20.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

LI 455/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/2268 VAN DE COMMISSIE

van 6 september 2021

tot wijziging van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie vastgestelde technische reguleringsnormen wat betreft de onderliggende methodologie voor en de presentatie van prestatiescenario’s, de presentatie van kosten en de methodologie voor de berekening van samenvattende kostenindicatoren, de presentatie en inhoud van informatie over prestaties in het verleden en de presentatie van kosten door verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip’s) die een scala van beleggingsopties bieden, en de afstemming van de overgangsregeling van artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad voor priip-ontwikkelaars die rechten van deelneming in fondsen als onderliggende beleggingsopties aanbieden, op de in dat artikel vastgestelde verlengde overgangsregeling

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP’s) (1), en met name artikel 8, lid 5, en artikel 10, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uit de ervaring die in de eerste jaren van toepassing van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie (2) is opgedaan, is gebleken dat bepaalde elementen van de presentatie en inhoud van essentiële-informatiedocumenten moeten worden herzien. Een dergelijke herziening is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat retailbeleggers passende informatie blijven ontvangen over de verschillende soorten verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (“priip’s”), ongeacht de specifieke marktomstandigheden, met name wanneer er sprake is van een langere periode van positieve marktprestaties.

(2)

Om retailbeleggers te voorzien van informatie die begrijpelijk en niet-misleidend is en voor verschillende soorten priip’s relevant is, mogen prestatiescenario’s in de essentiële-informatiedocumenten geen overdreven positieve vooruitzichten voor potentiële toekomstige rendementen bieden. De prestaties van onderliggende beleggingen en de prestaties van niet-gestructureerde beleggingsfondsen en andere soortgelijke priip’s houden rechtstreeks verband met elkaar. De onderliggende methodologie voor de presentatie van prestatiescenario’s moet daarom worden aangepast om te vermijden dat gebruik wordt gemaakt van een statistische methode die prestatiescenario’s oplevert die de waargenomen rendementen kunnen versterken. De onderliggende methodologie voor de presentatie van prestatiescenario’s moet ook worden aangepast om ervoor te zorgen dat die scenario’s gebaseerd zijn op een langere periode van waargenomen rendementen, waarbij zowel perioden van positieve als negatieve groei in aanmerking worden genomen, zodat na verloop van tijd stabielere prestatiescenario’s worden geboden en procyclische resultaten tot een minimum worden beperkt. Het vermogen van de methodologie voor de presentatie van prestatiescenario’s om passende toekomstgerichte ramingen te verschaffen, is aangetoond door middel van back-testing waarbij de resultaten van die methodologie werden vergeleken met de werkelijke waargenomen prestaties van priip’s.

(3)

Om te vermijden dat prestatiescenario’s worden beschouwd als prognoses met de beste raming, is het noodzakelijk meer prominente waarschuwingen over die scenario’s op te leggen. De openbaarmaking, in eenvoudige bewoordingen, van aanvullende details over de aannamen waarop die scenario’s zijn gebaseerd, moet ook het risico van ongepaste verwachtingen over mogelijke toekomstige rendementen verminderen.

(4)

Informatie over de kosten is voor retailbeleggers belangrijk bij het vergelijken van verschillende priip’s. Opdat retailbeleggers een beter inzicht kunnen krijgen in de verschillende soorten kostenstructuren van de verschillende priip’s en de relevantie van die structuren voor hun individuele omstandigheden, moet de informatie over de kosten in de essentiële-informatiedocumenten een beschrijving van de belangrijkste kostenelementen omvatten. Om het adviseren over en het verkopen van priip’s te vergemakkelijken, moeten de indicatoren voor individuele kostenelementen worden afgestemd op de informatie die openbaar wordt gemaakt in het kader van sectorale wetgeving van de Unie, met name Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (3) en Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad (4). Tegelijkertijd moet de vergelijkbaarheid van alle soorten priip’s qua totale kosten worden gewaarborgd. De betekenis van samenvattende kostenindicatoren in essentiële-informatiedocumenten moet worden verduidelijkt, zodat retailbeleggers dergelijke samenvattende kostenindicatoren beter kunnen begrijpen.

