|
10.2.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 29/10 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/179 VAN DE COMMISSIE
van 8 februari 2022
betreffende het geharmoniseerde gebruik van het radiospectrum in de 5GHz-frequentieband voor de implementatie van draadloze toegangssystemen met inbegrip van radio local area networks en tot intrekking van Beschikking 2005/513/EG
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2022) 628)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Beschikking nr. 676/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een regelgevingskader voor het radiospectrumbeleid in de Europese Gemeenschap (radiospectrumbeschikking) (1), en met name artikel 4, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De mededeling van de Commissie “Digitaal kompas 2030: de Europese aanpak voor het digitale decennium” (2) bevat nieuwe connectiviteitsdoelstellingen voor de Unie die moeten worden verwezenlijkt door netwerken met zeer hoge capaciteit op grote schaal uit te rollen en te gebruiken. Een van de doelstellingen is dat alle Europese huishoudens tegen 2030 op een gigabitnetwerk aangesloten moeten zijn. Draadloze toegangssystemen, met inbegrip van toepassingen van radio local area networks (WAS/RLAN’s), dragen in grote mate bij tot die dekkingsgraad. |
|
(2) |
De toegang tot radio local area networks wordt geregeld in artikel 56 van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad (3). Een radio local area network wordt gedefinieerd als een draadloos toegangssysteem met laag vermogen dat binnen een klein bereik werkt, met een laag risico op interferentie met andere dergelijke systemen die in de nabijheid door andere gebruikers zijn opgesteld, dat op niet-exclusieve basis geharmoniseerd radiospectrum gebruikt. |
|
(3) |
Bij Beschikking 2005/513/EG van de Commissie (4) is het gebruik van het radiospectrum geharmoniseerd in de 5GHz-frequentieband (5 150-5 350 MHz en 5 470-5 725 MHz) voor draadloze toegangssystemen, met inbegrip van radio local area networks. |
|
(4) |
Overeenkomstig het radioreglement van de Internationale Telecommunicatie-unie (5) (ITU) worden de frequentiebanden 5 150-5 350 MHz en 5 470-5 725 MHz in alle drie de regio’s van de ITU primair aan het mobiele verkeer toegewezen, met uitzondering van de mobiele dienst voor het luchtverkeer, en zulks met inachtneming van de noodzaak om andere primaire diensten in deze frequentiebanden te beschermen. Op de Wereldradiocommunicatieconferentie van de ITU in 2003 (WRC-03) is Resolutie 229 aangenomen over het gebruik van de banden 5 150-5 250 MHz, 5 250-5 350 MHz en 5 470-5 725 MHz door de mobiele dienst voor de implementatie van draadloze toegangssystemen, waaronder radio local area networks. Bij die resolutie, die tijdens de Wereldradiocommunicatieconferentie van 2019 (WRC-19) is herzien, werd het toepassingsgebied van het gebruik binnenshuis uitgebreid tot treinen en wegvoertuigen, werd het maximale emissievermogen vastgesteld voor WAS/RLAN’s die gebruikmaken van de 5 150-5 250MHz-frequentieband in wegvoertuigen, en werd beperkt gebruik buitenshuis in de 5 150-5 250MHz-band toegestaan door andere bestaande toepassingen in die band te beschermen. |
|
(5) |
In verscheidene lidstaten bestaat een kritieke behoefte aan het gebruik van militaire en meteorologische radars in de frequentiebanden tussen 5 250 en 5 850 MHz, waardoor een specifieke bescherming tegen schadelijke interferentie door WAS/RLAN’s vereist is. In dit verband moeten de technische en operationele voorwaarden voor het gebruik van WAS/RLAN’s waarborgen dat legitieme openbare belangen in verband met andere radiodiensten, waaronder militaire en meteorologische radars, worden beschermd. Ook de levensvatbaarheid van systemen die verband houden met de satellietdienst voor aardexploratie (actief), de ruimte-onderzoekdienst (actief) en de feeder links voor MSS (mobile-satellite service), met name in de frequentieband 5 150-5 350 MHz, moeten worden beschermd. |
