19.1.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 12/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2022/68 VAN DE COMMISSIE

van 27 oktober 2021

houdende wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft toegestane oenologische procedés

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 75, lid 2, en artikel 80, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij deze Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 van de Commissie (2) worden regels vastgesteld tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 wat betreft de wijnbouwoppervlakten waar het alcoholgehalte mag worden verhoogd, de toegestane oenologische procedés en de beperkingen met betrekking tot de productie en de bewaring van wijnbouwproducten, het minimale alcoholpercentage voor bijproducten en de verwijdering van die producten, en de bekendmaking van dossiers van de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding (OIV).

(2)

In artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 worden de wijnbouwoppervlakten omschreven waarvan de wijnen een totaal alcoholvolumegehalte van ten hoogste 20 % vol mogen hebben. De in dat artikel bedoelde wijnen “Vin de pays de Franche-Comté” en “Vin de pays du Val de Loire” hebben een andere naam gekregen. Dat artikel moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

Bijlage I, deel A, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 bevat de lijst van toegestane oenologische procedés en beperkingen inzake de productie en bewaring van onder bijlage VII, deel II, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 vallende wijnbouwproducten, zoals bedoeld in artikel 80, lid 1, van die verordening. De toegestane oenologische behandelingen en de voorwaarden voor en beperkingen op het gebruik ervan zijn vastgesteld in bijlage I, deel A, tabel 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934. De toegestane oenologische verbindingen en de voorwaarden voor en beperkingen op het gebruik ervan zijn vastgesteld in tabel 2 van dat deel. De tabellen 1 en 2 moeten worden aangevuld om rekening te houden met de technische vooruitgang, met name met betrekking tot resoluties die de OIV in 2019, 2020 en 2021 heeft aangenomen. Bovendien moet een aantal van de in die tabellen verstrekte informatie verder worden verduidelijkt en moet de samenhang ervan worden verbeterd.

(4)

Om de duidelijkheid te verbeteren en de producenten van wijnbouwproducten die toegestane oenologische behandelingen gebruiken, beter te informeren, moet in bijlage I, deel A, tabel 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 een extra kolom worden toegevoegd. In die kolom moeten de categorieën wijnbouwproducten worden vermeld bij de productie waarvan een oenologische behandeling mag worden toegepast.

(5)

De voorwaarden en beperkingen voor het gebruik van de thans toegestane oenologsiche behandelingen beluchting of toevoeging van zuurstof in bijlage I, deel A, tabel 1, lijn 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 zijn te restrictief omdat zij alleen het gebruik van gasvormige zuurstof toestaan. Zij moeten in plaats daarvan verwijzen naar de relevante OIV-dossiers 2.1.1 en 3.5.5, die het gebruik van zowel zuurstof als lucht toestaan.

(6)

Voor de volledigheid moeten de voorwaarden en beperkingen inzake het gebruik van de oenologische behandelingen warmtebehandelingen in bijlage I, deel A, tabel 1, lijn 2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 verwijzen naar aanvullende OIV-dossiers die betrekking hebben op warmtebehandelingen, namelijk de dossiers 2.3.6, 2.3.9, 3.5.4 en 3.5.10.

(7)

Hoewel ze door de OIV worden aanvaard, zijn koudebehandelingen momenteel niet opgenomen in bijlage I, deel A, tabel 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934. Gezien het belang ervan voor de wijnbereiding is het passend het gebruik ervan, onder bepaalde voorwaarden, toe te staan, en een nieuwe lijn aan die tabel toe te voegen.

(8)

Duidelijkheidshalve moet worden gespecificeerd welke inerte filtreermiddelen zijn toegestaan in bijlage I, deel A, tabel 1, lijn 3, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 door te verwijzen naar de relevante OIV-dossiers, namelijk de dossiers 2.1.11, 2.1.11.1, 3.2.2 en 3.2.2.1.

(9)

In bijlage I, deel A, tabel 1, lijn 5, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 moet, omwille van de consistentie, de informatie over de categorieën wijnbouwproducten bij de productie waarvan verwijdering van zwaveldioxide door natuurkundige procedés mag worden gebruikt, uit kolom 2 worden geschrapt en in een nieuwe kolom 3 van die tabel worden opgenomen.

(10)

In artikel 29 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273 van de Commissie (3) is bepaald dat een aantal behandelingen moet worden opgenomen in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register. Dat voorschrift wordt vermeld in sommige, maar niet alle, relevante lijnen van bijlage I, tabel 1, deel A, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 en in enkele aanhangsels van bijlage I bij die verordening. Om de consistentie binnen Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 te verbeteren, moet in alle relevante lijnen van tabel 1 naar dit voorschrift worden verwezen door het toe te voegen wanneer het ontbreekt en door het in voorkomend geval van de aanhangsels naar bijlage I te verplaatsen. Een en ander betreft kolom 2 van de lijnen 6, 10, 11, 12, 16, 17 en 18 van tabel 1 en de aanhangsels 5, 7, 8 en 10 van bijlage I.

(11)

In bijlage VIII, deel I, afdeling B, punt 1, b) en c), bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 wordt verwezen naar de mogelijkheid om het natuurlijke alcoholgehalte van respectievelijk druivenmost en wijn door gedeeltelijke concentratie te verhogen. Deze oenologische behandeling is momenteel niet opgenomen in bijlage I, deel A, tabel 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934. Het is derhalve passend ze toe te staan en een nieuwe lijn aan die tabel toe te voegen.

(12)

Bij resolutie OIV-OENO 594A-2019 is een nieuw oenologisch procedé ingevoerd, namelijk de vermindering van inheemse micro-organismen in druiven en most door discontinue hogedrukprocessen. Daarom moet een nieuwe lijn worden toegevoegd aan bijlage I, deel A, tabel 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934.

(13)

Bij resolutie OIV-OENO 594B-2020 is een nieuw oenologisch procedé vastgesteld, namelijk de behandeling van most door continue hogedrukprocessen om wilde micro-organismen te elimineren. Daarom moet een nieuwe lijn worden toegevoegd aan bijlage I, deel A, tabel 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934.

(14)

Bij resolutie OIV-OENO 616-2019 is een nieuw oenologisch procedé vastgesteld, namelijk de behandeling van geperste druiven met ultrageluid om de extractie van de verbindingen ervan te bevorderen. Daarom moet een nieuwe lijn worden toegevoegd aan bijlage I, deel A, tabel 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934.

(15)

Bij resolutie OIV-OENO 634-2020 is een nieuw oenologisch procedé vastgesteld, namelijk de behandeling van druiven door pulserende elektrische velden om de extractie van waardevolle stoffen te vergemakkelijken en te verhogen. Daarom moet een nieuwe lijn worden toegevoegd aan bijlage I, deel A, tabel 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934.

(16)

In de resoluties OIV-OENO 614A-2020 en 614B-2020 is een nieuw oenologisch procedé vastgesteld, namelijk de behandeling van respectievelijk most en wijn met absorberende styreen-divinylbenzeenkorrels om organoleptische afwijkingen die als “muffe grondsmaak” worden gekenschetst, te reduceren of te elimineren. Daarom moet een nieuwe lijn worden toegevoegd aan bijlage I, deel A, tabel 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934.

(17)

Calciumtartraat is per vergissing opgenomen in de rubriek over zuurteregelaars in bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 1.7, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934. In dossier 3.3.12 van de OIV wordt het alleen als stabilisator genoemd. Het is daarom passend die lijn uit die tabel te schrappen.

(18)

Citroenzuur is per vergissing opgenomen in de rubriek over stabilisatoren in bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 6.3, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934. Wijngist en melkzuurbacteriën zijn opgenomen in de rubriek over gistingsmiddelen in respectievelijk de lijnen 9.1 en 9.2 van die tabel. Naast hun respectieve stabiliserende en fermentatie-eigenschappen kunnen deze oenologische verbindingen ook de zuurgraad en smaak van wijn wijzigen, zoals gespecificeerd in de desbetreffende dossiers van de OIV-code voor oenologische procedés. Daarom is het passend aan het deel over zuurteregelaars in die tabel nieuwe lijnen toe te voegen voor respectievelijk citroenzuur, wijngist en melkzuurbacteriën.

