|
20.12.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
LI 455/1 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/2268 VAN DE COMMISSIE
van 6 september 2021
tot wijziging van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie vastgestelde technische reguleringsnormen wat betreft de onderliggende methodologie voor en de presentatie van prestatiescenario’s, de presentatie van kosten en de methodologie voor de berekening van samenvattende kostenindicatoren, de presentatie en inhoud van informatie over prestaties in het verleden en de presentatie van kosten door verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip’s) die een scala van beleggingsopties bieden, en de afstemming van de overgangsregeling van artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad voor priip-ontwikkelaars die rechten van deelneming in fondsen als onderliggende beleggingsopties aanbieden, op de in dat artikel vastgestelde verlengde overgangsregeling
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP’s) (1), en met name artikel 8, lid 5, en artikel 10, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Uit de ervaring die in de eerste jaren van toepassing van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie (2) is opgedaan, is gebleken dat bepaalde elementen van de presentatie en inhoud van essentiële-informatiedocumenten moeten worden herzien. Een dergelijke herziening is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat retailbeleggers passende informatie blijven ontvangen over de verschillende soorten verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (“priip’s”), ongeacht de specifieke marktomstandigheden, met name wanneer er sprake is van een langere periode van positieve marktprestaties. |
|
(2) |
Om retailbeleggers te voorzien van informatie die begrijpelijk en niet-misleidend is en voor verschillende soorten priip’s relevant is, mogen prestatiescenario’s in de essentiële-informatiedocumenten geen overdreven positieve vooruitzichten voor potentiële toekomstige rendementen bieden. De prestaties van onderliggende beleggingen en de prestaties van niet-gestructureerde beleggingsfondsen en andere soortgelijke priip’s houden rechtstreeks verband met elkaar. De onderliggende methodologie voor de presentatie van prestatiescenario’s moet daarom worden aangepast om te vermijden dat gebruik wordt gemaakt van een statistische methode die prestatiescenario’s oplevert die de waargenomen rendementen kunnen versterken. De onderliggende methodologie voor de presentatie van prestatiescenario’s moet ook worden aangepast om ervoor te zorgen dat die scenario’s gebaseerd zijn op een langere periode van waargenomen rendementen, waarbij zowel perioden van positieve als negatieve groei in aanmerking worden genomen, zodat na verloop van tijd stabielere prestatiescenario’s worden geboden en procyclische resultaten tot een minimum worden beperkt. Het vermogen van de methodologie voor de presentatie van prestatiescenario’s om passende toekomstgerichte ramingen te verschaffen, is aangetoond door middel van back-testing waarbij de resultaten van die methodologie werden vergeleken met de werkelijke waargenomen prestaties van priip’s. |
|
(3) |
Om te vermijden dat prestatiescenario’s worden beschouwd als prognoses met de beste raming, is het noodzakelijk meer prominente waarschuwingen over die scenario’s op te leggen. De openbaarmaking, in eenvoudige bewoordingen, van aanvullende details over de aannamen waarop die scenario’s zijn gebaseerd, moet ook het risico van ongepaste verwachtingen over mogelijke toekomstige rendementen verminderen. |
|
(4) |
Informatie over de kosten is voor retailbeleggers belangrijk bij het vergelijken van verschillende priip’s. Opdat retailbeleggers een beter inzicht kunnen krijgen in de verschillende soorten kostenstructuren van de verschillende priip’s en de relevantie van die structuren voor hun individuele omstandigheden, moet de informatie over de kosten in de essentiële-informatiedocumenten een beschrijving van de belangrijkste kostenelementen omvatten. Om het adviseren over en het verkopen van priip’s te vergemakkelijken, moeten de indicatoren voor individuele kostenelementen worden afgestemd op de informatie die openbaar wordt gemaakt in het kader van sectorale wetgeving van de Unie, met name Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (3) en Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad (4). Tegelijkertijd moet de vergelijkbaarheid van alle soorten priip’s qua totale kosten worden gewaarborgd. De betekenis van samenvattende kostenindicatoren in essentiële-informatiedocumenten moet worden verduidelijkt, zodat retailbeleggers dergelijke samenvattende kostenindicatoren beter kunnen begrijpen. |
|
(5) |
