|
25.1.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/36 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/95 VAN DE COMMISSIE
van 24 januari 2022
tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, verzonden vanuit Taiwan, Indonesië, Sri Lanka en de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“basisverordening”), en met name artikel 11, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Geldende maatregelen
|
(1) |
De antidumpingmaatregelen ten aanzien van bepaalde hulpstukken voor buisleidingen (“het betrokken product”) van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“het betrokken land” of “de VRC”) en Thailand waren aanvankelijk ingesteld bij Verordening (EG) nr. 584/96 van de Raad (2) (“de oorspronkelijke maatregelen”). |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 13, lid 3, van de basisverordening zijn de oorspronkelijke maatregelen bij de Verordeningen (EG) nr. 964/2003 (3), (EG) nr. 2052/2004 (4), (EG) nr. 2053/2004 (5) en (EG) nr. 655/2006 (6) van de Raad uitgebreid tot de invoer van uit Taiwan, Indonesië, Sri Lanka en de Filipijnen verzonden producten, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Taiwan, Indonesië, Sri Lanka en de Filipijnen. |
|
(3) |
Momenteel gelden definitieve antidumpingrechten die zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1934 van de Commissie (7) tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening. |
1.2. Geldende maatregelen ten aanzien van andere derde landen
|
(4) |
Er zijn momenteel antidumpingmaatregelen van toepassing ten aanzien van de invoer van bepaalde hulpstukken voor buisleidingen van oorsprong uit de Russische Federatie, de Republiek Korea en Maleisië (8). |
1.3. Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen en opening van het onderzoek
|
(5) |
Na de bekendmaking van een bericht van het naderend vervallen (9) van de geldende antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC” of “het betrokken land”) heeft de Commissie een op artikel 11, lid 2, van de basisverordening gebaseerd verzoek om een nieuw onderzoek ontvangen (“het verzoek”). |
|
(6) |
Het verzoek werd op 25 juni 2020 ingediend door het Defence Committee of the Steel Butt-Welding Fittings Industry of the European Union (“de indiener van het verzoek”) namens producenten die goed zijn voor meer dan 60 % van de totale productie van hulpstukken voor buisleidingen in de Unie. |
|
(7) |
Het verzoek is ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting of herhaling van dumping en schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
|
(8) |
Daar de Commissie na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 27 oktober 2020 op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geopend met betrekking tot de invoer van hulpstukken voor buisleidingen van oorsprong uit de VRC. Zij heeft daartoe een bericht van opening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (10) (“het bericht van opening”). |
1.4. Belanghebbenden
|
(9) |
In het bericht van opening heeft de Commissie belanghebbenden uitgenodigd contact met haar op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Bovendien heeft de Commissie de indiener van het verzoek, andere haar bekende producenten in de Unie, producenten in de VRC, importeurs en haar bekende betrokken gebruikers in de Unie alsmede de Chinese autoriteiten specifiek op de hoogte gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en hen verzocht daaraan mee te werken. |
|
(10) |
Alle belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures aan te vragen. |
1.5. Steekproeven
|
(11) |
In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening. |
1.5.1. Steekproef van producenten in de Unie
|
(12) |
In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. In overeenstemming met artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie de steekproef samengesteld op basis van de grootste representatieve verkoop- en productiehoeveelheden in de Unie die binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs konden worden onderzocht, tevens zorg dragend voor een representatieve geografische verdeling. Deze steekproef bestond uit drie producenten in de Unie. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vertegenwoordigden 56 % van de geschatte totale productie in de Unie en 49 % van de geschatte totale verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De Commissie heeft de belanghebbenden om opmerkingen over de voorlopige steekproef verzocht, maar heeft er geen ontvangen. De voorlopige steekproef werd derhalve bevestigd en wordt als representatief voor de bedrijfstak van de Unie beschouwd. |
1.5.2. Steekproef van producenten in de VRC
|
(13) |
Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was met betrekking tot de producenten in het betrokken land, werd die partijen verzocht zich bij de Commissie kenbaar te maken en de informatie te verstrekken waarom in het bericht van opening werd verzocht. Daarnaast heeft de Commissie de Vertegenwoordiging van de VRC bij de Unie verzocht mogelijke andere producenten die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek, op te sporen en/of contact met hen op te nemen. Aangezien aanvankelijk slechts één producent-exporteur zich had gemeld, was het echter niet nodig een steekproef samen te stellen. Aangezien deze producent-exporteur besloot zijn medewerking op te zeggen, werden de bevindingen met betrekking tot de invoer uit de VRC bovendien overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens. |
1.6. Steekproef van niet-verbonden importeurs
|
(14) |
Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, werd alle niet-verbonden importeurs verzocht om deel te nemen aan dit onderzoek. Deze partijen werd verzocht zich bekend te maken door de Commissie de in de bijlage bij het bericht van opening verlangde informatie over hun ondernemingen te verstrekken. Slechts twee importeurs hebben zich gemeld. Bijgevolg besloot de Commissie dat een steekproef niet nodig was. |
1.7. Vragenlijsten en controlebezoeken
|
(15) |
De Commissie heeft de overheid van de VRC (“Chinese overheid”) een vragenlijst toegezonden betreffende het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. |
|
(16) |
De vragenlijsten voor de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, alsmede die voor de importeurs, gebruikers en producenten-exporteurs zijn op de dag van de opening van het onderzoek online ter beschikking gesteld (11). |
|
(17) |
De Commissie heeft antwoorden op de vragenlijst ontvangen van de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, van de indiener van het verzoek, en van twee importeurs. |
|
(18) |
Gezien de uitbraak van COVID-19 en de inperkingsmaatregelen die door verschillende lidstaten zijn genomen, kon de Commissie geen controlebezoeken op grond van artikel 16 van de basisverordening verrichten. In plaats daarvan heeft de Commissie alle informatie die zij voor haar vaststellingen nodig achtte, op afstand getoetst in overeenstemming met haar mededeling over de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 voor antidumping- en antisubsidieonderzoeken (12). De Commissie heeft toetsingen op afstand verricht bij alle in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, te weten:
|
1.8. Vervolg van de procedure
|
(19) |
Op 9 november 2021 heeft de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld op basis waarvan zij voornemens was de van kracht zijnde antidumpingrechten te handhaven. Alle partijen konden binnen een bepaalde termijn opmerkingen indienen ten aanzien van de mededeling van feiten en overwegingen. |
|
(20) |
De Commissie heeft van geen enkele belanghebbende opmerkingen ontvangen. |
1.9. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
|
(21) |
Het onderzoek naar de voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2020 (“het tijdvak van het nieuwe onderzoek” of “TNO”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2017 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”). |
1.10. Terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie
|
(22) |
Deze zaak is ingeleid op 27 oktober 2020, dat wil zeggen tijdens de tussen het Verenigd Koninkrijk (“VK”) en de Unie overeengekomen overgangsperiode waarin het VK onderworpen bleef aan het Unierecht. Deze periode is op 31 december 2020 afgelopen. Bijgevolg komen ondernemingen en verenigingen uit het VK sinds 1 januari 2021 niet langer in aanmerking als belanghebbenden bij deze procedure. |
|
(23) |
In een nota bij het dossier van 18 januari 2021 heeft de Commissie marktdeelnemers uit het VK die van mening waren dat zij nog steeds als belanghebbende in aanmerking kwamen, verzocht contact met haar op te nemen. Er hebben zich geen ondernemingen gemeld. |
2. ONDERZOCHT PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
2.1. Onderzocht product
|
(24) |
Het nieuwe onderzoek betreft hetzelfde product als dat waarop het vorige onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen betrekking had, namelijk bepaalde hulpstukken voor buisleidingen (andere dan gegoten hulpstukken, flenzen en hulpstukken met schroefdraad), van ijzer of van staal (met uitzondering van roestvrij staal), met een grootste uitwendige diameter van niet meer dan 609,6 mm, geschikt voor stomplassen of voor andere doeleinden, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7307 93 11, ex 7307 93 19 en ex 7307 99 80 (Taric-codes 7307931191, 7307931193, 7307931194, 7307931195, 7307931199, 7307931991, 7307931993, 7307931994, 7307931995, 7307931999, 7307998092, 7307998093, 7307998094, 7307998095 en 7307998098), van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“het onderzochte product”). |
2.2. Soortgelijk product
|
(25) |
Uit het onderzoek naar aanleiding waarvan de geldende maatregelen zijn ingesteld (13), is gebleken dat de volgende producten dezelfde fysieke en technische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:
|
|
(26) |
De Commissie heeft geconcludeerd dat deze producten soortgelijke producten zijn in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
3. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DUMPING
3.1. Inleidende opmerkingen
|
(27) |
In het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd de invoer van het onderzochte product uit de VRC voortgezet (5 192 ton), zij het op een veel lager niveau dan tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek van het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (8 058 ton van juli 2013 tot en met juni 2014). Volgens Comext-statistieken (Eurostat) (14) maakte de invoer van hulpstukken voor buisleidingen uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ongeveer 10 % van de markt van de Unie uit, vergeleken met een marktaandeel van 16 % tijdens het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. |
|
(28) |
Zoals vermeld in overweging 13, werkte geen van de producenten-exporteurs uit de VRC aan het onderzoek mee. |
|
(29) |
Derhalve heeft de Commissie de autoriteiten van de VRC meegedeeld dat zij wegens gebrek aan medewerking mogelijk artikel 18 van de basisverordening zou toepassen voor de bevindingen met betrekking tot de VRC. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen. |
