|
17.6.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 162/13 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/932 VAN DE COMMISSIE
van 9 juni 2022
betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles wat verontreinigingen in levensmiddelen betreft, specifieke aanvullende inhoud van meerjarige nationale controleplannen en specifieke aanvullende regelingen voor de opstelling daarvan
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (1), en met name artikel 19, lid 3, punt a) en punt b),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2017/625 bevat regels voor de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten om de naleving van de Uniewetgeving op het gebied van levensmiddelen en voedselveiligheid te controleren. In artikel 109 van die verordening is bepaald dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de officiële controles door de bevoegde autoriteiten worden verricht op basis van een meerjarig nationaal controleplan (MNCP). Verordening (EU) 2017/625 bevat daarnaast specifieke voorschriften betreffende de algemene inhoud van het MNCP, verplicht de lidstaten om in hun MNCP in officiële controles op contaminanten in levensmiddelen te voorzien en verleent de Commissie in dit verband de bevoegdheid om specifieke aanvullende inhoud van het MNCP en specifieke aanvullende regelingen voor de opstelling ervan vast te stellen, alsmede een eenvormige minimale frequentie van officiële controles, rekening houdend met de gevaren en risico’s in verband met de stoffen als bedoeld in artikel 19, lid 1, van die verordening. |
|
(2) |
Bij Verordening (EU) 2017/625 is Richtlijn 96/23/EG van de Raad (2) ingetrokken, die voorzag in controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen, waaronder verontreinigingen, in levende dieren en producten van dierlijke oorsprong en die specifieke voorschriften bevatte voor de plannen van de lidstaten voor het toezicht op de opsporing van binnen het toepassingsgebied van die richtlijn vallende residuen of stoffen. Verordening (EU) 2017/625 omvat echter niet alle maatregelen van die richtlijn of van de door de Commissie op basis daarvan vastgestelde handelingen. Met het oog op een soepele overgang is derhalve bij Verordening (EU) 2017/625 bepaald dat bevoegde autoriteiten de officiële controles overeenkomstig de bijlagen bij Richtlijn 96/23/EG tot en met 14 december 2022 of tot de datum van toepassing van de door de Commissie vast te stellen overeenkomstige voorschriften moesten blijven uitvoeren. Deze verordening en Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/931 van de Commissie (3) zijn daarom gericht op het waarborgen van de continuïteit van de regels van Richtlijn 96/23/EG betreffende de inhoud van het MNCP en de opstelling daarvan alsook de minimale frequentie van officiële controles wat verontreinigingen in levensmiddelen betreft, binnen het kader van Verordening (EU) 2017/625. |
|
(3) |
In het licht van de in artikel 47 van Verordening (EU) 2017/625 vastgestelde specifieke bepalingen voor officiële controles van levensmiddelen van dierlijke oorsprong die uit derde landen in de Unie worden binnengebracht, moeten de lidstaten worden verplicht om twee verschillende plannen voor de controle op contaminanten in levensmiddelen in hun MNCP’s op te nemen, één voor dergelijke levensmiddelen van dierlijke oorsprong die de Unie worden binnengebracht en één voor alle andere levensmiddelen die in de Unie in de handel worden gebracht. |
|
(4) |
Het plan voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong die in de Unie worden binnengebracht, moet de officiële controles omvatten van al dit soort levensmiddelen die bestemd zijn om in de Unie in de handel te worden gebracht, maar ook officiële controles van visserijproducten die moeten worden uitgevoerd op vaartuigen wanneer deze een haven in een lidstaat aandoen, overeenkomstig artikel 68 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 van de Commissie (4), aangezien die vaartuigen, ongeacht welke vlag zij voeren, als vergelijkbaar met grenscontrolepunten moeten worden beschouwd. |
|
(5) |
Het plan voor levensmiddelen die in de Unie in de handel worden gebracht, moet betrekking hebben op alle andere levensmiddelen, namelijk de binnenlandse voedselproductie van elke lidstaat, levensmiddelen die uit andere lidstaten worden binnengebracht en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong die in de Unie worden binnengebracht. Het moet ook betrekking hebben op samengestelde producten in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/625 van de Commissie (5), zelfs als die producten de Unie worden binnengebracht vanuit derde landen, aangezien sommige van die producten niet hoeven te worden gecontroleerd aan grenscontrolepunten overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625. |