Om beter rekening te houden met de economische kenmerken van bepaalde activaklassen en priip’s die niet voldoende transacties genereren om marktbewegingen met voldoende statistische zekerheid te elimineren, moet in de herziene methode voor de berekening van transactiekosten een meer gedifferentieerde en evenredige benadering worden gehanteerd. Die methode moet ook het ontstaan van eventuele negatieve transactiekosten wegwerken om het risico te vermijden dat deze de retailbelegger in verwarring brengen. |
|
(6) |
Voor priip’s die een scala van beleggingsopties bieden, moet een aangepaste presentatie van informatie over de kosten worden vastgesteld om retailbeleggers een beter inzicht te geven in de kostenimplicaties van die verschillende beleggingsopties. |
|
(7) |
Om retailbeleggers in staat te stellen het optreden van volatiliteit in het rendement van lineaire priip’s en lineaire onderliggende beleggingsopties alsook eerdere prestaties in bepaalde marktomstandigheden te observeren, te begrijpen en te vergelijken, moeten in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 bepaalde vereisten inzake de gestandaardiseerde inhoud en presentatie van prestaties in het verleden worden vastgesteld door bepaalde regels van Verordening (EU) nr. 583/2010 van de Commissie (5) op te nemen en aan te passen. De gestandaardiseerde inhoud en presentatie van prestaties in het verleden moeten een aanvulling vormen op de informatie in de prestatiescenario’s. De essentiële-informatiedocumenten voor die lineaire priip’s en lineaire onderliggende beleggingsopties moeten in het deel “Andere nuttige informatie” verwijzingen bevatten naar afzonderlijke documenten of websites met informatie over prestaties in het verleden. |
|
(8) |
Overeenkomstig artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1286/2014 zijn beheermaatschappijen, beleggingsmaatschappijen en personen die advies geven over rechten van deelneming in icbe’s, of rechten van deelneming in icbe’s verkopen, tot en met 31 december 2021 van de verplichtingen uit hoofde van die verordening vrijgesteld. Wanneer een lidstaat voorschriften betreffende het format en de inhoud van het essentiële-informatiedocument, als vastgelegd in de artikelen 78 tot en met 81 van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (6), toepast op niet-icbe-fondsen die aan retailbeleggers worden aangeboden, geldt de vrijstelling van artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1286/2014 voor beheermaatschappijen, beleggingsmaatschappijen en personen die advies geven over rechten van deelneming in dergelijke fondsen aan retailbeleggers of dergelijke rechten van deelneming verkopen. Met het oog op een consistente wettelijke overgangsregeling voor deze fondsen mogen ontwikkelaars van verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (“priip-ontwikkelaars”) op grond van artikel 14, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653, dat, overeenkomstig artikel 18 van die gedelegeerde verordening, van toepassing is tot en met 31 december 2021, dergelijke in overeenstemming met de artikelen 78 tot en met 81 van Richtlijn 2009/65/EG opgestelde documenten blijven gebruiken indien ten minste één van de onderliggende beleggingsopties een icbe- of niet-icbe-fonds is. In het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad (7) tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1286/2014 wordt voorgesteld om de in artikel 32 van die verordening bedoelde overgangsregelingen te verlengen tot en met 30 juni 2022. Priip-ontwikkelaars moeten de overeenkomstig de artikelen 78 tot en met 81 van Richtlijn 2009/65/EG opgestelde documenten kunnen blijven gebruiken zolang die overgangsregelingen voorhanden zijn. |
|
(9) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(10) |
Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die bij de Commissie zijn ingediend door de Europese Bankautoriteit, de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (“de Europese toezichthoudende autoriteiten”). |
|
(11) |
De Europese toezichthoudende autoriteiten hebben openbare raadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd en het advies ingewonnen van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (8) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen, de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (9) opgerichte Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen, en de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (10) opgerichte Stakeholdergroep effecten en markten. |
|
(12) |
Aangezien de technische reguleringsnormen nauw met elkaar verbonden zijn en om ervoor te zorgen dat de door die normen ingevoerde vereisten volledig consistent zijn, is het passend één rechtshandeling vast te stellen tot wijziging van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 vastgestelde technische reguleringsnormen. |
|
(13) |
Om priip-ontwikkelaars en personen die advies geven over priip’s of priip’s verkopen, voldoende tijd te geven om zich voor te bereiden op de verplichting om een EID op te stellen overeenkomstig de nieuwe vereisten, moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van 1 juli 2022, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
