per risicocategorie in absolute cijfers heeft betrekking op de som van het notionele bedrag van elke lening in dezelfde risicocategorie.

b)

de spreiding van leningen per risicocategorie, als een percentage, heeft betrekking op de verhouding tussen:

i)

de som van het notionele bedrag van elke lening in dezelfde risicocategorie;

ii)

het totale notionele bedrag van alle leningen in de portefeuille.

3.   Voor de bekendmaking van informatie aan beleggers moeten crowdfundingdienstverleners duidelijke en doeltreffende beleidsregels en procedures vaststellen om de risicocategorieën nader te bepalen.

Artikel 10

Essentiële informatie voor elke lening in de portefeuille

1.   De essentiële informatie voor elke lening waaruit een portefeuille is samengesteld, zoals bedoeld in artikel 6, lid 4, punt d), van Verordening (EU) 2020/1503, bevat alle volgende elementen:

a)

het bedrag van de lening, met inbegrip van het meest recente uitstaande saldo;

b)

de munteenheid waarin de lening is toegekend;

c)

de entiteit die verantwoordelijk is voor het beheer van de lening, met inbegrip van haar officiële naam, registratienummer en plaats van registratie, statutaire zetel en contactgegevens, en haar beheersbeleid;

d)

de identiteit van de projecteigenaar, met vermelding van zijn officiële naam, het land van oprichting en het registratienummer, het adres van zijn statutaire zetel en zijn bedrijfswebsite;

e)

de eigendomsstructuur van de projecteigenaar;

f)

het doel van de lening, door een korte beschrijving van het crowdfundingproject toe te voegen;

g)

de rentevoet of enige andere vergoeding die in de lening is vastgesteld, voor elk jaar tot het einde van de looptijd, en indien de rentevoet of enige andere vergoeding niet rechtstreeks beschikbaar is, de berekeningsmethode;

h)

de vervaldag van de lening;

i)

de relevante risicocategorie waaraan de lening is toegewezen overeenkomstig het kader voor risicobeheer als bedoeld in artikel 4, lid 4, punt f), van Verordening (EU) 2020/1503;

j)

het schema voor de terugbetaling van de hoofdsom en voor de betaling van rente op de lening;

k)

de naleving door de projecteigenaar van het termijnbetalingsschema voor de lening door vermelding van eventuele achterstallige betalingen of wanbetalingen als bedoeld in artikel 1, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/2115 van de Commissie (4);

l)

het percentage van het bedrag van het crowdfundingproject dat via de lening door de belegger wordt gefinancierd, uitgedrukt als de verhouding tussen:

i)

het notionele bedrag van de lening;

ii)

het totale notionele bedrag van het crowdfundingproject.

2.   De voor elke lening in een portefeuille verstrekte informatie vermeldt of een projecteigenaar meer dan één crowdfundingproject heeft dat via een crowdfundingdienstverlener wordt gefinancierd, en bevat alle volgende informatie:

a)

het soort aanbod en het instrument dat voor de financiering van het project wordt gebruikt;

b)

de datum van voltooiing (voorbij of verwacht);

c)

het notionele bedrag dat de projecteigenaar leent;

d)

andere relevante informatie, met inbegrip van alle andere financiële verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen.

3.   De crowdfundingdienstverlener verplicht de projecteigenaar ertoe de in lid 2 bedoelde informatie te verstrekken.

4.   De crowdfundingdienstverleners nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de overeenkomstig lid 3 verstrekte informatie nauwkeurig, betrouwbaar en actueel is.