(5)

Om beter rekening te houden met de economische kenmerken van bepaalde activaklassen en priip’s die niet voldoende transacties genereren om marktbewegingen met voldoende statistische zekerheid te elimineren, moet in de herziene methode voor de berekening van transactiekosten een meer gedifferentieerde en evenredige benadering worden gehanteerd. Die methode moet ook het ontstaan van eventuele negatieve transactiekosten wegwerken om het risico te vermijden dat deze de retailbelegger in verwarring brengen.

(6)

Voor priip’s die een scala van beleggingsopties bieden, moet een aangepaste presentatie van informatie over de kosten worden vastgesteld om retailbeleggers een beter inzicht te geven in de kostenimplicaties van die verschillende beleggingsopties.

(7)

Om retailbeleggers in staat te stellen het optreden van volatiliteit in het rendement van lineaire priip’s en lineaire onderliggende beleggingsopties alsook eerdere prestaties in bepaalde marktomstandigheden te observeren, te begrijpen en te vergelijken, moeten in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 bepaalde vereisten inzake de gestandaardiseerde inhoud en presentatie van prestaties in het verleden worden vastgesteld door bepaalde regels van Verordening (EU) nr. 583/2010 van de Commissie (5) op te nemen en aan te passen. De gestandaardiseerde inhoud en presentatie van prestaties in het verleden moeten een aanvulling vormen op de informatie in de prestatiescenario’s. De essentiële-informatiedocumenten voor die lineaire priip’s en lineaire onderliggende beleggingsopties moeten in het deel “Andere nuttige informatie” verwijzingen bevatten naar afzonderlijke documenten of websites met informatie over prestaties in het verleden.

(8)

Overeenkomstig artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1286/2014 zijn beheermaatschappijen, beleggingsmaatschappijen en personen die advies geven over rechten van deelneming in icbe’s, of rechten van deelneming in icbe’s verkopen, tot en met 31 december 2021 van de verplichtingen uit hoofde van die verordening vrijgesteld. Wanneer een lidstaat voorschriften betreffende het format en de inhoud van het essentiële-informatiedocument, als vastgelegd in de artikelen 78 tot en met 81 van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (6), toepast op niet-icbe-fondsen die aan retailbeleggers worden aangeboden, geldt de vrijstelling van artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1286/2014 voor beheermaatschappijen, beleggingsmaatschappijen en personen die advies geven over rechten van deelneming in dergelijke fondsen aan retailbeleggers of dergelijke rechten van deelneming verkopen. Met het oog op een consistente wettelijke overgangsregeling voor deze fondsen mogen ontwikkelaars van verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (“priip-ontwikkelaars”) op grond van artikel 14, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653, dat, overeenkomstig artikel 18 van die gedelegeerde verordening, van toepassing is tot en met 31 december 2021, dergelijke in overeenstemming met de artikelen 78 tot en met 81 van Richtlijn 2009/65/EG opgestelde documenten blijven gebruiken indien ten minste één van de onderliggende beleggingsopties een icbe- of niet-icbe-fonds is. In het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad (7) tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1286/2014 wordt voorgesteld om de in artikel 32 van die verordening bedoelde overgangsregelingen te verlengen tot en met 30 juni 2022. Priip-ontwikkelaars moeten de overeenkomstig de artikelen 78 tot en met 81 van Richtlijn 2009/65/EG opgestelde documenten kunnen blijven gebruiken zolang die overgangsregelingen voorhanden zijn.

(9)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die bij de Commissie zijn ingediend door de Europese Bankautoriteit, de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (“de Europese toezichthoudende autoriteiten”).

(11)

De Europese toezichthoudende autoriteiten hebben openbare raadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd en het advies ingewonnen van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (8) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen, de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (9) opgerichte Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen, en de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (10) opgerichte Stakeholdergroep effecten en markten.

