|
19.8.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 216/20 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/1410 VAN DE COMMISSIE
van 18 augustus 2022
tot inkorting van de termijn voor voorafgaande kennisgeving vóór aankomst in de haven voor vissersvaartuigen van de Unie met een lengte over alles van 12 m of meer die betrokken zijn bij visserij op bestanden die onder de Verordeningen (EU) 2019/472 en (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad vallen en die in Spaanse havens aanlanden
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name artikel 17, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moeten kapiteins van vissersvaartuigen van de Unie met een lengte over alles van 12 m of meer die betrokken zijn bij de visserij op onder een meerjarenplan vallende bestanden en die verplicht zijn elektronisch visserijlogboekgegevens vast te leggen, eveneens de bevoegde autoriteiten van hun vlaggenlidstaat ten minste vier uur vóór het geplande tijdstip van aankomst in de haven in kennis stellen van hun voornemen vangsten aan te landen. |
|
(2) |
Op 28 mei 2021 heeft Spanje verzocht de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1188/2013 van de Commissie (2) vastgestelde verkorte kennisgevingstermijn uit te breiden tot alle vissersvaartuigen van de Unie die betrokken zijn bij de visserij op onder de Verordeningen (EU) 2019/472 (3) en (EU) 2019/1022 (4) van het Europees Parlement en de Raad vallende bestanden in de Cantabrische Zee, de Golf van Cádiz en het westelijke deel van de Middellandse Zee, en die vangsten aanlanden in Spaanse havens. |
|
(3) |
Uit de door Spanje verstrekte ruimtelijke gegevens ter ondersteuning van dat verzoek blijkt dat de desbetreffende vloten die de vlag van Spanje voeren, doorgaans actief zijn in visgronden die zich op minder dan vier uur afstand van hun aanlandingshavens bevinden. Bovendien liggen die aanlandingshavens op minder dan tweeënhalf uur afstand van de kantoren van de Spaanse controleautoriteiten. Als de betrokken vaartuigen voor een aanlandingsinspectie worden geselecteerd, volstaat een voorafgaande kennisgevingstermijn van ten minste tweeënhalf uur dus om de betrokken Spaanse controleautoriteiten in staat te stellen de aanlandingshaven op tijd te bereiken om de desbetreffende inspectie te verrichten. |
|
(4) |
Omwille van de gelijke behandeling dient dezelfde verkorte termijn voor voorafgaande kennisgeving van toepassing te zijn op vissersvaartuigen van de Unie die willen aanlanden in een Spaanse haven en voldoen aan de voorwaarden van deze verordening. |
|
(5) |
Daarom moet aan de betrokken vissersvaartuigen van de Unie het recht worden verleend om voorafgaande kennisgevingen in te dienen tot tweeënhalf uur vóór de verwachte aankomst in een Spaanse haven. |
|
(6) |
Spanje moet de gevolgen van de in deze verordening vervatte verkorte termijn voor voorafgaande kennisgeving beoordelen om ervoor te zorgen dat die op passende wijze wordt geëvalueerd en een verslag indienen bij de Commissie. |
|
(7) |
Aangezien het toepassingsgebied van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1188/2013 overlapt met dat van de onderhavige verordening, moet die uitvoeringsverordening worden ingetrokken. |
|
(8) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 bepaalde minimumtermijn voor voorafgaande kennisgeving wordt ingekort tot tweeënhalf uur voor de kapiteins van vissersvaartuigen van de Unie met een lengte over alles van 12 m of meer die aan elk van volgende voorwaarden voldoen:
|
a) |
zij vissen op bestanden die vallen onder de meerjarenplannen die zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EU) 2019/472 en (EU) 2019/1022; |
|
b) |
zij zijn uitsluitend actief op visgronden vanwaaruit zij binnen minder dan vier uur tijd de aanlandingshaven kunnen bereiken; |
|
c) |
zij landen hun vangsten aan in Spaanse havens. |
Artikel 2
Spanje dient uiterlijk op 26 augustus 2024 bij de Commissie een verslag in betreffende de uitvoering van deze verordening.
Dat verslag bevat een analyse van de eventuele gevolgen van de in artikel 1 vastgestelde verkorte termijn voor voorafgaande kennisgeving voor het vermogen van de Spaanse autoriteiten voor visserijcontrole om doeltreffend toezicht te houden op de visserijactiviteiten van de vaartuigen waarvoor die verkorte termijn voor voorafgaande kennisgeving geldt.
Artikel 3
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1188/2013 wordt ingetrokken.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 18 augustus 2022.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Virginijus SINKEVIČIUS
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1188/2013 van de Commissie van 21 november 2013 tot inkorting van termijn voor de aan de aankomst in de haven voorafgaande kennisgeving voor EU-vaartuigen die in de Cantabrische Zee en ten westen van het Iberisch Schiereiland op bestanden van zuidelijke heek en langoustines vissen en in Spaanse havens aanlanden (PB L 313 van 22.11.2013, blz. 47).
(3) Verordening (EU) 2019/472 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een meerjarenplan voor bestanden die worden gevangen in de westelijke wateren en daaraan grenzende wateren en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren, tot wijziging van Verordeningen (EU) 2016/1139 en (EU) 2018/973, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007 en (EG) nr. 1300/2008 van de Raad (PB L 83 van 25.3.2019, blz. 1).
(4) Verordening (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de visserijen die demersale bestanden exploiteren in het westelijke deel van de Middellandse Zee en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 1).