13.4.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/66


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/619 VAN DE COMMISSIE

van 12 april 2022

tot beëindiging van de nieuwe onderzoeken ten behoeve van een nieuwe exporteur ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2230 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op trichloorisocyanuurzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China voor drie Chinese producenten-exporteurs, tot instelling van het recht met betrekking tot de invoer van die producenten en tot beëindiging van de registratie van die invoer

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (de “basisverordening”), en met name artikel 11, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   GELDENDE MAATREGELEN

(1)

In oktober 2005 heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 1631/2005 (2) (“de oorspronkelijke verordening”) een definitief antidumpingrecht ingesteld op trichloorisocyanuurzuur (“TCCA”) van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“VRC”) en de Verenigde Staten van Amerika (“VS”). De antidumpingrechten op de invoer uit de VRC varieerden van 7,3 % tot 40,5 % voor individuele ondernemingen; het voor het gehele land geldende recht was op 42,6 % vastgesteld.

(2)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 855/2010 (3) heeft de Raad het antidumpingrecht voor één producent-exporteur verlaagd van 14,1 % tot 3,2 %.

(3)

Na een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft de Raad bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1389/2011 (4) ten aanzien van de invoer van TCCA van oorsprong uit de VRC definitieve antidumpingmaatregelen ingesteld die bestonden in individuele rechten die varieerden van 3,2 tot 40,5 % en een residueel recht van 42,6 %.

(4)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 569/2014 (5) heeft de Commissie ten aanzien van een nieuwe producent-exporteur een antidumpingrecht van 32,8 % ingesteld. Voor een andere producent-exporteur heeft de Commissie het onderzoek bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/392 (6) beëindigd.

(5)

Na een tweede nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2230 (7) ten aanzien van de invoer van TCCA van oorsprong uit de VRC definitieve antidumpingmaatregelen ingesteld die bestonden in individuele rechten die varieerden van 3,2 tot 40,5 % en een residueel recht van 42,6 %.

2.   HUIDIG ONDERZOEK

2.1.   Verzoeken om een nieuw onderzoek

(6)

De Commissie heeft drie verzoeken ontvangen om op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur te openen. De verzoeken werden ingediend door Hebei Xingfei Chemical Co., Ltd (Hebei Xingfei) op 13 juli 2020, door Inner Mongolia Likang Bio-Tech Co., Ltd (Mongolia Likang) op 29 juli 2019 (bijgewerkt op 12 februari 2021), en door Shandong Lantian Disinfection Technology Co., Ltd (Shandong Lantian) op 13 april 2021 (“de indieners van een verzoek”), waarvan de uitvoer naar de Unie is onderworpen aan een definitief antidumpingrecht van 42,6 %.

(7)

De indieners van een verzoek stelden dat zij in het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek, d.w.z. van 1 april 2003 tot en met 31 maart 2004 (“OT”), geen TCCA naar de Unie hebben uitgevoerd.

(8)

Zij verklaarden tevens dat zij niet verbonden waren met producenten-exporteurs van TCCA die aan de geldende maatregelen zijn onderworpen. Ten slotte stelden de indieners van een verzoek dat zij na het einde van het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek TCCA naar de Unie hadden uitgevoerd.

2.2.   Opening van de nieuwe onderzoeken ten behoeve van een nieuwe exporteur

(9)

De Commissie heeft het bewijsmateriaal onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat dit toereikend is om onderzoeken te openen ten behoeve van een nieuwe exporteur overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening. Na de producenten in de Unie in de gelegenheid te hebben gesteld opmerkingen te maken, heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1209 (8) drie nieuwe onderzoeken geopend ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2230 met betrekking tot de indieners van een verzoek.

2.3.   Betrokken product

(10)

Het onderzochte product is trichloorisocyanuurzuur en bereidingen daarvan, ook bekend onder de algemene internationale benaming (INN) “symcloseen”, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 2933 69 80 en ex 3808 94 20 (Taric-codes 2933698070 en 3808942020) en van oorsprong uit de VRC (“het betrokken product” of “TCCA”).