|
(6) |
Naast de voorschriften voor de combinaties van contaminanten of groepen contaminanten en groepen producten voor de door de lidstaten te nemen monsters en de te gebruiken bemonsteringsstrategie, met inbegrip van de criteria die zij moeten hanteren voor het bepalen van de inhoud van hun plannen en de uitvoering van de daarmee verband houdende officiële controles zoals die zijn vastgesteld bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/931, moeten in deze verordening voor elk van de plannen minimale controlefrequenties worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat in de hele Unie op alle producten ten minste tot op zekere hoogte controles worden uitgevoerd. In het belang van de evenredigheid moeten deze minimale frequenties van de controles per jaar, afhankelijk van de producten, op basis van de productiegegevens van de lidstaten en de bevolkingsomvang van de lidstaten worden vastgesteld, maar met een redelijk minimumaantal en aan de hand van het aantal ingevoerde zendingen. Om dezelfde reden, en met name om buitensporige lasten en kosten te voorkomen, is het passend de lidstaten toe te staan om op bepaalde combinaties van contaminanten en producten geen officiële controles uit te voeren, mits de MNCP’s deze keuze rechtvaardigen. Wat, met name, ingevoerde zendingen betreft, mogen levensmiddelen die worden ingevoerd uit derde landen die in de lijst in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2129 van de Commissie (6) zijn opgenomen, en waarmee de Unie overeenkomsten inzake gelijkwaardigheid met betrekking tot materiële controles heeft gesloten, niet op het aantal ingevoerde zendingen in mindering worden gebracht, aangezien de lidstaten hun controles met een frequentie zoals die in die overeenkomsten is bepaald, moeten uitvoeren. |
|
(7) |
Om te zorgen voor een uitgebreide inhoud van de MNCP’s wat de aanwezigheid van contaminanten in levensmiddelen betreft, moet worden bepaald welke informatie de lidstaten in hun MNCP’s moeten opnemen over de keuzes die zij in hun plannen hebben gemaakt. |
|
(8) |
Om te zorgen voor een uniforme uitvoering van deze verordening moeten de lidstaten worden verplicht om hun controleplannen jaarlijks bij de Commissie ter evaluatie in te dienen en in een procedure voor die evaluatie te voorzien. |
|
(9) |
De gegevens die de lidstaten in het kader van officiële controles op de aanwezigheid van contaminanten in levensmiddelen verzamelen, moeten ook aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) worden toegezonden overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (7). Om de monitoring van recente gegevens mogelijk te maken, moeten alle lidstaten regelmatig en voor dezelfde datum gegevens indienen. |
|
(10) |
Artikel 150, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 voorziet in een overgangsperiode waarin de lidstaten tot en met 14 december 2022 officiële controles overeenkomstig Richtlijn 96/23/EG moeten verrichten. In artikel 19, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 is bepaald dat officiële controles om de naleving van de regels inzake levensmiddelen en voedselveiligheid alsook diervoeders en de veiligheid van diervoeders te verifiëren, officiële controles moeten omvatten op relevante stoffen, met inbegrip van stoffen die worden gebruikt in materialen die met levensmiddelen in contact komen, contaminanten, niet-toegelaten, verboden en onwenselijke stoffen waarvan het gebruik bij of aanwezigheid op gewassen of dieren of tijdens de productie of verwerking van levensmiddelen of diervoeders tot gevolg kan hebben dat residuen van die stoffen in levensmiddelen of diervoeders terechtkomen. Aangezien de laatste door de lidstaten uit hoofde van Richtlijn 96/23/EG vastgestelde monitoringplannen voor het jaar 2022 gelden, en dus ook na 14 december 2022 van toepassing zijn, moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2023. |
|
(11) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Bij deze verordening worden uniforme praktische regelingen vastgesteld voor de uitvoering van officiële controles op de aanwezigheid van contaminanten in levensmiddelen, met betrekking tot:
|
a) |
de eenvormige minimale frequentie van deze officiële controles per jaar, en |
|
b) |
specifieke regelingen en specifieke inhoud voor de MNCP’s van de lidstaten, in aanvulling op hetgeen is vastgesteld in artikel 110 van Verordening (EU) 2017/625. |
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad (8), Verordening (EG) nr. 178/2002, Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad (9), Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad (10), Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad (11), Aanbeveling 2013/165/EU van de Commissie (12), Verordening (EU) 2017/644 van de Commissie (13) en Verordening (EU) 2017/2158 van de Commissie (14).