|
(6) |
Om uitvoering te geven aan de resultaten van WRC-19 waarbij Resolutie 229 werd herzien, heeft de Commissie op 14 april 2020 overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Beschikking 676/2002/EG de Europese conferentie van post- en telecommunicatieadministraties (CEPT) gemachtigd Beschikking 2005/513/EG betreffende het geharmoniseerde gebruik van het radiospectrum in de 5GHz-frequentieband voor de implementatie van WAS/RLAN’s te wijzigen. In het kader van dat mandaat kreeg de CEPT twee opdrachten. Ten eerste moesten technische voorwaarden worden voorgesteld om Beschikking 2005/513/EG te wijzigen in lijn met de resultaten van WRC-19 (herziening van Resolutie 229) voor de frequentieband 5 150-5 250 MHz. Ten tweede moesten waar passend overeenkomstige updates van de geharmoniseerde technische voorwaarden voor WAS/RLAN’s in de 5 150-5 350 MHz- en 5 470-5 725 MHz-banden worden voorgesteld. Het doel van de updates was na te gaan hoe deze WAS/RLAN’s kunnen worden gebruikt aan boord van voertuigen (luchtvaartuigen, wegvoertuigen (auto’s, bussen), treinen enz.), en de haalbaarheid van het gebruik van WAS/RLAN voor radioverbindingen van onbemande luchtvaartuigsystemen (UAS) te beoordelen. |
|
(7) |
Overeenkomstig dat mandaat heeft de CEPT verslag 79 uitgebracht over het geharmoniseerde gebruik van radiospectrum in de 5GHz-band voor de implementatie van WAS/RLAN’s na WRC-19. CEPT-verslag 79 bevat herziene technische voorwaarden voor WAS/RLAN’s in de 5 150-5 250 MHz-band voor de volgende gevallen van gebruik binnenshuis: in gebouwen en installaties in wegvoertuigen, treinen en luchtvaartuigen, alsook bij beperkt gebruik buitenshuis. UAS-gebruik is alleen toegestaan in de 5 170-5 250 MHz-band als een specifiek geval van gebruik buitenshuis. De voorgestelde technische voorwaarden voor de 5 250-5 350 MHz-band staan alleen gebruik binnenshuis in gebouwen toe. De 5 470-5 725 MHz-band mag zowel binnenshuis als buitenshuis worden gebruikt, met uitzondering van installaties in wegvoertuigen, treinen en luchtvaartuigen en gebruik voor UAS. De resultaten van het mandaat in CEPT-verslag 79 zijn gebruikt als basis voor dit besluit. |
|
(8) |
In verslag 79 heeft de CEPT bevestigd dat er algemene consensus bestaat dat het probleem van schadelijke interferentie voor meteorologische radars in de 5 600-5 650 MHz-band moet worden opgelost. Om bij te dragen tot een vermindering van schadelijke interferentie voor meteorologische radars, moeten in dit besluit technische voorwaarden worden vastgesteld voor WAS/RLAN-installaties in wegvoertuigen, treinen en luchtvaartuigen en voor gebruik door onbemande luchtvaartuigsystemen (UAS), en moeten de voorschriften voor dynamische frequentieselectie (DFS) worden verduidelijkt. Dit besluit zou in de toekomst kunnen worden herzien om de doeltreffendheid van die maatregelen te beoordelen. |
|
(9) |
Wanneer ander gebruik naast WAS/RLAN’s geografisch beperkt is en bekend is bij de nationale regelgevende instanties, moeten de lidstaten op nationaal niveau toestemming kunnen verlenen voor binneninstallaties in treinen die gebruikmaken van de frequentiebanden 5 250-5 350 MHz en 5 470-5 725 MHz, waar het gebruik van WAS/RLAN kan worden gecontroleerd en geografisch kan worden beperkt. |
|
(10) |
Dit besluit bouwt voort op en strekt tot ontwikkeling van de beginselen en bepalingen van Beschikking 2005/513/EG. In het belang van de rechtszekerheid moet Beschikking 2005/513/EG worden ingetrokken. |
|
(11) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Radiospectrumcomité, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Bij dit besluit worden de voorwaarden voor de beschikbaarheid en het efficiënte gebruik van de frequentiebanden 5 150-5 250 MHz, 5 250-5 350 MHz en 5 470-5 725 MHz voor draadloze toegangssystemen, met inbegrip van radio local area networks (WAS/RLAN’s), geharmoniseerd.
