16.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 450/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/2235 VAN DE COMMISSIE

van 15 december 2021

tot verlaging van de vangstquota voor 2021 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van andere bestanden in de voorgaande jaren en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1420

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name artikel 105, leden 1, 2, 3 en 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De vangstquota voor 2020 zijn vastgesteld bij:

Verordening (EU) 2018/2025 van de Raad (2),

Verordening (EU) 2019/1838 van de Raad (3),

Verordening (EU) 2019/2236 van de Raad (4), en

Verordening (EU) 2020/123 van de Raad (5).

(2)

De vangstquota voor 2021 zijn vastgesteld bij:

Verordening (EU) 2020/1579 van de Raad (6),

Verordening (EU) 2021/90 van de Raad (7),

Verordening (EU) 2021/91 van de Raad (8), en

Verordening (EU) 2021/92 van de Raad.

(3)

Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet de Commissie, wanneer zij vaststelt dat een lidstaat de hem toegewezen vangstquota heeft overschreden, de toekomstige vangstquota van die lidstaat verlagen.

(4)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1420 van de Commissie (9) zijn voor bepaalde bestanden verlagingen van de beschikbare vangstquota voor 2021 vastgesteld wegens overbevissing van die bestanden in voorgaande jaren.

(5)

Voor sommige lidstaten, namelijk Denemarken, Estland, Frankrijk, Nederland en Spanje, konden in het kader van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1420 bepaalde verlagingen niet worden toegepast op voor de overbeviste bestanden toegewezen quota, omdat die lidstaten in 2021 niet over quota voor die bestanden beschikken.

(6)

Wanneer geen verlagingen kunnen worden toegepast op het overbeviste bestand in het jaar na dat waarin de overbevissing is geconstateerd, omdat de betrokken lidstaat niet over een quotum voor dat bestand beschikt, kan de verlaging krachtens artikel 105, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009, na raadpleging van de betrokken lidstaten, worden toegepast op andere bestanden in hetzelfde geografische gebied of met dezelfde handelswaarde. Overeenkomstig Mededeling 2012/C 72/07 van de Commissie (10), die richtsnoeren voor de verlaging van quota op grond van artikel 105, leden 1, 2 en 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 bevat (hierna “de richtsnoeren” genoemd), moeten dergelijke verlagingen bij voorkeur worden toegepast in het volgende jaar of de volgende jaren en op quota die zijn toegewezen voor bestanden die worden bevist door dezelfde vloot als die welke het quotum heeft overschreden.

(7)

De betrokken lidstaten zijn geraadpleegd over de toepassing van bepaalde verlagingen van quota voor andere bestanden dan die welke zijn overbevist. Daarom moeten de aan die lidstaten in 2021 toegewezen vangstquota worden verlaagd.

(8)

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1420 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

Verdere actualiseringen of correcties kunnen worden doorgevoerd indien, voor de lopende of de vorige exercities, fouten, omissies of verkeerde registraties worden geconstateerd in de vangstgegevens die door de lidstaten worden meegedeeld uit hoofde van artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in bijlage I bij de onderhavige verordening vermelde vangstquota die voor 2021 zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EU) 2020/1579, (EU) 2021/90, (EU) 2021/91, en (EU) 2021/92, worden verlaagd door overeenkomstig die bijlage verlagingen toe te passen op alternatieve bestanden.

Artikel 2

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1420 wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 december 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2018/2025 van de Raad van 17 december 2018 tot vaststelling, voor 2019 en 2020, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen (PB L 325 van 20.12.2018, blz. 7).

(3)  Verordening (EU) 2019/1838 van de Raad van 30 oktober 2019 tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/124 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren (PB L 281 van 31.10.2019, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) 2019/2236 van de Raad van 16 december 2019 tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L 336 van 30.12.2019, blz. 14).

(5)  Verordening (EU) 2020/123 van de Raad van 27 januari 2020 tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 25 van 30.1.2020, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) 2020/1579 van de Raad van 29 oktober 2020 tot vaststelling, voor 2021, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee en tot wijziging van Verordening (EU) 2020/123 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren (PB L 362 van 30.10.2020, blz. 3).

(7)  Verordening (EU) 2021/90 van de Raad van 28 januari 2021 tot vaststelling, voor 2021, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L 31 van 29.1.2021, blz. 1).

(8)  Verordening (EU) 2021/91 van de Raad van 28 januari 2021 tot vaststelling, voor de jaren 2021 en 2022, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen (PB L 31 van 29.1.2021, blz. 20).

