11.4.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 112/1


VERORDENING (EU) 2022/585 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 6 april 2022

tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 514/2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing, (EU) nr. 516/2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie en (EU) 2021/1147 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 78, lid 2, artikel 79, leden 2 en 4, artikel 82, lid 1, artikel 84 en artikel 87, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van de wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De invasie van Oekraïne door de Russische Federatie op 24 februari 2022 heeft geleid tot een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne naar verschillende lidstaten. Dit legt opnieuw druk op de financiële middelen van de lidstaten om te voorzien in dringende behoeften op het gebied van migratie, grensbeheer en veiligheid; rekening houdend met de aard en de omvang van de crisis zullen die behoeften ook na 2022 blijven bestaan.

(2)

Sinds 1 januari 2014 wordt het beleid van de Unie op het gebied van binnenlandse zaken wat betreft migratie, grensbeheer en veiligheid ondersteund door financiering uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie, ingesteld bij Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad (2), en uit het Fonds voor interne veiligheid, dat bestaat uit het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa, ingesteld bij Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad (3), en het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing, ingesteld bij Verordening (EU) nr. 513/2014 van het Europees Parlement den de Raad (4) (de “fondsen voor binnenlandse zaken 2014-2020”).

(3)

De uitvoeringsperiode van de fondsen voor binnenlandse zaken 2014-2020 moet met één jaar worden verlengd, zodat de lidstaten alle niet-bestede bedragen van die programma’s ten volle kunnen benutten en, indien nodig, de uitvoering van hun programma’s snel kunnen herzien om de onvoorziene uitdagingen als gevolg van de invasie van Oekraïne aan te pakken.

(4)

Er moet worden gezorgd voor meer flexibiliteit bij het gebruik van gereserveerde middelen in het kader van Verordening (EU) nr. 516/2014, die er momenteel aan in de weg staat dat niet-bestede bedragen van de programmeringsperiode 2014-2020 worden gebruikt voor acties om tegemoet te komen aan dringende behoeften als gevolg van de invasie van Oekraïne.

(5)

Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad (5) stelt algemene voorschriften vast voor de uitvoering van de fondsen voor binnenlandse zaken 2014-2020, onder meer wat betreft de financiering van de uitgaven en de uitvoeringsperiode. Die regels beperken de subsidiabiliteit van de uitbetalingen door de lidstaten tot uiterlijk 30 juni 2023 en bepalen dat de uitvoeringsperiode op 31 december 2023 wordt afgesloten.

(6)

Op 1 januari 2021 is in het kader van het meerjarig financieel kader voor 2021-2027 een hernieuwd pakket fondsen op het gebied van migratie en grensbeheer van toepassing geworden in de vorm van het nieuwe Fonds voor asiel, migratie en integratie, ingesteld bij Verordening (EU) 2021/1147 van het Europees Parlement en de Raad (6), het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid, ingesteld bij Verordening (EU) 2021/1148 van het Europees Parlement en de Raad (7), en het Fonds voor interne veiligheid, ingesteld bij Verordening (EU) 2021/1149 van het Europees Parlement en de Raad (8) (de “fondsen voor binnenlandse zaken 2021-2027”).

(7)

Hoewel de fondsen voor binnenlandse zaken 2021-2027 op 15 juli 2021 in werking zijn getreden en met terugwerkende kracht op 1 januari 2021 van toepassing zijn geworden, zijn de programma’s van alle lidstaten nog niet goedgekeurd.

(8)

Om te zorgen voor continuïteit bij de uitvoering van de beleidsdoelstellingen van de fondsen voor binnenlandse zaken 2014-2020 en 2021-2027, en om een soepele overgang mogelijk te maken tussen de programmeringsperiode 2014-2020 en de programmeringsperiode 2021-2027, waardoor de administratieve lasten voor de lidstaten tot een minimum worden beperkt, is het noodzakelijk dat er enige overlapping is tussen de uitvoering van die financieringsinstrumenten. Die noodzaak wordt uitdrukkelijk erkend in de fondsen voor binnenlandse zaken 2021-2027 en in Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad (9), die voorzien in de mogelijkheid om uitgaven met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 als subsidiabel te beschouwen.