|
(30) |
Bijgevolg werden in overeenstemming met artikel 18, lid 1, van de basisverordening de bevindingen inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping met betrekking tot de VRC gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name de informatie vervat in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, in combinatie met andere informatiebronnen, zoals handelsstatistieken over in- en uitvoer (Comext (Eurostat), Dun & Bradstreet (D&B) (15), Global Trade Alert — GTA (16) en OESO (17)). |
3.2. Voortzetting van invoer met dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek
3.2.1. Normale waarde
3.2.1.1. Inleiding
|
(31) |
Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald.” . |
|
(32) |
In artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening is evenwel bepaald dat “[w]anneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, […] de normale waarde uitsluitend [wordt] berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en “een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst [omvat]”. |
|
(33) |
Zoals hieronder nader toegelicht, heeft de Commissie in het onderhavige onderzoek geconcludeerd dat, op basis van het beschikbare bewijs en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de Chinese producenten, het passend was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen. |
3.2.1.2. Procedure voor de vaststelling van de normale waarde op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening
|
(34) |
Aangezien er ten tijde van de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat met betrekking tot de VRC wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, heeft de Commissie het onderzoek geopend op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in punt 5.3.2 van het bericht van opening alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijs te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. De Chinese overheid reageerde niet binnen de daarvoor gestelde termijn op de vragenlijst, en diende evenmin opmerkingen in over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid ervan in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC vast te stellen. |
|
(35) |
In het bericht van opening heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijs, wellicht op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening een geschikt representatief land moet selecteren om op basis van niet-verstoorde prijzen of benchmarks de normale waarde vast te stellen. |
|
(36) |
Op 30 maart 2021 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling (“de eerste mededeling”) op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen. In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid en energie die bij de productie van het onderzochte product een rol kunnen spelen. Daarnaast heeft de Commissie op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks mogelijke representatieve landen aangemerkt (te weten de Russische Federatie, Thailand en Turkije). |
|
(37) |
De indiener van het verzoek voerde aan dat de Russische Federatie geen geschikt representatief land is, namelijk omdat er sinds 1 mei 2015 een uitvoerverbod voor onbewerkte buisleidingen (GS-code 730419) geldt en omdat dit een aanzienlijke bron van verstoringen op de Russische markt voor de belangrijkste grondstof van hulpstukken voor buisleidingen vormt. De Commissie heeft nota genomen van de opmerkingen en is het ermee eens dat Rusland geen geschikt representatief land is in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
|
(38) |
De indiener van het verzoek voerde verder aan dat de invoer van onbewerkte buisleidingen uit de VRC naar Turkije aanzienlijk is. Daarnaast voerde de indiener van het verzoek aan dat geen van de drie ondernemingen die de Commissie in de eerste mededeling heeft genoemd, echte producenten van hulpstukken voor buisleidingen waren. Na verder onderzoek heeft de Commissie zich aangesloten bij het standpunt dat de drie vermelde producenten in Turkije geen echte producenten van hulpstukken voor buisleidingen waren. De Commissie heeft in dat stadium derhalve geconcludeerd dat Turkije geen geschikt representatief land leek te zijn in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
|
(39) |
De indiener van het verzoek voerde bovendien aan dat de onderneming die de Commissie in Thailand had aangewezen, in feite geen producent van hulpstukken voor buisleidingen was, en stelde drie andere ondernemingen voor. De Commissie was het ermee eens dat de aanvankelijk aangewezen onderneming geen producent van hulpstukken voor buisleidingen was en ging na of de drie door de indiener van het verzoek voorgestelde ondernemingen (Thai Benkan Co., Ltd, Awaji Material Thailand Co., Ltd en TTU Industrial Corp. Ltd) wel hulpstukken voor buisleidingen produceerden en of voor deze ondernemingen recente financiële gegevens onmiddellijk beschikbaar waren. |
|
(40) |
Op 28 juni 2021 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een tweede mededeling (“de tweede mededeling”) op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen, met Thailand als het representatieve land. Ook informeerde zij de belanghebbenden dat zij de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA-kosten”) en de winst zou vaststellen op basis van de beschikbare informatie van drie producenten (Thai Benkan en Awaji Material Thailand en TTU Industrial Corporation) in het representatieve land. De Commissie heeft geen opmerkingen over de tweede mededeling ontvangen. |
3.2.2. Bestaan van verstoringen van betekenis
|
(41) |
In recente onderzoeken betreffende de staalsector in de VRC (18) heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. |
|
(42) |
In die onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van aanzienlijk overheidsingrijpen in de VRC, met als gevolg dat er sprake is van een verstoring van de effectieve toewijzing van middelen overeenkomstig marktbeginselen (19). De Commissie heeft met name geconcludeerd dat in de sector staal — de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van het onderzochte product — er niet alleen sprake blijft van een aanzienlijke mate van eigendom van de Chinese overheid in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening (20), maar dat de Chinese overheid ook in de gelegenheid is zich te mengen in prijzen en kosten door de aanwezigheid van de staat in ondernemingen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening (21). De Commissie heeft verder vastgesteld dat de aanwezigheid van de staat op de financiële markten en het ingrijpen door de staat op die markten, alsmede bij de verstrekking van grondstoffen en basisproducten, een aanvullend verstorend effect hebben op de markt. Over de gehele linie leidt het planningssysteem in de VRC er namelijk toe dat de middelen worden geconcentreerd in sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat allocatie plaatsvindt in overeenstemming met de marktkrachten (22). Bovendien heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en dus verstoringen veroorzaakt, met name wanneer insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en als het gaat om het toewijzen van grond in de VRC (23). In dezelfde lijn stelde de Commissie vast dat er sprake is van verstoringen van loonkosten in de staalsector in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening (24), alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat betreft de toegang tot kapitaal voor bedrijven in de VRC (25). |
|
(43) |
Evenals in de voorafgaande onderzoeken met betrekking tot de staalsector in de VRC is de Commissie in het huidige onderzoek nagegaan of het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening al dan niet passend was om gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. Daartoe heeft de Commissie gebruikgemaakt van het beschikbare bewijsmateriaal in het dossier, met inbegrip van het bewijsmateriaal in het verzoek, alsmede in het werkdocument van de diensten van de Commissie over verstoringen van betekenis in de economie van de Volksrepubliek China met het oog op handelsbeschermingsonderzoeken (26) (“het rapport”), dat op openbaar beschikbare bronnen is gebaseerd. Bij deze analyse is niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de betrokken sector, met inbegrip van het onderzochte product. De Commissie heeft deze bewijselementen verder aangevuld met haar eigen onderzoek naar de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC te bevestigen, zoals die ook zijn vastgesteld in het kader van de voorafgaande onderzoeken die in dit verband zijn uitgevoerd. |
|
(44) |
Naast het rapport refereerde het verzoek ook aan praktijken die van invloed zijn op de kosten en prijzen in de staalsector (onbewerkte buisleidingen zijn het belangrijkste basisproduct voor de productie van hulpstukken voor buisleidingen):
|
|
(45) |
Zoals aangegeven in overweging 29, heeft de Chinese overheid geen opmerkingen gemaakt of bewijsmateriaal verstrekt ter ondersteuning of weerlegging van het bestaande bewijsmateriaal in het dossier, waaronder het rapport, en het door de klager verstrekte aanvullende bewijsmateriaal over de aanwezigheid van verstoringen van betekenis en/of over de geschiktheid van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening in het onderhavige geval. |
|
(46) |
Specifiek in de sector staal, de belangrijkste grondstof voor de productie van hulpstukken voor buisleidingen, blijft een aanzienlijke mate van eigendom van de Chinese overheid bestaan. Veel van de grootste producenten zijn eigendom van de staat. In het “Plan voor de aanpassing en modernisering van de staalindustrie voor 2016-2020” worden sommige hiervan specifiek genoemd. Zo vermeldt het Chinese Shanxi Taiyuan Iron & Steel Co. Ltd (“Tisco”) dat in staatshanden is, op zijn website dat het “een supergigant op het gebied van ijzer en staal” is, die zich heeft ontwikkeld tot een buitengewoon grootschalig ijzer- en staalcomplex dat geïntegreerd is met de activiteiten op het gebied van de winning van ijzer en de productie, verwerking en levering van en handel in ijzer en staal” (30). Baosteel is een andere grote Chinese staatsonderneming die zich bezighoudt met de fabricage van staal en is onderdeel van de China Baowu Steel Group Co. Ltd (voorheen Baosteel Group en Wuhan Iron & Steel) (31). De nominale verdeling tussen het aantal staatsondernemingen en particuliere ondernemingen in de staalsector is volgens schattingen weliswaar bijna gelijk, maar van de vijf Chinese staalproducenten die tot “s werelds tien grootste staalproducenten behoren, zijn er vier staatsondernemingen (32). En terwijl de tien grootste producenten in 2016 slechts ongeveer 36 % van de totale industriële productie voor hun rekening namen, stelde de Chinese overheid in datzelfde jaar de doelstelling vast om tegen 2025 60 % tot 70 % van de staalproductie te consolideren in circa tien grote ondernemingen (33). Dit voornemen is door de Chinese overheid in april 2019 herhaald bij de aankondiging van richtsnoeren betreffende de consolidering van de staalindustrie (34). Deze consolidatie kan ertoe leiden dat winstgevende particuliere ondernemingen moeten fuseren met ondermaats presterende staatsondernemingen (35). Aangezien de Chinese producenten van hulpstukken voor buisleidingen geen medewerking verleenden, kon de exacte verhouding tussen de producenten van hulpstukken voor buisleidingen in particuliere en in overheidseigendom niet worden vastgesteld. |