HOOFDSTUK II
INHOUD VAN HET MNCP
Artikel 3
Algemene bepalingen
De lidstaten zorgen ervoor dat het deel van het MNCP dat betrekking heeft op de uitvoering van officiële controles op de aanwezigheid van contaminanten in levensmiddelen, het volgende omvat:
|
a) |
een “controleplan voor levensmiddelen die in de Unie in de handel worden gebracht”, zoals bedoeld in artikel 4, en |
|
b) |
een “controleplan voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong die in de Unie worden binnengebracht” als bedoeld in artikel 5. |
Artikel 4
Controleplan voor levensmiddelen die in de Unie in de handel worden gebracht
1. De lidstaten stellen een controleplan op betreffende de aanwezigheid van de contaminanten of groepen contaminanten in levensmiddelen die in de Unie in de handel worden gebracht, met uitzondering van levensmiddelen van dierlijke oorsprong die in de Unie worden binnengebracht. Dit plan heeft betrekking op officiële controles van de binnenlandse voedselproductie van elke lidstaat, op levensmiddelen die uit andere lidstaten worden binnengebracht, op levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong die in de Unie worden binnengebracht en op samengestelde producten, zelfs wanneer die de Unie worden binnengebracht vanuit derde landen.
2. Het controleplan voor levensmiddelen die in de Unie in de handel worden gebracht, omvat:
|
a) |
de door de lidstaat overeenkomstig bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/931 vastgestelde lijst van combinaties van contaminanten of groepen contaminanten en groepen producten die moeten worden gecontroleerd; |
|
b) |
de door de lidstaat overeenkomstig bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/931 vastgestelde bemonsteringsstrategie, en |
|
c) |
de door de lidstaat vastgestelde werkelijke controlefrequenties, rekening houdend met de in bijlage I vastgestelde minimale frequenties van de controles per jaar. |
3. De lidstaten kunnen in de controleplannen informatie opnemen over de controles met betrekking tot de combinaties van contaminanten of groepen contaminanten en groepen producten waarvoor in de nationale wetgeving nationale maximumgehalten of andere bij regelgeving bepaalde waarden zijn vastgesteld.
Artikel 5
Controleplan voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong die in de Unie worden binnengebracht
1. De lidstaten stellen een controleplan op betreffende de aanwezigheid van de contaminanten of groepen contaminanten in levensmiddelen van dierlijke oorsprong die in de Unie worden binnengebracht en bestemd zijn om in de Unie in de handel te worden gebracht. Dit plan heeft betrekking op de officiële controles van levensmiddelen van dierlijke oorsprong die in de Unie worden binnengebracht en bestemd zijn om in de Unie in de handel te worden gebracht en van visserijproducten die op vaartuigen moeten worden uitgevoerd wanneer zij een haven in een lidstaat aandoen.
2. Het controleplan voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong die in de Unie worden binnengebracht, omvat:
|
a) |
de door de lidstaat overeenkomstig bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/931 vastgestelde lijst van combinaties van contaminanten of groepen contaminanten en groepen producten die moeten worden gecontroleerd; |
|
b) |
de door de lidstaat overeenkomstig bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/931 vastgestelde bemonsteringsstrategie, en |
|
c) |
de door de lidstaat vastgestelde werkelijke controlefrequenties, rekening houdend met de in bijlage II vastgestelde minimale frequenties van de controles per jaar. |
3. De lidstaten kunnen in de controleplannen informatie opnemen over de controles met betrekking tot de combinaties van contaminanten of groepen contaminanten en groepen producten waarvoor in de nationale wetgeving nationale maximumgehalten of andere bij regelgeving bepaalde waarden zijn vastgesteld.
