25.5.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 146/107


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/819 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2022

inzake de goedkeuring voor het begrotingsjaar 2021 van de rekeningen van de betaalorganen van het Verenigd Koninkrijk betreffende vorderingen die voortvloeien uit uitgaven die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) zijn gefinancierd uit hoofde van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 en eerdere financiële vooruitzichten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2022) 3306)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (1), en met name artikel 51, in samenhang met de artikelen 131 en 138 van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (het “terugtrekkingsakkoord”),

Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet de Commissie vóór 31 mei van het jaar na het betrokken begrotingsjaar de rekeningen van de in artikel 7 van die verordening bedoelde betaalorganen goedkeuren op basis van de door het Verenigd Koninkrijk ingediende jaarrekeningen, vergezeld van de voor de goedkeuring van de rekeningen benodigde informatie en een auditoordeel over de volledigheid, de nauwkeurigheid en de waarheidsgetrouwheid van de rekeningen en de verslagen die door de certificerende instanties zijn opgesteld.

(2)

Op grond van artikel 138, lid 1, van het terugtrekkingsakkoord is het Verenigd Koninkrijk verplicht te blijven zorgen voor de werking van het beheers- en controlesysteem voor de erkenning, registratie en inning van vorderingen die voortvloeien uit uitgaven die uit het ELGF zijn gefinancierd uit hoofde van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 of eerdere financiële vooruitzichten, conform artikel 54, artikel 58, lid 1, punt e), en artikel 58, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013.

(3)

Zoals bepaald in artikel 39 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, begint het landbouwbegrotingsjaar op 16 oktober van het jaar N-1 en eindigt het op 15 oktober van het jaar N. In het kader van de goedkeuring van de rekeningen voor het begrotingsjaar 2021 moet rekening worden gehouden met de erkenning, registratie en inning van vorderingen door het Verenigd Koninkrijk in de periode van 16 oktober 2020 tot en met 15 oktober 2021, conform artikel 11, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie (2).

(4)

De Commissie heeft de door het Verenigd Koninkrijk verstrekte informatie gecontroleerd en het Verenigd Koninkrijk in kennis gesteld van de resultaten van haar controles en van de wijzigingen die zij voorstelt.

(5)

Voor de betaalorganen van het Verenigd Koninkrijk, namelijk “Department of Agriculture, Environment and Rural Affairs”, “The Scottish Government Rural Payments and Inspections Directorate”, “Welsh Government” en “Rural Payments Agency”, volstaan de jaarrekeningen en de begeleidende stukken om de Commissie in staat te stellen een besluit te nemen over de volledigheid, de nauwkeurigheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende jaarrekeningen.

(6)

Op grond van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moeten de financiële gevolgen van de niet-inning van een in verband met onregelmatigheden teruggevorderd bedrag voor 50 % door het Verenigd Koninkrijk worden gedragen indien geen inning heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de datum van de terugvordering of binnen acht jaar na die datum als over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank. Krachtens artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet het Verenigd Koninkrijk een gecertificeerde tabel met de bedragen die het op grond van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 zelf moet dragen, bijvoegen bij de jaarrekeningen die het op grond van artikel 29 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bij de Commissie moet indienen. Uitvoeringsbepalingen voor de verplichting van het Verenigd Koninkrijk om de te innen bedragen mee te delen, zijn vastgelegd in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014. Bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bevat het model voor de tabel waarin het Verenigd Koninkrijk informatie over de te innen bedragen moet verstrekken. Op basis van de door het Verenigd Koninkrijk ingevulde tabellen moet de Commissie een besluit vaststellen over de financiële gevolgen van de bedragen die in verband met onregelmatigheden zijn teruggevorderd, maar na vier of na acht jaar nog niet zijn geïnd.

(7)

Op grond van artikel 54, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 kan het Verenigd Koninkrijk in naar behoren gemotiveerde gevallen besluiten de terugvordering niet voort te zetten. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen indien het totaal van de reeds gemaakte en de nog te verwachten terugvorderingskosten hoger is dan het te innen bedrag of indien de inning onmogelijk blijkt als gevolg van de overeenkomstig het nationale recht geconstateerde en erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid. Als het besluit is genomen binnen vier jaar na de datum van de terugvordering of binnen acht jaar na die datum indien over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank, worden de financiële gevolgen van de niet-inning voor 100 % door de begroting van de Unie gedragen. Indien het Verenigd Koninkrijk besluit de terugvordering niet voort te zetten, moeten de desbetreffende bedragen en de redenen voor het besluit worden vermeld in het samenvattend verslag als bedoeld in artikel 54, lid 4, van die verordening, in samenhang met artikel 102, lid 1, eerste alinea, punt c), iv), van die verordening. Deze bedragen mogen derhalve niet ten laste van het Verenigd Koninkrijk worden gebracht en worden dus gedragen door de begroting van de Unie.