|
(47) |
Wat betreft de vraag of de Chinese overheid zich, door de overheidsaanwezigheid in ondernemingen, kon mengen in de prijzen en kosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening, heeft de Commissie, gezien het gebrek aan medewerking van de kant van de producenten van hulpstukken voor buisleidingen, eraan herinnerd dat zowel staats- als particuliere ondernemingen in de staalsector onderworpen zijn aan beleidstoezicht. Hoewel het recht van de desbetreffende autoriteiten om belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen aan te stellen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als een afspiegeling van de overeenkomstige eigendomsrechten (36), vormen CCP-cellen in ondernemingen, die al dan niet in staatseigendom zijn, een ander kanaal waarlangs de staat zich kan mengen in zakelijke beslissingen. Overeenkomstig het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke onderneming een CCP-organisatie (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP (37)) worden opgezet en moet de onderneming de nodige voorwaarden scheppen voor de activiteiten van de partijorganisatie. Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. In elk geval sinds 2016 echter heeft de CCP haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in staatsondernemingen nadrukkelijk als politiek beginsel doen gelden. Ook zijn er berichten dat de CCP druk uitoefent op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid” voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen (38). In 2017 werd bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben bij de zakelijke besluitvorming in de betrokken ondernemingen (39). Deze voorschriften zijn van algemene toepassing in de gehele Chinese economie, in alle sectoren, ook op producenten van MNG en de leveranciers van hun basisproducten. |
|
(48) |
Voorts is er in de sector hulpstukken voor buisleidingen sprake van discriminerend beleid dat binnenlandse producenten bevoordeelt of dat de markt anderszins beïnvloedt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), derde streepje, van de basisverordening. |
|
(49) |
Hoewel de bedrijfstak hulpstukken voor buisleidingen een gespecialiseerde bedrijfstak is, profiteert deze van overheidsrichtsnoeren en -interventies met betrekking tot de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van hulpstukken voor buisleidingen, namelijk staal. |
|
(50) |
De Chinese overheid beschouwt de staalindustrie als een sleutelindustrie (40). Dit wordt bevestigd in de talrijke op staal gerichte plannen, richtsnoeren en andere documenten die op nationaal, regionaal en gemeentelijk niveau worden gepubliceerd, zoals het “Plan voor de aanpassing en modernisering van de staalindustrie voor 2016-2020”, dat tijdens het TNO van kracht was. In dit plan stond dat de staalindustrie “een belangrijke, fundamentele sector van de Chinese economie en een hoeksteen van de natie (41)” is. De voornaamste in dit plan beschreven taken en doelstellingen bestrijken alle aspecten van de ontwikkeling van de industrie (42). Het 13e vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling (43), dat van toepassing was tijdens het TNO, voorzag in steun aan ondernemingen die hoogwaardige soorten staalproducten produceren (44). Daarnaast is het gericht op het realiseren van kwaliteit, duurzaamheid en betrouwbaarheid van de producten door ondernemingen te ondersteunen die technologieën voor schone staalproductie, precisiewalsen en kwaliteitsverbetering toepassen (45). In de “Catalogus voor leidende beginselen voor herstructurering van de industrie (versie van 2011) (wijziging van 2013)” (46) (“de catalogus”) wordt staal genoemd als aangemoedigde bedrijfstak. |
|
(51) |
Zoals blijkt uit de bovenstaande voorbeelden met betrekking tot staal — de belangrijkste grondstof voor de productie van hulpstukken voor buisleidingen — stuurt de Chinese overheid de ontwikkeling van de sector hulpstukken voor buisleidingen verder in overeenstemming met een breed scala aan beleidsinstrumenten en richtlijnen en controleert zij vrijwel elk aspect van de ontwikkeling en het functioneren van de sector. |
|
(52) |
Samengevat heeft de Chinese overheid maatregelen getroffen om marktdeelnemers ertoe te bewegen zich te houden aan de doelstellingen van het overheidsbeleid, te weten om aangemoedigde bedrijfstakken te ondersteunen, waaronder de productie van staal als de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van hulpstukken voor buisleidingen. Dergelijke maatregelen belemmeren de vrije marktwerking. |
|
(53) |
Uit het huidige onderzoek is niet gebleken dat de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetgeving overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening in de sector hulpstukken voor buisleidingen als bedoeld in overweging 42 geen gevolgen zou hebben voor de fabrikanten van het onderzochte product. |
|
(54) |
De sector hulpstukken voor buisleidingen wordt ook beïnvloed door de verstoringen van loonkosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening, zoals ook vermeld in overweging 42. Deze verstoringen beïnvloeden de sector zowel direct (bij het vervaardigen van het onderzochte product of de belangrijkste basisproducten) als indirect (bij het verkrijgen van toegang tot kapitaal of basisproducten van ondernemingen die in de VRC aan hetzelfde arbeidsrechtstelsel zijn onderworpen) (47). |
|
(55) |
Bovendien is in het onderhavige onderzoek geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de sector hulpstukken voor buisleidingen niet wordt beïnvloed door overheidsingrijpen in het financiële stelsel in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, zoals ook vermeld in overweging 42. Daarom leidt het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel ertoe dat de marktvoorwaarden op alle niveaus sterk worden beïnvloed. |
|
(56) |
Tot slot roept de Commissie in herinnering dat de productie van hulpstukken voor buisleidingen een aantal basisproducten vergt. Wanneer de producenten van hulpstukken voor buisleidingen deze basisproducten inkopen of daarvoor een contract sluiten, zijn de prijzen die zij betalen (en die als kosten worden geregistreerd) duidelijk blootgesteld aan dezelfde systemische verstoringen als hierboven genoemd. Zo zetten leveranciers van basisproducten bijvoorbeeld arbeidskrachten in die aan de verstoringen onderhevig zijn. Zij kunnen geld lenen dat onderhevig is aan de verstoringen in de financiële sector/kapitaaltoewijzing. Daarnaast zijn zij onderworpen aan het planningsysteem dat op alle niveaus van de overheid en op alle sectoren van toepassing is. |
|
(57) |
Dientengevolge zijn niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van hulpstukken voor buisleidingen ongeschikt om te worden gebruikt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, maar zijn alle kosten voor basisproducten (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.) eveneens beïnvloed omdat de prijsvorming ervan wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zoals beschreven in de delen I en II van het rapport. Het overheidsingrijpen dat met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen is beschreven, vindt namelijk plaats in de gehele VRC. Dit betekent bijvoorbeeld dat een basisproduct dat zelf in de VRC is geproduceerd door de combinatie van een reeks productiefactoren aan verstoringen van betekenis onderhevig is. Hetzelfde geldt voor het basisproduct van het basisproduct enz. |
|
(58) |
Noch de Chinese overheid, noch de producenten-exporteurs hebben in het kader van het onderhavige onderzoek bewijzen of argumenten van het tegendeel aangedragen. |
|
(59) |
Samengevat is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het betrokken product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde relevante factoren. Op grond daarvan, en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid, is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het in dit geval niet passend is om voor het vaststellen van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een geschikt representatief land in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening en zoals wordt besproken in het volgende punt. |
3.2.3. Representatief land
3.2.3.1. Algemene opmerkingen
|
(60) |
De keuze voor het representatieve land is gemaakt op basis van de volgende criteria uit hoofde van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening:
|
|
(61) |
Zoals in overweging 40 is uiteengezet, heeft de Commissie de belanghebbenden in de tweede mededeling in kennis gesteld van haar conclusie dat Thailand als geschikt representatief land werd aangemerkt. |
3.2.3.2. Een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC
|
(62) |
In de eerste mededeling heeft de Commissie de Russische Federatie, Thailand en Turkije aangemerkt als landen die volgens de Wereldbank een niveau van economische ontwikkeling hebben dat vergelijkbaar is met dat van de VRC, d.w.z. dat zij door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen elk als “hogermiddeninkomensland” worden ingedeeld, en dat het onderzochte product aldaar leek te worden geproduceerd. |
|
(63) |
Naar aanleiding van die mededeling zijn geen opmerkingen met betrekking tot het niveau van economische ontwikkeling ontvangen. |
3.2.3.3. Productie van het onderzochte product in het representatieve land
|
(64) |
In de eerste mededeling heeft de Commissie aangegeven dat zij had vastgesteld dat het onderzochte product wordt geproduceerd in de Russische Federatie, Thailand en Turkije. De Russische Federatie werd evenwel buiten beschouwing gelaten vanwege het uitvoerverbod op onbewerkte buisleidingen (zie overweging 37), een belangrijke grondstof voor de productie van hulpstukken voor buisleidingen en meer in het algemeen van staal. Turkije werd buiten beschouwing gelaten omdat geen van de drie in de eerste mededeling genoemde ondernemingen waarvoor recente financiële gegevens onmiddellijk beschikbaar waren, hulpstukken voor buisleidingen vervaardigde. |
3.2.3.4. Beschikbaarheid van relevante openbare gegevens in het representatieve land
|
(65) |
Voor de bovengenoemde landen heeft de Commissie verder de beschikbaarheid van openbare gegevens, en met name openbare financiële gegevens, van de producenten van het onderzochte product geverifieerd. |
|
(66) |