(12)

Aangezien de technische reguleringsnormen nauw met elkaar verbonden zijn en om ervoor te zorgen dat de door die normen ingevoerde vereisten volledig consistent zijn, is het passend één rechtshandeling vast te stellen tot wijziging van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 vastgestelde technische reguleringsnormen.

(13)

Om priip-ontwikkelaars en personen die advies geven over priip’s of priip’s verkopen, voldoende tijd te geven om zich voor te bereiden op de verplichting om een EID op te stellen overeenkomstig de nieuwe vereisten, moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van 1 juli 2022,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de eerste alinea worden de volgende punten f) tot en met i) toegevoegd:

“f)

waar van toepassing, indien de priip-ontwikkelaar voor juridische, administratieve of marketingdoeleinden deel uitmaakt van een groep ondernemingen, de naam van die groep;

g)

indien het priip de vorm aanneemt van een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) of een alternatieve beleggingsinstelling (abi), de identificatie van de icbe of abi, met inbegrip van de aandelenklasse of het beleggingscompartiment daarvan, duidelijk aangegeven;

h)

nadere gegevens inzake de vergunning, indien van toepassing;

i)

wanneer het priip de vorm aanneemt van een icbe of abi en in gevallen waarin een icbe wordt beheerd door een beheermaatschappij in de zin van artikel 2, lid 1, punt b), van Richtlijn 2009/65/EG of wanneer het een beleggingsmaatschappij is als bedoeld in artikel 27 van die richtlijn (samen “icbe-beheermaatschappij” genoemd) die met betrekking tot die icbe rechten uit hoofde van artikel 16 van die richtlijn uitoefent, of in gevallen waarin een abi wordt beheerd door een beheerder van alternatieve beleggingsinstellingen (abi-beheerder) die met betrekking tot die abi rechten uitoefent uit hoofde van de artikelen 31, 32 en 33 van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (*1), wordt dit feit in een aanvullende verklaring opgenomen.

(*1)  Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).”;"

b)

de volgende alinea wordt toegevoegd:

“Voor de toepassing van de eerste alinea, punt g), volgt indien er sprake is van een beleggingscompartiment of een aandelencategorie, de naam van de icbe of abi de naam van het compartiment of de aandelencategorie. Indien een codenummer ter identificatie van de icbe of abi, het beleggingscompartiment of de aandelencategorie bestaat, vormt het een onderdeel van de identificatie van de icbe of abi.”.

2)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de volgende leden 2 bis, 2 ter en 2 quater worden ingevoegd:

“2 bis.   Wanneer het priip de vorm aanneemt van een icbe of abi, bestrijkt de informatie in het deel “Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument de essentiële kenmerken van een icbe of abi waarover een retailbelegger moet worden geïnformeerd, ook al maken die kenmerken geen deel uit van de beschrijving van de doelstellingen en het beleggingsbeleid in het prospectus van een icbe als bedoeld in artikel 68 van Richtlijn 2009/65/EG of de beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van de abi bedoeld in artikel 23, lid 1, punt a), van Richtlijn 2011/61/EU, met inbegrip van:

a)

de hoofdcategorieën van in aanmerking komende financiële instrumenten die het voorwerp van de belegging uitmaken;

b)

de mogelijkheid dat de retailbelegger op verzoek rechten van deelneming in een icbe of abi kan verzilveren, waarbij die verklaring wordt aangevuld met een aanduiding van de frequentie van de handel in rechten van deelneming, of, waar van toepassing, een verklaring dat het niet mogelijk is om op verzoek rechten van deelneming te verzilveren;

c)

of de icbe of abi een bijzonder doel met betrekking tot industriële, geografische of andere marktsectoren of specifieke categorieën van activa voor ogen heeft;

d)

of de icbe of abi discretionaire keuzes met betrekking tot de te verrichten specifieke beleggingen toestaat, en of deze aanpak een verwijzing naar een benchmark behelst of impliceert en zo ja, welke benchmark;

e)

of dividendinkomsten worden uitgekeerd of herbelegd.