(19)

Uit ervaring is gebleken dat een aantal in bijlage I, deel A, tabel 2, kolom 8, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 genoemde wijnbouwproducten ontbraken of onjuist waren voor bepaalde oenologische verbindingen. Het betreft de lijnen 2.1 tot en met 2.4, 4.1 tot en met 4.6, 5.9, 5.11, 5.12, 5.16, 6.4, 6.11, 7.2 tot en met 7.8 en 9.2. Kolom 8 van die lijnen moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(20)

Zwaveldioxide, kaliumbisulfiet en kaliummetabisulfiet, vermeld in respectievelijk de lijnen 2.1, 2.2 en 2.3 van bijlage I, deel A, tabel 2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934, zijn soortgelijke verbindingen die onder dezelfde OIV-dossiers vallen. Daarom is het passend dezelfde OIV-dossiers in kolom 3 van die tabel en dezelfde categorieën wijnbouwproducten in kolom 8 van die tabel te vermelden voor deze drie verbindingen.

(21)

Kool voor oenologisch gebruik als bedoeld in bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 3.1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 en selectieve plantaardige vezels als bedoeld in lijn 3.2 van die tabel worden veeleer gebruikt voor hun adsorptie- dan voor hun complexvormingseigenschappen. Daarom moet de naam van rubriek 3 in die tabel waartoe deze verbindingen behoren, ter verduidelijking worden gewijzigd van “Complexvomers” in “Adsorbentia”.

(22)

Bij resolutie OIV-OENO 633-2019 zijn de doelstellingen en voorschriften van OIV-dossier 2.3.2 betreffende gistingsactivatoren gewijzigd. Kolom 3 van de lijnen 4.1, 4.6 en 4.8 van bijlage I, deel A, tabel 2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(23)

Bij Verordening (EG) nr. 606/2009 van de Commissie (4) zijn de gebruiksvoorwaarden voor thiaminedichloorhydraat vastgesteld door te specificeren dat maximaal 0,6 mg/l (uitgedrukt in thiamine) per behandeling mag worden gebruikt. In Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934, waarbij Verordening (EG) nr. 606/2009 werd ingetrokken, werd dit vereiste behouden. De expliciete verwijzing naar de kwantitatieve beperking op het gebruik van thiamine werd echter geschrapt omdat ervan werd uitgegaan dat deze informatie al werd verstrekt in de in bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 4.5, kolom 3, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 vermelde OIV-dossiers 2.3.3 en 4.1.7. Tijdens het eerste jaar van toepassing van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 werd echter duidelijk dat de gecombineerde lezing van de twee OIV-dossiers tot verwarring kan leiden wat betreft de maximaal toegestane hoeveelheid thiamine. Bij gebrek aan een expliciete numerieke verwijzing lijkt het mogelijk dat de afzonderlijke verwijzingen in dossier 2.3.3 (waarbij 0,6 mg/l als voldoende dosering voor most wordt beschouwd) en in dossier 4.1.7 (waarbij maximaal 0,6 mg/l voor mousserende wijnen is toegestaan) kunnen worden opgevat als een gecombineerde maximumwaarde van 1,2 mg/l. Om mogelijke verkeerde interpretaties met betrekking tot de gebruiksvoorwaarden van thiamine te voorkomen, is het passend in bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 4.5, kolom 7, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 de maximumhoeveelheid van 0,6 mg/l te specificeren, zoals het geval was in Verordening (EG) nr. 606/2009 voor die verbinding.

(24)

Sinds 1 juni 2013 is bentoniet niet langer toegestaan als levensmiddelenadditief krachtens Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad (5). Het is daarom passend het E-nummer ervan te schrappen uit bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 5.9, kolom 2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934.

(25)

Bij resolutie OIV-OENO 612-2019 is OIV-dossier 2.1.7 betreffende de toevoeging van tanninen aan most vervangen. Kolom 3 van de lijnen 5.12 en 6.4 van bijlage I, deel A, tabel 2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(26)

Bij resolutie OIV-OENO 613-2019 is OIV-dossier 3.2.6 betreffende de toevoeging van tanninen aan wijn vervangen. Kolom 3 van de lijnen 5.12 en 6.4 van bijlage I, deel A, tabel 2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(27)

Bij Verordening (EG) nr. 606/2009 is het gebruik van chitosan in de wijnproductie beperkt tot verbindingen die uitsluitend afkomstig zijn van Aspergillus niger. Deze beperking is behouden in bijlage I, deel A, tabel 2, lijnen 5.13 en 10.3 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934. Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (6) is chitosanextract uit schimmels van Agaricus bisporus of Aspergillus niger echter opgenomen in de in de bijlage bij die verordening opgenomen Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegestaan. Daarom is het passend de verwijzingen in de lijnen 5.13 en 10.3 van die tabel in overeenstemming te brengen met de overeenkomstige bepalingen in tabel 1 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470. In kolom 1 van die lijnen moet dus worden gespecificeerd dat chitosan ook van Agaricus bisporus afkomstig mag zijn.

(28)

De tetrahydraatvorm van calciumtartraat als bedoeld in bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 6.2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 wordt gebruikt als technische hulpstof door de wijnsector van de Unie. Calciumtartraat bestaat echter ook in dihydraatvorm, die, ook al wordt ze zelden in levensmiddelen gebruikt, als levensmiddelenadditief E 354 is toegestaan krachtens Verordening (EG) nr. 1333/2008 en een stof is die verschilt van de tetrahydraatvorm. Voor de volledigheid is daarom thans ook een verwijzing naar E 354 opgenomen in bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 6.2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934. Tijdens het eerste jaar van toepassing van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 werd echter duidelijk dat de dihydraatvorm van calciumtartraat niet wordt gebruikt bij wijnbereiding. Bovendien melden de lidstaten en de sector dat in de praktijk de enige vorm van calciumtartraat die op de markt beschikbaar is, de tetrahydraatvorm is. Om het gebruik te verduidelijken en verwarring tussen de twee vormen van calciumtartraat te voorkomen, moet de verwijzing naar levensmiddelenadditief E 354 in bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 6.2, kolom 2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 derhalve worden geschrapt.

(29)

OIV-dossier 3.3.10 betreft de behandeling van wijn met kaliumferrocyanide. Dit dossier wordt niet vermeld in bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 6.5, kolom 3, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934, hoewel het daarvoor bijzonder relevant is. Het is derhalve passend daarin een verwijzing naar dit dossier op te nemen.

(30)

Bij resoluties OIV-OENO 586-2019 en OIV-OENO 659-2020 zijn de voorschriften van OIV-dossier 3.3.14 betreffende de behandeling met cellulosegommen (carboxymethylcellulose) gewijzigd. De kolommen 3 en 8 van bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 6.11, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(31)

De verwijzing naar dossier COEI-1-POTASP van de “Codex œnologique international” (internationale oenologische codex) van de OIV in bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 6.13, kolom 4, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 is onjuist. Ze moet worden vervangen door een verwijzing naar het dossier COEI-1-POTPOL.

(32)

Bij resolutie OIV-OENO 581A-2021 is een nieuw oenologisch procedé ingevoerd, namelijk de behandeling met fumaarzuur in wijn om malolactische gisting af te remmen. Daarom moet een nieuwe lijn worden toegevoegd aan bijlage I, deel A, tabel 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934.

(33)

Zoals is aangegeven in dossier COEI-1-PRENZY van de Codex œnologique international van de OIV, bevatten enzympreparaten veel enzymatische activiteiten en worden nevenactiviteiten, afgezien van de enzymatische hoofdactiviteiten, alleen getolereerd als zij binnen de technologische beperkingen voor de vervaardiging van enzympreparaten blijven. Dit onderscheid tussen hoofd- en nevenactiviteiten wordt momenteel niet gespecificeerd in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934. Daarom is het passend deze informatie op te nemen in bijlage I, deel A, tabel 2, bij die gedelegeerde verordening en te verwijzen naar het dossier COEI-1-PRENZY in kolom 4 van de punten 7.1 tot en met 7.11.