De Commissie heeft gezocht naar producenten van hulpstukken voor buisleidingen met openbaar beschikbare financiële gegevens die zouden kunnen worden gebruikt om niet-verstoorde en redelijke bedragen voor VAA-kosten en winst vast te stellen. De Commissie richtte het onderzoek in het bijzonder op winstgevende ondernemingen met een openbare winst- en verliesrekening voor het TNO. Derhalve werden in de tweede mededeling drie ondernemingen in Thailand vermeld. |
|
(67) |
De Commissie heeft alle in het dossier beschikbare relevante gegevens over de productiefactoren in Thailand bestudeerd en merkte het volgende op:
|
|
(68) |
Op grond van bovenstaande overwegingen was de Commissie van oordeel dat Thailand een geschikt representatief land was. |
3.2.3.5. Niveau van sociale en milieubescherming
|
(69) |
Aangezien was vastgesteld dat Thailand op grond van deze factoren het enige geschikte representatieve land was, hoefde er geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening. |
3.2.3.6. Conclusie over het representatieve land
|
(70) |
Gezien de analyse hierboven voldeed Thailand aan alle criteria van artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening om als geschikt representatief land te worden beschouwd. In het bijzonder werd het onderzochte product in Thailand in voldoende mate geproduceerd en waren er voor dit land relevante gegevens over alle productiefactoren, VAA-kosten en winst beschikbaar. |
3.2.4. Gehanteerde bronnen voor de vaststelling van niet-verstoorde kosten
|
(71) |
In de eerste mededeling heeft de Commissie de productiefactoren vermeld zoals materialen, energie en arbeid waarvan bij de productie van het onderzochte product gebruik wordt gemaakt, en heeft zij de belanghebbenden verzocht om opmerkingen in te dienen en openbaar beschikbare informatie voor te stellen over niet-verstoorde waarden voor elk van de productiefactoren. |
|
(72) |
In de tweede mededeling heeft de Commissie verklaard dat zij, voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, gebruik zou maken van de GTA om de niet-verstoorde kosten van onbewerkte buisleidingen in het representatieve land vast te stellen. |
|
(73) |
De Commissie heeft voorts verklaard dat de statistieken van het National Statistical Office of Thailand en KPMG zouden worden gebruikt om de niet-verstoorde loonkosten in het representatieve land vast te stellen, terwijl nationale statistieken, zoals bedoeld in overweging 67, zouden worden gebruikt om niet-verstoorde energiekosten vast te stellen. |
3.2.5. Niet-verstoorde kosten en benchmarks
|
(74) |
Bij gebrek aan medewerking van de Chinese producenten moest de Commissie zich baseren op de bedrijfstak van de Unie om de bij de productie van hulpstukken voor buisleidingen gebruikte productiefactoren vast te stellen. |
|
(75) |
Op basis van alle door de bedrijfstak van de Unie verstrekte informatie, en gelet op het feit dat er geen opmerkingen zijn ontvangen van de producenten-exporteurs naar aanleiding van de twee mededelingen over de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde met betrekking tot de productiefactoren, zijn de volgende productiefactoren en hun bronnen aangewezen met het oog op de vaststelling van de normale waarde in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening: Tabel 1 Productiefactoren van hulpstukken voor buisleidingen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(76) |
De Commissie heeft een waarde voor de vaste vervaardigingskosten opgenomen om de kosten te bestrijken die niet in de bovengenoemde productiefactoren zijn opgenomen. Aangezien de openbaar beschikbare financiële gegevens van ondernemingen in Thailand geen relevante gegevens bevatten, heeft de Commissie voor de vaststelling van dit bedrag gebruikgemaakt van de financiële gegevens die zijn verstrekt door de in overweging 18 vermelde medewerkende producenten in de Unie. Deze methode is uiteengezet in punt 3.2.2, punt d). |
3.2.5.1. Grondstoffen
|
(77) |
Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijzen van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis de gewogen gemiddelde invoerprijzen voor het representatieve land gebruikt, zoals vermeld in de GTA, waarbij invoerrechten werden opgeteld. |
|
(78) |
Een invoerprijs in het representatieve land werd vastgesteld als een gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC en de in bijlage 1 bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad genoemde landen die geen lid zijn van de WTO (59). De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in overweging 59 tot de conclusie komt dat het niet passend is om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor de uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. De Commissie stelde vast dat de invoer in Thailand uit andere derde landen representatief bleef, variërend van 14,01 % voor moederbuizen tot 99,9 % voor staalschroot, van het totale invoervolume. |
3.2.5.2. Arbeid
|
(79) |
De Commissie heeft gebruikgemaakt van de openbaar beschikbare statistieken van het National Statistical Office of Thailand (60) om de loonkosten per uur te berekenen en van de statistieken van KPMG (61) om de door de werkgever betaalde extra socialezekerheidslasten te berekenen. |
3.2.5.3. Elektriciteit
|
(80) |
De Commissie heeft gebruikgemaakt van de statistieken betreffende elektriciteitsprijzen die zijn gepubliceerd door de Metropolitan Electricity Authority (62) van Thailand, die heel Thailand bestrijkt. |
3.2.5.4. Aardgas
|
(81) |
De Commissie heeft gebruikgemaakt van de openbaar beschikbare gasprijzen voor industriële gebruikers in Thailand, zoals gepubliceerd door het Energy Policy and Planning Office (bureau voor energiebeleid en -planning) — Ministerie van Energie van Thailand (63). |
3.2.5.5. Stookolie
|
(82) |
De Commissie heeft gebruikgemaakt van de openbaar beschikbare prijs van stookolie die door het Thaise Ministerie van Energie wordt gepubliceerd (64). |
3.2.5.6. Water
|
(83) |
De Commissie heeft gebruikgemaakt van het watertarief van de Provincial Waterworks Authority (65). |
3.2.6. Vaste vervaardigingskosten, VAA-kosten en winst
|
(84) |
Naast de in overweging 75 samengevatte productiefactoren werden de vaste vervaardigingskosten berekend, d.w.z. andere directe productiekosten, verbruiksmaterialen en afschrijvingen. Wegens het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten werden de vaste vervaardigingskosten gebaseerd op de door de bedrijfstak van de Unie opgegeven vaste vervaardigingskosten, die 15,7 % van de vervaardigingskosten bedroegen. Dit percentage is toegepast op de niet-verstoorde vervaardigingskosten. |
|
(85) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening omvat de door berekening vastgestelde normale waarde een niet-verstoord en redelijk bedrag voor VAA-kosten en voor winst. Zoals in overweging 40 is vermeld, heeft de Commissie drie Thaise ondernemingen (TTU Industrial Corporation, Thai Benkan en Awaji Material Thailand) aangewezen die over openbaar beschikbare gegevens beschikten (zoals gepubliceerd in Global Financials door Dun & Bradstreet (66)) en als maatstaf konden worden gebruikt om een niet-verstoord en redelijk bedrag voor VAA-kosten en voor winst vast te stellen. De openbaar beschikbare financiële gegevens van deze ondernemingen zijn als bijvoegsel bij de tweede mededeling aan de belanghebbenden bekendgemaakt. |
3.2.7. Berekening
|
(86) |
Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening de normale waarde af fabriek berekend. |
|
(87) |
Ten eerste heeft de Commissie de niet-verstoorde vervaardigingskosten vastgesteld. Wegens het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs heeft de Commissie zich gebaseerd op de door de bedrijfstak van de Unie verstrekte informatie over het verbruik van elke productiefactor (grondstoffen, arbeid en energie) voor de productie van het onderzochte product. Deze verbruiksvolumes werden vermenigvuldigd met de niet-verstoorde kosten per eenheid die in Thailand werden vastgesteld, zoals beschreven in de overwegingen 76 tot en met 85. |
|
(88) |
Ten tweede heeft de Commissie de vaste vervaardigingskosten — vastgesteld zoals beschreven in overweging 84 — toegepast op de niet-verstoorde vervaardigingskosten. |
|
(89) |
Ten slotte heeft de Commissie de VAA-kosten en de winst in het representatieve land — vastgesteld zoals beschreven in overweging 85 — toegepast op de productiekosten — vastgesteld zoals beschreven in overweging 88. De VAA-kosten en de winst, uitgedrukt als percentage van de kosten van de verkochte goederen en toegepast op de niet-verstoorde productiekosten, bedroegen 14,1 % respectievelijk 1,7 %. Een dergelijk winstniveau wordt onredelijk geacht omdat het laag is, maar aangezien de dumping reeds was vastgesteld voordat een redelijk winstniveau werd toegevoegd, besloot de Commissie een dergelijk laag niveau te gebruiken omdat het geen praktische gevolgen zou hebben voor de berekening van de dumping in het kader van de bevindingen van dit nieuwe onderzoek. |
|
(90) |
Omdat geen enkele producent-exporteur medewerking verleende, werd de normale waarde voor het gehele land vastgesteld. |
3.2.8. Uitvoerprijs
|
(91) |
Daar de Chinese producenten-exporteurs geen medewerking verleenden en bijgevolg geen specifieke informatie over de Chinese prijzen werd verkregen, werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening vastgesteld aan de hand van de beschikbare gegevens, d.w.z. op basis van de Comext-invoerstatistieken (Eurostat). Aangezien deze prijzen op cif-basis (kosten, verzekering, vracht) worden gerapporteerd, werden zij gecorrigeerd tot het niveau af fabriek door aftrek van de kosten van vervoer over zee en verzekering, gebaseerd op OESO-gegevens (67), en van binnenlands vervoer, gebaseerd op gegevens van de Wereldbank (68). |
3.2.9. Vergelijking en dumpingmarge
|
(92) |
De Commissie heeft de door berekening vastgestelde normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening met de uitvoerprijs vergeleken in het stadium af fabriek. Op grond daarvan bedroeg de vastgestelde dumpingmarge, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs grens Unie, vóór inklaring, 100,3 %. De Commissie heeft daarom geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet. |
3.3. Waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping
|
(93) |
Om de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping vast te stellen, werden door de Commissie de volgende elementen onderzocht: de productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie. |
3.3.1. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC
|
(94) |
Gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de Chinese producenten, werden de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in de VRC overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening vastgesteld op basis van beschikbare gegevens, in het bijzonder op basis van informatie die door de indiener van het verzoek was verstrekt. |
|
(95) |
Volgens de in het verzoek verstrekte gegevens bedroeg de productiecapaciteit van hulpstukken voor buisleidingen in 2019 890 000 ton. De indiener van het verzoek heeft ook berekend dat de reservecapaciteit van het onderzochte product in de VRC in 2019 ongeveer 197 000 ton bedroeg. Dit komt overeen met zesmaal het verkoopvolume in de Unie van de producenten in de Unie en vier keer het volume van het verbruik in de Unie. |