(11)

Het chemisch product TCCA is een organisch breedspectrumontsmettings- en bleekmiddel op basis van chloor, met name om het water in zwembaden en wellnessruimten te ontsmetten. Andere toepassingen zijn bijvoorbeeld de waterbehandeling in septische tanks of koeltorens en de reiniging van keukenapparatuur. TCCA wordt verkocht in de vorm van poeder, korrels, tabletten of chips. Alle vormen van TCCA en bereidingen daarvan hebben dezelfde basiseigenschappen (ontsmettingsmiddel) en worden bijgevolg als één enkel product beschouwd.

2.4.   Betrokken partijen

(12)

De Commissie heeft de indieners van een verzoek, de bedrijfstak van de Unie en de vertegenwoordigers van het land van uitvoer officieel in kennis gesteld van de opening van de nieuwe onderzoeken. Belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te worden gehoord.

(13)

De Commissie heeft de drie indieners van een verzoek een vragenlijst gezonden. De vragenlijsten zijn op de dag van de opening van het onderzoek ook online beschikbaar gesteld.

(14)

Gezien de uitbraak van COVID-19 en de inperkingsmaatregelen die door verschillende lidstaten en door verschillende derde landen zijn genomen, kon de Commissie geen controlebezoeken op grond van artikel 16 van de basisverordening verrichten. In plaats daarvan heeft de Commissie alle informatie die zij voor haar vaststellingen nodig achtte, op afstand getoetst in overeenstemming met haar mededeling over de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 voor antidumping- en antisubsidieonderzoeken (9). De Commissie heeft kruislingse controles op afstand uitgevoerd bij de drie indieners van een verzoek en bij een onderneming in het referentieland:

 

Indieners van een verzoek

Hebei Xingfei Chemical Co., Ltd

Shandong Lantian Disinfection Technology Co., Ltd

Mongolia Likang Bio-Tech Co., Ltd

 

Referentieland

Onderneming “A”, Japan.

2.5.   Tijdvak van het nieuwe onderzoek

(15)

Het nieuwe onderzoek had betrekking op de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2021 (“tijdvak van het nieuwe onderzoek”).

2.6.   Mededeling van feiten en overwegingen

(16)

Op 25 februari 2022 heeft de Commissie de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om de nieuwe onderzoeken te beëindigen zonder voor de indieners van een verzoek individuele dumpingmarges vast te stellen. De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken.

(17)

Na de mededeling van feiten en overwegingen stelden de indieners van een verzoek dat door een ontoereikende mededeling hun rechten van verdediging waren geschonden. Zij stelden meer bepaald dat de Commissie geen informatie over de normale waarde heeft verstrekt, aan de hand waarvan zij verdere opmerkingen over het besluit van de Commissie zouden kunnen indienen.

(18)

De Commissie herinnerde eraan dat zij overeenkomstig artikel 20, lid 2, van de basisverordening de essentiële feiten en overwegingen moet meedelen op grond waarvan zij voornemens is een besluit te nemen. Gezien de bevindingen van de onderzoeken behoorde informatie over de normale waarde niet tot de elementen waarop de Commissie haar bevindingen had gebaseerd. Bijgevolg was de mededeling van die informatie niet noodzakelijk om de indieners van een verzoek in staat te stellen hun procedurele rechten uit te oefenen. De argumenten werden daarom afgewezen.

2.7.   Hoorzittingen

(19)

Na de mededeling van feiten en overwegingen hebben de indieners van een verzoek om een hoorzitting met de diensten van de Commissie verzocht, die ook is gehouden. Bovendien hebben de indieners van een verzoek verzocht om een hoorzitting met de raadadviseur-auditeur, die is gehouden op 11 maart 2022. De raadadviseur-auditeur heeft vastgesteld dat de procedurele rechten van de indieners van een verzoek ten volle waren geëerbiedigd.