(34)

Bij resolutie OIV-OENO 682-2021 zijn de dossiers 1.13, 2.1.4, 2.1.18, 3.2.8 en 3.2.11 van de OIV-code voor oenologische procedés bijgewerkt. Het referentiejaar voor deze dossiers als bedoeld in bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 7, kolom 3, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 moet derhalve worden gewijzigd.

(35)

De OIV-code voor oenologische procedés bevat een lijst van verschillende enzymen. Niet elk daarvan is opgenomen in bijlage I, deel A, tabel 2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934. Om wijnproducenten een zo breed mogelijk scala aan enzymen te bieden om hun wijnen te verbeteren, is het passend de lijst van toegestane enzymen in die tabel te harmoniseren met de lijst van aanvaarde enzymen in de OIV-code inzake oenologische procedés. In rubriek 7 “Enzymen” van die tabel moeten derhalve nieuwe lijnen voor de enzymen arabinanase, bèta-glucanase (β1-3, β1-6) en glucosidase worden toegevoegd. Daarnaast moet het dossier COEI-1-GLYCOS van de Codex œnologique international van de OIV uit kolom 4 van lijn 7.8 van die tabel worden geschrapt en naar kolom 4 van de nieuwe lijn 7.11 worden verplaatst omdat het verwijst naar het enzym met nummer EC 3.2.1.21.

(36)

Bij de resoluties OIV-OENO 541A-2021 en 541B-2021 is een nieuw oenologisch procedé vastgesteld, namelijk het gebruik van aspergillopepsine I om troebeling veroorzakende eiwitten in respectievelijk druivenmost en wijn te verwijderen. Daarom moet een nieuwe lijn worden toegevoegd aan bijlage I, deel A, tabel 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934.

(37)

Het dossier COEI-1-LESEAC in de Codex œnologique OIV is vervangen door de dossiers COEI-1-SACCHA en COEI-1-NOSACC. Het is daarom passend de verwijzing naar dossier COEI-1-LESEAC te schrappen uit bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 9.1, kolom 4, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 en te vervangen door een verwijzing naar de dossiers COEI-1-SACCHA en COEI-1-NOSACC.

(38)

Bij resolutie OIV-OENO 611-2019 is OIV-dossier 2.1.3.2.3.2 betreffende ontzuring door melkzuurbacteriën aangevuld. Dit dossier is relevant voor bijlage I, deel A, tabel 2, lijn 9.2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 en moet daarom aan kolom 3 daarvan worden toegevoegd.

(39)

Overeenkomstig punt 1 van aanhangsel 1 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 is het gebruik van wijnsteenzuur voor ontzuring momenteel alleen toegestaan voor producten die verkregen zijn uit druiven van de wijnstokrassen “elbling” en “weißer riesling” en die zijn verkregen uit druiven die zijn geoogst in de volgende wijnbouwgebieden van het noordelijke gedeelte van wijnbouwzone A: Ahr, Rheingau, Mittelrhein, Mosel, Nahe, Rheinhessen, Pfalz en Moselle luxembourgeoise. Duitsland heeft de Commissie meegedeeld dat de teelt van de wijnstokrassen “elbling” en “weißer Riesling” nu in Duitsland is toegestaan in andere wijnbouwgebieden van wijnbouwzone A. De in dat punt vermelde lijst van gebieden moet daarom worden gewijzigd om alle gebieden van wijnbouwzone A in Duitsland te bestrijken.

(40)

In bijlage I, deel B, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 is het maximumgehalte aan zwaveldioxide voor wijn vastgesteld. De in punt A, 2), c), veertiende streepje, van dat deel vermelde namen van de wijnen “Côteaux de l’Ardèche”, “Lot”, “Corrèze”, “Oc”, “Thau” en “Allobrogie” zijn gewijzigd. Daarnaast heeft Slovenië gevraagd om de wijn “vrhunsko vino ZGP — slamno vino (vino iz sušenega grozdja)” toe te voegen aan de lijst van wijnen waarvoor het maximumgehalte aan zwaveldioxide mag worden verhoogd tot 400 mg/l. Deze wijn heeft een zeer hoog gehalte aan restsuikers, waardoor hogere gehalten aan zwaveldioxide nodig zijn om de bewaring ervan te waarborgen. Bijlage I, deel B, moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(41)

Spanje heeft verzocht om wijzigingen van de bepalingen betreffende Spaanse likeurwijnen in bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 om te zorgen voor samenhang met de definitie van likeurwijn als bedoeld in bijlage VII, deel II, punt 3), bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 en met de specificaties van de wijnen met de beschermde oorsprongsbenamingen “Condado de Huelva” en “Lebrija”. Op verzoek van zijn wijnproducenten heeft Spanje ook verzocht de rassen garnacha roja en mazuela toe te voegen aan de lijst van rassen als bedoeld in aanhangsel 3 van bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934. Daarom moeten de desbetreffende delen en aanhangsels van bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 worden gewijzigd.

(42)

Aanhangsel 1, deel B, van bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 bevat een lijst van likeurwijnen met een beschermde oorsprongsbenaming die worden geproduceerd door toevoeging van de in bijlage VII, deel II, punt 3), f), bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten. Naar aanleiding van wijzigingen in de specificaties van de wijn met de beschermde oorsprongsbenaming “Κουμανδαρία (Commandaria)” heeft Cyprus verzocht die wijn toe te voegen aan aanhangsel 1, deel B, punten 5 en 6, van bijlage III bij die gedelegeerde verordening. Die punten moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(43)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

Artikel 2 wordt vervangen door:

“Artikel 2

Wijnbouwoppervlakten waarvan de wijnen een totaal alcoholgehalte van ten hoogste 20 % vol mogen hebben

De wijnbouwoppervlakten als bedoeld in bijlage VII, deel II, punt 1, tweede alinea, punt c), eerste streepje, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn de zones C I, C II en C III als bedoeld in aanhangsel 1 van die bijlage, alsmede de oppervlakten van zone B waar de volgende witte wijnen met een beschermde geografische aanduiding mogen worden geproduceerd: “Franche-Comté” en “Val de Loire”.”.

(2)

Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

(3)

Bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 van de Commissie van 12 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de wijnbouwoppervlakten waar het alcoholgehalte mag worden verhoogd, de toegestane oenologische procedés en de beperkingen met betrekking tot de productie en de bewaring van wijnbouwproducten, het minimale alcoholpercentage voor bijproducten en de verwijdering van die producten, en de bekendmaking van OIV-dossiers (PB L 149 van 7.6.2019, blz. 1).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273 van de Commissie van 11 december 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken, het wijnbouwkadaster, begeleidende documenten en certificering, het in- en uitslagregister, de verplichte opgaven, meldingen en de bekendmaking van meegedeelde informatie, tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepasselijke controles en sancties, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 555/2008, (EG) nr. 606/2009 en (EG) nr. 607/2009 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 436/2009 van de Commissie en Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/560 van de Commissie (PB L 58 van 28.2.2018, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 606/2009 van de Commissie van 10 juli 2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad, wat betreft de wijncategorieën, de oenologische procedés en de daarvoor geldende beperkingen (PB L 193 van 24.7.2009, blz. 1).

(5)  Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).


BIJLAGE I

Bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

Deel A wordt als volgt gewijzigd:

a)

de tabellen 1 en 2 worden vervangen door:

Tabel 1

Toegestane oenologische behandelingen als bedoeld in artikel 3, lid 1

 

1

2

3

 

Oenologische behandelingen

Gebruiksvoorwaarden en -beperkingen (1)

Categorieën van wijnbouwproducten (4)

1

Beluchting of toevoeging van zuurstof

Met inachtneming van de voorwaarden in de dossiers 2.1.1 (2016) en 3.5.5 (2016) van de OIV-code inzake oenologische procedés.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

2

Warmtebehandelingen

Met inachtneming van de voorwaarden in de dossiers 1.8 (1970), 2.2.4 (1988), 2.3.6 (1988), 2.3.9 (2005), 3.4.3 (1988), 3.4.3.1 (1990), 3.5.4 (1997) en 3.5.10 (1982) van de OIV-code inzake oenologische procedés.

