|
30.3.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 102/11 |
VERORDENING(EU) 2022/504 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK
van 25 maart 2022
tot wijziging van Verordening (EU) 2016/445 betreffende de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte die het Unierecht biedt (ECB/2016/4) (ECB/2022/14)
DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1), en met name artikel 4, lid 3, artikel 6 en artikel 9, leden 1 en 2,
Gezien Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (2), en met name artikel 400, lid 2, artikel 415, lid 3, artikel 420, lid 2, artikel 428 septdecies, lid 10, artikel 428 octodecies, lid 2, artikel 428 quaterquadragies, lid 10, artikel 428 quinquesquadragies, lid 2, artikel 467, lid 3, artikel 468, lid 3 en artikel 471, lid 1,
Gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie van 10 oktober 2014 ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen (3), en met name artikel 12, lid 3, artikel 23, lid 2 en artikel 24, leden 4 en 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De wetgeving die is aangenomen sinds de vaststelling van Verordening (EU) 2016/445 van de Europese Centrale Bank (ECB/2016/4) (4) heeft bepaalde nieuwe keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte in het Unierecht geïntroduceerd en heeft ook bepaalde keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte uit hoofde van het Unierecht die de Europese Centrale Bank (ECB) in Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4) heeft uitgeoefend, gewijzigd of geschrapt. Om die wijzigingen te weerspiegelen, zijn bijkomende wijzigingen van Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4) noodzakelijk. |
|
(2) |
Voorts zijn krachtens artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4) intragroepblootstellingen vrijgesteld van de desbetreffende limieten voor grote blootstellingen, mits kredietinstellingen aan bepaalde voorwaarden voldoen. Sinds de vaststelling van Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4) is het niveau van de prudentiële bezorgdheid van de ECB over de boekingspraktijken van kredietinstellingen met in derde landen gevestigde entiteiten toegenomen. De reikwijdte van artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4) moet daarom worden beperkt tot intragroepblootstellingen met betrekking tot in de Unie gevestigde entiteiten. |
|
(3) |
Artikel 9, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4) moeten worden gewijzigd om het mogelijk te maken dat kredietinstellingen die aan de relevante voorwaarden voldoen, naast de momenteel beschikbare volledige vrijstelling, gebruik kunnen maken van een gedeeltelijke vrijstelling met inachtneming van een kwantitatieve limiet op de waarde van de desbetreffende blootstellingen. |
|
(4) |
Met betrekking tot met handelsfinanciering verband houdende producten buiten de balanstelling acht de ECB het noodzakelijk een grotere flexibiliteit in te voeren bij de bepaling van de uitstroompercentages voor de toepassing van artikel 23, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie (5). Daarom moet de specificatie van een gestandaardiseerd uitstroompercentage van 5 % in artikel 11 van Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4) worden geschrapt. In plaats daarvan moet de ECB, zoals het geval is voor de andere producten en diensten die binnen de reikwijdte van artikel 23 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 vallen, de uitstroompercentages voor met handelsfinanciering buiten de balanstelling verband houdende producten bepalen door ofwel de door de betrokken kredietinstelling toegepaste uitstroompercentages te aanvaarden, ofwel een hoger uitstroompercentage vast te stellen, zulks tot een maximum van 5 %. |
|
(5) |
Ter ondersteuning van de doelstelling van consistente toepassing van prudentiële vereisten op kredietinstellingen moet voor de toepassing van artikel 12, lid 1, onder c), i), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 een algemeen beleid worden vastgesteld voor het identificeren van belangrijke beursindexen in een lidstaat of in een derde land. |
|
(6) |
Met de invoering van het vereiste inzake de nettostabielefinancieringsratio (net stable funding ratio - NSFR) als bedoeld in deel zes, titel IV, van Verordening (EU) nr. 575/2013, zijn de bevoegde autoriteiten gemachtigd om verschillende nieuwe keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte met betrekking tot het NSFR-vereiste uit te oefenen. Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4) moet derhalve dienovereenkomstig worden bijgewerkt. |
