|
12.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 318/116 |
BESLUIT (EU) 2022/2423 VAN DE COMMISSIE
van 5 december 2022
betreffende de verenigbaarheid van de prestatiedoelstellingen in het overeenkomstig Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad door Zweden ingediende ontwerpprestatieplan met de Uniewijde prestatiedoelstellingen voor de derde referentieperiode
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2022) 8716)
(Slechts de tekst in de Zweedse taal is authentiek)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim (“de kaderverordening”) (1) en met name artikel 11, lid 3, punt c),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317 van de Commissie van 11 februari 2019 tot vaststelling van een prestatie- en heffingsregeling in het gemeenschappelijk Europees luchtruim en tot intrekking van Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013 (2), en met name artikel 15, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
ALGEMENE OVERWEGINGEN
|
(1) |
Krachtens artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317 moeten de lidstaten, op nationaal niveau of op het niveau van functionele luchtruimblokken (FAB’s), prestatieplannen opstellen die bindende prestatiedoelstellingen moeten bevatten voor elke referentieperiode van de prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties. Die prestatiedoelstellingen moeten verenigbaar zijn met de Uniewijde prestatiedoelstellingen die door de Commissie zijn vastgesteld voor de betreffende referentieperiode. |
|
(2) |
De Uniewijde prestatiedoelstellingen voor de derde referentieperiode (RP3) werden aanvankelijk vastgesteld in Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/903 van de Commissie (3). Aangezien die Uniewijde prestatiedoelstellingen en de ontwerpprestatieplannen voor RP3 die in oktober 2019 door de lidstaten werden ingediend, waren opgesteld vóór de uitbraak van de COVID-19-pandemie in maart 2020, werd daarin geen rekening gehouden met de aanzienlijke terugval van het luchtverkeer ten gevolge van de maatregelen die de lidstaten en derde landen hebben genomen om de pandemie in te dammen. |
|
(3) |
Als reactie op de impact van de COVID-19-pandemie op de verlening van luchtvaartnavigatiediensten zijn in Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1627 van de Commissie (4) uitzonderlijke maatregelen voor RP3 vastgesteld, die afwijken van de bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317. De Commissie heeft op 2 juni 2021 Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/891 (5) vastgesteld, met herziene Uniewijde prestatiedoelstellingen voor RP3. Op basis daarvan hebben de lidstaten in oktober 2021 ontwerpprestatieplannen bij de Commissie ingediend met herziene lokale prestatiedoelstellingen voor RP3. |
|
(4) |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/728 van de Commissie (6) was gericht tot België, Duitsland, Griekenland, Frankrijk, Cyprus, Letland, Luxemburg, Malta, Nederland, Roemenië en Zweden. In dat besluit heeft de Commissie vastgesteld dat de in het ontwerpprestatieplan voor RP3 van Zweden opgenomen prestatiedoelstellingen inzake en-routekostenefficiëntie niet verenigbaar zijn met de Uniewijde prestatiedoelstellingen, en heeft zij aanbevelingen gedaan voor de herziening van die doelstellingen. |
|
(5) |
In antwoord op de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, die op 24 februari 2022 begon, heeft de Unie beperkende maatregelen vastgesteld waarbij Russische luchtvaartmaatschappijen, alle in Rusland geregistreerde luchtvaartuigen en alle niet in Rusland geregistreerde luchtvaartuigen die eigendom zijn van, worden gecharterd door of anderszins onder zeggenschap staan van Russische natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of organen het verbod krijgen opgelegd om in de Unie te landen of op te stijgen of de Unie te overvliegen. Deze beperkende maatregelen en de door Rusland genomen tegenmaatregelen hebben geleid tot veranderingen in het luchtverkeer in het Europese luchtruim. Sommige lidstaten, waaronder Zweden, zijn zwaar getroffen door een aanzienlijke daling van het aantal overvliegende luchtvaartuigen in het luchtruim dat onder hun verantwoordelijkheid valt. Op het niveau van de Unie is de waargenomen impact op het aantal vluchten echter beperkt gebleven, wat in contrast staat met de sterke afname van het luchtverkeer in heel Europa als gevolg van de uitbraak van de COVID-19-pandemie. |
