31.1.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 20/275


BESLUIT (EU) 2022/134 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 19 januari 2022

tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake de toezending van toezichtinfomatie aan autoriteiten en organen door de Europese Centrale Bank voor het vervullen van de bij Verordening (EU) nr. 1024/2013 aan haar opgedragen taken (ECB/2022/2)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1), en met name artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt dat de Unie en de lidstaten elkaar steunen bij de vervulling van de taken die uit de Verdragen voortvloeien en artikel 13, lid 2, van datzelfde Verdrag verplicht de instellingen van de Unie tot loyale samenwerking. Artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 schrijft voor dat de Europese Centrale Bank (ECB) samenwerkt met andere nationale autoriteiten en organen en autoriteiten en organen van de Unie.

(2)

Teneinde de ECB in staat te stellen aan artikel 3 te voldoen en de bij artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 aan haar opgedragen taken uit te voeren, is het noodzakelijk dat de ECB toezichtinformatie waarover zij beschikt doorgeeft aan nationale en internationale autoriteiten en autoriteiten en organen van de Unie.

(3)

Uit hoofde van artikel 27, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 kan de ECB, met het oog op de uitvoering van de haar bij die verordening opgedragen taken en binnen de grenzen en onder de voorwaarden van het toepasselijke Unierecht, informatie uitwisselen met nationale autoriteiten en organen en autoriteiten en organen van de Unie, indien de nationale bevoegde autoriteiten krachtens het toepasselijke Unierecht informatie aan die entiteiten openbaar mogen maken of wanneer de lidstaten krachtens het toepasselijke Unierecht in die openbaarmaking mogen voorzien.

(4)

Er zijn ook omstandigheden waaronder de ECB toezichtinformatie toezendt aan autoriteiten en organen op grond van een verplichting uit hoofde van het Unierecht. Zo zijn krachtens artikel 80 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (2) de bevoegde autoriteiten verplicht de EBA op haar verzoek alle informatie te doen toekomen betrekking tot nieuw uitgegeven kapitaalinstrumenten die door de EBA relevant wordt geacht, teneinde de EBA in staat te stellen de kwaliteit te monitoren van de eigenvermogeninstrumenten die door instellingen waar ook in de Unie worden uitgegeven.

(5)

De toezending van toezichtinformatie aan autoriteiten en organen veronderstelt een beoordeling van de geschiktheid van een dergelijke overdracht in het kader van de uitvoering van de taken die bij Verordening (EU) nr. 1024/2013 aan de ECB zijn opgedragen.

(6)

Het is derhalve noodzakelijk gemeenschappelijke regels vast te stellen voor de toezending van toezichtinformatie waarover de ECB beschikt aan autoriteiten en organen, eventueel aangevuld met memoranda van overeenstemming of andere vormen van bilaterale of multilaterale instrumenten met betrekking tot die transmissie die door de ECB met dergelijke autoriteiten of organen zijn gesloten.

(7)

De in dit besluit vastgestelde gemeenschappelijke regels mogen geen afbreuk doen aan de bepalingen van andere instrumenten die specifieke regels bevatten betreffende de toezending van bepaalde categorieën toezichtinformatie aan autoriteiten en organen. Dit is bijvoorbeeld het geval met betrekking tot memoranda van overeenstemming waarin de ECB haar beleidsvrijheid uitoefent en zich ertoe verbindt informatie te verstrekken aan specifieke ontvangende autoriteiten of organen. Bovendien mogen de in dit besluit vastgelegde gemeenschappelijke regels niet worden toegepast op de toezending van toezichtinformatie waarop verschillende rechtskaders van toepassing zijn, zoals de openbaarmaking van informatie aan strafrechtelijke opsporingsdiensten, parlementaire enquêtecommissies en overheidsaccountants. Het toepassingsgebied van dit besluit kan evenwel ook de toezending van persoonsgegevens bestrijken.

(8)

Dit besluit en andere instrumenten waarin specifieke regels voor de toezending van toezichtinformatie zijn vastgelegd voorzien in beleidsvrijheid. Dientengevolge moeten zij worden vastgesteld volgens de geen-bezwaarprocedure van artikel 26, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1024/2013.