Artikel 11

Informatie over risicobeperkende maatregelen

1.   Voor de toepassing van artikel 6, lid 4, punt e), van Verordening (EU) 2020/1503 worden onder “risicobeperkende maatregelen” technieken verstaan die door een projecteigenaar worden gebruikt om het kredietrisico in verband met een lening te beperken. Deze kunnen twee vormen aannemen:

a)

“volgestorte kredietprotectie”: een techniek van risicobeperking waarbij het aan een lening verbonden kredietrisico wordt beperkt doordat de belegger het recht heeft om, bij wanbetaling in het kader van de lening of bij andere specifieke kredietgebeurtenissen in verband met het project of de projecteigenaar, bepaalde activa of bedragen te liquideren, over te nemen, daarvan het eigendom te verwerven of te behouden, dan wel het bedrag van de lening te verlagen;

b)

“niet-volgestorte kredietprotectie”: een techniek van risicobeperking waarbij de vermindering van het aan een lening verbonden kredietrisico voortvloeit uit de verplichting van een derde om een bedrag te betalen bij wanbetaling in het kader van de lening of bij andere specifieke kredietgebeurtenissen in verband met het project of de projecteigenaar.

2.   Indien een lening gegarandeerd is door volgestorte kredietprotectie als bedoeld in lid 1, verstrekt de crowdfundingdienstverlener alle volgende informatie:

a)

het soort activa;

b)

de meest recente waardering van die activa en het bedrag of de bedragen die kunnen worden geliquideerd, overgenomen, of waarvan het eigendom kan worden verworven of behouden;

c)

de waarderingsmethode;

d)

de verhouding tussen het in punt b) bedoelde bedrag en het totale notionele bedrag van de lening, uitgedrukt als percentage.

3.   Indien een lening gegarandeerd is door niet-volgestorte kredietprotectie als bedoeld in lid 2, verstrekt de crowdfundingdienstverlener ten minste alle volgende informatie:

a)

de naam, het adres en de rechtsvorm van de derde die als protectiegever of garant optreedt;

b)

de verhouding tussen:

i)

het notionele bedrag van de lening dat door de derde wordt gedekt;

ii)

het totale notionele bedrag van de lening, uitgedrukt als percentage.

4.   Voor de toepassing van de leden 2 en 3 zorgen crowdfundingdienstverleners ervoor dat aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

dat voor elke risicobeperkende maatregel wordt beoordeeld of die maatregel in aanmerking komt en dat de waardering ervan wordt bepaald in overeenstemming met passende beleidsregels en procedures in het kader voor risicobeheer als bedoeld in artikel 4, lid 4, punt f), van Verordening (EU) 2020/1503, en zoals nader bepaald overeenkomstig artikel 19, lid 7, punt d), van die verordening;

b)

dat bij de waardering van elke risicobeperkende maatregel rekening wordt gehouden met alle vervreemdingskosten die voortvloeien uit het verkrijgen en verkopen van zekerheden.

Artikel 12

Informatie over verzuim door de projecteigenaar in het kader van kredietovereenkomsten

1.   Om te voldoen aan artikel 6, lid 4, punt f), van Verordening (EU) 2020/1503 verplichten crowdfundingdienstverleners de projecteigenaren informatie te verstrekken over verzuim dat zich tijdens de afgelopen vijf jaar in het kader van kredietovereenkomsten heeft voorgedaan.

2.   Wanneer “kredietovereenkomst” verwijst naar een overeenkomst waarbij een belegger krediet verleent aan een projecteigenaar in de vorm van een lening voor een specifiek crowdfundingproject, zijn de volgende definities van toepassing:

a)

onder “verzuim” wordt “verzuim” als gedefinieerd in artikel 1, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/2115 verstaan;

b)

onder “kredietovereenkomst” wordt een overeenkomst verstaan waarbij een belegger krediet verleent aan een projecteigenaar in de vorm van een lening voor een specifiek crowdfundingproject.

3.   De in lid 1 bedoelde informatie over verzuim wordt door de projecteigenaar aan de crowdfundingdienstverlener verstrekt bij elk van deze gebeurtenissen:

a)

bij de initiëring van de lening;

b)

onmiddellijk na een gebeurtenis waardoor verzuim ontstaat;

c)

voor de vervaldatum van de in de portefeuille opgenomen kredietovereenkomst.