|
(6) |
Zweden heeft op 13 juli 2022 een herzien ontwerpprestatieplan voor RP3 (het “herziene ontwerpprestatieplan”) ter beoordeling ingediend bij de Commissie. |
|
(7) |
Het prestatiebeoordelingsorgaan, dat de Commissie bijstaat bij de tenuitvoerlegging van de prestatieregeling overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 549/2004, heeft een verslag met zijn beoordeling over het herziene ontwerpprestatieplan bij de Commissie ingediend. |
|
(8) |
Overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317 heeft de Commissie de verenigbaarheid van de in het herziene ontwerpprestatieplan opgenomen lokale prestatiedoelstellingen beoordeeld op basis van de criteria die zijn vastgesteld in punt 1 van bijlage IV bij die Uitvoeringsverordening, en rekening houdende met lokale omstandigheden. De Commissie heeft de beoordeling voor elk prestatiekerngebied en de bijbehorende prestatiedoelstellingen aangevuld door de ontwerpprestatieplannen te toetsen aan de elementen van punt 2 van bijlage IV bij die uitvoeringsverordening. |
|
(9) |
In de in juni 2022 gepubliceerde basisverkeersprognose van de Statistics and Forecast Service (Statfor) van Eurocontrol is rekening gehouden met de gewijzigde omstandigheden waarnaar in overweging 5 wordt verwezen. Op basis van die prognoses merkt de Commissie op dat Zweden nog steeds geconfronteerd wordt met aanzienlijk verslechterde verkeersvooruitzichten voor de rest van RP3 als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne. Aangezien die veranderingen in omstandigheden aanzienlijke gevolgen hebben voor de prestatiedoelstellingen in het herziene ontwerpprestatieplan, moeten zij in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van de daarin opgenomen lokale prestatiedoelstellingen. |
BEOORDELING DOOR DE COMMISSIE
Beoordeling van de prestatiedoelstellingen op het prestatiekerngebied veiligheid
|
(10) |
Wat het prestatiekerngebied veiligheid betreft, heeft de Commissie de verenigbaarheid beoordeeld van de door Zweden ingediende doelstellingen inzake de effectiviteit van het veiligheidsbeheer van verleners van luchtvaartnavigatiediensten (Air Navigation Service Providers, ANSP’s), op basis van het criterium dat is vastgesteld in punt 1.1 van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317. |
|
(11) |
De lokale veiligheidsprestatiedoelstellingen die door Zweden zijn voorgesteld voor de belangrijkste verlener van luchtvaartnavigatiediensten, LFV, met betrekking tot de effectiviteit van het veiligheidsbeheer, opgesplitst per doelstelling van het veiligheidsbeheer en uitgedrukt als een niveau van uitvoering:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(12) |
De door Zweden voorgestelde veiligheidsprestatiedoelstellingen voor LFV zijn in overeenstemming met de EU-wijde prestatiedoelstellingen. |
|
(13) |
De Commissie merkt op dat het herziene ontwerpprestatieplan geen specifieke maatregelen voor LFV bevat om de lokale veiligheidsdoelstellingen te bereiken. Het plan bevat echter algemene maatregelen zoals de monitoring en toepassing van risicobeperkende maatregelen voor het beheer van specifieke risico’s en de beoordeling via het veiligheidsbeheersysteem van wijzigingen in het functionele systeem. Gezien de beoordeling van het prestatiebeoordelingsorgaan merkt de Commissie op dat naar verluidt het niveau van de Uniewijde doelstellingen reeds is bereikt en dat Zweden derhalve geen aanvullende maatregelen voor LFV heeft vastgesteld om die doelstellingen te bereiken. |
|
(14) |
