8.11.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 393/4


VERORDENING (EU) 2021/1925 VAN DE COMMISSIE

van 5 november 2021

tot wijziging van bepaalde bijlagen bij Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft de vereisten voor het op de markt brengen van bepaalde insectenproducten en de aanpassing van een methode van compostering in cellen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (1), en met name artikel 15, lid 1, eerste alinea, punten b), h), i) en j), artikel 21, lid 6, eerste alinea, punt d), artikel 27, eerste alinea, punt c), artikel 31, lid 2, en artikel 32, lid 3, eerste alinea, punt a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (2) zijn volksgezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor het in de handel brengen en de uitvoer van afgeleide producten vastgesteld.

(2)

Door de snelle ontwikkeling van de insectenproductiesector wordt een aanzienlijke hoeveelheid uitwerpselen van insecten geproduceerd, die de lidstaten, bij gebrek aan geharmoniseerde Unievoorschriften, op verschillende wijze verwijderen. Om ervoor te zorgen dat uitwerpselen van insecten als meststof worden gebruikt, moeten Unievoorschriften worden vastgesteld.

(3)

Voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 142/2011 moet “insectenmest” worden gedefinieerd als het mengsel van uitwerpselen van insecten met delen van dode insecten en de voedingsbodem. Insectenlarven, die doorgaans worden gebruikt voor de productie van verwerkt dierlijk eiwit of voor menselijke consumptie, leven in die insectenmest. Er moet een definitie van “insectenmest” in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 142/2011 worden opgenomen om de vereisten voor het behandelen en in de handel brengen van insectenmest in overeenstemming te brengen met de vereisten voor verwerkte mest. Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

Het tijdig ophalen van afzonderlijke karkassen van niet-herkauwende landbouwhuisdieren is niet altijd economisch haalbaar, met name als het gaat om karkassen die bij kleine landbouwbedrijven worden opgehaald. Daarom voorziet hoofdstuk V van bijlage IX bij Verordening (EU) nr. 142/2011 in methoden van compostering in cellen om de veilige opslag van bepaalde dode niet-herkauwende landbouwhuisdieren te waarborgen totdat deze worden opgehaald. De methode voor compostering in cellen “Hydrolyse gevolgd door verwijdering” mag momenteel alleen voor karkassen van varkens worden gebruikt. Het is passend dat die methode voor compostering in cellen ook wordt toegestaan voor karkassen van pluimvee en gekweekte haasachtigen. Hoofdstuk V, afdeling 2, punt B), 2), van bijlage IX bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

Overeenkomstig het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna “het terugtrekkingsakkoord” genoemd), en met name artikel 5, lid 4, van het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland, in samenhang met bijlage 2 bij dat protocol, zijn Verordening (EG) nr. 1069/2009 en de daarop gebaseerde handelingen van de Commissie na het einde van de in het terugtrekkingsakkoord bedoelde overgangsperiode van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

(6)

Aangezien de in het terugtrekkingsakkoord vastgestelde overgangsperiode op 31 december 2020 is afgelopen, moet hoofdstuk V, afdeling 2, punt B), 1), van bijlage IX bij Verordening (EU) nr. 142/2011 worden gewijzigd om de verwijzing naar het Verenigd Koninkrijk in de lijst van lidstaten die de methode voor compostering in cellen mogen toepassen te vervangen door een verwijzing naar het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland. Bovendien moeten de verwijzingen naar het Verenigd Koninkrijk uit hoofdstuk V, afdeling 2, punt A), van bijlage IX bij Verordening (EU) nr. 142/2011 en uit hoofdstuk II, afdeling 11, tabel 3, van bijlage XIV bij die verordening worden geschrapt.