Artikel 6
Gemeenschappelijke voorschriften voor de controleplannen
In de in artikel 3 bedoelde controleplannen wordt bovendien het volgende vermeld:
|
a) |
een motivering voor geselecteerde combinaties van contaminanten of groepen contaminanten en groepen producten, waarbij ook wordt toegelicht op welke manier rekening is gehouden met de in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/931 vermelde criteria, zelfs als er geen wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van het plan van het voorgaande jaar; |
|
b) |
een motivering van dat besluit, indien in een plan is bepaald dat officiële controles van bepaalde combinaties van contaminanten of groepen contaminanten en groepen producten niet jaarlijks, maar binnen een bepaalde termijn worden uitgevoerd, en |
|
c) |
informatie over de bevoegde autoriteit(en) die voor de uitvoering van de plannen verantwoordelijk is/zijn. |
HOOFDSTUK III
INDIENING EN EVALUATIE VAN DE CONTROLEPLANNEN EN INDIENING VAN GEGEVENS DOOR DE LIDSTATEN
Artikel 7
Indiening en evaluatie van de controleplannen
Uiterlijk op 31 maart van elk jaar dienen de lidstaten de in artikel 3 bedoelde controleplannen voor het lopende jaar elektronisch in bij de Commissie.
De Commissie evalueert de controleplannen op basis van deze verordening en Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/931 en deelt haar evaluatie waar nodig aan elke lidstaat mee.
De lidstaten houden bij de uitvoering van hun controleplannen en bij de voorbereiding voor de volgende indiening van hun plannen overeenkomstig dit artikel rekening met de opmerkingen van de Commissie. Wanneer de Commissie echter constateert dat een plan grote tekortkomingen heeft, kan zij de betrokken lidstaat verzoeken een geactualiseerd plan in te dienen op een eerdere datum dan 31 maart van het volgende jaar.
Indien een lidstaat besluit zijn controleplannen niet te actualiseren op basis van de opmerkingen van de Commissie, motiveert hij dat standpunt.
Artikel 8
Indiening van gegevens door de lidstaten
Uiterlijk op 30 juni zenden de lidstaten de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) alle gegevens toe die in het kader van de in artikel 3 bedoelde controleplannen zijn verzameld.
HOOFDSTUK IV
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 9
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2023.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 juni 2022.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1.
(2) Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10).
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/931 van de Commissie van 23 maart 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor de uitvoering van officiële controles in verband met verontreinigingen in levensmiddelen (zie bladzijde 7 van dit Publicatieblad).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 van de Commissie van 15 maart 2019 tot vaststelling van eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2074/2005 van de Commissie wat officiële controles betreft (PB L 131 van 17.5.2019, blz. 51).
(5) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/625 van de Commissie van 4 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorwaarden voor de binnenkomst in de Unie van zendingen van bepaalde voor menselijke consumptie bestemde dieren en goederen (PB L 131 van 17.5.2019, blz. 18).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2129 van de Commissie van 25 november 2019 tot vaststelling van regels voor de eenvormige toepassing van de frequentie van de overeenstemmingscontroles en de materiële controles van bepaalde zendingen dieren en goederen die de Unie binnenkomen (PB L 321 van 12.12.2019, blz. 122).
(7) Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).
(8) Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1).
(9) Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1).
(10) Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).
(11) Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).
(12) Aanbeveling 2013/165/EU van de Commissie van 27 maart 2013 betreffende de aanwezigheid van T-2- en HT-2-toxine in granen en graanproducten (PB L 91 van 3.4.2013, blz. 12).
(13) Verordening (EU) 2017/644 van de Commissie van 5 april 2017 tot vaststelling van bemonsterings- en analysemethoden voor de controle op het gehalte aan dioxinen en dioxineachtige en niet-dioxineachtige pcb’s in bepaalde levensmiddelen en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 589/2014 (PB L 92 van 6.4.2017, blz. 9).
(14) Verordening (EU) 2017/2158 van de Commissie van 20 november 2017 tot vaststelling van risicobeperkende maatregelen en referentieniveaus voor de reductie van de acrylamidegehalten in levensmiddelen (PB L 304 van 21.11.2017, blz. 24).