(9)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1420 van de Commissie van 30 augustus 2021 tot verlaging van de vangstquota voor 2021 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren (PB L 305 van 31.8.2021, blz. 10).

(10)  Mededeling van de Commissie — Richtsnoeren voor de verlaging van quota op grond van artikel 105, leden 1, 2 en 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 (2012/C 72/07) (PB C 72 van 10.3.2012, blz. 27) als gewijzigd bij Mededeling 2019/C 192/03 (PB C 192 van 7.6.2019, blz. 5).


BIJLAGE I

OP ALTERNATIEVE BESTANDEN TOE TE PASSEN VERLAGINGEN VAN DE VANGSTQUOTA VOOR 2021

OVERBEVISTE BESTANDEN

 

ALTERNATIEVE BESTANDEN

Lidstaat

Soortcode

Gebiedscode

Soortnaam

Gebiedsnaam

Hoeveelheid die niet in mindering kan worden gebracht op het vangstquotum 2021 voor het overbeviste bestand (in kg)

 

Lidstaat

Soortcode

Gebiedscode

Soortnaam

Gebiedsnaam

Hoeveelheid die in mindering moet worden gebracht op het vangstquotum 2021 voor de alternatieve bestanden (in kg)

DK

COD

1N2AB.

Kabeljauw

Noorse wateren van 1 en 2

1 606

 

DK

HER

1/2-

Haring

Wateren van de Unie, wateren van de Faeröer, Noorse wateren en internationale wateren van 1 en 2

1 606

DK

DGS

15X14

Doornhaai

Wateren van de Unie en internationale wateren van 1, 5, 6, 7, 8, 12 en 14

4 718

 

DK

MAC

2CX14-

Makreel

6, 7, 8a, 8b, 8d en 8e; Wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; Internationale wateren van 2a, 12 en 14

4 718

DK

POK

1N2AB.

Zwarte koolvis

Noorse wateren van 1 en 2

80 933

 

DK

HER

1/2-

Haring

Wateren van de Unie, wateren van de Faeröer, Noorse wateren en internationale wateren van 1 en 2

80 933

ES

GHL

1N2AB.

Groenlandse heilbot/zwarte heilbot

Noorse wateren van 1 en 2

33 603

 

ES

COD

1/2B.

Kabeljauw

1 en 2b

33 603

ES

OTH

1N2AB.

Andere soorten

Noorse wateren van 1 en 2

22 078

 

ES

COD

1N2AB.

Kabeljauw

Noorse wateren van 1 en 2

22 078

EE

COD

1N2AB.

Kabeljauw

Noorse wateren van 1 en 2

16 377

 

EE

RNG

5B67-

Rondneusgrenadier

6 en 7; Wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van 5b

34 000

FR

GHL

1N2AB.

Groenlandse heilbot/zwarte heilbot

Noorse wateren van 1 en 2

8 988

 

FR

REB

1N2AB.

Roodbaarzen

Noorse wateren van 1 en 2

8 988

FR

NEP

08C.

Langoustine

8c

5 342

 

FR

POL

08C.

Witte koolvis

8c

5 342

FR

WHM

ATLANT

Witte marlijn

Atlantische Oceaan

2 450

 

FR

BUM

ATLANT

Blauwe marlijn

Atlantische Oceaan

2 450

NL

WHB

8C3411

Blauwe wijting

8c, 9 en 10; Wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

12 235

 

NL

WHB

1X14

Blauwe wijting

Wateren van de Unie en internationale wateren van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14

12 235


BIJLAGE II

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1420 wordt vervangen door:

“BIJLAGE

VERLAGINGEN VAN DE VANGSTQUOTA VOOR 2021 VOOR BESTANDEN DIE ZIJN OVERBEVIST

Lidstaat

Soortcode

Gebiedscode

Soortnaam

Gebiedsnaam

Oorspronkelijk quotum 2020 (in kg)

Toegestane aanlandingen 2020 (totale aangepaste hoeveelheid in kg)  (1)

Totale vangsten 2020 (hoeveelheid in kg)

Benutting quotum in verhouding tot toegestane aanlandingen

Overbevissing in verhouding tot toegestane aanlandingen (hoeveelheid in kg)

Vermenigvuldigingsfactor  (2)

Aanvullende vermenigvuldigingsfactor  (3)  (4)

Nog uitstaande verlagingen uit voorgaande jaren  (5) (hoeveelheid in kg)

Verlagingen van de vangstquota voor 2021  (6) en daaropvolgende jaren (hoeveelheid in kg)

Verlagingen van de vangstquota voor 2021 voor de overbeviste bestanden  (7) (hoeveelheid in kg)

Verlagingen van de vangstquota voor 2021 voor alternatieve bestanden (hoeveelheid in kg)

In mindering te brengen op de vangstquota voor 2022 en daaropvolgende jaren (hoeveelheid in kg)

DE

HER

4AB.