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

2a

Koudebehandelingen

Met inachtneming van de voorwaarden in bijlage VIII, deel I, afdeling B, punt 1, c), bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 en in de dossiers 1.14 (2005), 1.15 (2005), 2.1.12.4 (1998), 2.3.6 (1988), 3.1.2 (1979), 3.1.2.1 (1979), 3.3.4 (2004) en 3.5.11.1 (2001) van de OIV-code inzake oenologische procedés.

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

3

Centrifugering en filtratie, met of zonder toeslagstoffen voor inerte filtratie

Toeslagstoffen voor inerte filtratie zijn die welke worden genoemd in de dossiers 2.1.11 (1970), 2.1.11.1 (1990), 3.2.2 (1989) en 3.2.2.1 (1990) van de OIV-code voor oenologische procedés. Het gebruik ervan mag geen ongewenste residuen in het behandelde product achterlaten.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

4

Scheppen van een inerte atmosfeer

Uitsluitend voor de behandeling van het product onder afsluiting van lucht.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5

Verwijdering van zwaveldioxide door natuurkundige procedés

 

Verse druiven, (2), (10), (11), (12), (13) en (14)

6

Ionenwisselende harsen

Met inachtneming van de voorwaarden van aanhangsel 3 van deze bijlage. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

Druivenmost bestemd voor de bereiding van gerectificeerde geconcentreerde druivenmost

7

Doorborreling

Uitsluitend door middel van argon of stikstof.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

8

Flotatie

Uitsluitend door middel van stikstof of koolstofdioxide of door te beluchten. Met inachtneming van de voorwaarden in dossier 2.1.14 (1999).

(10), (11) en (12)

9

Schijven zuivere paraffine, gedrenkt in allylisothiocyanaat

Uitsluitend voor de totstandbrenging van een steriele atmosfeer. In Italië uitsluitend toegestaan voor zover in overeenstemming met de nationale regelgeving en uitsluitend in recipiënten met een inhoud van meer dan 20 liter. Het gebruik van allylisothiocyanaat is onderworpen aan de voorwaarden en limieten in tabel 2 met betrekking tot toegestane oenologische verbindingen.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

10

Behandeling door elektrodialyse

Uitsluitend voor het stabiliseren van de wijnsteen. Met inachtneming van de voorwaarden van aanhangsel 5 van deze bijlage. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

11

Stukjes eikenhout

Bij de bereiding en de rijping van wijn, onder meer voor de gisting van verse druiven en druivenmost. Met inachtneming van de voorwaarden van aanhangsel 7 van deze bijlage. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

12

Correctie van het alcoholgehalte van wijn

Uitsluitend correctie aan de hand van wijn. Met inachtneming van de voorwaarden van aanhangsel 8 van deze bijlage. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

13

Kationenwisselaars om de wijnsteen te stabiliseren

Met inachtneming van de voorwaarden in dossier 3.3.3 (2011) van de OIV-code inzake oenologische procedés. Er moet ook worden voldaan aan Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad (2) en aan de ter uitvoering daarvan vastgestelde nationale bepalingen. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

14

Elektromembraanbehandeling

Uitsluitend voor aanzuring of ontzuring. Met inachtneming van de voorwaarden en de limieten van bijlage VIII, deel I, punten C en D, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 en van artikel 11 van de onderhavige verordening. Er moet worden voldaan aan Verordening (EG) nr. 1935/2004 en Verordening (EU) nr. 10/2011 van de Commissie (3) en aan de ter uitvoering daarvan vastgestelde nationale bepalingen. Met inachtneming van de voorwaarden in de dossiers 2.1.3.1.3 (2010), 2.1.3.2.4 (2012), 3.1.1.4 (2010) en 3.1.2.4 (2012) van de OIV-Code inzake oenologische procedés. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

15

Kationenwisselaars voor aanzuring

Met inachtneming van de voorwaarden en de limieten van bijlage VIII, deel I, punten C en D, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 en van artikel 11 van de onderhavige verordening. Er moet worden voldaan aan Verordening (EG) nr. 1935/2004 en aan de ter uitvoering daarvan vastgestelde nationale bepalingen. Met inachtneming van de voorwaarden in de dossiers 2.1.3.1.4 (2012) en 3.1.1.5 (2012) van de OIV-code inzake oenologische procedés. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

16

Membraankoppeling

Uitsluitend voor de verlaging van het suikergehalte in most. Met inachtneming van de voorwaarden van aanhangsel 9 van deze bijlage. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

(10)

17

Membraancontactoren

Uitsluitend voor het beheer van in wijn opgelost gas. Voor de producten die zijn gedefinieerd in bijlage VII, deel II, punten 4, 5, 6 en 8, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 is toevoeging van koolstofdioxide verboden. Er moet worden voldaan aan Verordening (EG) nr. 1935/2004 en Verordening (EU) nr. 10/2011 en aan de ter uitvoering daarvan vastgestelde nationale bepalingen. Met inachtneming van de voorwaarden in dossier 3.5.17 (2013) van de OIV-Code inzake oenologische procedés. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

18

Membraantechnologie in combinatie met actieve kool

Uitsluitend voor het beperken van de overmaat aan 4-ethylfenol en 4-ethylguajacol in wijn. Met inachtneming van de voorwaarden van aanhangsel 10 van deze bijlage. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

19

Filterplaten met zeolieten Y-faujasiet

Uitsluitend voor de adsorptie van haloanisolen. Met inachtneming van de voorwaarden in dossier 3.2.15 (2016) van de OIV-code inzake oenologische procedés.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

20

Gedeeltelijke concentratie

Voor druivenmost: met inachtneming van de voorwaarden in bijlage VIII, deel I, afdeling B, punt 1, b), bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 en in de dossiers 2.1.12 (1998), 2.1.12.1 (1993), 2.1.12.2 (2001), 2.1.12.3 (1998) en 2.1.12.4 (1998) van de OIV-code inzake oenologische procedés.

Voor wijn: Met inachtneming van de voorwaarden in bijlage VIII, deel I, afdeling B, punt 1, c), bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 en in de dossiers 3.5.11 (2001) en 3.5.11.1 (2001) van de OIV-code inzake oenologische procedés.

De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (15) en (16)

21

Behandeling door discontinue hogedrukprocessen

Met inachtneming van de voorwaarden in de dossiers 1.18 (2019) en 2.1.26 (2019) van de OIV-code inzake oenologische procedés.

Verse druiven, (10), (11) en (12)

22

Behandeling door continue hogedrukprocessen

Met inachtneming van de voorwaarden in dossier 2.2.10 (2020) van de OIV-code inzake oenologische procedés.

(10), (11) en (12)

23

Behandeling van geperste druiven met ultrageluid om de extractie van hun verbindingen te bevorderen

Met inachtneming van de voorwaarden in dossier 1.17 (2019) van de OIV-code inzake oenologische procedés.

Verse druiven

24

Behandeling van druiven met pulserende elektrische velden

Met inachtneming van de voorwaarden in de dossier 2.1.27 (2020) van de OIV-code inzake oenologische procedés.