Aan artikel 8 wordt het volgende lid 3 toegevoegd: “3. Voor icbe’s als omschreven in punt 1, a), van bijlage VIII, abi’s als omschreven in punt 1, b), van die bijlage, of aan unit-linked verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten als omschreven in punt 1, c), van die bijlage, omvat het deel “Andere nuttige informatie” van het essentiële-informatiedocument:
Voor priip’s als bedoeld in deel 1, punt 5, van bijlage II die fondsen van het open-end-type zijn, of andere priip’s die openstaan voor inschrijving, worden de eerdere prestatiescenarioberekeningen maandelijks gepubliceerd en wordt in het deel “Andere nuttige informatie” aangegeven waar die berekeningen kunnen worden gevonden.”. |
|
5) |
De titel van hoofdstuk II wordt vervangen door: “HOOFDSTUK II SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT VAN PRIIP’S DIE EEN SCALA VAN BELEGGINGSOPTIES BIEDEN ”. |
|
6) |
In artikel 10 worden de punten a) en b) vervangen door:
|
|
7) |
In artikel 11 wordt punt c) geschrapt. |
|
8) |
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
9) |
De artikelen 13 en 14 worden vervangen door: “Artikel 13 Deel “Wat zijn de kosten?” in het generieke essentiële-informatiedocument In afwijking van artikel 5, lid 1, punt b), specificeren priip-ontwikkelaars in het deel “Wat zijn de kosten?” het volgende:
Artikel 14 Specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie De specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie, bedoeld in artikel 10, punt b), wordt verstrekt in een specifiek informatiedocument dat het generieke essentiële-informatiedocument aanvult. Priip-ontwikkelaars nemen voor elke onderliggende beleggingsoptie alle volgende elementen op:
De in de punten a) tot en met e) van dit lid bedoelde informatie volgt de structuur van de relevante delen van de template in bijlage I.”. |
|
10) |
Het volgende hoofdstuk II bis wordt ingevoegd: “HOOFDSTUK II bis SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT VAN BEPAALDE ICBE’S EN ABI’S Artikel 14 bis Beleggingscompartimenten van icbe’s of abi’s 1. Ingeval een icbe of abi uit twee of meer beleggingscompartimenten bestaat, wordt voor elk individueel beleggingscompartiment een afzonderlijk essentiële-informatiedocument opgesteld. 2. Elk in lid 1 bedoeld essentiële-informatiedocument bevat in het deel “Wat is dit voor een product?” de volgende informatie:
3. Indien de icbe-beheermaatschappij of abi-beheerder de retailbelegger kosten in rekening brengt om zijn belegging overeenkomstig lid 2, punt c), om te ruilen en indien die kosten verschillen van de standaardkosten voor het aan- of verkopen van rechten van deelneming, worden die kosten apart vermeld in het deel “Wat zijn de kosten?” van het essentiële-informatiedocument. Artikel 14 ter Aandelencategorieën van icbe’s of abi’s 1. Indien een icbe of abi uit meer dan één categorie van rechten van deelneming of aandelen bestaat, wordt voor elke categorie van rechten van deelneming of aandelen een essentiële-informatiedocument opgesteld. 2. Het essentiële-informatiedocument dat betrekking heeft op twee of meer categorieën van dezelfde icbe of abi, mag worden samengevoegd tot één enkel essentiële-informatiedocument, mits het resulterende document volledig voldoet aan alle vereisten inzake lengte, taal en presentatie van het essentiële-informatiedocument. 3. De icbe-beheermaatschappij of abi-beheerder kan een categorie kiezen die representatief is voor een of meer andere categorieën van de icbe of abi, mits de keuze eerlijk, duidelijk en niet misleidend is voor potentiële retailbeleggers in die andere categorieën. In dergelijke gevallen bevat het deel “Wat zijn de risico’s en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” van het essentiële-informatiedocument een beschrijving van het wezenlijke risico voor elk van die andere gerepresenteerde categorieën. Een essentiële-informatiedocument dat op de representatieve categorie gebaseerd is, mag aan retailbeleggers in de andere categorieën worden verstrekt. 4. Categorieën die van elkaar verschillen, worden niet samengevoegd in een samengestelde representatieve categorie als bedoeld in lid 3. 5. De icbe-beheermaatschappij of abi-beheerder houdt gegevens bij over de andere categorieën die door de in lid 3 bedoelde representatieve categorie worden gerepresenteerd en over de rechtvaardigingsgronden van die keuze. 6. Waar van toepassing wordt het deel “Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument aangevuld met een vermelding van de gekozen representatieve categorie, waarbij de term wordt gebruikt waarmee die categorie in het prospectus van de icbe of in de beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van de abi wordt aangeduid. 