Artikel 2
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
|
a) |
“draadloze toegangssystemen met inbegrip van radio local area networks (WAS/RLAN’s)”: breedbandradiosystemen, waarmee, ongeacht de onderliggende netwerktopologie, draadloze toegang voor openbare en particuliere toepassingen mogelijk wordt gemaakt; |
|
b) |
“gebruik binnenshuis” wordt gedefinieerd als gebruik in een gesloten ruimte die de nodige demping biedt om het delen met andere diensten te vergemakkelijken. Gebruik binnenshuis kan worden ingedeeld in vier gebruiksgevallen, zoals vastgesteld in de technische voorwaarden van de bijlage bij dit besluit, die specifieke scenario’s vertegenwoordigen: in gebouwen, in wegvoertuigen, in treinen en in luchtvaartuigen; |
|
c) |
“equivalent isotropisch uitgestraald vermogen (equivalent isotropically radiated power of “e.i.r.p.”)”: het product van het aan de antenne geleverde vermogen en de antenneversterking in een bepaalde richting ten opzichte van een isotrope antenne (absolute of isotrope versterking); |
|
d) |
“gemiddeld equivalent isotropisch uitgestraald vermogen”: equivalent isotropisch uitgestraald vermogen (“e.i.r.p.”) gedurende het zendsignaal dat, bij toepassing van vermogensregeling, overeenkomt met het hoogste vermogen. |
Artikel 3
Uiterlijk op 31 maart 2022 wijzen de lidstaten de frequentiebanden 5 150-5 250 MHz, 5 250-5 350 MHz en 5 470-5 725 MHz op niet-exclusieve basis aan en stellen zij deze ter beschikking voor de implementatie van WAS/RLAN’s overeenkomstig de in de bijlage vastgestelde technische voorwaarden.
Artikel 4
De lidstaten monitoren de ontwikkeling van normen en technologie met betrekking tot het gebruik van de frequentiebanden 5 150-5 250 MHz, 5 250-5 350 MHz en 5 470-5 725 MHz voor WAS/RLAN’s en brengen op verzoek van de Commissie of op eigen initiatief verslag uit aan de Commissie over hun bevindingen, zodat dit besluit tijdig kan worden herzien.
Artikel 5
Beschikking 2005/513/EG wordt ingetrokken.
Artikel 6
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 8 februari 2022.
Voor de Commissie
Thierry BRETON
Lid van de Commissie
(1) PB L 108 van 24.4.2002, blz. 1.
(2) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 9 maart 2021 “Digitaal kompas 2030: de Europese aanpak voor het digitale decennium” (COM(2021) 118 final).
(3) Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (PB L 321 van 17.12.2018, blz. 36).
(4) Beschikking 2005/513/EG van de Commissie van 11 juli 2005 betreffende het geharmoniseerde gebruik van het radiospectrum in de 5GHz-frequentieband voor de implementatie van draadloze toegangssystemen met inbegrip van Radio Local Area Networks (WAS/R-LAN’s) (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 22).
(5) http://www.itu.int/pub/R-REG-RR (uitgave 2020).
BIJLAGE
Geharmoniseerde technische voorwaarden voor WAS/RLAN’s in de frequentiebanden 5 150-5 250 MHz, 5 250-5 350 MHz en 5 470-5 725 MHz
Tabel 1
Was/RLAN’s in de 5 150 -5 250 MHz-frequentieband
|
Parameter |
Technische voorwaarden |
||||
|
Frequentieband |
5 150 -5 250 MHz |
||||
|
Toegestane werking |
Binnenshuis, inclusief in installaties in wegvoertuigen, treinen en luchtvaartuigen, alsook bij beperkt gebruik buitenshuis (noot 1) Het gebruik ervan door onbemande luchtvaartuigsystemen (UAS) is beperkt tot de 5 170 -5 250 MHz-band. |
||||
|
Maximaal gemiddeld equivalent isotropisch uitgestraald vermogen (e.i.r.p.) voor emissies binnen de bandbreedte |
200 mW Uitzonderingen:
|
||||
|
Dichtheid van het maximale gemiddelde e.i.r.p. voor emissies binnen de bandbreedte |
10 mW/MHz in elke 1MHz-band |
||||
|
|||||
Technieken om toegang te krijgen tot spectrum en om interferentie te onderdrukken met een passend prestatieniveau om te voldoen aan de essentiële vereisten van Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad (1), zijn verplicht. Indien relevante technieken worden beschreven in geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt overeenkomstig Richtlijn 2014/53/EU, moet ervoor worden gezorgd dat de prestaties ten minste gelijkwaardig zijn aan het prestatieniveau van deze technieken.