Verse druiven

25

Behandeling van most en wijnen met absorberende styreen-divinylbenzeenkorrels

Met inachtneming van de voorwaarden in de dossiers 2.2.11 (2020) en 3.4.22 (2020) van de OIV-code inzake oenologische procedés.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)


Tabel 2

Toegestane oenologische verbindingen als bedoeld in artikel 3, lid 1

 

1

2

3

4

5

6

7

8

 

Stoffen/werking

E-nummer

en/of

CAS-nummer

OIV -code inzake oenologische procedés van de OIV  (5)

Verwijzing naar het dossier van de OIV-codex als bedoeld in artikel 9, lid 1

Additief

Technische hulpstof/als technische hulpstof gebruikte stof (6)

Gebruiksvoorwaarden en -beperkingen (7)

Categorieën van wijnbouwproducten (8)

1

Zuurteregelaars

1.1

L(+)-wijnsteenzuur

E 334/CAS 87-69-4

Dossiers 2.1.3.1.1 (2001),

3.1.1.1 (2001)

COEI-1-LTARAC

x

 

Voorwaarden en limieten van bijlage VIII, deel I, punten C en D, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 en van artikel 11 van de onderhavige verordening. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register. Specificaties voor wijnsteenzuur (L(+)-) zijn opgenomen in punt 2 van aanhangsel 1 van deze bijlage.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

1.2

Appelzuur (D,L-; L-)

E 296/-

Dossiers 2.1.3.1.1 (2001),

3.1.1.1 (2001)

COEI-1-ACIMAL

x

 

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

1.3

Melkzuur

E 270/-

Dossiers 2.1.3.1.1 (2001),

3.1.1.1 (2001)

COEI-1-ACILAC

x

 

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

1.4

Kalium-L(+)-tartraat

E 336(ii)/CAS 921-53-9

Dossiers 2.1.3.2.2 (1979),

3.1.2.2 (1979)

COEI-1-POTTAR

 

x

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

1.5

Kaliumbicarbonaat

E 501(ii)/CAS 298-14-6

Dossiers 2.1.3.2.2 (1979),

3.1.2.2 (1979)

COEI-1-POTBIC

 

x

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

1.6

Calciumcarbonaat

E 170/CAS 471-34-1

Dossiers 2.1.3.2.2 (1979),

3.1.2.2 (1979)

COEI-1-CALCAR

 

x

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.8

Calciumsulfaat

E 516/-

Dossier 2.1.3.1.1.1 (2017)

 

x

 

Voorwaarden en limieten van bijlage III, deel A, punt 2, b). Maximumgehalte: 2 g/l.

(3)

1.9

Kaliumcarbonaat

E 501(i)

Dossiers 2.1.3.2.5 (2017), 3.1.2.2 (1979)

 

 

x

Voorwaarden en limieten van bijlage VIII, deel I, punten C en D, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 en van artikel 11 van de onderhavige verordening. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

Citroenzuur: Alleen doelstelling a) van OIV-dossiers 3.1.1 (1979) en 3.1.1.1 (2001) is van toepassing. Maximumhoeveelheid in behandelde, in de handel gebrachte wijn: 1 g/l.

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

1.10

Citroenzuur

E 330

Dossiers 3.1.1 (1979), 3.1.1.1 (2001)

COEI-1-CITACI

x

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

1.11

Wijngist

-/-

Dossiers 2.1.3.2.3 (2019), 2.1.3.2.3.1 (2019), 2.3.1 (2016)

COEI-1-SACCHA

COEI-1-NOSACC

 

x  (6)

(10), (11) en (12)

1.12

Melkzuurbacteriën

-/-

Dossiers 2.1.3.2.3 (2019), 2.1.3.2.3.2 (2019), 3.1.2 (1979), 3.1.2.3 (1980)

COEI-1-BALACT

 

x  (6)

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

2

Conserveermiddelen en antioxidanten

2.1

Zwaveldioxide

E 220/CAS 7446-09-5

Dossiers 1.12 (2004), 2.1.2 (1987),

3.4.4 (2003)

COEI-1-SOUDIO

x

 

Limieten (maximumgehalten in het in de handel gebrachte product) als vastgesteld in bijlage I, deel B.

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

2.2

Kaliumbisulfiet

E 228/CAS 7773-03-7

Dossiers 1.12 (2004), 2.1.2 (1987), 3.4.4 (2003)

COEI-1-POTBIS

x

 

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

2.3

Kaliummetabisulfiet

E 224/CAS 16731-55-8

Dossiers 1.12 (2004), 2.1.2 (1987), 3.4.4 (2003)

COEI-1-POTANH

x

 

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

2.4

Kaliumsorbaat

E 202

Dossier 3.4.5 (1988)

COEI-1-POTSOR

x

 

 

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

2.5

Lysozym

E 1105

Dossiers 2.2.6 (1997), 3.4.12 (1997)

COEI-1-LYSOZY

x

x

 

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

2.6

L-ascorbinezuur

E 300

Dossiers 1.11 (2001), 2.2.7 (2001), 3.4.7 (2001)

COEI-1-ASCACI

x

 

Maximumhoeveelheid in behandelde, in de handel gebrachte wijn: 250 mg/l. Ten hoogste 250 mg/l per behandeling.

Verse druiven, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

2.7

Dimethyldicarbonaat (DMDC)

E 242/CAS 4525-33-1

Dossier 3.4.13 (2001)

COEI-1-DICDIM

x

 

De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

3

Adsorbentia

3.1

Kool voor oenologisch gebruik

 

Dossiers 2.1.9 (2002), 3.5.9 (1970)

COEI-1-CHARBO

 

x

De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

Witte wijn, (2), (10) en (14)

3.2

Selectieve plantaardige vezels

 

Dossier 3.4.20 (2017)

COEI-1-FIBVEG

 

x

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

4

Activatoren van alcoholische en malolactische gisting

4.1

Microkristallijne cellulose

E 460(i)/CAS 9004-34-6

Dossiers 2.3.2 (2019), 3.4.21 (2015)

COEI-1-CELMIC

 

x

Er moet worden voldaan aan de in de bijlage bij Verordening (EU) nr. 231/2012 vastgestelde specificaties.

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

4.2

Diammoniumhydrogeenorthofosfaat

E 342/CAS 7783-28-0

Dossier 4.1.7 (1995)

COEI-1-PHODIA

 

x

Uitsluitend voor alcoholische gisting. Ten hoogste 1 g/l (uitgedrukt in zout) (9), of 0,3 g/l voor de tweede gisting van mousserende wijn.

Verse druiven, (2), (10), (11), (12), tweede alcoholische gisting van (4), (5), (6) en (7)

4.3

Ammoniumsulfaat

E 517/CAS 7783-20-2

Dossier 4.1.7 (1995)

COEI-1AMMSUL

 

x

4.4

Ammoniumbisulfiet

-/CAS 10192-30-0

 

COEI-1-AMMHYD

 

x

Uitsluitend voor alcoholische gisting. Uitsluitend voor alcoholische gisting. Ten hoogste 0,2 g/l (uitgedrukt in zout) en binnen de in de punten 2.1, 2.2 en 2.3 vastgestelde limieten.

Verse druiven, (2), (10), (11) en (12)

4.5

Thiaminedichloorhydraat

-/CAS 67-03-8

Dossiers 2.3.3 (1976), 4.1.7 (1995)

COEI-1-THIAMIN

 

x

Uitsluitend voor alcoholische gisting.

Ten hoogste 0,6 mg/l (uitgedrukt in thiamine) per behandeling

Verse druiven, (2), (10), (11), (12), tweede alcoholische gisting van (4), (5), (6) en (7)

4.6

Gistautolysaat

-/-

Dossiers 2.3.2 (2019), 3.4.21 (2015)

COEI-1-AUTLYS

 

x  (6)

 

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

4.7

Gistschillen

-/-

Dossiers 2.3.4 (1988), 3.4.21 (2015)

COEI-1-YEHULL

 

x  (6)

 

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

4.8

Geïnactiveerde gist

-/-

Dossiers 2.3.2 (2019), 3.4.21 (2015)

COEI-1-INAYEA

 

x  (6)

 

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

4.9

Geïnactiveerde gist met een gewaarborgd glutathiongehalte

-/-

Dossier 2.2.9 (2017)

COEI-1-LEVGLU

 

x  (6)

Uitsluitend voor alcoholische gisting.