|
(96) |
Op grond van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese producenten van hulpstukken voor buisleidingen beschikken over aanzienlijke reservecapaciteiten, die zij zouden kunnen gebruiken voor het produceren van hulpstukken voor buisleidingen om naar de markt van de Unie uit te voeren indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
3.3.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(97) |
De markt van de Unie is altijd aantrekkelijk geweest voor de Chinese producenten-exporteurs van hulpstukken voor buisleidingen. Dit blijkt uit hun voortdurende aanwezigheid op de markt van de Unie sinds het oorspronkelijke onderzoek, alsmede uit de pogingen die in het verleden zijn ondernomen om de geldende maatregelen te ontwijken via Taiwan, Indonesië, Sri Lanka en de Filipijnen, zoals vermeld in overweging 2. |
|
(98) |
Aangezien de EU, Argentinië (69), Japan (70), Mexico (71), Turkije (72) en de VS (73) strenge antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van hulpstukken voor buisleidingen uit de VRC hebben ingesteld, is het waarschijnlijk dat grote hoeveelheden van deze reservecapaciteit naar de Unie worden verlegd als de maatregelen zouden komen te vervallen. |
3.3.3. Conclusie over de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping
|
(99) |
Uit het onderzoek is gebleken dat tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek de invoer uit de VRC met dumping op de markt van de Unie werd voortgezet. Gezien de invoer tegen dumpingprijzen van hulpstukken voor buisleidingen in de Unie tijdens het TNO, de grote reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, heeft de Commissie geconcludeerd dat er waarschijnlijk aanzienlijke hoeveelheden hulpstukken voor buisleidingen uit de VRC tegen dumpingprijzen op de markt van de Unie terecht zouden komen als de maatregelen zouden komen te vervallen. |
|
(100) |
In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat het vervallen van de antidumpingmaatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van de dumping. |
4. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN SCHADE
4.1. Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en productie in de Unie
|
(101) |
In het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd het soortgelijke product door achttien producenten in de Unie vervaardigd. Zij vormen de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. |
4.2. Verbruik in de EU
|
(102) |
De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld door het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie op te tellen bij de invoer uit de VRC en andere derde landen, op basis van gegevens van Eurostat op het niveau van de Taric-code (geïntegreerd tarief van de Europese Unie). |
|
(103) |
Het aldus vastgestelde verbruik in de Unie heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 2 Verbruik in de Unie
|
||||||||||||||||||||||
|
(104) |
Aangezien hulpstukken voor buisleidingen hoofdzakelijk worden gebruikt in de petrochemische industrie, de bouw, de energieopwekking, de scheepsbouw en in industriële installaties om buisleidingen met elkaar te verbinden, hangt de vraag naar hulpstukken voor buisleidingen met name samen met de activiteit in de sector energie-infrastructuur, die op zijn beurt wordt aangedreven door de ontwikkeling van de energieprijzen. |
|
(105) |
Na de olie- en gasprijzen zich in 2018 hadden hersteld (74), steeg het verbruik in de Unie in 2018 bijgevolg met ongeveer 14 % ten opzichte van 2017. Deze toename van het verbruik werd gevolgd door een daling met 8 % in 2019 (wegens de daling van de olie- en gasprijzen) en een lichte stijging tijdens het TNO, wat niettemin resulteerde in een toename van het verbruik in de Unie met 7 % tijdens de beoordelingsperiode. |
4.3. Invoer uit de VRC
4.3.1. Volume en marktaandeel van de invoer uit de VRC
|
(106) |
De Commissie heeft de omvang van de invoer vastgesteld aan de hand van gegevens van Eurostat. Tabel 3 Volume en marktaandeel van de invoer uit de VRC
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
(107) |
Tijdens de beoordelingsperiode is het totale invoervolume uit de VRC gedaald van 5 864 ton in 2017 tot 5 192 ton in het TNO. Het Chinese marktaandeel volgde dezelfde trend en daalde in de beoordelingsperiode van 13 % in 2017 tot 10 % in het TNO. |
4.3.2. Prijzen van de invoer uit de VRC en prijsonderbieding
|
(108) |
De Commissie heeft de prijzen van de invoer vastgesteld aan de hand van gegevens van Eurostat. Op basis hiervan heeft de gemiddelde prijs van de invoer uit het betrokken land zich als volgt ontwikkeld: Tabel 4 Prijzen van de invoer uit de VRC (EUR/ton)
|
||||||||||||||||||||||
|
(109) |
Tijdens de beoordelingsperiode is de gemiddelde invoerprijs gestegen met 46 %, van 1 265 EUR/ton in 2017 tot 1 852 EUR/ton in het TNO. |
|
(110) |
Zoals uiteengezet in overweging 13 hebben er geen Chinese producenten-exporteurs aan het onderzoek meegewerkt. Bijgevolg heeft de Commissie de prijsonderbieding tijdens het onderzoektijdvak vastgesteld aan de hand van een vergelijking van de gewogen gemiddelde verkoopprijs die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie aanrekenden, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek, met de gemiddelde prijs van de invoer uit het betrokken land, op cif-niveau (kosten, verzekering en vracht) op basis van de gegevens van Eurostat, met de nodige correcties voor douanerechten en kosten na invoer. De Chinese invoerprijzen onderboden, zonder rekening te houden met de antidumpingrechten, de verkoopprijzen in de Unie met 16,4 %. Wanneer met de antidumpingrechten rekening wordt gehouden, kwam de invoer uit de VRC de markt van de Unie binnen tegen prijzen die 28 % boven het niveau van de verkoopprijzen in de Unie lagen. |
4.4. Invoer uit andere derde landen
|
(111) |
De omvang, het marktaandeel en de prijzen van de invoer uit andere derde landen ontwikkelden zich als volgt: Tabel 5 Volume en marktaandeel van de invoer uit andere derde landen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(112) |
De invoer uit andere derde landen bedroeg in het TNO in totaal 13 563 ton en steeg met 29 % ten opzichte van 2017. Deze stijging vond voornamelijk plaats tussen 2017 en 2018, terwijl het invoervolume daarna vrij stabiel is gebleven tot het einde van het TNO. De stijging van de invoer komt tot uiting in het marktaandeel van deze invoer, dat is gestegen van 23 % in 2017 tot 27 % in het TNO. De gemiddelde invoerprijs nam in de beoordelingsperiode gestaag toe en lag in het TNO 19 % hoger ten opzichte van 2017. Deze prijzen waren gemiddeld lager dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. |
4.5. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
4.5.1. Algemene opmerkingen
|
(113) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Unie een beoordeling van alle economische indicatoren die tijdens de beoordelingsperiode van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(114) |
Voor de schadevaststelling maakte de Commissie onderscheid tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die door de indiener van het verzoek zijn verstrekt en de gecontroleerde antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de vragenlijst. De gegevens hadden betrekking op alle producenten in de Unie. Bij het beoordelen van de micro-economische indicatoren ging de Commissie uit van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in hun antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt. De gegevens hadden betrekking op de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Beide gegevensreeksen bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(115) |
De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoophoeveelheden, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van dumping in het verleden. |
|
(116) |
De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken. |
4.5.2. Macro-economische indicatoren
4.5.2.1. Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
(117) |
De totale productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 6 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad van producenten in de Unie
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(118) |
De productie in de Unie steeg in de beoordelingsperiode met 7 % en volgde grotendeels de ontwikkeling van de energieprijzen. Meer bepaald werd een relatief sterke stijging van 31 % in 2018 gevolgd door een daling in zowel 2019 als het TNO. |
|
(119) |
De productiecapaciteit volgde een ontwikkeling die vergelijkbaar is met de productie, namelijk een grote stijging in 2018, gevolgd door een daling in 2019 en het TNO. In de beoordelingsperiode is de productiecapaciteit in totaal met 4 % gestegen. |
|
(120) |
De bezettingsgraad, die een soortgelijke ontwikkeling volgde, bleef in de beoordelingsperiode zeer laag (27-32 %). Net als bij het vorige onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (75) is de lage bezettingsgraad deels te wijten aan de methode voor de berekening van de totale capaciteit, waarbij de gemelde capaciteit een theoretische maximumcapaciteit is (drie ploegen/dag), wat niet noodzakelijk een nauwkeurig beeld geeft van de werkelijke capaciteit. |
4.5.2.2. Verkoopvolume en marktaandeel
|
(121) |
Het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 7 Verkoopvolume en marktaandeel van producenten in de Unie
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
(122) |
De verkoop van het soortgelijke product door de bedrijfstak van de Unie volgde tijdens de beoordelingsperiode in wezen de marktontwikkelingen en de ontwikkeling van het verbruik in de Unie, en steeg voornamelijk in 2018, om vervolgens tijdens het TNO bijna tot het niveau van 2017 te dalen (stijging met + 3 %). |
|
(123) |
Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie bleef in de periode 2017-2018 stabiel op 65 % en daalde vervolgens tot 62 % tijdens het TNO. Dit is vergelijkbaar met het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie van 64 % in het vorige tijdvak van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (76). |
4.5.2.3. Groei
|
(124) |
Ondanks een stijging van het verkoopvolume met 3 % in de beoordelingsperiode groeide de verkoop van de bedrijfstak van de Unie niet in hetzelfde tempo als de vraag, die met 7 % toenam, zodat het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie daalde van 65 % in 2017 tot 62 % in het TNO. |
4.5.2.4. Werkgelegenheid en productiviteit
|
(125) |
De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode ontwikkeld als volgt: Tabel 8 Werkgelegenheid en productiviteit van producenten in de Unie
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(126) |
Zowel de werkgelegenheid als de productiviteit stegen in 2018 ten opzichte van 2017 en daalden vervolgens in het TNO tot niveaus die iets boven het niveau van 2017 lagen (respectievelijk 1 % voor werkgelegenheid en 6 % voor productiviteit). |
4.5.3. Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping
