26.1.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 17/52


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/100 VAN DE COMMISSIE

van 24 januari 2022

betreffende een ontwerpbesluit van het Koninkrijk der Nederlanden over peuterdrank en peutermelk dat overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad is aangemeld

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2022) 312)

(Slechts de tekst in de Nederlandse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (1), en met name artikel 45, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 45, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 hebben de Nederlandse autoriteiten de Commissie op 28 juli 2020 in kennis gesteld van een ontwerp van Besluit houdende regels met betrekking tot levensmiddelen gebaseerd op (koe- of geitenmelk)eiwit, waaraan ten minste één of meer vitaminen, mineralen of andere stoffen zijn toegevoegd, en die bestemd zijn voor jonge kinderen van één tot drie jaar om als drinkwaar te nuttigen (Warenwetbesluit peuterdrank en peutermelk) (“het aangemelde ontwerp”).

(2)

Verordening (EU) nr. 1169/2011 stelt de algemene beginselen, voorschriften en verantwoordelijkheden in verband met voedselinformatie, en met name voedseletikettering, vast. In dit verband bevat artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 een opsomming van alle verplichte vermeldingen die overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 35 en met inachtneming van de in die artikelen vervatte uitzonderingen op levensmiddelen moeten worden aangebracht.

(3)

In artikel 39, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 is bepaald dat de lidstaten, naast de verplichte vermeldingen bedoeld in artikel 9, lid 1, en artikel 10 van die verordening, overeenkomstig de in artikel 45 vastgestelde procedure maatregelen mogen vaststellen waarbij bijkomende verplichte vermeldingen worden opgelegd voor specifieke typen of categorieën levensmiddelen, wanneer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de volksgezondheid, de bescherming van de consument, de preventie van fraude of de bescherming van industriële en commerciële eigendomsrechten en aanduidingen van herkomst en oorsprong, of de preventie van oneerlijke concurrentie.

(4)

Het aangemelde ontwerp bevat onder meer aanvullende verplichte vermeldingen voor specifieke categorieën levensmiddelen in de vorm van verklaringen die aan de consument moeten worden verstrekt wanneer “peuterdrank” en “peutermelk” in Nederland in de handel worden gebracht. Daarom moet de Commissie onderzoeken of het aangemelde ontwerp verenigbaar is met de bovengenoemde voorschriften van die verordening en met de bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(5)

Het aangemelde ontwerp bevat specifieke voorschriften inzake samenstelling, verrijking, etikettering en het in de handel brengen van levensmiddelen op basis van koemelkeiwit of geitenmelkeiwit, die bedoeld zijn om te worden gebruikt als drank voor jonge kinderen van één tot drie jaar. Met name in § 2 van het aangemelde ontwerp worden voorschriften met betrekking tot de samenstelling van en de toevoeging van vitaminen, mineralen en andere stoffen aan “peuterdrank” en “peutermelk” vastgesteld. In § 3 van de aangemelde maatregel zijn bepaalde voorschriften vastgesteld voor aanduidingen, vermeldingen en de presentatie van informatie aan consumenten.

(6)

Artikel 7 van het aangemelde ontwerp bepaalt dat de volgende vermeldingen moeten worden gebezigd voor het in de handel brengen van “peuterdrank” en “peutermelk”: “a. de leeftijdscategorie tussen één en drie jaar waarvoor het bestemd is; b. een vermelding dat het product geen vervanging is van een gevarieerd voedingspatroon; c. een vermelding dat het product geen vervanging is van vitamine D suppletie; en d. een vermelding dat het product geen vervanging is van moedermelk”.

(7)

De Nederlandse autoriteiten leggen uit dat deze in het aangemelde ontwerp opgenomen verplichte vermeldingen gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de volksgezondheid en de bescherming van de consument.

(8)

De Nederlandse autoriteiten hebben geen bewijsstukken ingediend om de maatregel op grond van de bescherming van de volksgezondheid te rechtvaardigen. Integendeel; in de nota van toelichting bij het aangemelde ontwerp leggen de Nederlandse autoriteiten uit dat “peuterdrank” en “peutermelk” niet noodzakelijk zijn om aan de voedingsbehoeften van peuters te voldoen.

(9)

In artikel 7, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 1169/2011 is bepaald dat voedselinformatie niet misleidend mag zijn, met name niet ten aanzien van de kenmerken van het levensmiddel, en vooral niet ten aanzien van de aard, de identiteit, de eigenschappen, de samenstelling, de hoeveelheid, de houdbaarheid, het land van oorsprong of de plaats van herkomst en de wijze van vervaardiging of productie.

(10)

Op melk gebaseerde dranken bestemd voor peuters vielen voorheen onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen (2), maar die richtlijn is bij Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) met ingang van 19 juli 2016 ingetrokken.

(11)

Naar aanleiding van die intrekking moet de Commissie op grond van artikel 12 van Verordening (EU) nr. 609/2013 in een verslag analyseren of specifieke bepalingen voor op melk gebaseerde dranken en soortgelijke producten die bestemd zijn voor peuters tussen de leeftijd van één en drie jaar nodig zijn. De Commissie heeft op 31 maart 2016 een verslag (4) over deze producten aangenomen (het “verslag van 2016”).

(12)

In het verslag van 2016 werd geconcludeerd dat specifieke bepalingen voor deze categorie levensmiddelen niet nodig zijn, aangezien de juiste en volledige toepassing van het algemene kader van de levensmiddelenwetgeving van de EU volstaat om de samenstelling van op melk gebaseerde dranken voor peuters en de communicatie over de kenmerken van deze producten adequaat te reguleren.

