22.2.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 41/5


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2022/245 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 2021

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 wat betreft de begeleidende educatieve maatregelen en de selectie en erkenning van steunaanvragers

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 24, lid 1, punten b) en c),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 van de Commissie (2) zijn de voorwaarden vastgesteld voor het ontwerp en de toepassing van de begeleidende educatieve maatregelen waarin de lidstaten op grond van artikel 23, lid 10, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moeten voorzien. Omwille van de rechtszekerheid moet een niet-uitputtende lijst worden vastgesteld van activiteiten die mogen worden uitgevoerd als onderdeel van de begeleidende educatieve maatregelen in het kader van de schoolregeling, ook wanneer geen steun van de Unie wordt gevraagd. Ook moet worden verduidelijkt dat de lidstaten, om de schoolregeling doeltreffend te maken, ervoor moeten zorgen dat de begeleidende educatieve maatregelen ter ondersteuning van de distributie van schoolgroenten en -fruit en schoolmelk ten goede komen aan alle kinderen die aan de schoolregeling deelnemen. Dat vereiste doet geen afbreuk aan de autonomie die aan de onderwijsinstellingen in de lidstaten wordt toegekend overeenkomstig de verdeling van de bevoegdheden en de strategie voor de uitvoering van de schoolregeling in de betrokken lidstaten.

(2)

In artikel 5, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 zijn de algemene voorwaarden voor de selectie van steunaanvragers vastgesteld. Bij de selectie van steunaanvragers kunnen voor de lidstaten, of ze nu op nationaal, regionaal of lokaal niveau optreden, nationale of Unieregels inzake openbare aanbestedingen gelden. Omwille van de rechtszekerheid moet worden verduidelijkt dat de lidstaten moeten waarborgen dat de toepasselijke regels inzake openbare aanbestedingen worden nageleefd.

(3)

In artikel 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 zijn de voorwaarden voor de erkenning van steunaanvragers bepaald, waarbij is vastgesteld welke schriftelijke verbintenissen de aanvragers moeten aangaan. Lid 2 van dat artikel voorziet in een aanvullende schriftelijke verbintenis voor steunaanvragen die enkel betrekking hebben op de verstrekking en/of distributie van producten. Die verbintenis is echter ook relevant voor steunaanvragen waarin de verstrekking en/of distributie van producten wordt gecombineerd met educatieve maatregelen. Lid 3 van dat artikel betreft steunaanvragen die enkel betrekking hebben op begeleidende educatieve maatregelen. In dat lid is bepaald dat de bevoegde autoriteiten de steunaanvragers kunnen verplichten aanvullende schriftelijke verbintenissen aan te gaan. Dat moet echter voor alle steunaanvragers mogelijk zijn. Derhalve moet artikel 6 van die verordening dienovereenkomstig worden gewijzigd. Om de lidstaten voldoende tijd te geven om de procedures voor de erkenning van steunaanvragers aan te passen, is het passend te bepalen dat de wijziging van de voorwaarden voor de erkenning van steunaanvragers pas vanaf het schooljaar 2022/2023 van toepassing is.

(4)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 3 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

“1.   De in artikel 23, lid 10, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde begeleidende educatieve maatregelen moeten rechtstreeks verband houden met de doelstellingen van de schoolregeling: de consumptie van geselecteerde landbouwproducten bevorderen en gezondere eetgewoonten aanleren.

Zij zijn erop gericht om kinderen opnieuw in contact te brengen met de landbouw en de verscheidenheid aan landbouwproducten van de Unie, en in het bijzonder die welke in hun eigen streek worden geproduceerd, en om kinderen voor te lichten over aanverwante kwesties, zoals gezonde eetgewoonten en de gevolgen daarvan voor de volksgezondheid, nationale voedingsadviezen, lokale voedselketens, biologische landbouw, duurzame voedselproductie en -consumptie en de bestrijding van voedselverspilling; en kunnen activiteiten omvatten zoals:

a)

bezoeken aan landbouwbedrijven, fruitkwekerijen, producentenorganisaties, zuivelfabrieken, boerenmarkten, sorterings- en verpakkingsbedrijven voor groenten en fruit, landbouwmusea en andere soortgelijke activiteiten;

b)

het aanleggen en onderhouden van een schoolmoestuin of -boomgaard;

c)

voedselbereiding, kooklessen en proeverijen, workshops, practica en andere soortgelijke activiteiten;

d)

lessen, seminars, conferenties, workshops en andere soortgelijke activiteiten;

e)

lesmateriaal, wedstrijden, spelletjes, educatieve quizzen, themadagen of -weken en andere soortgelijke activiteiten.

Indien de begeleidende educatieve maatregelen ook betrekking hebben op andere dan de in artikel 23, leden 3, 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde landbouwproducten, kunnen deze andere producten in het kader van de maatregelen worden geproefd.