3.   RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

3.1.   Criteria voor nieuwe producenten-exporteurs

(20)

Overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening moet een nieuwe producent-exporteur voldoen aan de volgende criteria:

a)

hij heeft het betrokken product gedurende het onderzoektijdvak waarop de maatregelen zijn gebaseerd, niet naar de Unie uitgevoerd;

b)

hij is niet verbonden met een exporteur of producent in de VRC waarop de geldende antidumpingmaatregelen van toepassing zijn, en

c)

hij heeft het betrokken product werkelijk naar de Unie uitgevoerd na het einde van het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek of hij is een onherroepelijke contractuele verplichting aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid naar de Unie uit te voeren.

(21)

Uit het onderzoek is gebleken dat de drie indieners van een verzoek het betrokken product in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek niet hadden uitgevoerd en pas na dat tijdvak met de uitvoer naar de Unie waren begonnen.

(22)

Het onderzoek heeft ook bevestigd dat de indieners van een verzoek met geen van de Chinese producenten-exporteurs die in verband met het betrokken product onderworpen waren aan de antidumpingmaatregelen, verbonden waren.

(23)

Met betrekking tot het criterium dat de indieners van een verzoek met de uitvoer naar de Unie waren begonnen na het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek, heeft de Commissie, nu elke indiener van een verzoek in het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“TNO”) slechts één enkele uitvoertransactie van beperkte omvang heeft verricht, onderzocht of die uitvoertransactie kon worden geacht te volstaan om het huidige en toekomstige uitvoergedrag van de indieners van een verzoek nauwkeurig weer te geven. Meer in het bijzonder heeft de Commissie voor elke indiener van een verzoek het volgende onderzocht: het aandeel van de uitgevoerde hoeveelheid in zijn totale uitvoer en productie, de verkoopprijzen naar de EU in verhouding tot zijn prijzen bij uitvoer naar derde landen, en de verkoopprijzen naar de EU in verhouding tot de gemiddelde prijzen van andere Chinese producenten-exporteurs die in het TNO aanzienlijke hoeveelheden naar de EU hebben uitgevoerd.

3.1.1.   Hebei Xingfei Chemical Co., Ltd

(24)

Wat Hebei Xingfei betreft, bleek uit het onderzoek dat in het onderzoektijdvak slechts één verkoop naar de EU is geregistreerd, voor een volume van 9 ton. Deze verkoop vertegenwoordigde in hetzelfde tijdvak 0,09 % van de totale productie van de onderneming en 0,63 % van haar totale uitvoer.

(25)

Wat de prijzen betreft, bleek uit het onderzoek dat voor de naar de EU uitgevoerde kwaliteiten van TCCA de uitvoerprijs voor de enige transactie 115 % tot 140 % hoger was dan de gemiddelde prijs van Hebei Xingfei bij uitvoer naar niet-EU-landen in het TNO.

(26)

De Commissie vergeleek ook de prijzen bij uitvoer naar de EU van Hebei Xingfei en andere Chinese producenten-exporteurs die in het TNO aan de specifieke EU-markt (10) hebben geleverd. Vastgesteld werd dat de prijs van de transactie van Hebei Xingfei op cif-niveau 53 % hoger was dan de gemiddelde prijs van de andere Chinese uitvoer. Na toevoeging van het toepasselijke antidumpingrecht lag de prijs van de transactie van Hebei Xingfei 105 % hoger.

(27)

Om die redenen werd de enige uitvoertransactie van Hebei Xingfei naar de EU in het TNO niet representatief genoeg geacht voor een nauwkeurige weergave van het huidige en toekomstige uitvoergedrag van Hebei Xingfei.

3.1.2.   Shandong Lantian Disinfection Technology Co., Ltd

(28)

Wat Shandong Lantian betreft, bleek uit het onderzoek dat in het onderzoektijdvak slechts één verkoop naar de EU is geregistreerd, voor een volume van 29 ton. Deze verkoop vertegenwoordigde in hetzelfde tijdvak 0,07 % van de totale productie van de onderneming en 0,02 % van haar totale uitvoer.