|
(127) |
De tijdens het onderzoek in de onderhavige zaak vastgestelde dumpingmarge ligt aanzienlijk boven de de-minimisdrempel. De gevolgen van de omvang van de werkelijke dumpingmarge voor de bedrijfstak van de Unie zijn derhalve aanzienlijk, niet alleen gezien de prijzen van de invoer uit het betrokken land, maar ook gezien het volume van die invoer. |
|
(128) |
Bovendien is de bedrijfstak van de Unie zich nog aan het herstellen van de gevolgen van eerdere schadeveroorzakende dumping door de invoer van hulpstukken voor buisleidingen uit de Russische Federatie, de Republiek Korea en Maleisië. |
4.5.4. Micro-economische indicatoren
4.5.4.1. Prijzen en factoren die prijzen beïnvloeden
|
(129) |
De gemiddelde prijzen van de bedrijfstak van de Unie bij verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie en de productiekosten per eenheid ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt: Tabel 9 Gemiddelde verkoopprijzen in de Unie en kosten per eenheid
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(130) |
De gemiddelde verkoopprijs per eenheid die de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie in rekening brengt, steeg in de beoordelingsperiode met 4 % en bereikte het hoogste niveau in 2019 (+ 9 % ten opzichte van 2017). De productiekosten per eenheid zijn tussen 2017 en 2018 met 7 % gedaald en zijn vervolgens in het TNO gestegen tot hetzelfde niveau als in 2017. |
4.5.4.2. Loonkosten
|
(131) |
De gemiddelde loonkosten ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt: Tabel 10 Gemiddelde loonkosten per werknemer
|
||||||||||||||||||||||
|
(132) |
De gemiddelde loonkosten per werknemer stegen in de beoordelingsperiode met 9 %. |
4.5.4.3. Voorraden
|
(133) |
De voorraden ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt: Tabel 11 Voorraden
|
||||||||||||||||||||||
|
(134) |
Het niveau van de eindvoorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie is in de jaren 2018 en 2019 geleidelijk gestegen, maar is in het TNO onder het niveau van 2017 gedaald (met 3 %). |
4.5.4.4. Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken
|
(135) |
De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van investeringen ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt: Tabel 12 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(136) |
In het kader van het onderzoek werd de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de omzet. De winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten was negatief tijdens de beoordelingsperiode en lag tussen -22 % in 2017 en -12 % in het TNO. De winstgevendheid bedroeg -4 % in 2018 en -6 % in 2019, hetgeen in overeenstemming is met een stijging van de vraag in combinatie met een daling van de productiekosten. |
|
(137) |
De nettokasstroom is het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om zijn activiteiten te financieren. De nettokasstroom bleef negatief over de hele beoordelingsperiode, met uitzondering van 2018 als gevolg van gunstige marktomstandigheden. |
|
(138) |
De investeringen (voornamelijk gericht op de modernisering van de productieapparatuur en de verhoging van kwaliteit, productiviteit en flexibiliteit in het productieproces) zijn tijdens de beoordelingsperiode geleidelijk gedaald en lagen in het TNO 34 % lager dan in 2017. Deze ontwikkeling wijst op de onzekerheid op de markt als gevolg van de COVID-19-pandemie en de daling van de vraag als gevolg van de lagere energieprijzen in 2019 en het TNO. |
|
(139) |
Het rendement van investeringen uit de productie en verkoop van het soortgelijke product vertoonde een ontwikkeling die vergelijkbaar was met die van de winstgevendheid, namelijk een sterke stijging in 2018 en vervolgens een daling in 2019 en in het TNO. |
4.5.5. Conclusie over de situatie van de bedrijfstak van de Unie
|
(140) |
Ondanks de verbeteringen, vooral in jaren met een gunstig marktklimaat (bv. in 2018, dit wil zeggen vóór de uitbraak van COVID-19, en na de toename van de investeringen in energie-infrastructuur dankzij de herstellende olie- en gasprijzen), blijft de situatie van de bedrijfstak van de Unie zorgwekkend. De bedrijfstak van de Unie kon niet ten volle profiteren van de stijging van de vraag in de beoordelingsperiode, hetgeen resulteerde in een daling van het marktaandeel van 65 % tot 62 %. De bedrijfstak van de Unie bleef gedurende de hele beoordelingsperiode zware verliezen lijden. De verliezen bedroegen — 12 % in het TNO. De kasstroom en het rendement van investeringen waren in de beoordelingsperiode grotendeels negatief. |
|
(141) |
De licht gestegen productiviteit tijdens de beoordelingsperiode en de aanhoudend sterke uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie, waarbij de uitvoer van de producenten in de Unie ongeveer 20 % van hun totale verkoop uitmaakt, hebben evenwel bijgedragen tot de blijvende levensvatbaarheid van de bedrijfstak van de Unie, waaruit blijkt dat de bedrijfstak van de Unie zich blijft inspannen om nieuwe markten aan te boren en concurrerend te blijven op wereldvlak. |
|
(142) |
Op grond van het voorgaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening. |
|
(143) |
De Commissie heeft vervolgens onderzocht of er een oorzakelijk verband bestaat tussen de invoer uit het betrokken land en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade. De invoer uit de VRC bleef gedurende de gehele beoordelingsperiode aanzienlijk, maar daalde met 11 %. De gemiddelde prijzen van de Chinese invoer zijn in de beoordelingsperiode in totaal met 46 % gestegen. Rekening houdend met de geldende maatregelen kwam deze invoer de markt van de Unie binnen tegen prijzen die 28 % hoger lagen dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie, en dus op niveaus die geen schade veroorzaakten. |
|
(144) |
Gezien het voorgaande concludeerde de Commissie dat de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de Unie heeft geleden, niet kan zijn veroorzaakt door de invoer uit het betrokken land. |
|
(145) |
Tegen deze achtergrond heeft de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening beoordeeld of herhaling van de oorspronkelijk door de invoer met dumping uit de VRC veroorzaakte schade waarschijnlijk is, indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. |
5. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN OORSPRONKELIJK DOOR DE INVOER MET DUMPING UIT HET BETROKKEN LAND VEROORZAAKTE SCHADE IN GEVAL VAN INTREKKING VAN DE MAATREGELEN
|
(146) |
Om vast te stellen of herhaling van schade als oorspronkelijk veroorzaakt door de invoer met dumping uit de betrokken landen waarschijnlijk is, heeft de Commissie de volgende elementen onderzocht: 1) de reservecapaciteit in het betrokken land en aantrekkelijkheid van de markt van de Unie; en 2) het effect van de potentiële invoer en het prijsniveau van dergelijke invoer uit de VRC op de situatie van de bedrijfstak van de Unie indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
|
(147) |
Zoals vermeld in overweging 95 is de beschikbare reserveproductiecapaciteit in de VRC bijna vier keer zoveel als het verbruik in de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Zonder de antidumpingrechten zou de invoer uit de VRC de prijzen van de producenten in de Unie met 16,4 % onderbieden. Aangezien de berekeningen van de prijsonderbieding zijn gebaseerd op de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie, waarmee de bedrijfstak verlies lijdt, zouden de schademarges veel hoger zijn. Als de maatregelen zouden worden ingetrokken, is het dus waarschijnlijk dat grote hoeveelheden invoer met dumping tegen schadeveroorzakende prijzen de markt van de Unie zouden binnenkomen. |
|
(148) |
Dat de Chinese producenten-exporteurs nog steeds belangstelling hebben voor de markt van de Unie blijkt uit de betrekkelijk stabiele invoervolumes tijdens de beoordelingsperiode ondanks de geldende maatregelen. Bovendien bleken Chinese exporteurs de geldende antidumpingmaatregelen te ontwijken via vier verschillende derde landen, namelijk Taiwan, Sri Lanka, Indonesië en de Filipijnen. Uit deze herhaalde ontwijkingspraktijken blijkt duidelijk de belangstelling van de Chinese producenten-exporteurs voor onbeperkte toegang tot de markt van de Unie en daarmee de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie voor Chinese uitvoer. Ten slotte zijn er, zoals uiteengezet in overweging 104, ook een aantal andere derde landen die antidumpingmaatregelen hebben ingesteld ten aanzien van hulpstukken voor buisleidingen uit de VRC, waardoor het waarschijnlijk is dat grote hoeveelheden hulpstukken voor buisleidingen uit de VRC naar de markt van de Unie worden verlegd als de maatregelen zouden komen te vervallen. |
|
(149) |
De waarschijnlijke stijging van de invoer met dumping tegen schadeveroorzakende prijzen zou leiden tot een verdere verslechtering van de situatie waarin de bedrijfstak van de Unie zich bevindt. De prijsdruk zou verhinderen dat de bedrijfstak van de Unie zijn prijzen tot een winstgevend niveau kan verhogen en zou waarschijnlijk leiden tot verdere financiële verliezen en een afbouw van de productie of zelfs de sluiting van fabrieken van producenten in de Unie. Bovendien zou deze invoer marktaandeel op de markt van de Unie blijven veroveren ten koste van de bedrijfstak van de Unie, waardoor de reeds lage bezettingsgraad van de bedrijfstak van de Unie nog verder zou dalen. |
|
(150) |
Daarom is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de intrekking van de geldende maatregelen hoogstwaarschijnlijk zou leiden tot herhaling van de oorspronkelijk door de invoer uit de VRC veroorzaakte schade aan de bedrijfstak van de Unie zoals bedoeld in artikel 11, lid 2, van de basisverordening. |
6. BELANG VAN DE UNIE
|
(151) |
Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen ten aanzien van China in strijd zou zijn met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van een beoordeling van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, de importeurs en de gebruikers. |
|
(152) |
Alle belanghebbenden werden overeenkomstig artikel 21, lid 2, van de basisverordening in de gelegenheid gesteld hun standpunt bekend te maken. |
|
(153) |
Op basis hiervan onderzocht de Commissie of er, ondanks haar conclusie dat voortzetting van dumping en herhaling van schade waarschijnlijk is, dwingende redenen bestonden om te concluderen dat de handhaving van de bestaande maatregelen niet in het belang van de Unie was. |
6.1. Belang van de bedrijfstak van de Unie
|
(154) |
Zoals geconcludeerd in de overwegingen 140 en 142 en zoals bevestigd door de negatieve ontwikkelingen van talrijke schade-indicatoren, bevond de bedrijfstak van de Unie zich ook tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek in een zeer kwetsbare situatie. Voorts werd in overweging 148 geconcludeerd dat de schade zich zou herhalen indien de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de VRC zouden komen te vervallen. |
|
(155) |