BIJLAGE I
Minimale frequenties van controles per lidstaat in het controleplan voor levensmiddelen die in de Unie in de handel worden gebracht
1. Levensmiddelen van dierlijke oorsprong
|
a) |
De lidstaten nemen in het controleplan voor levensmiddelen die in de Unie in de handel worden gebracht de volgende minimale frequenties van controles in acht:
|
|
b) |
De lidstaten voeren jaarlijks controles uit op “metalen” in ten minste 10 % van de monsters die voor elke productgroep overeenkomstig de tabel in deze bijlage worden genomen, met uitzondering van de productgroepen “schaaldieren en tweekleppige weekdieren”, “vetten en oliën van dieren en mariene organismen” en “verwerkte producten van dierlijke oorsprong”. |
|
c) |
De lidstaten voeren jaarlijks controles uit op “mycotoxinen” in ten minste 10 % van de monsters die voor de productgroep “rauwe melk van runderen” en “rauwe melk van schapen en geiten” worden genomen overeenkomstig de tabel in deze bijlage. |
|
d) |
Binnen de productgroep “onverwerkt vlees van runderen, schapen en geiten (met inbegrip van eetbaar slachtafval)” nemen de lidstaten monsters van alle soorten, waarbij zij rekening houden met de verhoudingen van de productievolumes. |
|
e) |
Binnen de productgroep “onverwerkt vlees van pluimvee (met inbegrip van eetbaar slachtafval)” nemen de lidstaten monsters van alle soorten, waarbij zij rekening houden met de verschillen in productievolumes. |
|
f) |
Voor de bepaling van het aantal monsters voor visserijproducten en tweekleppige weekdieren moeten de lidstaten ook rekening houden met de geografische aspecten, de aangelande/productievolumes en de specifieke verontreinigingspatronen in de gebieden waar zij worden verzameld. |
|
g) |
Voor de berekening van de minimale frequenties van controles maken de lidstaten gebruik van de meest recente beschikbare productiegegevens, ten minste van het voorgaande of uiterlijk van het voorlaatste jaar, en in voorkomend geval aangepast om rekening te houden met bekende ontwikkelingen in de productie sinds de verstrekking van de gegevens. |
|
h) |
Indien de overeenkomstig deze bijlage berekende controlefrequentie op minder dan vijf monsters per jaar uitkomt, mag de bemonstering eenmaal per twee jaar worden uitgevoerd. |
|
i) |
Indien de productie in een periode van drie jaar niet het niveau bereikt dat overeenkomt met één monster, analyseren de lidstaten ten minste eenmaal per drie jaar twee monsters, op voorwaarde dat de productie voor dat product op hun grondgebied plaatsvindt. |
|
j) |
Monsters die zijn genomen in het kader van andere controleplannen die relevant zijn voor de analyse van contaminanten (bv. van farmacologisch werkzame stoffen en residuen daarvan, of van bestrijdingsmiddelenresiduen), mogen ook worden gebruikt voor controles op contaminanten, mits aan de voorschriften betreffende de controles op contaminanten wordt voldaan. |
2. Levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong (1)
De lidstaten nemen, afhankelijk van hun bevolkingsomvang, ten minste 100 tot 2 000 monsters per jaar. Er worden echter meer monsters genomen indien dit op grond van het risico noodzakelijk is, om ervoor te zorgen dat de controles doeltreffend blijven.
De bemonstering moet representatief zijn voor de verschillende contaminanten die in verschillende producten op de markt van de lidstaat aanwezig kunnen zijn, waarbij ook rekening wordt gehouden met verschillende verontreinigingspatronen voor producten uit verschillende regio’s en met de verschillende aantallen en omvang van exploitanten van levensmiddelenbedrijven.
(*1) Andere gekweekte landdieren zoals gedefinieerd in vermelding 1017000 in deel A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 396/2005.
(*2) Visserijproducten zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 853/2004.
(*3) Verwerkte producten zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 852/2004.
(1) Voor de toepassing van deze verordening worden de criteria voor levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong ook toegepast op samengestelde producten.
BIJLAGE II
Minimale frequenties van controles per lidstaat in het controleplan voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong die in de Unie worden binnengebracht
De lidstaten nemen de in de onderstaande tabel opgenomen minimale frequenties van controles in acht.
Controles op grond van artikel 47, lid 1, punt d), (aangescherpte controles) en artikel 47, lid 1, punt e), (vrijwaringsmaatregelen) van Verordening (EU) 2017/625 worden bij de berekening van de minimale frequenties van controles van deze bijlage niet meegeteld.
Controles die worden uitgevoerd in het kader van de bestaande noodmaatregelen en de verscherpte officiële controles op basis van artikel 53 van Verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 65, lid 4, van Verordening (EU) 2017/625 worden bij de berekening van de minimale frequenties van controles van deze bijlage niet meegeteld.
Controles van levensmiddelen uit bepaalde in de lijst in bijlage II bij Verordening (EU) 2019/2129 opgenomen derde landen waarmee de Unie overeenkomsten inzake gelijkwaardigheid voor materiële controles heeft gesloten, worden bij de berekening van de minimale frequenties van controles van deze bijlage niet meegeteld.