|
(7) |
Ter ondersteuning van het beginsel van gelijke behandeling van kredietinstellingen moeten de opties en manoeuvreerruimte in verband met de toepassing van het NSFR-vereiste door kleine en niet-complexe instellingen, zoals beschreven in deel zes, titel IV, hoofdstuk 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013, op dezelfde wijze worden uitgeoefend als de corresponderende opties en manoeuvreerruimte met betrekking tot de toepassing van het NSFR-vereiste door andere kredietinstellingen, zoals uiteengezet in deel zes, titel IV, hoofdstukken 1 tot en met 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
(8) |
Bepaalde factoren hebben de praktische toepassing belemmerd van de beoordelingsvrijheid van artikel 13 van Verordening (EU) 2016/445 van de Europese Centrale Bank (ECB/2016/4), op grond waarvan de bevoegde autoriteiten instellingen kunnen toestaan een uitstroompercentage van 3 % toe te passen op stabiele retaildeposito’s die onder een depositogarantiestelsel vallen, behoudens voorafgaande goedkeuring van de Europese Commissie overeenkomstig artikel 24, leden 4 en 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie. Nadere gegevens en analyses zijn noodzakelijk om aan te tonen dat de afvloeiingspercentages voor stabiele retaildeposito’s die gedekt worden door een depositogarantiestelsel als bedoeld in artikel 24, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 tijdens stressperioden minder dan 3 % zouden bedragen in overeenstemming met de in artikel 5 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 bedoelde scenario’s. Bij gebrek aan dergelijk bewijs en dergelijke analyse moet het algemene beleid dat de toepassing van een uitstroompercentage van 3 % toestaat, worden geschrapt uit Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4). |
|
(9) |
Overeenkomstig de procedure van artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 heeft de ECB een openbare raadpleging over deze verordening gehouden. |
|
(10) |
Het besluit van de raad van toezicht van de ECB om het voorstel tot vaststelling van deze verordening goed te keuren, is genomen overeenkomstig artikel 26, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1024/2013. |
|
(11) |
Derhalve moet Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4) dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen
Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4) wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 5 wordt geschrapt. |
|
2) |
In artikel 9 worden de leden 3 tot en met 5 vervangen door: “3. De in artikel 400, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 opgesomde blootstellingen, die een kredietinstelling heeft ten aanzien van de in artikel 400, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde ondernemingen, voor zover die ondernemingen in de Unie zijn gevestigd, worden vrijgesteld van de toepassing artikel 395, lid 1, van die verordening, mits voldaan is aan de in artikel 400, lid 3, van die verordening bedoelde voorwaarden, zoals nader bepaald in bijlage I bij deze verordening, en voor zover op die ondernemingen hetzelfde toezicht op geconsolideerde basis van toepassing is overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013, Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (*1), dan wel in een derde land vigerende equivalente normen, zoals nader bepaald in bijlage I bij deze verordening. 4. De in artikel 400, lid 2, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 opgesomde blootstellingen worden vrijgesteld van de toepassing van artikel 395, lid 1, van die verordening, mits voldaan is aan de in artikel 400, lid 3, van die verordening bedoelde voorwaarden, zoals nader bepaald in bijlage II bij deze verordening. 5. De in artikel 400, lid 2, punten e) tot en met l), van Verordening (EU) nr. 575/2013 opgesomde blootstellingen worden volledig , of in het geval van artikel 400, lid 2, punt i), tot het maximale toegestane bedrag, vrijgesteld van de toepassing van artikel 395, lid 1, van die verordening, mits aan de in artikel 400, lid 3, van die verordening bedoelde voorwaarden is voldaan. (*1) Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 35 van 11.2.2003, blz. 1.”." |
|
3) |
In hoofdstuk IV wordt na de rubriek “Liquiditeit” de volgende rubriek ingevoegd: “ Liquiditeitsdekkingsvereiste ”. |
|
4) |