Ondanks de schade die de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie heeft geleden, was de Commissie in het algemeen van mening dat de bedrijfstak levensvatbaar blijft. Niet alleen zijn de uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie constant sterk en vertegenwoordigt de uitvoer een aanzienlijk deel van het verkoopvolume, maar ook is de productiviteit tijdens de beoordelingsperiode toegenomen. De bedrijfstak van de Unie vertoont echter nog steeds een zeer lage bezettingsgraad en ook de winstgevendheid blijft negatief. |
|
(156) |
Elke verdere verslechtering zou een impact hebben op de algehele situatie van de bedrijfstak van de Unie, met het risico van een afbouw van de productie of zelfs definitieve sluiting van productielocaties in de Unie. Bijgevolg kan worden geconcludeerd dat voortzetting van de maatregelen ten aanzien van de VRC in het belang van de bedrijfstak van de Unie zou zijn. |
6.2. Belang van importeurs/handelaren en gebruikers
|
(157) |
Twee niet-verbonden importeurs, die in het TNO goed waren voor ongeveer 6 % van de totale invoer van hulpstukken voor buisleidingen uit de VRC, hadden zich na de bekendmaking van het bericht van opening kenbaar gemaakt. Beide importeurs spraken hun steun uit voor de handhaving van de maatregelen. Hun zakelijke activiteiten met betrekking tot het betrokken product waren winstgevend tijdens het TNO. Daarom wordt geconcludeerd dat er vanuit het oogpunt van de importeurs geen dwingende redenen zijn om de bestaande maatregelen niet te verlengen. |
|
(158) |
Er heeft zich geen enkele gebruiker gemeld na de bekendmaking van het bericht van opening en gedurende het onderzoek. Er zij aan herinnerd dat hulpstukken voor buisleidingen slechts toebehoren zijn die worden gebruikt om buisleidingen met elkaar te verbinden en dat de kosten ervan dus over het algemeen slechts een klein deel van de totale projectkosten uitmaken. |
|
(159) |
Daarom waren er geen indicaties dat de handhaving van de maatregelen voor de gebruikers negatieve gevolgen zou hebben die opwegen tegen de positieve gevolgen van de maatregelen. |
6.3. Conclusie inzake belang van de Unie
|
(160) |
Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat er, wat het belang van de Unie betreft, geen dwingende redenen waren om de bestaande antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer uit de VRC niet te verlengen. |
7. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(161) |
Uit het voorgaande volgt dat de antidumpingmaatregelen die op grond van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1934 van toepassing zijn op de invoer van bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening moeten worden gehandhaafd. |
|
(162) |
Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan het voornemen bestond om handhaving van de bestaande maatregelen aan te bevelen. Ook konden zij hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
|
(163) |
Indien op basis van artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (77) een bedrag moet worden terugbetaald na een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dan geldt als de te betalen rente de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals op de eerste kalenderdag van elke maand bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(164) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 opgerichte comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op hulpstukken voor buisleidingen (andere dan gegoten hulpstukken, flenzen en hulpstukken met schroefdraad), van ijzer of van staal (met uitzondering van roestvrij staal), met een grootste uitwendige diameter van niet meer dan 609,6 mm, geschikt voor stomplassen of voor andere doeleinden, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7307 93 11, ex 7307 93 19 en ex 7307 99 80 (Taric-codes 7307931191, 7307931193, 7307931194, 7307931195, 7307931199, 7307931991, 7307931993, 7307931994, 7307931995, 7307931999, 7307998092, 7307998093, 7307998094, 7307998095 en 7307998098), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
2. Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 omschreven en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde producten is als volgt:
|
Land |
Onderneming |
Recht (%) |
Aanvullende Taric-codes |
|
Volksrepubliek China |
Alle ondernemingen |
58,6 |
— |
Artikel 2
1. Het bij artikel 1 ingestelde definitieve antidumpingrecht ten aanzien van hulpstukken voor buisleidingen uit de Volksrepubliek China wordt uitgebreid tot dezelfde hulpstukken (momenteel ingedeeld onder de Taric-codes: 7307931191; 7307931991; 7307998092) verzonden uit Taiwan (aanvullende Taric-code A999), al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Taiwan, met uitzondering van die vervaardigd door Chup Hsin Enterprise Co. Ltd, Kaohsiung (Taiwan) (aanvullende Taric-code A098), Rigid Industries Co. Ltd, Kaohsiung (Taiwan) (aanvullende Taric-code A099) en Niang Hong Pipe Fittings Co. Ltd, Kaohsiung (Taiwan) (aanvullende Taric-code A100).
2. Het bij artikel 1 ingestelde definitieve antidumpingrecht ten aanzien van invoer uit de Volksrepubliek China wordt uitgebreid tot hulpstukken voor buisleidingen (andere dan gegoten hulpstukken, flenzen en hulpstukken met schroefdraad), van ijzer of van staal (met uitzondering van roestvrij staal), met een grootste uitwendige diameter van 609,6 mm, geschikt voor stomplassen en voor andere doeleinden, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7307 93 11 (Taric-code 7307931193), ex 7307 93 19 (Taric-code 7307931993) en ex 7307 99 80 (Taric-code 7307998093) die vanuit Indonesië zijn verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië.
3. Het bij artikel 1 ingestelde definitieve antidumpingrecht ten aanzien van invoer uit de Volksrepubliek China wordt uitgebreid tot hulpstukken voor buisleidingen (andere dan gegoten hulpstukken, flenzen en hulpstukken met schroefdraad), van ijzer of van staal (met uitzondering van roestvrij staal), met een grootste uitwendige diameter van 609,6 mm, geschikt voor stomplassen en voor andere doeleinden, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7307 93 11 (Taric-code 7307931194), ex 7307 93 19 (Taric-code 7307931994) en ex 7307 99 80 (Taric-code 7307998094) die vanuit Sri Lanka zijn verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Sri Lanka.
4. Het bij artikel 1 ingestelde definitieve antidumpingrecht ten aanzien van invoer uit de Volksrepubliek China wordt uitgebreid tot hulpstukken voor buisleidingen (andere dan gegoten hulpstukken, flenzen en hulpstukken met schroefdraad), van ijzer of van staal (met uitzondering van roestvrij staal), met een grootste uitwendige diameter van 609,6 mm, geschikt voor stomplassen en voor andere doeleinden, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7307 93 11 (Taric-code 7307931195), ex 7307 93 19 (Taric-code 7307931995) en ex 7307 99 80 (Taric-code 7307998095) die vanuit de Filipijnen zijn verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Filipijnen.
5. Tenzij anders vermeld zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 24 januari 2022.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.
(2) Verordening (EG) nr. 584/96 van de Raad van 11 maart 1996 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, Kroatië of Thailand en tot definitieve inning van het voorlopige recht (PB L 84 van 3.4.1996, blz. 1).
(3) Verordening (EG) nr. 964/2003 van de Raad van 2 juni 2003 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, uit de Volksrepubliek China en uit Thailand, of verzonden vanuit Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Taiwan (PB L 139 van 6.6.2003, blz. 1).
(4) Verordening (EG) nr. 2052/2004 van de Raad van 22 november 2004 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 964/2003 werd ingesteld op hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, tot hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, die vanuit Indonesië worden verzonden en al dan niet als van oorsprong uit Indonesië worden aangegeven (PB L 355 van 1.12.2004, blz. 4).
(5) Verordening (EG) nr. 2053/2004 van de Raad van 22 november 2004 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 964/2003 werd ingesteld op hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, tot hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, die vanuit Sri Lanka worden verzonden en al dan niet als van oorsprong uit Sri Lanka worden aangegeven (PB L 355 van 1.12.2004, blz. 9).
(6) Verordening (EG) nr. 655/2006 van de Raad van 27 april 2006 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 964/2003 werd ingesteld op hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, uit de Volksrepubliek China, tot hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, die vanuit de Filipijnen worden verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Filipijnen (PB L 116 van 29.4.2006, blz. 1).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1934 van de Commissie van 27 oktober 2015 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (PB L 282 van 28.10.2015, blz. 14).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/566 van de Commissie van 9 april 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde hulpstukken voor buisleidingen van oorsprong uit de Russische Federatie, de Republiek Korea en Maleisië naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad en tot beëindiging van het onderzoek betreffende de invoer van hetzelfde product van oorsprong uit de Republiek Turkije (PB L 99 van 10.4.2019, blz. 9).
(9) PB C 38 van 5.2.2020, blz. 2.
(10) PB C 361 van 27.10.2020, blz. 6.
(11) https://trade.ec.europa.eu/tdi/case_details.cfm?id=2490.
(12) Mededeling over de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 voor antidumping- en antisubsidieonderzoeken (PB C 86 van 16.3.2020, blz. 6).
(13) Zie voetnoot 7.
(14) http://comext.eurostat.ec.europa.eu/ANALYTICAL_S10_V17_ECAS/Analytical.html
(15) Dun & Bradstreet (D&B): https://sso.dnb.com/
(16) Global Trade Alert — GTA: https://www.globaltradealert.org/data_extraction
(17) OESO-database: http://qdd.oecd.org/subject.aspx?Subject=ExportRestrictions_IndustrialRawMaterials
(18) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635 van de Commissie van 16 april 2021 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde gelaste buizen en pijpen van ijzer of niet-gelegeerd staal, van oorsprong uit Belarus, de Volksrepubliek China en Rusland, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 132 van 19.4.2021, blz. 145) en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508 van de Commissie van 7 april 2020 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde warmgewalste platen en rollen van roestvrij staal van oorsprong uit Indonesië, de Volksrepubliek China en Taiwan (PB L 110 van 8.4.2020, blz. 3).
(19) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635, overwegingen 149 en 150, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508, overwegingen 158 en 159.
(20) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635, overwegingen 115 en 118, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508, overwegingen 122 en 127.