(9)

Ondanks deze bepalingen, die de kloof helpen overbruggen tussen de fondsen voor binnenlandse zaken 2014-2020 en de fondsen voor binnenlandse zaken 2021-2027, bestaat het risico dat de lidstaten als gevolg van de einddatum van de uitvoering van de fondsen voor binnenlandse zaken 2014-2020 en de verwachte data voor de goedkeuring van de programma’s in het kader van de fondsen voor binnenlandse zaken 2021-2027 aan een aanzienlijk financieringstekort worden blootgesteld. Dat financieringstekort zou kunnen leiden tot liquiditeitsproblemen als gevolg van de extra druk op de migratie- en grensbeheeractiviteiten van de lidstaten als gevolg van de massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne.

(10)

Het risico op een aanzienlijk financieringstekort wordt nog vergroot door het feit dat de fondsen voor binnenlandse zaken 2014-2020 een kortere cyclus volgen voor de uitvoering van begrotingsvastleggingen (de N+2-regel), die niet is afgestemd op andere financieringsinstrumenten van de Unie in gedeeld beheer, zoals het Cohesiefonds, waarvoor een langere uitvoeringsperiode geldt (de N+3-regel). De N+3-regel is van toepassing op de fondsen voor binnenlandse zaken 2021-2027, zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1060. Volgens de N+3-regel moet een vastlegging die in jaar N is gedaan, vóór 31 december N+3 voor hetzelfde bedrag worden gedekt door verzoeken om voorfinanciering en om tussentijdse betaling (zo moet een in 2014 gedane vastlegging volledig worden gedekt door voorfinancierings- en betalingsaanvragen vóór 31 december 2017). Het niet-gedekte bedrag wordt vrijgemaakt, wat betekent dat de lidstaat de financiering in kwestie verliest.

(11)

De beschikbare informatie over de stand van de uitvoering door de lidstaten wijst op een hoog risico van vrijmaking van middelen, die anders zouden kunnen worden gebruikt om in nieuwe behoeften te voorzien. Dat risico is deels te wijten aan redenen die buiten de controle van de lidstaten vallen, zoals vertragingen bij de uitvoering als gevolg van de COVID-19-pandemie in 2020-2021. Ondertussen zou een verlenging van de termijn voor de uitvoering van de fondsen met één jaar de lidstaten in staat stellen ten volle gebruik te maken van de begrotingsvastleggingen in het kader van de programma’s voor 2014-2020 om de uitdagingen aan te pakken waarmee zij nu worden geconfronteerd als gevolg van de oorlog in Oekraïne.

(12)

Verordening (EU) nr. 514/2014 erkent dat, in het licht van nieuwe of onvoorziene omstandigheden, op initiatief van de Commissie of de betrokken lidstaat, een goedgekeurd nationaal programma opnieuw kan worden bekeken en, indien nodig, voor het resterende gedeelte van de programmeringsperiode kan worden herzien. Het is passend de oorlog in Oekraïne te beschouwen als een “nieuwe of onvoorziene omstandigheid” die een nieuw onderzoek en een operationele heroriëntering van een programma rechtvaardigt, in het licht van deze nieuwe behoeften en binnen de specifieke doelstellingen van het programma zoals het eerder was aangenomen.

(13)

Om de lidstaten toegang te blijven verlenen tot niet-bestede bedragen in het kader van de fondsen voor binnenlandse zaken 2014-2020, moet de subsidiabiliteitsperiode van die middelen met één jaar worden verlengd en moeten de nodige gerelateerde aanpassingen worden aangebracht in de data die van toepassing zijn op de uitvoering, rapportage, evaluatie en afsluiting van de programma’s, alsook op de data in verband met vrijgemaakte bedragen.

(14)

Om ervoor te zorgen dat de verlenging van de subsidiabiliteitsperiode zo duidelijk mogelijk wordt ingevoerd, moet één uiterste datum worden vastgesteld waarbinnen de uitgaven moeten worden gedaan én worden uitbetaald.