4.   De crowdfundingdienstverleners nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de overeenkomstig de leden 2 en 3 verstrekte informatie nauwkeurig, betrouwbaar en actueel is.

5.   Wanneer een “kredietovereenkomst” een financieel instrument in de zin van artikel 4, lid 1, punt 50, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) is en er geen informatie over verzuim in het verleden beschikbaar is, verplichten crowdfundingdienstverleners de projecteigenaren voor de afgelopen vijf jaar alle volgende informatie te verstrekken:

a)

aantal dagen achterstand;

b)

bedrag aan achterstallige betalingen.

6.   Crowdfundingdienstverleners maken aan beleggers bekend of de in de leden 2 en 5 van dit artikel bedoelde informatie in een of meer van onderstaande vindplaatsen is opgenomen en specificeren in welke vindplaats:

a)

een verklaring op erewoord van de projecteigenaar;

b)

informatie die beschikbaar is in kredietregisters;

c)

openbare informatie, onder meer van incassobureaus of ratingbureaus;

d)

ander soort informatie.

7.   Crowdfundingdienstverleners nemen passende maatregelen om te zorgen voor alle onderstaande elementen:

a)

dat de overeenkomstig lid 5 door de projecteigenaren verstrekte informatie nauwkeurig, betrouwbaar en actueel is;

b)

dat de bekendmaking aan beleggers van de in lid 5 bedoelde informatie in overeenstemming is met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (6).

Artikel 13

Informatie over vergoedingen die de belegger, de crowdfundingdienstverlener of de projecteigenaar met betrekking tot de lening heeft betaald

De informatie over met betrekking tot de lening betaalde vergoedingen zoals bedoeld in artikel 6, lid 4, punt g), van Verordening (EU) 2020/1503 bevat alle volgende elementen:

a)

de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de vergoedingen betaalt, met opgave of die persoon de belegger, de crowdfundingdienstverlener, de projecteigenaar of een derde is;

b)

het geldbedrag van de vergoedingen;

c)

de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de vergoedingen ontvangt, met opgave of die persoon de crowdfundingdienstverlener is of, in geval van uitbesteding van operationele functies, een derde;

d)

alle diensten waarvoor vergoedingen worden betaald, met inbegrip van inschrijvingsvergoedingen, beheersvergoedingen, vergoedingen voor schuldinvorderingsprocedures en uitstapkosten;

e)

de berekeningsmethode voor de vergoedingen, met opgave of het bedrag van de provisies een percentage van het notionele bedrag van de lening of een andere variabele is, dan wel een vast bedrag;

f)

het betalingsschema van de vergoedingen.

Artikel 14

Informatie over de waardering van de lening

1.   De waardering van de lening als bedoeld in artikel 6, lid 4, punt h), weerspiegelt voor elke individuele lening het waarschijnlijke feitelijke rendement, gedefinieerd als het gedisconteerde jaarlijkse rendement op de belegging dat de belegger op een bepaalde waarderingsdatum verwacht, op basis van de meest recente beschikbare informatie.

2.   Voor de toepassing van lid 1 wordt de berekening van het waarschijnlijke feitelijke rendement gebaseerd op alle onderstaande informatie:

a)

de rentevoet of een andere vergoeding zoals bepaald in de lening;

b)

het rendement tot het einde van de looptijd;

c)

de toepassing van vergoedingen als bedoel in artikel 6, lid 4, punt g), van Verordening (EU) 2020/1503;

d)

de verwachte verzuimgraad, bepaald overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/2115;

e)

alle andere kosten die de projecteigenaar, de belegger of de crowdfundingdienstverlener met betrekking tot de lening heeft betaald.