2.   De lidstaten zien erop toe dat alle kinderen die bij de schoolregeling betrokken zijn, kunnen deelnemen aan begeleidende educatieve maatregelen.

Wanneer in educatieve maatregelen die rechtstreeks verband houden met de doelstellingen van de schoolregeling, wordt voorzien in onderwijsinstellingen als onderdeel van het reguliere onderwijsprogramma of andere beleidsmaatregelen of programma’s, kunnen de lidstaten besluiten de maatregelen in aanmerking te nemen voor de toepassing van de eerste alinea.

De begeleidende educatieve maatregelen kunnen worden opgezet en uitgevoerd op nationaal, regionaal of lokaal niveau of op het niveau van de onderwijsinstellingen, overeenkomstig de verdeling van de bevoegdheden van de lidstaten en hun strategie voor de uitvoering van de schoolregeling. De lidstaten zorgen ervoor dat de onderwijsinstellingen die aan de regeling deelnemen, naar behoren worden geïnformeerd over het bestaande systeem voor begeleidende educatieve maatregelen en over de beschikbare materialen en instrumenten.”.

2)

Aan artikel 5, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Bij de selectie van steunaanvragers zien de lidstaten erop toe dat het toepasselijke recht, met inbegrip van de regels inzake openbare aanbestedingen, wordt nageleefd.”.

3)

Artikel 6 wordt vervangen door:

“Artikel 6

Voorwaarden voor de erkenning van steunaanvragers

1.   De steunaanvragers worden erkend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de onderwijsinstelling waaraan de producten worden verstrekt en/of gedistribueerd, zich bevindt. De erkenning wordt uitsluitend verleend als de aanvragers zich er schriftelijk toe verbinden:

a)

ervoor te zorgen dat de producten die de Unie in het kader van de schoolregeling financiert, beschikbaar worden gesteld voor consumptie door de kinderen in de onderwijsinstelling(en) waarvoor steun wordt aangevraagd;

b)

de toegewezen steun te gebruiken voor begeleidende educatieve maatregelen, monitoring, evaluatie of publiciteits overeenkomstig de doelstellingen van de schoolregeling en, wanneer de begeleidende educatieve maatregelen betrekking hebben op gezondheids- en voedingskwesties, overeenkomstig de nationale gezondheidsadviezen en voedingsadviezen voor de betrokken leeftijdsgroep;

c)

ten onrechte betaalde steun voor de betrokken hoeveelheden terug te betalen wanneer is geconstateerd dat de producten niet aan de kinderen zijn gedistribueerd of niet in aanmerking komen voor Uniesteun;

d)

ten onrechte betaalde steun voor begeleidende educatieve maatregelen, monitoring, evaluatie of publiciteit terug te betalen wanneer is geconstateerd dat deze maatregelen of activiteiten niet correct zijn uitgevoerd;

e)

bewijsstukken ter beschikking van de bevoegde autoriteit te stellen wanneer deze daarom verzoekt;

f)

alle door de bevoegde autoriteit noodzakelijk geachte controles, met name de verificatie van de boekhouding en fysieke inspecties, toe te laten;

g)

wanneer de aanvrager geen onderwijsinstelling is, een boekhouding te voeren met daarin de naam en het adres van de onderwijsinstellingen of -instanties die hun producten ontvangen, alsmede de hoeveelheden verkochte of verstrekte specifieke producten.

De bevoegde autoriteiten kunnen de steunaanvragers verplichten aanvullende schriftelijke verbintenissen aan te gaan.

Wanneer steun wordt aangevraagd voor activiteiten die zullen worden uitgevoerd na openbare aanbestedingsprocedures, kunnen de lidstaten de erkenning als verleend beschouwen wanneer de in de eerste en tweede alinea beschreven verbintenissen deel uitmaken van de voorwaarden voor deelname aan de openbare aanbestedingsprocedures.

2.   Voor aanvragers van steun die enkel betrekking heeft op de verstrekking en/of distributie van producten, is lid 1, punten b) en d), niet van toepassing.

3.   Voor aanvragers van steun die enkel betrekking heeft op begeleidende educatieve maatregelen, is lid 1, punten a), c) en g), niet van toepassing.

4.   Voor aanvragers van steun die enkel betrekking heeft op monitoring, evaluatie en publiciteit, is lid 1, punten a), c) en g), niet van toepassing.

5.   De lidstaten kunnen de erkenningen die in het kader van de schoolfruit- en schoolgroentenregeling en/of de schoolmelkregeling overeenkomstig respectievelijk Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 en Verordening (EG) nr. 657/2008 zijn verleend, als geldig beschouwen indien de criteria en de voorwaarden niet gewijzigd zijn.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1, punt 3, is van toepassing op de steun vanaf het schooljaar 2022/2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 december 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie (PB L 5 van 10.1.2017, blz. 11).