Wanneer een verwijzing naar een benchmark wordt geïmpliceerd, wordt voor de toepassing van de eerste alinea, punt d), de geboden vrijheid ten opzichte van die benchmark aangegeven, en wanneer de doelstelling van de icbe of abi het kopiëren van een index is, wordt dit vermeld.

2 ter.   De in lid 2 bis bedoelde informatie omvat in voorkomend geval het volgende:

a)

indien de icbe of abi in obligaties belegt, een aanwijzing of die obligaties door rechtspersonen, overheden of andere entiteiten zijn uitgegeven en, waar van toepassing, de minimaal vereiste ratings van de obligaties;

b)

indien de icbe of abi een gestructureerd beleggingsfonds is, een toelichting in eenvoudige bewoordingen van alle elementen die nodig zijn voor een goed begrip van de uitbetaling en de factoren die naar verwachting de prestaties zullen beïnvloeden, waar nodig met verwijzing naar de bijzonderheden inzake het algoritme en de werking ervan in het prospectus van de icbe of in de beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van de abi;

c)

indien de keuze van activa van specifieke criteria afhankelijk is gesteld, een toelichting van die criteria, zoals “groei”, “waarde” of “hoge dividenden”;

d)

indien specifieke technieken voor vermogensbeheer worden gehanteerd, zoals onder meer hedging, arbitrage of hefboomwerking, een toelichting in eenvoudige bewoordingen van de factoren die naar verwachting de prestaties van de icbe of abi zullen beïnvloeden;

2 quater.   In de in de leden 2 bis en 2 ter bedoelde informatie wordt een onderscheid gemaakt tussen de brede categorieën beleggingen als gespecificeerd in lid 2 bis, punten a) en c), en lid 2 ter, punt a), en de benadering van die beleggingen die door een icbe-beheermaatschappij of abi-beheerder moet worden gevolgd, zoals gespecificeerd in lid 2 bis, punt d), en lid 2 ter, punten b), c) en d).

Het deel “Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument mag ook andere dan de in de leden 2 bis en 2 ter opgesomde elementen bevatten, zoals onder meer de beschrijving van de beleggingsstrategie van de icbe of abi, indien die elementen nodig zijn om de doelstellingen en het beleggingsbeleid van de icbe of abi op adequate wijze te beschrijven.”;

b)

de volgende leden 6 en 7 worden toegevoegd:

“6.   Wanneer het priip de vorm aanneemt van een icbe of abi, zijn de identificatie en de toelichting van de in de bijlagen II en III bij deze verordening bedoelde risico’s consistent met het interne proces voor het identificeren, meten, beheren en monitoren van risico’s dat door de icbe-beheermaatschappij overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG of door abi-beheerders overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU is vastgesteld. Wanneer een beheermaatschappij meer dan één icbe beheert of wanneer een abi-beheerder meer dan één abi beheert, worden de risico’s op consistente wijze geïdentificeerd en toegelicht.

7.   Wanneer het priip de vorm aanneemt van een icbe of abi, bevat het deel “Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument voor elke lidstaat waarin de icbe of abi wordt verhandeld, de volgende informatie:

a)

de naam van de depositaris;

b)

de plaats en de wijze waarop verdere informatie over de icbe of abi, kopieën van het prospectus van de icbe of kopieën van de beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van de abi, het meest recente jaarverslag en elk daaropvolgend halfjaarlijks verslag van de icbe als bedoeld in artikel 68, lid 1, punten b) en c), van Richtlijn 2009/65/EG, of het meest recente jaarverslag van de abi als bedoeld in artikel 22 van Richtlijn 2011/61/EU kunnen worden verkregen, met vermelding van de taal of talen waarin die documenten beschikbaar zijn en het feit dat ze kosteloos kunnen worden verkregen;

c)

de plaats en de wijze waarop andere praktische informatie kan worden verkregen, met inbegrip van de plaats waar de meest recente prijzen van rechten van deelneming te vinden zijn.”.