(8)

Overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 mag het onderhavige besluit geen afbreuk doen aan besluiten die de Commissie later kan nemen om uitgaven die niet overeenkomstig de Unievoorschriften zijn gedaan, alsnog aan Uniefinanciering te onttrekken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De rekeningen van de betaalorganen van het Verenigd Koninkrijk, namelijk “Department of Agriculture, Environment and Rural Affairs”, “The Scottish Government Rural Payments and Inspections Directorate”, “Welsh Government” en “Rural Payments Agency”, worden voor het begrotingsjaar 2021 goedgekeurd wat betreft de vorderingen die voortvloeien uit uitgaven die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) zijn gefinancierd uit hoofde van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 en eerdere financiële vooruitzichten, conform artikel 54, artikel 58, lid 1, punt e), en artikel 58, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013.

De bedragen die op grond van dit besluit moeten worden teruggevorderd van of betaald aan het Verenigd Koninkrijk, met inbegrip van de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, zijn vermeld in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit doet geen afbreuk aan latere conformiteitsgoedkeuringsbesluiten die de Commissie krachtens artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 kan nemen om uitgaven die niet overeenkomstig de Unievoorschriften zijn gedaan, aan Uniefinanciering te onttrekken.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2022.

Voor de Commissie

Janusz WOJCIECHOWSKI

Lid van de Commissie


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie van 6 augustus 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, voorschriften inzake controles, zekerheden en transparantie (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 59).


BIJLAGE

Goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen

Begrotingsjaar 2021 – ELGF

Van het Verenigd Koninkrijk terug te vorderen of aan het Verenigd Koninkrijk te betalen bedrag

 

 

2021 – Uitgaven/bestemmingsontvangsten van de betaalorganen waarvan de rekeningen zijn

Totaal a + b

Voor het ELGF in rekening te brengen bedrag overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013

Totaal

Van het Verenigd Koninkrijk terug te vorderen (-) of aan het Verenigd Koninkrijk te betalen (+) bedrag 1)

goedgekeurd

afgesplitst

= in de jaardeclaratie opgenomen uitgaven/bestemmingsontvangsten

= totaal van de in de maanddeclaraties opgenomen uitgaven/bestemmingsontvangsten

 

 

a

b

c = a + b

d

e = c + d

f = e

UK

GBP

0,00

0,00

0,00

-23 104,12

-23 104,12

-23 104,12

UK

EUR

-2 397 512,90

0,00

-2 397 512,90

0,00

-2 397 512,90

-2 397 512,90


 

 

Uitgaven 2)

Bestemmingsontvangsten 2)

Artikel 54, lid 2 (= d)

Totaal (= f)

08 02 06 01

6200

6200

g

h

i

j = g + h + i

UK

GBP

0,00

0,00

-23 104,12

-23 104,12

UK

EUR

0,00

-2 397 512,90

0,00

-2 397 512,90

1)

Voor de berekening van het van het Verenigd Koninkrijk terug te vorderen of aan het Verenigd Koninkrijk te betalen bedrag wordt uitgegaan van het totaal van de jaardeclaratie bij de goedgekeurde uitgaven (kolom a) of van het totaal van de maanddeclaraties bij de afgesplitste uitgaven (kolom b). Toe te passen wisselkoers: artikel 11, lid 1, eerste alinea, tweede zin, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie.

2)

Post 08 02 06 01 moet overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 worden onderverdeeld in negatieve correcties, die bestemmingsontvangsten in hoofdstuk 6 2 0 0 worden, en positieve correcties ten gunste van het Verenigd Koninkrijk, die thans aan de uitgavenzijde van post 08 02 06 01 moeten worden opgenomen.

NB:

Nomenclatuur 2022: 08 02 06 01, 6 2 0 0