(29)

Wat de prijzen betreft, bleek uit het onderzoek dat voor de in de EU verkochte kwaliteiten van TCCA de uitvoerprijs voor de enige transactie 60 % tot 86 % hoger was dan de gemiddelde prijs van Shandong Lantian bij uitvoer naar niet-EU-landen in het TNO.

(30)

De Commissie vergeleek ook de prijzen bij uitvoer naar de EU van Shandong Lantian en andere Chinese producenten-exporteurs die in het TNO aan de specifieke EU-markt hebben geleverd. Vastgesteld werd dat de prijs van de transactie van Shandong Lantian op cif-niveau 43 % hoger was dan de gemiddelde prijs van de andere Chinese uitvoer. Na toevoeging van de toepasselijke antidumpingrechten lag de prijs van de transactie van Shandong Lantian 87 % hoger.

(31)

Om die redenen werd de enige uitvoertransactie van Shandong Lantian naar de EU in het TNO niet representatief genoeg geacht voor een nauwkeurige weergave van het huidige en toekomstige uitvoergedrag van Shandong Lantian.

3.1.3.   Inner Mongolia Likang Bio-Tech Co., Ltd

(32)

Wat Mongolia Likang betreft, bleek uit het onderzoek dat in het onderzoektijdvak slechts één verkoop naar de EU is geregistreerd, voor een volume van 9 ton. Deze verkoop vertegenwoordigde in hetzelfde tijdvak 0,10 % van de totale productie van de onderneming en 0,71 % van haar totale uitvoer.

(33)

Wat de prijzen betreft, bleek uit het onderzoek dat voor de in de EU verkochte kwaliteiten van TCCA de uitvoerprijs voor de enige transactie ongeveer 50 % hoger was dan de gemiddelde prijs van Mongolia Likang bij uitvoer naar niet-EU-landen in het TNO.

(34)

De Commissie vergeleek ook de prijzen bij uitvoer naar de EU van Mongolia Likang en andere Chinese producenten-exporteurs die in het TNO aan de specifieke EU-markt hebben geleverd. Zij stelde vast werd dat de prijs van de transactie van Mongolia Likang op cif-niveau 11 % hoger was dan de gemiddelde prijs van de andere Chinese uitvoer. Na toevoeging van de toepasselijke antidumpingrechten lag de prijs van de transactie van Mongolia Likang 48 % hoger.

(35)

Om die redenen werd de enige uitvoertransactie van Mongolia Likang naar de EU in het TNO niet representatief genoeg geacht voor een nauwkeurige weergave van het huidige en toekomstige uitvoergedrag van Mongolia Likang.

3.2.   Conclusie

(36)

Tijdens het onderzoek hebben de indieners van een verzoek in antwoord op vragen van de Commissie over de uiteenlopende prijzen op verschillende uitvoermarkten gewezen op verschillen in verpakking en kwaliteit en op de hogere meerprijs die zij op de markt van de Unie konden verkrijgen. De verschillen in verpakking en kwaliteit werden echter verklaard door het productcontrolenummer dat aan de producten werd toegekend in vergelijking met andere uitvoerbestemmingen. Bovendien is uit vergelijkingen met de uitvoer van andere Chinese producenten in het TNO gebleken dat op de markt van de Unie geen hogere meerprijs kon worden verkregen die het waargenomen prijsverschil kon verklaren.

(37)

Na de mededeling van feiten en overwegingen stelden de indieners van een verzoek dat de bevindingen van de Commissie geen rechtsgrondslag hadden, aangezien zij waren gebaseerd op een beoordeling van de representativiteit van de transacties waarin artikel 11, lid 4, van de basisverordening niet voorziet. Voorts stelden de indieners van een verzoek dat de beoordeling van de representativiteit van de transacties door de Commissie in strijd is met de rechtspraak van de WTO. Zij verwezen naar DS295 Mexico — Antidumpingmaatregelen ten aanzien van rijst, waarin werd vastgesteld dat een extra vereiste voor de opening van een nieuw onderzoek, namelijk een representatief volume, niet verenigbaar is met artikel 9.5 van de Antidumpingovereenkomst. Hetzelfde argument werd aangevoerd door een importeur in de Unie.