(21) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635, overwegingen 119-122, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508, overwegingen 128-132: Het recht van overheidsinstanties om belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen te benoemen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als afspiegeling van de corresponderende eigendomsrechten, maar daarnaast vormen de CCP-cellen in ondernemingen, niet alleen in staatsondernemingen maar ook in particuliere ondernemingen, een ander kanaal door middel waarvan de staat zich in de besluitvorming van bedrijven kan mengen. Overeenkomstig het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke onderneming een CCP-organisatie (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP) worden opgezet en moet de onderneming de noodzakelijke voorwaarden voor de activiteiten van de partijorganisatie scheppen. Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. In elk geval sinds 2016 echter heeft de CCP haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in staatsondernemingen nadrukkelijk als politiek beginsel doen gelden. Ook zijn er berichten dat de CCP druk uitoefent op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid” voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen. In 2017 werd bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben over de besluitvorming in de betrokken ondernemingen. Deze regels zijn van algemene toepassing in de hele Chinese economie, in alle sectoren, ook bij producenten van SSHR en de leveranciers van de basisproducten daarvoor.
(22) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635, overwegingen 123-129, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508, overwegingen 133-138.
(23) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635, overwegingen 130-133, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508, overwegingen 139-142.
(24) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635, overwegingen 134-135, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508, overwegingen 143-144.
(25) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635, overwegingen 136-145, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508, overwegingen 145-154.
(26) Beschikbaar op https://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2017/december/tradoc_156474.pdf
(27) De volledige tekst van het plan is te vinden op de website van het Ministerie van Industrie en Informatietechnologie (MIIT): http://www.miit.gov.cn/n1146295/n1652858/n1652930/n3757016/c5353943/content.html (laatst geraadpleegd op 2 maart 2020).
(28) Het plan voor aanpassing en modernisering van de staalindustrie voor 2016-2020, blz. 24.
(29) Het plan voor aanpassing en modernisering van de staalindustrie voor 2016-2020, blz. 25.
(30) Tisco, “Company profile”, http://en.tisco.com.cn/CompanyProfile/20151027095855836705.html (laatst geraadpleegd op 2 maart 2020).
(31) Baowu, “Company profile”, http://www.baowugroup.com/en/contents/5273/102759.html (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021).
(32) Rapport — hoofdstuk 14, blz. 358: 51 % particuliere ondernemingen en 49 % staatsondernemingen wat betreft productie, en 44 % staatsondernemingen en 56 % particuliere ondernemingen wat betreft capaciteit.
(33) Beschikbaar op:
www.gov.cn/zhengce/content/2016-02/04/content_5039353.htm (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021); https://policycn.com/policy_ticker/higher-expectations-for-large-scale-steel-enterprise/?iframe=1&secret=c8uthafuthefra4e (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021), en www.xinhuanet.com/english/2019-04/23/c_138001574.htm (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021).
(34) Beschikbaar op http://www.xinhuanet.com/english/2019-04/23/c_138001574.htm (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021) en http://www.jjckb.cn/2019-04/23/c_137999653.htm (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021).
(35) Zoals de fusie van de particuliere onderneming Rizhao en de staatsonderneming Shandong Iron and Steel in 2009. Zie het rapport inzake Beijing steel, blz. 58, en het meerderheidsbelang in Magang Steel dat is verworven door China Baowu Steel Group in juni 2019: https://www.ft.com/content/a7c93fae-85bc-11e9-a028-86cea8523dc2 (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021).
(36) Rapport, deel I, hoofdstuk 5, blz. 100 en 101.
(37) Rapport, deel I, hoofdstuk 2, blz. 26.
(38) Rapport, deel I, hoofdstuk 2, blz. 31 en 32.
(39) Beschikbaar op https://www.reuters.com/article/us-china-congress-companies-idUSKCN1B40JU (laatst geraadpleegd op 22 oktober 2021).
(40) Rapport, deel III, hoofdstuk 14, blz. 346 e.v.
(41) Inleiding tot het Plan voor de aanpassing en modernisering van de staalindustrie.
(42) Rapport, hoofdstuk 14, blz. 347.
(43) 13e vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling van de Volksrepubliek China (2016-2020), beschikbaar op
https://en.ndrc.gov.cn/newsrelease_8232/201612/P020191101481868235378.pdf (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021).
(44) Rapport — hoofdstuk 14, blz. 349.
(45) Rapport — hoofdstuk 14, blz. 352.
(46) Catalogus voor leidende beginselen voor herstructurering van de industrie (versie van 2011) (wijziging van 2013), op 27 maart 2011 vastgesteld bij besluit nr. 9 van de Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming, en gewijzigd overeenkomstig het besluit van de Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming tot wijziging van de toepasselijke clausules van de Catalogus voor leidende beginselen voor herstructurering van de industrie (versie van 2011), op 16 februari 2013 vastgesteld bij besluit nr. 21 van de Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming.
(47) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635 van de Commissie, overwegingen 134-135, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508, overwegingen 143-144.
(48) World Bank Open Data — Upper Middle Income, https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income
(49) Als het onderzochte product in geen enkel land met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau wordt geproduceerd, kan de productie van een product in dezelfde algemene categorie en/of sector als van het onderzochte product in aanmerking worden genomen.
(50) Elektriciteit (http://www.mea.or.th/en/profile/109/114), aardgas (http://www.eppo.go.th/index.php/en/en-energystatistics/energy-economy-static), stookolie (http://www.eppo.go.th/index.php/en/en-energystatistics/petroleumprice-statistic) en water (https://en.pwa.co.th/contents/service/table-price).
(51) http://www.nso.go.th/sites/2014en/Pages/Statistical%20Themes/Population-Society/Labour/Labour-Force.aspx
(52) https://home.kpmg/xx/en/home/insights/2011/12/thailand-other-taxes-levies.html
(53) Zie: http://www.eppo.go.th/index.php/en/en-energystatistics/energy-economy-static, met name tabel 7.2.4 — Final Energy Consumption Per Capita (Eindenergieverbruik per inwoner).
(54) http://www.eppo.go.th/index.php/en/en-energystatistics/energy-economy-static
(55) http://www.eppo.go.th/index.php/en/en-energystatistics/petroleumprice-statistic
(56) https://en.pwa.co.th/contents/service/table-price
(57) De “door de werkgever betaalde socialezekerheidslasten” in Thailand zijn ontleend aan de statistieken van KPMG Thailand insights:https://home.kpmg/xx/en/home/insights/2011/12/thailand-other-taxes-levies.html
(58) De benchmarks voor de arbeidskosten gedurende de specifieke periode van het OT en de overeenkomstige wisselkoersen zijn ontleend aan het NSO “National Statistical Office of Thailand” http://www.nso.go.th/sites/2014en/Pages/Statistical Themes/Population-Society/Labour/Labour-Force.aspx
(59) Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33). Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde; hoe dan ook waren de betrokken invoergegevens verwaarloosbaar.
(60) De arbeidsbenchmarks met de specifieke periode van het OT en de overeenkomstige wisselkoersen zijn ontleend aan het National Statistical Office of Thailand (NSO) http://www.nso.go.th/sites/2014en/Pages/Statistical Themes/Population-Society/Labour/Labour-Force.aspx
(61) De “door de werkgever betaalde socialezekerheidslasten” in Thailand zijn ontleend aan de statistieken van KPMG Thailand insights:https://home.kpmg/xx/en/home/insights/2011/12/thailand-other-taxes-levies.html
(62) http://www.mea.or.th/en/profile/109/114 met het volgende gemiddelde, berekend op basis van Europese normen, aangezien er geen medewerking was: 3,85 baht/kWh; 0,10 EUR/kWh; 0,77 CNY/kWh.
(63) Zie: http://www.eppo.go.th/index.php/en/en-energystatistics/energy-economy-static, met name Tabel 7.2.4 — Final Energy Consumption Per Capita (Eindenergieverbruik per inwoner).
(64) Ministerie van Energie van Thailand, Energy policy and planning office, Energiestatistieken, 8.1. Statistieken betreffende aardolieprijzen, tabel 8, Retail Price of Petroleum Products (Detailhandelsprijzen van aardolieproducten) beschikbaar op: http://www.eppo.go.th/index.php/en/en-energystatistics/petroleumprice-statistic
(65) Thai Provincial Waterworks Authority: https://en.pwa.co.th/contents/service/table-price
(66) https://globalfinancials.com/index-admin.html
(67) Bron: OESO: https://stats.oecd.org/Index.aspx?DataSetCode=CIF_FOB_ITIC
(68) World Bank, verslag “Doing Business 2020”: https://www.doingbusiness.org/en/reports/global-reports/doing-business-2020 en https://www.doingbusiness.org/en/methodology/trading-across-borders
(69) Wereldhandelsorganisatie, halfjaarlijks verslag op grond van artikel 16.4 van de overeenkomst: Argentinië, G/AD P/N/195/ARG, 22 februari 2010.
(70) https://www.globaltradealert.org/intervention/56880/anti-dumping/japan-definitive-antidumping-duty-on-imports-of-carbon-steel-butt-welding-fittings-from-china-and-the-republic-of-korea3
(71) https://books.google.pt/books?id=7rKr0uKDNMMC&pg=SL9-PA26&lpg=SL9-PA26&dq=Mexico+China+dumping+fittings&source=bl&ots=kp3iTJjBlU&sig=ACfU3U1RlWaGPCCQZZ#v=onepage&q=Mexico%20China%20dumping%20fittings&f=false
(72) https://www.globaltradealert.org/intervention/16725/anti-dumping/turkey-extension-of-antidumping-duties-on-imports-of-tube-or-pipe-fittings-from-brazil-bulgaria-china-india-indonesia-and-thailand-as-well-as-on-imports-from-chinese-taipei-following-an-anti-circumvention-investigation5
(73) https://www.usitc.gov/publications/701_731/pub4628.pdf
(74) Zie https://www.statista.com/statistics/262858/change-in-opec-crude-oil-prices-since-1960/ en https://www.statista.com/statistics/252791/natural-gas-prices/ voor de ontwikkeling van de aardolie- en aardgasprijzen in de beoordelingsperiode.
(75) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1934, overwegingen 81 en 82.
(76) 1 juli 2013-30 juni 2014 (Hulpstukken voor buisleidingen van oorsprong uit de VRC).
(77) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).