(9)

De in dit besluit en in andere instrumenten betreffende bepaalde categorieën van toezending van toezichtinformatie vastgelegde regels dienen te worden toegepast door de voor de goedkeuring van de transmissie verantwoordelijke personeelsleden, zoals bepaald door de directie. Uit hoofde van artikel 11.6 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank draagt de directie verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken van de ECB. In dit verband bepalen artikel 10.1 en artikel 10.2 van Besluit ECB/2004/2 van de Europese Centrale Bank (3) dat alle arbeidseenheden van de ECB onder het beheer van de directie vallen. Krachtens artikel 13 quaterdecies.1 van Besluit ECB/2004/2 omvatten de bevoegdheden van de directie met betrekking tot de interne structuur en het personeel van de ECB toezichttaken.

(10)

Dit besluit laat de regels inzake de toezending aan andere autoriteiten of organen van toezichtinformatie waarover de ECB beschikt, of waarover de nationale bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 beschikken, onverlet. De toezending van toezichtinformatie waarover de ECB beschikt aan aan autoriteiten en organen die buiten het toepassingsgebied van dit besluit vallen, moet worden goedgekeurd volgens de passende besluitvormingsprocedure,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

1.   Dit besluit stelt gemeenschappelijke regels vast voor de toezending van toezichtinformatie waarover de ECB beschikt aan autoriteiten en organen in de zin van artikel 2, lid 2.

2.   Dit besluit laat de regels inzake de toezending aan andere autoriteiten en organen van toezichtinformatie waarover de ECB beschikt, of waarover de nationale bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 beschikken, onverlet.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van dit besluit gelden de volgende definities:

1)

“toezichtinformatie”: vertrouwelijke informatie waarover de ECB beschikt en waarvan de toezending aan autoriteiten en organen een beoordeling veronderstelt met betrekking tot de vraag of een dergelijke overdracht passend is in het kader van de uitvoering van de bij Verordening (EU) nr. 1024/2013 aan de ECB opgedragen taken;

2)

“autoriteiten en organen”: nationale en internationale autoriteiten en organen of autoriteiten en organen van de Unie, met uitzondering van nationale bevoegde autoriteiten als gedefinieerd in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013;

3)

“besluit betreffende de toewijzing van taken”: een besluit door middel waarvan de directie aan een voor de goedkeuring van de toezending verantwoordelijke functionaris de taak opdraagt de in dit besluit vastgelegde regels en/of, in voorkomend geval, in instrumenten vastgelegde specifieke regels die van toepassing zijn op bepaalde categorieën van toezending van toezichtinformatie toe te passen;

4)

“goedkeuring van de toezending”: de toestemming van een voor de goedkeuring van de toezending verantwoordelijke functionaris om toezichtinformatie toe te zenden aan autoriteiten en organen bij de toepassing van dit besluit en/of, in voorkomend geval, instrumenten waarin specifieke regels worden vastgesteld voor bepaalde categorieën van toezending van toezichtinformatie, welke toestemming wordt verstrekt krachtens een besluit betreffende de toewijzing van taken.

Artikel 3

Gemeenschappelijke regels voor de toezending van toezichtinformatie

1.   De ECB zendt toezichtinformatie aan autoriteiten en organen indien:

a)

het toepasselijke recht toezending van dergelijke toezichtinformatie aan deze autoriteiten en organen toestaat en aan de voor die toestemming gestelde voorwaarden wordt voldaan;

b)

de toezichtinformatie adequaat, relevant en niet buitensporig is in verband met de taken van deze relevante autoriteiten of organen, en

c)

er geen dwingende redenen zijn om de openbaarmaking van deze toezichtinformatie te weigeren uit noodzaak om enigerlei inbreuk op de werking en onafhankelijkheid van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme te voorkomen, met name door de uitvoering de taken ervan gevaar te brengen.

2.   Indien er dwingende redenen zijn om de openbaarmaking van de in lid 1, punt c), genoemde toezichtinformatie te weigeren, besluit de Raad van bestuur over de toezending van toezichtinformatie, zulks met inachtneming van de in artikel 26, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 vastgelegde procedure.

3.   De in lid 1 vastgestelde gemeenschappelijke regels laten de in artikel 4 bedoelde specifieke regels onverlet.

Artikel 4

Instrumenten houdende specifieke regels

Dit besluit laat andere instrumenten waarin specifieke of aanvullende regels worden vastgelegd ten aanzien van bepaalde categorieën van toezending van toezichinformatie aan autoriteiten en organen onverlet.