(38)

Volgens de Commissie zijn de bevindingen van de WTO-beroepsinstantie in DS295 niet echt relevant voor de onderhavige zaak. Deze bevindingen betroffen verschillende omstandigheden, met name de vraag of een bepaling in de Mexicaanse nationale wetgeving die de mogelijkheid om een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur te openen beperkt door te eisen dat er sprake is van minimale representatieve volumes, strookt met de Antidumpingovereenkomst. In het onderhavige geval heeft de Commissie geen dergelijk criterium toegepast om te besluiten de huidige nieuwe onderzoeken ten behoeve van nieuwe exporteurs te openen.

(39)

Wat de onderzoeksfase betreft, herinnerde de Commissie er voorts aan dat haar besluit om de nieuwe onderzoeken te beëindigen niet was gebaseerd op een gebrek aan representatieve volumes, maar op een beoordeling van de vraag of de uitvoerprijs van de indieners van een verzoek, gezien de geringe volumes in slechts één verkooptransactie voor elke indiener van een verzoek, volstond om het huidige en toekomstige uitvoergedrag van de exporteurs nauwkeurig weer te geven. Zoals in overweging 23 in herinnering is gebracht, heeft elke exporteur in het TNO slechts één enkele uitvoertransactie verricht, wat de Commissie ertoe heeft gebracht grondig te analyseren of het gebruik van de prijs van die ene uitvoertransactie passend is. Zij deed dit omdat, anders dan bij een oorspronkelijk onderzoek op grond van artikel 5 van de basisverordening, het in het kader van een nieuw onderzoek, en met name in het kader van een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur, de exporteur is die om een nieuw onderzoek verzoekt op basis van transacties waarvan hij weet dat zij normaliter als basis voor de berekening van de dumpingmarge zullen worden gebruikt. Bovendien herinnert de Commissie eraan dat zij de doeltreffendheid van de geldende rechten moet waarborgen om niet de doelstelling van de basisverordening te ondermijnen, namelijk de situatie van de bedrijfstak van de Unie te verbeteren door de schadelijke gevolgen van de invoer met dumping in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek te compenseren. Op grond hiervan vereist het bestaan van slechts één enkele transactie in het TNO in het kader van een nieuw onderzoek aanvullende garanties dat een dergelijke uitvoerprijs volstaat om tot een redelijk nauwkeurige conclusie te komen dat er sprake is van dumping, waardoor het risico van ondermijning van de bestaande rechten zou worden vermeden. Bijgevolg heeft de Commissie besloten al het van de indieners van een verzoek ontvangen relevante bewijsmateriaal in aanmerking te nemen en te onderzoeken, met inbegrip van de prijzen naar andere uitvoermarkten en de verklaringen voor de kennelijk afwijkende prijzen op de markt van de Unie bij die enkele transacties. Na dat onderzoek was de Commissie om de hiervoor vermelde redenen van mening dat de uitvoerprijzen van de respectieve transacties van de drie exporteurs niet geschikt waren om tot een redelijk nauwkeurige vaststelling van dumping te komen. Op basis van al het tijdens het onderzoek verzamelde bewijsmateriaal en om de doeltreffendheid van de geldende rechten te waarborgen, heeft de Commissie dan ook vastgesteld dat de toepassing van het residuele recht ten aanzien van de indieners van een verzoek in casu passend is. De argumenten werden daarom afgewezen.