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5

Klaringsmiddelen

5.1

Voedselgelatine

-/CAS 9000-70-8

Dossiers 2.1.6 (1997), 3.2.1 (2011)

COEI-1-GELATI

 

x  (6)

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.2

Tarwe-eiwit

 

Dossiers 2.1.17 (2004), 3.2.7 (2004)

COEI-1-PROVEG

 

x  (6)

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.3

Eiwit uit erwten

 

Dossiers 2.1.17 (2004), 3.2.7 (2004)

COEI-1-PROVEG

 

x  (6)

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.4

Eiwit uit aardappelen

 

Dossiers 2.1.17 (2004), 3.2.7 (2004)

COEI-1-PROVEG

 

x  (6)

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.5

Vislijm

 

Dossier 3.2.1 (2011)

COEI-1-COLPOI

 

x

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

5.6

Caseïne

-/CAS 9005-43-0

Dossier 2.1.16 (2004)

COEI-1-CASEIN

 

x  (6)

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.7

Kaliumcaseïnaten

-/CAS 68131-54-4

Dossier 2.1.15 (2004), 3.2.1 (2011)

COEI-1-POTCAS

 

x  (6)

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.8

Ovalbumine

-/CAS 9006-59-1

Dossier 3.2.1 (2011)

COEI-1-OEUALB

 

x  (6)

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

5.9

Bentoniet

-/-

Dossiers 2.1.8 (1970), 3.3.5 (1970)

COEI-1-BENTON

 

x

 

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.10

Siliciumdioxide (gel of colloïdale oplossing)

E 551/-

Dossiers 2.1.10 (1991), 3.2.1 (2011), 3.2.4 (1991)

COEI-1-DIOSIL

 

x

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.11

Kaolien

-/CAS 1332-58-7

Dossier 3.2.1 (2011)

COEI-1-KAOLIN

 

x

 

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

5.12

Tanninen

 

Dossiers 2.1.7 (2019), 2.1.17 (2004), 3.2.6 (2019), 3.2.7 (2004), 4.1.8 (1981), 4.3.2 (1981)

COEI-1-TANINS

 

x

 

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.13

Chitosan uit Aspergillus niger of Agaricus bisporus

-/CAS 9012-76-4

Dossiers 2.1.22 (2009), 3.2.1 (2011), 3.2.12 (2009)

COEI-1-CHITOS

 

x

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.14

Chitine-glucaan uit Aspergillus niger

Chitine: CAS 1398-61-4; Glucaan: CAS 9041-22-9.

Dossiers 2.1.23 (2009),3.2.1 (2011), 3.2.13 (2009)

COEI-1-CHITGL

 

x

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.15

Gisteiwitextracten

-/-

Dossiers 2.1.24 (2011), 3.2.14 (2011), 3.2.1 (2011)

COEI-1-EPLEV

 

x

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.16

Polyvinylpolypyrrolidon

E 1202/CAS 25249-54-1

Dossier 3.4.9 (1987)

COEI-1-PVPP

 

x

 

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

5.17

Calciumalginaat

E 404/CAS 9005-35-0

Dossier 4.1.8 (1981)

COEI-1-ALGIAC

 

x

Uitsluitend bij de bereiding van alle categorieën mousserende wijn en parelwijn die wordt verkregen door gisting op fles en waarvan de wijnmoer door degorgering wordt afgescheiden.

(4), (5), (6), (7), (8) en (9)

5.18

Kaliumalginaat

E 402/CAS 9005-36-1

Dossier 4.1.8 (1981)

COEI-1-POTALG

 

x

Uitsluitend bij de bereiding van alle categorieën mousserende wijn en parelwijn die wordt verkregen door gisting op fles en waarvan de wijnmoer door degorgering wordt afgescheiden.

(4), (5), (6), (7), (8) en (9)

6

Stabilisatoren

6.1

Kaliumhydrogeentartraat

E 336(i)/CAS 868-14-4

Dossier 3.3.4 (2004)

COEI-1-POTBIT

 

x

Uitsluitend om het neerslaan van wijnsteen te bevorderen.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

6.2

Calciumtartraat

-/-

Dossier 3.3.12 (1997)

COEI-1-CALTAR

 

x

 

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

6.3

Citroenzuur

E 330

Dossiers 3.3.1 (1970), 3.3.8 (1970)

COEI-1-CITACI

x

 

Maximumhoeveelheid in behandelde, in de handel gebrachte wijn: 1 g/l.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

6.4

Tanninen

-/-

Dossiers 2.1.7 (2019), 3.2.6 (2019), 3.3.1 (1970)

COEI-1-TANINS

 

 

 

Verse druiven, gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

6.5

Kaliumferrocyanide

E 536/-

Dossiers 3.3.1 (1970), 3.3.10 (1970)

COEI-1-POTFER

 

x

Met inachtneming van de voorwaarden van aanhangsel 4 van deze bijlage. De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

6.6

Calciumfitaat

-/CAS 3615-82-5

Dossier 3.3.1 (1970)

COEI-1-CALPHY

 

x

Uitsluitend voor rode wijn en ten hoogste 8 g/hl.

Met inachtneming van de voorwaarden van aanhangsel 4 van deze bijlage.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

6.7

Metawijnsteenzuur

E 353/-

Dossier 3.3.7 (1970)

COEI-1-METACI

x

 

 

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

6.8

Arabische gom

E 414/CAS 9000-01-5

Dossier 3.3.6 (1972)

COEI-1-GOMARA

x

 

Quantum satis.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

6.9

Wijnsteenzuur (D, L-) of het neutrale kaliumzout ervan

-/CAS 133-37-9

Dossiers 2.1.21 (2008), 3.4.15 (2008)

COEI-1-DLTART

 

x

Uitsluitend om het teveel aan calcium te doen neerslaan.

Met inachtneming van de voorwaarden van aanhangsel 4 van deze bijlage.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

6.10

Mannoproteïnen uit gist

-/-

Dossier 3.3.13 (2005)

COEI-1-MANPRO

x

 

 

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

6.11

Carboxymethylcellulose

E 466/-

Dossier 3.3.14 (2020)

COEI-1-CMC

x

 

Uitsluitend voor het stabiliseren van de wijnsteen.

Witte wijn en roséwijn, (4), (5), (6), (7), (8) en (9)

6.12

Copolymeren polyvinylimidazol-polyvinylpyrrolidon (PVI/PVP)

-/CAS 87865-40-5

Dossiers 2.1.20 (2014), 3.4.14 (2014)

COEI-1-PVIPVP

 

x

De behandeling wordt ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register.

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

6.13

Kaliumpolyaspartaat

E 456/CAS 64723-18-8

Dossier 3.3.15 (2016)

COEI-1-POTPOL

x

 

Uitsluitend in het kader van het stabiliseren van de wijnsteen.

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

6.14

Fumaarzuur

E 297/CAS 110-17-8

Dossiers 3.4.2 (2021), 3.4.23 (2021)

 

x

 

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

7

Enzymen  (10)

7.1

Urease

EC 3.5.1.5

Dossier 3.4.11 (1995)

COEI-1-UREASE

COEI-1-PRENZY

 

x

Uitsluitend voor het verlagen van het ureumgehalte van de wijn.

Met inachtneming van de voorwaarden van aanhangsel 6 van deze bijlage.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

7.2

Pectinelyasen

EC 4.2.2.10

Dossier 1.13 (2021); 2.1.4 (2021); 2.1.18 (2021); 3.2.8 (2021); 3.2.11 (2021)

COEI-1-ACTPLY

COEI-1-PRENZY

 

x

Uitsluitend voor oenologisch gebruik voor de maceratie, de klaring, de stabilisatie en de filtratie, alsmede om de aromatische precursoren van druiven tot expressie te laten komen.

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

7.3

Pectinemethylesterase

EC 3.1.1.11

Dossier 1.13 (2021), 2.1.4 (2021), 2.1.18 (2021), 3.2.8 (2021), 3.2.11 (2021)

COEI-1-ACTPME

COEI-1-PRENZY

 

x

Uitsluitend voor oenologisch gebruik voor de maceratie, de klaring, de stabilisatie en de filtratie, alsmede om de aromatische precursoren van druiven tot expressie te laten komen.