(7)

Op 8 oktober 2015 heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) een wetenschappelijk advies uitgebracht inzake een risicoprofiel met betrekking tot de productie en de consumptie van insecten als levensmiddelen en als diervoeders (3). De EFSA heeft, naast andere insectensoorten, zijderupsen als mogelijke bron voor de productie van verwerkt dierlijk eiwit beoordeeld. Bepaalde regio’s van de Unie kennen een lange traditie van zijdecultuur. Aangezien gecultiveerde zijderupsen enkel bladeren van moerbei (Morus alba en Morus nigra) eten, is er geen sprake van een risico op verontreiniging met diervoeders van dierlijke oorsprong die niet voor het voeren van insecten zijn toegelaten. Daarom moet worden toegestaan dat zijderupsen, nadat de zijde is geoogst, worden gebruikt als verwerkt dierlijk eiwit, bestemd voor de productie van diervoeders voor landbouwhuisdieren. Het is passend om zijderupsen (Bombyx mori) toe te voegen aan de lijst van insectensoorten die mogen worden gebruikt voor de vervaardiging van verwerkte dierlijke eiwitten voor de productie van voeder voor landbouwhuisdieren. Bijlage X bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

In bijlage XI bij Verordening (EU) nr. 142/2011 zijn de vereisten voor het in de handel brengen van mest vastgesteld. Na de opname van een definitie van “insectenmest” in bijlage I bij die verordening moeten de vereisten voor het in de handel brengen van verwerkte insectenmest waarborgen dat de handel in verwerkte insectenmest veilig verloopt. Daarom moeten de in die bijlage vastgestelde vereisten ook gelden voor insectenmest. Bijlage XI bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

Lidstaten die momenteel nationale maatregelen voor het verwerken van insectenmest toepassen, moeten hun nationale maatregelen afstemmen op de methode als vastgesteld in bijlage XI bij Verordening (EU) nr. 142/2011, zoals gewijzigd bij deze verordening. Deze verordening moet voorzien in een overgangsperiode van twaalf maanden.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I, IX, X, XI en XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Exploitanten die erkend of geregistreerd zijn in een lidstaat die nationale maatregelen voor het verwerken van insectenmest toepast, mogen die nationale maatregelen tot en met 8 november 2022 blijven toepassen voor het in de handel brengen van insectenmest binnen die lidstaat.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 november 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

(3)  Scientific Opinion on a Risk profile related to production and consumption of insects as food and feed, EFSA Journal (2015);13(10):4257.


BIJLAGE

De bijlagen I, IX, X, XI en XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage I wordt het volgende punt 61 toegevoegd:

“61.

“insectenmest”: mengsel van uitwerpselen van gekweekte insecten, de voedingsbodem, delen van gekweekte insecten en dode eieren, met een maximumgehalte van 5 volumeprocent en 3 gewichtsprocent dode gekweekte insecten.”.

2)

In bijlage IX wordt hoofdstuk V, afdeling 2, als volgt gewijzigd:

a)

punt A), 1), wordt vervangen door:

“1.

Betrokken lidstaten (*1)

Het proces van aerobe rijping en opslag van op het bedrijf gestorven varkens en bepaald ander materiaal van varkens met aansluitende verbranding of meeverbranding mag worden gebruikt in Frankrijk, Ierland, Letland en Portugal, en in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

De bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat zorgt ervoor dat het materiaal na aerobe rijping en opslag wordt verzameld en verwijderd op het grondgebied van die lidstaat.

(*1)  Overeenkomstig het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland, in samenhang met bijlage 2 bij dat protocol, omvatten verwijzingen naar de lidstaten voor de toepassing van deze bijlage ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.”;"

b)

punt B, 1) en 2), wordt vervangen door:

“1.

Betrokken lidstaten (*2)

Hydrolyse gevolgd door verwijdering mag worden toegepast in Ierland, Spanje, Letland en Portugal, en in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

De bevoegde autoriteit die dit toestaat, ziet erop toe dat het materiaal na hydrolyse in dezelfde lidstaat wordt verzameld en verwijderd.

2.