(13)

Die conclusies zijn gebaseerd op het wetenschappelijk advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). In haar advies van 2013 (5) merkte de EFSA op dat deze producten in vergelijking met andere levensmiddelen die deel uit kunnen maken van de normale voeding van peuters “geen unieke rol” spelen en “niet kunnen worden beschouwd als een noodzaak om aan de voedingsbehoeften van peuters te voldoen”.

(14)

Bijgevolg heeft de Commissie het verslag van 2016 niet vergezeld laten gaan van een wetgevingsvoorstel tot vaststelling van de regels voor op melk gebaseerde dranken en soortgelijke producten voor peuters. Derhalve worden op melk gebaseerde dranken voor peuters vanaf 20 juli 2016 beschouwd als normale levensmiddelen die met bepaalde nutriënten zijn verrijkt en voor een specifieke subgroep van de bevolking zijn bedoeld, en die uitsluitend onder horizontale regels van de levensmiddelenwetgeving van de EU vallen.

(15)

Gezien de bovenstaande vaststellingen, wijkt de aangemelde ontwerpmaatregel af van de regels die van toepassing zijn op normale levensmiddelen en introduceert hij in plaats daarvan een nieuw rechtskader voor peuterdrank en peutermelk in Nederland. In die zin creëert hij de facto een nieuwe categorie producten die bestemd zijn voor peuters en waarop specifieke voorschriften inzake de samenstelling, de verrijking, de etikettering en het in de handel brengen ervan van toepassing zijn. Dit is niet in overeenstemming met het huidige rechtskader van de EU.

(16)

Peuterdrank en peutermelk vallen met name onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen (6) en moeten voldoen aan de in die verordening vastgestelde voorwaarden voor de toevoeging van vitaminen en mineralen en voorschriften inzake etikettering, presentatie en reclame. Op melk gebaseerde dranken bestemd voor peuters moeten voorzien zijn van voedselinformatie, waaronder de voedingswaardevermelding, in overeenstemming met de voorschriften van Verordening (EU) nr. 1169/2011, en mogen alleen worden voorzien van de specifieke voedings- en gezondheidsclaims die op EU-niveau zijn toegestaan krachtens Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (7).

(17)

De bepalingen van Verordening (EU) nr. 609/2013 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/127 van de Commissie (8) zijn niet van toepassing op peuterdrank en peutermelk.

(18)

Het naast de verplichte etiketteringsvoorschriften van Verordening (EU) nr. 1169/2011 invoeren van etiketteringsvoorschriften voor peuterdrank en peutermelk, zoals voorgesteld in artikel 7 van het aangemelde ontwerp, versterkt de perceptie bij de consument dat peuterdrank en peutermelk een afzonderlijke categorie producten vormen, vergelijkbaar met zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, die in vergelijking met andere levensmiddelen die deel uit kunnen maken van hun normale voeding bijzonder geschikt zijn voor peuters van één tot drie jaar.

(19)

Op 5 oktober 2020 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 45, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid geraadpleegd.

(20)

In het licht van het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat artikel 7 van het aangemelde ontwerp misleidend is ten aanzien van de aard van peuterdrank en peutermelk en derhalve in strijd is met artikel 7, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 1169/2011 en niet kan worden gerechtvaardigd op grond van de bescherming van de consument. Artikel 7 kan ook niet op grond van de bescherming van de volksgezondheid worden gerechtvaardigd, aangezien de Nederlandse autoriteiten daarvoor geen bewijs hebben ingediend.

(21)

In het licht van deze overwegingen heeft de Commissie op 27 oktober 2020 overeenkomstig artikel 45, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 een negatief advies over het aangemelde ontwerp uitgebracht. De Commissie heeft de Nederlandse autoriteiten op 28 oktober 2020 in kennis gesteld van het negatieve advies.

(22)

De Nederlandse autoriteiten moet derhalve worden verzocht het aangemelde ontwerp niet vast te stellen.

(23)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Gezien de overwegingen van de Commissie in haar negatief advies en dit besluit, stelt het Koninkrijk der Nederlanden artikel 7 van het ontwerpbesluit van het Warenwetbesluit peuterdrank en peutermelk, dat het krachtens artikel 45 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 bij de Commissie heeft aangemeld en waarover de Commissie een negatief advies heeft uitgebracht waarvan zij de Nederlandse autoriteiten op 28 juli 2020 in kennis heeft gesteld, niet vast.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk der Nederlanden.

Gedaan te Brussel, 24 januari 2022.

Voor de Commissie

Stella KYRIAKIDES

Lid van de Commissie


(1)   PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18.

(2)  Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen (herschikking) (PB L 124 van 20.5.2009, blz. 21).

(3)  Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35).

(4)  Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over peutervoeding (COM(2016) 169 final).

(5)  EFSA-panel voor dieetproducten, voeding en allergieën, 2013, Scientific Opinion on nutrient requirements and dietary intakes of infants and young children in the European Union (wetenschappelijk advies betreffende voedingsbehoeften van en inname via de voeding door zuigelingen en peuters in de Europese Unie), EFSA Journal 2013;11(10):3408.

(6)  Verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen (PB L 404 van 30.12.2006, blz. 26).

(7)  Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (PB L 404 van 30.12.2006, blz. 9).

(8)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/127 van de Commissie van 25 september 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften betreffende volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding en wat betreft informatievoorschriften betreffende de voeding van zuigelingen en peuters (PB L 25 van 2.2.2016, blz. 1).