|
8.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 233/81 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/1485 VAN DE COMMISSIE
van 7 september 2022
tot verlenging van de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring van IPBC voor gebruik in biociden van productsoort 8 overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 14, lid 5,
Na raadpleging van het Permanent Comité voor biociden,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
IPBC is in bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) opgenomen als werkzame stof voor gebruik in biociden van productsoort 8. Daarom werd deze stof overeenkomstig artikel 86 van Verordening (EU) nr. 528/2012 geacht op grond van die verordening te zijn goedgekeurd tot en met 30 juni 2020, onder de in bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG vastgestelde voorwaarden. |
|
(2) |
Op 20 december 2018 is overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 een aanvraag ingediend voor de verlenging van de goedkeuring van IPBC voor gebruik in biociden van productsoort 8 (hierna “de aanvraag” genoemd). |
|
(3) |
De beoordelende bevoegde autoriteit van Denemarken heeft de Commissie op 11 april 2019 geïnformeerd over haar besluit op grond van artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 dat een volledige beoordeling van de aanvraag noodzakelijk was. Overeenkomstig artikel 8, lid 1, van die verordening moet de beoordelende bevoegde autoriteit binnen 365 dagen na de validering van een aanvraag een volledige beoordeling hiervan uitvoeren. |
|
(4) |
De termijn voor het verstrijken van de goedkeuring van IPBC voor gebruik in biociden van productsoort 8 is bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1969 van de Commissie (3) verlengd tot en met 31 december 2022, zodat er voldoende tijd is voor de behandeling van de aanvraag. |
|
(5) |
Op 24 mei 2022 heeft de beoordelende bevoegde autoriteit de Commissie meegedeeld dat de beoordeling vertraging heeft opgelopen omdat aanvullende studies nodig zijn om de criteria voor het bepalen van hormoonontregelende eigenschappen voor niet-doelorganismen te beoordelen. De beoordelende bevoegde autoriteit heeft de aanvrager overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012 verzocht de aanvullende informatie te verstrekken om de beoordeling uit te voeren. Deze informatie zal naar verwachting uiterlijk in juli 2023 bij de beoordelende bevoegde autoriteit worden ingediend. |
|
(6) |
Overeenkomstig artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 stelt het Europees Agentschap voor chemische stoffen binnen 270 dagen na ontvangst van een aanbeveling van de beoordelende bevoegde autoriteit een advies op over de verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof en zendt dit toe aan de Commissie. |
|
(7) |
De goedkeuring van IPBC voor gebruik in biociden van productsoort 8 zal dus om redenen buiten de invloed van de aanvrager waarschijnlijk vervallen voordat een besluit over de verlenging ervan is genomen. Daarom moet de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring met een zodanige termijn worden verlengd dat er voldoende tijd is om de aanvraag te behandelen. Rekening houdend met de tijd die de beoordelende bevoegde autoriteit nodig heeft voor de beoordeling, de tijd waarover het Europees Agentschap voor chemische stoffen beschikt voor de opstelling en indiening van haar advies en rekening houdend met de tijd die de Commissie nodig heeft om te besluiten of de goedkeuring van IPBC voor gebruik in biociden van productsoort 8 kan worden verlengd, moet de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring worden verlengd tot en met 31 juli 2025. |
|
(8) |
Na de verlenging van de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring blijft de goedkeuring van IPBC gelden voor gebruik in biociden van productsoort 8, onder voorbehoud van de naleving van de eisen vastgesteld in bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De in Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1969 vastgestelde termijn voor het verstrijken van de goedkeuring van IPBC voor gebruik in biociden van productsoort 8 wordt verlengd tot en met 31 juli 2025.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 7 september 2022.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.
(2) Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1).
(3) Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1969 van de Commissie van 26 november 2019 tot verlenging van de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring van IPBC voor gebruik in biociden van productsoort 8 (PB L 307 van 28.11.2019, blz. 45).