Tabel 2
Was/RLAN’s in de 5 250 -5 350 MHz-frequentieband
|
Parameter |
Technische voorwaarden |
||
|
Frequentieband |
5 250 -5 350 MHz |
||
|
Toegestane werking |
Gebruik binnenshuis: uitsluitend in gebouwen. Installaties in wegvoertuigen, treinen en luchtvaartuigen zijn niet toegestaan (noot 2). Gebruik buitenshuis is niet toegestaan. |
||
|
Maximaal gemiddeld e.i.r.p. voor emissies binnen de bandbreedte |
200 mW |
||
|
Dichtheid van het maximale gemiddelde e.i.r.p. voor emissies binnen de bandbreedte |
10 mW/MHz in elke 1MHz-band |
||
|
Te gebruiken onderdrukkingstechnieken |
Zendvermogensregeling (TPC) en dynamische frequentieselectie (DFS). Alternatieve onderdrukkingstechnieken kunnen worden gebruikt indien hiermee ten minste een gelijkwaardig niveau van prestaties en spectrumbescherming wordt gegarandeerd om te voldoen aan de desbetreffende essentiële eisen van Richtlijn 2014/53/EU en indien deze voldoen aan de technische eisen van dit besluit. |
||
|
Zendvermogensregeling (TPC) |
TPC levert gemiddeld een onderdrukkingsfactor van ten minste 3 dB op het maximaal toegestane uitgangsvermogen van de systemen, of, indien er geen TPC wordt gebruikt, worden de maximaal toegestane gemiddelde e.i.r.p. en de corresponderende maximale dichtheid van de gemiddelde e.i.r.p. met 3 dB verminderd. |
||
|
Dynamische frequentieselectie (DFS) |
DFS wordt beschreven in Aanbeveling ITU-R M. 1652-1 (3) om een compatibele werking met radiodeterminatiesystemen te waarborgen. Het DFS-mechanisme zorgt ervoor dat de kans dat een bepaald kanaal wordt geselecteerd, dezelfde is voor alle beschikbare kanalen binnen de frequentiebanden 5 250 -5 350 MHz en 5 470 -5 725 MHz. Het DFS-mechanisme waarborgt gemiddeld ook een bijna uniforme spreiding van de spectrumbelasting. WAS/RLAN’s moeten een dynamische frequentieselectie toepassen die ten minste even efficiënt is tegen interferentie op radar als DFS, zoals beschreven in ETSI-norm EN 301 893 V2.1.1. De instellingen (hardware en/of software) van WAS/RLAN met betrekking tot DFS zijn niet toegankelijk voor de gebruiker indien het wijzigen van die instellingen tot gevolg heeft dat de WAS/RLAN niet langer aan de DFS-vereisten voldoet. Dit houdt in dat a) de gebruiker het land van gebruik en/of de gebruikte frequentieband niet kan wijzigen indien dit ertoe leidt dat de apparatuur niet langer aan de DFS-vereisten voldoet, en dat b) geen software en/of firmware wordt aanvaard die ertoe leidt dat de apparatuur niet langer aan de DFS-vereisten voldoet. |
||
|
|||
Technieken om toegang te krijgen tot spectrum en om interferentie te onderdrukken met een passend prestatieniveau om te voldoen aan de essentiële vereisten van Richtlijn 2014/53/EU, zijn verplicht. Indien relevante technieken worden beschreven in geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt overeenkomstig Richtlijn 2014/53/EU, moet ervoor worden gezorgd dat de prestaties ten minste gelijkwaardig zijn aan het prestatieniveau van deze technieken.