De door Zweden voorgestelde veiligheidsdoelstellingen voor de verleners van terminalluchtvaartnavigatiediensten in het kader van het herziene ontwerpprestatieplan, namelijk ACR, SDATS en AFAB, zijn ook in overeenstemming met de EU-wijde prestatiedoelstellingen. De Commissie merkt voorts op dat Zweden maatregelen heeft vastgesteld voor die verleners van luchtvaartnavigatiediensten om hun veiligheidsprestatiedoelstellingen te halen. |
|
(15) |
Op basis van de bevindingen in de overwegingen 11 tot en met 14, en gezien het feit dat de in Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/891 vastgestelde Uniewijde veiligheidsprestatiedoelstellingen in het laatste jaar van RP3 (2024) moeten zijn verwezenlijkt, moeten de doelstellingen in het herziene ontwerpprestatieplan worden beoordeeld als verenigbaar met de Uniewijde prestatiedoelstellingen voor het prestatiekerngebied veiligheid. |
Beoordeling van de prestatiedoelstellingen op het prestatiekerngebied milieu
|
(16) |
Wat het prestatiekerngebied milieu betreft, is de verenigbaarheid van de door Zweden ingediende doelstellingen inzake de gemiddelde horizontale en-routevluchtefficiëntie van het werkelijke traject beoordeeld op basis van het criterium van punt 1.2 van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317. De in het herziene ontwerpprestatieplan voorgestelde doelstellingen zijn vergeleken met de relevante referentiewaarden voor horizontale en-routevluchtefficiëntie die zijn uiteengezet in het plan voor de verbetering van het Europese routenetwerk (ERNIP) en die beschikbaar waren op het moment dat de herziene Uniewijde prestatiedoelstellingen voor RP3 werden vastgesteld, namelijk 2 juni 2021. |
|
(17) |
Voor het kalenderjaar 2020 is de Uniewijde prestatiedoelstelling voor RP3 op het prestatiekerngebied milieu, die oorspronkelijk was vastgesteld in Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/903, vóór de uitbraak van de COVID-19-pandemie, niet herzien bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/891 omdat de termijn voor de toepassing van die doelstelling was verstreken en de uitvoering ervan dus definitief was geworden, waardoor er geen mogelijkheid was om ze retroactief aan te passen. Evenzo konden de door de lidstaten in de in oktober 2021 ingediende ontwerpprestatieplannen vastgestelde lokale milieuprestatiedoelstellingen voor 2021 niet met terugwerkende kracht worden gewijzigd in hun herziene ontwerpprestatieplannen. Derhalve werd de verenigbaarheid van de lokale milieuprestatiedoelstellingen met de overeenkomstige Uniewijde prestatiedoelstellingen beoordeeld voor de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024. |
|
(18) |
De door Zweden voorgestelde prestatiedoelstellingen voor het prestatiekerngebied milieu en de overeenkomstige nationale referentiewaarden voor RP3 in het ERNIP, uitgedrukt als de gemiddelde horizontale en-routevluchtefficiëntie van het werkelijke traject:
|
|
(19) |
De Commissie merkt op dat de door Zweden voorgestelde milieudoelstellingen gelijk zijn aan de overeenkomstige nationale referentiewaarden voor de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024. |
|
(20) |
De Commissie merkt op dat Zweden in het herziene ontwerpprestatieplan maatregelen heeft gepresenteerd voor de verwezenlijking van de lokale milieuprestatiedoelstellingen, waaronder de geplande uitvoering van grensoverschrijdende vrije luchtcorridors met Polen. |
|
(21) |
Op basis van de bevindingen die zijn uiteengezet in de overwegingen 18, 19 en 20 moeten de doelstellingen in het herziene ontwerpprestatieplan worden beoordeeld als verenigbaar met de Uniewijde prestatiedoelstellingen op het prestatiekerngebied milieu. |
Beoordeling van de prestatiedoelstellingen op het prestatiekerngebied capaciteit
|
(22) |
Wat het prestatiekerngebied capaciteit betreft, is de verenigbaarheid van de door Zweden ingediende doelstellingen inzake gemiddelde en-route-ATFM-vertraging per vlucht beoordeeld op basis van het criterium van punt 1.3 van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317. De in het herziene ontwerpprestatieplan voorgestelde doelstellingen zijn vergeleken met de relevante referentiewaarden die zijn uiteengezet in het operationeel netwerkplan en die beschikbaar waren op het moment dat de herziene Uniewijde prestatiedoelstellingen voor RP3 werden vastgesteld, namelijk 2 juni 2021. |