Bij de controles van visserijproducten overeenkomstig artikel 68 van Verordening (EU) 2019/627 moeten de lidstaten rekening houden met de geografische aspecten, de aangelande/productievolumes en de specifieke verontreinigingspatronen in de gebieden waar zij worden verzameld.
|
|
Controlefrequentie |
|
Runderen (met inbegrip van vlees, gehakt vlees, separatorvlees, eetbaar slachtafval, vleesbereidingen en vleesproducten) |
Minimaal 1 % van de ingevoerde zendingen |
|
Schapen/geiten (met inbegrip van vlees, gehakt vlees, separatorvlees, eetbaar slachtafval, vleesbereidingen en vleesproducten) |
Minimaal 1 % van de ingevoerde zendingen |
|
Varkens (met inbegrip van vlees, gehakt vlees, separatorvlees, eetbaar slachtafval, vleesbereidingen en vleesproducten) |
Minimaal 1 % van de ingevoerde zendingen |
|
Paardachtigen (met inbegrip van vlees, gehakt vlees, separatorvlees, eetbaar slachtafval, vleesbereidingen en vleesproducten) |
Minimaal 1 % van de ingevoerde zendingen |
|
Pluimvee (met inbegrip van vlees, gehakt vlees, eetbaar slachtafval, vleesbereidingen en vleesproducten) |
Minimaal 1 % van de ingevoerde zendingen |
|
Vlees van andere gekweekte landdieren (*1) (met inbegrip van vlees, gehakt vlees, eetbaar slachtafval, vleesbereidingen en vleesproducten) |
Minimaal 1 % van de ingevoerde zendingen |
|
Melk (met inbegrip van rauwe melk, zuivelproducten, colostrum en producten op basis van colostrum van alle soorten) |
Minimaal 1 % van de ingevoerde zendingen |
|
Eieren (met inbegrip van eieren en eiproducten van alle vogelsoorten) |
Minimaal 1 % van de ingevoerde zendingen |
|
Honing (met inbegrip van honing en andere producten van de bijenteelt) |
Minimaal 1 % van de ingevoerde zendingen |
|
Onverwerkte visserijproducten (*2) met uitzondering van schaaldieren |
Minimaal 1 % van de ingevoerde zendingen |
|
Schaaldieren en tweekleppige weekdieren (met inbegrip van vlees en vleesproducten) |
Minimaal 1 % van de ingevoerde zendingen |
|
Onverwerkte vetten en oliën van dieren en mariene organismen (*3) |
Minimaal 1 % van de ingevoerde zendingen |
Aanvullende bepalingen:
|
1. |
De controlefrequentie voor andere verwerkte producten van levensmiddelen van dierlijke oorsprong, zoals gelatine en collageen, wordt door elke lidstaat zelf vastgesteld, waarbij zij rekening houden met het aantal ingevoerde zendingen en de geconstateerde problemen. |
|
2. |
Voor de berekening van de in deze bijlage vermelde minimale frequenties van controles gebruiken de lidstaten de meest recente gegevens over het aantal zendingen dat via hun grenscontroleposten in de Unie wordt binnengebracht, ten minste van het voorgaande of uiterlijk van het voorlaatste jaar. |
|
3. |
Indien het aantal zendingen levensmiddelen dat in de Unie wordt binnengebracht en bestemd is om in de Unie in de handel te worden gebracht, kleiner is dan het aantal zendingen waarvoor één monster zou worden genomen, mogen de lidstaten de bemonstering eenmaal per twee of drie jaar uitvoeren. Indien het aantal ingevoerde zendingen over een periode van drie jaar kleiner is dan het aantal zendingen waarvoor één monster zou worden genomen, moeten de lidstaten ten minste één monster per drie jaar nemen. |
|
4. |
Monsters die zijn genomen in het kader van andere controleplannen die relevant zijn voor de analyse van contaminanten (bv. van farmacologisch werkzame stoffen en residuen daarvan, of van bestrijdingsmiddelenresiduen enz.), mogen ook worden gebruikt voor controles op contaminanten, mits aan de voorschriften betreffende de controles op contaminanten wordt voldaan. |
(*1) Andere gekweekte landdieren zoals gedefinieerd in vermelding 1017000 in deel A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 396/2005.
(*2) Visserijproducten zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 853/2004.
(*3) Verwerkte producten zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 852/2004.