Artikel 5

Gegevensverwerking

De voor de goedkeuring van de toezending verantwoordelijke functionarissen zijn verantwoordelijk voor de goedkeuring van de door de ECB verstrekte toezichtinformatie en passen in dit verband de in dit besluit vastgelegde regels en/of, in voorkomend geval, de specifieke voorschriften in de in artikel 4 bedoelde instrumenten toe krachtens een besluit betreffende de toewijzing van taken.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de vijfde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 19 januari 2022.

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)   PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.

(2)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(3)  Besluit ECB/2004/2 van de Europese Centrale Bank van 19 februari 2004 houdende goedkeuring van het reglement van orde van de Europese Centrale Bank (PB L 80 van 18.3.2004, blz. 33).


BIJLAGE

Ontvangende autoriteit of instantie

Beschrijving en rechtsgrondslag

Europese Commissie

Artikel 32 van de GTM-verordening (1)

De Europese Bankautoriteit (EBA), Europese Autoriteit voor effecten en markten, Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, Europees Comité voor systeemrisico’s

Artikel 53, lid 2, RKV (2) in samenhang met artikel 35, lid 1, van de EBA-verordening (3) of artikel 80 VKV (4), artikel 15 van de ESRB-verordening (5)

Artikel 9 bis van de EBA-verordening

Nationale prudentiële toezichthoudende autoriteiten in de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte (EER) met betrekking tot gekwalificeerde deelnemingen en vergunningsprocedures of andere procedures als bedoeld in de desbetreffende wetgeving

Artikel 56 en artikel 16, lid 3, artikel 24, lid 2, artikel 50, lid 4, RKV en gelijkwaardige bepalingen in het Unierecht, met name de artikelen 26 en 60 in Solvabiliteit II (6) en de artikelen 11 en 84 MiFID (7)

Nationale bevoegde en afwikkelingsautoriteiten die deelnemen aan een prudentieel college in het kader van de RKV, of aan regelingen in het kader van FICOD of crisisbeheersingsgroepen

Deze categorie omvat de uitwisseling van informatie binnen prudentiële colleges in het kader van de RKV en de FICOD en crisisbeheersingsgroepen, alsmede de niet-discretionaire jaarlijkse actualiseringen en beëindiging van schriftelijke coördinatie- en samenwerkingsregelingen, coördinatieregelingen in het kader van FICOD en samenwerkingsregelingen voor crisisbeheersingsgroepen.

Artikel 116 RKV voor schriftelijke coördinatie- en samenwerkingsregelingen

Artikel 11 FICOD (8) voor financiële conglomeraatregelingen

De artikelen 90, 97 en 98 van de BRRD (9) voor samenwerkingsregelingen in verband met crisisbeheersingsgroepen

De artikelen 88 en 90 van de BRRD voor schriftelijke regelingen van het afwikkelingscollege

Autoriteiten die deel uitmaken van een AML/CFT college

Artikel 117, lid 5, RKV (voor AML/CFT-toezichthoudende autoriteiten en financiële-inlichtingeneenheden en voorwaarden voor deelneming voor het specifieke AML/CFT-college). Voor de uitwisseling van informatie met andere soorten autoriteiten die aan het college deelnemen, kan de rechtsgrondslag verschillen (opmerking: de AML/CFT colleges worden beheerst door gezamenlijke richtsnoeren voor samenwerking en informatie-uitwisseling voor de toepassing van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad (10) tussen bevoegde autoriteiten die toezicht houden op kredietinstellingen en financiële instellingen en andere partijen; deze richtsnoeren zijn niet gericht tot de ECB).