|
(23) |
Voor het kalenderjaar 2020 is de Uniewijde prestatiedoelstelling voor RP3 op het prestatiekerngebied capaciteit, die oorspronkelijk was vastgesteld in Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/903, vóór de uitbraak van de COVID-19-pandemie, niet herzien bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/891 omdat de termijn voor de toepassing van die doelstelling was verstreken en de uitvoering ervan dus definitief was geworden, waardoor er geen mogelijkheid was om ze retroactief aan te passen. Evenzo konden de door de lidstaten in de in oktober 2021 ingediende ontwerpprestatieplannen vastgestelde lokale capaciteitsprestatiedoelstellingen voor 2021 niet met terugwerkende kracht worden gewijzigd in hun herziene ontwerpprestatieplannen. Derhalve werd de verenigbaarheid van de lokale capaciteitsprestatiedoelstellingen met de overeenkomstige Uniewijde prestatiedoelstellingen beoordeeld voor de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024. |
|
(24) |
De door Zweden voor RP3 voorgestelde doelstellingen voor en-routecapaciteit, uitgedrukt in minuten ATFM-vertraging per vlucht, en de overeenkomstige referentiewaarden in het operationeel netwerkplan:
|
|
(25) |
De Commissie merkt op dat de door Zweden voorgestelde capaciteitsdoelstellingen gelijk zijn aan de overeenkomstige nationale referentiewaarden voor de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024. |
|
(26) |
De Commissie merkt op dat Zweden in het herziene ontwerpprestatieplan maatregelen heeft gepresenteerd voor de verwezenlijking van de lokale en-routecapaciteitsdoelstellingen. Deze maatregelen omvatten de uitvoering van het Zweedse luchtruimproject (hierna: “SWEA”) en een toename van het aantal voltijdse luchtverkeersleiders (ATCO’s) in RP3 en daarna om tegemoet te komen aan de toekomstige verkeersvraag, onder meer om te anticiperen op geplande pensioneringen van ATCO’s. De Commissie merkt op dat, in vergelijking met het in 2021 ingediende ontwerpprestatieplan, het geplande aantal voltijds actieve ATCO’s in de luchtverkeersleidingscentra van Stockholm en Malmö naar beneden is bijgesteld als gevolg van de in de overwegingen 5 en 9 beschreven verandering in de omstandigheden. |
|
(27) |
Op basis van de bevindingen die zijn uiteengezet in de overwegingen 24, 25 en 26 moeten de doelstellingen in het herziene ontwerpprestatieplan worden beoordeeld als verenigbaar met de Uniewijde prestatiedoelstellingen op het prestatiekerngebied capaciteit. |
Beoordeling van de capaciteitsdoelstellingen voor terminalluchtvaartnavigatiediensten
|
(28) |
Wat betreft luchthavens die overeenkomstig artikel 1, leden 3 en 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317 binnen de werkingssfeer van die uitvoeringsverordening vallen, heeft de Commissie haar beoordeling van doelstellingen voor en-routecapaciteit aangevuld met een beoordeling van de capaciteitsdoelstellingen voor terminalluchtvaartnavigatiediensten, overeenkomstig punt 2.1, b), van bijlage IV bij die uitvoeringsverordening. Die doelstellingen bleken geen aanleiding te geven tot bezorgdheid ten aanzien van Zweden. |
Beoordeling van de prestatiedoelstellingen voor het prestatiekerngebied kostenefficiëntie
|
(29) |
De Commissie heeft in Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/728 geconcludeerd dat de voorgestelde en-routekostenefficiëntiedoelstellingen in het in 2021 ingediende ontwerpprestatieplan van Zweden onverenigbaar waren met de Uniewijde prestatiedoelstellingen. Zweden heeft herziene en-routekostenefficiëntiedoelstellingen voorgesteld in zijn herziene ontwerpprestatieplan. |
|
(30) |
De onderstaande tabel bevat de initiële prestatiedoelstellingen inzake en-routekostenefficiëntie voor RP3 voor de heffingszone van Zweden, zoals opgenomen in het in 2021 ingediende ontwerpprestatieplan, en de overeenkomstige herziene ontwerpprestatiedoelstellingen in het herziene ontwerpprestatieplan.