3)

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Waar van toepassing wordt een duidelijke waarschuwing toegevoegd betreffende de extra kosten die in rekening kunnen worden gebracht door personen die advies geven over het priip of het verkopen.”;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   In de tabel “Samenstelling van kosten” in het deel “Wat zijn de kosten?” van het essentiële-informatiedocument specificeren priip-ontwikkelaars samenvattende indicatoren van de volgende soorten kosten:

a)

eenmalige kosten, zoals in- en uitstapkosten;

b)

vaste kosten, afzonderlijke vermelding van portefeuilletransactiekosten en andere vaste kosten;

c)

incidentele kosten, zoals prestatievergoedingen of “carried interest”.”;

c)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   Priip-ontwikkelaars beschrijven elke kostensoort in de tabel “Samenstelling van kosten” in het deel “Wat zijn de kosten?” van het essentiële-informatiedocument, overeenkomstig bijlage VII, en specificeren waar en hoe die kosten kunnen verschillen van de feitelijke kosten die de retailbelegger kan hebben, en waar en hoe die kosten kunnen afhangen van het feit of de retailbelegger bepaalde opties wel of niet uitoefent.”.

4)

Aan artikel 8 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

“3.   Voor icbe’s als omschreven in punt 1, a), van bijlage VIII, abi’s als omschreven in punt 1, b), van die bijlage, of aan unit-linked verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten als omschreven in punt 1, c), van die bijlage, omvat het deel “Andere nuttige informatie” van het essentiële-informatiedocument:

a)

een link naar de website, of een verwijzing naar een document, waar de door de priip-ontwikkelaar overeenkomstig bijlage VIII gepubliceerde informatie over prestaties in het verleden beschikbaar wordt gesteld;

b)

het aantal jaren waarvoor gegevens over prestaties in het verleden worden gepresenteerd.

Voor priip’s als bedoeld in deel 1, punt 5, van bijlage II die fondsen van het open-end-type zijn, of andere priip’s die openstaan voor inschrijving, worden de eerdere prestatiescenarioberekeningen maandelijks gepubliceerd en wordt in het deel “Andere nuttige informatie” aangegeven waar die berekeningen kunnen worden gevonden.”.

5)

De titel van hoofdstuk II wordt vervangen door:

“HOOFDSTUK II

SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT VAN PRIIP’S DIE EEN SCALA VAN BELEGGINGSOPTIES BIEDEN ”.

6)

In artikel 10 worden de punten a) en b) vervangen door:

“a)

een essentiële-informatiedocument voor elke onderliggende beleggingsoptie binnen het priip, overeenkomstig hoofdstuk I, met inbegrip van informatie over het priip als geheel, waarbij elk essentiële-informatiedocument het geval weergeeft dat de retailbelegger in slechts één beleggingsoptie belegt;

b)

een generiek essentiële-informatiedocument waarin het priip overeenkomstig hoofdstuk I wordt beschreven, tenzij anders is bepaald in de artikelen 11 tot en met 14, met inbegrip van een beschrijving van de plaats waar de specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie kan worden gevonden.”.

7)

In artikel 11 wordt punt c) geschrapt.

8)

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt punt d) geschrapt;

b)

lid 2 wordt geschrapt.

9)

De artikelen 13 en 14 worden vervangen door:

“Artikel 13

Deel “Wat zijn de kosten?” in het generieke essentiële-informatiedocument

In afwijking van artikel 5, lid 1, punt b), specificeren priip-ontwikkelaars in het deel “Wat zijn de kosten?” het volgende:

a)

wanneer de andere kosten van het priip dan de kosten voor de onderliggende beleggingsoptie niet in één enkel bedrag kunnen worden vermeld, ook wanneer die kosten variëren naargelang van de gekozen onderliggende beleggingsoptie:

i)

de diverse kosten voor het priip in de tabellen “Kosten in de loop van de tijd” en “Samenstelling van kosten” in bijlage VII;

ii)