(15)

Bij Verordening (EU) 2018/2000 van het Europees Parlement en de Raad (10) werd Verordening (EU) nr. 516/2014 gewijzigd om de toegang te deblokkeren tot middelen die bestemd zijn voor de overdracht van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken, en om het gebruik ervan voor bepaalde andere acties in het kader van het nationale programma mogelijk te maken. Dat flexibiliteitsbeginsel moet worden uitgebreid tot dringende behoeften in het licht van nieuwe of onvoorziene omstandigheden, met name om tegemoet te komen aan de nieuwe behoeften van de lidstaten op het gebied van asiel- en migratiebeheer als gevolg van de invasie van Oekraïne.

(16)

Om de toegang tot alle beschikbare middelen te deblokkeren en te voorkomen dat deze verloren gaan door de vrijmaking van ongebruikte middelen die eerder waren bestemd voor bepaalde specifieke doeleinden uit hoofde van Verordening (EU) nr. 516/2014, waaronder middelen voor specifieke acties en voor het hervestigingsprogramma van de Unie, moet de lidstaten de flexibiliteit worden geboden om deze middelen bij wijze van uitzondering te gebruiken in het licht van nieuwe of onvoorziene omstandigheden, zoals die welke het gevolg zijn van de invasie van Oekraïne.

(17)

Om meer financieringsbronnen beschikbaar te maken voor het helpen omgaan met onvoorziene toekomstige gebeurtenissen, is het passend de lidstaten en andere publieke of particuliere donoren toe te staan om tijdens de programmeringsperiode 2021-2027 aanvullende financiële bijdragen te leveren aan asiel- en migratiebeheer in de vorm van externe bestemmingsontvangsten. Die externe bestemmingsontvangsten moeten een specifieke bijdrage van de lidstaten en andere publieke of particuliere donoren vormen voor de financiering van specifieke uitgavenposten in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie voor 2021-2027, en zullen een extra paraatheidsmaatregel mogelijk maken voor de financiering van asiel- en migratieactiviteiten in de lidstaten tijdens crises zoals die welke het gevolg is van de invasie van Oekraïne.

(18)

De in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie voor 2014-2020 en het Fonds voor asiel, migratie en integratie voor 2021-2027 verleende steun vormt een aanvulling op met name acties die worden gefinancierd uit andere fondsen van de Unie, met name in het kader van het cohesiebeleid, teneinde het effect van de beschikbare financiering te maximaliseren.

(19)

Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(20)

Gezien de dringende noodzaak om aan de lidstaten financiële middelen ter beschikking te stellen om te voorzien in behoeften op het gebied van migratie, grensbeheer en veiligheid die worden veroorzaakt door de massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne, wordt het passend geacht gebruik te maken van de uitzondering op de periode van acht weken waarin is voorzien door artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het VEU, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

(21)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het VEU en het VWEU, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland.

(22)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken.

(23)

De Verordeningen (EU) nr. 514/2014, (EU) nr. 516/2014 en (EU) 2021/1147 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(24)

Deze verordening moet met spoed in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, teneinde urgent financiële middelen ter beschikking te stellen van de lidstaten om te voorzien in behoeften op het gebied van migratie, grensbeheer en veiligheid die worden veroorzaakt door de massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 514/2014 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 17, lid 3, wordt vervangen door:

“3.   Uitgaven komen voor steun krachtens de specifieke verordeningen in aanmerking wanneer zij door een begunstigde zijn gedaan en werkelijk door de aangewezen verantwoordelijke instantie volledig zijn betaald tussen 1 januari 2014 en 30 juni 2024.”.

2)

Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de inleidende zin vervangen door:

“1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 31 december 2024 de volgende documenten in:”;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

“2.   De door de verantwoordelijke instantie in de periode van 16 oktober 2023 tot en met 30 juni 2024 verrichte betalingen worden in de laatste jaarrekeningen opgenomen.”.

3)

Artikel 50, lid 4, wordt vervangen door:

“4.   De vastleggingen voor de laatste twee jaren van de periode worden vrijgemaakt overeenkomstig de voorschriften die voor de afsluiting van de programma’s worden gevolgd.”.