3.   De in artikel 6, lid 4, punt h), van Verordening (EU) 2020/1503 bedoelde waardering omvat de waardering van de portefeuille waarin de lening is opgenomen, uitgedrukt als de verhouding tussen:

a)

de teller, bestaande uit de som van de producten van:

i)

het notionele bedrag van elke lening in de portefeuille;

ii)

het respectievelijke waarschijnlijke feitelijke rendement van alle leningen waaruit de portefeuille is samengesteld;

b)

de noemer, bestaande uit de som van het notionele bedrag van alle leningen waaruit de portefeuille is samengesteld

HOOFDSTUK IV

Vereiste beleidsregels, procedures en organisatorische regelingen in verband met noodfondsen

Artikel 15

Algemene vereisten

1.   Crowdfundingdienstverleners die voor hun activiteiten in verband met individueel portefeuillebeheer van leningen een noodfonds hebben opgericht en dat exploiteren, moeten beschikken over passende beleidsregels en procedures en organisatorische regelingen om ervoor te zorgen dat het noodfonds prudent wordt beheerd en zijn doelstellingen kan verwezenlijken.

2.   Voor de toepassing van lid 1 moeten de beleidsregels, procedures en organisatorische regelingen met betrekking tot het noodfonds worden goedgekeurd door het bestuursorgaan van de crowdfundingdienstverlener en moeten zij schriftelijk worden vastgelegd, worden geactualiseerd en goed worden gedocumenteerd.

Artikel 16

Organisatorische regelingen

1.   Crowdfundingdienstverleners zorgen voor een doeltreffende en transparante organisatorische en operationele structuur voor elk noodfonds waarover zij beschikken en geven daarvan een schriftelijke beschrijving.

2.   Het bestuursorgaan van crowdfundingdienstverleners ziet toe op de uitvoering van de governance- en organisatorische regelingen van het noodfonds.

3.   Voor de toepassing van lid 2 zijn alle leden van het bestuursorgaan van de crowdfundingdienstverlener:

a)

volledig op de hoogte van de juridische, organisatorische en operationele structuur van het noodfonds en zorgen zij ervoor dat die structuur in overeenstemming is met de goedgekeurde doelstellingen ervan;

b)

zich terdege bewust van de structuur, de verantwoordelijkheden en de taakverdeling binnen het noodfonds.

4.   De organisatorische structuur van het fonds belemmert het bestuursorgaan niet in zijn vermogen de uit de werking van het fonds voortvloeiende risico’s doeltreffend vast te stellen, erop toe te zien en deze te beheren.

Artikel 17

Governancebeleid

1.   Crowdfundingdienstverleners beschikken over een governancebeleid voor het beheer van het noodfonds. Dat beleid zorgt ervoor dat regelingen, processen en mechanismen voor interne governance consistent, goed geïntegreerd en passend zijn en de goede werking van het noodfonds waarborgen.

2.   Het in lid 1 bedoelde governancebeleid omvat alle volgende elementen en informatie:

a)

het doel van het noodfonds;

b)

de rechtsvorm en de operationele structuur van het noodfonds, met opgave of het wordt geëxploiteerd door de crowdfundingdienstverlener zelf of door een derde;

c)

de looptijd van het noodfonds, ook indien het fonds een onbeperkte looptijd heeft.

3.   Indien het noodfonds wordt geëxploiteerd door een derde, bevat het in lid 1 bedoelde governancebeleid alle volgende informatie:

a)

de samenstelling van het bestuursorgaan van het noodfonds;

b)

de verantwoordelijkheden en de taken van het bestuursorgaan van het noodfonds;

c)

een beschrijving van de bevoegdheden en de vaardigheden van elke lid van het bestuursorgaan van het noodfonds;

d)

de frequentie van de vergaderingen van het bestuursorgaan van het noodfonds;

e)

de wederzijdse rapportageverplichtingen van het bestuursorgaan van het noodfonds en het bestuursorgaan van de crowdfundingdienstverlener;

f)

de verantwoordelijkheden voor de documentatie, het beheer en de controle van de uitbestedingsregelingen;

g)

de identificatie van een of meer leidinggevenden die rechtstreeks verantwoording afleggen aan het bestuursorgaan van de crowdfundingdienstverlener en verantwoordelijk zijn voor het beheer van en het toezicht op de risico’s van de uitbestedingsregelingen, met inbegrip van de desbetreffende documentatie.

