|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/48 |
BESLUIT (EU) 2022/1511 VAN DE COMMISSIE
van 7 september 2022
waarbij vrijstelling van rechten bij invoer en van btw bij invoer wordt verleend voor goederen die nodig zijn om de gevolgen van de COVID-19-uitbraak in 2022 te bestrijden
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2022)6284)
(Slechts de teksten in de Duitse, de Franse, de Letse, de Nederlandse, de Portugese en de Sloveense taal zijn authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2009/132/EG van de Raad van 19 oktober 2009 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 143, onder b) en c), van Richtlijn 2006/112/EG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen (1), en met name artikel 53, eerste alinea,
Gezien Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (2), en met name artikel 76, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Besluit (EU) 2021/2313 (3) van de Commissie is van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 aan sommige lidstaten vrijstelling van invoerrechten en van belasting over de toegevoegde waarde (“btw”) bij invoer verleend voor goederen die nodig zijn om de gevolgen van de COVID-19-uitbraak te bestrijden. |
|
(2) |
Op 15 juni 2022 heeft de Commissie de lidstaten geraadpleegd over de noodzaak van een verlenging van de geldigheidsduur van de bij dat besluit vastgestelde maatregelen. België, Letland, Oostenrijk, Portugal en Slovenië (hierna de “verzoekende lidstaten” genoemd) hebben op 21 juni 2022 een daartoe strekkend verzoek ingediend. |
|
(3) |
De goederen die de verzoekende lidstaten in het kader van Besluit (EU) 2021/2313 hebben ingevoerd, hebben er mede voor gezorgd dat overheidsorganisaties of andere organisaties die door de bevoegde nationale autoriteiten zijn erkend, toegang hebben tot de benodigde geneesmiddelen, medische apparatuur en persoonlijke beschermingsmiddelen, waaraan een tekort bestaat. Uit de handelsstatistieken voor die goederen blijkt dat de daarmee samenhangende invoer een dalende trend vertoont, maar kan schommelen als gevolg van een nieuwe vraag naar goederen die nodig zijn om de COVID-19-pandemie te bestrijden. Ondanks de lopende vaccinatiecampagnes in de Unie en een reeks maatregelen om de verspreiding van het virus te voorkomen, vormt het aantal COVID-19-besmettingen in de verzoekende lidstaten nog steeds een risico voor de volksgezondheid. Aangezien er in de verzoekende lidstaten nog altijd melding wordt gemaakt van tekorten aan goederen om de COVID-19-pandemie te bestrijden, is het passend om de goederen die voor de in artikel 74 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 genoemde doeleinden worden ingevoerd, vrij te stellen van invoerrechten en de goederen die voor de in artikel 51 van Richtlijn 2009/132/EG genoemde doeleinden worden ingevoerd, vrij te stellen van de btw. |
|
(4) |
De verzoekende lidstaten moeten de Commissie in kennis stellen van het soort en de hoeveelheid goederen die met vrijstelling van invoerrechten en btw zijn ingevoerd om de gevolgen van de COVID-19-uitbraak te bestrijden, van de organisaties die zij hebben erkend om die goederen te verstrekken of ter beschikking te stellen en van de maatregelen die zijn genomen om te voorkomen dat die goederen voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor het bestrijden van de gevolgen van deze uitbraak. |
|
(5) |
Rekening houdende met de uitdagingen die de verzoekende lidstaten het hoofd willen bieden, moet de vrijstelling van invoerrechten en van btw worden verleend voor goederen die met ingang van 1 juli 2022 worden ingevoerd. De vrijstelling moet tot en met 31 december 2022 van kracht blijven. |
|
(6) |
Op 22 juli 2022 werden de lidstaten overeenkomstig artikel 76, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1186/2009 en artikel 53, eerste alinea, van Richtlijn 2009/132/EG geraadpleegd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1) Er wordt vrijstelling van rechten bij invoer in de zin van artikel 2, lid 1, punt a), van Verordening (EG) nr. 1186/2009 verleend en van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) voor de invoer in de zin van artikel 2, lid 1, punt a), van Richtlijn 2009/132/EG, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
de goederen zijn bestemd om op een van de volgende wijzen te worden gebruikt:
|
|
b) |
de goederen voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de artikelen 75, 78, 79 en 80 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 en de artikelen 52, 55, 56 en 57 van Richtlijn 2009/132/EG; |
|
c) |
de goederen worden in België, Letland, Oostenrijk, Portugal en Slovenië (de verzoekende lidstaten) ingevoerd voor het vrije verkeer door of namens overheidsorganisaties, zoals overheidsorganen, overheidsinstanties en andere publiekrechtelijke organen, of door of namens organisaties die door de bevoegde autoriteiten in die lidstaten zijn erkend. |
2) Er wordt ook vrijstelling van rechten bij invoer in de zin van artikel 2, lid 1, punt a), van Verordening (EG) nr. 1186/2009 en van btw voor de invoer in de zin van artikel 2, lid 1, punt a), van Richtlijn 2009/132/EG verleend wanneer de goederen worden ingevoerd voor het vrije verkeer door of namens hulporganisaties om in hun eigen behoeften te voorzien tijdens het verstrekken van noodhulp aan personen die getroffen zijn door of risico lopen als gevolg van COVID-19 of betrokken zijn bij de bestrijding van de COVID-19-uitbraak.
Artikel 2
1) De verzoekende lidstaten delen de Commissie om de twee maanden, op de vijftiende dag van de maand volgende op de rapportageperiode, gegevens mee over het soort en de hoeveelheid goederen die krachtens artikel 1 met vrijstelling van invoerrechten en btw zijn ingevoerd.
2) Uiterlijk op 31 maart 2023 deelt elke verzoekende lidstaat de Commissie de volgende informatie mee:
|
a) |
een lijst van door de bevoegde autoriteiten in de desbetreffende verzoekende lidstaat erkende organisaties, als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt c); |
|
b) |
de volgende geconsolideerde informatie over het soort en de hoeveelheid goederen die krachtens artikel 1 met vrijstelling van invoerrechten en btw zijn ingevoerd:
|
|
c) |
maatregelen die zijn genomen om de naleving van de artikelen 78, 79 en 80 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 en van de artikelen 55, 56 en 57 van Richtlijn 2009/132/EG te garanderen; |
|
d) |
in voorkomend geval, de risicobeheer- en controlemaatregelen die de verzoekende lidstaat overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad (4) heeft genomen met betrekking tot de goederen die onder het toepassingsgebied van dit besluit vallen. |
Artikel 3
Artikel 1 is van toepassing op goederen die van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022 in de verzoekende lidstaten worden ingevoerd.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, de Republiek Letland, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek en de Republiek Slovenië.
Het is van toepassing met ingang van 1 juli 2022.
Gedaan te Brussel, 7 september 2022.
Voor de Commissie
Paolo GENTILONI
Lid van de Commissie
(1) PB L 292 van 10.11.2009, blz. 5.
(2) PB L 324 van 10.12.2009, blz. 23.
(3) Besluit (EU) 2021/2313 van de Commissie van 22 december 2021 waarbij vrijstelling van rechten bij invoer en van btw op invoer wordt verleend voor goederen die nodig zijn om de gevolgen van de COVID-19-uitbraak in 2022 te bestrijden (PB L 464 van 28.12.2021, blz. 11).
(4) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).