een verklaring dat de kosten voor de retailbelegger variëren met de onderliggende beleggingsopties;

b)

wanneer de andere kosten van het priip dan de kosten voor de onderliggende beleggingsopties in één enkel bedrag kunnen worden vermeld:

i)

een weergave van deze kosten los van de diverse kosten voor de binnen het priip geboden onderliggende beleggingsopties in de tabellen “Kosten in de loop van de tijd” en “Samenstelling van kosten” in bijlage VII;

ii)

een verklaring dat de totale kosten voor de retailbelegger bestaan in een combinatie van de kosten voor de gekozen onderliggende beleggingsopties en andere kosten van het priip en variëren naargelang van de onderliggende beleggingsopties.

Artikel 14

Specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie

De specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie, bedoeld in artikel 10, punt b), wordt verstrekt in een specifiek informatiedocument dat het generieke essentiële-informatiedocument aanvult. Priip-ontwikkelaars nemen voor elke onderliggende beleggingsoptie alle volgende elementen op:

a)

in voorkomend geval, een begrijpelijkheidswaarschuwing;

b)

de beleggingsdoelstellingen, de middelen om die te bereiken en de doelmarkt als bedoeld in artikel 2, leden 2 en 3;

c)

een samenvattende risico-indicator en beschrijvende toelichting, en prestatiescenario’s, als bedoeld in artikel 3;

d)

een presentatie van de kosten, overeenkomstig artikel 5, met inbegrip van een verklaring over de vraag of die kosten al dan niet alle kosten van het priip omvatten ingeval de retailbelegger alleen in die specifieke beleggingsoptie belegt;

e)

voor onderliggende beleggingsopties die icbe’s zijn als omschreven in punt 1, a), van bijlage VIII, abi’s als omschreven in punt 1, b), van die bijlage, of unit-linked verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten als omschreven in punt 1, c), van die bijlage, informatie over prestaties in het verleden als voorgeschreven in artikel 8, lid 3.

De in de punten a) tot en met e) van dit lid bedoelde informatie volgt de structuur van de relevante delen van de template in bijlage I.”.

10)

Het volgende hoofdstuk II bis wordt ingevoegd:

“HOOFDSTUK II bis

SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT VAN BEPAALDE ICBE’S EN ABI’S

Artikel 14 bis

Beleggingscompartimenten van icbe’s of abi’s

1.   Ingeval een icbe of abi uit twee of meer beleggingscompartimenten bestaat, wordt voor elk individueel beleggingscompartiment een afzonderlijk essentiële-informatiedocument opgesteld.

2.   Elk in lid 1 bedoeld essentiële-informatiedocument bevat in het deel “Wat is dit voor een product?” de volgende informatie:

a)

een verklaring dat het essentiële-informatiedocument een compartiment van een icbe of abi beschrijft en, waar van toepassing, dat het prospectus van de icbe of de beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van de abi en periodieke verslagen worden opgesteld voor de gehele icbe of abi die aan het begin van het essentiële-informatiedocument wordt genoemd;

b)

of de activa en passiva van elk compartiment al dan niet bij wet gescheiden zijn en hoe dit voor de belegger van invloed zou kunnen zijn;

c)

of de retailbelegger al dan niet het recht heeft zijn belegging in rechten van deelneming in één compartiment om te ruilen voor rechten van deelneming in een ander compartiment, en zo ja, waar hij informatie kan verkrijgen over de wijze waarop hij dat recht kan uitoefenen.

3.   Indien de icbe-beheermaatschappij of abi-beheerder de retailbelegger kosten in rekening brengt om zijn belegging overeenkomstig lid 2, punt c), om te ruilen en indien die kosten verschillen van de standaardkosten voor het aan- of verkopen van rechten van deelneming, worden die kosten apart vermeld in het deel “Wat zijn de kosten?” van het essentiële-informatiedocument.

Artikel 14 ter

Aandelencategorieën van icbe’s of abi’s

1.   Indien een icbe of abi uit meer dan één categorie van rechten van deelneming of aandelen bestaat, wordt voor elke categorie van rechten van deelneming of aandelen een essentiële-informatiedocument opgesteld.