Artikel 18

Financieringsbeleid

1.   Crowdfundingdienstverleners beschikken over een financieringsbeleid om te bepalen hoe het noodfonds wordt gefinancierd en hoe de opbrengsten worden beheerd.

2.   Voor de toepassing van lid 1 bevat het in lid 1 bedoelde financieringsbeleid alle volgende elementen en informatie:

a)

elke initiële bijdrage van de crowdfundingdienstverlener aan het noodfonds;

b)

het soort vergoedingen dat wordt opgehaald voor het opbouwen van het noodfonds;

c)

de criteria die de noodfondsbeheerder in aanmerking neemt bij beslissingen over het soort vergoedingen dat moet worden geïnd;

d)

de criteria die de noodfondsbeheerder in aanmerking neemt bij beslissingen over het bedrag van de vergoedingen die voor elke lening moeten worden geïnd;

e)

het besluitvormingsproces om het bedrag en de aard van de te innen vergoedingen te bepalen;

f)

de door het noodfonds aangenomen beleggingsstrategie voor belegging van de gelden onder beheer;

g)

de juridische eigendom van de gelden;

h)

hoe de gelden worden ontbonden wanneer het noodfonds op vervaldag komt;

i)

hoe de gelden worden gescheiden van andere activa die eigendom zijn van de crowdfundingdienstverlener;

j)

een beschrijving van wat er met het in het noodfonds gestorte geld gebeurt in het geval van insolventie van de noodfondsbeheerder.

Artikel 19

Uitkeringsbeleid

De crowdfundingdienstverleners beschikt over een beleid om te bepalen hoe alle volgende elementen in aanmerking worden genomen bij de beslissing om over te gaan tot uitkering uit het noodfonds aan de beleggers:

a)

het geactualiseerde beschikbare saldo van het fonds;

b)

het deel van de leningen in een bepaalde portefeuille waarbij sprake is van verzuim;

c)

de rentevoeten en de looptijden van de leningen in een portefeuille waarbij sprake is van verzuim;

d)

de procedure die moet worden gevolgd om te besluiten of een discretionaire betaling uit het noodfonds wordt verricht;

e)

de omstandigheden waaronder het noodfonds kan worden geactiveerd voor de uitbetaling;

f)

de criteria die in aanmerking moeten worden genomen in het geval van concurrerende of gelijktijdige vorderingen van beleggers op dezelfde leningen met verzuim.

Artikel 20

Bedrijfscontinuïteitsbeleid

Crowdfundingdienstverleners stellen een solide bedrijfscontinuïteitsbeleid voor het noodfonds vast om ervoor te zorgen dat het permanent kan functioneren en om mogelijke verliezen in geval van tijdelijke of definitieve uitval te beperken.

Artikel 21

Transparantie en bekendmaking aan beleggers

1.   Het bestuursorgaan van de crowdfundingdienstverlener verstrekt zijn personeel op een duidelijke en consistente wijze informatie en bijwerkingen daarvan over de beleidsregels en procedures van het noodfonds, ten minste in de mate die nodig is om de taken van het noodfonds uit te voeren.

2.   De beleidsregels, procedures en organisatorische regelingen waarover crowdfundingdienstverleners in overeenstemming met artikel 6, lid 7, punt c), van Verordening (EU) 2020/1503 moeten beschikken, worden consistent weerspiegeld in het in artikel 6, lid 5, punt b), van die verordening bedoelde beleid van het noodfonds.

Artikel 22

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 juli 2022.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 347 van 20.10.2020, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

(3)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/2115 van 13 juli 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de methode voor het berekenen van de verzuimgraad van op crowdfundingplatformen aangeboden leningen (Zie bladzijde 33 van dit Publicatieblad).

(5)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).