|
16.12.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 450/57 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/2238 VAN DE COMMISSIE
van 15 december 2021
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 wat betreft de uitfasering van specifieke gevallen voor sluitseinen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (1), en met name artikel 5, lid 11,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In punt 4.2.2.1.3.2 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 van de Commissie (2) zijn de termijnen vastgesteld waarna de nationale autoriteiten in alle lidstaten verplicht zijn alle goederentreinen met een sluitsein in de vorm van twee reflecterende platen te aanvaarden en niet langer een ander type sluitsein mogen eisen. |
|
(2) |
In punt 4.2.2.1.3.2 worden de specifieke gevallen geschetst van verschillende lidstaten, waaronder België, Frankrijk, Portugal en Spanje, die toestemming hadden gekregen om aangemelde nationale voorschriften toe te passen op grond waarvan goederentreinen met twee permanent oplichtende rode lichten moeten zijn uitgerust om op delen van hun spoorwegnet te mogen rijden. Die specifieke gevallen moeten geleidelijk worden opgeheven. |
|
(3) |
Om ervoor te zorgen dat de lidstaten uiterlijk op 1 januari 2026 alle nodige maatregelen nemen om een volledige harmonisatie van de sluitseinen van goederentreinen in de Unie mogelijk te maken, moeten zij periodiek verslag uitbrengen over de uitvoering van de voorgestelde risicobeperkende maatregelen en dringende maatregelen nemen indien afwijkingen van het beoogde plan worden vastgesteld. |
|
(4) |
België, Frankrijk, Portugal en Spanje hebben bij de Commissie verslagen ingediend over het gebruik van reflecterende platen, waarin wordt vastgesteld dat er ernstige belemmeringen zijn voor de geplande opheffing op 1 januari 2022 van de nationale voorschriften op de corridors voor goederenvervoer per spoor die zijn vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 913/2010 van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(5) |
Het Spoorwegbureau van de Europese Unie heeft op 29 juni 2021 aanbeveling “TSI REC OPE 422132” ingediend, waarin wordt voorgesteld punt 4.2.2.1.3.2 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 te wijzigen. Op basis van deze aanbeveling en rekening houdend met de bevindingen in de verslagen van de lidstaten, heeft de Commissie de harmonisatiedatums voor reflecterende platen in de Unie herbekeken. Zij is eveneens tot de conclusie gekomen dat een herziening van de specificatie in aanhangsel E van Verordening (EU) nr. 321/2013 van de Commissie (4) op dit moment niet vereist is. De Commissie heeft terdege rekening gehouden met de veiligheids- en capaciteitsaspecten en met de kosten die de overgang naar een geharmoniseerd gebruik van reflecterende platen met zich meebrengt. |
|
(6) |
Als gevolg van de bevindingen in de verslagen van België, Frankrijk, Portugal en Spanje, en van de beoordeling van die bevindingen door de Commissie, moet de termijn voor de aanvaarding van goederentreinen die met twee reflecterende platen zijn uitgerust op de overeenkomstig Verordening (EU) nr. 913/2010 gespecificeerde corridors voor goederenvervoer per spoor, namelijk 1 januari 2022, voor die lidstaten worden uitgesteld. |
|
(7) |
Dit besluit doet geen afbreuk aan de lopende werkzaamheden van het Spoorwegbureau van de Europese Unie met het oog op de verdere harmonisatie van het sluitsein en aan de eventuele toekomstige herziening van aanhangsel E van Verordening (EU) nr. 321/2013, die de Commissie kan vaststellen, rekening houdend met de gevolgen voor de veiligheid, capaciteit en kosten. |
|
(8) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 51, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/797 ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In punt 4.2.2.1.3.2 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 wordt de alinea “Uitfasering” vervangen door:
“ Uitfasering
Voor de aanvaarding van goederentreinen die zijn uitgerust met twee reflecterende platen gelden de volgende termijnen:
|
1. |
vanaf 1 januari 2022 op de overeenkomstig Verordening (EU) nr. 913/2010 gespecificeerde corridors voor goederenvervoer per spoor, behoudens de hierna genoemde uitzonderingen op de lijnen waar permanent oplichtende rode lichten een operationele eis zijn om de veiligheid te waarborgen:
|
|
2. |
vanaf 1 januari 2026 op het volledige spoorwegnet van de Europese Unie. |
De lidstaten waarop de uitzonderingen van punt 1, a) en b), van toepassing zijn, verstrekken de Commissie uiterlijk op 1 maart 2022 een gedetailleerd actieplan en precieze doelstellingen om ervoor te zorgen dat de eis betreffende rode lichten als sluitsein wordt geschrapt. Deze lidstaten dienen vervolgens om de zes maanden bij de Commissie een verslag in over de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot het gebruik van reflecterende platen op hun netwerk teneinde het gebruik van sluitseinen uiterlijk op 1 januari 2026 te harmoniseren. De belanghebbenden leveren alle nodige input om de lidstaten in staat te stellen hun rapportageverplichting na te komen.
De Commissie brengt aan het in artikel 51 van Richtlijn (EU) 2016/797 bedoelde comité verslag uit over de uitvoering van punt 4.2.2.1.”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 december 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 138 van 26.5.2016, blz. 44.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 van de Commissie van 16 mei 2019 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2012/757/EU (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 5).
(3) Verordening (EU) nr. 913/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 inzake het Europese spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 22).
(4) Verordening (EU) nr. 321/2013 van de Commissie van 13 maart 2013 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem “rollend materieel — goederenwagens” van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Beschikking 2006/861/EG (PB L 104 van 12.4.2013, blz. 1).