|
|
(31) |
De Commissie merkt op dat Zweden zijn lokale kostenefficiëntiedoelstellingen voor 2022, 2023 en 2024 heeft herzien, hetgeen, in vergelijking met het in 2021 ingediende ontwerpprestatieplan, resulteert in een totale bepaalde eenheidskost (DUC) die in die kalenderjaren 8,2 % hoger ligt en tijdens RP3 als geheel 7,1 % hoger ligt. Die stijgingen van de bepaalde eenheidskosten zijn het gevolg van de aanzienlijke verslechtering van de verkeersprognose door de afname van het luchtverkeer in het Zweedse luchtruim als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, zoals vermeld in de overwegingen 5 en 9. Het lager aantal geraamde diensteenheden voor de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024 is echter gedeeltelijk door Zweden gecompenseerd door een verlaging van de bepaalde kosten. |
|
(32) |
Voorts heeft Zweden een opwaartse aanpassing van de basiswaarde voor 2014 toegepast, terwijl de basiswaarde voor 2019 naar beneden is bijgesteld. Zweden legt in het herziene ontwerpprestatieplan uit dat de basiswaarden voor 2014 en 2019 voornamelijk zijn aangepast om rekening te houden met het effect van significante eenmalige bedragen in verband met de werkelijke pensioenkosten die voor die kalenderjaren zijn geregistreerd en die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid met de bepaalde kosten van RP3. Voorts heeft Zweden twee verdere aanpassingen van de basiswaarde voor 2019 toegepast, die gerechtvaardigd zijn door wijzigingen in de reikwijdte van de en-routeheffingszone tussen de tweede referentieperiode (“RP2”) en RP3 en door een wijziging van de door Zweden toegepaste methode voor het in mindering brengen van de door de ANSP ontvangen overheidsfinanciering van de door de gebruikers betaalde routeheffingen. |
|
(33) |
De Commissie merkt op dat de verkeersaannames die in het herziene ontwerpprestatieplan zijn gebruikt, gebaseerd zijn op de Statfor-basisverkeersprognose van Eurocontrol van juni 2022. De geraamde en-routediensteenheden voor de heffingszone voor de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024, in vergelijking met de cijfers in het ontwerpprestatieplan, zijn weergegeven in de onderstaande tabel.
|
|
(34) |
In vergelijking met het ontwerpprestatieplan dat in 2021 is ingediend, liggen de jaarlijkse verlagingen van het aantal diensteenheden voor de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024 ongeveer tussen –11 % en –14 %. Bijgevolg zullen de en-routediensteenheden voor Zweden in 2024 naar verwachting 11,1 % onder het niveau van vóór de pandemie (kalenderjaar 2019) blijven, terwijl in de Statfor-basisverkeersprognose van oktober 2021 was voorzien dat zij het niveau van vóór de pandemie met 3,1 % zouden overschrijden. |
|
(35) |
Zoals in onderstaande tabel is weergegeven, zullen de vliegbewegingen in het Zweedse luchtruim die volgens instrumentvliegvoorschriften (IFR) worden uitgevoerd, echter niet met hetzelfde tempo afnemen als de en-routediensteenheden. Deze discrepantie is toe te schrijven aan de aanzienlijke daling van het aantal overvluchten, die gemiddeld een verhoudingsgewijs groter aantal en-routediensteenheden genereren dan vluchten die aankomen op en vertrekken van luchthavens in Zweden.
|
|
(36) |
De Commissie merkt derhalve op dat de daling van de werklast van de verlener van luchtvaartnavigatiediensten, die afhankelijk is van het aantal gecontroleerde vliegbewegingen, niet even groot zal als de inkomstendaling die voortvloeit uit het lagere aantal en-routediensteenheden. |
|
(37) |
De herziene bepaalde kosten voor de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024, uitgedrukt in reële termen in prijzen van 2017, zijn weergegeven in de onderstaande tabel. De Commissie merkt op dat Zweden de bepaalde kosten, in reële termen, voor elk van die kalenderjaren naar beneden heeft bijgesteld.
|
|
(38) |
Het herziene ontwerpprestatieplan bevat een geactualiseerde inflatieprognose voor Zweden voor de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024, zoals uiteengezet in de volgende tabel.