(40)

Na de mededeling van feiten en overwegingen waren de indieners van een verzoek het ook oneens met het standpunt van de Commissie dat kwaliteitsverschillen in aanmerking zijn genomen aan de hand van de zogenoemde productcontrolenummers die in de vragenlijsten werden gebruikt, zodat de prijsvergelijkingen tussen de uitvoerprijzen van de indieners van een verzoek en de prijzen van andere Chinese exporteurs volgens hen irrelevant waren.

(41)

De Commissie herinnerde eraan dat de in de zaak gebruikte productcontrolenummers dezelfde waren als in het oorspronkelijke onderzoek en in alle daaropvolgende onderzoeken met betrekking tot dit product. De Commissie merkte op dat de productcontrolenummers de verschillende productsoorten die onder de definitie van het betrokken product vallen, indelen op basis van de verschillende technische kenmerken. Deze indeling maakt het mogelijk soortgelijke producten met elkaar te vergelijken, aangezien de producten op basis van hun soortgelijke onderscheidende kenmerken worden vergeleken. De indieners van een verzoek hebben niet aangetoond dat de vermeende kwaliteitsverschillen bij de prijsstelling in aanmerking zijn genomen en daardoor de vergelijkbaarheid van de prijzen hebben beïnvloed. De argumenten werden daarom afgewezen.

(42)

Na de mededeling van feiten en overwegingen stelden de indieners van een verzoek dat de vergelijking van hun prijzen bij uitvoer naar de EU met de gemiddelde prijs van andere Chinese producenten-exporteurs niet tot zinvolle conclusies heeft geleid, aangezien 1) zij het resultaat zijn van een mix van uitvoerstrategieën, 2) de exporteurs onderworpen zijn aan verschillende rechten die van invloed kunnen zijn op de prijzen, en 3) de beoordelingsperiode te lang is en prijsschommelingen de beoordeling kunnen verstoren. Bovendien hebben de indieners van een verzoek een reeks invoergegevens van Eurostat overgelegd, volgens welke de gemiddelde invoerprijzen van het betrokken product hoger zouden zijn dan de prijzen van de indieners van een verzoek, waarmee het bestaan van een EU-meerprijs zou zijn aangetoond.

(43)

Op basis van de analyse van de invoerprijzen in de Unie kon de Commissie echter een referentieprijsniveau vaststellen waarop het betrokken product in de Unie op de markt werd gebracht. Zo kon ook worden beoordeeld of de uitvoerprijzen van de indieners van een verzoek naar de Unie beantwoordden aan de marktvoorwaarden in de Unie. Uit de analyse van de invoergegevens op Taric-niveau is gebleken dat de meeste prijzen van andere Chinese producenten-exporteurs die in het TNO hebben uitgevoerd, die mogelijk verschillende uitvoerstrategieën hebben, niettemin convergeerden binnen een specifieke en beperkte band van prijzen op cif-niveau die na toevoeging van het recht zelfs kleiner is. Zoals vermeld in de overwegingen 26, 30 en 34, weken de prijzen van de indieners van een verzoek aanzienlijk af van het aldus vastgestelde referentieprijsniveau, dat als commerciële marktprijs in de Unie werd beschouwd. Voor deze afwijking was geen redelijke verklaring te vinden. Ten slotte is bij de vergelijking van de prijzen in de maand waarin de transactie heeft plaatsgevonden, het resultaat van de analyse ongewijzigd gebleven (11).

(44)

Wat de door de indieners van een verzoek verstrekte invoergegevens van Eurostat betreft, heeft de Commissie opgemerkt dat deze statistieken op het achtcijferig GN-codeniveau waren en derhalve betrekking hadden op een ruimer pakket producten. In dit ruimere pakket vertegenwoordigde het betrokken product minder dan 30 % in volume en minder dan 25 % in waarde. De beoordeling van de Commissie was echter gebaseerd op gegevens op het niveau van de tiencijferige Taric-code, die uitsluitend sloegen op het betrokken product en derhalve een nauwkeurigere bron van informatie waren. De argumenten werden daarom afgewezen.

