30.5.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/33


BESLUIT (EU) 2022/830 VAN DE RAAD

van 20 mei 2022

betreffende het namens de Europese Unie tijdens de 75e zitting van de Wereldgezondheidsvergadering in te nemen standpunt over bepaalde wijzigingen van de Internationale Gezondheidsregeling (2005)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 168, lid 5, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op het gebied van de volksgezondheid moet het optreden van de Unie, dat een aanvulling vormt op het nationale beleid, gericht worden op verbetering van de volksgezondheid, preventie van lichamelijke en geestelijke ziekten en aandoeningen en het wegnemen van bronnen van gevaar voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Dat optreden van de Unie moet ook betrekking hebben op de controle van, de vroegtijdige alarmering bij en de bestrijding van ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid. Daartoe moeten de Unie en de lidstaten de samenwerking met derde landen en met de inzake volksgezondheid bevoegde internationale organisaties bevorderen.

(2)

De Internationale Gezondheidsregeling (“IGR”) (2005) is door de Wereldgezondheidsvergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization — WHO) op 23 mei 2005 vastgesteld en is op 15 juni 2007 in werking getreden.

(3)

Op 3 maart 2022 heeft de Raad Besluit (EU) 2022/451 (1) vastgesteld, waarbij de Commissie werd gemachtigd onderhandelingen namens de Europese Unie te openen voor een internationale overeenkomst inzake pandemiepreventie, -paraatheid en -respons, alsook voor aanvullende wijzigingen van de Internationale Gezondheidsregeling (2005).

(4)

De Wereldgezondheidsvergadering zal tijdens haar 75e zitting, die op 22 mei 2022 begint, een besluit vaststellen betreffende de wijziging van artikel 59 van de IGR (2005) teneinde de termijn in te korten die nodig is om de bepalingen van de IGR (2005) verder te wijzigen, met name door de termijn voor de inwerkingtreding van de wijzigingen daarvan terug te brengen van 24 tot 12 maanden, samen met daarmee verband houdende wijzigingen van artikel 55, lid 3, de artikelen 61 en 62 en artikel 63, lid 1, die nodig zijn om die artikelen in overeenstemming te brengen met de beoogde wijzigingen van artikel 59 van de IGR (2005).

(5)

Op grond van artikel 60, punt b), van het Statuut van de WHO kan de Wereldgezondheidsvergadering besluiten nemen met een meerderheid van de aanwezige en stemmende leden van de WHO.

(6)

De Unie steunt de doelstelling om de termijn in te korten die nodig is om de bepalingen van de IGR (2005) verder te wijzigen en is van oordeel dat de wijzigingen van artikel 59 van de IGR (2005), alsook van artikel 55, lid 3, de artikelen 61 en 62 en artikel 63, lid 1, daarvan, het mogelijk zullen maken sneller in te spelen op veranderende behoeften op de gebieden die onder de IGR (2005) vallen.

(7)

Het is passend om voor de aangelegenheden die binnen de bevoegdheid van de Unie vallen, het standpunt te bepalen dat namens de Unie in de Wereldgezondheidsvergadering moet worden ingenomen over het door de Wereldgezondheidsvergadering vast te stellen besluit betreffende de wijziging van artikel 59 van de IGR (2005) alsook van artikel 55, lid 3, de artikelen 61 en 62 en artikel 63, lid 1, daarvan.

(8)

Het standpunt van de Unie wordt tot uitdrukking gebracht door de lidstaten van de Unie die lid zijn van de WHO, die daarbij gezamenlijk optreden,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen tijdens de 75e zitting van de Wereldgezondheidsvergadering over de wijziging van artikel 59 van de IGR (2005) en de daarmee verband houdende wijzigingen van artikel 55, lid 3, de artikelen 61 en 62 en artikel 63, lid 1, van de IGR (2005), strookt met de bijlage bij dit besluit.

Aanpassingen van de in de bijlage bij dit besluit opgenomen wijzigingen die de verwezenlijking van de doelstelling van die wijzigingen niet in gevaar brengen en die niet leiden tot een verdere inkorting van de algemeen toepasselijke termijnen die in de bijlage zijn aangegeven, kunnen door de Commissie worden goedgekeurd in overleg met de lidstaten en zonder nader besluit van de Raad.

Artikel 2

Het in artikel 1 vermelde standpunt wordt tot uitdrukking gebracht door de lidstaten van de Unie die lid zijn van de Wereldgezondheidsorganisatie, die gezamenlijk in het belang van de Unie optreden.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 20 mei 2022.

Voor de Raad

De voorzitter

J. BORRELL FONTELLES


(1)   PB L 92 van 21.3.2022, blz. 1.