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

7.4

Polygalacturonase

EC 3.2.1.15

Dossier 1.13 (2021), 2.1.4 (2021), 2.1.18 (2021), 3.2.8 (2021), 3.2.11 (2021)

COEI-1-ACTPGA

COEI-1-PRENZY

 

x

Uitsluitend voor oenologisch gebruik voor de maceratie, de klaring, de stabilisatie en de filtratie, alsmede om de aromatische precursoren van druiven tot expressie te laten komen.

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

7.5

Hemicellulase

EC 3.2.1.78

Dossier 1.13 (2021), 2.1.4 (2021), 2.1.18 (2021), 3.2.8 (2021), 3.2.11 (2021)

COEI-1-ACTGHE

COEI-1-PRENZY

 

x

Uitsluitend voor oenologisch gebruik voor de maceratie, de klaring, de stabilisatie en de filtratie, alsmede om de aromatische precursoren van druiven tot expressie te laten komen.

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

7.6

Cellulase

EC 3.2.1.4

Dossier 1.13 (2021), 2.1.4 (2021), 2.1.18 (2021), 3.2.8 (2021), 3.2.11 (2021)

COEI-1-ACTCEL

COEI-1-PRENZY

 

x

Uitsluitend voor oenologisch gebruik voor de maceratie, de klaring, de stabilisatie en de filtratie, alsmede om de aromatische precursoren van druiven tot expressie te laten komen.

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

7.7

Bètaglucanase

EC 3.2.1.58

Dossier 3.2.10 (2004)

COEI-1-BGLUCA

COEI-1-PRENZY

 

x

Uitsluitend voor oenologisch gebruik voor de maceratie, de klaring, de stabilisatie en de filtratie, alsmede om de aromatische precursoren van druiven tot expressie te laten komen.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en(16)

7.8

Glycosidase

EC 3.2.1.20

Dossiers 2.1.19 (2013), 3.2.9 (2013)

COEI-1-PRENZY

 

x

Uitsluitend voor oenologisch gebruik voor de maceratie, de klaring, de stabilisatie en de filtratie, alsmede om de aromatische precursoren van druiven tot expressie te laten komen.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

7.9

Arabinanase

EC 3.2.1.99

Dossier 1.13 (2021), 2.1.4 (2021), 2.1.18 (2021), 3.2.8 (2021), 3.2.11 (2021)

COEI-1-ACTARA

COEI-1-PRENZY

 

x

Uitsluitend voor oenologisch gebruik voor de maceratie, de klaring, de stabilisatie en de filtratie, alsmede om de aromatische precursoren van druiven tot expressie te laten komen.

Verse druiven, (1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

7.10

Bètaglucanase (β1-3, β1-6)

EC 3.2.1.6

Dossier 3.5.7 (2013)

COEI-1-ACTGLU

COEI-1-PRENZY

 

x

Uitsluitend voor oenologisch gebruik voor de maceratie, de klaring, de stabilisatie en de filtratie, alsmede om de aromatische precursoren van druiven tot expressie te laten komen.

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

7.11

Glucosidase

EC 3.2.1.21

Dossiers 2.1.19 (2013), 3.2.9 (2013)

COEI-1-GLYCOS

COEI-1-PRENZY

 

x

Uitsluitend voor oenologisch gebruik voor de maceratie, de klaring, de stabilisatie en de filtratie, alsmede om de aromatische precursoren van druiven tot expressie te laten komen.

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

7.12

Aspergillopepsine I

EC 3.4.23.18

Dossiers 2.2.12 (2021), 3.3.16 (2021)

COEI-1-PROTEA

COEI-1-PRENZY

 

x

Uitsluitend voor oenologisch gebruik voor de maceratie, de klaring, de stabilisatie en de filtratie, alsmede om de aromatische precursoren van druiven tot expressie te laten komen

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

8

Gassen en verpakkingsgassen (11)

8.1

Argon

E 938/CAS 7440-37-1

Dossier 2.2.5 (1970), 3.2.3 (2002)

COEI-1-ARGON

x  (11)

x

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

8.2

Stikstof

E 941/CAS 7727-37-9

Dossiers 2.1.14 (1999), 2.2.5 (1970), 3.2.3 (2002)

COEI-1-AZOTE

x  (11)

x

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

8.3

Kooldioxide

E 290/CAS 124-38-9

Dossiers 1.7 (1970), 2.1.14 (1999), 2.2.3 (1970), 2.2.5 (1970), 2.3.9 (2005), 4.1.10 (2002)

COEI-1-DIOCAR

x  (11)

x

Bij niet-mousserende wijn bedraagt de hoeveelheid koolstofdioxide in behandelde, in de handel gebrachte wijn ten hoogste 3 g/l en moet de koolstofdioxideoverdruk kleiner zijn dan 1 bar bij een temperatuur van 20 °C.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

8.4

Gasvormige zuurstof

E 948/CAS 17778-80-2

Dossiers 2.1.1 (2016), 3.5.5 (2016)

COEI-1-OXYGEN

 

x

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

9

Gistingsmiddelen

9.1

Wijngist

-/-

Dossiers 2.1.3.2.3.1. (2019), 2.3.1 (2016), 4.1.8 (1981)

COEI-1-SACCHA

COEI-1-NOSACC

 

x  (6)

 

Verse druiven, (2), (10), (11), (12), (13), tweede alcoholische gisting van (4), (5), (6) en (7)

9.2

Melkzuurbacteriën

-/-

Dossiers 2.1.3.2.3.2 (2019), 3.1.2 (1979), 3.1.2.3 (1980)

COEI-1-BALACT

 

x  (6)

 

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

10

Correctie van gebreken

10.1

Kopersulfaat, pentahydraat

-/CAS 7758-99-8

Dossier 3.5.8 (1989)

COEI-1-CUISUL

 

x

Ten hoogste 1 g/hl en op voorwaarde dat het kopergehalte van het hiermee behandelde product niet hoger is dan 1 mg/l, met uitzondering van likeurwijn verkregen uit ongegiste of weinig gegiste druivenmost, waarvoor een maximaal kopergehalte van 2 mg/l geldt.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

10.2

Kopercitraat

-/CAS 866-82-0

Dossier 3.5.14 (2008)

COEI-1-CUICIT

 

x

Ten hoogste 1 g/hl en op voorwaarde dat het kopergehalte van het hiermee behandelde product niet hoger is dan 1 mg/l, met uitzondering van likeurwijn verkregen uit ongegiste of weinig gegiste druivenmost, waarvoor een maximaal kopergehalte van 2 mg/l geldt.

Gedeeltelijk gegiste most voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, (1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

10.3

Chitosan uit Aspergillus niger of Agaricus bisporus

-/CAS 9012-76-4

Dossier 3.4.16 (2009)

COEI-1-CHITOS

 

x

 

(1), (2), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

10.4

Chitine-glucaan uit Aspergillus niger

Chitine: CAS 1398-61-4; Glucaan: CAS 9041-22-9.

Dossier 3.4.17 (2009)

COEI-1-CHITGL

 

x

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

10.5

Geïnactiveerde gist

-/-

 

COEI-1-INAYEA

 

x  (6)

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

11

Andere procedés

11.1

Hars van Aleppo-pijnbomen

-/-

 

 

x

 

Met inachtneming van de voorwaarden van aanhangsel 2 van deze bijlage.

(2), (10) en (11)

11.2

Verse wijnmoer

-/-

 

 

 

x  (6)

Uitsluitend in droge wijnen. De verse wijnmoer verkeert in goede staat, is onverdund en bevat gisten die afkomstig zijn van de recente bereiding van droge wijn. De hoeveelheden mogen niet groter zijn dan 5 % van het volume van het behandelde product.

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (15) en (16)

11.3

Karamel

E 150 a-d/-

Dossier 4.3 (2007)

COEI-1-CARAMEL

x

 

Ter intensivering van de kleur zoals omschreven in bijlage I, punt 2, bij Verordening (EG) nr. 1333/2008.

(3)

11.4

Allylisothiocyanaat

-/57-06-7

 

 

 

x

Uitsluitend voor het impregneren van schijven zuivere parrafine. Zie tabel 1.