Haring

Wateren van de Unie en Noorse wateren van 4 ten noorden van 53° 30′ N.B.

39 404 000

18 997 930

20 355 612

107,15 %

1 357 682

/

/

/

1 357 682

1 357 682

/

/

DE

MAC

2CX14-

Makreel

6, 7, 8a, 8b, 8d en 8e; Wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; Internationale wateren van 2a, 12 en 14

23 416 000

21 146 443

22 858 079

108,09 %

1 711 636

/

/

/

1 711 636

1 711 636

/

/

DK

COD

1N2AB.

Kabeljauw

Noorse wateren van 1 en 2

/

/

1 606

n.v.t.

1 606

1,00

/

/

1 606

/

1 606

/

DK

DGS

15X14

Doornhaai

Wateren van de Unie en internationale wateren van 1, 5, 6, 7, 8, 12 en 14

/

/

4 718

n.v.t.

4 718

1,00

/

/

4 718

/

4 718

/

DK

HER

03A.

Haring

3a

10 309 000

7 482 731

7 697 049

102,86 %

214 318

/

/

/

214 318

214 318

/

/

DK

HER

4AB.

Haring

Wateren van de Unie en Noorse wateren van 4 ten noorden van 53° 30′ N.B.

59 468 000

75 652 933

81 089 507

107,19 %

5 436 574

/

/

/

5 436 574

5 436 574

/

/

DK

MAC

2A34.

Makreel

3a en 4; Wateren van de Unie van 2a, 3b, 3c en de deelsectoren 22-32

19 998 000

17 987 493

18 625 387

103,55 %

637 894

/

/

/

637 894

637 894

/

/

DK

MAC

2A4A-N

Makreel

Noorse wateren van 2a en 4a

14 453 000

13 507 878

13 531 201

100,17 %

23 323

/

/

/

23 323

23 323

/

/

DK

POK

1N2AB.

Zwarte koolvis

Noorse wateren van 1 en 2

/

7 800

88 733

1 137,60 %

80 933

1,00

/

/

80 933

/

80 933

/

DK

PRA

N1GRN.

Noordse garnaal

Groenlandse wateren van NAFO 1

1 400 000

2 800 000

2 818 891

100,67 %

18 891

/

/

/

18 891

18 891

/

/

DK

SAN

234_2R

Zandspieringen

Wateren van de Unie van beheersgebied voor zandspieringen 2r

59 106 000

56 042 763

57 756 024

103,06 %

1 713 261  (9)

/

/

/

1 713 261  (9)

1 713 261  (9)

/

/

ES

COD

1/2B.

Kabeljauw

1 en 2b

11 688 000

9 576 615

9 581 250

100,05 %

4 635

/

/

/

4 635

4 635

/

/

ES

GHL

1N2AB.

Groenlandse heilbot/zwarte heilbot

Noorse wateren van 1 en 2

/

/

22 402

n.v.t.

22 402

1,00

A

/

33 603

/

33 603

/

ES

OTH

1N2AB.

Andere soorten

Noorse wateren van 1 en 2

/

/

22 078

n.v.t.

22 078

1,00

/

/

22 078

/

22 078

/

ES

RJU

9-C.

Golfrog

Wateren van de Unie van 9

15 000

15 000

21 072

140,48 %

6 072

1,00

/

2 067

8 139

8 139

/

/

EE

COD

1N2AB.

Kabeljauw

Noorse wateren van 1 en 2

/

300 000

316 377

105,46 %

16 377

/

/

/

16 377

/

34 000

/

FR

GHL

1N2AB.

Groenlandse heilbot/zwarte heilbot

Noorse wateren van 1 en 2

/

/

8 988

n.v.t.

8 988

1,00

/

/

8 988

/

8 988

/

FR

NEP

08C.

Langoustine

8c

0

0

5 342

n.v.t.

5 342

1,00

/

/

5 342

/

5 342

/

FR

WHM

ATLANT

Witte marlijn

Atlantische Oceaan

/

/

1 225

n.v.t.

1 225

1,00

C

/

2 450

/

2 450

/

IE

ALB

AN05N

Noord-Atlantische witte tonijn

Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° N.B.