(45)

Om die redenen was de Commissie van oordeel dat de door de indieners van een verzoek vermelde transacties geen voldoende representatieve basis vormden en geen voldoende nauwkeurige weergave van hun huidige en toekomstige uitvoerprijsbeleid dat de basis kon vormen voor de vaststelling van een individuele dumpingmarge. Daarom moeten de nieuwe onderzoeken worden beëindigd.

4.   HEFFING VAN EEN ANTIDUMPINGRECHT

(46)

In het licht van de bovenstaande bevindingen heeft de Commissie geconcludeerd dat de nieuwe onderzoeken betreffende de invoer van TCCA van oorsprong uit de VRC die door de indieners van een verzoek is vervaardigd, moeten worden beëindigd. Het recht dat overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2230 voor “alle andere ondernemingen” geldt, moet van toepassing zijn op door de indieners van een verzoek vervaardigde producten. Bijgevolg moet de registratie van de invoer van het product van de indieners van een verzoek worden beëindigd en moet het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2230 ingestelde, voor het gehele land geldende recht dat van toepassing is op alle andere ondernemingen (42,6 %) met ingang van de datum van opening van deze nieuwe onderzoeken op dit product worden geheven. Dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid dat importeurs overeenkomstig artikel 11, lid 8, van de basisverordening om terugbetaling verzoeken.

(47)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1209 geopende nieuwe onderzoeken ten behoeve van een nieuwe exporteur worden beëindigd.

2.   Het antidumpingrecht dat krachtens artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2230 van toepassing is op “alle andere ondernemingen” in de Volksrepubliek China (aanvullende Taric-code A999), is van toepassing op producten die worden vervaardigd door Hebei Xingfei Chemical Co., Ltd, Inner Mongolia Likang Bio-Tech Co., Ltd (Likang) en Shandong Lantian Disinfection Technology Co., Ltd.

Artikel 2

1.   Artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1209 wordt ingetrokken.

2.   Het antidumpingrecht dat krachtens artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2230 van toepassing is op “alle andere ondernemingen” in de Volksrepubliek China (aanvullende Taric-code A999), wordt ingesteld op het in artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1209 omschreven product.

3.   Het in lid 2 genoemde antidumpingrecht wordt met ingang van 24 juli 2021 geheven op de producten waarvan de invoer overeenkomstig artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1209 is geregistreerd.

Artikel 3

1.   De douaneautoriteiten wordt opgedragen de registratie van de invoer uit hoofde van artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1209 te beëindigen.

2.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 april 2022.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)   PB L 261 van 7.10.2005, blz. 1.

(3)   PB L 254 van 29.9.2010, blz. 1.

(4)   PB L 346 van 30.12.2011, blz. 6.

(5)   PB L 157 van 27.5.2014, blz. 80.

(6)   PB L 65 van 10.3.2015, blz. 18.

(7)   PB L 319 van 5.12.2017, blz. 10.

(8)   PB L 263 van 23.7.2021, blz. 1.

(9)  Mededeling over de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 voor antidumping- en antisubsidieonderzoeken (PB C 86 van 16.3.2020, blz. 6).

(10)  De “specifieke EU-markt” betreft de lidstaat waar de indiener van het verzoek het betrokken product naar uitvoerde en waar de afnemer gevestigd was. De prijsvergelijking tussen de indiener van het verzoek en andere Chinese producenten-exporteurs was gebaseerd op informatie in de databank van artikel 14, lid 6, betreffende de invoer op het niveau van de lidstaten.

(11)  De prijs van de transactie van Mongolië Likang op cif-niveau lag 18 % hoger dan de gemiddelde prijs van de andere Chinese uitvoer naar de EU in de maand waarin de transactie plaatsvond. Na toevoeging van de toepasselijke antidumpingrechten lag de prijs van de transactie van Mongolia Likang 58 % hoger. Voor Shandong Lantian waren de cif-prijzen 70 % hoger en na rechten 126 % hoger. Voor Hebei Xingfei waren de cif-prijzen 78 % hoger en na rechten 138 % hoger.