In de wijn mag geen enkel spoor van allylisothiocyanaat terug te vinden zijn.

Uitsluitend voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en voor wijn

11.5

Geïnactiveerde gist

-/-

 

COEI-1-INAYEA

 

x  (6)

 

(1), (3), (4), (5), (6), (7), (8), (9), (10), (11), (12), (15) en (16)

b)

aanhangsel 1, punt 1, wordt vervangen door:

“1.

Het gebruik van wijnsteenzuur, dat overeenkomstig lijn 1.1 van tabel 2 van deze bijlage voor ontzuring mag worden gebruikt, is slechts toegestaan voor producten:

 

die verkregen zijn uit druiven van de wijnstokrassen elbling en riesling, en

 

die verkregen zijn uit druiven die geoogst zijn in Duitsland in wijnbouwzone A.”;

c)

in aanhangsel 5 wordt de zin “Deze behandeling moet worden ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register” geschrapt;

d)

in aanhangsel 7 wordt de zin “Deze behandeling moet worden ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register” geschrapt;

e)

in aanhangsel 8 wordt de zin “De behandeling moet worden ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register” geschrapt;

f)

in aanhangsel 10 wordt de zin “De behandeling moet worden ingeschreven in het in artikel 147, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde register” geschrapt;

(2)

In deel A van deel B wordt punt 2 als volgt gewijzigd:

a)

in punt c) wordt het veertiende streepje vervangen door:

“—

witte wijn met de volgende geografische aanduiding, wanneer het totale alcoholvolumegehalte hoger is dan 15 % vol en het suikergehalte hoger is dan 45 g/l:

Franche-Comté,

Coteaux de l’Auxois,

Saône-et-Loire,

Ardèche,

Collines rhodaniennes,

Comté Tolosan,

Côtes de Gascogne,

Gers,

Côtes du Lot,

Côtes du Tarn,

Vins de la Corrèze,

Ile de Beauté,

Pays d’Oc,

Côtes de Thau,

Val de Loire,

Méditerranée,

Comtés rhodaniens,

Côtes de Thongue,

Côte Vermeille,

Agenais,

Landes,

Vins des Allobroges,

Var,”;

b)

in punt e) wordt het tiende streepje vervangen door:

“—

wijn uit Slovenië die recht heeft op een beschermde oorsprongsbenaming en wordt aangeboden met de vermelding: “vrhunsko vino ZGP — jagodni izbor”, “vrhunsko vino ZGP — ledeno vino”, “vrhunsko vino ZGP — suhi jagodni izbor” or “vrhunsko vino ZGP — slamno vino (vino iz sušenega grozdja)”,”.


(1)  Het jaartal tussen haakjes dat volgt op de verwijzing naar een dossier van de OIV-code inzake oenologische procedés, verwijst naar de door de Unie goedgekeurde versie van het dossier voor de toegestane oenologische procedés, met inachtneming van de gebruiksvoorwaarden en -beperkingen in deze tabel.

(2)  Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4).

(3)  Verordening (EU) nr. 10/2011 van de Commissie van 14 januari 2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen (PB L 12 van 15.1.2011, blz. 1).

(4)  Indien niet van toepassing op alle categorieën wijnbouwproducten zoals vastgelegd in bijlage VII, deel II, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(5)  Het jaartal tussen haakjes dat volgt op de verwijzing naar een dossier van de OIV-Code inzake oenologische procedés, verwijst naar de door de Unie goedgekeurde versie van het dossier voor de toegestane oenologische procedés, met inachtneming van de gebruiksvoorwaarden en -beperkingen in deze tabel.

(6)  Stoffen die worden gebruikt als hulpstoffen, zoals bedoeld in artikel 20, punt d), van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18).

(7)  De toegestane oenologische verbindingen moeten worden gebruikt in overeenstemming met de bepalingen die zijn vervat in de dossiers van de OIV-Code inzake oenologische procedés die zijn vermeld in kolom 3, tenzij aanvullende, in deze kolom vastgelegde voorwaarden en beperkingen van toepassing zijn.

(8)  Indien niet van toepassing op alle categorieën wijnbouwproducten zoals vastgelegd in bijlage VII, deel II, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(9)  De ammoniumzouten als bedoeld in de lijnen 4.2, 4.3 en 4.4 mogen ook samen worden gebruikt binnen de totale limiet van 1 g/l of 0,3 g/l voor de tweede gisting van mousserende wijn. Het ammoniumzout als bedoeld in lijn 4.4 moet echter binnen de in lijn 4.4 bedoelde limiet blijven.

(10)  Zie ook artikel 9, lid 2, van deze verordening.

(11)  Bij gebruik als additief in de zin van bijlage I, punt 20, bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16).”;


BIJLAGE II

Bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

In deel A wordt punt 4, a), tweede streepje, vervangen door:

“—

geconcentreerde druivenmost, geconcentreerde druivenmost verkregen door rechtstreekse werking van vuur en die, afgezien van deze bewerking, voldoet aan de definitie van geconcentreerde druivenmost, gerectificeerde geconcentreerde druivenmost of most van ingedroogde druiven waaraan neutrale alcohol van wijnbouwproducten is toegevoegd om de gisting te stuiten, voor de Spaanse wijn met de traditionele vermelding “vino generoso de licor”, op voorwaarde dat het totale alcoholvolumegehalte van de betrokken wijn met niet meer dan 8 % vol wordt verhoogd,”.

(2)

In deel B, punt 3, wordt de tweede alinea vervangen door:

“Voor likeurwijn met de beschermde oorsprongsbenaming “Condado de Huelva”, “Málaga” of “Jerez-Xérès-Sherry” mag de most van ingedroogde druiven waaraan neutrale alcohol van wijnbouwproducten is toegevoegd om de gisting te stuiten en die uit het druivenras Pedro Ximénez is verkregen, evenwel afkomstig zijn van het gebied “Montilla-Moriles”.”.

(3)

Aanhangsel 1 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

in deel A wordt de tabel die naar “SPANJE” verwijst, vervangen door:

Likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming

Omschrijving van het product in de regels van de Unie of in nationale wetgeving

Alicante

Moscatel de Alicante

 

Vino dulce

Cariñena

Vino dulce

Condado de Huelva

Pedro Ximénez

 

Moscatel

 

Mistela

 

Vino dulce

Empordà

Mistela

 

Moscatel

Jerez-Xérès-Sherry

Pedro Ximénez

 

Moscatel

Lebrija

 

Málaga

Vino dulce

Montilla-Moriles

Pedro Ximénez

 

Moscatel

Priorato

Vino dulce

Tarragona

Vino dulce

Valencia

Moscatel de Valencia

 

Vino dulce”;

(b)

deel B wordt als volgt gewijzigd:

i)

in punt 4 wordt de tabel die naar “SPANJE” verwijst, vervangen door:

Likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming

Omschrijving van het product in de regels van de Unie of in nationale wetgeving

Condado de Huelva

 

Jerez-Xérès-Sherry

Vino generoso de licor

Málaga

Vino dulce

Montilla-Moriles

Vino generoso de licor”;

ii)

in punt 5 worden na “ITALIË Marsala” de volgende woorden toegevoegd:

“CYPRUS

Κουμανδαρία (Commandaria).”;

iii)

in punt 6 worden na “ITALIË Oltrepó Pavese Moscato, Marsala, Moscato di Trani” de volgende woorden toegevoegd:

“CYPRUS

Κουμανδαρία (Commandaria).”.

(4)

In aanhangsel 3 wordt de lijst van wijnstokrassen vervangen door:

“muscats — grenache — garnacha blanca — garnacha peluda — listán blanco — listán negro-negramoll — maccabéo — malvoisies — mavrodaphne — assirtiko — liatiko — garnacha tintorera — monastrell — palomino — pedro ximénez — albarola — aleatico — bosco — cannonau — corinto nero — giró — monica — nasco — primitivo — vermentino — zibibbo — moscateles — garnacha — garnacha roja — mazuela.”