4)

Artikel 54, lid 1, wordt vervangen door:

“1.   De verantwoordelijke instantie dient uiterlijk op 31 maart 2016 en vervolgens uiterlijk op 31 maart van elk volgend jaar tot en met 2023 bij de Commissie een jaarverslag in over de uitvoering van elk nationaal programma in het voorafgaande jaar en mag die informatie op het passende niveau publiceren. Het in 2016 in te dienen verslag heeft betrekking op de begrotingsjaren 2014 en 2015. Uiterlijk op 31 december 2024 dienen de lidstaten een eindverslag in over de uitvoering van de nationale programma’s.”.

5)

Artikel 57 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt punt b) vervangen door:

“b)

uiterlijk op 31 december 2024 een verslag over de evaluatie achteraf van de resultaten van acties onder de nationale programma’s.”;

b)

in lid 2 wordt punt b) vervangen door:

“b)

uiterlijk op 30 juni 2025 een verslag over de evaluatie achteraf van de gevolgen van deze en de specifieke verordeningen na afsluiting van de nationale programma’s.”.

Artikel 2

Verordening (EU) nr. 516/2014 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 16, lid 3, wordt vervangen door:

“3.   De in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde aanvullende bedragen worden aan de lidstaten toegewezen bij de individuele financieringsbesluiten tot goedkeuring of herziening van hun nationale programma’s in het kader van de tussentijdse evaluatie volgens de in de artikelen 14 en 15 van Verordening (EU) nr. 514/2014 vastgelegde procedure. Deze bedragen worden alleen gebruikt voor de uitvoering van de specifieke acties opgenomen in bijlage II bij deze verordening. Wanneer dit in het licht van nieuwe of onvoorziene omstandigheden noodzakelijk is, mag een lidstaat die bedragen echter gebruiken voor andere acties in het kader van zijn nationale programma, mits hij de Commissie raadpleegt alvorens tot dergelijk gebruik over te gaan.”.

2)

Artikel 17, lid 9, wordt vervangen door:

“9.   De in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde aanvullende bedragen worden aan de lidstaten om de twee jaar toegewezen — de eerste keer bij de individuele financieringsbesluiten tot goedkeuring van hun nationale programma’s volgens de in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 514/2014 vastgelegde procedure, en nadien in een financieringsbesluit dat bij de besluiten tot goedkeuring van hun nationale programma’s wordt gevoegd. Deze bedragen kunnen niet worden overgedragen naar andere acties in het kader van het nationaal programma. Wanneer dit in het licht van nieuwe of onvoorziene omstandigheden noodzakelijk is, mag een lidstaat die bedragen echter overdragen naar andere acties in het kader van zijn nationale programma, mits hij de Commissie raadpleegt alvorens tot een dergelijke overdracht over te gaan.”.

Artikel 3

Aan artikel 10 van Verordening (EU) 2021/1147 wordt het volgende lid toegevoegd:

“5.   Steun in het kader van deze verordening kan ook worden gefinancierd met bijdragen van de lidstaten en van andere publieke of particuliere donoren als externe bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 5, van het Financieel Reglement.”.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Straatsburg, 6 april 2022.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

C. BEAUNE


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 24 maart 2022 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 4 april 2022.

(2)  Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie, tot wijziging van Beschikking 2008/381/EG van de Raad en tot intrekking van de Beschikkingen nr. 573/2007/EG en nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 2007/435/EG van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 168).

(3)  Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Beschikking nr. 574/2007/EG (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143).

(4)  Verordening (EU) nr. 513/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheer en tot intrekking van Besluit nr. 2007/125/JBZ van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 93).

(5)  Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 112).

(6)  Verordening (EU) 2021/1147 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie (PB L 251 van 15.7.2021, blz. 1).

(7)  Verordening (EU) 2021/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting, in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer, van het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 251 van 15.7.2021, blz. 48).

(8)  Verordening (EU) 2021/1149 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Fonds voor interne veiligheid (PB L 251 van 15.7.2021, blz. 94).

(9)  Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 231 van 30.06.2021, blz. 159).

(10)  Verordening (EU) 2018/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2018 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de nieuwe vastlegging van de resterende bedragen die zijn vastgelegd om de tenuitvoerlegging van de Besluiten (EU) 2015/1523 en (EU) 2015/1601 van de Raad te ondersteunen of de toewijzing van die bedragen aan andere acties in het kader van de nationale programma’s (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 78).