De artikelen 10 en 11 worden geschrapt. |
|
5) |
Het volgende artikel 11 bis wordt ingevoegd: “Artikel 11 bis Artikel 12, lid 1, punt c), i), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61: Identificatie van de belangrijkste beursindexen van de lidstaat of het derde land De volgende indexen worden als belangrijke aandelenindexen voor het bepalen van de omvang van aandelen die overeenkomstig artikel 12, lid 1, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 (*) als activa van niveau 2B kunnen worden aangemerkt:
(*2) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1646 van de Commissie van 13 september 2016 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot hoofdindexen en erkende beurzen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (PB L 245 van 14.9.2016, blz. 5).”." |
|
6) |
In hoofdstuk IV wordt na artikel 12 de volgende afdeling II ingevoegd: “
Artikel 12 bis Artikel 428 septdecies, lid 10, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Factoren voor vereiste stabiele financiering voor blootstellingen buiten de balanstelling Tenzij de ECB verschillende factoren voor vereiste stabiele financiering vaststelt, verlangen NBA’s voor blootstellingen buiten de balanstelling die binnen het toepassingsgebied van artikel 428 septdecies, lid 10, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, van minder belangrijke instellingen om op blootstellingen buiten de balanstelling die niet in deel zes, titel IV, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013 worden genoemd, factoren voor vereiste stabiele financiering toe te passen die overeenstemmen met de uitstroompercentages die zij in het kader van artikel 23 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 toepassen op gerelateerde producten en diensten in het liquiditeitsdekkingsvereiste. Artikel 12 ter Artikel 428 octodecies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Bepaling van de bezwaringsduur voor activa die zijn gescheiden Indien activa overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (*3) zijn gescheiden en instellingen niet vrijelijk over dergelijke activa kunnen beschikken, beschouwen belangrijke instellingen deze activa als bezwaard voor een periode die overeenkomt met de termijn van de verplichtingen jegens de cliënten van de instellingen waarop dat scheidingsvereiste betrekking heeft. Artikel 12 quater Artikel 428 quaterquadragies, lid 10, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Factoren voor vereiste stabiele financiering voor blootstellingen buiten de balanstelling Instellingen waaraan de ECB toestemming heeft verleend om de in deel zes, titel IV, hoofdstuk 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 genoemde vereenvoudigde nettostabielefinancieringsratio toe te passen, volgen de in artikel 12 bis neergelegde benadering. Artikel 12 quinquies Artikel 428 quinquesquadragies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Bepaling van de bezwaringsduur voor activa die zijn gescheiden Instellingen waaraan de ECB toestemming heeft verleend om het in deel zes, titel IV, hoofdstuk 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 genoemde vereenvoudigde nettostabielefinancieringsvereiste toe te passen, volgen de in artikel 12 ter neergelegde benadering. (*3) Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).”." |
|
7) |
De artikelen 13 tot en met 16 worden geschrapt. |
|
8) |
Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. |
Artikel 2
Slotbepalingen
Deze verordening treedt in werking op de vijfde dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.
Gedaan te Frankfurt am Main, 25 maart 2022.
Voor de Raad van bestuur van de ECB
De president van de ECB
Christine LAGARDE
(1) PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.
(2) PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1.
(3) PB L 11 van 17.1.2015, blz. 1.
(4) Verordening (EU) 2016/445 van de Europese Centrale Bank van 14 maart 2016 betreffende de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte die het Unierecht biedt (ECB/2016/4) (PB L 78 van 24.3.2016, blz. 60).
(5) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie van 10 oktober 2014 ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen (PB L 11 van 17.1.2015, blz. 1).
BIJLAGE
Bijlage I bij Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4) wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Lid 2, punt a), ii) wordt vervangen door:
|
|
2) |
Lid 3, punt c), ii) wordt vervangen door:
|