|
|
(39) |
Als gevolg van de actualisering van de inflatieprognose zijn de herziene bepaalde kosten, in nominale termen, voor het kalenderjaar 2022 gestegen, terwijl die voor 2023 ongewijzigd zijn gebleven. Voor het kalenderjaar 2024 zijn de nominale bepaalde kosten lager dan in het ontwerpprestatieplan dat in 2021 is ingediend.
|
|
(40) |
De Commissie heeft de verenigbaarheid van de herziene kostenefficiëntiedoelstellingen die door Zweden zijn voorgesteld op basis van de criteria van punt 1.4, a), b) en c), van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317. |
|
(41) |
Wat betreft het criterium dat is vastgesteld in punt 1.4, a), van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317, merkt de Commissie op dat de tendens van de bepaalde en-route-eenheidskosten op het niveau van de heffingszone, namelijk +2,2 % in de loop van RP3, slechter is dan de Uniewijde tendens van +1,0 % in diezelfde periode. De door Zweden vastgestelde aangepaste basiswaarde voor 2019, waarnaar in overweging 32 wordt verwezen, heeft een negatieve invloed op de berekende tendens van de bepaalde eenheidskosten. De tendens van de bepaalde eenheidskosten in Zweden is verslechterd ten opzichte van de tendens van de bepaalde eenheidskosten van +0,2 %, die berekend is op basis van het in 2021 ingediende ontwerpprestatieplan. |
|
(42) |
Wat betreft het criterium dat is vastgesteld in punt 1.4, b), van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317, merkt de Commissie op dat de langetermijntendens van de bepaalde en-route-eenheidskosten op het niveau van de heffingszone, namelijk –0,3 % in RP2 en RP3, slechter is dan de Uniewijde langetermijntendens van –1,3 % in diezelfde periode. De door Zweden vastgestelde aangepaste basiswaarde voor 2014, waarnaar in overweging 32 wordt verwezen, heeft een positieve invloed op de berekende langetermijntendens van de bepaalde eenheidskosten. De langetermijntendens van de bepaalde eenheidskosten in Zweden is verbeterd ten opzichte van de langetermijntendens van de bepaalde eenheidskosten van +1,0 %, die berekend is op basis van het in 2021 ingediende ontwerpprestatieplan. |
|
(43) |
Zoals opgemerkt in de overwegingen 33 en 34, herinnert de Commissie eraan dat de prognose voor de diensteenheid van Zweden voor RP3 aanzienlijk naar beneden is bijgesteld door de verkeersveranderingen als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne. Het is daarom noodzakelijk en passend om, met het oog op de in de overwegingen 41 en 42 onderzochte beoordelingscriteria, te onderzoeken of Zweden aan de Uniewijde kostenefficiëntietendens zou voldoen indien er voor de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024 geen sprake was van een sterke daling van het verkeer als gevolg van de gewijzigde omstandigheden. |
|
(44) |
De Commissie heeft daarom de tendens van de bepaalde eenheidskosten in Zweden in de loop van RP3 en de langetermijntendens van de bepaalde eenheidskosten in de loop van RP2 en RP3 herberekend door gebruik te maken van de Statfor-basisverkeersprognose van Eurocontrol van oktober 2021. Deze herberekening resulteert, voor de en-routeheffingszone van Zweden, in een aangepaste tendens van de bepaalde eenheidskosten van –1,5 % in de loop van RP3 en in een aangepaste langetermijntendens van de bepaalde eenheidskosten van –1,9 %. Beide aangepaste tendensen liggen onder de overeenkomstige Uniewijde tendens van de bepaalde eenheidskosten van respectievelijk +1,0 % en –1,3 %. Daarom concludeert de Commissie dat Zweden voldoet aan de beoordelingscriteria die zijn onderzocht in de overwegingen 41 en 42 bij gebrek aan veranderingen in het verkeer als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne. |
|
(45) |
Wat betreft het criterium in punt 1.4, c), van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317, merkt de Commissie op dat de basiswaarde van de langetermijntendens van de vaste eenheidskosten op het niveau van de heffingszone van Zweden van 55,84 EUR (uitgedrukt in prijzen van 2017) 24,8 % hoger ligt dan de gemiddelde basiswaarde van de vergelijkingsgroep (44,74 EUR in prijzen van 2017). |