2.   Het essentiële-informatiedocument dat betrekking heeft op twee of meer categorieën van dezelfde icbe of abi, mag worden samengevoegd tot één enkel essentiële-informatiedocument, mits het resulterende document volledig voldoet aan alle vereisten inzake lengte, taal en presentatie van het essentiële-informatiedocument.

3.   De icbe-beheermaatschappij of abi-beheerder kan een categorie kiezen die representatief is voor een of meer andere categorieën van de icbe of abi, mits de keuze eerlijk, duidelijk en niet misleidend is voor potentiële retailbeleggers in die andere categorieën. In dergelijke gevallen bevat het deel “Wat zijn de risico’s en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” van het essentiële-informatiedocument een beschrijving van het wezenlijke risico voor elk van die andere gerepresenteerde categorieën. Een essentiële-informatiedocument dat op de representatieve categorie gebaseerd is, mag aan retailbeleggers in de andere categorieën worden verstrekt.

4.   Categorieën die van elkaar verschillen, worden niet samengevoegd in een samengestelde representatieve categorie als bedoeld in lid 3.

5.   De icbe-beheermaatschappij of abi-beheerder houdt gegevens bij over de andere categorieën die door de in lid 3 bedoelde representatieve categorie worden gerepresenteerd en over de rechtvaardigingsgronden van die keuze.

6.   Waar van toepassing wordt het deel “Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument aangevuld met een vermelding van de gekozen representatieve categorie, waarbij de term wordt gebruikt waarmee die categorie in het prospectus van de icbe of in de beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van de abi wordt aangeduid.

7.   In dat deel wordt tevens aangegeven waar retailbeleggers informatie kunnen vinden over de andere categorieën van de icbe of abi die in hun eigen lidstaat worden verhandeld.

Artikel 14 quater

Icbe’s of abi’s als dakfondsconstructies

1.   Wanneer de icbe een aanzienlijk deel van haar activa in andere icbe’s of andere in artikel 50, lid 1, punt e), van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde instellingen voor collectieve belegging belegt, bevat de beschrijving van de doelstellingen en het beleggingsbeleid van die icbe in het essentiële-informatiedocument een korte beschrijving van de wijze waarop de continue selectie van de andere instellingen voor collectieve belegging plaatsvindt. Wanneer een icbe een dakfonds van hedgefondsen is, bevat het essentiële-informatiedocument informatie over de aankoop van niet-EU-abi’s die niet onder toezicht staan.

2.   Wanneer de abi een aanzienlijk deel van haar activa in andere icbe’s of abi’s belegt, zijn de leden 1 en 2 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14 quinquies

Feeder-icbe’s

1.   Voor feeder-icbe’s, als omschreven in artikel 58 van Richtlijn 2009/65/EG, bevat het essentiële-informatiedocument in het deel “Wat is dit voor een product?” de volgende informatie die specifiek is voor de feeder-icbe’s:

a)

een verklaring dat het prospectus, het essentiële-informatiedocument en de periodieke verslagen en jaarrekeningen van de master-icbe voor de retailbeleggers van de feeder-icbe op hun verzoek beschikbaar zijn, op welke wijze ze kunnen worden verkregen, en in welke taal of talen;

b)

of de in punt a) van dit lid opgesomde documenten enkel in papieren versie beschikbaar zijn of op andere duurzame dragers, en of een vergoeding moet worden betaald voor documenten die overeenkomstig artikel 63, lid 5, van Richtlijn 2009/65/EG niet kosteloos worden verstrekt;

c)

indien de master-icbe in een andere lidstaat dan de feeder-icbe is gevestigd, en indien dit de fiscale behandeling van de feeder-icbe kan beïnvloeden, een verklaring in die zin;

d)

informatie over het aandeel van de activa van de feeder-icbe dat in de master-icbe wordt belegd;

e)

een beschrijving van de doelstellingen en het beleggingsbeleid van de master-icbe, indien nodig aangevuld met hetzij:

i)

een aanwijzing dat het beleggingsrendement van de feeder-icbe zeer vergelijkbaar zal zijn met dat van de master-icbe, hetzij

ii)

een beschrijving van de wijze waarop en de redenen waarom de beleggingsrendementen van de feeder- en master-icbe kunnen verschillen.