7. In dat deel wordt tevens aangegeven waar retailbeleggers informatie kunnen vinden over de andere categorieën van de icbe of abi die in hun eigen lidstaat worden verhandeld. Artikel 14 quater Icbe’s of abi’s als dakfondsconstructies 1. Wanneer de icbe een aanzienlijk deel van haar activa in andere icbe’s of andere in artikel 50, lid 1, punt e), van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde instellingen voor collectieve belegging belegt, bevat de beschrijving van de doelstellingen en het beleggingsbeleid van die icbe in het essentiële-informatiedocument een korte beschrijving van de wijze waarop de continue selectie van de andere instellingen voor collectieve belegging plaatsvindt. Wanneer een icbe een dakfonds van hedgefondsen is, bevat het essentiële-informatiedocument informatie over de aankoop van niet-EU-abi’s die niet onder toezicht staan. 2. Wanneer de abi een aanzienlijk deel van haar activa in andere icbe’s of abi’s belegt, zijn de leden 1 en 2 van overeenkomstige toepassing. Artikel 14 quinquies Feeder-icbe’s 1. Voor feeder-icbe’s, als omschreven in artikel 58 van Richtlijn 2009/65/EG, bevat het essentiële-informatiedocument in het deel “Wat is dit voor een product?” de volgende informatie die specifiek is voor de feeder-icbe’s:
2. Indien het risico- en opbrengstprofiel van de feeder-icbe op een wezenlijk punt verschilt van dat van de master-icbe, wordt dat feit en de reden ervoor in het deel “Wat zijn de risico’s en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” van het essentiële-informatiedocument toegelicht. 3. Enigerlei liquiditeitsrisico en de verhouding tussen de aankoop- en terugbetalingsregelingen voor de master- en feeder-icbe worden in het deel “Wat zijn de risico’s en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” van het essentiële-informatiedocument toegelicht. Artikel 14 sexies Gestructureerde icbe’s of abi’s Gestructureerde beleggingsfondsen zijn icbe’s of abi’s die retailbeleggers op bepaalde vooraf bepaalde data op algoritmen gebaseerde betalingen verstrekken die verband houden met de prestaties, of het optreden van prijsveranderingen of de vervulling van andere voorwaarden, van financiële activa, indexen of referentieportefeuilles, of icbe’s of abi’s met vergelijkbare kenmerken.”. |
|
11) |
Aan artikel 15, lid 2, wordt het volgende punt d) toegevoegd:
|
|
12) |
Het volgende hoofdstuk IV bis wordt ingevoegd: “HOOFDSTUK IV bis VERWIJZINGEN Artikel 17 bis Gebruik van verwijzingen naar andere informatiebronnen Onverminderd artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1286/2014 mogen in het essentiële-informatiedocument verwijzingen naar andere informatiebronnen, zoals het prospectus en jaarlijkse of halfjaarlijkse verslagen, worden opgenomen, mits alle informatie die voor de retailbeleggers van fundamenteel belang is om de essentiële elementen van de belegging te begrijpen, in het essentiële-informatiedocument zelf is opgenomen. Verwijzingen naar de website van de priip of de priip-ontwikkelaar zijn toegestaan, alsook verwijzingen naar het onderdeel daarvan dat het prospectus en de periodieke verslagen bevat. De in de eerste alinea bedoelde verwijzingen leiden de retailbelegger naar de specifieke afdeling van de relevante informatiebron. In het essentiële-informatiedocument mogen verscheidene van elkaar verschillende verwijzingen worden opgenomen, maar deze worden tot een minimum beperkt.”. |
|
13) |
In artikel 18 wordt de derde alinea vervangen door: “Artikel 14, lid 2, is van toepassing tot en met 30 juni 2022.”. |
|
14) |
Bijlage I wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze verordening. |
|
15) |
Bijlage II wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening. |
|
16) |
Bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening. |
|
17) |
Bijlage IV wordt vervangen door de tekst in bijlage IV bij deze verordening. |
|
18) |
Bijlage V wordt vervangen door de tekst in bijlage V bij deze verordening. |
|
19) |
Bijlage VI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage VI bij deze verordening. |
|
20) |
Bijlage VII wordt vervangen door de tekst in bijlage VII bij deze verordening. |
|
21) |
De tekst in bijlage VIII bij deze verordening wordt toegevoegd als bijlage VIII. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2022. Artikel 1, punt 13, is echter van toepassing met ingang van 1 januari 2022.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 6 september 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 352 van 9.12.2014, blz. 1.
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie van 8 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip’s) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken (PB L 100 van 12.4.2017, blz. 1).
(3) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
(4) Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19).
(5) Verordening (EU) nr. 583/2010 van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PB L 176 van 10.7.2010, blz. 1).
(6) Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).
(7) COM(2021) 397.
(8) Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).
(9) Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).
(10) Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).