|
(46) |
De Commissie erkent dat de herziene kostenefficiëntiedoelstellingen voor de heffingszone van Zweden hoger zijn dan de oorspronkelijke doelstellingen in het in 2021 ingediende ontwerpprestatieplan. Deze verslechtering is echter volledig te wijten aan de aanzienlijk lagere verkeersaannames. Wanneer de negatieve gevolgen van de verkeersveranderingen als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne buiten beschouwing worden gelaten, is het duidelijk dat Zweden zowel aan de Uniewijde tendens van de bepaalde eenheidskosten als aan de Uniewijde langetermijntendens van de bepaalde eenheidskosten voldoet. |
|
(47) |
Zoals vermeld in overweging 37, herinnert de Commissie er voorts aan dat Zweden zijn bepaalde kosten in reële termen voor de rest van RP3 heeft verlaagd als reactie op de verslechterde verkeersaannames. De Commissie merkt op dat deze kostenbeperkingsmaatregelen in het algemeen in verhouding staan tot het lagere aantal IFR-bewegingen dat voor de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024 is voorspeld, zoals uiteengezet in overweging 35. |
|
(48) |
Al bij al is de Commissie dan ook van oordeel dat Zweden de aanbevelingen in artikel 3 van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/728 met betrekking tot de herziening van zijn kostenefficiëntieprestatiedoelstellingen naar behoren heeft opgevolgd. |
|
(49) |
Op basis van de bevindingen in de overwegingen 30 tot en met 48 moeten de doelstellingen in het herziene ontwerpprestatieplan worden beoordeeld als verenigbaar met de Uniewijde prestatiedoelstellingen op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie. |
Beoordeling van de herziene kostenefficiëntiedoelstellingen voor terminalluchtvaartnavigatiediensten
|
(50) |
Wat betreft luchthavens die overeenkomstig artikel 1, leden 3 en 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317 binnen de werkingssfeer van die uitvoeringsverordening vallen, heeft de Commissie haar beoordeling van kostenefficiëntiedoelstellingen aangevuld met een beoordeling van de kostenefficiëntiedoelstellingen voor terminalluchtvaartnavigatiediensten, overeenkomstig punt 2.1, c), van bijlage IV bij die uitvoeringsverordening. |
|
(51) |
In Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/728 heeft de Commissie haar bezorgdheid geuit over de doelstellingen inzake terminalkostenefficiëntie die Zweden in het in 2021 ingediende ontwerpprestatieplan heeft voorgesteld, en was zij van mening dat Zweden die doelstellingen verder moet rechtvaardigen of neerwaarts moet herzien. |
|
(52) |
De Commissie merkt op dat Zweden in het herziene ontwerpprestatieplan zijn doelstellingen zijn doelstellingen inzake terminalkostenefficiëntie naar behoren heeft gemotiveerd en onderbouwd, onder meer door te verwijzen naar het verminderde aantal vluchten in de terminalheffingszone in vergelijking met RP2 en de sterke impact van de pensionering van luchtverkeersleiders op de terminalkostenbasis tijdens RP3. De Commissie heeft geen verdere opmerkingen over de terminalkostenefficiëntiedoelstellingen in het herziene ontwerpprestatieplan. |
CONCLUSIES
|
(53) |
In het licht van al het voorgaande heeft de Commissie vastgesteld dat de prestatiedoelstellingen in het herziene ontwerpprestatieplan verenigbaar zijn met de Uniewijde prestatiedoelstellingen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De prestatiedoelstellingen in het overeenkomstig Verordening (EG) nr. 549/2004 door Zweden ingediende herziene ontwerpprestatieplan, die in de bijlage bij dit besluit zijn opgenomen, zijn verenigbaar met de in Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/891 uiteengezette Uniewijde prestatiedoelstellingen voor de derde referentieperiode.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk Zweden.
Gedaan te Brussel, 5 december 2022.
Voor de Commissie
Adina VĂLEAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1.