AML/CFT-toezichthoudende autoriteiten die de multilaterale overeenkomst betreffende de praktische modaliteiten voor de uitwisseling van informatie krachtens artikel 57 bis, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849 hebben ondertekend (hierna de “AML-overeenkomst” genoemd)

Artikel 117, lid 5, RKV, artikel 3, leden 4 en 5 van de AML-overeenkomst

AML/CFT-toezichthoudende autoriteiten en financiële-inlichtingeneenheden van de lidstaten

Artikel 117, lid 5, RKV en de EBA-richtsnoeren inzake samenwerking en informatie-uitwisseling tussen prudentiële toezichthouders, AML/CFT-toezichthouders en financiële-inlichtingeneenheden in het kader van Richtlijn 2013/36/EU (EBA/GL/2021/15) (11)

Nationale marktautoriteiten in de Unie en de EER

Artikel 56 RKV

Nationale verzekeringstoezichthouders in de Unie en de EER

Artikel 56 RKV

Depositogarantiestelsels, contractuele of institutionele beschermingsregelingen, mededingingsautoriteiten

Artikel 56 RKV, of nationaal recht dat een advies van de prudentiële toezichthouder vereist

Nationale afwikkelingsautoriteiten in de Unie en de EER

Artikel 56 RKV

Nationale macroprudentiële toezichthouders voor taken die buiten het toepassingsgebied van artikel 5 GTM-verordening vallen

Artikel 56 RKV

Wettelijke auditors van belangrijke instellingen

Artikel 56, punt f), RKV

EBA-richtsnoeren voor de communicatie tussen, enerzijds, bevoegde autoriteiten die toezicht houden op kredietinstellingen en, anderzijds, de wettelijke auditor(s) en auditkantoren die de wettelijke controle van de financiële overzichten van kredietinstellingen uitvoeren (EBA/GL/2016/05) (12)

Nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de financiële markten indien zij uit hoofde van artikel 24, lid 1, juncto artikel 24, lid 4, punt h), van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad  (13) zijn aangewezen (administratieve handhavingsinstanties)

Artikel 56 RKV

Nationale autoriteiten die belast zijn met het toezicht op personen die belast zijn met de wettelijke controle van de jaarrekening van instellingen, verzekeringsondernemingen en financiële instellingen (controlehandhavers)

Artikel 57 RKV

Nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de instanties die betrokken zijn bij de liquidatie en het faillissement van instellingen en bij andere soortgelijke procedures

Artikel 57 RKV

Nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op contractuele of institutionele beschermingsstelsels als bedoeld in artikel 113, lid 7, VKV

Artikel 57 RKV

Nationale autoriteiten of instanties die wettelijk verantwoordelijk zijn voor het opsporen en onderzoeken van inbreuken op het vennootschapsrecht

Artikel 57 RKV

Nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op betalingssystemen

Artikel 58 RKV

Internationale organen (het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank, de Bank voor Internationale Betalingen, de Raad voor financiële stabiliteit)

Artikel 58 bis RKV, met uitzondering van gegevensuitwisseling (bv. modules voor technische uitvoeringsnormen) voor stresstests

Prudentiële toezichthoudende autoriteiten in derde landen

Artikel 55 RKV

Uitwisseling van informatie overeenkomstig regelingen (memoranda van overeenstemming, schriftelijke coördinatie- en samenwerkingsregelingen, instellingsspecifieke grensoverschrijdende samenwerkingsovereenkomsten die zijn ontwikkeld door crisisbeheersingsgroepen, schriftelijke afwikkelingsregelingen enz.) of ad-hocovereenkomsten

Nationale markt-, verzekerings- of soortgelijke autoriteiten in derde landen

Artikel 55 RKV en toepasselijke regelingen memoranda van overeenstemming, schriftelijke coördinatie- en samenwerkingsregelingen, instellingsspecifieke grensoverschrijdende samenwerkingsovereenkomsten die zijn ontwikkeld door crisisbeheersingsgroepen, schriftelijke afwikkelingsregelingen enz.) of ad-hocovereenkomsten

AML/CFT-toezichthoudende autoriteiten en financiële-inlichtingeneenheden in derde landen

Artikel 55 RKV en, in voorkomend geval, de memoranda van overeenstemming of andere samenwerkingsregelingen

Afwikkelingsautoriteiten in derde landen

Artikel 55 RKV, artikelen 97 en 98 BRRD, in samenhang met de toepasselijke regelingen


(1)  Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid op het gebied van het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).

(2)  Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338), in samenhang met de uitvoeringsverordeningen van de EU.

(3)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

(4)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 1).

(6)  Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

(7)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

(8)  Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 35 van 11.2.2003, blz. 1).

(9)  Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).

(10)  Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

(11)  Beschikbaar op de EBA-website onder www.eba.europa.eu

(12)  Beschikbaar op de EBA-website.

(13)  Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38).