2 891 010

2 743 260

2 938 449

107,12 %

195 189

/

 (8)

/

195 189

195 189

/

/

LV

HER

3D-R30

Haring

Wateren van de Unie van de deelsectoren 25-27, 28.2, 29 en 32

4 253 000

6 135 144

6 138 817

100,06 %

3 673

/

 (8)

/

3 673

3 673

/

/

LV

SPR

3BCD-C

Sprot

Wateren van de Unie van de deelsectoren 22-32

29 073 000

28 618 753

28 635 182

100,06 %

16 429

/

 (8)

/

16 429

16 429

/

/

NL

HER

4AB.

Haring

Wateren van de Unie en Noorse wateren van 4 ten noorden van 53° 30′ N.B.

51 717 000

50 896 907

51 002 687

100,21 %

105 780

/

/

/

105 780

105 780

/

/

NL

WHB

8C3411

Blauwe wijting

8c, 9 en 10; Wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

/

/

12 235

n.v.t.

12 235

1,00

/

/

12 235

/

12 235

/

PL

HER

1/2-

Haring

Wateren van de Unie, wateren van de Faeröer, Noorse wateren en internationale wateren van 1 en 2

593 000

1 226 015

1 329 820

108,47 %

103 805

/

/

/

103 805

103 805

/

/

PL

MAC

2CX14-

Makreel

6, 7, 8a, 8b, 8d en 8e; Wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; Internationale wateren van 2a, 12 en 14

1 649 000

4 724 236

5 185 187

109,76 %

460 951

/

/

/

460 951

460 951

/

/

PT

ALB

AN05N

Noord-Atlantische witte tonijn

Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° N.B.

2 273 970

1 638 457

1 595 315

97,37 %

–43 142  (10)

n.v.t.

n.v.t.

635 513  (11)

635 513  (11)

635 513  (11)

/

/

PT

ANE

3X14-

Alfonsino's

Wateren van de Unie en internationale wateren van 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 en 14

164 000

155,278

158,601

102,14 %

3 323

/

 (8)

/

3 323

3 323

/

/

PT

BET

ATLANT

Grootoogtonijn

Atlantische Oceaan

3 058 330

3 058 330

3 069 582

100,37 %

11 252

/

 (8)

/

11 252

11 252

/

/

PT

HKE

8C3411

Heek

8c, 9 en 10; Wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

2 614 000

1 996 154

2 135 737

106,99 %

139 583

/

 (8)

/

139 583

139 583

/

/

PT

SWO

AS05N

Zwaardvis

Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° N.B.

299 030

299 030

309 761

103,59 %

10 731

/

/

/

10 731

10 731

/

/


(1)  Quota die op grond van de betrokken verordeningen inzake de vangstmogelijkheden beschikbaar zijn voor de lidstaten, rekening houdend met het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22); het overdragen van quota van 2019 naar 2020 overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC’s en quota (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3) en artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, of het opnieuw toewijzen en verlagen van vangstmogelijkheden overeenkomstig de artikelen 37 en 105 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

(2)  Overeenkomstig artikel 105, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009. Een verlaging gelijk aan de overbevissing * 1,00 geldt in alle gevallen van overbevissing van maximaal 100 ton.

(3)  Als vastgesteld in artikel 105, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en mits de overbevissing meer dan 10 % bedraagt.

(4)  Met de letter “A” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast vanwege overbevissing in de opeenvolgende jaren 2018, 2019 en 2020. Met de letter “C” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast omdat het betrokken bestand onder een meerjarenplan valt.

(5)  Resterende hoeveelheden van de voorgaande jaren.

(6)  In 2021 toe te passen verlagingen.

(7)  In 2021 toe te passen verlagingen die daadwerkelijk kunnen worden toegepast gezien het op 7 september 2021 beschikbare quotum.

(8)  Aanvullende vermenigvuldigingsfactor niet van toepassing omdat de overbevissing niet meer dan 10 % van de toegestane aanlandingen bedraagt.

(9)  Verlaging toe te passen op het voor zandspiering ingestelde beheersgebied 3r.

(10)  Aangezien artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing is op het bestand ALB/AN05N kan deze ongebruikte hoeveelheid niet in mindering worden gebracht op de voor 2021 resterende helft van de verlaging.

(11)  Op verzoek van Portugal wordt de verlaging van 1 271 026 kg voor 2020 wegens overbevissing in 2019 gelijkelijk gespreid over twee jaar (2020 en 2021).