(2) PB L 56 van 25.2.2019, blz. 1.
(3) Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/903 van de Commissie van 29 mei 2019 tot vaststelling van de EU-wijde prestatiedoelen voor het netwerk voor luchtverkeersbeheer voor de derde referentieperiode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024 (PB L 144 van 3.6.2019, blz. 49).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1627 van de Commissie van 3 november 2020 inzake uitzonderlijke maatregelen voor de derde referentieperiode (2020-2024) van de prestatie- en heffingsregeling voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim ten gevolge van de COVID-19-pandemie (PB L 366 van 4.11.2020, blz. 7).
(5) Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/891 van de Commissie van 2 juni 2021 tot vaststelling van herziene EU-wijde prestatiedoelstellingen voor het netwerk voor luchtverkeersbeheer voor de derde referentieperiode (2020-2024) en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/903 (PB L 195 van 3.6.2021, blz. 3).
(6) Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/728 van de Commissie van 13 april 2022 inzake de onverenigbaarheid van bepaalde prestatiedoelstellingen in de krachtens Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad door België, Duitsland, Griekenland, Frankrijk, Cyprus, Letland, Luxemburg, Malta, Nederland, Roemenië en Zweden ingediende ontwerpen van nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken met de Uniewijde prestatiedoelstellingen voor de derde referentieperiode, en inzake de vaststelling van aanbevelingen voor de herziening van die doelstellingen (PB L 135 van 12.5.2022, blz. 4).
BIJLAGE
Prestatiedoelstellingen die zijn opgenomen in het overeenkomstig Verordening (EG) nr. 549/2004 door Zweden ingediende herziene ontwerpprestatieplan en die verenigbaar zijn bevonden met de Uniewijde prestatiedoelstellingen voor de derde referentieperiode
PRESTATIEKERNGEBIED VEILIGHEID
Effectiviteit van het veiligheidsbeheer
|
Zweden |
Doelstellingen met betrekking tot de effectiviteit van het veiligheidsbeheer, uitgedrukt als niveau van tenuitvoerlegging, variërend van EASA-niveau A tot en met D |
|||
|
Betrokken verlener van luchtvaartnavigatiediensten |
Doelstelling inzake veiligheidsbeheer |
2022 |
2023 |
2024 |
|
LFV |
Veiligheidsbeleid en -doelstellingen |
C |
C |
C |
|
Beheer van veiligheidsrisico’s |
D |
D |
D |
|
|
Veiligheidsborging |
C |
C |
C |
|
|
Bevordering van de veiligheid |
C |
C |
C |
|
|
Veiligheidscultuur |
C |
C |
C |
|
PRESTATIEKERNGEBIED MILIEU
Gemiddelde horizontale en-routevluchtefficiëntie van het werkelijke traject
|
Zweden |
2022 |
2023 |
2024 |
|
Doelstellingen op het prestatiekerngebied milieu, uitgedrukt als de gemiddelde horizontale en-routevluchtefficiëntie van het werkelijke traject |
1,05 % |
1,05 % |
1,05 % |
PRESTATIEKERNGEBIED CAPACITEIT
Gemiddelde en-route-ATFM-vertraging in minuten per vlucht
|
Zweden |
2022 |
2023 |
2024 |
|
Doelstellingen op het prestatiekerngebied capaciteit, uitgedrukt in minuten ATFM-vertraging per vlucht |
0,07 |
0,08 |
0,08 |
PRESTATIEKERNGEBIED KOSTENEFFECTIVITEIT
Bepaalde eenheidskost voor en-routeluchtvaartnavigatiediensten
|
En-routeheffingszone van Zweden |
2014 basiswaarde |
2019 basiswaarde |
2020-2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
|
Herziene doelstellingen inzake en-routekostenefficiëntie, uitgedrukt als bepaalde en-route-eenheidskosten (in reële termen in prijzen van 2017) |
604,02 SEK |
537,87 SEK |
1 361,88 SEK |
774,65 SEK |
650,98 SEK |
587,62 SEK |
|
62,70 EUR |
55,84 EUR |
141,38 EUR |
80,42 EUR |
67,58 EUR |
61,00 EUR |