Tabel 3
Was/RLAN’s in de 5 470 -5 725 MHz-frequentieband
|
Parameter |
Technische voorwaarden |
||
|
Frequentieband |
5 470 -5 725 MHz |
||
|
Toegestane werking |
Gebruik binnenshuis en buitenshuis. Installaties in wegvoertuigen, treinen en luchtvaartuigen en gebruik voor UAS zijn niet toegestaan (noot 3). |
||
|
Maximaal gemiddeld e.i.r.p. voor emissies binnen de bandbreedte |
1 W |
||
|
Dichtheid van het maximale gemiddelde e.i.r.p. voor emissies binnen de bandbreedte |
50 mW/MHz in elke 1MHz-band |
||
|
Te gebruiken onderdrukkingstechnieken |
Zendvermogensregeling (TPC) en dynamische frequentieselectie (DFS). Alternatieve onderdrukkingstechnieken kunnen worden gebruikt indien hiermee ten minste een gelijkwaardig niveau van prestaties en spectrumbescherming wordt gegarandeerd om te voldoen aan de desbetreffende essentiële eisen van Richtlijn 2014/53/EU en indien deze voldoen aan de technische eisen van dit besluit. |
||
|
Zendvermogensregeling (TPC) |
TPC levert gemiddeld een onderdrukkingsfactor van ten minste 3 dB op het maximaal toegestane uitgangsvermogen van de systemen; of, indien er geen gebruik van TPC wordt gemaakt, worden de maximaal toegestane gemiddelde e.i.r.p. en de corresponderende maximale dichtheid van de gemiddelde e.i.r.p. met 3 dB verminderd. |
||
|
Dynamische frequentieselectie (DFS) |
DFS wordt beschreven in Aanbeveling ITU-R M. 1652-1 om een compatibele werking met radiodeterminatiesystemen te waarborgen. Het DFS-mechanisme zorgt ervoor dat de kans dat een bepaald kanaal wordt geselecteerd, dezelfde is voor alle beschikbare kanalen binnen de frequentiebanden 5 250 -5 350 MHz en 5 470 -5 725 MHz. Het DFS-mechanisme waarborgt gemiddeld ook een bijna uniforme spreiding van de spectrumbelasting. WAS/RLAN’s moeten een dynamische frequentieselectie toepassen die ten minste even efficiënt is tegen interferentie op radar als DFS, zoals beschreven in ETSI-norm EN 301 893 V2.1.1. De instellingen (hardware en/of software) van WAS/RLAN met betrekking tot DFS zijn niet toegankelijk voor de gebruiker indien het wijzigen van die instellingen tot gevolg heeft dat de WAS/RLAN’s niet langer aan de DFS-vereisten voldoet. Dit houdt in dat a) de gebruiker het land van gebruik en/of de gebruikte frequentieband niet kan wijzigen indien dit ertoe leidt dat de apparatuur niet langer aan de DFS-vereisten voldoet, en dat b) geen software en/of firmware wordt aanvaard die ertoe leidt dat de apparatuur niet langer aan de DFS-vereisten voldoet. |
||
|
|||
Technieken om toegang te krijgen tot spectrum en om interferentie te onderdrukken met een passend prestatieniveau om te voldoen aan de essentiële vereisten van Richtlijn 2014/53/EU, zijn verplicht. Indien relevante technieken worden beschreven in geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt overeenkomstig Richtlijn 2014/53/EU, moet ervoor worden gezorgd dat de prestaties ten minste gelijkwaardig zijn aan het prestatieniveau van deze technieken.
(1) Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62).
(2) In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie wordt onder “groot luchtvaartuig” verstaan een luchtvaartuig dat geclassificeerd is als vliegtuig met een maximaal toelaatbare startmassa van meer dan 5 700 kg, of een meermotorige helikopter. De noten 2 en 3 zijn evenwel niet van toepassing op meermotorige helikopters.
(3) Aanbeveling ITU-R M. 1652-1: Dynamic Frequency Selection (DFS) in draadloze toegangssystemen met inbegrip van radio-LAN’s met het oog op de bescherming van radiodeterminatiediensten in het 5GHz-bereik.