BIJLAGE

A.   Wijzigingen van artikel 59 van de Internationale Gezondheidsregeling (2005)

De Unie steunt de volgende wijzigingen van artikel 59 van de Internationale Gezondheidsregeling (2005) (de geschrapte tekst is aangegeven met rechte haken en de nieuwe tekst is onderstreept):

Artikel 59

Inwerkingtreding; tijdvak voor verwerping of voorbehouden

1.   Uit hoofde van artikel 22 van het Statuut van de WHO wordt de tijd gedurende welke deze Regeling [of een wijziging daarvan] kan worden verworpen of ten aanzien ervan voorbehouden kunnen worden gemaakt, gesteld op 18 maanden met ingang van de dag van de kennisgeving door de Directeur-Generaal dat deze Regeling [of een wijziging van deze Regeling] door de Gezondheidsvergadering is aangenomen. Aan verwerpingen of voorbehouden die ter kennis van de Directeur-Generaal worden gebracht na het verstrijken van het genoemde tijdvak wordt geen gevolg gegeven.

1 bis.   Uit hoofde van artikel 22 van het Statuut van de WHO wordt de tijd gedurende welke een wijziging van deze Regeling kan worden verworpen of er voorbehouden ten aanzien van een wijziging kunnen worden gemaakt, gesteld op 9 maanden met ingang van de datum van de kennisgeving door de Directeur-Generaal dat een wijziging van deze Regeling door de Gezondheidsvergadering is aangenomen. Aan verwerpingen of voorbehouden die ter kennis van de Directeur-Generaal worden gebracht na het verstrijken van het genoemde tijdvak wordt geen gevolg gegeven.

2.   Deze Regeling treedt in werking 24 maanden na de in het eerste lid van dit artikel genoemde datum van kennisgeving, en wijzigingen van deze Regeling treden in werking 12 maanden na de in lid 1 bis van dit artikel genoemde datum van de kennisgeving, uitgezonderd ten aanzien van:

 

(…)

b)

een Staat die een voorbehoud heeft gemaakt, voor wie deze Regeling of een wijziging daarvan in werking treedt als voorzien in artikel 62;

 

(…)

3.   Indien een Staat niet in de gelegenheid is zijn nationale wettelijke en administratieve regelingen volledig aan deze Regeling of een wijziging daarvan aan te passen binnen het in het tweede lid van dit artikel gestelde tijdvak dat van toepassing is, doet deze Staat binnen het in het eerste lid of lid 1 bis van dit artikel genoemde toepasselijke tijdvak de Directeur-Generaal een verklaring toekomen betreffende de aanpassingen die nog moeten worden gedaan en dient hij deze uiterlijk 12 maanden na de inwerkingtreding van deze Regeling voor die Staat die Partij is en uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van een wijziging van deze Regeling voor die Staat die Partij is te verwezenlijken.

B.   Wijzingingen van artikel 55, lid 3, de artikelen 61 en 62 en artikel 63, lid 1, van de Internationale Gezondheidsregeling (2005)

De Unie steunt ook de volgende technische wijzigingen van artikel 55, lid 3, de artikelen 61 en 62 en artikel 63, lid 1, van de Internationale Gezondheidsregeling (2005) (de geschrapte tekst is aangegeven met rechte haken en de nieuwe tekst is onderstreept):

Artikel 55

Wijzigingen

(…)

3.   Wijzigingen van deze Regeling die door de Gezondheidsvergadering ingevolge dit artikel worden aangenomen, treden voor alle Staten die Partij zijn in werking onder dezelfde voorwaarden, en met inachtneming van dezelfde rechten en verplichtingen, als vervat in artikel 22 van het Statuut van de Wereldgezondheidsorganisatie en in de artikelen 59 tot en met 64 van deze Regeling, met inachtneming van de tijdvakken die in die artikelen met betrekking tot wijzigingen van deze Regeling zijn vastgesteld.

Artikel 61

Verwerping

Wanneer een Staat de Directeur-Generaal in kennis stelt van zijn verwerping van deze Regeling of van een wijziging ervan binnen het in artikel 59, eerste lid of lid 1 bis, voorziene toepasselijke tijdvak, treedt deze Regeling of de betreffende wijziging ten aanzien van die Staat niet in werking. Internationale sanitaire verdragen of regelingen vermeld in artikel 58 waarbij een dergelijke Staat reeds partij is, blijven wat deze Staat betreft van kracht.

Artikel 62

Voorbehouden

1.   Staten kunnen ten aanzien van deze Regeling of een wijziging daarvan in overeenstemming met dit artikel voorbehouden maken. Dergelijke voorbehouden mogen niet onverenigbaar zijn met het onderwerp en het doel van deze Regeling.

2.   Van voorbehouden ten aanzien van deze Regeling of een wijziging daarvan wordt de Directeur-Generaal kennisgeving gedaan in overeenstemming met artikel 59, eerste lid en lid 1 bis, artikel 60, eerste lid, artikel 63, eerste lid, of artikel 64, eerste lid, al naar gelang het geval. Een Staat die geen lid van de WHO is, stelt de Directeur-Generaal tezamen met zijn kennisgeving van aanvaarding van deze Regeling in kennis van enig voorbehoud. Staten die voorbehouden maken, dienen de Directeur-Generaal de redenen hiervoor kenbaar te maken.