Grondstoffen

Voor dit proces mogen alleen de volgende grondstoffen afkomstig van varkens, pluimvee of gekweekte haasachtigen worden gebruikt:

a)

categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 9, punt f), i), ii) en iii), van Verordening (EG) nr. 1069/2009;

b)

categorie 3-materiaal als bedoeld in artikel 10, punt h), van die verordening.

Deze methode is uitsluitend van toepassing op de verwijdering van varkens, pluimvee of gekweekte haasachtigen uit hetzelfde bedrijf, mits dit bedrijf niet onderworpen is aan verbodsbepalingen vanwege een vermoedelijke of bevestigde uitbraak van een ernstige overdraagbare ziekte onder varkens, pluimvee of gekweekte haasachtigen, en de dieren niet ter bestrijding van ziekten zijn gedood.

(*2)  Overeenkomstig het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland, in samenhang met bijlage 2 bij dat protocol, omvatten verwijzingen naar de lidstaten voor de toepassing van deze bijlage ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.”."

3)

In bijlage X wordt aan hoofdstuk II, afdeling 1, punt A), 2), het volgende punt iv) toegevoegd:

“iv)

de zijderups (Bombyx mori).”.

4)

In bijlage XI wordt hoofdstuk I, afdeling 2, als volgt gewijzigd:

a)

de titel en de inleidende alinea worden vervangen door:

Afdeling 2

Guano van vleermuizen, insectenmest, verwerkte mest en afgeleide producten van verwerkte mest

Het in de handel brengen van guano van vleermuizen, verwerkte mest en afgeleide producten van verwerkte mest is onderworpen aan de voorwaarden van de volgende punten a) tot en met e). Voor guano van vleermuizen is tevens de instemming van de lidstaat van bestemming als bedoeld in artikel 48, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1069/2009, vereist.”;

b)

het volgende punt f) wordt toegevoegd:

“f)

het in de handel brengen van insectenmest is onderworpen aan de voorwaarden van de punten a), b), d) en e), van deze afdeling.”.

5)

In bijlage XIV wordt in hoofdstuk II, afdeling 11, tabel 3 vervangen door:

Tabel 3

Invoer van fotografische gelatine

Derde land van oorsprong

Bedrijf van oorsprong

Lidstaat van bestemming

Grensinspectiepost van eerste binnenkomst in de Unie

Erkende fotografische fabriek

Japan

Nitta Gelatin Inc., 2-22 Futamata Yao-City, Osaka 581-0024 Japan

Jellie Co. Ltd 7-1, Wakabayashi 2-Chome, Wakabayashi-ku, Sendai-City, Miyagi 982 Japan

NIPPI Inc. Gelatine Division 1 Yumizawa-Cho Fujinomiya City Shizuoka 418-0073 Japan

Nederland

Rotterdam

FujifilmEurope, Oudenstaart 1, 5047 TK Tilburg, Nederland

Nitta Gelatin Inc., 2-22 Futamata Yao-City, Osaka 581-0024 Japan

 

 

 

Tsjechië

Hamburg

FOMA Bohemia, spol. SRO Jana Krušinky 1604 501 04 Hradec Králové, Tsjechië

Verenigde Staten van Amerika

Eastman Gelatine Corporation, 227 Washington Street, Peabody, MA, 01960 USA

Gelita North America, 2445 Port Neal Industrial Road, Sergeant Bluff, Iowa, 51054 USA

 

 

 

Tsjechië

Hamburg

FOMA Bohemia spol. SRO Jana Krušinky 1604 501 04 Hradec Králové, Tsjechië”


(*1)  Overeenkomstig het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland, in samenhang met bijlage 2 bij dat protocol, omvatten verwijzingen naar de lidstaten voor de toepassing van deze bijlage ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.”;

(*2)  Overeenkomstig het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland, in samenhang met bijlage 2 bij dat protocol, omvatten verwijzingen naar de lidstaten voor de toepassing van deze bijlage ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.”.”