2.   Indien het risico- en opbrengstprofiel van de feeder-icbe op een wezenlijk punt verschilt van dat van de master-icbe, wordt dat feit en de reden ervoor in het deel “Wat zijn de risico’s en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” van het essentiële-informatiedocument toegelicht.

3.   Enigerlei liquiditeitsrisico en de verhouding tussen de aankoop- en terugbetalingsregelingen voor de master- en feeder-icbe worden in het deel “Wat zijn de risico’s en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” van het essentiële-informatiedocument toegelicht.

Artikel 14 sexies

Gestructureerde icbe’s of abi’s

Gestructureerde beleggingsfondsen zijn icbe’s of abi’s die retailbeleggers op bepaalde vooraf bepaalde data op algoritmen gebaseerde betalingen verstrekken die verband houden met de prestaties, of het optreden van prijsveranderingen of de vervulling van andere voorwaarden, van financiële activa, indexen of referentieportefeuilles, of icbe’s of abi’s met vergelijkbare kenmerken.”.

11)

Aan artikel 15, lid 2, wordt het volgende punt d) toegevoegd:

“d)

indien de prestatiescenario’s gebaseerd zijn op passende benchmarks of vervangende waarden, of de benchmark of vervangende waarde strookt met de doelstellingen van het priip.”.

12)

Het volgende hoofdstuk IV bis wordt ingevoegd:

“HOOFDSTUK IV bis

VERWIJZINGEN

Artikel 17 bis

Gebruik van verwijzingen naar andere informatiebronnen

Onverminderd artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1286/2014 mogen in het essentiële-informatiedocument verwijzingen naar andere informatiebronnen, zoals het prospectus en jaarlijkse of halfjaarlijkse verslagen, worden opgenomen, mits alle informatie die voor de retailbeleggers van fundamenteel belang is om de essentiële elementen van de belegging te begrijpen, in het essentiële-informatiedocument zelf is opgenomen.

Verwijzingen naar de website van de priip of de priip-ontwikkelaar zijn toegestaan, alsook verwijzingen naar het onderdeel daarvan dat het prospectus en de periodieke verslagen bevat.

De in de eerste alinea bedoelde verwijzingen leiden de retailbelegger naar de specifieke afdeling van de relevante informatiebron. In het essentiële-informatiedocument mogen verscheidene van elkaar verschillende verwijzingen worden opgenomen, maar deze worden tot een minimum beperkt.”.

13)

In artikel 18 wordt de derde alinea vervangen door: “Artikel 14, lid 2, is van toepassing tot en met 30 juni 2022.”.

14)

Bijlage I wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze verordening.

15)

Bijlage II wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

16)

Bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.

17)

Bijlage IV wordt vervangen door de tekst in bijlage IV bij deze verordening.

18)

Bijlage V wordt vervangen door de tekst in bijlage V bij deze verordening.

19)

Bijlage VI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage VI bij deze verordening.

20)

Bijlage VII wordt vervangen door de tekst in bijlage VII bij deze verordening.

21)

De tekst in bijlage VIII bij deze verordening wordt toegevoegd als bijlage VIII.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2022. Artikel 1, punt 13, is echter van toepassing met ingang van 1 januari 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 6 september 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 352 van 9.12.2014, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie van 8 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip’s) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken (PB L 100 van 12.4.2017, blz. 1).

(3)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

(4)  Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19).

(5)  Verordening (EU) nr. 583/2010 van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PB L 176 van 10.7.2010, blz. 1).

(6)  Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).

(7)  COM(2021) 397.

(8)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

(9)  Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).

(10)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).