3.   Een gedeeltelijke verwerping van deze Regeling of een wijziging daarvan wordt aangemerkt als voorbehoud.

4.   De Directeur-Generaal doet, in overeenstemming met artikel 65, tweede lid, kennisgeving van elk voorbehoud dat hij ingevolge het tweede lid van dit artikel heeft ontvangen. De Directeur-Generaal:

 

(…)

c)

verzoekt, indien het voorbehoud werd gemaakt ten aanzien van een wijziging van deze Regeling, de Staten die Partij zijn hem of haar binnen drie maanden in kennis te stellen van een eventueel bezwaar tegen het voorbehoud. Staten die Partij zijn en bezwaar maken tegen een voorbehoud bij een wijziging van deze Regeling, dienen de Directeur-Generaal de redenen hiervoor kenbaar te maken.

Staten die bezwaar maken tegen een voorbehoud dienen de Directeur-Generaal de redenen hiervoor kenbaar te maken.

5.   Na dit tijdvak stelt de Directeur-Generaal alle Staten die Partij zijn in kennis van de bezwaren die hij of zij heeft ontvangen ten aanzien van de voorbehouden. In het geval van een ten aanzien van deze Regeling gemaakt voorbehoud wordt, [T]tenzij na het verstrijken van zes maanden te rekenen vanaf de in het vierde lid van dit artikel bedoelde datum van kennisgeving een derde van de in het vierde lid van dit artikel bedoelde Staten bezwaar heeft gemaakt tegen een voorbehoud, dit geacht te zijn aanvaard en treedt deze Regeling in werking voor de Staat die een voorbehoud maakt, met inachtneming van het voorbehoud. In het geval van een ten aanzien van een wijziging van deze Regeling gemaakt voorbehoud wordt, tenzij na het verstrijken van drie maanden te rekenen vanaf de in het vierde lid van dit artikel bedoelde datum van kennisgeving een derde van de in het vierde lid van dit artikel bedoelde Staten bezwaar heeft gemaakt tegen een voorbehoud, dit geacht te zijn aanvaard en treedt de wijziging in werking voor de Staat die een voorbehoud maakt, met inachtneming van het voorbehoud.

6.   Indien ten minste een derde van de in het vierde lid van dit artikel bedoelde Staten voor het einde van het tijdvak van zes maanden te rekenen vanaf de in het vierde lid van dit artikel bedoelde datum van kennisgeving bezwaar maakt tegen het voorbehoud ten aanzien van deze Regeling of, in het geval van een voorbehoud tegen een wijziging van deze Regeling, voor het einde van het tijdvak van drie maanden te rekenen vanaf de in het vierde lid van dit artikel bedoelde datum van kennisgeving, stelt de Directeur-Generaal de Staat die een voorbehoud maakt daarvan in kennis opdat deze binnen drie maanden vanaf de datum van kennisgeving door de Directeur-Generaal intrekking van het voorbehoud in overweging neemt.

(…)

9.   De Directeur-Generaal legt het voorbehoud, en het oordeel van de Toetsingscommissie indien van toepassing, ter bestudering voor aan de Gezondheidsvergadering. Indien de Gezondheidsvergadering, met meerderheid van stemmen, bezwaar maakt tegen het voorbehoud op grond van het feit dat het onverenigbaar is met het onderwerp en het doel van deze Regeling, wordt het voorbehoud niet aanvaard en treedt deze Regeling of een wijziging daarvan pas in werking voor de Staat die voorbehoud maakt nadat deze zijn voorbehoud ingevolge artikel 63 heeft ingetrokken. Indien de Gezondheidsvergadering het voorbehoud aanvaardt, treedt deze Regeling of een wijziging daarvan in werking ten aanzien van de Staat die een voorbehoud maakt, met inachtneming van zijn voorbehoud.

Artikel 63

Intrekking van verwerping en voorbehoud

1.   Een verwerping uit hoofde van artikel 61 kan te allen tijde door een Staat worden ingetrokken door daarvan bij de Directeur-Generaal kennisgeving te doen. In dergelijke gevallen treedt deze Regeling of een wijziging daarvan, al naargelang het geval, ten aanzien van die Staat in werking na ontvangst van de kennisgeving door de Directeur-Generaal, tenzij de Staat een voorbehoud maakt bij de intrekking van de verwerping, in welk geval deze Regeling of een wijziging daarvan, al naargelang het geval, in werking treedt zoals voorzien in artikel 62. In geen geval treedt deze Regeling ten aanzien van die Staat eerder in werking dan 24 maanden na de in artikel 59, eerste lid, bedoelde datum van kennisgeving en in geen geval treedt een wijziging van deze Regeling ten aanzien van die Staat eerder in werking dan 12 maanden na de in artikel 59, lid 1 bis, bedoelde datum van de kennisgeving.

(…)